RIS315194 Bijlage Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 30 maart
Tekst van het document
Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 Wanneer, hoe, met wie en onder welke voorwaarden?
April 2023 Gemeente Den Haag
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 1 2. De grondslag voor meerjarige subsidies ............................................................................................. 1 3. Wanneer meerjarige subsidies ............................................................................................................ 2 4. Hoe meerjarig te subsidiëren .............................................................................................................. 5 5. Gevolg van meerjarige subsidies op de gemeentelijke begroting ...................................................... 8 Tot slot ..................................................................................................................................................... 9
1 Inleiding In het coalitieakkoord ”Den Haag 2022-2026, Voor een stad die tegen een stootje kan” staan de ambities en doelstellingen geformuleerd waar de gemeente Den Haag de komende jaren aan werkt. Dit kan het zij niet alleen. Daarom subsidieert de gemeente onder meer activiteiten van organisaties die bijdragen aan deze doelstellingen. Voor zowel de gemeente, als organisaties kan het meerwaarde hebben om hier voor meerdere jaren aan te kunnen werken. De meeste doelen vragen namelijk inzet over een langere periode voor een optimaal resultaat. Hierbij past meerjarig subsidiëren, want dat geeft: • ruimte om te werken aan doelstellingen op langere termijn, het opstellen van activiteitenplannen voor meerdere jaren en het mogelijk maken van investeringen met een langere doorlooptijd dan één jaar; • rust en continuïteit aan organisaties waarbij ruimte ontstaat om te werken aan de effectiviteit van activiteiten; • verlaging van administratieve lastendruk voor zowel subsidieaanvrager als de gemeente. Met dit Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 wordt invulling aan het verzoek van de gemeenteraad (zie: RIS308339, RIS309420, RIS311055) om meerjarige subsidies voor activiteiten mogelijk te maken. Het ziet toe op het verstrekken van subsidies met een looptijd langer dan één kalenderjaar.
Het beschrijft de wijze waarop het college komt tot afwegingen om subsidies meerjarig te verstrekken en de vormgeving hiervan. Met meerjarige subsidies wordt aanspraak op toekomstige budgetten gemaakt, en daarmee ook op toekomstige schaarse middelen. De in dit kader opgenomen richtlijnen zijn noodzakelijk voor rechtmatige, efficiënte en effectieve meerjarige subsidieverstrekking. In dit voorliggend Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 wordt aangegeven wanneer, hoe en onder welke voorwaarden het instrument van meerjarige subsidiëring kan worden ingezet. Onderdeel hiervan zijn criteria om te beoordelen of het inzetten van meerjarige subsidiëring passend is. Tevens wordt stilgestaan bij de financiële gezondheid van subsidieaanvragers, tussentijdse rapportages en de eindverantwoording door aanvragers. Ook wordt stilgestaan bij de gevolgen van meerjarige subsidiëring op de begroting van de gemeente. Het Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 staat daarbij niet op zichzelf, maar is een aanvulling op de huidige Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 (RIS305416 en RIS312064). Bij herziening van de kadernota zullen deze kaders worden geïntegreerd in een nieuwe kadernota subsidiebeleid.
2. De grondslag voor meerjarige subsidies Het verlenen van meerjarige subsidies is nog geen gemeengoed. Daarom is de afgelopen periode verkend of meerjarige subsidies mogelijk zijn binnen de huidige subsidiekaders. De huidige kadernota subsidiebeleid 2020-2023 (RIS305416) en Algemene Subsidieverordening Den Haag 2020 (RIS305417) zijn opgesteld naar aanleiding van het Rekenkamerrapport “eerlijk delen” (RIS 297663). Bij het opstellen van deze kaders is de bestaande werkwijze van éénjarig subsidiëren als uitgangspunt genomen en zijn de aanbevelingen van de rekenkamer geïmplementeerd. Dit heeft er mede mee te maken dat het verlenen van meerjarige subsidies door gemeentes geen gemeengoed betreft. Hoewel zowel de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 (ASV) het verlenen van meerjarige subsidies in principe niet in de weg staan, is verdere afbakening en uitwerking noodzakelijk en wenselijk. Met de aanpassingen van de ASV (RIS315193) en het kader meerjarige subsidies Den haag 2023 wordt hiervoor de basis gelegd. 1
Net als bij subsidies die worden verleend voor een kalenderjaar of korter vindt de verdere uitwerking van meerjarige subsidies die worden verstrekt op basis van de ASV plaats in subsidieregelingen. Dat komt niet alleen de recht- en doelmatigheid van de subsidiëring ten goede, maar biedt potentiële aanvragers ook helderheid over de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidies. Denk hierbij aan indexatie, de wijze van (tussentijds) verantwoorden en de financiële gezondheid van organisaties. Maximale subsidieperiode De duur waarvoor meerjarige subsidies worden verleend is gemaximeerd op vier jaar. Deze periode sluit aan op de gemiddelde looptijd van gemeentelijke beleidsplannen en biedt ruimte aan het college om beleid tijdig te herzien en te actualiseren. Tegelijkertijd biedt een periode van maximaal vier jaar voldoende zekerheid en continuïteit aan organisaties en de ruimte om voor een langere periode een bijdrage te leveren aan het gemeentelijk beleid. Het betreft daarmee een beleidsmatige afweging tussen flexibiliteit van het college en zekerheid voor ontvangende organisaties. Waarbij bijvoorbeeld ook kan worden gekozen voor 2 of 3 jaar. Het maximeren van de subsidieperiode is niet enkel beleidsmatig belangrijk. Dit is ook juridisch van belang. Het verlenen van subsidie is vaak ook het verdelen van schaarse middelen.
Dit dient in de tijd gemaximeerd te worden en moet tijdig worden heroverwogen. Daarom wordt het maximum van vier jaar voor meerjarige subsidies ook opgenomen in de ASV. Na deze vier jaar dienen subsidies opnieuw te worden verdeeld. Zo kunnen ook andere organisaties aanspraak maken op deze subsidies. Het kan in uitzonderlijke situaties voorkomen dat een langere subsidieperiode dan vier jaar de doelmatigheid of doeltreffendheid van de subsidie ten goede komt. Bijvoorbeeld wanneer grote investeringen nodig zijn, of wanneer het ontwikkelen en uitvoeren van de activiteiten meer tijd kost. Het college kan daarom afwijken van het maximum van vier jaar mits dat nodig is voor de doelmatigheid of doeltreffendheid van de subsidie.
3. Wanneer meerjarige subsidies De gemeente kent twee manieren om activiteiten van organisaties te financieren: het verstrekken van een overheidsopdracht (inkoop) en subsidiëring. Allereerst wordt een gemotiveerde afweging gemaakt of een activiteit moet worden ingekocht of gesubsidieerd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het afwegingskader dat is opgenomen in de kadernota subsidiebeleid (RIS312064). Dan wordt gecontroleerd of er eventueel sprake is van staatssteun. Pas nadat de conclusie is getrokken dat het meest passend is om activiteiten te subsidiëren, wordt nagegaan of het zinvol is om de subsidie een meerjarig karakter te geven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de overwegingen die bepalend zijn voor de vraag of meerjarig moet of kan worden gesubsidieerd. Het maken van de afweging voor meerjarige subsidies gebeurt aan de hand van een achttal vragen. Hierbij is geen sprake van harde criteria die een eenduidig antwoord geven op de vraag of meerjarig moet worden gesubsidieerd of niet. Het betreft een beleidskeuze waarbij de optelsom van afwegingen leidt tot een gewogen keuze. De duur, verdere vorm en inhoud van de subsidie komt in beeld nadat eerst de keuze is gemaakt voor het al dan niet verlenen van een meerjarige subsidie. Om te kunnen kiezen voor meerjarige subsidiëring, is het een eis dat aan de volgende twee randvoorwaarden is voldaan: 1.
De meerjarige subsidie en de daaraan gekoppelde activiteiten dragen bij aan stabiel gemeentelijk beleid met doelen en beoogde resultaten die langer dan één jaar beslaan.
2
Het karakter van de beleidsdoelstellingen en activiteiten in de subsidieregeling bepaalt mede of het verstrekken van subsidie voor 1 jaar of voor meerdere jaren voor de hand ligt. Wanneer de doelstelling of de activiteit een eenmalig karakter heeft of de verwachting is dat de beleidsdoelstellingen op korte termijn worden gewijzigd, is een subsidie van één jaar of korter het meest passend. Bij de keuze voor meerjarige subsidie moet dus worden afgewogen of het beleidsperspectief voldoende consistent is om de gekozen subsidieperiode te kunnen legitimeren. Dit heeft er mede mee te maken dat een verleende meerjarige subsidie niet zomaar kan worden stopgezet. Organisaties moeten er namelijk van uit kunnen gaan dat de subsidie niet wordt ingetrokken of gewijzigd. Ook bij de komst van een nieuwe beleidsnota. Wanneer de gemeente alsnog besluit de subsidie in te trekken of te wijzigen kan het zijn dat de gemeente verplicht is schade die de subsidieontvanger hierdoor lijdt te moeten vergoeden. 2. Er is zicht op voldoende subsidiebudget bij de gemeente voor de hele subsidieperiode. Met het verlenen van een subsidie voor meerdere jaren gaat de gemeente een financiële verplichting aan voor deze jaren. Daarom is het belangrijk dat er zicht is op voldoende subsidiebudget voor de gehele subsidieperiode.
De aanwezigheid van de eerder vermelde vereiste randvoorwaarden alléén zijn nog niet voldoende reden om een subsidie ook daadwerkelijk een meerjarig karakter te geven. De meerjarigheid moet immers waarde toevoegen. Om dit te bepalen zijn de antwoorden op de hierna omschreven vragen 3 t/m 8 relevant: 3. Zijn de activiteiten gebaat bij een meerjarige subsidie? Bijvoorbeeld omdat de activiteiten dan efficiënter of effectiever worden uitgevoerd? Veel activiteiten bestrijken inclusief voorbereiding, uitvoering en afhandeling meer dan één jaar. Bijvoorbeeld het organiseren van een tentoonstelling, methodiekontwikkeling of het realiseren van innovatie. In zulke situaties kan het wenselijk zijn om meerjarige subsidiëring mogelijk te maken. Dat is ook het geval als vraagstukken vragen om een aanpak voor langere termijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan sociale problematiek in de meer kwetsbare wijken van de stad. Deze los je niet van vandaag op morgen op. Vaak zijn langer lopende (sets) van activiteiten (een programma) hier meer passend voor het behalen van de grootst mogelijke effectiviteit of impact. Ook dan kan het wenselijk zijn om te kiezen voor meerjarigheid. Als daarvoor wordt gekozen, dan worden aanvragers in staat gesteld om plannen met een meerjarig karakter in te dienen.
Het effectief bereiken van moeilijker bereikbare doelgroepen vraagt vaak om het langere tijd zichtbaar zijn en soms ook om het opbouwen van vertrouwensbanden met sleutelfiguren in een gebied. Effectief kunnen handelen vraagt dan om herkenbare gezichten, rust en continuïteit in het aanbod van activiteiten. Deze investering in sociaal kapitaal kan meespelen bij het bepalen of meerjarige subsidieverstrekking leidt tot een effectievere inzet van subsidiemiddelen. Dit geldt ook wanneer het voor organisaties van groot belang is dat zij voor het organiseren van activiteiten kwalitatief goed en kundig personeel kunnen 3
aantrekken. Het bieden van bepaalde (financiële) zekerheden aan dit personeel kan hierbij noodzakelijk zijn. Meerjarige subsidiëring kan organisaties stimuleren om hierin te investeren. 4.
Is sprake van een basisvoorziening op het betreffende beleidsterrein dat vraagt om subsidiëring over langere termijn? Verschillende beleidsterreinen kennen fysieke en sociale basisvoorzieningen of een basisinfrastructuur (cultuur, welzijn, sport). Het betreft vaak een combinatie van een aanbod aan activiteiten/programmering gecombineerd met de exploitatie van fysieke locaties, bijvoorbeeld de Haagse Schouwburg. Het (door)ontwikkelen van de activiteiten en het exploiteren van fysieke locaties vraagt vaak om investeringen op langere termijn. Het inzetten van meerjarige subsidiëring kan organisaties de rust en zekerheid bieden om hierin te investeren. Het is dus belangrijk te overwegen of het voor dergelijke activiteiten en fysieke locaties meerwaarde heeft om meerjarige subsidies in te zetten.
5.
Is het noodzakelijk of wenselijk dat aansluiting wordt gezocht met meerjarige financiering vanuit derden, zoals het Rijk of de provincie? Bij sommige subsidieregelingen vindt cofinanciering plaats vanuit het Rijk of de provincies. Het synchroon laten lopen van de gemeentelijke subsidieprocessen bij processen van bijvoorbeeld de rijksoverheid kan hier vereist zijn of meerwaarde hebben.
6.
Is er sprake van complexe subsidieprocessen waarbij meerjarig subsidiëren leidt tot vermindering van de administratieve last? De gemeente Den Haag maakt gebruik van verschillende subsidievormen en verdeelmechanismen voor het verlenen van subsidies. Sommige vormen, waaronder de subsidietender zijn complexer dan de eenvoudigere mechanismen zoals ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ of loting. De tendersystematiek kent daarnaast voordelen en nadelen. Het voordeel van de tendersystematiek als verdeelmechanisme is allereerst dat het een transparante verdeling van schaarse middelen betreft waarbij subsidieaanvragen op kwaliteit worden getoetst en in een rangorde ten opzichte van elkaar worden geplaatst. De tendersystematiek wordt vaak toegepast als, bij beperkte budgetten, het instellen van een subsidieplafond noodzakelijk is. Door aanvragen in een rangorde te plaatsen, wordt het mogelijk aanvragen af te wijzen op het moment dat het subsidieplafond is bereikt. Een belangrijke reden voor het inzetten van de tendersystematiek is dat het de kwaliteit van de aanvragen en daarmee de planvorming door de aanvragers kan verhogen. De kwalitatief beste aanvragen worden geselecteerd en daarmee wordt de effectiviteit van de bijdrage aan het gemeentelijk beleid vergroot.
Een nadeel van het inzetten van de tendersystematiek is echter ook dat zowel gemeente als aanvragers elk jaar een uitgebreid en arbeidsintensief subsidieproces doorlopen. Bij het inzetten van meerjarige subsidiëring hoeft het tenderproces niet jaarlijks herhaald te worden. Meerjarige subsidiëring kan de administratieve lastendruk verlagen. Uiteraard is het wel zo dat niet álle administratieve lastendruk verdwijnt. Doordat de subsidiëring meerjarig plaats vindt, zal er wel een tussentijdse rapportagecyclus worden ingericht, waar 4
vanzelfsprekend ook administratieve lasten aan verbonden zijn. Dit is noodzakelijk voor de rechtmatige besteding van middelen. 7.
Is het zo dat andere partijen voor een x-aantal jaar mogelijk geen (nieuwe) kans krijgen om subsidie te ontvangen en is dit acceptabel? Het inzetten van het instrument meerjarige subsidie betekent dat middelen voor meerdere jaren worden gealloceerd door middel van een besluit voor meerdere jaren. Dit betekent ook dat hiermee wordt ingeboet op de flexibiliteit van de besteding van deze middelen. Kortgezegd: aanvragers die op het moment van de openstelling van een meerjarige subsidieregeling niet in aanmerking komen voor subsidie of zijn afgewezen, kunnen de daaropvolgende jaren ook geen subsidie ontvangen vanuit dezelfde subsidieregeling.
8.
Zijn de beoogde subsidieontvangers naar verwachting voldoende stabiel en professioneel om voor de duur van de subsidieperiode de activiteiten uit het meerjarig activiteitenplan uit te voeren? Bij het aangaan van een meerjarige subsidierelatie is het van belang dat beoogde subsidieontvangers voldoende stabiel en professioneel zijn om voor langere periode de activiteiten uit te kunnen voeren. Dit betekent ook dat beoogde ontvangers voldoende continuïteit kennen in de bedrijfsvoering. Dat is vooral van belang omdat resultaten en activiteiten bij een subsidie niet afgedwongen kunnen worden, maar de gemeente het wel van belang vindt dat er een bepaalde mate van zekerheid is dat deze worden uitgevoerd. Denk hierbij aan sommige kwetsbare vrijwilligersorganisaties. Hierbij wordt ingeschat welke risico’s aanwezig zijn en of die aanleiding geven om toch te kiezen voor éénjarige subsidiëring.
Met de antwoorden op de vragen 1. tot en met 8. maken we de afweging om al dan niet voor meerjarig subsidiëren te kiezen. Valt de keuze op meerjarig subsidies, dan zal ook bezien moeten worden welke gevolgen dit heeft voor onderwerpen zoals aanvraagprocedure, subsidieplafonds, bevoorschotting, et cetera. Het volgende hoofdstuk gaat hierop in.
4. Hoe meerjarig te subsidiëren Het proces voor meerjarig subsidiëren wordt zorgvuldig ingericht. Hierbij wordt rekening gehouden met de eisen die aan de aanvraag en aan de aanvrager worden gesteld. De inrichting van de monitoring op de voortgang van de activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven wordt zo ingericht dat de gemeente hierin periodiek inzicht heeft. Zo wordt over de duur van de gehele subsidieperiode een dossier opgebouwd en kan de voor meerdere jaren verleende subsidie op juiste wijze worden vastgesteld. Het college kiest ervoor om de subsidie over de jaren te indexeren, om zo de activiteiten van organisaties op peil te kunnen houden. Het proces voor meerjarige subsidiëring wordt hierna verder toegelicht. Aanvraag en eisen aan de aanvrager Omdat subsidieontvangers van meerjarige subsidie een groot bedrag ineens toegezegd krijgen, zullen passende eisen aan deze organisaties moeten worden gesteld. Zo moeten zij in staat zijn om een meerjarig activiteitenplan op te stellen en uit te voeren. Een deugdelijk activiteitenplan en een bijbehorende meerjarenbegroting geven daar inzicht in. Daarnaast moeten grote subsidieontvangers (meer dan € 100.000 per jaar) een jaarrekening, een jaarverslag met controleverklaring en een 5
inschatting van de financiële risico’s en beheersmaatregelen voor de looptijd van de subsidie aanleveren. Op basis daarvan wordt beoordeeld of de organisatie financieel gezond is en in staat om langjarig aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Ten behoeve van transparante toetsing van de financiële situatie van organisaties wordt hiervoor een toetsingsprotocol ontwikkeld. De werkwijze bij het verlenen van meerjarige subsidies verschilt niet wezenlijk van de werkwijze die ook voor éénjarige subsidies wordt gehanteerd. Na beoordeling van de subsidieaanvraag, ontvangt de aanvrager een beschikking van de gemeente, waarin de verplichtingen, eventuele voorwaarden en informatie over de subsidie zijn vastgelegd. Het gaat dan om onder meer: • de subsidiabele prestaties/activiteiten, die met de subsidie tot stand komen/worden uitgevoerd; • de termijn waar binnen de activiteiten plaats vinden; • de eisen voor tussentijdse verantwoording; • de eisen voor de eindverantwoording; • de voorwaarde dat de subsidieontvanger aantoont dat een benodigde vergunning voor de activiteit is verkregen, of de voorwaarde dat ook een ander bestuursorgaan subsidie verleent. Tussentijdse rapportages en monitoring Het is voor het college van belang om een vinger aan de pols te kunnen houden bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
Zo blijft er grip op doelmatige en doeltreffende inzet van de subsidiemiddelen en stelt het college zich in staat om de uitgaven te verantwoorden in de programmarekening. Het college verlangt daarom van subsidieontvangers dat zij minimaal éénmaal per jaar over de voortgang van de activiteiten en de bijbehorende uitgaven rapporteren in een jaarrapportage. De subsidieontvanger geeft daarbij aan in hoeverre er sprake is van afwijkingen op de oorspronkelijke planning. Met deze rapportage biedt de organisatie ook inzicht in de financiële gezondheid van de subsidieontvanger om de continuïteit van de activiteiten te kunnen borgen. Naast deze jaarlijkse rapportages kan het college ook ervoor kiezen om aanvullende tussenrapportages te vragen, periodiek gesprekken te voeren met subsidieontvangers of het uitvoeren van werkbezoeken om gedurende het jaar de voortgang te blijven volgen. De precieze invulling van de monitoring verschilt per subsidieregeling, maar bevat in ieder geval een jaarlijks rapportagemoment. Het uitgangspunt is dat de subsidieontvanger niet meer gegevens hoeft in te dienen bij de verantwoording dan nodig is om een rechtmatige en doelmatige besteding van de subsidiegelden voldoende te borgen.
Meldingsplicht afwijkingen Los van de bovengenoemde rapportages verplicht artikel 12 van de ASV de subsidieontvanger om het college zo spoedig mogelijk schriftelijk te informeren zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen worden verricht, of dat hij niet of niet geheel zal voldoen aan de geldende verplichtingen. Het kan voorkomen dat een subsidieontvanger deels of helemaal niet meer in staat is de activiteiten uit te voeren waarvoor de subsidie is verleend. Het kan ook voorkomen dat een subsidieontvanger minder subsidiemiddelen uitgeeft dan vooraf verwacht.
6
Bij meerjarige subsidies zal, onverminderd artikel 12 van de ASV, expliciet de verplichting worden opgenomen om in ieder geval en zo spoedig mogelijk afwijkingen te melden van 20% of hoger van de inhoudelijke resultaten en/of de besteding van de subsidie. Zo’n melding bevat minimaal een beschrijving van de afwijkingen, een inhoudelijke en financiële onderbouwing van de afwijkingen en de redenen voor de afwijkingen. Ook geeft de subsidieontvanger aan of, en hoe, hij de afwijkingen wil en kan herstellen. Zo kan het college zo snel als mogelijk (in overleg gaan met de subsidieontvanger en) beoordelen of de subsidieverlening moet worden beëindigd of gewijzigd, bijvoorbeeld door te bepalen dat middelen in het opvolgende jaar kunnen worden ingezet en onder welke voorwaarden. Eindverantwoording Bij meerjarige subsidies kan de subsidie pas worden vastgesteld als de volledige verantwoording over de volledige subsidieperiode is ontvangen. Bij het vormgeven van de verantwoording over meerjarige subsidies wordt zoveel mogelijk de systematiek van verantwoording van éénjarige subsidies gevolgd. Dit wordt gedaan om gelijke gevallen gelijk te behandelen, maar ook om de regelgeving beperkt en overzichtelijk te houden. Ter verantwoording dienen aanvragers aan het eind van de subsidieperiode een verantwoording over de hele subsidieperiode in.
Deze verantwoording betreft zowel de realisatie van activiteiten en resultaten als een financieel verslag. Om de administratieve lastendruk voor subsidieontvangers beperkt te houden is het toegestaan om de jaarrapportages van alle subsidiejaren te bundelen en aan te vullen met een inhoudelijk en financieel overzicht over de gehele subsidieperiode. Voor ontvangers van een subsidie van meer dan € 100.000 per jaar geldt dat zij bij de verantwoordingsstukken een controleverklaring en/of een assurance-rapport moeten voegen. Dat is ook gebruikelijk bij éénjarige subsidies van meer dan € 100.000. Vaststelling van de subsidie Wanneer de subsidieontvanger de verantwoordingsstukken over de gehele subsidieperiode heeft aangeleverd, stelt het college de subsidie vast. Het proces tot vaststelling van meerjarige subsidies gaat op dezelfde wijze als bij subsidies van één kalenderjaar of korter. Het college toetst of aan alle beschikkingsvereisten is voldaan en de subsidies besteed zijn conform het subsidieverzoek. Wanneer dit het geval is, zal de verleende subsidie over de gehele subsidieperiode in één keer worden vastgesteld. Hier worden ook de tussentijdse afspraken bij betrokken. Wanneer subsidie niet is uitgegeven, of wanneer de activiteiten niet zijn uitgevoerd conform de verleningsbeschikking, kan het college de subsidie lager vaststellen.
Indexering De gemeente Den Haag kiest ervoor om meerjarige subsidies jaarlijks te indexeren. Dit betekent dat organisaties bij stijgende prijzen worden gecompenseerd zodat zij de beoogde activiteiten kunnen blijven uitvoeren voor de duur van de subsidieperiode. Bij het toepassen van indexatie voor meerjarige subsidies worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Meerjarige subsidies worden vanaf het tweede subsidiejaar geïndexeerd De gemeente verleent subsidie voor activiteiten die meerdere jaren beslaan. Voor het eerste jaar kan de aanvrager in de subsidieaanvraag rekening houden met het dan geldende prijspeil bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Voor opvolgende jaren is het voor zowel de gemeente als de aanvrager moeilijker in te schatten hoe prijzen en lonen zich ontwikkelen. Daarom wordt vanaf het tweede jaar geïndexeerd.
7
2. Meerjarige subsidies worden jaarlijks voor de resterende subsidieperiode geïndexeerd Jaarlijks wordt het nog niet ontvangen subsidiebedrag over de resterende subsidieperiode geïndexeerd op basis van een indexatiepercentage. In het laatste kwartaal voorafgaand aan het opvolgende subsidiejaar wordt berekend met welk percentage het nog te ontvangen bedrag wordt opgehoogd. De nog te ontvangen bevoorschotting voor de resterende subsidieperiode worden hierop aangepast en aan de aanvrager gecommuniceerd. 3. Indexatie vindt plaats op een herleidbare grondslag en wordt vastgelegd in de subsidieregeling Aanvragers moeten tijdig een inschatting kunnen maken met welk percentage het nog te ontvangen subsidiebedrag wordt verhoogd. Daarom baseert de gemeente zich op de ramingen die het Centraal Planbureau jaarlijks in maart presenteert in het Centraal Economisch Plan (CEP). Deze ramingen liggen ook ten grondslag aan de Voorjaarsnota van het Rijk en de meicirculaire die de gemeente Den Haag benut bij het opstellen van haar begroting. De gemeente geeft de indexatie die de gemeente zelf krijgt via de meicirculaire van het gemeentefonds1 structureel door aan de aanbieders. De indexatie in de meicirculaire is de basis voor indexatie van de subsidies in het daaropvolgende jaar.
De gemeente gebruikt voor het bepalen van het indexatiepercentage de volgende indicatoren en wegingsfactoren uit de meicirculaire: - Loonvoet sector overheid (60%) - Prijs bruto overheidsinvesteringen (20%) - Prijs materiële overheidsconsumptie (20%) Met de keuze van voor deze indicatoren sluit de gemeente Den Haag aan bij de indicatoren die de rijksoverheid gebruikt voor het bepalen van de trendmatige verhoging van de algemene middelen uit het gemeentefonds die de gemeente Den Haag ontvangt. Door deze aansluiting worden eventuele tekorten op de begroting voorkomen. Het kan echter ook voorkomen dat voor sommige beleidsterreinen en daaraan verbonden subsidies indexatie niet passend is. Zo wordt de indexatie van specifieke uitkeringen bepaald door het rijk. Het kan ook voorkomen dat een andere wijze van indexatie passend is. Het college kan daarom bij subsidieregeling afwijken van bovenstaande werkwijze. Voor aanvragers is het op deze wijze altijd duidelijk of en op welke wijze de indexatie van de door hen aangevraagde subsidie wordt toegepast.
5. Gevolg van meerjarige subsidies op de gemeentelijke begroting De gemeenteraad beschikt op grond van de Gemeentewet over het budgetrecht. Dit houdt in dat het college in principe alleen uitgaven kan doen en verplichtingen kan aangaan na toestemming ofwel autorisatie van de raad. Met het vaststellen van de gemeentelijke meerjarenbegroting geeft de raad het college deze toestemming. De raad keurt het eerstvolgende begrotingsjaar goed en neemt kennis van de drie volgende begrotingsjaren. Het jaarlijkse karakter van het budgetrecht kan daarmee de meerjarige afspraken raken, die met de subsidieontvanger zijn gemaakt. Met meerjarige subsidies gaat het college een verplichting voor meerdere jaren aan. Daarmee wordt ook door het college een aanspraak verleend op gelden uit begroting(en) die nog niet door de raad
1 De loon- en prijsontwikkeling in het accres wordt bijgesteld met een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, de
prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon, consumptie en investeringen aangehouden. De individuele indexen worden in procenten met één cijfer achter de komma bijgehouden, de gecombineerde index wordt bijgehouden met twee cijfers achter de komma. De indices worden bijgesteld op basis van de CEP-raming van het CPB in het voorjaar en op basis van de MEV-raming in september.
8
zijn vastgesteld. Meerjarige subsidies worden weliswaar verstrekt onder een begrotingsvoorbehoud (artikel 7 ASV), maar de ontvanger van een meerjarige subsidie moet er wel op kunnen vertrouwen dat deze subsidie niet zomaar wordt ingetrokken wegens onvoldoende middelen in de begroting. Een meerjarige subsidie heeft immers juist tot doel om financiële duidelijkheid te geven over een langere periode. Het blijft echter mogelijk2 om verleende subsidie in te trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen. Dit dient wel zorgvuldig en goed gemotiveerd te gebeuren met inachtneming van de positie van de subsidieontvanger. Het intrekken of verlagen van meerjarige subsidie kan hierbij kosten met zich meebrengen. Daarom informeert het college de raad in ieder geval over zijn voornemens om meerjarige subsidies te verstrekken die een impact kunnen hebben op toekomstige begrotingen, bijvoorbeeld in beleidsnota's of de concept begroting.
Tot slot Dit Kader meerjarige subsidies Den Haag 2023 is een aanvulling op de kadernota subsidiebeleid 20202023 (RIS305416 en RIS312064). Het college van burgemeester en wethouders werkt deze kaders verder uit voor de subsidiepraktijk. Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van een uniforme werkwijze om de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende wijze van subsidiëring te borgen in de subsidiepraktijk. Net als bij de huidige subsidieregelingen zal gewerkt worden met een modelsubsidieregeling meerjarige subsidies. Dit helpt om subsidieregelingen eenzelfde karakter te geven. De eisen die aan de subsidieaanvraag en aanvrager worden gesteld worden aangepast aan het karakter van meerjarige subsidiëring. Meerjarige subsidie vraagt immers om meerjarige plannen en organisaties die in staat zijn om deze uit te voeren. Daarnaast zullen de beleidsmedewerkers van de gemeente Den Haag worden geschoold in het werken met meerjarige subsidies. Ook volgen aanpassingen aan het informatiesysteem waarmee subsidies worden afgehandeld en verwante systemen.
2
Afdeling 4.2.6 van de Awb biedt meerdere mogelijkheden om subsidie te verlagen of in te trekken zolang deze niet is vastgesteld. Dit kan onder andere op grond van artikel 4:48, eerste lid, sub e, van de Awb de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen indien met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld (het begrotingsvoorbehoud). Dit kan eventueel leiden tot schadeplichtigheid aan de kant van de gemeente (artikel 4:50 Awb) of tot een verplichting om de subsidie nog voor een bepaalde termijn te verlenen (artikel 4:51 Awb).
9