CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314911 Bijlage 3 Inlegvel met parkeernormen

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake vaststelling ontwerpbestemmingsplan Zeeheldenkwartier 1e herziening (RIS314911)2.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rv 21 Dienst Stedelijke Ontwikkeling DSO/2015.1039 RIS 291425_160223 GEWIJZIGD VOORSTEL Voorstel van het college inzake wijzigingen/aanvullingen op de nota parkeernormen Den Haag

0. Inleiding In 2014 heeft de Raad van State over het bestemmingsplan Bezuidenhout met een groot aantal mogelijkheden voor een dakopbouw en een hoge parkeerdruk geoordeeld dat de gemeente een planologische beslissing heeft genomen waarvan de gevolgen niet in het plan worden voorzien. De parkeernormen voor “wonen” zijn in grootte-klassen ingedeeld. In theorie kan het zijn dat door toevoeging van een dakopbouw de parkeerbehoefte zodanig toeneemt dat de norm uit een hogere klasse zou gaan gelden. Dat houdt in dat er geen dakopbouwen in het bestemmingsplan mogen worden opgenomen. In de praktijk blijkt echter het autobezit na de realisatie van een dakopbouw slechts zeer marginaal toe te nemen, omdat er niet meerdere woningen ontstaan. Bij woningsplitsingen is dat wel het geval en kunnen meerdere splitsingen in een straatdeel leiden tot een te hoge parkeerdruk. Op 11 november 2011 is de Nota Parkeernormen Den Haag (RIS181571a) door de raad vastgesteld. Het is voor diverse bestemmingsplannen, waaronder dat van Bezuidenhout en het Statenkwartier, van belang dat de Nota Parkeernormen op het punt van dakopbouwen wordt gewijzigd.

Immers, zolang dat nog niet is gebeurd, moet bij herziening van bestemmingsplannen nog altijd worden uitgegaan van het huidige beleid, waardoor dakopbouwen, afhankelijk van de parkeerdruk in het gebied, alleen met een vrijstelling of zelfs helemaal niet kunnen worden toegestaan. Daarnaast is in de afgelopen jaren de nodige ervaring opgedaan met de toepassing van het nieuwe parkeerbeleid in bestemmingsplannen en bij de beoordeling van bouwplannen. Er is gebleken dat voor een adequate toepassing een beperkte aanpassing van het parkeerbeleid wenselijk is. Hieronder worden de wijzigingen en aanvullingen toegelicht. 1. Beperking vrijstelling (pagina 33 nota Parkeernormen Den Haag). Volgens de “Nota Parkeernormen Den Haag” geldt tot dusver dat ten aanzien van verbouwplannen waarvan de parkeerbehoefte na verbouw met minder dan drie parkeerplaatsen toeneemt, “bij voorbaat” vrijstelling wordt verleend van de parkeereis. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de openbare ruimte in gebieden met al een hoge parkeerdruk extra belast worden -bijvoorbeeld door woningsplitsing- wordt de vrijstelling beperkt. Indien de parkeerdruk in de openbare ruimte binnen de voorgeschreven loopafstand (volgens tabel 4.5 op pagina 33 van de nota) 90% of meer bedraagt, geldt de vrijstelling niet en dient alsnog een parkeeroplossing geboden te worden.

De parkeerbehoefte is het resultaat van het product van het aantal eenheden en de parkeernorm. Voor de vraag of een verbouwplan voor vrijstelling van de parkeereis in aanmerking komt kan de afronding van de berekening van de parkeerbehoefte van belang zijn. Hierbij gelden voor de toetsing de volgende regels. Bij verbouwplannen zonder functiewijziging wordt het saldo van de maatgevende parkeerbehoefte van voor en na de verbouw bepaald zonder af te ronden. Indien dit saldo (in decimalen) kleiner dan drie parkeerplaatsen is, volgt vrijstelling. Is het verschil echter groter of gelijk aan drie parkeerplaatsen dan wordt de parkeerbehoefte van voor en na de verbouw naar boven op een geheel getal, afgerond. Het saldo is uitgangspunt voor de parkeereis.

Raadsvoorstellen 2016

1

Bij verbouwplannen met functiewijziging kan ook het maatgevende tijdstip van de parkeerbehoefte veranderen. Bijvoorbeeld een kantoorpand dat getransformeerd wordt naar appartementen. Daar verandert het maatgevende tijdstip van de parkeerbehoefte van overdag naar de nacht. Voor de berekening van het saldo is het maatgevende tijdstip na verbouw bepalend. Het saldo wordt berekend door de (niet afgeronde) parkeerbehoefte op het maatgevende tijdstip na de verbouw te verminderen met de (eveneens niet afgeronde) parkeerbehoefte van de bestaande situatie op dat zelfde tijdstip. Is dat saldo kleiner dan drie parkeerplaatsen dan volgt vrijstelling. Is het saldo gelijk aan of hoger dan drie parkeerplaatsen, dan wordt de parkeerbehoefte van voor en van na de verbouw naar boven op een geheel getal afgerond, en wordt vervolgens het saldo bepaald. Het verschil is dan uitgangspunt voor de parkeereis. De vrijstelling is overigens niet van toepassing op nieuwbouw of sloop-nieuwbouw. De gemeente gaat er vanuit dat bij nieuwbouw in beginsel de mogelijkheid aanwezig is om te voorzien in de parkeerbehoefte door de aanleg van parkeerplaatsen op het eigen terrein. De parkeerbehoefte bij sloop-nieuwbouw wordt dus ook niet gesaldeerd met de parkeerbehoefte van eventueel voordien aanwezige bebouwing.

Wat betreft de afronding: Bij nieuwbouw met een enkelvoudige functie wordt de parkeerbehoefte naar boven afgerond op een geheel getal. Bij nieuwbouw met meerdere functies en uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen, wordt voor iedere functie apart de parkeerbehoefte per dagdeel berekend. De maatgevende parkeerbehoefte is dan het maximale aantal parkeerplaatsen dat op enig dagdeel voor alle functies samen nodig is. Dit maximum wordt vervolgens op een geheel getal naar boven afgerond. 2. Geen parkeertoets bij uitbreiding woning Toevoegen van een dakopbouw is een van de mogelijkheden om een woning uit te breiden. Deze en andere vormen van onzelfstandige uitbreidingen van een woning, zijn gericht op het eigen gebruik en dienen ter vergroting van het woongenot. Zittende bewoners kunnen op deze wijze gebonden worden aan de wijk en de uitbreiding biedt een alternatief voor het verhuizen naar een andere omgeving. Omdat de parkeernormen voor woningen mede gerelateerd zijn aan het vloeroppervlak, zou een toename van het woonvloeroppervlak tot de toepassing van een hogere parkeernorm en daarmee theoretisch tot een toename van de parkeerbehoefte kunnen leiden. In de meeste aanvragen voor woninguitbreiding betreft het een enkele, individuele woning. Er is op zichzelf geen reden om aan te nemen dat door toevoeging van bijvoorbeeld een dakopbouw ook het autobezit van zittende bewoners toeneemt.

Een vergelijking van het autobezit op de 424 adressen van aanvragen voor een dakopbouw in de periode 2009-2012 laat zien dat het autobezit met 46 auto’s gespreid over de hele stad, maar marginaal is gewijzigd. Stadsdeel

Som van Autobezit woningen dakopbouwen

Som van Autobezit woningen dakopbouwen

Verschil 2010-2015

jan. 2010

jan. 2015

Centrum

20

25

5

Escamp

100

119

19

Haagse Hout

64

62

-2

Laak

2

2

0

Leischenveen-Ypenburg

41

43

2

Loosduinen

27

35

8

Scheveningen

58

64

6

Segbroek

92

100

8

Eindtotaal

404

450

46

De gemeente gaat er daarom van uit dat bij uitbreiding van het woonoppervlak de parkeerbehoefte niet wijzigt en dat er onvoldoende aanleiding bestaat om in het kader van de omgevingsvergunning een parkeereis te stellen.

Raadsvoorstellen 2016

2

Verder is, om overlast te voorkomen, eerder in de commissie ruimte van 22 januari 2014 besloten dat binnen tien jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor het vergroten van een bestaande woning d.m.v. een dakopbouw, geen medewerking zal worden verleend aan een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot splitsing. Om deze redenen wordt voorgesteld aanvragen voor een uitbreiding van een bestaande woning niet inhoudelijk meer aan het parkeerbeleid te toetsen en in die gevallen ook geen parkeereis te stellen. 3. Beperking parkeerdrukgebied rond bouwplan (pagina 32 nota Parkeernormen Den Haag). De parkeerdruk wordt gemeten door het aantal geparkeerde auto’s (op maatgevende momenten) af te zetten tegen de beschikbare parkeercapaciteit. Onder bepaalde omstandigheden wordt toegestaan dat parkeerplaatsen op de openbare straat (POOS) benut worden om te voorzien in de parkeerbehoefte. Dat is afhankelijk van de parkeerdruk in de omgeving volgens de meest recente meting en van de toe- of afname in de parkeerdruk als gevolg van de ontwikkeling. De parkeerdruk in de openbare ruimte wordt bepaald op basis van parkeergegevens van straatdelen binnen de voorgeschreven loopafstand vanaf het bouwplan en rekening houdend met barrières.

In geval van betaald parkeren wordt dat gebied beperkt tot het deel waar de parkeervergunning geldig is en het eventuele deel van het gebied binnen loopafstand met vrij parkeren. 4. Actualiteit parkeergegevens (pagina 32 nota Parkeernormen Den Haag). De gemeente is verantwoordelijk voor het onderzoek naar en de gegevens over de meest actuele parkeerdruk. De tellingen waarmee de parkeerdruk wordt bepaald en de gegevens over de parkeercapaciteit mogen niet meer dan 5 jaar oud zijn, gerekend vanaf de datum waarop de aanvraag van de vergunning is ingediend. In de Crisis- en herstelwet is aangegeven dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning de gemeente zich in ieder geval kan baseren op gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Gegevens en onderzoeken van twee jaar oud zijn dus in principe zondermeer bruikbaar en er is geen nadere motivering of rechtvaardiging nodig. De termijn is gesteld om te voorkomen dat onderzoeken tussen aanvraag en ontwerpbesluit overgedaan zouden moeten worden. Het is niet nodig om in het geval dat in de tussentijd actuelere gegevens beschikbaar zijn gekomen of bepaald kunnen worden, de vergunningaanvraag opnieuw te beoordelen op basis van die nieuwere gegevens. Van gegevens ouder dan 2 jaar kan gebruik worden gemaakt.

Het zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel vergen dan een nadere motivering waarom van die gegevens gebruik wordt gemaakt. Daarvoor kan aanleiding bestaan als belanghebbenden stellen dat sprake is van gewijzigde omstandigheden of omdat de gemeente het zelf nodig vindt het gebruik te motiveren omdat de gegevens in tijd sterk verouderd zijn. 5. Aanvullingen tabel parkeernormen KBV (pagina 25 nota Parkeernormen Den Haag). Afgelopen jaren is bij het beoordelen van bouwplannen gebleken dat de lijst van parkeernormen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen een aantal omissies bevat. Het gaat om de wijziging/aanvulling van functies, bezoekerspercentages en soort eenheden. De aangevulde lijst is te vinden in de bijlage: aangevulde tabel parkeernormen “Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen”. Met verticale streepjes is aangegeven welke onderdelen in de tabel zijn aangevuld. 6. Algemene vrijstelling college Bij de beoordeling van bouwplannen staat voorop dat de aanvrager van een omgevingsvergunning dient te voldoen aan de parkeereis. Als daar niet aan voldaan kan worden en de mogelijkheden om het parkeren op te lossen uitgeput zijn, dient de vergunning geweigerd te worden.

Indien het college van burgemeester en wethouders echter van oordeel is dat het belang van de realisatie van het bouwplan zwaarder weegt dan het geheel of gedeeltelijk voldoen aan de parkeereis, kan de omgevingsvergunning alsnog verleend worden. In dat geval wordt een geheel of gedeeltelijke vrijstelling verleend van de parkeereis.

Raadsvoorstellen 2016

3

7. Voorstel Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 1 maart 2016, Besluit: I.

Aan het college op te dragen geen vrijstelling te verlenen van de parkeereis bij verbouwplannen indien de parkeerdruk in de openbare ruimte 90% of meer bedraagt.

II. Aan het college op te dragen geen parkeertoets te doen bij uitbreiding vloeroppervlak van bestaande woningen. III. Te bepalen dat in geval van betaald parkeren de parkeerdruk op de openbare straat in de omgeving van een bouwplan wordt beperkt tot het gebied waar de parkeervergunning geldig is. IV. Gegevens ten behoeve van de bepaling van de parkeerdruk in de omgeving van een bouwplan in beginsel niet ouder mogen zijn dan twee jaar, met een maximum van vijf jaar. V. In te stemmen met de aanvulling van de tabel 3.10 ‘Normen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen’ op pagina 25 van de nota Parkeernormen Den Haag. Zie de aangehechte bijlage. VI. Het college informeert de Raad over die gevallen dat zij gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de parkeereis wenst te verlenen. Dit zal bij vrijstellingen van meer dan 3 parkeerplaatsen gebeuren voorafgaande aan het vrijstellingsbesluit. Bij vrijstellingen van minder dan 3 parkeerplaatsen gebeurt dit achteraf in kwartaalrapportages. VII. Aanvragen van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen die vóór of op de dag van inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aanvrager gunstiger is. VIII.

Dit besluit in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2016. De griffier.

Raadsvoorstellen 2016

De voorzitter.

4

Bijlage: Aangevulde Tabel 3.10 Normen voor Kantoren, Bedrijven en Voorzieningen (KBV) Functie

Eenheid

Zone 1

Zone 2

Zone 3

Winkelen Groothandel Showroom Supermarkt Winkel

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

0,15 0,30 2,50 1,55

0,25 0,65 2,50 1,75

0,55 1,30 2,50 2,30

85% 85% 85% 85%

Werken Bedrijf Kantoren zonder baliefunctie Kantoren met baliefunctie* Magazijn

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

0,45 0,60 1,50 0,25

0,70 1,00 2,00 0,25

1,45 2,20 2,50 0,25

15% 5% 20% 5%

Horeca Café/bar, strandtent Cafetaria/lunchroom Restaurant Hotel/werknemers Hotel

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo Kamer

4,00 1,90 1,20 0,10 0,25

4,00 3,85 2,40 0,20 0,50

5,00 7,90 5,00 0,50 0,50

90% 85% 80% 0% 100%

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

0,30 0,30 3,35 2,10

0,50 0,50 3,40 2,20

0,90 0,90 3,50 4,50

90% 90% 99% 90%

100 m2 bvo

1,00

1,00

1,00

90%

100 m2 bvo 100 m2 bvo

2,00 1,15

2,00 1,15

2,70 2,30

80% 95%

Cultuur Museum Bibliotheek Religiegebouw Bioscoop/theater/schouwburg/ congres Sociaal cultureel centrum / Wijkverenigingsgebouw Sportvoorzieningen Sportschool Sporthal

2

Aandeel Opmerkingen bezoek

Sportveld

100 m terrein

0,15

0,15

0,15

95%

Toeschouwersplaatsen (indien van toepassing)

Aantal toeschouwersplaatsen

0,10

0,10

0,10

100%

Zorgvoorzieningen Ziekenhuis/medisch centrum Verpleeghuis Arts/maatschap

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo

3,15 0,55 2,85

3,45 0,65 2,85

4,30 1,40 2,85

65% 65% 65%

Onderwijs Primair onderwijs Kinderdagverblijf Middelbaar onderwijs HBO/ROC Avondonderwijs

100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo Student

0,05 0,50 0,10 0,50 0,50

0,10 0,50 0,15 1,05 0,50

0,25 1,00 0,40 2,50 0,50

0% 0% 0% 0% 0%

15,00

15,00

98%

Overig Begraafplaats/crematorium

Begrafenis/crematie

15,00

Excl. toeschouwers Excl. toeschouwers

Excl. K+R** Excl. K+R**

* Norm wordt alleen over het betreffende deel van het bvo toegepast waar balie functie gevestigd is. ** K+R voorziening Conform CROW publicatie 317

Raadsvoorstellen 2016

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12562765/1