RIS315206 Bijlage Evaluatie Actieplan Schone Stoep actiejaar 2
Tekst van het document
ACTIEPLAN SCHONE STOEP Evaluatie jaar 2 2021/2022 16 maart 2023
Inhoudsopgave 1.
Managementsamenvatting ........................................................................................................................... 2
2.
Het tweede jaar van het actieplan ................................................................................................................ 4
3.
Het meten van effecten: de objectieve en subjectieve schone stoep........................................................... 6
4.
Evaluatie interventie Jongeren als bewoners ................................................................................................ 7
5.
Evaluatie interventie Gebiedsgerichte aanpak ............................................................................................ 10
6.
Evaluatie interventie Afvalvoorlichters ....................................................................................................... 12
7.
Evaluatie interventie Visualisatie ................................................................................................................ 15
8.
Evaluatie interventie Smart City Waste ....................................................................................................... 18
9.
Algemene bevindingen ................................................................................................................................ 21
Pagina 1 van 21
1. Managementsamenvatting Iedereen moet in een schone stad kunnen wonen. De integrale aanpak om dit voor elkaar te krijgen, staat beschreven in het Programma voor een Schone stad (RIS307053). Een belangrijk onderdeel hiervan is de aanpak tegen bijplaatsingen. In juni 2020 heeft het college het Actieplan Schone Stoep (RIS305593) gepresenteerd. Vanuit dit actieplan zijn in 2021 zes interventies uitgevoerd om te onderzoeken welke elementen van deze interventies de reguliere aanpak tegen bijplaatsingen versterken. Eind 2021 is de evaluatie van het eerste jaar van het Actieplan Schone Stoep naar de gemeenteraad gestuurd (RIS310926). In 2022 is het tweede jaar van het Actieplan Schone Stoep uitgevoerd. Hierbij zijn zes interventies getest voor de aanpak tegen bijplaatsingen. De focus lag op de stadsdelen Centrum, Escamp en Laak1 en op locaties waar gemiddeld één tot drie keer per week wordt bijgeplaatst. Dit zijn relatief weinig bijplaatsingen. Het doel was om te testen welke interventie(s) het laatste duwtje kan zijn naar een schone locatie. Tijdens de interventies zijn—naast de registratie van het aantal bijplaatsingen—verschillende factoren bijgehouden, zoals de benodigde inspanning (in tijd en geld), de beleving van omwonenden, de beleving van uitvoerende partijen en hoe de actie is uitgevoerd. De zes in 2022 geteste interventies zijn: 1.
Jongeren als bewoners: samen met woningbouwcorporatie Staedion onderzoeken hoe we jongeren kunnen betrekken bij het onderwerp afval, om hen te stimuleren hun afval op een juiste manier aan te bieden. 2. Gebiedsgerichte aanpak: in een kort tijdsbestek diverse acties met verschillende partners inzetten op één containerlocatie. 3. Afvalvoorlichters: een team van voorlichters dat de wijk ingaat om uitleg te geven over de afvalaanbiedregels door middel van persoonlijk contact. 4. Visualisatie: door het aanbrengen van visuele prikkels op, bij en rondom de containerlocatie, de aandacht te trekken van omwonenden en zo stimuleren het gewenste afval-aanbiedgedrag te tonen. 5. Smart City Waste: gebruikmaken van operationele data om aanpassingen door te voeren op containerlocaties met als test het tijdelijk verwijderen van de ‘vergeten’ ondergrondse container. 6. Cameratoezicht: het plaatsen van camera’s bij containerlocaties om te onderzoeken of dit het aantal bijplaatsingen doet verminderen en/of er op de beelden kan worden gehandhaafd. 1. Jongeren als bewoners Hoe betrek je jongeren bij het onderwerp afval, zodat ze hun afval op de juiste wijze aanbieden? Dat is de kernvraag die met deze interventie is onderzocht. De interventie is uitgevoerd in studentencomplexen van woningcorporatie Staedion, omdat met deze organisatie al eerder was samengewerkt.
Om het juiste gedrag te stimuleren is het waardevol gebleken om: goed te informeren; voorzieningen te plaatsen om afval te scheiden; en een thuisgevoel te creëren. Op de locaties Asstraat en Lage Nieuwstraat, zijn de containerruimtes opgefrist en is er ingezet op communicatie. Hier gaven beheerders en studenten aan dat de interventie succesvol was (schoonbeleving). De bijplaatsingen naast de rolcontainers in de inpandige ruimtes zijn echter niet verdwenen. De interventie was arbeidsintensief en kostte per locatie circa 9.000 euro. Bij de locatie het Rode Dorp is meertalige communicatie ingezet. De data laat echter zien dat het aantal bijplaatsingen niet is verminderd. Deze interventie heeft de samenwerking met Staedion verder verstevigd. 2. Gebiedsgerichte aanpak Het idee van de Gebiedsgerichte aanpak is om in een korte tijd, met veel verschillende soorten organisaties en acties, reuring op een locatie te creëren en zo het aantal bijplaatsingen af te laten nemen. Een dergelijke actie bleek niet eenvoudig op te zetten en te coördineren. De investering in tijd (hoge arbeidsintensiviteit) en geld (15.000 euro voor één locatie) wogen niet op tegen het gerealiseerde effect. Het aantal bijplaatsingen op de testlocatie is niet verminderd.
1
Gaandeweg het actiejaar heeft Laak een eigen pilot opgestart en zijn sommige interventies vanuit het actieplan gestopt. Zo kunnen de individuele acties beter worden gemonitord.
Pagina 2 van 21
3. Afvalvoorlichters Bij de interventie Afvalvoorlichters is een team voorlichters ingezet om uitleg te geven over de afvalaanbiedregels door middel van persoonlijk contact. De bewoners waren positief over deze interventie; er bestond een informatiebehoefte en de afvalvoorlichters konden voldoende informatie delen. De inzet van de afvalvoorlichters leidt voornamelijk tot een relatieve verbetering in de maand waarin ze actief zijn. Dit effect neemt echter sterk af in de daaropvolgende maand. Ten opzichte van een jaar eerder zijn er aanzienlijk meer grofvuilafspraken gemaakt (8% en 10%). Er is geen eenduidige conclusie te trekken over het aantal meldingen via de MyCleanCity-app. De interventie had een groot bereik, was arbeidsintensief, maar sluit goed aan op een behoefte in de wijken. De kosten lijken passend bij de inzet, maar waren relatief hoog vanwege externe inhuur. 4. Visualisatie Bij de interventie Visualisatie zijn visuele prikkels op, bij en rondom de containerlocatie aangebracht, om de aandacht te trekken van omwonenden en het gewenste afval-aanbiedgedrag te stimuleren. Voor deze interventie is gebruikgemaakt van de kennis en expertise van gedragsbureau D&B. De interventie Visualisatie is op 12 locaties getest. Deze bestond uit stoepcommunicatie, containerstickers en het plakken van feedbackstickers op bijgeplaatst grofvuil en kartonnen dozen.
De resultaten lijken locatieafhankelijk. Het effect van de interventie op bijplaatsingen is bijvoorbeeld sterker in het Centrum dan in Escamp. Omwonenden gaven de interventie gemiddeld een 5,6. Het bedenken, voorbereiden en uitvoeren van de interventie was arbeidsintensief. De uitvoerende partijen hebben niet gemerkt dat de interventie Visualisatie leidt tot minder bijplaatsingen. De kosten voor deze interventie bedroegen circa 61.500 euro. 5. Smart City Waste Het uitgangspunt van de interventie Smart City Waste was om door middel van het gebruik van slimme functionaliteiten, zoals data, het aantal bijplaatsingen te verminderen. Uiteindelijk bleken de ondergrondse containers niet geschikt voor bestaande Smart City Waste technologieën. In overleg met HMS ontstond het idee om de data te gebruiken op basis waarvan containers op een route worden gezet om ze te legen. Er is een top tien gemaakt van locaties met drie of meer containers waarvan één container structureel een lagere vulgraad kent. Dat is een container die minder vaak gebruikt wordt en die we de ‘vergeten container’ hebben genoemd. HMS neemt een locatie met containers pas op in een ledigingsroute wanneer de gemiddelde vulgraad van de containers op de locatie richting de 80% gaat.
Door van het cluster één container—de vergeten container—te verwijderen, stijgt de gemiddelde vulgraad en komt de locatie eerder op de routelijst te staan. Zeven vergeten ondergrondse containers zijn gedurende drie maanden verwijderd. De ledigingsfrequentie op de locaties is hierdoor iets toegenomen. Met name in stadsdeel Centrum is een positief effect waarneembaar op het aantal bijplaatsingen. De belevingsenquête vertelt een ander verhaal. Deelnemers zijn van mening dat de bijplaatsingen niet zijn afgenomen. Deze interventie was middelmatig arbeidsintensief en de kosten vielen binnen het budget. 6. Cameratoezicht Naar aanleiding van de motie “Cameratoezicht bij hotspots afvaldumping” (RIS305977) is een interventie gestart waarbij is onderzocht hoe en in welke mate cameratoezicht kan bijdragen aan het verminderen van bijplaatsingen. Hiervoor zijn in de periode van januari tot en met juni 2022 camera’s geplaatst bij in totaal veertien verschillende containerlocaties. Op 1 juli 2022 zijn de camera’s weer verwijderd. De resultaten en de evaluatie van deze interventie worden beschreven in een apart rapport.
Pagina 3 van 21
2. Het tweede jaar van het actieplan Illegaal gedumpt afval naast de afvalcontainers (bijplaatsingen) zorgt voor veel ergernis. Al jarenlang zet de gemeente zich samen met actieve partners en bewoners in om dit probleem tegen te gaan. Bijplaatsingen blijven echter een hardnekkig probleem. Om die reden presenteerde het college in 2020 het Actieplan Schone Stoep (RIS305593). Met dit tweejarige actieplan zijn per jaar zes verschillende interventies uitgevoerd en getest op onder andere kosten, arbeidsintensiviteit en effectiviteit in het verminderen van bijplaatsingen. Van vervuild naar schoon De interventies zijn geselecteerd op basis van de ervaringen in andere gemeenten en de wensen die we als gemeente Den Haag zelf hadden. Daarbij is rekening gehouden met wat voor interventies er al in Den Haag zijn en worden getest. In het eerste actiejaar zijn in de stadsdelen Escamp, Centrum en Laak—de stadsdelen met de meeste bijplaatsingen—interventies gedaan op de containerlocaties met de meeste bijplaatsingen per week. In het tweede actiejaar zijn de interventielocaties (in dezelfde stadsdelen) op een andere manier gekozen: er is gekeken naar locaties waar gemiddeld één tot drie keer per week wordt bijgeplaatst. In vergelijking zijn dit dus relatief schone locaties waar een klein duwtje in de rug zou kunnen leiden tot een volledig schone locatie.
Inzicht in wat werkt en welke inspanning dat kost Het evalueren van de interventies uit het actieplan is essentieel. Op deze manier ontstaat er inzicht in welke interventies daadwerkelijk bijdragen aan het schoner krijgen van de containerlocaties. Per interventie is onderzocht onder welke omstandigheden de interventie wel of geen effect heeft op het aantal bijplaatsingen. In deze evaluatie wordt daarnaast beschreven met welke partners er aan de interventie is gewerkt, welke financiële inzet en welke tijdsbesteding er nodig was. De twaalf interventies In totaal zijn er twaalf interventies getest. De eerste zes zijn uitgevoerd in 2021 en de tweede zes in 2022. Van de eerste zes interventies is er eind 2021 al een evaluatie gemaakt (RIS 310926). Van de interventie cameratoezicht, uit de tweede reeks van zes interventies, is een apart evaluatierapport gemaakt. De evaluatie van de overige vijf interventies (de nummers zeven tot en met elf) is opgenomen in voorliggend rapport. 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Wijkambassadeurs Vrijwilligers die tegen een kleine vergoeding in de wijk zichtbaar aanwezig zijn, contacten leggen, informeren en activeren om bijplaatsen tegen te gaan. Analyse hotspots en handhaving buiten kantooruren in burger Door in burger te posten op plaatsen waar je bijvoorbeeld ’s avonds laat illegale dumping verwacht, vergroten we de pakkans. Verbeteren inzet wegwerkzaamheden Onderzoek of, met het verbeteren van afspraken met de bouwer, de bijplaatsingen rondom een bouwplaats kunnen worden voorkomen. Vaste ophaaldag grofvuil Op een vaste dag op een vaste locatie eens per week in een wijk grofvuil inzamelen om te onderzoeken of dumping daardoor vermindert. Communicatie in andere talen Het aanbieden van een folder in zes talen en beeldtaal om anderstaligen te informeren over regelgeving. In samenwerking met zelforganisaties en woningcorporaties. Out of the box – nieuwe ideeën nieuwe partners Kleine acties om te onderzoeken wat aanslaat. Bijvoorbeeld ‘portiek poetsen’ met bewoners en corporaties (en de omgeving schoonmaken en houden), de kracht vanuit de Poolse gemeenschap gebruiken, samen met bewoners en welzijn brainstormen, enzovoorts. Jongeren als bewoners Samen met woningbouwcorporatie Staedion onderzoeken hoe we jongeren kunnen betrekken bij het onderwerp afval, om ze te stimuleren hun afval op een juiste manier aan te bieden.
Gebiedsgerichte aanpak In een kort tijdsbestek diverse acties met verschillende partners inzetten op één containerlocatie.
Pagina 4 van 21
9.
Afvalvoorlichters Een team van voorlichters dat de wijk ingaat om uitleg te geven over de afval-aanbiedregels door middel van persoonlijk contact met omwonenden van containerlocaties. 10. Visualisatie Door het aanbrengen van visuele prikkels op, bij en rondom de containerlocatie, de aandacht te trekken van omwonenden en zo stimuleren het gewenste afval-aanbiedgedrag te tonen. 11. Smart City Waste Gebruikmaken van operationele data om aanpassingen door te voeren op containerlocaties, met als test het tijdelijk verwijderen van de ‘vergeten’ ondergrondse containerlocatie. 12. Cameratoezicht Het plaatsen van camera’s bij containerlocaties om te onderzoeken of dit het aantal bijplaatsingen doet verminderen en/of er op de beelden kan worden gehandhaafd.
Pagina 5 van 21
3. Het meten van effecten: de objectieve en subjectieve schone stoep Nu investeren, later besparen Het doel van het tweede actiejaar was om zorgvuldig en gepland, los van de waan van de dag, interventies in te zetten die bijplaatsingen voorkomen. Daarbij is ook de benodigde inzet in tijd en geld bijgehouden. De inzet tijdens het actiejaar kost tijd en geld, maar door de overlast van illegale afvaldumpingen met een effectieve(re) aanpak beheersbaar te maken, wordt uiteindelijk op tijd en geld bespaard. Niet elke interventie zal op elke plek werken, de resultaten zijn ook afhankelijk van de locatie. Per interventie zijn daarom de omgevingsfactoren bijgehouden. De objectieve schone stoep Om objectief te meten of een interventie leidt tot minder bijplaatsingen is gebruikgemaakt van de Odds Ratio methodiek. De Odds Ratio is een methode waarmee in één getal duidelijk wordt hoe het aantal bijplaatsingen zich in relatieve zin heeft ontwikkeld. Als de Odds Ratio boven de waarde 1 ligt, is de situatie op de interventielocatie in relatieve zin verbeterd. Dan was er dus een verbetering die significant groter was dan de trend in heel Den Haag. Als de Odds Ratio onder de waarde 1 ligt, is de situatie op de interventielocatie in relatieve zin verslechterd. Er kan een afname van bijplaatsingen zijn geweest in absolute aantallen, maar die daling was dan minder groot dan gemiddeld in Den Haag.
Als de Odds Ratio precies 1 is, is er geen verschil tussen de ontwikkeling op de interventielocatie en de brede trend in Den Haag. In dat geval heeft de interventielocatie dus meegelift op de bredere trend. De subjectieve schone stoep Of een interventie tot een schone stoep leidt, is ook een kwestie van beleving. Dit noemen we de subjectieve schoonbeleving. Afhankelijk van hoe mensen naar hun eigen straat of buurt kijken, wordt een bijplaatsing of een vermindering daarvan wel of niet opgemerkt. Zo kan de beleving van een locatie met relatief veel bijplaatsingen voor de ene bewoner prima zijn, terwijl voor een andere bewoner een locatie met relatief weinig bijplaatsingen al als overlastlocatie wordt ervaren. De beleving van de bewoners van Den Haag en de gebruikers van de openbare ruimte is dus ook van belang bij de beoordeling. Voor de interventies: Jongeren als bewoners, Afvalvoorlichters, Visualisatie en Smart City Waste hebben we de beleving van de buurt in beeld gebracht. Aanvullende meetpunten voor twee van de vijf interventies Tot slot is per interventie bekeken of er specifieke meetpunten zijn die kunnen aanduiden of een interventie succesvol is. Voor de interventies Afvalvoorlichters en Smart City Waste is dat het geval. Bij de interventie Afvalvoorlichters kijken we of het aantal grofvuilafspraken en het aantal meldingen in de MyCleanCity-app zijn toegenomen.
De afvalvoorlichters hebben in de gevoerde gesprekken namelijk aandacht besteed aan de mogelijkheid tot het maken van een afspraak voor grofvuil en het maken van meldingen. Bij de interventie Smart City Waste kijken we ook naar de vulgraden van de containers en de ledigingsfrequentie van de containerlocatie. Bijplaatsing Een bijplaatsing is gedefinieerd als een zak, een doos of grofvuil. Bij het verwijderen van bijplaatsingen wordt het meest nabijgelegen adres opgeschreven. Vanaf dat adres wordt binnen een straal van 30 meter aan de hand van GPS-gegevens de dichtstbijzijnde container opgezocht. Het verwijderde afval wordt als bijplaatsing bij die container geregistreerd. Er ligt ook illegaal gedumpt vuil op straat dat verder dan 30 meter van een container is verwijderd. Dit wordt niet als bijplaatsing bij een container geregistreerd, maar er wordt wel op ingezet.
Pagina 6 van 21
4. Evaluatie interventie Jongeren als bewoners Omschrijving Hoe betrek je jongeren bij het onderwerp afval, zodat ze hun afval op de juiste wijze aanbieden? Dat is de kernvraag die met deze interventie is onderzocht. De doelgroep ‘jongeren’ is omvangrijk, dus is de keuze gemaakt om te focussen op studenten. De interventie is uitgevoerd in studentencomplexen van woningcorporatie Staedion, omdat met deze organisatie vaker wordt samengewerkt. Dit leidde ertoe dat er ook interventies zijn gedaan bij complexen met inpandige containerruimtes, terwijl het beheer hiervan geen verantwoordelijkheid is van de gemeente. Het hoofddoel van deze interventie was om te testen hoe jongeren kunnen worden gemotiveerd om hun afval op de juiste manier aan te bieden, dus is deze scheiding tussen de openbare ruimte en de inpandige ruimtes niet aangehouden. Uitvoering In overleg met Staedion is een selectie gemaakt van in totaal vijf studentencomplexen die voor deze interventie in aanmerking kwamen. De eerste actie is gestart bij het complex op de Asstraat (in Laak). Deze locatie heeft 109 woningen en een inpandige containerruimte. Hier werd door de studenten afval naast de containers gezet en vuilniszakken op de gangen achtergelaten. In overleg met de complexbeheerders is een plan bedacht: de containerruimte moest schoner, frisser en aantrekkelijker worden.
De studenten hadden daarnaast informatie nodig over hoe ze afval aan moeten bieden. De studenten zijn geïnterviewd over het thema afval en de uitkomsten hiervan zijn meegenomen in de uitvoering. Er zijn schilderingen aangebracht die een gevoel van thuis-zijn oproepen. De verwachting is dat een gevoel van verbinding met de eigen leefomgeving bijplaatsingen vermindert. De containerruimte is gereinigd en de rolcontainers van een particuliere inzameldienst zijn vervangen door rolcontainers van de Haagse Milieu Services (HMS). Staedion was zich niet bewust van het feit dat de inzameling van dit pand de verantwoordelijkheid was van de HMS. De vier restafvalrolcontainers zijn vervangen door twee restafvalrolcontainers en twee rolcontainers voor oud papier en karton. Want de studenten willen, zo bleek uit de gesprekken, graag afval scheiden. Ook is er een fotoshoot gedaan met studenten die het voorbeeldgedrag laten zien: “Zak in de container”. Van deze foto’s zijn posters gemaakt die zijn opgehangen in het complex. In de containerruimte zijn posters opgehangen met instructies over wat er in welke container mag. Het project is feestelijk afgesloten met een barbecue voor de studenten. Op de locatie Asstraat zijn acties gestart op de locaties: Rode Dorp (Centrum), Rijswijkseplein (Laak) en de Boomsluiterskade (Centrum). Op alle locaties zijn interviews gehouden met de studenten.
In het Rode Dorp bleek behoefte aan een hogere ledigingsfrequentie van de ondergrondse restafvalcontainers, snellere reparatie van diezelfde containers en meer communicatie over het aanbieden van afval, ook in het Engels. Daar zijn flyers voor gemaakt, waar beelden op staan van de studenten die in het complex wonen. Deze flyers zijn door de beheerder huis-aan-huis verspreid. De melding over het legen en repareren van de containers is doorgegeven aan de stadsdelen en vormt onderdeel van het reguliere werk. Op de Boomsluiterskade zijn, na de interviews, geen verdere acties uitgevoerd. De bijplaatsingen naast de ondergrondse containers voor het complex zijn vermoedelijk afkomstig van anderen dan de bewoners van de studentenflat. Op de locatie aan het Rijswijkseplein is volgens de beheerder behoefte aan andere inzamelmiddelen dan de rolcontainers. Deze rolcontainers, 26 stuks voor restafval, geven overlast op straat bij het ledigingsmoment: ze nemen veel ruimte in beslag en de kans op zwerfafval is groot. In de inpandige ruimte staan de rolcontainers vaak met deksel open (vanuit de gedachte dat de studenten zo sneller hun afval in de containers doen), waardoor er in de inpandige containerruimte muizen aanwezig zijn.
Het toch dichtdoen van de deksel van de rolcontainers of deze vervangen door een ander inzamelmiddel zijn mogelijke oplossingen voor de aanhoudende problematiek in dit complex. Vanuit het Actieplan Schone Stoep is deze casus overgedragen aan de Beleidsafdeling Stadsbeheer om verder te onderzoeken. Tot slot is er een interventie gestart op de locatie Lage Nieuwstraat (Centrum). Deze locatie heeft een inpandige containerruimte en er wordt afval naast de rolcontainers gezet en in de gangen achtergelaten. Een aanvullend probleem is dat er grofvuil op straat wordt gedumpt. Op de locatie Lage Nieuwstraat is met de
Pagina 7 van 21
gangoudsten gesproken en gevraagd naar de huidige situatie. Ook hier bleek een schonere en toegankelijkere containerruimte wenselijk. Meer informatie over het juist aanbieden van grofvuil, het delen van spullen of het doorverkopen van inboedel aan een nieuwe bewoners was erg gewenst. Er zijn posters gemaakt die zullen worden opgehangen in de liften, de gangen en in de containerruimtes. De containerruimtes zijn voorzien van muurschilderingen in het thema wereldklimaten en in dezelfde stijl worden in de binnentuinen minibibliotheken geplaatst. Objectieve schone stoep Van de vijf testlocaties zijn er twee (de Boomsluiterskade en het Rode Dorp) met ondergrondse containers. Op de Boomsluiterskade is zoals eerder aangegeven geen interventie ingezet. Bij de locatie het Rode Dorp is er meertalig gecommuniceerd over het aanbieden van afval en het melden van bijgeplaatst afval. Voor deze locatie is gemonitord in hoeverre dit effect had op het aantal bijplaatsingen. De locaties Asstraat, Lage Nieuwstraat en Rijswijkseplein hebben inpandige containerruimtes; hierbij is er dus ook geen sprake van bijplaatsingen bij een ondergrondse container. In en rondom het Rode Dorp is de interventie uitgevoerd bij drie ondergrondse containerlocaties in maart. Er is gekeken naar de data van de maanden februari en maart om te zien wat hiervan het effect was op het aantal bijplaatsingen.
Voor slechts één van de drie locaties heeft een significante vermindering van bijplaatsingen opgetreden in maart. In die maand was de situatie op die locatie in relatieve zin verbeterd ten opzichte van heel Den Haag. Bij de andere twee locaties was het aantal bijplaatsingen in relatieve zin hoger ten opzichte van de trend in heel Den Haag. Hieruit kan worden afgeleid dat het verstrekken van meertalige communicatie op deze locaties niet heeft geleid tot minder bijplaatsingen. Subjectieve schone stoep We evalueren de interventies op de locaties Asstraat en Lage Nieuwstraat aan de hand van de reacties van de studenten en de complexbeheerders. Voor beide complexen geven de beheerders aan dat de situatie is verbeterd. Tijdens de interventie, direct erna en een aantal weken later ligt er minder afval naast de rolcontainers en staan er minder zakken in de gangen. Er zijn nog wel bijplaatsingen in de containerruimte, maar daar acteren de beheerders snel en daadkrachtig tegen op door snel op te ruimen en indien nodig handhavend op te treden. Tijdens de afsluitende bijeenkomst in de Asstraat is aan de aanwezige studenten gevraagd een enquête in te vullen. Twaalf van de circa twintig studenten hebben deze ingevuld. De studenten vinden de containerruimte frisser, de communicatie-uitingen duidelijk en de schilderingen mooi.
De vermindering in het aantal restafvalrolcontainers vindt iedereen positief en tien van de twaalf studenten zeggen de containers voor oud papier en karton te gebruiken. Het schoonmaken van de containerruimte is de meeste studenten opgevallen en de posters worden als ‘goed’ ervaren. Financiën Het budget voor deze interventie was 35.000 euro. In totaal is er iets meer dan 20.000 euro besteed. De interventie is binnen budget afgesloten. Het resterende bedrag op deze interventie is 15.000 euro. Arbeidsintensiviteit Deze interventie is arbeidsintensief voor zowel de gemeente als woningcorporatie Staedion. Naast de contacten met complexbeheerders is de gemeente betrokken bij de gesprekken met de studenten, om te achterhalen wat nodig is om de bijplaatsingen te verminderen. De uitvoering zelf vroeg een actieve en coördinerende rol vanuit de gemeente. Bij de complexen van de woningcorporatie gebeurt veel in korte tijd; er komen meerdere organisaties langs om acties uit te voeren, wat nauw overleg met partners vereist. Een betrokken beheerder is daarom essentieel om de interventie van de grond te krijgen. Er is niet alleen bereidheid nodig om bijplaatsingen aan te pakken, maar ook tijd om naast het bestaande werk te investeren in kennis over de afvalproblematiek en het scheiden van afval.
Pagina 8 van 21
Freshstations Tijdens de interventie Jongeren als bewoners ontstond de mogelijkheid om nog een pilot uit te voeren. De gemeente wilde Freshstations voor bioafval testen en de studenten in de Asstraat gaven aan afval te willen scheiden. De Freshstations zijn na afronding van de interventie in het kader van Actieplan Schone Stoep geplaatst om de resultaten van die interventie niet te beïnvloeden. Conclusie Samen met Staedion is getest hoe studenten betrokken kunnen worden bij het onderwerp afval met als doel hen te stimuleren om afval op de juiste manier aan te bieden. De uitvoering is conform planning verlopen. We hebben geleerd dat het waardevol is om studenten goede informatie, voorzieningen om afval te scheiden en een thuisgevoel te geven. Op deze manier voelen studenten zich sneller gemotiveerd om hun afval volgens de regels aan te bieden. Op de locaties Asstraat en Lage Nieuwstraat, waar de containerruimtes zijn opgeknapt en er meer is ingezet op communicatie, geven de beheerders en studenten aan dat de interventies succesvol waren. De interventie was arbeidsintensief en kostte per locatie circa 9.000 euro. De bijplaatsingen naast de rolcontainers in de inpandige ruimtes zijn verminderd, maar niet verdwenen. Bij de locatie het Rode Dorp, waar alleen meertalige communicatie is ingezet, laat de data zien dat het aantal bijplaatsingen niet is verminderd.
Samenvatting interventie en resultaten per locatie Locatie
Soort inzamelmiddel
Interventie
Kosten
Asstraat (Laak)
Rolcontainers in inpandige ruimte
Opfrissen containerruimte, inzet communicatie
Circa 9.000 euro
Boomsluiterskade (Centrum)
Ondergrondse containerlocatie in openbare ruimte
-
-
Lage Nieuwstraat (Centrum)
Rolcontainers in inpandige ruimtes
Geen, bijplaatsingen zijn vermoedelijk niet afkomstig van de studenten Opfrissen containerruimte, inzet communicatie
Circa 9.000 euro
-
Rijswijkseplein (Laak)
Rolcontainers in inpandige ruimte
-
-
Rode Dorp (Centrum)
Ondergrondse containerlocaties in openbare ruimte
Geen, onderzoek naar inzet ander inzamelmiddel via regulier werk Inzet communicatie
Circa 2.000 euro
Voor vrijwel alle gemeten maanden is er een hoger aantal bijplaatsingen dan de gemiddelde trend in Den Haag
Pagina 9 van 21
Objectieve schone stoep -
Subjectieve schone stoep Bijplaatsingen in de inpandige ruimtes zijn minder maar niet weg -
Bijplaatsingen in de inpandige ruimtes zijn minder maar niet weg -
-
5. Evaluatie interventie Gebiedsgerichte aanpak Omschrijving Het idee van een Gebiedsgerichte aanpak is om in korte tijd, met veel verschillende soorten organisaties en met veel verschillende soorten acties, reuring op een locatie te creëren om zo het aantal bijplaatsingen af te laten nemen. We schudden de buurt wakker en betrekken hen bij het vraagstuk. Het op de juiste manier aanbieden van afval wordt onder de aandacht gebracht en tegelijkertijd biedt deze interventie de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan over een schone buurt. Uitvoering Van 7 tot 13 maart 2022 is de Gebiedsgerichte aanpak ingezet op de ondergrondse containerlocatie de Rade in Stadsdeel Escamp. Gastheren en gastvrouwen van Stichting Aardewerk hebben buurtbewoners ontvangen en op een aantal momenten is een loempiakar ingezet. Afvalvoorlichters van een extern bureau hebben mensen informatie gegeven over het aanbieden van afval met een meertalige afvalflyer. Er zijn bloembakken geplaatst naast de ondergrondse containerlocatie. Er hebben twee dagen lang wagens van HMS en de kringloopwinkel gestaan om grofvuil en kringloopgoederen in te nemen. Tot slot is de omgeving extra gereinigd. Het plan was om de actie te herhalen in de stadsdelen Centrum en Laak.
Tijdens de evaluatie van de actie op de Rade zijn echter dermate veel organisatorische, communicatieve en logistieke knelpunten naar voren gekomen dat is besloten de actie niet in dezelfde vorm te herhalen. Objectieve schone stoep Voor deze interventie is de ontwikkeling in bijplaatsingen bijgehouden voor één ondergrondse containerlocatie. In de maand februari, de maand voorafgaand aan de interventie, kende de locatie een sterke relatieve verbetering in het aantal bijplaatsingen ten opzichte van de trend in Den Haag. In de maand van de interventie zelf was er vrijwel geen verschil met de algehele trend in Den Haag. In de maand na de interventie was er zelfs een relatieve verslechtering van het aantal bijplaatsingen. Hieruit kan afgeleid worden dat de Gebiedsgerichte aanpak niet heeft geleid tot een significante vermindering van bijplaatsingen. Subjectieve schone stoep De partijen die mee hebben gedaan met de Gebiedsgerichte aanpak geven aan niet te merken dat de bijplaatsingen bij de containerlocatie de Rade zijn afgenomen. In de week na de actieweek zijn er bijplaatsingen waargenomen. De gecombineerde actie werd niet als positief ervaren. De partijen konden niet allemaal tegelijkertijd aanwezig zijn, waardoor de benodigde samenhang ontbrak. Financiën Het budget voor deze interventie was 70.000 euro. Aan de actie in de Rade is circa 15.000 euro besteed.
Een deel van het resterende budget, 20.000 euro, is besteed aan een proef met de kartonhulp van YES!Delft2. De locaties voor deze proef zijn geselecteerd in de focusstadsdelen. Naar verwachting zijn de eerste resultaten hiervan bekend in april. YES!Delft: Techlab fase 4 kartonhulp De kartonhulp is een hulpmiddel op het inzamelpunt waarmee burgers hun karton kunnen insnijden zodat het makkelijk te scheuren is en in de container past.
Arbeidsintensiviteit Het organiseren van de Gebiedsgerichte aanpak is arbeidsintensief. De interventie vereist met name inzet van een projectleider van de gemeente die alle partijen bij elkaar brengt; van de betrokken milieubeheerder die op locatie alle praktische zaken organiseert tot de communicatieadviseur die ruchtbaarheid geeft aan de interventie. Verschillende acties moeten worden georganiseerd, verschillende belanghebbenden vanuit de 2
YES!Delft (Young Entrepreneurs Society Delft) is een incubator voor start-ups, gevestigd in Delft. De organisatie is opgericht en wordt ondersteund door de TU Delft. https://www.yesdelft.com/
Pagina 10 van 21
gemeentelijke organisatie, maar vooral ook externe partners moeten betrokken en geïnformeerd worden. Voor de uitvoering van de Gebiedsgerichte aanpak is voldoende organisatiecapaciteit absolute noodzaak. Conclusie We hebben getest of met een Gebiedsgerichte aanpak bijplaatsingen kunnen worden voorkomen. We hebben geleerd dat een dergelijke actie niet eenvoudig op te zetten en te coördineren is. De investering in tijd (hoge arbeidsintensiviteit) en geld (15.000 euro voor één locatie) bleken niet op te wegen tegen het gerealiseerde effect. De bijplaatsingen op de testlocatie zijn gedurende de interventie nauwelijks veranderd. Na de interventie was er zelfs een relatieve verslechtering in het aantal bijplaatsingen waarneembaar.
Pagina 11 van 21
6. Evaluatie interventie Afvalvoorlichters Omschrijving De insteek van de interventie Afvalvoorlichters was het verminderen van bijplaatsingen door persoonlijk contact op straat met de gebruikers van de ondergrondse containerlocaties. Uitvoering Zoals de naam aangeeft, zijn afvalvoorlichters mensen die voorlichting geven over afval. Afvalvoorlichters van een extern bureau zijn gedurende 13 weken de wijken ingegaan om met omwonenden en gebruikers van ondergrondse containers te spreken. De inzet is verdeeld over de stadsdelen Centrum, Escamp en Laak. Er is gekeken naar een effectieve inzet per locatie, zodat er ook een reële kans was dat gesprekken met de afvalvoorlichters tot minder bijplaatsingen zouden leiden. Om te zorgen voor kwalitatief goede gesprekken hebben de afvalvoorlichters geen quotum van te voeren gesprekken meegekregen. De afvalvoorlichters zijn half maart gestart in Laak (43 locaties). In april hebben ze Escamp (199 locaties) bezocht en van eind april tot eind mei zijn de afvalvoorlichters in het Centrum (124 locaties) actief geweest. In totaal zijn de afvalvoorlichters 1.272 uur ingezet, verdeeld over 366 locaties. Gemiddeld is dat 1,5 uur aanwezigheid van twee afvalvoorlichters per locatie. Daarbij was de inzet in uren op een locatie afhankelijk van het aantal voorbijgangers en het aantal mensen dat vervolgens het gesprek wilde aangaan.
In een app-groep hebben de afvalvoorlichters per stadsdeel de feedback van bewoners bijgehouden. Deze feedback is gedeeld met milieubeheer zodat zij hierop actie konden ondernemen. Inzet op alleen de vooraf geselecteerde locaties bleek lastig. Voorbijgangers bepalen natuurlijk zelf over welke containerlocatie ze informatie of tips delen. In de praktijk bleken dat vaak de ondergrondse containers te zijn die de meeste overlast veroorzaken.
Objectieve schone stoep De effectiviteit van de inzet van de afvalvoorlichters meten we aan de hand van drie soorten data: de ontwikkeling van het aantal bijplaatsingen (middels de Odds Ratio methodiek), het aantal gemaakte grofvuilafspraken en het aantal mensen dat een melding maakt van een bijplaatsing via de MyCleanCity-app. In elk stadsdeel zijn tien representatieve ondergrondse containerlocaties geselecteerd om de ontwikkeling in bijplaatsingen te kunnen volgen. Per stadsdeel zijn steeds twee maanden geselecteerd: de maand waarin de afvalvoorlichters actief waren en de maand erna. In de tabel hieronder staat per maand en per stadsdeel een overzicht van de ontwikkelingen in bijplaatsingen. Stadsdeel
Maand afvalvoorlichters actief aanwezig
Maand afvalvoorlichters niet aanwezig
ORAC-locaties met relatieve verbetering bijplaatsingen
ORAC-locaties met relatieve verslechtering bijplaatsingen
Te weinig meetpunten om een betrouwbare uitspraak te doen over de ontwikkeling van bijplaatsingen
ORAC-locaties met relatieve verbetering bijplaatsingen
Laak
7
1
2
3
5
2
Escamp
3
1
6
2
4
4
Centrum
4
1
5
2
6
2
Totaal
14
3
13
7
15
8
ORAC-locaties met relatieve verslechtering bijplaatsingen
Te weinig meetpunten om een betrouwbare uitspraak te doen over de ontwikkeling van bijplaatsingen
Op basis van de data kan gesteld worden dat de inzet van de afvalvoorlichters voornamelijk leidt tot een relatieve verbetering in de maand dat de afvalvoorlichters actief zijn. Bij 14 van de 30 ORAC-locaties is er een verbetering die significant groter was dan de trend in Den Haag. Dit effect neemt echter sterk af in de maand
Pagina 12 van 21
nadat de afvalvoorlichters actief zijn geweest. In die maand zien we in slechts 7 van de 30 locaties een relatieve verbetering, terwijl bij 15 locaties een verslechtering van het aantal bijplaatsingen is opgetreden die significant groter is dan de trend in Den Haag. We zien tijdens en direct na de inzet van de afvalvoorlichters in de stadsdelen Laak en Centrum een toename van het aantal gemaakte grofvuilafspraken ten opzichte van het jaar ervoor. De toename is 10% in het Centrum en 8% in Laak. De algemene trend voor de andere stadsdelen in Den Haag is lager (resp. 4% en 1%). In Escamp is het aantal meldingen vrijwel gelijk aan het jaar ervoor terwijl de trend in diezelfde weken in de rest van Den Haag juist sterker is afgenomen (-3%). Grofvuil afspraken per stadsdeel
Laak (week 11 t/m 13) Escamp (week 13 t/m 16) Centrum (week 17 t/m 20)
2021
2022
534
Grofvuil afspraken rest van Den Haag 2021
2022
576
Toe- en/of afname in procent 8%
3278
3299
Toe- en/of afname in procent 1%
2473
2471
-0,1%
2534
2464
-3%
1673
1838
10%
3127
3261
4%
Bij de meldingen in de MyCleanCity-app valt op dat er in twee stadsdelen (Escamp en Centrum) een afname waarneembaar is in de maand dat de afvalvoorlichters actief waren. Daarna neemt het aantal meldingen in Escamp licht toe en in Centrum neemt het aantal meldingen in de maand na de interventie juist af (van 457 naar 440). In Laak is er juist een sterke groei (121%) te zien ten opzichte van een maand voordat de afvalvoorlichters actief waren. Deze groei zet, in beperkte mate, door in de maand na afronding van deze interventie. Er lijkt geen eenduidige trend waarneembaar te zijn in de toe- of afname van het aantal gemaakte meldingen in de MyCleanCity-app. De verschillen tussen de stadsdelen zijn op grond van de beschikbare informatie onverklaarbaar. Stadsdeel
Maand voorafgaand aan actieve aanwezigheid afvalvoorlichters
Maand afvalvoorlichters actief aanwezig
Maand afvalvoorlichters niet aanwezig
Laak
168
372
420
Escamp
510
420
444
Centrum
690
457
440
Totaal
1368
1249
Subjectieve schone stoep De afvalvoorlichters geven aan positief ontvangen te zijn door bewoners. Er zijn nuttige gesprekken gevoerd waarin kennis is gedeeld en informatie is uitgewisseld. De mensen die het gesprek aan wilden gaan, wisten vaak al hoe ze hun afval aan moeten bieden. Samen met bewoners is soms de MyCleanCity-app geïnstalleerd, zodat mensen zelf bijplaatsingen kunnen melden. Ook is er gesproken over de inzet en aanpak van de gemeente. Mensen bleken vaak niet te weten wat de gemeente al doet om bijplaatsingen aan te pakken. De flyer over het aanbieden van afval, die in meerdere talen beschikbaar was, werd goed ontvangen. Voor de herkenbaarheid hadden de voorlichters speciale jassen en hesjes aan. Als medewerkers van de gemeente met kennis van de wijk meelopen met de afvalvoorlichters kan dit helpen bij de gesprekken op straat. Uiteraard is een goede briefing nodig over de stad Den Haag en de onderwerpen afval en schoon wanneer externe afvalvoorlichters worden ingezet. Financiën Het budget voor deze interventie was 70.000 euro. De kosten bleken lager te zijn dan verwacht door een lager uurtarief van de afvalvoorlichters en omdat de verwachte extra ondersteuning niet nodig bleek te zijn. In totaal is er, inclusief de inzet van communicatie, circa 35.000 euro geboekt op deze interventie.
Pagina 13 van 21
Arbeidsintensiviteit Deze interventie is arbeidsintensief omdat mensen fysiek op straat het gesprek aangaan met bewoners. Als de afvalvoorlichters ingehuurd worden via een extern bureau, beperkt de inzet vanuit de gemeente zich tot het voorbereiden van de actie en het afstemmen met het bureau. Zodra de afvalvoorlichters de straat opgaan moet een contactpersoon vanuit de gemeente beschikbaar zijn als aanspreekpunt. Conclusie Het inzetten van afvalvoorlichters is op basis van de reacties van bewoners waardevol gebleken. Er bestond een informatiebehoefte en de afvalvoorlichters konden voldoende informatie delen. De inzet van de afvalvoorlichters leidt voornamelijk tot een relatieve verbetering in de maand waarin ze actief zijn. Dit effect neemt echter sterk af in de daaropvolgende maand. Ten opzichte van een jaar eerder zijn er aanzienlijk meer grofvuilafspraken gemaakt (8% en 10%). Er is geen eenduidige conclusie te trekken over het aantal meldingen via de MyCleanCity-app. De interventie heeft een groot bereik gehad, was arbeidsintensief, maar blijkt wel goed aan te sluiten op een behoefte in de wijken (subjectieve schone stoep). De kosten lijken passend bij de inzet, maar waren voor de interventie relatief hoog omdat er sprake was van externe inhuur.
Pagina 14 van 21
7. Evaluatie interventie Visualisatie Omschrijving Bij de interventie Visualisatie zijn visuele prikkels op, bij en rondom de containerlocatie aangebracht, om de aandacht te trekken van omwonenden en het gewenste afval-aanbiedgedrag te stimuleren. Voor deze interventie is gebruikgemaakt van de kennis en expertise van gedragsbureau D&B. Uitvoering Het bureau D&B heeft op basis van kennis uit de stadsdelen en veldwerk bij ondergrondse restafvalcontainers, locaties geselecteerd waar een visuele interventie zou kunnen helpen om bijplaatsingen te voorkomen. Per stadsdeel zijn zes locaties geselecteerd. Dit zijn zowel locaties waar de overlast van grofvuil het grootst is, als waar voornamelijk papier en karton wordt bijgeplaatst. Er is gekozen voor een pakket aan visuele maatregelen bestaande uit gronduitingen, containerstickers en feedbackstickers voor op het bijgeplaatste afval. De middelen zijn vervolgens ontwikkeld in de gemeentelijke huisstijl. Gedurende de voorbereidingen voor deze interventie werd in Laak in dezelfde periode een andere actie gestart waarbij er extra opruim- en schoonmaakcapaciteit in het stadsdeel werd ingezet. De interventie Visualisatie is daarom in Laak stopgezet. De effecten zouden namelijk niet langer te herleiden zijn tot de interventie. Er zijn in de andere twee focusstadsdelen nieuwe locaties gezocht voor deze interventie.
Begin september zijn de gronduitingen aangebracht en zijn de stickers op de containers geplakt. Begin november zijn deze uitingen weer verwijderd. In de periode begin september tot en met begin november is ten behoeve van deze interventie een andere werkwijze gehanteerd voor het opruimen van bijplaatsingen. HMS heeft iedere ochtend alle geselecteerde locaties bezocht en op bijgeplaatst afval een feedbacksticker geplakt 3. Deze stickers geven aan dat het afval is gezien en dat bijplaatsen niet de bedoeling is. Het afval bleef daarna een paar uur staan, zodat buurtbewoners de stickers zouden zien. Aan het einde van de dagelijkse opruimronde werden de bijplaatsingen verwijderd. De testlocaties:
Grofvuil Papier en karton
3
Centrum Smitstraat, Schepersstraat Zusterstraat (2 locaties), Van Goghstraat (2 locaties)
Escamp Steenzicht, Hardenbroekstraat, Harderwijkstraat, Nunspeetlaan Bellamystraat, Ootmarsumstraat
Er zijn geen stickers op vuilniszakken geplakt om te voorkomen dat er niet handhavend opgetreden zou kunnen worden.
Pagina 15 van 21
Objectieve schone stoep De interventie Visualisatie is op 12 locaties getest. In onderstaande tabel is aangeven in hoeveel gevallen de situatie wat betreft het aantal bijplaatsingen relatief is verbeterd of verslechterd. Looptijd interventie visualisatie (2 maanden)
Maand na looptijd interventie visualisatie
ORAC-locaties met relatieve verbetering bijplaatsingen
ORAC-locaties met relatieve verslechtering bijplaatsingen
Te weinig meetpunten om een betrouwbare uitspraak te doen over de ontwikkeling van bijplaatsingen
ORAC-locaties met relatieve verbetering bijplaatsingen
Grofvuil
4
4
0
3
1
0
Papier en Karton CENTRUM
0
2
0
0
1
0
Grofvuil
4
0
0
1
0
1
Papier en Karton Totaal
4
2
2
3
1
0
12
8
2
7
3
1
ORAC-locaties met relatieve verslechtering bijplaatsingen
Te weinig meetpunten om een betrouwbare uitspraak te doen over de ontwikkeling van bijplaatsingen
ESCAMP
Gedurende de looptijd van de interventie is er in Escamp een wisselvallig beeld te zien op de locaties waar de overlast van grofvuil het grootst was. In de maand na de interventie is voor de grofvuil overlastlocaties voor drie van de vier locaties een relatieve verbetering in bijplaatsingen waarneembaar. Bij de locaties met veel overlast van papier en karton is zowel tijdens als na de looptijd een verslechtering van het aantal bijplaatsingen te zien. In het Centrum is gedurende de looptijd van de interventie een overwegend positieve ontwikkeling te zien voor de locaties waar veel overlast was van grofvuil en papier en karton. In de maand na de interventie blijft dit positieve beeld overeind. In het algemeen valt op dat de interventie Visualisatie in het Centrum effectiever is geweest dan in Escamp. Of er specifieke locatiefactoren zijn die daaraan hebben bijgedragen is niet duidelijk. Subjectieve schone stoep – beleving omwonenden Om de beleving van omwonenden te meten, heeft een extern bureau belevingsenquêtes afgenomen. Het bureau heeft bij bijna 2000 woningen aangebeld. In totaal hebben 179 mensen de enquête ingevuld, een respons van 9% (in 62% van de gevallen was er geen gehoor; 20% gaf aan niet deel te willen nemen; 8% sprak geen Nederlands; ongeveer 1% had geen tijd om mee te doen). Uit de resultaten van de ingevulde enquêtes blijkt dat: • 42% de actie heeft gezien.
Zij zagen met name de containerstickers. De feedbackstickers zijn het minst opgevallen. • 7% gaf aan de actie met buren besproken te hebben. • Het gemiddelde rapportcijfer voor de interventie was een 5,6. • 61% gaf aan bij een volle container naar een andere containerlocatie te lopen. o 30% nam bij een volle container het afval mee naar huis. o 8,3% zet bij een volle container het afval naast de containers. • 35% vond de stoepcommunicatie niet sterk. o 38% vond de uitstraling niet sterk. o 39% vond de effectiviteit niet sterk. o 5,2 was het gemiddelde rapportcijfer voor de stoepcommunicatie. • 54% vond de boodschap op de containersticker sterk.
Pagina 16 van 21
•
•
o 53% vond de uitstraling sterk. o 36% vond de effectiviteit sterk. o 6,1 was het gemiddelde rapportcijfer voor de containersticker. 46% vond de boodschap op de feedbacksticker sterk. o 40% vond de uitstraling sterk. o 28% vond de effectiviteit sterk en 32% niet. o 5,5 was het gemiddelde rapportcijfer voor de feedbacksticker. De tips vanuit bewoners betroffen andersoortige interventies, zoals het plaatsen van camera’s of plantenbakken, het plaatsen van meer containers en het vaker legen, de inzet van meertalige communicatie en het gebruiken van een pedaalemmermodel zodat de container met de voet geopend kan worden.
Subjectieve schone stoep – beleving uitvoerende partijen Het plakken van de stickers en later op de dag opruimen van bijplaatsingen bleek goed uitvoerbaar. Het inpassen in het bestaande werk was geen probleem. De uitvoerende partijen gaven aan dat de stoepcommunicatie niet opviel en de stickers op de containers wel. Bij het plakken van de feedbackstickers werden ze gezien door de buurt. Bewoners leken er echter geen boodschap aan te hebben. In de middag vonden ze doorgaans meer afval naast de containers dan in de ochtend. In Escamp was de Ootmarsumstraat volgens de uitvoerende partijen het schoonste. Het effect van oplettende bewoners en nieuwbouw is daar merkbaar. Financiën Het budget voor deze interventie was aanvankelijk 35.000 euro. Dit budget was een schatting. In totaal is er circa 61.500 euro besteed, waarvan ongeveer 22.000 euro aan het gedragsbureau, 30.000 euro aan de middelen (inclusief de inzet daarvan) en het restant aan de belevingsenquête. De extra kosten zijn gedekt binnen het Actieplan, aangezien andere interventies minder hebben gekost dan was begroot. Arbeidsintensiviteit De interventie Visualisatie was zowel in de voorbereidingsfase als in de uitvoeringsfase arbeidsintensief. In de voorbereidingsfase is samen met het gedragsbureau en met de milieubeheerders onderzoek gedaan naar geschikte testlocaties.
In de voorbereidingsfase hebben de gemeentelijke projectleider en de communicatieadviseur diverse overleggen met het gedragsbureau gehad over de juiste invulling van de interventie. In de uitvoeringsfase is er vooral door de uitvoerende partijen tijd geïnvesteerd om de feedbackstickers te plakken en de bevindingen te registreren. De arbeidsintensiviteit zou bij verdere invoering in de gemeente minder zijn, omdat het vooronderzoek en het ontwerpen van de middelen al is uitgevoerd. Conclusie Op 12 locaties is de interventie Visualisatie getest. Deze bestond uit stoepcommunicatie, containerstickers en het plakken van feedbackstickers op bijgeplaatst grofvuil en kartonnen dozen. De ontwikkeling van bijplaatsingen op de locaties van de interventies laat een wisselend beeld zien. Het effect van de interventie op de bijplaatsingen is bijvoorbeeld sterker in het Centrum dan in Escamp. Omwonenden gaven de interventie gemiddeld een 5,6. De containersticker was het best scorende onderdeel met een gemiddeld cijfer van een 6,1. Dit middel is het meest opgevallen bij de mensen die de enquête hebben ingevuld (respons van 9%). Het bedenken, voorbereiden en uitvoeren van de interventie was arbeidsintensief. De werkzaamheden waren goed inpasbaar in de bestaande werkprocessen van HMS en het HWB.
De uitvoerende partijen hebben niet gemerkt dat de interventie Visualisatie leidt tot minder bijplaatsingen. De kosten voor deze interventie bedroegen circa 61.500 euro.
Pagina 17 van 21
8. Evaluatie interventie Smart City Waste Omschrijving Het uitgangspunt van de interventie Smart City Waste 4 was om het aantal bijplaatsingen te verminderen door gebruik te maken van slimme functionaliteiten. Diverse mogelijkheden zijn besproken met marktpartijen, zoals het groen laten oplichten van een container wanneer deze nog capaciteit heeft en het scannen van een QRcode op een container om de gebruiker te voorzien van informatie. Dit bleek voor de gemeente Den Haag binnen de looptijd van dit actieplan niet realiseerbaar. Onze ondergrondse containers zijn niet geschikt voor de onderzochte Smart City Waste technologieën en zelf ontwikkelen zou kostbaar zijn en een lange doorlooptijd kennen. In overleg met HMS ontstond vervolgens het idee om de data te gebruiken op basis waarvan HMS containers op een route zet om ze te legen. Uitvoering Met de data van HMS is een top tien gemaakt van locaties met drie of meer containers waarvan één container structureel een lage vulgraad kent. Dat is een container die minder vaak gebruikt wordt dan andere containers, deze container vult zich dus minder snel met afval. We noemen dit de ‘vergeten container’. De HMS leegt op de gemiddelde vulgraad van een containerlocatie, waardoor de locatie pas op de route komt te staan wanneer deze oploopt richting 80%.
Door één container van het cluster te verwijderen, stijgt de gemiddelde vulgraad van de locatie sneller en komt de locatie eerder op de routelijst van HMS te staan. De gedachte is dat bijplaatsingen voorkomen kunnen worden, omdat de containers waar bewoners kennelijk het meest gebruik van maken, eerder worden geleegd. Veldonderzoek leverde (binnen de top tien) zeven vergeten ondergrondse containers op die tijdelijk verwijderd konden worden. Onderstaand staan de zeven locaties beschreven met een uitleg over de vergeten container. Bij elk van de hieronder beschreven locaties is geobserveerd. Zo kon worden gekeken waarom de betreffende container op de locatie vaker ‘vergeten’ wordt. Vervolgens is de keuze gemaakt om die container tijdelijk te verwijderen. •
•
•
•
•
Bothastraat: op deze locatie staan drie ondergrondse containers. De vergeten container is de middelste container op rij. Deze container wordt naar verwachting minder gebruikt omdat de andere containers dichter bij de ingangen van de woningen links en rechts liggen. De middelste container is tijdelijk verwijderd. Dalverveenstraat: op deze locatie staan drie ondergrondse containers. De vergeten container kon bij het veldonderzoek niet geduid worden, omdat de containers recent vervangen waren. De eerste container op rij, gezien vanuit de zijstraat, is verwijderd. Hertenrade: op deze locatie staan vier ondergrondse containers. De vergeten container is de derde container op rij. Deze container wordt naar verwachting minder gebruikt omdat de andere drie containers dichter bij de ingangen van de woonblokken staan. Om een compacte containerlocatie te creëren, is de laatste container op de rij (naar de zijstraat toe) verwijderd. Loosduinsekade: op deze locatie staan drie ondergrondse containers. De vergeten container is de middelste container op rij. Deze container wordt naar verwachting minder gebruikt omdat de andere containers dichter bij de ingangen van de woningen links en rechts liggen. De middelste container is tijdelijk verwijderd. Sirtemastraat: op deze locatie staan vijf ondergrondse containers.
De vergeten container bleek de container die het verste van de ingang van de flat verwijderd was. Deze container stond onder een boom, was viezer en wordt daardoor naar verwachting minder gebruikt. Deze container is als onderdeel van deze interventie tijdelijk verwijderd.
4
Smart Cities zijn steden die slimme oplossingen inzetten om de leefbaarheid, duurzaamheid, bereikbaarheid, welzijn en economische ontwikkeling te vergroten. Die slimme oplossingen maken veelal gebruik van digitalisering, technische innovatie en data.
Pagina 18 van 21
•
•
Van Ostadestraat (374): op deze locatie staan drie ondergrondse containers. De vergeten container is de middelste container op rij. Deze container wordt naar verwachting minder gebruikt omdat de andere containers dichter bij de ingangen van de woonblokken liggen. Om een compacte containerlocatie te creëren is de laatste container in deze rij (naar de zijstraat toe) verwijderd. Van Ostadestraat (391): gelijk aan Van Ostadestraat 374.
De ondergrondse containers zijn in de eerste week van september verwijderd. In de eerste week van december zijn de containers weer teruggeplaatst. Omwonenden zijn vooraf met een brief geïnformeerd over het doel en de looptijd van de interventie. Ze zijn ook uitgenodigd om hun ervaringen te delen. De gemeente heeft een aantal bevindingen en foto’s ontvangen. Eind november is daarnaast een team langs de deuren gegaan om bewoners te vragen naar hun feedback. Objectieve schone stoep Voor de zeven locaties is voor de maanden september, oktober en november berekend in hoeverre er een relatieve verbetering of verslechtering is gerealiseerd in het aantal bijplaatsingen. Er is gemeten tijdens de looptijd van de interventie. Gedurende de interventie is te zien dat er met name in stadsdeel Centrum vaker een relatieve verbetering dan een verslechtering van het aantal bijplaatsingen plaatsvindt bij de ORAC-locaties. In Escamp is de trend minder positief. De ontwikkeling van het aantal bijplaatsingen laat daar een wisselvallig beeld zien waarbij op slechts twee van de zes meetpunten een relatieve verbetering heeft plaatsgevonden. Looptijd interventie Smart City Waste (3 maanden) ORAC-locaties met relatieve verbetering bijplaatsingen
ORAC-locaties met relatieve verslechtering bijplaatsingen
Te weinig meetpunten om een betrouwbare uitspraak te doen over de ontwikkeling van bijplaatsingen
Dalerveenstraat
1
2
0
Hertenrade
1
2
0
Bothastraat
3
0
0
Loosduinsekade
2
0
1
Sirtemastraat
0
0
3
Van Ostadestraat (347)
2
1
0
Van Ostadestraat (391)
3
0
0
Totaal Centrum en Escamp
12
5
4
ESCAMP
CENTRUM
Subjectieve schone stoep Om de beleving van omwonenden te meten, heeft een extern bureau belevingsenquêtes afgenomen. Er is met 188 van de 735 betrokken huishoudens gesproken (respons van 26%). Hieruit blijkt dat: • 69% aangeeft de brief over de interventie ontvangen te hebben; • 68% aangeeft de brief over de interventie gelezen te hebben; • 82% de interventie heeft opgemerkt; • 61% de containers meerdere keren per week gebruikt; • 51% aangeeft het afval altijd kwijt te kunnen; • 37% aangeeft meestal bijplaatsingen aan te treffen (3 op de 4 keer) en 24% van de mensen aangeeft regelmatig bijplaatsingen aan te treffen (50% van de keren dat ze een containerlocatie bezoeken); • 52% neemt het afval mee naar huis als de container vol of stuk is en 41% van de mensen gaat naar een andere container; • 66% van de mensen controleert of de container vol of stuk is; • 79% van de mensen vindt de interventie niet effectief, want het aantal bijplaatsingen leek hetzelfde of hoger dan voorheen (42%);
Pagina 19 van 21
•
De tips vanuit bewoners waren min of meer gelijk aan die zijn gegeven bij de enquête over de interventie Visualisatie.
Financiën Het beschikbare budget voor deze interventie was 35.000 euro. De belevingsenquête is uitgevoerd door een extern bureau en kostte 4.670 euro. Het verwijderen en terugplaatsen van de containers kostte 2.000 euro. Het informeren van de bewoners met een brief kostte circa 110 euro. De totale uitgaven, van circa 6.780 euro, vallen daarmee ruim binnen het geraamde budget. Arbeidsintensiviteit Deze interventie had een middelmatige arbeidsintensiviteit. Er is gebruikgemaakt van data om een selectie te maken van ondergrondse containerlocaties. Deze locaties zijn vervolgens bezocht om te achterhalen waarom de betreffende container vergeten wordt. Ook werd zo bepaald welke container het beste tijdelijk zou kunnen worden verwijderd. Verdere afstemming over het verwijderen van de ondergrondse containers was nodig met de afdeling van de gemeente verantwoordelijk voor het plaatsen van containers en met de aannemer die het werk uitvoert. De belevingsenquête is door een extern bureau uitgevoerd. Conclusie Verschillende Smart City Waste technologieën konden niet worden toegepast in Den Haag. Samen met HMS is daarom gekozen voor een interventie waarmee op basis van data wordt geprobeerd het aantal bijplaatsingen te verminderen. Zeven ‘vergeten’ ondergrondse containers zijn gedurende drie maanden verwijderd. De ledigingsfrequentie op de locaties is hierdoor iets toegenomen.
Met name in stadsdeel Centrum is een positief effect waarneembaar op het aantal bijplaatsingen. De belevingsenquête wijst uit dat mensen van mening zijn dat de bijplaatsingen niet zijn afgenomen. Deze interventie was middelmatig arbeidsintensief en de kosten vielen binnen het budget.
Pagina 20 van 21
9. Overige bevindingen In het tweede actiejaar hebben we, net als in het eerste actiejaar, zes interventies getest. In de hoofdstukken drie tot en met acht zijn de bevindingen per interventie weergegeven. De bevindingen zijn objectief (data) en subjectief (beleving van betrokkenen) en gaan over het effect van een interventie, de kosten en de arbeidsintensiviteit. In dit hoofdstuk worden de overige noemenswaardige bevindingen gedeeld. Belangrijk voor de aanpak van bijplaatsingen lijkt ... ... het samenwerken met partners in de wijk Tijdens het tweede actiejaar is intensief samengewerkt met woningbouwcorporatie Staedion. Het is waardevol gebleken om gezamenlijk op te trekken met een betrokken partij, die tijd en middelen vrijmaakt, om te bepalen wat er per locatie nodig is om bijplaatsingen te verminderen en om gezamenlijk het gesprek met de betreffende bewoners te voeren. Bijplaatsingen is immers een probleem dat vanuit meerdere invalshoeken bekeken kan worden. Bijplaatsingen hoeven niet alleen een systeemprobleem of een gedragsprobleem te zijn, en zijn niet noodzakelijkerwijs een probleem dat alleen de gemeente kan aanpakken. ... frisse en schone container(locaties) met passende voorzieningen Regelmatig kwam het bij interventies en bij betrokkenen voorbij: gebruikers van ondergrondse containers houden van een frisse en schone container en -locatie.