CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS315004 Bijlage

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake vaststelling van het Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 (RIS315004)19.991 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023 - 2026

VOORWOORD Den Haag is een stad die kansen biedt en energie geeft. Met inwoners, ondernemers en organisaties die werken aan oplossingen en op ons kunnen rekenen als er hulp of ondersteuning nodig is. Die het gevoel hebben dat de stad hen wat te bieden heeft en dat zij de stad wat te bieden hebben. Met iedereen bouwen we aan een weerbare stad. Mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid bij de uitdagingen van het leven. Soms kunnen zij die (nog) niet aan. Zij doen er goed aan dan allereerst een beroep te doen op hun eigen netwerk. In een aantal gevallen kunnen wij als overheid helpen met oplossingen op maat. Dat is ook wat Den Haag Werkt doet, het werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente. Het daagt uit, helpt, ondersteunt en verbindt. Werk is essentieel. Liefst betaald werk. Collega’s hebben, sneller de taal leren, ertoe doen: dat geeft zelfvertrouwen en versterkt de eigenwaarde. Het helpt bestaanszekerheid en financiële onafhankelijkheid te vergroten. Voor wie dat nog een stap te ver is, geven opleidingen nieuwe kansen en energie. Dit beleidsplan Werk en Participatie Den Haag 2023-2026 biedt daarvoor context en kaders, presenteert onze ambities plus de aanpak om die ambities te realiseren. Meedoen is in alles de rode draad. Meedoen aan de samenleving. Zo bouwen we aan een stad die tegen een stootje kan.

Kavita Parbhudayal Wethouder Werk, Wijken en Dienstverlening

2

INHOUDSOPGAVE

Inleiding

4

DEEL I: Context en analyse

6

1 De opgave in perspectief

7

1.1 De opgave

7

1.2 Wettelijk kader

7

1.3 Ontwikkelingen arbeidsmarkt

8

2 De veranderende doelgroep

10

3 Missie, visie en beleidsuitgangspunten

14

3.1 Waar staan we voor?

14

3.2 Menselijke maat

14

3.3 Beleidsuitgangspunten

15

DEEL II: De aanpak

16

4 Doelen en acties

17

4.1 Doelen

17

4.2 Deelopgaven

18

4.2.1 We bieden iedereen een werkkans

18

4.2.2 We versterken de relatie met werkgevers en andere partners in de stad

26

4.2.3 We innoveren om werkkansen te vergroten

30

4.2.4 We bieden perspectief voor wie (nog) niet aan het werk kan

36

4.3 Totaaloverzicht opgaven en acties

39

4.4 Verbinding met andere opgaven

45

5 Financiën

46

Bijlagen 1 Ontwikkelingen Rijksbeleid

49

2 Verdiepende analyse op in- en uitstroom

51

3 Doelgroepen analyse en dienstverlening

53

4 Geleerde lessen

55

5 Doelgroep jongeren in cijfers

57

INLEIDING Belangrijke opgave

Samenwerking met partners

De krapte op de arbeidsmarkt breekt momenteel historische records.

We zijn ons ervan bewust dat de effectiviteit van de acties die wij

Toch lukt het veel mensen niet om aan het werk te komen. Zij hebben om

omschrijven afhankelijk is van de samenwerking met onze partners.

verschillende redenen een grote afstand tot de arbeidsmarkt, of anders

Allereerst hebben we werkgevers nodig, die in onze doelgroep kansen

gezegd heeft de arbeidsmarkt een te grote afstand tot deze werkzoekenden.

zien en in hen willen investeren. Met hen gaan we nieuwe samen-

Hier ligt een belangrijke opgave, want het is sociaal niet aanvaardbaar

werkingsafspraken maken en innovatieve en duurzame oplossingen

dat mensen buiten de samenleving staan en het is economisch niet ver-

creëren in het streven naar een meer inclusieve arbeidsmarkt. Ook de

antwoord om arbeidspotentieel onbenut te laten.

samenwerking met onze maatschappelijke partners versterken we. Want alleen begeleiding naar werk is binnen de re-integratiedienst-

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor de re-integratie en participatie

verlening niet meer afdoende.

van inwoners die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren en ondersteuning nodig hebben. Met dit beleidsplan spreken we de ambitie uit dat we hen zo veel mogelijk aan het werk helpen en als dat (nog) niet lukt dat we hen een ander duurzaam perspectief bieden.

Voortbouwen op bestaand beleid én beleid versterken en vernieuwen Deze opgave vindt plaats tegen de achtergrond van complexe en veranderende wet- en regelgeving, een arbeidsmarkt die zich kenmerkt door krapte en een doelgroep die overwegend duurzame ondersteuning, vaak op meerdere leefgebieden, nodig heeft. In deze veranderende omgeving kunnen we onze ambities alleen realiseren als onze aanpak hier goed op aansluit. Dat betekent dat we niet alleen voortbouwen op bestaand beleid, maar dat we dat beleid ook moeten versterken en vernieuwen. Geleerde lessen uit eerdere onderzoeken en evaluaties, zoals het onderzoek van Berenschot naar de effectiviteit van re-integratie, het Rekenkameronderzoek naar de aanpak van

Wethouder Kavita Parbhudayal op werkbezoek

jongeren en de evaluatie van het Werkoffensief +500 nemen we hierin mee.

4

Na de analyse van de opgave binnen deze brede context worden in dit beleidsplan vanuit een beschrijving van de missie, visie en de belangrijkste beleidsuitgangspunten de onderliggende doelen beschreven. Vervolgens wordt per deelopgave uitgelegd wat we gaan doen om deze doelen te bereiken en welke concrete acties daarvoor nodig zijn. Deze actiepunten staan niet op zichzelf. We zoeken hierbij nadrukkelijk de verbinding met lokale en regionale initiatieven. Bijvoorbeeld met de aanpak om onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven beter op elkaar aan te laten sluiten, de strategische verkenning regionaal arbeidsmarktbeleid, de wijkgerichte opgaven, Regiodeal Zuidwest en de Haagse ondernemersagenda.

Bevindingen van werkgevers Ter voorbereiding van dit beleidsplan hebben we ook werkgevers gesproken. Hun bevindingen en aandachtspunten zijn verwerkt in dit beleidsplan. Werkgevers hechten aan korte lijnen. Ze benadrukken de noodzaak van goede begeleiding van mensen, ook na plaatsing, zowel door de werkgevers zelf als door de gemeente. Verder zijn genoemd: het wegnemen of beheersbaar maken van belemmeringen die veroorzaakt worden door laag taalniveau, sociale- of GGZ-problematiek, of problemen met kinderopvang, het belang van diversiteit in aanbod van werkplekken en takenpakketten die aansluiten op talenten. Ook het creëren van een goede overgang van participatie naar re-integratie wordt belangrijk gevonden en ten slotte het zorgen voor een vangnet als het een keer tegenzit.

Tot slot Met dit plan schetsen we de beleidslijn voor de komende jaren. We bouwen hiermee voort op de reeds ingezette koers. De genoemde actiepunten worden nu verder uitgewerkt in concrete plannen. Het is werk in uitvoering. Om goed de voortgang te kunnen volgen, rapporteert het college elk half jaar aan de gemeenteraad hoe we ervoor staan.

5

DEEL I

Context en analyse

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

1 DE OPGAVE IN PERSPECTIEF van dit beleidsplan. Wel wordt op onderdelen in dit plan aangegeven waar

Meedoen is de rode draad in het beleid van de gemeente

verbindingen over en weer liggen en op welke onderdelen dit beleidsplan

Den Haag. Als mensen betaald werk hebben, stelt dat hen

hieraan bijdraagt.

in staat om hun kwaliteiten te ontplooien, het zorgt ervoor dat mensen zich kunnen ontwikkelen en het versterkt het gevoel van eigenwaarde. Ook neemt de kans op financiële

1.2 Wettelijk kader

onafhankelijkheid toe. En voor degenen die er (tijdelijk) niet

De gemeente is verantwoordelijk voor de re-integratie en participatie van inwoners die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren

in slagen om betaald werk te vinden, is het goed om te kijken

en ondersteuning nodig hebben. Dit zijn mensen met een bijstands-

of zij op een andere manier zinvol mee kunnen doen in de

uitkering, niet-uitkeringsgerechtigden en mensen die eerder door

samenleving. Daarbij is het belangrijk dat mensen kunnen

de gemeente met loonkostensubsidie aan het werk zijn geholpen en vervolgens (ziek) uit dienst zijn gegaan.

rekenen op voldoende ondersteuning die ook goed bij hen past.

Participatiewet

1.1 De opgave

Het uitgangspunt van de Participatiewet is dat iedereen naar vermogen deel-

Met dit beleidsplan spreken we de ambitie uit dat we zo veel mogelijk

neemt aan de samenleving, bij voorkeur door het verrichten van betaald werk

mensen aan het werk helpen en als dat (nog) niet lukt dat we hen een

en dat gemeenten tegelijkertijd zorgen voor een vangnet als het tegenzit.

ander duurzaam perspectief bieden. Daarmee vergroten we bestaans-

Het Rijk wil met de Participatiewet bereiken dat minder mensen afhanke-

zekerheid en zorgen we ervoor dat iedereen gelijkwaardig meedoet.

lijk zijn van een uitkering en dat ook mensen met weinig arbeidsvermogen, waaronder mensen met een arbeidsbeperking, aan het werk geholpen wor-

Deze ambitie draagt bij aan de gezamenlijke opgave om te zorgen voor een

den. Daarvoor biedt het Rijk een aantal instrumenten om dit te stimuleren,

stad waar werk, economie en onderwijs optimaal met elkaar verbonden

waaronder werkvoorzieningen (zoals jobcoaching, werkplekaanpassingen

zijn. Zeker in een periode waar sprake is van een groot tekort aan personeel

en andere op maat gesneden voorzieningen), loonkostensubsidie en beschut

in vrijwel alle sectoren moeten we gezamenlijk optrekken en zodoende

werk. Het is aan gemeenten om binnen de mogelijkheden van de wet, lokaal

ook kansen bieden aan mensen die nu nog ver van de arbeidsmarkt staan.

en regionaal beleid vast te stellen en uit te voeren en daarmee goed aan

Daarom pakken we als gemeente de regie om vraag en aanbod op de

te sluiten bij de behoeften van de inwoners en de mogelijkheden van werk-

arbeidsmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten. Hoe we dat gaan doen,

gevers en maatschappelijke organisaties. In de Re-integratieverordening

komt terug in het bredere plan van het college om onderwijs, arbeidsmarkt

Participatiewet Den Haag 2015 heeft de gemeente vastgelegd wie onder

en bedrijfsleven beter op elkaar aan te laten sluiten en valt buiten de scope

welke voorwaarden, voor welke voorzieningen in aanmerking komen.

7

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten

in de samenleving. Ook vindt er momenteel een verkenning plaats naar

Samenhangend met de Participatiewet stimuleert de Wet banenafspraak

het meer toekomstbestendig maken van sociaal ontwikkelbedrijven.

en quotum arbeidsbeperkten werkgevers om mensen met een arbeids-

De bedoeling is dat zij een grotere rol gaan spelen in de ontwikkeling van

beperking in dienst te nemen. In het sociaal akkoord van april 2013

groepen mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

hebben het kabinet en sociale partners (werkgevers en werknemers) afgesproken dat ze extra banen creëren voor mensen met een arbeids-

Andere ontwikkelingen die gaande zijn betreffen de plannen tot een uit-

beperking. In totaal gaat het om 125.000 extra banen (ten opzichte van

breiding van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur. Het kabinet heeft aan-

de peildatum 1 januari 2013); 100.000 in de marktsector die vóór 1 januari

gekondigd dat zij zowel op landelijk als regionaal niveau met een meerjarige

2026 gerealiseerd moeten zijn en 25.000 bij de overheid die vóór 1 januari

agenda komt en verwacht in de loop van 2023 met een wetsvoorstel te komen.

2024 gerealiseerd moeten zijn.

Daarin wordt de wens tot meer samenwerking tussen UWV, gemeenten, sociale partners en het brede onderwijsbeleid opgenomen.

De banenafspraak is een landelijke afspraak. Op landelijk niveau wordt jaarlijks gekeken of de werkgevers in de sector overheid en in de sector

Tot slot wil het kabinet de leer- en ontwikkelcultuur versterken om zo

markt de aantallen die voor hun sector gelden, hebben gerealiseerd.

een bijdrage te leveren aan een goed werkende, toekomstbestendige

De realisatie van de banenafspraak loopt momenteel achter op de

arbeidsmarkt waarin het vanzelfsprekend is dat mensen zich een leven

ambitie (sinds de start van de banenafspraak zijn er landelijk iets meer

lang blijven ontwikkelen (LLO). Om deze ambitie te realiseren geeft het

dan 80.000 banen gerealiseerd; dat is ruim 12.000 banen minder dan

kabinet een impuls van bijna 1,2 miljard euro. In Den Haag stimuleren we

waar volgens de planning op uitgekomen had moeten worden). Dit is

onze inwoners om de door het Rijk gefinancierde scholingsmogelijkheden

voor een deel veroorzaakt door de coronacrisis, maar vooral omdat de

optimaal te benutten en trekken we samen op met onze partners in de

overheid flink achterloopt. Binnen de overheidssector blijkt dat de rijks-

arbeidsmarktregio om het bereik te vergroten.

overheid (met 12 ministeries een belangrijke werkgever voor de gemeente Den Haag) en het basis- en voortgezet onderwijs als grote sectoren

1.3 Ontwikkelingen arbeidsmarkt

relatief gezien nog veel banen moeten realiseren.

In vrijwel alle sectoren is er op dit moment een groot tekort aan mede-

Ontwikkelingen Rijksbeleid

werkers. En die krapte op de arbeidsmarkt houdt naar verwachting van

Op Rijksniveau verwachten we de komende jaren een aantal nieuwe

het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) nog zeker twee decennia aan.

ontwikkelingen. In deze paragraaf gaan we hier kort op in (in bijlage 1

Daarom is het cruciaal dat er gewerkt wordt aan oplossingen. Het toe-

worden deze ontwikkelingen nader toegelicht). Het kabinet is voor-

gankelijker maken van de arbeidsmarkt voor mensen die nu buiten het

nemens de Participatiewet te wijzigen omdat in de praktijk is gebleken

arbeidsproces staan is één van de oplossingsrichtingen.

dat deze onvoldoende aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat. Het Rijk wil toewerken naar een Participatiewet die eenvoudiger is, een toereikend bestaansminimum

Er zijn in Nederland nog steeds (te veel) mensen die graag willen, maar

biedt en mensen meer passende ondersteuning biedt om mee te doen

niet aan het werk zijn, denk aan oudere werkzoekenden, statushouders,

8

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

niet-uitkeringsgerechtigde vrouwen, mensen met een lichamelijke of

momenteel geëxperimenteerd met het ‘ontschot’ inzetten van dienstver-

psychische beperking en mensen die om andere redenen wat verder van de

lening (dus los van de vraag welke uitkeringssituatie van toepassing is).

arbeidsmarkt afstaan. Uit oogpunt van gelijke kansen is het moeilijk uit te

We lopen hiermee vooruit op landelijke ontwikkelingen op het gebied van

leggen dat zij zelfs in deze tijd moeilijk aan het werk komen. Door de vele

uitbreiding van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur.

vacatures is het benutten van hun talenten en vaardigheden een deel van het antwoord op de stijgende vraag naar werknemers. Hier ligt dan ook dé kans om nieuwe stappen te zetten richting de inclusieve arbeidsmarkt waar plek is voor iedereen. Het gegeven dat momenteel sprake is van een mismatch tussen de vraag van werkgevers en dat wat werkzoekenden te bieden hebben, vraagt om een brede aanpak met meerdere partijen. Dit komt terug in het eerdergenoemde plan om onderwijs, arbeidsmarkt en bedrijfsleven beter op elkaar aan te laten sluiten. Het doel is om een meer proactieve en integrale aanpak voor de knelpunten op de arbeidsmarkt te ontwikkelen.

Samenwerking met UWV in arbeidsmarktregio Haaglanden In de arbeidsmarktregio Haaglanden werken de gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk, Westland, Midden-Delfland, UWV, het onderwijsveld en sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) samen. Samen zorgen we voor een meer eenduidige en effectievere dienstverlening door het delen van elkaars kennis, kunde en middelen en het effectief bij elkaar brengen van vraag en aanbod binnen de gehele regio. Hierdoor kunnen in de regio meer vacatures worden vervuld. De onderlinge afspraken en activiteiten die we gezamenlijk oppakken, worden jaarlijks in een regionaal uitvoeringsplan verder uitgewerkt. In mei 2021 is naar aanleiding van de coronapandemie het Regionale Mobiliteitsteam (RMT) tot stand gekomen, gefinancierd vanuit rijksmiddelen. Vanuit het RMT wordt aanvullende dienstverlening geboden voor mensen die van werk naar werk begeleid willen worden, of die hun baan verloren hebben, of binnenkort gaan verliezen. Binnen het RMT wordt

9

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

2 DE VERANDERENDE DOELGROEP Vrijwel iedereen die zelfstandig kan werken is momenteel aan

Volumeontwikkeling bijstand

het werk. Alleen personen die het niet zonder ondersteuning

In absolute zin is het bijstandsvolume in de afgelopen jaren gedaald tot

redden op de arbeidsmarkt, of die te grote belemmeringen

22.242 bijstandsuitkeringen eind 2022, het laagste niveau sinds 2014.

ervaren die werk in de weg staan, doen nu nog een beroep op

Het aantal personen in de bijstand ligt iets hoger dan het aantal bij-

de gemeentelijke voorzieningen. Dat een groot deel van de

standsuitkeringen, omdat gehuwden en samenwonenden samen één

gemeentelijke doelgroep steeds meer te maken heeft met

uitkering ontvangen. Op 1 januari 2023 waren 22.658 personen in beeld

complexe problematiek die (regulier) werk bemoeilijkt was

voor begeleiding richting school, werk of participatie. Van hen werden

ook de conclusie van het Werkoffensief +500.

3.686 personen begeleid richting werk of school; 18.972 mensen ontvingen dienstverlening vanuit Participatie. In bijlage 3 is daarvan een overzicht opgenomen met een onderverdeling naar aantallen wel/niet niet-

Figuur 1: Ontwikkeling bijstandsvolume

uitkeringsgerechtigd of niet-uitkering ontvangend (NUG/NUO), leeftijd en uitkeringsduur (korter dan 18 maanden). In figuur 2 is te zien dat sinds 2015 sprake is van een afname van de

28.000

instroom in de bijstand. In 2015 was de instroom op zijn hoogst.

27.000

De instroom is 7 jaar later bijna gehalveerd. De dalende trend werd

26.000

vanaf 2018 ook zichtbaar in de uitstroomcijfers. Dit komt omdat de

25.000

uitstroom deels aan de instroom gerelateerd is. Want als er minder

24.000

nieuwe instroom is en er daardoor minder mensen kortdurend in de uitkering zitten, heeft de groep die naar werk wordt begeleid gemiddeld

23.000

gezien een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. De trend die we hier

22.000

zien, sluit aan bij het landelijke conjuncturele beeld.

21.000 20.000

1-1-2016 1-1-2017 1-1-2018 1-1-2019 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 1-1-2023

10

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Figuur 2: In- en uitstroom in de bijstand in de gemeente Den Haag

Figuur 3: Duur re-integratieroute

9.000

3.000

8.500 2.500

8.000 7.500

2.000

7.000 6.500

1.500

6.000 1.000

5.500 5.000

500

4.500 4.000

0

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1-1-2018

In- en uitstroom meerjarig instroom

1-1-2019

1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

Duur van personen in routes bij Den Haag Werkt

uitstroom

minder dan 6 maanden

18 maanden - 2 jaar

6 maanden - 1 jaar

2 - 3 jaar

12 - 18 maanden

meer dan 3 jaar

De voornaamste reden waarom mensen momenteel instromen in de bijstand is het hebben van geen of onvoldoende inkomsten door het wegvallen van werk of een uitkering. Dat aantal is de laatste jaren wel fors afgenomen door samen met het UWV en andere partners in de regio

In 2018 was veruit het grootste deel van de mensen korter dan zes

meer in te zetten op preventie en het voorkomen van doorstroom vanuit

maanden in beeld bij Den Haag Werkt (destijds Werkgeversservicepunt)

de WW naar bijstand. In bijlage 2 wordt een verdieping geven op de

om begeleid te worden naar school of werk. Het kwam toen minder vaak

in- en uitstroomgegevens naar redenen en leeftijd.

voor dat mensen langer dan 1,5 jaar aan het re-integreren waren. We zien nu een heel ander beeld. Niet alleen dat het totale aantal mensen dat aan het re-integreren is, is gedaald, maar ook dat de re-integratietrajecten

Doelgroep heeft grotere afstand tot arbeidsmarkt

langer duren. Het aantal mensen dat drie jaar of langer bij Den Haag Werkt

Dat de doelgroep een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft, is terug te

in beeld is, stijgt sinds 2020 van circa 200 personen naar circa 700 personen

zien in hoe lang mensen worden begeleid naar school of werk. Zie figuur 3.

op 1 januari 2023.

11

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Gevolgen gewijzigd rijksbeleid

Figuur 5: Personen met een langdurige bijstandsuitkering op 1-1-2023

Een factor die meespeelt in de samenstelling van de doelgroep is dat met

9.000

de inwerkingtreding van de Participatiewet de instroom in de Wsw (Wet

8.000

sociale werkvoorziening) stopte en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoor-

7.000

ziening jonggehandicapten (Wajong) alleen nog toegankelijk werd voor

18 maanden - 5 jaar

6.000

mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Het gevolg hiervan is dat vanaf 2015 een steeds grotere groep mensen met een

5.000

arbeidsbeperking een beroep doet op de gemeente voor ondersteuning.

4.000 3.000

5 jaar - 10 jaar 6.399

6.855

7.681

meer dan 10 jaar

2.000

Dat is onder andere terug te zien in het aantal ingezette loonkostensubsi-

1.000

dies (LKS), zowel regulier, in combinatie met een STiP-baan (Sociaal Traject

0

in Perspectief) en in combinatie met beschut werk. Loonkostensubsidie Figuur 4: Ontwikkeling doelgroep LKS/beschut werk en Wsw

wordt namelijk ingezet als sprake is van een verminderde productiviteit. De mensen die hiervoor in aanmerking komen, komen voor een groot deel

2.000

uit de voormalige Wsw- en Wajong doelgroep. In figuur 4 is te zien hoeveel

1.800

mensen op 31 december van elk jaar in de verschillende regelingen werk-

1.600

zaam waren.

1.400 1.200 1.000

Langdurige bijstandontvangers

800

Naast het gegeven dat er meer mensen met een arbeidsbeperking van onze

600

dienstverlening gebruik maken, zien we ook dat een steeds grotere groep

400

mensen langdurig een bijstandsuitkering ontvangt. In 2018 ontvingen circa

200

11.000 mensen 5 jaar of langer een bijstandsuitkering, nu zijn dat er 14.536,

0

van wie 7.681 langer dan 10 jaar (figuur 5). 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Uit ervaring weten we dat hoe langer mensen bijstandsafhankelijk zijn,

Aantal mensen Wsw

banenafspraak regulier

STiP

beschut werk

hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Zeker voor de mensen die 10 jaar of langer in de bijstand zitten, zijn de kansen op werk laag.

12

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Participatiedoelgroep

vier subgroepen. Bij 2.865 personen is geconstateerd dat werk nooit een

Meer dan de helft van de mensen die twee jaar of langer een bijstands-

haalbaar perspectief zal zijn. Deze mensen laten we niet in de steek, maar

uitkering ontvangt, wordt (ernstig) beperkt door mentale gezondheids-

we zijn realistisch. Dat betekent dat we ze niet benaderen in het kader

problemen en voor twee derde is de fysieke gezondheid in het geding.

van re-integratie, maar er wel voor ze zijn vanuit het oogpunt van zorg.

Iets meer dan de helft van de groep participeert nauwelijks in de maat-

Dat geldt ook voor de 5.904 personen die al maatschappelijk participeren

schappij en een kleine tien procent voelt zichzelf maatschappelijk geïsoleerd.

op een niveau wat voor hen maximaal haalbaar is, zoals het doen van vrij-

Daar staat tegenover dat bijna een kwart van deze mensen wel actief par-

willigerswerk, deelnemen aan dagbesteding of het verrichten van mantel-

ticipeert, bijvoorbeeld als vrijwilliger, mantelzorger of met (arbeidsmatige)

zorgtaken. Van 5.904 personen schatten we in dat werk op termijn wellicht

dagbesteding. Er bestaan ook andere belemmeringen die werk in de weg

mogelijk is, maar niet binnen 12 maanden. Dit zijn bijvoorbeeld mensen

staan. Een meerderheid van de Haagse (langdurig) bijstandsgerechtigden

met verslavingsproblematiek of andere gezondheidsklachten. Tot slot zijn

heeft op grond van een lage opleiding en/of weinig werkervaring een

er 1.142 personen die naar verwachting wel binnen 12 maanden stappen

grote afstand tot de arbeidsmarkt. Ook het niet goed beheersen van de

kunnen zetten richting re-integratie. Voor deze groep zetten we specifieke

Nederlandse taal, in combinatie met andere problematiek en het niet

trajecten in, zoals individuele coaching, een maatschappelijk fit-traject1 of

kunnen terugvallen op een sociaal netwerk zijn veel voorkomende be-

een traject bij één van de samenwerkingspartners.

lemmeringen. Daarnaast ervaren veel mensen met bijstand financiële problemen en komt de helft (zeer) moeilijk rond. Financiële zorgen kunnen leiden tot chronische stress waardoor mensen beperkter worden in hun

Meer statushouders

algehele functioneren. Het leven met schulden en geldzorgen zorgt er ook

We zien dat het aantal statushouders in Den Haag toeneemt. Volgens CBS-

voor dat gezondheidsklachten toenemen en dat wordt vaak van generatie

gegevens is het aantal statushouders in Den Haag toegenomen van 3.345 op

op generatie overgedragen.

1 april 2018 naar 4.935 op 1 juli 2022. In december 2022 ontvingen 1.114 statushouders een bijstandsuitkering. Van deze groep waren 250 personen

Op basis van de gesprekken die tijdens de vorige collegeperiode, als onder-

(22 procent) jonger dan 27 jaar, en 168 personen (15 procent) 50 jaar of ouder.

deel van het Werkoffensief +500 zijn gevoerd met ruim 18.000 mensen die

Iets minder dan de helft (45 procent) ontving 18 maanden of langer bijstand.

1,5 jaar of langer een bijstandsuitkering ontvingen, is geconcludeerd dat een grote groep niet (direct) bemiddelbaar is naar werk. Werk is voor een aantal van hen wel mogelijk, maar zij hebben meer tijd en ander aanbod nodig om daar te komen. Naar aanleiding van de gesprekken zijn de mensen die (nog) niet begeleid konden worden naar werk, ingedeeld in

1

Maatschappelijk fit is een project dat in 2021 is ontstaan toen bleek dat een deel van de doelgroep langer de tijd nodig had om zich op de arbeidsmarkt voor te bereiden dan het toenmalige aanbod mogelijk maakte. De trajecten zijn laagdrempelig, het aanbod is divers en de trajecten duren maximaal 12 maanden.

13

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

3 MISSIE, VISIE EN BELEIDSUITGANGSPUNTEN In Den Haag gaan we kansenongelijkheid tegen en bouwen we

De arbeidsparticipatie van mensen die nu nog niet op de arbeidsmarkt

aan een sterke economie waarvoor ieders bijdrage hard nodig is.

actief zijn, maar (op termijn) wel kunnen werken, moet worden vergroot. Daarmee helpen we ook het bedrijfsleven om het personeelstekort terug te

We zien in alle inwoners potentie. Onze taak is deze te benutten,

dringen en verminderen we de bijstandsuitgaven. Als het mensen zelf

hun arbeidsparticipatie en bestaanszekerheid te vergroten en

niet lukt om werk te vinden, is het onze taak om hen werkkansen en

ervoor te zorgen dat iedereen gelijkwaardig mee kan doen.

perspectief te bieden. Samen met onze partners proberen we het hoogst haalbare mogelijk te maken. We zorgen dat scholingsmogelijkheden worden benut en problemen die onze werkzoekenden in de weg zitten,

3.1 Waar staan we voor?

lossen we samen met werkgevers en andere partners op. Want vaak gaat

Voordat we dieper ingaan op de concrete doelen die we de komende jaren

het niet om één op zichzelf staand probleem, maar zijn de belemmeringen

gaan nastreven en de strategie hoe we deze doelen willen gaan bereiken,

die men ervaart meervoudig, bijvoorbeeld op het gebied van schulden,

staan we in dit hoofdstuk eerst stil bij wat we zien als onze missie en visie

taal, verslaving en/of gezondheid. Onze inzet is daarbij ook gericht op

en wat onze beleidsuitgangspunten zijn.

preventie en het versterken van de sociale basis om zwaardere problematiek en hogere maatschappelijke kosten te voorkomen.

Onze missie is om samen met onze partners2, zo veel mogelijk inwoners duurzaam aan het werk te krijgen, juist in deze tijd van krapte. Dat

3.2 Menselijke maat

geldt ook voor mensen die nu nog een grote afstand tot de arbeids-

In Den Haag gaan we uit van de menselijke maat. Iedereen doet ertoe

markt hebben. Daarmee bieden we iedereen een kans op werk en op

en iedereen kan iets. Daar gaan we mee aan de slag, rekening houdend

economische zelfstandigheid. Voor degenen voor wie werk (nog) niet

met de mogelijkheden die de arbeidsmarkt biedt. Omdat in de praktijk

haalbaar is bieden we een ander perspectief zodat ook zij gelijkwaardig

gebleken is dat motivatie één van de belangrijkste succesfactoren is bij

kunnen meedoen.

het aan het werk helpen van mensen, moet re-integratie gericht zijn op een combinatie van het bevorderen van vaardigheden én het stapsgewijs

2

We werken samen met een brede groep partners, waaronder onder andere UWV, vakbonden, het MKB, VNO-NCW, Economic Board, ROC Mondriaan, het praktijkonderwijs, het speciaal onderwijs en het Haags Emancipatienetwerk.

14

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

bevorderen van motivatie. Daarbij onderkennen we dat de groep die wij begeleiden naar werk uit verschillende menstypen bestaat en daar houden we rekening mee. Elk van hen vraagt om een eigen benadering. Daarom is het voeren van het goede gesprek en een goede screening aan de voorkant cruciaal voor het verkrijgen van het juiste beeld van wat iemand wil en kan. Alleen als we daar goed zicht op hebben, kunnen we de meest passende dienstverlening inzetten.

3.3 Beleidsuitgangspunten Voor de concrete invulling van het beleidsplan zijn de volgende beleidsuitgangspunten richtinggevend: 1

We sluiten aan bij ontwikkelbehoeften, motivatie en mogelijkheden van onze inwoners. Tegelijkertijd verwachten we dat zij de geboden kansen ook actief oppakken.

2

We gaan uit van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en werkgevers in het streven naar een inclusieve arbeidsmarkt.

3

We gaan uit van het principe van simpel switchen; we halen drempels weg om aan het werk te gaan en we maken het makkelijker om een stapje terug te doen als het even niet lukt.

4

De afspraken die we eerder met de FNV en regiogemeenten hebben gemaakt - over het tegengaan van verdringing en werken zonder loon blijven we hanteren.

5

We staan dicht bij onze inwoners. We zijn aanwezig in kwetsbare wijken en buurten en zetten in op persoonlijk contact, zeker voor wie dit het hardst nodig hebben.

6

We maken keuzes op basis van (maatschappelijke) kosten en baten.

Deze uitgangspunten komen terug in de verdere uitwerking van de operationele doelen en acties, zoals beschreven in de aanpak; het tweede deel van dit beleidsplan.

15

DEEL II

De aanpak

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

4 DOELEN EN ACTIES De komende jaren gaan we zo veel mogelijk mensen aan het

1.000 mensen naar school of werk zonder dat ze uitstromen uit de bijstand.

werk helpen en als dat (nog) niet lukt gaan we hen een ander

Het gaat om mensen die van werk naar werk worden begeleid om instroom in de bijstand te voorkomen, mensen die parttime gaan werken en niet-

duurzaam perspectief bieden. We zien dit als een gezamenlijke

uitkeringsgerechtigden. Daar bovenop heeft het college als doel gesteld om

opgave, die we alleen in samenwerking met werkgevers en

gedurende deze collegeperiode 1.600 mensen extra naar werk te begelei-

andere partners in de stad kunnen realiseren.

den met uitbreiding van de mogelijkheden voor Loonkostensubsidie.

Duurzaam aan het werk

4.1 Doelen

We willen dat mensen duurzaam uitstromen naar werk. Uitstroom

Wat we concreet willen bereiken is onder te verdelen in drie subdoelen:

wordt gezien als duurzaam als de persoon minimaal 12 maanden geen bijstandsuitkering ontvangt nadat hij/zij aan het werk is gegaan, even-

1 Zo veel mogelijk mensen aan het werk helpen.

tueel via opvolgende contracten. Omdat we ook bij parttime werk willen

2 Zorgen dat mensen duurzaam uitstromen.

weten of het werk duurzaam is, gaan we dat nu ook in beeld brengen. Om vervolgens ook zicht te krijgen op de duurzaamheid van de (parttime)

3 Ontwikkeling en maatschappelijke participatie bevorderen.

uitstroom na het eerste jaar, gaan we de mensen de komende tijd drie jaar lang volgen. Daarbij brengen we ook in beeld in hoeverre parttime werk op

Meer mensen aan het werk

den duur leidt tot volledige uitstroom en wat redenen zijn waarom mensen

Het aantal mensen dat jaarlijks door de gemeente naar school wordt bege-

werk verliezen, zodat we daarvan kunnen leren.

leid of aan het werk wordt geholpen, is afhankelijk van het aantal mensen dat bemiddelbaar is richting betaald werk (instroom), de stappen die zij

Ontwikkeling en maatschappelijke participatie

maken op weg naar werk (doorstroom) en de vraag van werkgevers, ver-

De inzet die de gemeente levert, is niet altijd direct door te vertalen

taald in het aantal passende of passend te maken vacatures. Omdat vooraf

naar uitstroom richting werk. Dat wordt versterkt nu we relatief meer

niet goed is in te schatten wat de conjunctuur doet, zijn harde doelstellin-

mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt naar werk begeleiden.

gen lastig vast te stellen. Daarom hebben we in de programmabegroting

Omdat onze dienstverlening steeds meer is gericht op ontwikkeling en

ervoor gekozen om te werken met een bandbreedte.

maatschappelijke participatie gaan we dat ook beter in beeld brengen. Persoonlijke groei en iets terug doen voor de maatschappij zijn namelijk

In de programmabegroting 2023-2026 is gesteld dat op basis van de

eveneens belangrijke doelen. Door dit meetbaar te maken, kunnen we

huidige situatie wordt verwacht dat jaarlijks 2.200 tot 2.400 personen

bovendien betere keuzes maken op basis van (maatschappelijke) kosten

uitstromen naar school of werk. Daarnaast helpt de gemeente jaarlijks circa

en baten.

17

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

vanuit de volgende vier deelopgaven:

In het onderzoeksrapport van Berenschot naar de effectiviteit van re-integratie is geconcludeerd dat de eerder beoogde maatschappelijke beleidseffecten door Den Haag worden gereali-

4.2.1 We bieden iedereen een werkkans

seerd. Den Haag helpt werkzoekenden aan zo regulier mogelijk werk, biedt een brede groep inwoners een werk- en ontwikkel-

4.2.2 We versterken de relatie met werkgevers en andere partners in de stad

kans en realiseert ook duurzame uitstroom. Het bieden van een duurzame werkkans aan een brede doelgroep blijft ook de komende jaren in onze aanpak centraal staan. Wat we daarvoor

4.2.3 We innoveren om werkkansen te vergroten

gaan doen, wordt hierna puntsgewijs verder toegelicht.

4.2.4 We bieden perspectief voor wie (nog) niet aan het werk kan 1. We zorgen voor goede randvoorwaarden als mensen aan het werk gaan en voorkomen herinstroom in de bijstand Om duurzame uitstroom te bevorderen is het belangrijk dat we heldere

4.2 Deelopgaven

afspraken maken met werkgevers over goede begeleiding op de werkvloer,

Hierna volgt per deelopgave een beschrijving van wat gaan doen

contractvorm en -duur. Ook andere onderwerpen kunnen onderdeel zijn

om onze doelen te bereiken. Het uitgangspunt daarbij is dat we

van gesprek, zoals specifieke werkomstandigheden en onkostenvergoedingen

voortbouwen op bestaand beleid, maar we gaan ook vernieuwen.

voor bijvoorbeeld vervoer.

We behouden wat goed gaat, we nemen afscheid van aanbod dat niet effectief is, we versnellen onze dienstverlening waar mogelijk

Bij de start van een dienstverband brengen we de (financiële) gevolgen, die

en versterken ons beleid daar waar nodig.

een betaalde baan met zich meebrengt in beeld. Mensen vinden het vaak lastig om deze gevolgen vooraf te overzien. Ze zijn met name bang voor terugval in inkomsten (wegvallen van toeslagen) en terugvorderingen.

In de uitwerking van de deelopgaven en daaruit volgende acties

Door de mensen vooraf goed te informeren, verlagen we de drempel om

nemen we de bevindingen en aanbevelingen uit eerdere onderzoeken en

aan het werk te gaan en nemen we stress weg als mensen net aan het werk

evaluaties mee (zie bijlage 4). Het gaat om het Rekenkameronderzoek naar

zijn. Daarmee wordt voortijdige uitval voorkomen.

de begeleiding van jongeren naar school of werk door de gemeente Den Haag, de evaluatie van het programma Werkoffensief +500 en het onder-

Naast begeleiding op de werkplek zetten we ook ondersteunende voor-

zoek van Berenschot naar de effectiviteit van het Haagse re-integratiebeleid.

zieningen in om belemmeringen die werk in de weg staan weg te nemen

18

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Om de drie bovenstaande doelen te realiseren werken we

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

band zijn, maar ook tijdens. Voorbeelden van belemmeringen zijn het hebben van schulden, huisvestingsproblemen, een slechte gezondheid en/of slechte

• Werkgevers hebben een verantwoordelijkheid bij het aan

beheersing van de Nederlandse taal en problemen met kinderopvang (zowel

het werk helpen van de mensen uit onze doelgroep. We

qua beschikbaarheid als bijkomende kosten).

maken verwachtingen die we over en weer hebben expliciet. • Als we mensen bij een werkgever plaatsen, maken we voor-

Momenteel doet zich de situatie voor dat bijstandsgerechtigden met

af heldere afspraken over contractduur en contractvorm

kinderen worden beperkt in hun mogelijkheden om te re-integreren en

(voltijdswerk waar mogelijk en geen 0-urencontracten of

maatschappelijk te participeren vanwege de hoge eigen bijdrage voor

min/max contracten) en hanteren we het FNV-convenant

kinderopvang. De gemeente voorziet in een tegemoetkoming van de eigen

over het tegengaan van verdringing en werken zonder loon.

bijdrage, maar enkel tot het wettelijk maximaal uurtarief. Doordat het uurtarief van veel kinderopvangcentra hoger is geworden dan het maximaal te

• We zorgen ervoor dat er sprake is van professionele bege-

vergoeden uurtarief, komen de extra kosten voor rekening van de ouder.

leiding op de werkvloer om uitval te voorkomen. Hiervoor

Dit is een onwenselijke situatie. Het college komt met een plan voor een

zetten we eigen werkbegeleiders en jobcoaches in en we

­toegankelijke voorschoolse voorziening waarin dit wordt meegenomen.

stellen kwaliteitseisen aan de begeleiding die werkgevers zelf inzetten.

Tot slot voorkomen we herinstroom in de bijstand door mensen uit onze

• Iedereen die aan het werk gaat, krijgt informatie over de

doelgroep van werk naar werk te begeleiden, voor zover dat binnen onze

inkomensgevolgen en andere zaken die veranderen. Denk

invloedsfeer ligt. Dit doen we momenteel al in het kader van de STiP-regeling

bijvoorbeeld aan de opgave van inkomsten bij de Belas-

als we zien dat een tijdelijk dienstverband eindigt en de werkgever geen

tingdienst, kinderopvang(kosten), het recht op toeslagen,

vast contract kan bieden. In dat geval wordt gekeken of de medewerker

betaalmomenten en het mogen behouden van een deel

aansluitend bij een andere werkgever aan de slag kan. Ook werken we in de

van de inkomsten bij parttime werk.

arbeidsmarktregio samen met UWV, de uitzendbranche en andere partners aan het voorkomen van herinstroom met gezamenlijke en aanvullende

• We zetten ondersteunende voorzieningen in om belemme-

dienstverlening.

ringen die werk in de weg staan weg te nemen, of in ieder geval beheersbaar te maken. • Om instroom in de bijstand te voorkomen zetten we de huidige preventieve dienstverlening voort. En wanneer mensen toch herinstromen, hervatten we onze dienstverlening meteen. Dat betekent ook dat de uitbetaling van de bijstand aansluit op het verlies aan inkomsten uit werk, om financiële onzekerheden te voorkomen.

19

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

of beheersbaar te maken. Dat kan voorafgaand aan een traject of dienstver-

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

• We werken medio 2023 uit hoe we invulling gaan geven Juist in deze tijd waarin we zien dat vrijwel iedereen die aan het werk kan ook

aan de ambitie om zoveel mogelijk werkgelegenheid

aan het werk is, houden we vast aan de keuze om ons te richten op een brede

binnen de gemeente te creëren voor mensen vanuit de

doelgroep en niemand uit te sluiten. De doelgroep waar we als gemeente ver-

banenafspraak. Hiervoor heeft het college 2 miljoen euro

antwoordelijk voor zijn heeft een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt

vrijgemaakt.

wat re-integratie vaak lastig maakt. In het bieden van baankansen geven we als gemeente daarom zelf het goede voorbeeld. In de eerste plaats door het realiseren van banen in het kader van de banenafspraak.

Het aantal medewerkers dat bij de gemeente werkt en meetelt voor de banenafspraak was tot en met december 2022 311,64 fte. We voldoen daarmee ruimschoots aan de wettelijke taakstelling. Het door het Rijk opgelegde quotum is namelijk 2,69 procent van de totale fte-bezetting, wat voor Den Haag neerkomt op 234 fte. Om werkgelegenheid voor mensen met een arbeidsbeperking (banenafspraak) te behouden zijn door het college voor de periode 2022-2026 extra middelen vrijgemaakt. Hiermee kunnen nieuwe werkplekken worden ingevuld met mensen uit de doelgroep banenafspraak op voor de gemeente uit te voeren taken. Hierbij is het van belang dat we vraag en aanbod goed op elkaar laten aansluiten. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van alle diensten binnen de gemeente Den Haag.

20

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

2. We geven als werkgever zelf het goede voorbeeld (sociaal werkgeverschap)

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

• We verkennen mogelijkheden en maken afspraken met maatschappelijk betrokken werkgevers die binnen hun

Met de invoering van de Participatiewet is de instroom van Wsw-

bedrijf beschutte werkplekken willen realiseren.

medewerkers in 2015 gestopt. Mensen die eerder in aanmerking kwamen voor een werkplek binnen de sociale werkvoorziening, komen

• We onderzoeken welke basisinfrastructuur passend is

nu in aanmerking voor een beschutte werkplek of een werkplek via de

voor de opgave die we hebben ten aanzien van beschut

banenafspraak. Op 31 december 2022 waren 332 personen werkzaam op

werk en beschermd werk.

een beschutte werkplek. De taakstelling voor 2022 was 263 personen. Voor 2023 is deze taakstelling 285 personen. Deze mensen zijn werk-

• We starten in 2023 met een kleinschalig experiment

zaam binnen Werk in Opdracht (WIO), een onderdeel van Den Haag

‘Simpel Switchen’. Het doel is dat mensen stappen gaan

Werkt. Binnen WIO zijn ook mensen werkzaam met een Wsw-indicatie

maken in de participatieketen (bijvoorbeeld van beschut

die vallen onder de oude Wet sociale werkvoorziening. Op 31 december

werk naar regulier werk/banenafspraak, alsook van

2022 waren er 1.243 personen werkzaam bij Den Haag Werkt met een

arbeidsmatige dagbesteding naar beschut werk) en we

Wsw-indicatie.

zorgen ervoor dat zij kunnen terugkeren op de voor hen passende trede als de stap nog te groot blijkt te zijn.

De uitstroom van Wsw-medewerkers, de veranderende doelgroep en de nieuwe opgave vanuit de Participatiewet vragen ook om een ontwikkeling van onze eigen organisatie. We gaan de komende tijd onderzoeken welke infrastructuur passend is bij de doelgroep die (nog) niet in staat is om zelfstandig een plek op de arbeidsmarkt te verwerven.

4. We structureren ons voorzieningenaanbod om een juiste balans te vinden tussen generiek aanbod en maatwerk

Op basis van landelijke prognoses is de verwachting dat de komende jaren een toenemend beroep op beschut werk wordt gedaan. Om voldoende ruimte te houden voor nieuwe instroom, gaan we verkennen of

Eén van de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van Berenschot naar

er maatschappelijk betrokken werkgevers zijn die ook beschutte werk-

de effectiviteit van re-integratie gaat over de diversiteit en intensiteit van

plekken willen en kunnen realiseren en onderzoeken we waar kansen

dienstverlening die je zou moeten aanbieden. Bij het inzetten van (dure)

liggen om mensen vanuit beschut werk naar regulier werk (banenaf-

intensieve, persoonsgerichte dienstverlening is het van belang om keuzes te

spraak) door te laten stromen.

maken voor wie dat echt noodzakelijk en effectief is (denk bijvoorbeeld aan de inzet van casemanagers). Ook moet het voorzieningenaanbod worden ingeperkt en overzichtelijker worden, aldus de onderzoekers.

21

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

3. We realiseren beschermde en beschutte werkplekken voor mensen die (nog) niet aan de slag kunnen bij een reguliere werkgever

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

Sindsdien is het aantal voorzieningen al fors teruggebracht. Deze zijn onder te verdelen in acht hoofdcategorieën voor generieke dienstverlening,

• We zorgen dat het aanbod overzichtelijk is en blijft en

waarbinnen passend aanbod is opgenomen en maatwerk mogelijk is.

aansluit op doelgroep-specifieke behoeften en vraagstuk-

We volgen hierbij de landelijke indeling van de VNG (figuur 6). Het is

ken van bijvoorbeeld vrouwen, statushouders en jonge-

belangrijk dat het aanbod logisch op elkaar aansluit, dat we het gebruik en

ren. Het uitgangspunt is een generieke aanpak gebaseerd

doelmatigheid van de voorzieningen analyseren en afscheid nemen van het

op de acht hoofdcategorieën voorzieningen, waarbinnen

re-integratie-aanbod dat onvoldoende effectief is. Dat is een doorlopend

met passend aanbod maatwerk mogelijk is.

proces van monitoren en meebewegen met de conjunctuur en samenstelling van de doelgroep.

• We monitoren doorlopend het gebruik van voorzieningen. We leren wat wel of niet werkt, hoe we aanbod doel-

Figuur 6: Hoofdvoorzieningen landelijke indeling werklandschap - werkzoekenden (VNG)

matiger kunnen maken en stoppen met aanbod dat niet effectief is. Het uitgangspunt is een generieke aanpak, waarbinnen met passend aanbod maatwerk mogelijk is. • We stimuleren dat mensen met een bijstandsuitkering zich door middel van scholing verder ontwikkelen als dit de kansen op werk vergroot. • Wanneer scholing onderdeel is van een re-integratietraject (werkfit-, werkontwikkeltraject3, praktijkleren of leerlijn) of een activeringstraject, wordt deze door de gemeente en werkgever of aanbieder zo veel mogelijk gezamenlijk bekostigd. Dit nemen we mee in de nieuwe samenwerkingsafspraken die we met hen vanaf dit jaar gaan maken.

3

Een werkfittraject is bedoeld om mensen in 3 maanden tijd te activeren en wordt vaak ingezet voorafgaand aan een werkontwikkeltraject. Een werkontwikkeltraject vindt plaats bij een werkgever waar mensen met behoud van uitkering vaardigheden opdoen en duurt maximaal 3 tot 6 maanden.

22

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

Het onderzoeksrapport had betrekking op de periode tot en met 2020.

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

In deze keten van dienstverlening bieden we de komende tijd meer ruimte aan mensen om scholing te volgen als dat hun kansen op de arbeidsmarkt verbetert. Die scholing kan onderdeel zijn van een re-integratietraject, maar kan daar ook aan vooraf gaan. Denk aan alleenstaande ouders met jonge kinderen die hun sollicitatieplicht wettelijk kunnen omzetten in een scholingsplicht, of mensen die nog niet direct naar werk toe te leiden zijn. Voor de bekostiging van de scholing zijn landelijke instrumenten beschikbaar, zoals het Leven Lang Leren Krediet van DUO en het publiek individueel leer- en ontwikkelbudget STAP. We stimuleren om van deze voorzieningen gebruik te maken. Daarnaast zijn er ook diverse lokale en regionale voorzieningen beschikbaar. Ook komt er een nieuw op te zetten scholingsfonds, dat verder uitgewerkt wordt binnen de Aanpak aansluiting onderwijs, arbeidsmarkt, bedrijfsleven.

5. We versterken de jongerenaanpak, werken outreachend en brengen meer jongeren in beeld

jongeren die op zoek zijn naar een opleiding in de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) of een passende leerwerkplek zetten we leerwerkmakelaars in. Zij kijken met de jongeren welk beroep en welke mbo-opleiding bij hen

Voor jongeren in een kwetsbare (arbeidsmarkt)positie is het vaak lastig om

past en helpen om een leerwerkplek te vinden, die nodig is om de opleiding

zelfstandig een goede positie in de maatschappij te bemachtigen. Er kan

te volgen.

sprake zijn een grote afstand tot de arbeidsmarkt, verminderde leerbaarheid of schoolbaarheid, het hebben van schulden of andere problematiek.

We zien bij het Jongerenpunt070 steeds meer jongeren die korte tijd werk-

Vaak is sprake van meerdere problemen tegelijkertijd. Als Haagse jongeren

zaam zijn geweest, nu een kortdurende WW-uitkering hebben en alvast

van 18 tot 27 jaar (zie bijlage 5 voor een nadere analyse van de doelgroep)

door de gemeente naar werk begeleid willen worden, omdat UWV bij een

bij het Jongerenpunt070 aankloppen, starten we met een integrale,

korte WW-duur geen begeleiding biedt. We verkennen in overleg met UWV

domein-overstijgende analyse van de hulpvraag (integrale intake). Bij het

de mogelijkheid of we vanuit het Jongerenpunt070 voor deze groep ook

begeleiden van jongeren ligt de eerste prioriteit bij het verkrijgen van een

meteen re-integratiedienstverlening kunnen inzetten.

startkwalificatie. Het hebben van een startkwalificatie zorgt er namelijk voor dat de jongere anderhalf keer meer kans maakt op een baan dan jon-

Naast de jongeren die zich spontaan melden, zijn er nog steeds jongeren

geren zonder startkwalificatie. Jongeren met een startkwalificatie zijn ook

buiten beeld, ondanks de huidige aanpak om ze in beeld te krijgen.

vaker economisch zelfstandig. Dit komt niet alleen omdat ze vaker werken,

Dit houdt in dat ze niet in (landelijke) registratiesystemen voorkomen

maar ook omdat er onder deze groep minder werkende armen zijn. Voor

als werkend, schoolgaand of uitkering ontvangend. Veelal zijn dit voor-

23

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

instanties niet goed weten te vinden of niet naar instanties durven te stappen. Hiermee hebben ze een verhoogd risico op maatschappelijke

• We verwachten in 2023 (afhankelijk van de instroom)

uitval. De groep jongeren willen we met een verbeterde outreachende

2.000 jongeren vanuit het Jongerenpunt070 te

aanpak alsnog in beeld brengen en houden. Dat doen we niet alleen

begeleiden; het doel is het vergroten van de zelfred-

vanuit de locaties van het Jongerenpunt070, maar ook vanuit andere

zaamheid en elke jongere die naar school of werk kan,

locaties in de wijk.

wordt daarnaartoe begeleid.

Ook gaan we een aanpak ontwikkelen voor jonge nieuwkomers. We gaan

• We versterken de aanpak voor de jongeren die buiten

in afstemming met stichting Nidos, de organisatie die de voogdij uitvoert

beeld zijn en vergroten de komende twee jaar het

voor AMV’ers, extra aandacht besteden aan jongeren die als alleenstaande

bereik van het Jongerenpunt070 jaarlijks met 2.000 tot

minderjarige naar Nederland zijn gevlucht en inmiddels 18 jaar zijn ge-

2.500 jongeren. Vanaf 2025 wordt dat aantal verlaagd

worden. We zorgen voor een warme overdracht wanneer een AMV’er onder

naar circa 1.000 jongeren (afhankelijk van het aantal

de verantwoordelijkheid van de gemeente komt te vallen. Zodra de jon-

jongeren dat buiten beeld is en verwachte wijziging

gere 17,5 jaar is geworden overleggen Nidos en Jeugdformaat (aanbieder

van wetgeving). Het streven is om 5 tot 10 procent van

van specialistische jeugd-en opvoedhulp in de regio Haaglanden) met de

hen in begeleiding te nemen. Ook gaan we een pilot

gemeente, het Jongeren Interventie Team (JIT) en Vluchtelingenwerk wat

opzetten voor jonge nieuwkomers. In 2023 starten we

in het individuele geval de meest passende vervolgplek is en welke begelei-

met de groep oud-AMV’ers (oud alleenstaande minder-

ding nodig is.

jarige vreemdelingen).

We verkennen ook welke dienstverlening passend is voor andere jonge nieuwkomers. Zo zijn sommige jongeren (tijdelijk) vrijgesteld van inburgering omdat zij een vrijstellende opleiding volgen of deze succesvol hebben afgerond. Ook de oud-AMV’ers die er niet in slagen een opleiding te volgen of een startkwalificatie te behalen worden nu niet begeleid vanuit de opgave inburgering, maar hebben soms wel behoefte aan begeleiding om goed deel te kunnen nemen aan de maatschappij.

24

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

malig voortijdig schoolverlaters. Dit zijn vaak jongeren die de weg naar

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

• We zijn eind 2021 vanuit het Jongerenpunt070 gestart In november 2022 heeft het Rijk voorgenomen wetswijzigingen bekend-

met de preventieve aanpak op het mbo. Vooruitlopend

gemaakt die in lijn zijn met de eerdere (door o.a. VNG en Cedris onder-

op voorgenomen wetswijzigingen gaan we ons nu

tekende) Landelijke Werkagenda Aanpak Jeugdwerkloosheid. Het doel is om

ook meer richten op de arbeidsmarkttoeleiding van

meer jongeren duurzaam aan werk of een vervolgopleiding te helpen. Om

mbo’ers. Hiermee voorkomen we dat jongeren onnodig

dit te realiseren is een sluitende en integrale aanpak van school naar werk

instromen in de bijstand. Met deze aanpak streven we

beoogd, waarbij scholen (meer begeleiding, minder uitval, meer nazorg), ge-

ernaar dat jaarlijks 200 tot 300 jongeren een begelei-

meenten (meer inzet op arbeidsmarkttoeleiding) en de regionale meld- en

dingstraject afronden.

coördinatiefunctie (RMC) (met ophoging van de leeftijdsgrens van 23 naar 27 jaar) samenwerken. Gemeenten worden hiermee medeverantwoordelijk

• We starten in 2023 een pilot om vanuit het Jongeren-

voor de arbeidstoeleiding van mbo’ers. Als gemeente Den Haag gaan we

punt070 bij te dragen aan het bieden van perspectief

hierop vooruitlopen door de preventieve aanpak op het mbo aan te passen.

aan jongeren die uit de jeugdzorg stromen omdat ze

We willen er samen voor zorgen dat jongeren de school verlaten met een

18 jaar worden.

diploma, een baan vinden en duurzaam arbeidsmarktperspectief hebben. Het Jongerenpunt070 sluit bij dreigende schooluitval en arbeidsmarkt-

• We gaan de samenloop van dienstverlening vanuit

toeleiding eerder aan in het proces. De inzet van de gemeente is aanvullend

de jeugdzorg en de Participatiewet voor jongeren van

op de dienstverlening van het mbo.

16 tot 27 jaar nader analyseren om de integrale aanpak te versterken.

Er is gekozen voor een aanpak waarbinnen de jongere centraal staat, zonder schotten en vaste procedures. We werken outreachend, zijn op de scholen aanwezig en gaan proactief op zoek naar jongeren die ondersteuning nodig hebben. Voor de Pro/Vso (praktijkonderwijs/voortgezet speciaal onderwijs) jongeren (tot 27 jaar) bestaat er overigens al een integrale aanpak. Zij worden direct aansluitend op de schoolperiode begeleid richting regulier werk, een baan in het kader van de banenafspraak of beschut werk. Praktijkleren en het

volgende ambitie opgenomen: “We maken ons er hard voor dat geen

behalen van een mbo-praktijkverklaring behoren ook tot de mogelijkheden.

jongere meer de jeugdzorg uitstroomt zonder dat we - samen met de

Ook deze aanpak zetten we de komende jaren verder door.

jongere die het betreft - werken aan perspectief.” Als er bij uitstroom uit de jeugdzorg gesignaleerd wordt dat er behoefte is aan begeleiding richting

Verder gaan we domeinoverstijgend de groep jongeren die problemen

school of (leer)werk, dan wordt dit vanuit het Jongerenpunt070 geboden

heeft op verschillende leefgebieden, helpen. In het coalitieakkoord

vanaf de leeftijd van 17,5 jaar. Hierbij wordt verbinding gelegd met de in

‘Den Haag 2022-2026, Voor een stad die tegen een stootje kan’ is de

ontwikkeling zijnde gezinsregie.

25

4.2.1 WE BIEDEN IEDEREEN EEN WERKKANS

Dit gaan we doen

6. Binnen de jongerenaanpak werken we vanuit verschillende domeinen

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

in hoeverre voorzieningen vanuit verschillende wetten gelijktijdig worden ingezet. Meest opvallend is dat 30 procent van de jongeren die gebruik-

• Met behulp van jobcarving en functiecreatie helpen we

maakt van een Wmo-voorzieining (Wet maatschappelijke ondersteuning)

werkgevers om inzicht te krijgen waar in hun organisa-

ook gebruik maakt van dienstverlening vanuit de Participatiewet. Deze

tie - op niveau van taken en werkzaamheden -kansen

samenloop gaan we nader analyseren, zodat we onze dienstverlening daar

liggen voor de mensen die wij naar werk begeleiden.

beter op kunnen afstemmen. Omdat de problematiek van jongeren veelal geen schotten kent, werken we ook samen met partners in de wijk en zijn

• We maken het voorzieningenaanbod overzichtelijker

wij aanwezig op plekken die belangrijk zijn in het leven van jongeren. Dit

voor werkgevers en we vereenvoudigen procedures om

doen wij ook preventief voor jongeren in begeleiding die geen uitkering

werkgevers te ontzorgen. Hier zijn we al mee gestart

ontvangen en/of geen recht hebben op een uitkering.

samen met onze partners in de regio. We maken daarbij gebruik van een door de VNG ontwikkelde instrumentengids, die landelijk is uitgerold.

4.2.2 WE VERSTERKEN DE RELATIE MET WERKGEVERS EN ANDERE PARTNERS IN DE STAD

• We starten in 2023 met het maken van nieuwe samenwerkingsafspraken met werkgevers en andere partners.

Voor het succes van de re-integratie aanpak is het belangrijk dat

Deze afspraken moeten het partnerschap versterken,

wij een netwerk onderhouden met maatschappelijk betrokken

gericht zijn op het verkleinen van de mismatch, gelijke

werkgevers en sociaal ondernemers die bereid zijn om gezamen-

kansen bevorderen en discriminatie tegengaan, zodat

lijk aan de slag te gaan met mensen die een (grote) afstand tot

duurzame uitstroomkansen voor onze doelgroep wor-

de arbeidsmarkt hebben.

den vergroot. Dat betekent dat er ook afspraken gemaakt worden over scholing en ontwikkeling (waaronder ook cofinanciering).

1. Samen met werkgevers zorgen we voor een inclusieve arbeidsmarkt Om de arbeidsmarkt inclusiever te maken is het belangrijk dat we Den Haag maakt zich hard voor een inclusieve arbeidsmarkt waar werk-

discriminatie op de arbeidsmarkt tegengaan en dat we samen met werk-

gevers gelijke kansen bieden voor iedereen en niemand wordt uitgesloten.

gevers kijken hoe we gelijke kansen kunnen bevorderen en wat ieders

In de praktijk zien we dat werkgevers en werkzoekenden met een grote

verantwoordelijkheid hierin is.

afstand tot de arbeidsmarkt elkaar nu nog niet altijd goed weten te vinden. Ook wordt door werkgevers de regelgeving nog wel eens te ingewikkeld

Het maken van concrete afspraken met werkgevers versterkt het partner-

gevonden, of is de beeldvorming van de doelgroep niet helemaal juist.

schap en is bedoeld om duurzame inzetbaarheid van onze doelgroep te

26

4.2.2 WE VERSTERKEN DE RELATIE MET WERKGEVERS EN ANDERE PARTNERS IN DE STAD

Dit gaan we doen

Voor de totale groep jongeren van 16 tot 27 jaar heeft het CBS geanalyseerd

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

daarbij belangrijk. Het moet veel meer gaan over hoe we gezamenlijk meer impact kunnen realiseren. Dat gaat ook over baangaranties, ontwikkeling en

• We creëren nieuwe leerlijnen voor kansrijke sectoren

scholing (inclusief gedeelde financiering), Social Return On Investment (SROI)

die nog onvoldoende worden benut, zoals de kinderop-

afspraken, uitbesteden van werk, aangaan van sociaal werkgeverschap en

vangsector en de sector Bouw- en Techniek (in het kader

sociale impact maken. De vorm die we daarvoor voor de komende jaren

van de energietransitie). Wij monitoren de resultaten

kiezen, ligt niet op voorhand vast omdat iedere sector haar eigen dynamiek,

van deze leerlijnen om ervan te leren. Op basis daarvan

kansen en uitdagingen kent. Met sommige werkgevers sluiten we weer

ontwikkelen wij de leerlijnen verder door.

individuele akkoorden, of andere individuele samenwerkingsafspraken met afzonderlijke partijen. We verkennen daarnaast ook met werkgevers- en werk-

• We combineren onze leerlijnen met inzet van onder-

nemersorganisaties (branche)opleiders en andere partners of nieuwe sector-

steunende voorzieningen om belemmeringen die

akkoorden, die een bredere scope hebben van meerwaarde zijn en bijvoor-

ontwikkeling in de weg staan op te lossen of beheers-

beeld ook de inzet van sectorfondsen betreffen. Een andere vorm, die vooral

baar te maken. Dit doen we ook zoveel mogelijk samen

bij de complexere opgaven past en die we nu in de sector Bouw en Techniek

met werkgevers door meer in te zetten op het aanleren

opzetten, betreft het werken in allianties. In dat geval worden coalities ge-

van basisvaardigheden, waaronder taal, in de vorm van

vormd met onderwijs en bedrijfsleven om een leer- en ontwikkelnetwerk op

duale trajecten.

te zetten met als doel de mismatch op de arbeidsmarkt te overbruggen. • Specifiek voor taal nemen we onder andere deel aan de landelijke pilot voor laaggeletterden en laagopge-

2. We creëren samen met werkgevers en partners in de stad doorlopende ontwikkel-/ leerlijnen en duale trajecten

leiden.

Wij stellen de ontwikkeling van vaardigheden centraal in de re-integratiedienstverlening. We richten ons op vaardigheden die de kans op arbeidsparticipatie vergroten. Dit betekent dat kandidaten onder andere werk-

Mensen ontwikkelen zich met gebruikmaking van voorzieningen die

nemersvaardigheden en vak-/beroepsvaardigheden aanleren. Vakvaar-

met elkaar in verbinding staan en opeenvolgend zijn, waarmee we ervoor

digheden worden op leerwerkplekken aangeboden, zoveel mogelijk op de

zorgen dat ze zich op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen en aan het

werkvloer bij werkgevers, waarbij altijd sprake is van additioneel werk .

werk gaan. Samen vormen ze een doorlopende leerlijn, waarbinnen een

4

4

In 2016 is met het ondertekenen van het protocol ‘Tegengaan van verdringing en werken zonder loon’ de duur van de trajecten (waar gewerkt wordt met behoud van uitkering) vastgesteld op maximaal zes maanden. Over de afspraken die destijds met de FNV gemaakt zijn, is de commissie Samenleving in juli 2016 geïnformeerd (RIS294384).

27

4.2.2 WE VERSTERKEN DE RELATIE MET WERKGEVERS EN ANDERE PARTNERS IN DE STAD

Dit gaan we doen

bevorderen. Niet zozeer het afspreken van vacatures en ontwikkelplekken is

TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE

gericht om meer mensen praktijkgericht te trainen (op de werkvloer bij

opvolgen in de keten. Daaraan voorafgaand kunnen mensen ook eerst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12618395/1