RIS315207 Evaluatie Experiment Cameratoezicht Bijplaatsers in beeld
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10505460 RIS315207 Contactpersoon
Eva Sprinkhuizen Jethro Steijvers Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer Datum
14070
25 mei 2023
E-mailadres
eva.sprinkhuizen@denhaag.nl Onderwerp
Evaluatie Experiment Cameratoezicht ‘Bijplaatsers in beeld’
Geachte voorzitter, Afvaloverlast is een hardnekkig probleem en een ergernis van veel bewoners. In de commissiebrief ‘Samen op weg naar een schone stad’ (RIS313740) van 18 november 2022 heeft het college daarom uiteengezet welke stappen zullen worden gezet om te komen tot een schone stad. Eén van die stappen is het evalueren van de interventies die zijn uitgevoerd in het kader van het tweejarige Actieplan Schone Stoep. De evaluatie van de eerste interventies die zijn uitgevoerd zijn u eind 2021 toegestuurd middels de brief ‘Evaluatie en voortzetting Actieplan Schone Stoep’ (RIS310926). Hierin is ook de interventie Cameratoezicht aangekondigd als onderdeel van de acties voor het tweede jaar. Vanwege de schaal van dit experiment is ervoor gekozen om hier apart over te rapporteren. Het experiment is uitgevoerd met (echte of dummy) camera’s die zijn ingezet op 14 overlastlocaties om te onderzoeken hoe en in welke mate cameratoezicht kan bijdragen aan een vermindering van bijplaatsingen. Het college heeft de bevindingen uit de evaluatie kort samengevat en vertaald naar conclusies voor een vervolg. Het effect van cameratoezicht Cameratoezicht heeft een preventief effect. Vergeleken met de trend van het dalende aantal bijplaatsingen in Den Haag, was de vermindering bij cameralocaties statistisch gezien significant.
Hier tegenover staat dat er op basis van beelden geen boetes konden worden uitgedeeld. Handhaving bleek complex; de beelden zijn bekeken door handhavers werkzaam in de betreffende wijken, maar de bijplaatsers werden niet herkend. Enkele kentekens zijn gefilmd, maar het natrekken van de kentekenhouders heeft niet geleid tot boetes. Camerabeelden zijn tweedehands bewijs, in tegenstelling tot wanneer iets direct wordt geconstateerd door een handhaver. Daar komt nog bij dat de kentekenhouder niet de bijplaatser hoeft te zijn, iemand kan zijn auto hebben uitgeleend aan een ander.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10505460
De vraag die ook uit het evaluatierapport1 naar voren komt, is of het preventieve effect dat nu de vermindering van bijplaatsingen heeft veroorzaakt, blijft bestaan wanneer de camera’s langer blijven staan. De vooraf bepaalde tijdsduur van dit experiment was beperkt, een camera stond maximaal vier maanden op een locatie, dus we weten niet hoe het preventieve effect zich hierna zou ontwikkelen. Ook zal men willen weten of de camera’s hebben geleid tot het opleggen van boetes, wanneer blijkt dat dit niet of nauwelijks het geval is, zal het effect van de camera’s naar verwachting verder afnemen. Kosten en arbeidsintensiviteit Los van de directe kosten die rond de € 150.000,- liggen (bv. de huur van de camera’s, externe inhuur voor monitoring, het onderzoek, externe projectleiders), zijn er veel indirecte kosten gemaakt voor de uitvoering van deze interventie. Deze kosten bestaan onder andere uit de inzet van beleidsmedewerkers (van zowel DSB en BSD), communicatieadviseurs, een functionaris gegevensbescherming, stadsdeelmedewerkers en handhavers die de opgenomen beelden moesten bekijken (in totaal 1 fte over de gehele periode). De interventie vroeg veel voorbereidingstijd in samenwerking met partners zoals de politie, om de juridische, technische en praktische zaken goed te regelen.
Na de publicatie van het voorbereidende onderzoek, duurde het een jaar voordat de camera’s daadwerkelijk bij de afvalcontainers zijn geplaatst. Conclusies voor een vervolg Cameratoezicht heeft een significant effect op het aantal bijplaatsingen. De kans om handhavend te kunnen optreden is echter klein. De perceptie van de pakkans die nu de vermindering van bijplaatsingen heeft veroorzaakt kan, zoals in het evaluatierapport staat aangegeven, minder worden als dit breed bekend wordt. Dit aspect maakt het behouden van het preventieve effect op de langere termijn lastig. De kosten in zowel voorbereidingstijd als middelen zijn hoog in vergelijking met andere interventies. Gezien het significante effect op bijplaatsingen wil het college deze pilot toch herhalen om te zien of een aangepaste wijze van uitvoering meer effect sorteert. Hierbij kan bijvoorbeeld de focus worden verlegd naar containerlocaties waar mensen met de auto afval dumpen, om zo boetes op te kunnen leggen aan de kentekenhouders. Ook wil het college met deze pilot nagaan wat het langere termijneffect is, door de camera's op locaties langer te laten staan. Het opzetten van een dergelijke pilot vergt zorgvuldigheid en heeft daarom een langere voorbereidingstijd. Bij de start van deze voorbereidingen zal ook de veiligheidsdriehoek worden betrokken.
Zodra de nieuwe pilot start, naar verwachting eind 2023, zal u daarover nader worden geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen Anne Mulder
1 §3.4
§7.2
“Tijdens dit experiment zijn geen bestuurlijke boetes opgelegd. De objectieve pakkans is dus niet veranderd. Als dat breed bekend zou worden, kan de subjectieve pakkans en dus het preventieve effect ook kleiner worden.” “Voor het effect van de camera’s op langere termijn is het echter essentieel wel boetes te gaan opleggen.”
2/2