RIS315019 Beantwoording SV Nooit afgebouwd tempelcomplex Laakhaven
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
14 juni 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Martini, luidend ‘Nooit afgebouwd tempelcomplex Laakhavens’ RIS315019
DSO/10518617 RIS315019
Het raadslid de heer Martini heeft op 29 maart 2023 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Tussen de Waldorpstraat en de Van der Kunstraat liggen een tweetal tempels en een braakliggend stuk land, midden in een afgebouwde woonwijk. In 2022 heeft het college een stuk gemeentegrond grenzend aan de onbebouwde grond ter beschikking gesteld aan de eigenaren van het onbebouwde perceel. Dit tegen de wens van de bewoners. Het stuk braakliggende grond wordt niet bebouwd terwijl alle vergunningen door de gemeente verleend zijn. Bijlage foto. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Constant Martini (Hart voor Den Haag) de volgende vragen: 1.
Wil het college ervoor zorgdragen dat de grond naast de tempels bebouwd wordt?
Het college levert een inspanning om de bebouwing mogelijk te maken. De kavel naast de twee reeds gebouwde tempels is in erfpacht uitgegeven aan een derde tempel. In de uitgifteovereenkomst is een bouwplicht opgenomen. De erfpachter heeft aanvankelijk een omgevingsvergunning gekregen en is gestart met het aanbrengen van de fundering. Door diverse redenen is de bouw daarna gestaakt en is de erfpachter diverse keren gemaand de bouw voort te zetten. Uiteindelijk heeft erfpachter een gewijzigd bouwplan ingediend en is een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd en verleend. Hierna is erfpachter opnieuw niet tijdig tot verder bouwen gekomen en is de erfpachter hierop aangesproken. De erfpachter heeft aangegeven de bouw te hervatten. De beoogde startdatum is medio juni 2023. Indien erfpachter alsnog de bouw niet hervat kunnen de sancties op het niet nakomen van de bouwplichttermijn volgende uit het erfpachtrecht overwogen worden. 2.
Kan het college aangeven of bij het uitgeven van de vergunningen ook een bouwplicht opgenomen is?
Er is bij het uitgeven van de omgevingsvergunningen geen bouwplicht opgenomen. Zoals benoemd bij vraag 1 is het bij het uitgeven van deze grond in de erfpachtvoorwaarden wel een bouwplicht is opgenomen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10518617
3.
Waarom neemt het college aan de voorkant van het proces om een bouwvergunning aan te vragen niet standaard een bouwplicht op?
Een vergunning is een recht om te bouwen en geen plicht, derhalve is er geen mogelijkheid om een bouwplicht op te nemen bij het uitgeven van een omgevingsvergunning. Bij de uitgifte van grond in erfpacht is er in lijn met de geldende algemene bepalingen wel de mogelijkheid een bouwplicht op te nemen in de erfpachtvoorwaarden, zie artikel 15. 4.
Ook met het vorig jaar ter beschikking van de eigenaren van de tempels gegeven stuk grond ten behoeve van verfraaiing wordt niets gedaan, hoe komt dat?
Voor het perceel achter de tempels is een overeenkomst gesloten met de besturen van de drie tempels (waarvan er nog een moet worden afgebouwd). Hierbij is overeengekomen dat de grond gezamenlijk zal worden ingericht en gebruikt als tuin. Het perceel is hiervoor opgesplitst in drie afzonderlijke percelen. De gemeente kan nog niet meewerken aan de levering van het perceel, onder andere omdat de derde tempel nog niet is afgebouwd. Er lopen gesprekken met de besturen van de reeds gebouwde tempels, over het alvast overdragen van hun tuindelen en het inrichten hiervan. 5.
Kan het college ervoor zorgdragen dat deze rotte plek in het Laakhavengebied op korte termijn op een acceptabel niveau gebracht wordt en dat b.v. de instortende bouwkeet verwijderd wordt?
Er wordt nauw toegezien op de hervatting van de bouw door het bestuur van de derde tempel. Onderdeel van de gesprekken met het bestuur en de aannemer is de inrichting van de bouwplaats en de aanwezige zaken, waaronder de bouwkeet. 6.
De Petroleumhaven is een onderdeel dat bij het CID behoort, het staat niet op de reusachtige maquette die in de stad rondtoert. Vreemd eigenlijk. De potentie van het station Moerwijk wordt ook buiten beschouwing gelaten. Doet het college dit bewust? Zo niet, is het dan om de fouten en mogelijke verbeteringen die voortvloeien uit de ontwikkeling van het gebied van de Petroleumhaven te ontkennen? Graag een gedetailleerd antwoord?
Zowel de Petroleumhaven als station Moerwijk horen niet bij het CID volgens de Structuurvisie CID. De grens ligt op de Calandstraat. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
Ilma Merx
Jan van Zanen