CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315174 Bijlage PUK BELLEVUE met aanpassingen

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake PlanuitwerkingskaderBellevue-locatie met oorspronkelijke bouwhoogte (RIS315174)30.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

60

PLANUITWERKINGSKADER

doelgroepen van participatie voert het traject uit. • Het PUK wordt vervolgens vastgesteld door het College van B&W, waarbij getoetst wordt aan de meegegeven ambtelijke voorwaarden. De gemeenteraad wordt geïnformeerd. Aan dit participatietraject stellen wij de volgende eisen: • Organiseer minimaal drie (digitale i.v.m. Covid-19) inloop-, of andere informatiebijeenkomsten, die openbaar toegankelijk moeten zijn. Het aantal benodigde participatiebijeenkomsten moet in redelijke relatie staan tot het aantal groepen belanghebbenden en aantal gevoeligheden. • Betrek de relevante belanghebbenden bij de voortgang. De Bellevue locatie is van belang voor meer dan alleen de gebruikers en omwonenden in de directe omgeving. De gemeente kijkt dan ook kritisch naar de kwaliteit en breedte van groep belanghebbenden. Van belang daarbij zijn de volgende stappen in de communicatieaanpak: • Breng alle belanghebbenden in kaart en inventariseer ze. Zoek eerst contact met de direct belanghebbenden. Op www. denhaag.nl vindt u per stadsdeel een overzicht van organisaties in de wijken. Bedenk of u aan bepaalde belangen tegemoet wilt komen door uw plan aan te passen. • Breng in kaart wat mogelijke gevoeligheden zijn en bepaal hoe communicatie een bijdrage kan leveren om deze op te lossen. Bespreek uw bevindingen met uw contactpersoon bij de gemeente.

• In het communicatie- & participatieplan CID (waarin deze locatie zich bevindt) is vastgesteld dat voor het PUK de particulier initiatiefnemer op het niveau van ‘adviseren’ een participatietraject moet laten lopen. De initiatiefnemer is vrij in de keuze waarop geadviseerd kan worden, maar moet liggen binnen de invloedssfeer van de initiatiefnemer. Een voorbeeld is de invulling van de stedelijke plint. Hier ligt immers de grootste relatie met de (openbare) leefomgeving en het gebruik van de openbare ruimte. • Bepaal uw strategie voor participatie en communicatie op basis van de voorgaande stappen.

• De communicatie moet aansluiten op en afgestemd worden met de integrale communicatie-inspanningen van de gemeente voor de projecten rond Den Haag Centraal (Policy Campus/ Rondje Centraal). Er wordt verwacht dat er – zo nodig meebewogen wordt met andere partijen in de omgeving die bouwen en/of ontwikkelen, in belang van de integrale communicatie. Aan bovenstaande eisen is tijdens de drie participatieavonden voldaan door de initiatiefnemers. 7.2.1 Belanghebbenden, standpunten en stappen De volgende stappen worden doorlopen om de meningen van belanghebbenden te waarborgen: 1. Er wordt een eerste informatieavond georganiseerd waarop het plan door de ontwikkelaar wordt gepresenteerd. De gemeente is hierbij ook aanwezig en licht haar kaders/ uitgangspunten toe. Na afloop van deze avond krijgen aanwezigen en ook andere belanghebbenden, de mogelijkheid om onderwerpen/opmerkingen door te geven, waarvan zij vinden dat die aandacht vragen/verdienen in en tijdens de ontwikkeling van het project. 2. Er wordt een tweede en derde informatieavond georganiseerd, waarbij deze thema’s door belanghebbenden kunnen worden verdiept. Tijdens de verdieping vindt er zo mogelijk gelijk terugkoppeling plaats op de inbreng. 3. Deze verzamelde onderwerpen worden door de gemeente beoordeeld en ingedeeld op thema.

De gemeente beoordeelt de verzamelde onderwerpen op basis van gezamenlijke belangen en weegt deze belangen in samenhang af. Daarnaast wordt gekeken of het onderwerpen zijn die de gemeente kan afdwingen bij een toekomstige ontwikkeling, of dat zij als redelijk dringend advies aan de initiatiefnemer worden meegeven. Deze thema’s zijn als bijlage bij deze PUK gevoegd. 4. Uiteindelijk moet de ontwikkelaar een aantal thema’s uitwerken in een participatietraject, op het niveau ‘adviseren’.

7.3

De uitwerking van de ontwikkeling

Voorafgaand aan de besluitvorming voor het PUK hebben de eigenaren van de locatie een participatieproces gelopen, zoals vermeld in paragraaf 7.2. De informatie die daaruit naar voren is gekomen, is ter informatie in de bijlagen van dit PUK opgenomen. De thema’s die door de participanten als belangrijk zijn aangemerkt, moeten een invullingen krijgen bij het vervolgproces.

worden met de integrale communicatie-inspanningen van de gemeente voor de projecten rond Den Haag Centraal (Policy Campus/Rondje Centraal). Er wordt verwacht dat er – zo nodig - meebewogen wordt met andere partijen in de omgeving die bouwen en/of ontwikkelen, in belang van de integrale communicatie.

Alvorens een planologisch juridisch kader wordt vastgesteld (het bestemmingsplan) dient een uitvoerig participatietraject met omwonenden doorlopen te worden, waarbij invulling wordt gegeven aan de architectonische uitgangspunten, waaronder: de architectuur, het op adequate wijze mitigeren van normoverschrijdende winden, schaduwhinder en het op adequate wijze zorgen voor klimaatadaptie zoals voldoende waterberging en bestrijden van hittestress. Tijdens de uitwerking van de ontwikkeling moet de initiatiefnemer de omgeving en belanghebbenden blijvend betrekken. De initiatiefnemer stelt een adviescommissie samen, waarin de thema’s bij de ontwikkeling van het plan, in samenspraak met de ontwikkelaar worden uitgewerkt. De commissie adviseert. De leden van de adviescommissie moeten daarbij het meerderheidsbelang dienen, maar ook de minderheid mee nemen in de adviezen. De commissie moet ook oog hebben voor de belangen van de initiatiefnemer en kijken naar wat redelijkerwijs in het maatschappelijke en economische verkeer mogelijk is. De commissie moet bestaan uit een groep vertegenwoordigers met diverse achtergrond. De minimale grootte van de adviescommissie is 9 personen, er is geen maximum. De vorm van de commissie staat de initiatiefnemer vrij in te vullen. De initiatiefnemer heeft verder de plicht de omgeving actief en regelmatig te informeren.

Ook hier geld weer dat de communicatie moet aansluiten op en afgestemd moet

PLANUITWERKINGSKADER

61

8. FINANCIERING EN UITVOERINGSASPECTEN 8.1

Financiering

De locatie is volledig privaat eigendom en de ontwikkeling vindt volledig voor rekening en risico van de initiatiefnemer plaats. Voor deze ontwikkeling is een herinrichting van een deel van de omliggende openbare ruimte noodzakelijk. De herinrichting van en de aansluiting op de bestaande openbare ruimte komt voor rekening van de ontwikkelaar en moet conform het “Handboek openbare ruimte” worden uitgevoerd. Daarnaast zullen er (plan) kosten worden gemaakt voor de noodzakelijke ambtelijke inzet in verband met de beoordeling van dit privaatrechtelijke initiatief. Ook zal een eventuele planologische inpassing kunnen leiden tot voor vergoeding in aanmerking komende schade ex artikel 6.1 Wro (planschade). Kostenverhaal Bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor een particuliere ontwikkeling dient de gemeente te borgen dat de kosten die de gemeente maakt voor o.a. de aanleg van bovenwijkse voorzieningen, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur, plankosten en planschade worden verhaald op de initiatiefnemer (afd. 6.4 Wro). Dit initiatief betreft een complex met 2 torens met een maximale hoogte van circa 180 meter. In de stedelijke laag zullen naast de noodzakelijke gebouw functies ook nog andere voorzieningen worden gerealiseerd. De ontwikkeling is hiermee een bouwplan in de zin van art. 6.2.1 van het Bro. Hiermee is afdeling 6.4 Wro van toepassing.

Omdat het bij deze ontwikkeling private percelen betreft en er nog geen anterieure overeenkomst is gesloten, is het kostenverhaal nog niet anderszins verzekerd. De gemeente is verplicht het kostenverhaal te verzekeren. Het betreft hierbij zowel gemeentelijke plankosten, uitvoeringskosten en toe te rekenen bovenwijkse kosten die zij maakt om het gebied te transformeren zodat de ontwikkeling mogelijk wordt. Bovendien zullen we bijzondere afspraken willen maken met de initiatiefnemer waaronder het afwentelen

62

PLANUITWERKINGSKADER

van planschade. De gemeente kan deze kosten verhalen

overeenkomst, is de gemeente verplicht een exploitatieplan

door een exploitatieplan op te stellen, maar het sluiten van

op te stellen op grond waarvan de exploitatiekosten bij u in

een anterieure overeenkomst geeft vooraf zekerheid voor alle

rekening worden gebracht.

partijen en heeft sterk de voorkeur. Hierover is reeds gesproken in de overleggen tussen gemeente en ontwikkelaar. Dit betekent dat een anterieure (voor vaststelling bestemmingsplan of voor verlening van de omgevingsvergunning indien er een uitgebreide Wabo procedure gevoerd gaat worden) exploitatieovereenkomst zal worden gesloten met de initiatiefnemer waarin voor de niet gedekte kosten een exploitatiebijdrage zal worden overeengekomen, door initiatiefnemer te voldoen aan de gemeente. Het sluiten van een anterieure overeenkomst is noodzakelijk voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend. Als deze afspraken gemaakt zijn is het kostenverhaal vooraf volledig verzekerd en kan het besluit worden genomen om geen exploitatieplan vast te stellen. Financiën in het vervolgproces Het PUK geeft de kaders om het plan verder te ontwikkelen. Voor de uiteindelijke realisatie van uw plan dient u de verdere procedure te volgen via het Omgevingsloket. U dient dan een aanvraag voor een omgevingsvergunning in. Uw plan wordt vervolgens beoordeeld op een goede ruimtelijke onderbouwing, de aanpassing van het bestemmingsplan en de bijbehorende verzekering van het kostenverhaal. De gemeente brengt hiervoor separaat de kosten bij u in rekening. De verzekering van het kostenverhaal is de verrekening van kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling.

De gemeente is op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht deze kosten bij u in rekening te brengen bij het opstellen van een nieuw juridisch-planologisch kader. Het uiteindelijke bedrag van de bij u te verhalen kosten leggen wij – zoals hierboven is beschreven - met u vast in een anterieure overeenkomst. Indien de gemeente niet met u tot overeenstemming komt over het sluiten van een anterieure

Voorbehoud gemeente Wij benadrukken dat tegen vaststelling van bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of beroep kunnen instellen. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk.

8.2

Juridisch-planologische procedure

Op basis van dit PUK kan de initiatiefnemer zijn planvoorstel verder uitwerken richting een omgevingsvergunning. De initiatiefnemer is er zelf voor verantwoordelijk dat zijn planuitwerking voldoet aan de kaders uit het PUK. Uiteraard blijft de initiatiefnemer ook zelf verantwoordelijk voor al die aspecten die niet in dit PUK zijn geregeld. De vigerende wet- en regelgeving blijven van toepassing.

Bij de verdere planuitwerking zal er invulling gegeven worden

omgevingsplan zullen uiteindelijk veel meer regels staan, denk

aan de vastgestelde Structuurvisie CID. Zo moet in de fase

daarbij bijvoorbeeld aan regels over milieu en erfgoed. Ook

van het bestemmingsplan concreet worden aangegeven, op

regelt het overgangsrecht hoe procedures die onder het ‘oude’

basis van de referentienormen, welke voorzieningen wanneer

recht zijn gestart na de inwerkingtreding van de Omgevingswet

en waar gerealiseerd worden en hoe deze voorzieningen

moeten worden afgehandeld.

gefinancierd worden. Het gaat daarbij ook om de invulling van de openbare groennorm waarbij hoogwaardige groene buitenruimte met een hoge gebruiks- en ecologische waarde wordt gerealiseerd.

Voor het gebied van het CID wordt een plan-MER doorlopen die uitspraken doet voor onder andere dit project en mogelijk tegen welke voorwaarden het uitgevoerd kan worden. Zie paragraaf 6.6.8 over de de project-MER voor Bellevue. De procedurele stappen die voor de vormvrije m.e.r-beoordeling gelden zijn opgenomen in paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. Dit zijn dezelfde verplichtingen als bij de formele m.e.r.-beoordeling. Met uitzondering van het bekendmaken van het m.e.r.beoordelingsbesluit Procedure na vaststelling PUK: Het project Bellevue kan planologische juridisch mogelijk gemaakt worden door verschillende procedures. Na het opstellen van een PlanMER wordt gedacht aan een bestemmingsplan-procedure of een nieuwe procedure onder de Omgevingswet. Daarna zal de omgevingsvergunning voor het concrete bouwplan aangevraagd kunnen worden. Het is wenselijk om hiervoor voorafgaande aan het formele vergunningentraject een ‘beginselplanprocedure’ te doorlopen. Deze dient als vroegtijdige toetsing door de gemeente, bij plannen die niet in de huidige bestemming passen. Een beginseluitspraak helpt om in een vroegtijdig stadium mogelijke risico’s en knelpunten duidelijk te krijgen en de nodige adviezen te verzamelen, die bij de verdere planuitwerking kunnen worden gebruikt.

Voorbehoud gemeente Tegen de vaststelling van ruimtelijke besluiten, omgevingsvergunningen en alle andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden

Omgevingswet De Omgevingswet bundelt 26 bestaande wetten voor onder

bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en/of

meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur.

(gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces en externe

De bundeling van wetten en regelingen voor ruimte, wonen,

omstandigheden kunnen, ondanks de ambtelijke inspanningen

infrastructuur, milieu, natuur en water heeft grote impact op de

ten behoeve van uw planvorming, de totstandkoming en de

bestaande processen, uitgangspunten, werkwijzen en eisen.

inwerkingtreding van het nieuwe juridisch-planologische regime

Eén Omgevingswet moet leiden tot een eenduidige aanpak van

beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente nimmer aansprakelijk.

beroep kunnen instellen. Eventuele gerechtelijke procedures,

het omgevingsrecht. In 2016 is de Omgevingswet aangenomen en gepubliceerd. De vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) werden in augustus 2018 gepubliceerd. Nu wordt gewerkt aan de ministeriële regeling, de Invoeringswet en onderliggende regelgeving en de aanvullingswetten en onderliggende regelgeving. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 inwerking. In de Invoeringswet wordt het overgangsrecht geregeld waardoor er een soepele overgang ontstaat tussen bestaande en nieuwe wetten. Zo wordt met het overgangsrecht het bestemmingsplan van de gemeente gelijk gesteld met het omgevingsplan. Daarmee heeft de gemeente op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt dus in formele zin een omgevingsplan. Gedurende de overgangstermijn kan de gemeente het omgevingsplan ‘in naam’ dan omvormen naar een volwaardig omgevingsplan. Dat is nodig want in het bestemmingsplan staan alleen ruimtelijke regels, maar in het

PLANUITWERKINGSKADER

63

8.3

Planning en fasering

8.4

Omgevingsveiligheidsplan

De beoogde planning Nadat in 2020 het participatietraject is doorlopen kan de PUK bestuurlijk worden vastgesteld. Ontwikkelaar zal vervolgens de bouwplannen verder uitwerken. Afhankelijk van voortgang en te voeren juridisch-planologische procedures kan de procedure wellicht voor invoering van de Omgevingswet in 2021 worden doorlopen. Vooralsnog is de beoogde start in 2023 voorzien voor fase 1. Fase 2 volgt mogelijk later, maar wordt wel in één bouwstroom uitgevoerd.

Bouwveiligheid

Procedure Buitenruimte Voor de herinrichting van de openbare ruimte dient na vaststelling van de PUK een aparte procedure te worden doorlopen. Onderdeel hiervan is het voorleggen van het plan in de verschillende ontwikkelstadia aan Vooroverleg over Verkeerszaken (VOV) en de Adviescommissie Openbare Ruimte (ACOR)

Om te kunnen beoordelen of het project Bellevue op deze

Het project moet de BVC-procedure volgen. Informatie daarover is te vinden op www.denhaag.nl/bvc. 18 maanden voor de start bouw moet een hoofdlijnenplan en 9 maanden voor de start bouw moet een BVC-plan worden voorgelegd aan het SBO.

8.5

Leefbaarheid tijdens de bouw

Als er gebouwd wordt in de stad is de dynamiek groot. Vooral bij hoogbouw, omdat dit vaak grootschalige en meerjarige projecten zijn. Een goede uitstraling van een bouwplaats, een goede invulling bij eventuele leegstand en een goede bereikbaarheid zijn belangrijk, zodat de leefomgeving ook in tijdelijke situaties haar kwaliteit behoudt.

Bij hoogbouw worden veiligheidseisen gesteld t.a.v. bouwen sloop. Hiervoor geldt de Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid d.d. 15 mei 2018 (RIS 299692). binnenstedelijke locatie op een verantwoorde wijze te realiseren is, zal vooraf een bouwveiligheidsplan in hoofdlijnen bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling ingediend moeten worden. Het bouwveiligheidsplan zal dan worden getoetst aan de Landelijke Richtlijn bouw- en sloopveiligheid van de gemeente Den Haag welke op 15 mei 2018 door Burgemeester en wethouders is vastgesteld. De initiatiefnemer heeft in 2019 reeds een concept

Voor het realiseren van het project Bellevue dient de gemeente Den Haag op een verantwoorde en veilige manier bereikbaar te blijven rekening houdend met de hulpverlening instanties, voetgangers, fietsers en het overige (vaar-)verkeer. Om hierin duidelijkheid te krijgen dient de ontwikkelaar van het bouwproject Bellevue vooraf het initiatief tot bouwen ter beoordeling voor te leggen in het Stedelijk Bereikbaarheid Overleg (SBO). In dit overleg zal het bouwproject Bellevue getoetst worden op wat de gevolgen zijn voor de bereikbaarheid van de stad Den Haag in relatie tot de uitvoering van andere

BVC-plan op hoofdlijnen gepresenteerd waar het SBO positief

grote projecten binnen de gemeente.

op heeft gereageerd.

Verdichting betekent langdurige hoogbouwprojecten en tijdelijke

Het doel van een bouwveiligheidsplan is het vooraf inzichtelijk

aanpassingen aan de buitenruimte. Dit zal voor meer mensen,

maken of een beoogd initiatief veilig en verantwoord, in zijn relatie tot de directe omgeving en de openbare ruimte, gerealiseerd wordt. In het bouwveiligheidsplan staat vermeld

op meer plekken en met betrekking tot meer systemen overlast opleveren. Dit vraagt om een goede planning, een duidelijke communicatie met de omgeving en transparantie over de

hoeveel openbare ruimte benodigd is in relatie tot de hoogte

impact op de stad.

van het gebouw tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

De uitvoering, het gebruik, de inrichting en het beheer van

Op de site van Vereniging van bouw- en woningtoezicht staat een risicomatrix wat als hulpmiddel kan fungeren. Zie www.bwtinfo.nl

de openbare ruimte moet ook in de bouw- en ontwikkelfase voldoen aan een basisniveau dat voldoet aan de ambities van het CID.

Voor het in gebruik nemen van de benodigde openbare ruimte dient separaat een procedure gevolgd te worden om een

Verkeersaspecten tijdens de bouw

instemmingsbesluit te verkrijgen. Vanwege het feit dat ook in

De ontwikkeling van de Bellevuelocatie middels een bouwplan

de nabijheid van het HTM-tracé gewerkt gaat worden dient op

van deze omvang heeft impact op de omgeving. Aan eisen ten

basis van Wet Lokaal Spoor toestemming verleend te worden

aanzien bouwveiligheid,bouwlogistiek en werkterrein moet in

door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

64

PLANUITWERKINGSKADER

een BLVC-plan worden voldaan en zijn met name belangrijk richting het verdere proces van bouwvoorbereiding. Echter de schaal van het project maakt dat de gemeente ook al in deze PUK kaders wil opnemen ten aanzien van de invloed op de openbare ruimte. Belangrijke uitgangspunten tijdens de bouwfases zijn: • Het tramverkeer wordt niet beperkt tijdens de bouw. • De Bezuidenhoutseweg blijft tijdens de bouw open voor fietsverkeer in twee richtingen. • De Rijnstraat blijft tijdens de bouw open voor fietsverkeer in twee richtingen, indien dit niet mogelijk is een veilig alternatief via de Oranje Buitensingel noodzakelijk. • De Bezuidenhoutseweg is een aanrijdroute voor de Nooden Hulpdiensten wat betekent dat de deze eisen stelt aan de beschikbaarheid van deze route. • De Bezuidenhoutseweg en in het verlengde daarvan Herengracht is een bevooradingsroute en onderdeel van de parkeerroute, een goed circulatie plan icm met routes voor het bouwverkeer is noodzakelijk om de bereikbaarheid van de omgeving van de Herengracht te waarborgen. • Rekening houden met de beperkingen op de locatie van de Koningstunnel.

PLANUITWERKINGSKADER

65

BIJLAGEN -

66

Bijlage 1 Natuurinclusief bouwen ambitie Bijlage 2 Benoemde standpunten t.b.v. impressies Bijlage 3 Wind- en bezonningsonderzoek Bijlage 4 Ecologische effectrapportage, Bureau Stadsnatuur, 7 oktober 2019 Bijlage 5 Flora- en faunaonderzoek Bijlage 6 Communicatieplan & verslag Bijlage 7 Urban living, Patrizia, 17 juni 2020 Bijlage 8 Voorlopige berekening parkeerbehoefte

PLANUITWERKINGSKADER

PLANUITWERKINGSKADER

67

BIJLAGE 1 NATUURINCLUSIEF BOUWEN PATRIZIA: Minimaal te behalen puntenaantal

6

4

6

Stadszone Grootschalige bebouwing en hoogbouw Score Punten 1 gevel/dak

Maatregel Geveltuin

1

gevel/dak

Geen lichtuitstraling vanuit gebouw

1

gevel/dak

Groen dak met sedum (> 5 - 7 cm) /30%

2

gevel/dak

Groen dak met sedum, grassen, kruiden (7 - 15 cm)/30%

3

gevel/dak

Groen dak met (sedum), grassen, kruiden, dwergheesters (15 - 30 cm) /30%

4

gevel/dak

Groen dak met (grassen), kruiden, dwergheesters en struiken (30 - 50 cm) /30%

4

gevel/dak

Groen dak met kruiden, dwergheesters, struiken en bomen (> 50 cm) /30%

2

gevel/dak

Gevelgroen

4

Gevel/dak

Alleen bij hoogbouw (>50m): minimaal 100% van de footprint van de stedelijke laag komt terug als horizontale buitenruimtes zoals daktuinen. Daarvan moet minimaal 40% ingericht worden met groen dat een bijdrage levert aan biodiversiteit.

1

verblijf

Insectenstenen

1

verblijf

nestkasten voor huismus bij groene tuinen/pleinen

1

verblijf

Nestplaatsen voor gierzwaluwen

1

verblijf

Nestplaatsen voor zwarte roodstaart

1

verblijf

Nestkast slechtvalk

1

verblijf

Winterverblijfplaats voor vleermuizen

1

omgeving

Geen buitenverlichting bij groen

1

omgeving

Cluster van 3 inheemse bomen

1

omgeving

Cluster van inheemse struiken 50m2

1

omgeving

Groene tuin met aansluiting op ecolog. structuur

1

omgeving

Insectenhotel

1

omgeving

Voor vlinders geschikte struiken

1

omgeving

Droog bloemrijk grasland > 10m2

2

omgeving

Natuurlijke haag > 25 meter

2

omgeving

Natuurlijke verharding 25% areaal

2

omgeving

Boomgaard met > 10 fruitbomen

2

omgeving

Grasland met inheems bloemenmengsel > 500 m2

2

omgeving

Groen >25% onbebouwde areaal

2

omgeving

Zoomvegetatie langs perceelsranden

3

omgeving

Pocketpark (minipark)

2

omgeving

Rij van >10 inheemse bomen (zo mogelijk gemixt)

2

omgeving

Natuurvriendelijke of drijvende oever > 10 m

Toepassing Puntensysteem Groen- en Natuurinclusief bouwen (RIS 301953) Het college van B&W wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Conform het besluit over het Puntensysteem Groenen natuurinclusief bouwen (RIS 301953) geldt voor de ontwikkeling van deze locatie de volgende tabel van maatregelen, met in de linkerkolom het te behalen puntenaantal. Voor uitleg over de maatregelen zie bijlage C van het rapport: https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/ overige%20bestuurlijke%20stukken/499196

BIJLAGE 2 WIND- EN BEZONNINGSONDERZOEK

BIJLAGE 3 BENOEMDE STANDPUNTEN T.B.V. IMPRESSIES

Zichtpunten

8

1 5

9

Binnenstad

3

12

CS Oost

6 Den Haag 7b

4

Centraal

11 Nieuw Centrum

7

Koningskade-Lange Voorhout

2.

A12 bij afslag 3

3.

Vanaf de hoek Plaats-Hofvijver

4.

Herengracht

5.

Bezuidenhoutseweg

6.

uitgang Kon.Julianaplein

7.

CS uitgang Rijnstraat

8.

Malieveld

9.

Koekamp

10. Zwarteweg-Turfmarkt

10

11. Muzenstraat 12. het Plein

2 Grote Marktstraat

1.

1. Koningskade - Lange voorhout

2. A12 bij afslag 3

3. Vanaf de hoek Plaats-Hofvijver

4. Herengracht

5. Bezuidenhoutseweg

6. Uitgang Koningin Julianaplein

7. CS Uitgang Rijnstraat

8. Malieveld

9. Koekamp

10. Zwarteweg-Turfmarkt

11. Muzenstraat

12. Het Plein

BIJLAGE 4 ECOLOGISCHE EFFECTRAPPORTAGE,

BUREAU STADSNATUUR, 7 OKTOBER 2019

BIJLAGE 5 FLORA- EN FAUNAONDERZOEK

BIJLAGE 6 COMMUNICATIEPLAN & VERSLAG

BIJLAGE 7 URBAN LIVING, PATRIZIA, 17 JUNI 2020

BIJLAGE 8 VOORLOPIGE BEREKENING PARKEERBEHOEFTE

Disclaimer beeldrechten Bij het opstellen van dit document is fotomateriaal gebruikt waarbij we ons uiterste best de rechthebbenden van fotomateriaal te achterhalen en te vermelden. Mocht het desondanks zo zijn dat u aanspraak denkt te hebben op fotorechten, dan verzoeken we u vriendelijk contact op te nemen.

Colofon

Gemeente Den Haag Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling Stedenbouw & Planologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12621406/1