CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315073 Beantwoording SV Bouwen waar het kan

Commissie Ruimte 20 maart 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: LER rapportage en advies, RIS3152741.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE

4 juli 2023

VRAGEN

Onderwerp

Ons kenmerk

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw De Groot, luidend: 'Bouwen waar het kan?'

DSO/10542674 RIS315073

Het raadslid mevrouw De Groot heeft op 30 maart 2023 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 7 maart jongstleden publiceerde de bestuursvoorzitter van Staedion een blog1 over woningbouw in Den Haag. Hierin komt de vraag naar voren hoe we als stad omgaan met open plekken en de mogelijkheden tot woningbouw op zulke plekken. Wat het CDA betreft groeit Den Haag voor zover de stad dat aankan. Dit betekent dat er ook voldoende voorzieningen en natuur moeten zijn. 1.

Welke functies ziet het college voor de open plekken waar in het genoemde artikel naar wordt verwezen?

De bestuursvoorzitter van Staedion noemt twee voorbeelden van open plekken: een groot leeg terrein rondom een school in Moerwijk en een groot kantoor met zes verdiepingen vlakbij station Hollands Spoor. Het terrein in Moerwijk betreft een braakliggend terrein naast de Openbare basisschool aan de Van Ruysbroekstraat. Dit is één van de locaties die geschikt is voor (tijdelijke) (zorg)woningen, vanuit het Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders (RIS310115). Na reacties van omwonenden en van de school is een klankbordgroep opgericht en wordt er door de gemeentelijke projectgroep gestudeerd op een permante invulling met diverse woonvormen, waar ook vanuit de buurt behoefte aan is. Het college wacht de voorstellen van de projectgroep af. Het leegstaande kantoor betreft naar alle waarschijnlijkheid het (voormalige) Grote Belastingkantoor, Stationsplein 75. Het kantoor staat al vele jaren leeg. Verschillende partijen hebben plannen gemaakt voor herontwikkeling, maar geen van deze plannen is tot uitvoering gekomen. Recent is een plan ingediend voor ombouwen van het kantoor naar studenteneenheden. De aanvraag omgevingsvergunning is nog in procedure. 2.

Is het college het met de CDA-fractie eens dat verdichting alleen mogelijk en wenselijk is bij de stations en in Zuidwest, maar dat er grenzen zitten aan wat de stad aankan?

Het college ziet ook elders in Den Haag mogelijkheden om te verdichten. Wel moet verdichting altijd zorgvuldig plaatsvinden. Er is niet onbeperkt ruimte voor verdichting. Dat zullen we met elkaar per locatie steeds moeten afwegen en invullen.

1

Zie: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/12588612/1#search=%22RIS315073%22

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10542674

3.

In het artikel wordt genoemd dat ‘Als we alle ‘gaten’ in de stad bij elkaar optellen, van lege terreinen tot lege gebouwen, zie ik dat het mogelijk is om meer woningen te bouwen’. Kan het college reflecteren op deze uitspraak?

Inzet op het benutten van leegstaande panden, het transformeren van kantoren of leegstaand vastgoed, kan bijdragen aan woonoplossingen waarvoor behoefte bestaat. Een voorbeeld hiervan is de voormalige KPN locatie aan de Mgr. Nolenslaan in Loosduinen, die naar voren kwam als potentiële woningbouwlocatie tijdens een bewonersavond over de ontwikkelingsmogelijkheden Driehoek Loosduinen. Hier worden seniorenwoningen in het sociale huursegment gerealiseerd (RIS 311929). Zowel via het lopende urgentieprogramma sociale en betaalbare woningbouw (RIS305713) als via het doorbraakplan worden deze mogelijkheden verkend, waarmee we een bijdrage leveren aan de behoefte aan woningen en andere functies en voorzieningen in de stad. 4.

Is het gebruikelijk dat directeuren van woningcorporaties door de stad rijden om plekken voor sociale woningen aan te wijzen? Hoe past dit binnen ons woningbeleid? Wordt dit ook gedaan voor andere woningsegmenten en door andere woningcorporaties of ontwikkelaars?

Het staat iedereen vrij (private en maatschappelijke initiatiefnemers (als woningcorporaties)) om ideeën te hebben over herontwikkeling of een beter gebruik van plekken in de stad en deze voor te leggen aan de gemeente. De gemeente staat daar open voor en heeft het Haags Initiatieventeam (HIT) opgezet om dergelijke plannen te bespreken. Om te kunnen worden uitgevoerd, moeten ideeën/plannen wel passen in het gemeentelijke beleid (zoals de Omgevingsvisie of de Woonvisie). Het is aan het gemeentebestuur om de afweging te maken en besluiten te nemen over herontwikkeling of hergebruik van locaties. 5.

Kan het college aangeven op welke manier dit past bij de regie en rol die de gemeente heeft op stedelijke ontwikkeling en woningbouw in Den Haag?

De gemeente heeft de regie op stedelijke ontwikkeling, waaronder de bouw van woningen. De regie ligt vast in beleidskaders (zoals een Woonvisie, Omgevingsvisie, ontwikkelvisies voor gebieden/stadsdelen) en in regels (verordeningen en het bestemmingsplan/omgevingsplan). Voor woningbouw heeft uw raad in de Woonagenda 2020-2030 Haags samen wonen (RIS305711) een programmering en segmentering vastgesteld, waar plannen aan moeten voldoen. Met dit instrument voert de gemeente regie over de woningbouwsegmentering. Voor de uitvoering van het Coalitieakkoord en de Woonvisie zet de gemeente actief in op uitvoering van onder andere het urgentieprogramma sociale en betaalbare woningbouw en het doorbraakplan en is de ambitie om leegstaande panden beter te benutten. In regionaal verband is de Regionale Realisatieagenda Woningbouw Haaglanden (RIS314502) mede door Den Haag ondertekend, waarin de ambities voor de belangrijkste gebieden zijn beschreven. Om te komen tot uitvoering, werkt de gemeente samen met anderen (vastgoed- en grondeigenaren, ontwikkelaars, beleggers en corporaties); de gemeente ontwikkelt zelf geen woningen. In de stad zijn drie prioritaire gebieden aangewezen: het CID, de Binckhorst en Zuidwest. Voor deze gebieden is een programmaorganisatie opgezet waar in samenwerking met de betrokken vastgoedeigenaren en investeerders wordt gewerkt aan de gebiedsprogramma’s.

Er worden visies gemaakt (bijvoorbeeld de Structuurvisie Zuidwest) en het programmateam stuurt en begeleidt de ontwikkeling in die gebieden. Ook elders in de stad vinden veel ontwikkelingen plaats en wordt samengewerkt met diverse partijen. De gemeentelijke organisatie begeleidt initiatieven in de hele stad projectmatig.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10542674

De betreffende projectgroep bewaakt dat wordt voldaan aan vastgesteld beleid en kaders, zoals de Woonagenda en het omgevingsplan. De gemeente voert de regie. Besluitvorming vindt plaats door de raad en de raad wordt met regelmaat over de voortgang van de lopende projecten en ontwikkelingen geïnformeerd. 6.

Is het college het met de CDA-fractie eens dat de open plekken die er nog in de stad zijn, niet volgebouwd moeten worden met nog meer woningen maar juist kunnen bijdragen aan voldoende voorzieningen, ontmoetingsruimte en groen?

Zie voor het antwoord op deze vraag de afdoening van de motie ‘Bouw niet elke postzegel vol’ (RIS315359). 7.

Op welke manier borgt het college bij verdichtingsplannen dat er voldoende voorzieningen en natuur zijn, zodat er niet alleen woningen worden gebouwd, maar dat er juist gebouwd wordt aan fijne buurten om te wonen?

In de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ (RIS307513) zijn normen opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen (inclusief groen- en speelvoorzieningen). De nota is een richtinggevend instrument voor voorzieningen bij alle (verdichtings)plannen. Via Nota’s van Uitgangspunten (NvU’s) of Planuitwerkingskaders (PUK’s) worden deze uitgangspunten meegegeven aan de initiatiefnemers/ontwikkelaars. Initiatiefnemers moeten bij het indienen van een plan aantonen op welke wijze aan de normen wordt voldaan. De gemeente toetst of wordt voldaan aan de uitgangspunten. 8.

Zijn er op dit moment nog plannen om open plekken in de stad te benutten voor woningbouw en zo ja, kan het college dit met de raad delen?

Zoals afgesproken met de vaststelling van de Woonagenda 2020-2030 (RIS305711) in oktober 2020, informeert het college de raad minimaal eens per jaar over de voortgang van het woningbouwprogramma betaalbare woningbouw (de eerste voortgangsrapportage is van juli 2021 (RIS309554), de tweede van februari 2022 (RIS311729)). In de rapportages wordt aangegeven hoeveel woningen in welke segmenten op welke locaties zijn gerealiseerd en wordt in het kader van de woningbouwprogrammering een doorkijk gegeven naar nieuwe woningbouwlocaties die naar verwachting in de komende jaren in ontwikkeling worden genomen. In de recente voortgangsrapportages heeft het college de raad daarbij ook inzicht gegeven in de locaties (nieuw en stagnerend) die in het kader van het Urgentieprogramma sociale en betaalbare woningbouw zijn opgevoerd. Ook informeerde het college de raad over plannen in het kader van het Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders. 9.

Is het college ook van mening dat het bouwen van extra woningen alleen kan, wanneer de voorzieningen in gelijke mate meegroeien?

Ja. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12963129/1