RIS314918 Beantwoording SV Verslaafde vrouw bezorgt buurtbewoners nachtmerries
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
6 juni 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van het raadslid de heer de Mos, luidend: ‘Verslaafde vrouw bezorgt buurtbewoners nachtmerries’
DSO/10542121 RIS314918
Het raadslid de heer de Mos heeft op 21 maart 2023 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met het artikel in het Algemeen Dagblad, waarin de ellende die bewoners hebben door een verslaafde buurvrouw wordt besproken? (1)
Ja. 2.
Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat mensen met een dergelijk groot verslavingsprobleem niet in deze wijken thuishoren en zo nee, waarom niet?
Nee. In het geval van de genoemde casus heeft er bemiddeling plaatsgevonden op basis van het koepelconvenant. Dat wordt beoordeeld door een zorgprofessional die aangeeft dat een woningzoekende klaar is om uit te stromen uit de zorginstelling. In genoemde casus is dat helaas misgegaan, maar zoals in het artikel van het AD staat, gaat in 99 procent van de gevallen de begeleiding goed, is de ervaring van Staedion. 3.
Kan het college uitleggen waarom mensen met een dergelijk groot verslavingsprobleem urgentie krijgen en met voorrang een huurwoning toegewezen krijgen?
In sommige gevallen is het noodzakelijk om een voorrangspositie toe te kennen aan woningzoekenden gezien de zeer grote schaarste van woningen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als zij uit een aangewezen opvanglocatie of instelling op aanwijzing van de zorginstelling klaar zijn om zelfstandig te wonen. De gemeente maakt jaarlijks afspraken in het kader van het koepelconvenant met woningcorporaties en zorginstellingen voor de uitstroom van woningzoekenden binnen de doelgroep Maatschappelijke opvang, Beschermd wonen, residentiële instelling voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg (met verblijf) en de huisvesting van ex-gedetineerden. Woningzoekenden die hiervoor in aanmerking komen worden door de woningcorporaties bemiddeld en ontvangen voor minimaal een jaar ambulante begeleiding. Indien nodig kan deze begeleiding verlengd worden. Voor de uitstroom uit instellingen wordt geen urgentieverklaring verleend maar bemiddeling via het koepelconvenant. 4.
Kan het college uitleggen waarom woningcorporaties in feite gedwongen worden deze GGZpatiënten te huisvesten met alle gevolgen van dien?
Van een GGZ-patiënt kan pas worden gesproken als er een diagnose gesteld is en iemand in behandeling genomen is en is niet per definitie een persoon met verslavingsproblematiek.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10542121
Woningcorporaties, als toegelaten instellingen, en gemeenten werken samen aan de gedeelde opgave van de sociale huisvesting van aandachtsgroepen. Een uitwerking van deze samenwerking is het koepelconvenant, waar het uitgangspunt is dat personen klaar zijn om zelfstandig te wonen uiteindelijk zonder begeleiding en in staat zijn de sociale huur te betalen. 5.
Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat voor deze GGZ-patiënten een veel betere en intensievere begeleiding op een daarvoor geschikte woonplek moet komen?
De woonplek voor mensen met een verslaving en/of GGZ-problematiek die in de Haagse wijken wonen is in verreweg de meeste gevallen geschikt en de begeleiding is doorgaans goed en zo intensief als nodig. Vanuit verslavingszorg en GGZ wordt stevig ingezet op ambulante begeleiding van mensen met een verslaving en ambulante zorg en ondersteuning aan mensen met GGZ-problematiek in de wijk, deels met behulp van gemeentelijke subsidies aan Brijder Ambulant en de integrale GGZ-wijkteams van Parnassia. 6.
Kan het college uitleggen waarom er noch door handhaving, noch door de politie niet strenger wordt opgetreden na meldingen van overlast?
De politie treedt, binnen de geldende wet- en regelgeving, altijd op bij meldingen van overlast, zo ook in deze situatie. Naast het directe optreden van de politie is deze kwestie ook onder de aandacht gebracht bij verschillende (hulpverlenende) instanties. Dit met als doel om te komen tot een duurzame oplossing van de ontstane situatie in de wijk. 7.
De buren voelen zich totaal onbegrepen en met hun rug tegen de muur staan. Is het college het met Hart voor Den Haag eens dat deze situatie absoluut niet kan en dit in feite de omgekeerde wereld is? De overlastgevende wordt beschermd en de overlasthebbenden staan in de kou.
Door de ambulante begeleiding wordt gestreefd naar het terugdringen van overlast en ook de woningcorporaties kunnen in gesprek treden met hun huurders op het moment van problematiek in de wijk. In gevallen dat bewoners tegen problemen aanlopen in de wijk kunnen zij zich melden bij meldpunt Overlast of hun eigen corporatie. Mede naar aanleiding van het artikel in het Algemeen Dagblad is deze casus vanuit het Zorg- en Veiligheidshuis geëvalueerd tijdens een leerbijeenkomst op 15 mei. Alle relevante partijen waren aanwezig, waaronder de politie, het wijkteam GGZ, het Leger des Heils, de woningcorporatie en de casus – en procesregisseur van het zorg- en veiligheidshuis. Deze bijeenkomst is in vertrouwelijkheid gevoerd met het oog op de privacy. Partijen hebben afgesproken bij dergelijke casussen eerder de verwachtingen naar elkaar uit te spreken en aan de voorkant al in te zetten op maatwerk. 8.
Kan het college in kaart brengen hoeveel GGZ-patiënten er in gewone woonwijken gehuisvest worden en welke wijken dit betreft?
Jaarlijks stromen 313 personen uit instellingen naar woningen van corporaties. Daarbij gaat het om begeleid wonen vanuit de WLZ of WMO, uit detentie, jeugdzorg, maatschappelijke opvang en GGZ. De zorginstellingen beoordelen op basis van kennis, ervaring of iemand klaar is om uit te stromen. Gezien de grote vraag naar woningen vanuit de instellingen is er sprake van een strenge selectie. Gezien de privacy is het niet mogelijk in kaart te brengen waar voormalig GGZ-patiënten woonachtig zijn of gaan wonen. De gemeente weet niet waar de personen terecht komen.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10542121
De woningen zijn een match van zorginstelling met de desbetreffende corporatie. De gemeente heeft erop aangedrongen dat er sprake is van spreiding over de stadsdelen, om ervoor te zorgen dat er een evenwichtige verdeling plaatsvindt van het schaarse woningtype waar deze doelgroep in terecht komt. Dit is ook de inzet van de woningcorporaties en vastgelegd in de prestatieafspraken. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3