CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314890 Bijlage regionale rapportage

Commissie Samenleving 6 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling: Verlengen regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling5.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Haaglanden

CBS Den Haag Henri Faasdreef 312 2492 JP Den Haag Postbus 24500 2490 HA Den Haag T +31 70 337 38 00

De impactmonitor Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling toont hoe het er in Nederland voor staat met de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en wat de impact is van deze aanpak. Volgens de recentste prevalentieschatting uit 2022 hebben ongeveer 1,3 miljoen personen van 16 jaar of ouder in de voorgaande 12 maanden te maken gehad met huiselijk geweld. In 2017 zijn er naar schatting 90 duizend tot 127 duizend kinderen die te maken hebben gehad met kindermishandeling. Deze monitoring heeft als doel bij te dragen aan het zichtbaar maken van lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. Hierbij gaat het zowel om uitvoering als beleid. De monitor bevat indicatoren op de volgende thema’s: – aard en omvang van huiselijk geweld en kindermishandeling – kenmerken van daders en slachtoffers – eerder signaleren en bespreken – vergroting bereik Veilig Thuis – verbinding zorg en veiligheid – verbetering outcome De monitor bevat indicatoren van vele partijen die betrokken zijn bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het CBS heeft geen controle uitgevoerd op de cijfers van andere partijen. De verschillende indicatoren in de impactmonitor gaan niet allemaal over dezelfde periode. Daarnaast kunnen de indicatoren niet allemaal met dezelfde frequentie geactualiseerd worden.

Sommige indicatoren zijn alleen op landelijk niveau beschikbaar, andere indicatoren zijn ook per Veilig Thuis regio beschikbaar. In deze regionale rapportage worden de uitkomsten uit de impactmonitor getoond voor de Veilig Thuis regio Haaglanden. Alle uitkomsten in deze regionale rapportage zijn afkomstig van het interactieve dashboard. Het interactieve dashboard bevat de uitkomsten van élke Veilig Thuis regio én de uitkomsten voor heel Nederland. Eén keer per jaar (doorgaans in december) publiceert het CBS ook een rapportage met de landelijke uitkomsten. Deze landelijke rapportages zijn te vinden op www.cbs.nl , met als zoekterm ‘Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling’ en te filteren op type ‘Publicaties’. Indicatoren waarvan alleen landelijke uitkomsten beschikbaar zijn, zijn niet opgenomen in deze regionale rapportage. De regionale rapportages voor elke Veilig Thuis regio zijn te vinden op de download pagina van het interactieve dashboard. De monitor biedt kwantitatieve basisinformatie. Hiermee kunnen vergelijkingen gemaakt kunnen worden tussen regio’s onderling en voor regio’s door de tijd heen. De monitor levert nog geen kant en klare antwoorden op specifieke beleidsvragen.

De monitor levert wel cijfermatige inzichten op die beleidsmakers en andere betrokken professionals kunnen gebruiken voor beleidsvorming, monitoring en sturing van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

2

Aard en kenmerken Kindermishandeling en huiselijk geweld komen voor in allerlei verschillende vormen. Op basis van de vermoedelijke aard van het geweld zoals dat is vastgelegd bij de adviezen en meldingen bij Veilig Thuis, kan hiervan een beeld worden gevormd. Veilig Thuis is het adviespunt en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en professionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld. Veilig Thuis kan advies en ondersteuning geven over wat degene, die contact opneemt met Veilig Thuis, zelf kan doen. Is dit niet mogelijk of is de situatie te complex of ernstig? Dan kan degene die contact opneemt met Veilig Thuis een melding doen en komt Veilig Thuis in actie. Op hoofdlijnen worden de volgende soorten geweld en mishandeling onderscheiden: kindermishandeling, ouderenmishandeling, geweld tegen ouders, (ex-) partnergeweld of overig huiselijk geweld (bijvoorbeeld tussen broers/zussen). Het gaat hierbij om de vermoedens van de adviesvrager of melder over de aard van het geweld. Dit kan afwijken van de daadwerkelijke aard van het geweld. Ook kan later, tijdens de verdere inzet van Veilig Thuis, blijken dat er nog méér aan de hand is dan alleen de door de adviesvrager of melder genoemde aard van het geweld.

Eén advies of melding kan gaan over meerdere soorten van geweld.

Aantal bij Veilig Thuis gevraagde adviezen naar aard van het geweld in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

3

Aantal bij Veilig Thuis gevraagde adviezen naar aard van het geweld , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

4

Aantal bij Veilig Thuis binnengekomen meldingen naar aard van het geweld in periode 1e halfjaar 2022*

Aantal bij Veilig Thuis binnengekomen meldingen naar aard van het geweld ,/n tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

5

Vergroting bereik veilig thuis Het is van belang dat het bereik van Veilig Thuis als het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling zo groot mogelijk is; iedereen met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling moet de weg naar Veilig Thuis zo snel mogelijk kunnen vinden. Een groot aantal professionals is op basis van de wet ‘Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ verplicht om een stappenplan te doorlopen als hij of zij vermoedens heeft van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dit geldt voor professionals die werkzaam zijn in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie.

Aantal gestarte adviesvragen aan Veilig Thuis

Aantal gestarte adviesvragen aan Veilig Thuis in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

6

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

7

Aantal bij Veilig Thuis binnengekomen meldingen

Aantal bij Veilig Thuis binnengekomen meldingen in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

8

Gestarte adviesvragen naar type adviesvrager in periode 1e halfjaar 2022*

Gestarte adviesvragen naar type adviesvrager , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

9

Ontvangen meldingen naar type melder in periode 1e halfjaar 2022* 72.2% van de meldingen kwam van de politie (in heel Nederland was dit 66.6%). Onderstaande figuur toont de aandelen van de overige typen melder

Ontvangen meldingen naar type melder , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

10

In de contacten met de adviesvrager c.q. melder vraagt Veilig Thuis ook hoe lang zij dénken dat het geweld of de mishandeling al duurt. Hierbij kan gekozen worden uit een aantal categorieën. De ervaring leert dat adviesvragers en melders dit soms een moeilijke vraag vinden en het eigenlijk niet weten. De Veilig Thuis medewerk(st)er probeert de adviesvrager/melder toch een categorie te laten kiezen, waarbij er vaak gekozen wordt voor de kortste categorie (‘niet langer dan een week’) als men het écht niet weet. In de praktijk blijkt dat dit gegeven desondanks soms niet gevuld wordt in de administraties van Veilig Thuis en de duur van het geweld dus onbekend blijft; deze gevallen zijn meegeteld in de categorie ‘niet langer dan een week’.

(Vermoedelijke) duur van het geweld bij adviezen door Veilig Thuis in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

11

(Vermoedelijke) duur van het geweld bij adviezen door Veilig Thuis , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

12

(Vermoedelijke) duur van het geweld bij meldingen aan Veilig Thuis in periode 1e halfjaar 2022*

(Vermoedelijke) duur van het geweld bij meldingen aan Veilig Thuis , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

13

Meldingen aan Veilig Thuis waarbij sprake is van acute of structureel onveilige casuistiek of beide Bij ontvangst van een melding schat Veilig Thuis als eerste de aard en de ernst van de melding in; dit is de zogeheten veiligheidstaxatie. Veilig Thuis kan hierbij tot de conclusie komen dat er sprake is van acute of structureel onveilige casuïstiek. In de overige gevallen gaat het bijvoorbeeld om een eenmalige onveilige situatie, om een multi-problematische leefsituatie of waren er geen zorgen over de veiligheid.

Meldingen aan Veilig Thuis waarbij sprake is van acute of structureel onveilige casuistiek of beide in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

14

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

15

Acuut onveilige meldingen, uitgesplitst naar type melder in periode 1e halfjaar 2022* 60.2% van de acuut onveilige meldingen kwam van de politie (in heel Nederland was dit 50.4%). Onderstaande figuur toont de aandelen van de overige typen melder

Acuut onveilige meldingen, uitgesplitst naar type melder , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

16

Structureel onveilige meldingen, uitgesplitst naar type melder in periode 1e halfjaar 2022* 71.7% van de structureel onveilige meldingen kwam van de politie (in heel Nederland was dit 65.1%). Onderstaande figuur toont de aandelen van de overige typen melder

Structureel onveilige meldingen, uitgesplitst naar type melder , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

17

Vervolgstap bij Veilig Thuis op basis van de veiligheidsbeoordeling Op basis van de veiligheidstaxatie besluit Veilig Thuis of ze de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf beleggen, of dat ze de melding overdragen aan een lokale hulpverlenende instantie, die dan aan de slag gaat met de betrokkenen. Ook kijken ze of er al een hulpverlener betrokken is bij het gezin. In dat geval kijkt Veilig Thuis, samen met de hulpverlener, of deze de melding mee kan nemen in het hulptraject en of ondersteuning van Veilig Thuis hierbij nodig is. De vervolgstappen kunnen ook belegd worden bij het cliëntsysteem zelf óf er kan besloten worden dat in het geheel geen vervolgstappen nodig zijn. Ook kan het een nieuwe melding betreffen op een al lopende casus. In dat geval neemt Veilig Thuis de informatie uit de nieuwe melding mee in de lopende casus. Als de vervolgstappen bij Veilig Thuis zelf worden belegd zijn er twee mogelijkheden: de dienst ‘Onderzoek’ of de dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’. De dienst ‘Onderzoek’ is gericht op het bevestigen of weerleggen van de gemelde vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en het vervolgens zo nodig vaststellen van veiligheidsvoorwaarden en inzetten van vervolghulp. De dienst ‘Voorwaarden en Vervolg’ is gericht op het organiseren van de directe veiligheid van de betrokkenen en het inzetten van vervolghulp.

Om een beeld te krijgen van de gekozen vervolgstappen, is gekeken naar alle casussen waarbinnen een veiligheidsbeoordeling is uitgevoerd en/of waarbinnen Veilig Thuis een dienst ‘Onderzoek’ of ‘Voorwaarden en Vervolg’ is gestart in een bepaalde periode. in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

18

Vervolgstap bij Veilig Thuis op basis van de veiligheidsbeoordeling , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

19

Verbinding zorg en veiligheid Voor een optimale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een goede verbinding nodig tussen de zorgketen enerzijds en de justitie- en veiligheidsketen anderzijds. Dit geldt zowel bij het in beeld krijgen van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling als bij het stoppen en duurzaam oplossen van het geweld.

Aantal politiemeldingen aan Veilig Thuis De politie is dan ook een belangrijke partij als het gaat om meldingen aan Veilig Thuis. Op basis van meldingen met status ‘definitief’ in het BHV-registratiesysteem van de politie kan in kaart gebracht worden hoe vaak de politie een melding doet bij Veilig Thuis. Dit cijfer op basis van de politieregistratie wijkt af van de hiervoor beschreven cijfers over het aantal meldingen bij Veilig Thuis door de politie (op basis van Beleidsinformatie VT). Nader onderzoek zal moeten uitwijzen hoe deze verschillen kunnen worden geduid.

Aantal politiemeldingen aan Veilig Thuis in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

20

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

21

Casussen bij Veilig Thuis waarover VT een melding/aangifte bij de politie heeft gedaan Op elk moment kan Veilig Thuis vaststellen dat er geen zorgen (meer) zijn over de veiligheid of dat een andere organisatie de verantwoordelijkheid kan overnemen voor de veiligheidssituatie. Veilig Thuis kan in dat geval naar vele partijen overdragen zoals zorginstellingen, scholen, maatschappelijk werk, het cliëntsysteem zelf of naar partijen in het justitie en veiligheidsdomein. In dat laatste geval gaat het dan onder andere om overdrachten aan de politie of aan de Raad voor de Kinderbescherming.

Casussen bij Veilig Thuis waarover VT een melding/aangifte bij de politie heeft gedaan in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

22

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

23

Casussen bij Veilig Thuis die (o.a.) zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming

Casussen bij Veilig Thuis die (o.a.) zijn overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

24

In een aantal eerdere figuren is gekeken naar de meldingen van acute en structureel onveilige casuïstiek. In de figuren hieronder wordt in kaart gebracht in welke percentage van de casussen met minstens één melding van acute of structureel onveilige casuïstiek een overdracht van VT naar de politie of het OM heeft plaatsgevonden.

Percentage overdracht van VT naar politie van acute en structureel onveilige casussen

Percentage overdracht van VT naar politie van acute en structureel onveilige casussen in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

25

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

26

Percentage overdracht van VT naar OM van acute en structureel onveilige casussen

Percentage overdracht van VT naar OM van acute en structureel onveilige casussen in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

27

Aantal afgeronde onderzoeken RvdK naar besluit Als een kind ernstig in de knel dreigt te raken, helpt de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) om samen met het kind en de ouders de beste oplossing te zoeken. Alleen als het echt niet anders kan, wordt de rechter erbij betrokken, maar het draait altijd om het belang van het kind. Als de (fysieke) veiligheid en de ontwikkeling van het kind gevaar lopen, dan voert de RvdK een onderzoek uit naar de noodzaak en/of toegevoegde waarde van een kinderbeschermingsmaatregel. De RvdK voert in dit verband twee typen onderzoek uit: onderzoek naar een kinderbeschermingsmaatregel en onderzoek naar een maatregel ná ondertoezichtstelling (OTS). Bij onderzoek van de tweede soort loopt al een OTS en is de gecertificeerde instelling die de OTS uitvoert van mening dat de opgelegde OTS niet binnen aanvaardbare termijn het gewenste resultaat zal bereiken, namelijk dat ouders de verantwoording voor de opvoeding weer zelfstandig op kunnen pakken (eventueel met vrijwillige hulp). Elk onderzoek heeft betrekking op één kind. In het onderzoek beoordeelt de raadsonderzoeker of verplichte hulp de beste oplossing is voor het kind. Als verplichte hulp noodzakelijk wordt geacht, doet de RvdK een verzoek (rekest) aan de rechter voor een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging met als resultaat voogdij). in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

28

Aantal afgeronde onderzoeken RvdK naar besluit , tijdreeks

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

29

Aantal gestarte (voorlopige) ondertoezichtstellingen Als de rechter besluit tot het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel, wordt de maatregel uitgevoerd door een gecertificeerde instelling (GI). Onderstaande figuur toont het aantal bij de GI gestarte ondertoezichtstellingen (inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen).

Aantal gestarte (voorlopige) ondertoezichtstellingen in periode 1e halfjaar 2022*

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

30

Verbetering outcome Outcome-indicatoren geven aan of het beoogde resultaat is bereikt, bijvoorbeeld of het geweld is gestopt en of het welzijn is verbeterd. De uitkomsten in dit hoofdstuk zijn verkregen uit twee cohortonderzoeken van het Verwey-Jonker Instituut naar het effect van de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld: – 2e cohortonderzoek: In de periode 2016 tot en met 2020 voerde het Verwey-Jonker Instituut een grootschalig cohortonderzoek uit in 13 van de 26 Veilig Thuis-regio’s in Nederland. In het cohortonderzoek zijn anderhalf jaar lang gezinnen met kinderen gevolgd, waar (ex-) partnergeweld en/of kindermishandeling speelde. Dit gebeurde vanaf het moment van melding bij Veilig Thuis. Tijdens het onderzoek hebben drie meetmomenten plaatsgevonden, één kort na de melding bij Veilig Thuis, de tweede meting een jaar na de eerste meting en de derde meting een half jaar na de tweede meting. – 3e cohortonderzoek: Het Verwey-Jonker Instituut voert op dit moment een herhaling van het 2e cohortonderzoek uit, nu in de andere 13 Veilig Thuis regio’s. Ten tijde van samenstellen van deze regionale rapportages is in dit 3e cohortonderzoek alleen het eerste meetmoment uitgevoerd.

Aantal geweldsincidenten (totaal) in de 12 maanden voorafgaand aan het meetmoment Een belangrijke vraag in deze onderzoeken van het Verwey-Jonker Instituut is of de kindermishandeling en het partnergeweld in het gezin daadwerkelijk zijn gestopt of verminderd. Alleen in regio’s waar al meer dan één meetmoment heeft plaatsgevonden kan dit in kaart worden gebracht.

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

31

Aantal geweldsincidenten (totaal) in de 12 maanden voorafgaand aan het meetmoment in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

32

Het veiligheidsgevoel dat ouders ervaren is in alle drie de onderzoeken gemeten met behulp van een vragenlijst naar de kwaliteit van leven. Het veiligheidsgevoel is uitgedrukt in een rapportcijfer tussen de 1 en 10. Voor de ervaren veiligheid van de kinderen is gekeken naar vier onderdelen van emotionele veiligheid: openlijk bemoeien, openlijk vermijden, gedragsdisregulatie en emotionele reactiviteit.

Ervaren Veiligheid Ouders

Ervaren Veiligheid Ouders in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

33

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

34

Percentage emotioneel onveilige kinderen

Percentage emotioneel onveilige kinderen in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

35

In de cohortonderzoeken hebben ouders een rapportcijfer gegeven voor de kwaliteit van leven, op basis van de Manchester Short Assessment of quality of life vragenlijst (MANSA). De kwaliteit van leven van kinderen is gemeten aan de hand van vragen op verschillende deelgebieden van hun leven (lichamelijk welzijn, psychisch welbevinden, relatie met ouders, relatie met vrienden, school). De uitkomst wordt weergegeven in een T-score, waarbij de gemiddelde score van een referentiegroep van Nederlandse jongeren 54 is. Hoe hoger de score, hoe hoger de ervaren kwaliteit van leven.

Kwaliteit van leven ouders

Kwaliteit van leven ouders in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

36

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

37

Kwaliteit van leven kinderen

Kwaliteit van leven kinderen in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

38

Bij ouders is op basis van de Trauma Symptoms Inventory lijst bepaald of ouders een (medisch) gediagnosticeerd trauma hebben. De mate waarin er bij de betrokken kinderen sprake is van een klinisch trauma is zowel aan de ouders gevraagd (over kinderen tot 12 jaar) als aan de kinderen zelf (vanaf 8 jaar). Ouders vulden de Trauma Symptom Checklist for Young Children (TSCYC) in, kinderen de Trauma Symptom Checklist for Children (TSCC). De verschillen tussen het tweede en derde meetmoment zijn in het 2e cohortonderzoek statistisch niet significant.

Percentage ouders met klinische traumaklachten

Percentage ouders met klinische traumaklachten in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

39

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

40

Percentage kinderen met klinische traumaklachten

Percentage kinderen met klinische traumaklachten in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

41

Percentage kinderen waarover ouders veel opvoedingsstress ervaren De opvoedstress zoals ouders die ervaren, is gemeten aan de hand van de NOSI-K vragenlijst, de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index - verkorte versie. De verschillen tussen het tweede en derde meetmoment zijn in het 2e cohortonderzoek statistisch niet significant.

Percentage kinderen waarover ouders veel opvoedingsstress ervaren in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

42

Percentage onveilig gehechte kinderen Ook de veiligheid in de hechting tussen ouders en kinderen is in kaart gebracht. Zowel ouders als kinderen (vanaf 8 jaar) hebben hiervoor de Security Scale vragenlijst ingevuld. De verschillen tussen het tweede en derde meetmoment zijn in het 2e cohortonderzoek statistisch niet significant.

Percentage onveilig gehechte kinderen in periode 1e meting

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

43

Tevredenheid over ontvangen hulp Voor gezinnen in de beide cohortonderzoeken zal doorgaans een hulpverleningstraject zijn ingezet, alle gezinnen zijn immers gemeld bij Veilig Thuis. Op basis van het oordeel dat ouders gaven over nut en belang van de geboden hulp, is in kaart gebracht hoe tevreden zij waren over die hulp. Op dezelfde wijze is de tevredenheid van de kinderen over de door hen ontvangen ggz-hulp en jeugdhulp in beeld gebracht.

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

44

Bronnen Beleidsinformatie Veilig Thuis De indicatoren over Veilig Thuis zijn gebaseerd op het CBS onderzoek ‘Beleidsinformatie Veilig Thuis’. Dit onderzoek levert uitkomsten over huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals dat bij Veilig Thuis in beeld was. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de Veilig Thuis organisaties. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de wet Wmo 2015, in de vorm van een Informatieprotocol beleidsinformatie Veilig Thuis. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste halfjaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema?themaNr=84862 en in een regionaal dashboard https://dashboards.cbs.nl/v3/regionaaldashboardveiligthuis/

Beleidsinformatie Jeugd De indicator over het aantal gestarte ondertoezichtstellingen is gebaseerd op het CBS onderzoek ‘Beleidsinformatie Jeugd’. Dit onderzoek levert uitkomsten over het aantal jongeren met jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het CBS stelt deze beleidsinformatie halfjaarlijks samen op basis van gegevens afkomstig van de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen. De aanlevering van deze gegevens aan het CBS is vastgelegd in de Jeugdwet, in de vorm van een Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd. Dit informatieprotocol legt gedetailleerd vast welke gegevens aangeleverd moeten worden. De uitkomsten worden ieder jaar op vaste momenten gepubliceerd. De cijfers over het eerste half jaar verschijnen eind oktober, die over het gehele jaar verschijnen eind april en zijn te vinden op StatLine https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/thema?themaNr=82337 en in een regionaal dashboard https://dashboards.cbs.nl/v3/regionaaldashboardjeugdzorg/

Politieregistratiegegevens Het aantal meldingen vanuit de politie aan Veilig Thuis heeft het CBS ontvangen van de politie vanuit de Basisvoorziening Handhaving (BVH). De BVH is het registratiesysteem van de politie waarin de politie meldingen registreert, aangiftes verwerkt en incidenten afhandelt. Bij de melding van een delict kan een rol van de betreffende persoon worden geselecteerd (verdachte, betrokkene, slachtoffer, getuige of benadeelde). Naast de BHV kent de politie ook het registratiesysteem SummiT. Hieronder worden complexe en of gevoelige zaken vastgelegd, bijvoorbeeld zaken over eergerelateerd geweld. Dit gaan om een relatief klein aantal zaken. In de rapportage en dashboard van de Impactmonitor is geen gebruik gemaakt van gegevens uit SummIT.

Onderzoeksprogramma prevalentie huiselijk geweld en kindermishandeling WODC De omvangschatting van het aantal personen dat te maken heeft met kindermishandeling is gebaseerd op een tweetal deelstudies die onderdeel uitmaken van het onderzoeksprogramma prevalentie huiselijk geweld en kindermishandeling van het WODC. Dit zijn een zelfrapportage onder scholieren in de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs en een informatenstudie onder professionals over Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

45

kindermishandeling onder alle kinderen tussen de 0 en 17 jaar . Een derde deelstudie naar het slachtofferschap van huiselijk geweld is in deze editie van de impactmonitor niet meer gebruikt, omdat inmiddels recentere gegevens beschikbaar zijn uit ander onderzoek. In de overkoepelende synthese van Ten Boom & Wittebrood (2019) over de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling worden onder meer deze drie studies in samenhang beschreven. Ook wordt ingegaan op de verschillende gebruikte onderzoeksmethoden waarmee gepoogd is deze lastig meetbare verschijnselen in kaart te brengen. Voor meer informatie over de opzet en uitkomsten van deze drie studies en de beperkingen die elk van de studies met zich meebrengt wordt in de eerste plaats verwezen naar deze laatstgenoemde overkoepelende synthese. – De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland, A. ten Boom en K. Wittebrood, WODC, 2019 https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/219 Gedetailleerde informatie is te vinden in de drie genoemde originele publicaties. – Eijkern, L. van, Downes, R., & Veenstra, R. (2018). Slachtofferschap van huiselijk geweld: Prevalentieonderzoek naar de omvang, aard, relaties en gevolgen van slachtoffer- en plegerschap. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.

https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/2239 De resultaten uit dit onderzoek zijn gebaseerd op 6 835 respondenten. – Alink, L., Prevoo, M., Berkel, S. van, Linting, M., Klein Velderman, M., & Pannebakker, F. (2018). NPM 2017: Nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen. Leiden: Leiden University, Institute of Education and Child Studies / TNO Child Health https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/2241 Dit onderzoek is gebaseerd op informatie van 785 informanten. – Schellingerhout, R., & Ramakers, C. (2017). Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016. Nijmegen: ITS, Radboud Universiteit Nijmegen https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/2237 Dit onderzoek is gebaseerd op informatie van 1 539 scholieren.

Recidiveonderzoek WODC Informatie over daders en recidive van huiselijk geweld zijn afkomstig uit de recidive onderzoeken van het WODC: – Piersma, T.W., Beijersbergen, K.A. (2021). Achtergronden en recidive onder daders van huiselijk geweld veroordeeld in 2008-2017. Den Haag: WODC. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3059 – Blokdijk, D., Beijersbergen, K.A. & Weijters, G. (2019). Achtergronden en recidive onder daders van huiselijk geweld veroordeeld in 2008 -2015. Den Haag: WODC. https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/227

Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag 2022 CBS/WODC Informatie over het aantal slachtoffers (van 16 jaar en ouder) van huiselijk geweld is afkomstig uit het Prevalentieonderzoek Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (PHGSG) 2022 van het CBS en WODC. De cijfers in deze PHGSG zijn gebaseerd op een internetenquête onder de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder in maart en april 2022. Voor het onderzoek zijn honderdduizend personen benaderd. Ruim 24 duizend personen hebben de vragenlijst ingevuld, een respons van 24,2 procent. Dit grote aantal Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

46

respondenten maakt het mogelijk om betrouwbare en gedetailleerde uitspraken te doen over de prevalentie van huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland. De PHGSG beschrijft de aard en de mate waarin huiselijk geweld en seksueel geweld in Nederland voorkomen. Bij huiselijk geweld gaat het om vormen van geweld als fysiek geweld, dwingende controle, stalking door ex-partner en seksueel grensoverschrijdend gedrag die gepleegd worden door iemand uit de huiselijke kring. De term ‘huiselijke kring’ heeft betrekking op de sociale relatie tussen slachtoffer en pleger. Tot de huiselijke kring worden gezins- en familieleden en ook eventuele (ex-)partners gerekend. Seksueel grensoverschrijdend gedrag omvat alle vormen van seksuele intimidatie en geweld. Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan binnen en buiten de huiselijke kring plaatsvinden, zowel online als offline, in de ‘echte’ wereld. Een deel van het seksueel grensoverschrijdend gedrag dat in de PHGSG wordt onderzocht valt formeel niet binnen de scope van deze impactmonitor, namelijk het seksueel grensoverschrijdend gedrag dat buiten de huiselijke kring plaatsvindt.Uit de PHGSG blijkt dat seksueel grensoverschrijdend gedrag voor het grootste deel niet in huiselijke kring plaatsvindt: 12 procent van de bevolking van 16 jaar en ouder is slachtoffer geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de huiselijke kring.

Bij 2 procent gebeurde dit binnen de huiselijke kring.

Cohortstudies Verwey Jonker Instituut De outcome-indicatoren in deze impactmonitor, zoals de toe- of afname van geweld en verbetering van welzijn, zijn gebaseerd op drie onderzoeken van het Verwey-Jonker Instituut naar het effect van de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld onder gezinnen/huishoudens die in aanraking zijn gekomen met Veilig Thuis. – 2e cohortonderzoek In de periode 2016 t/m 2020 is een grootschalig cohortonderzoek in 13 van de 26 Veilig Thuis-regio’s in Nederland uitgevoerd.In het onderzoek zijn anderhalf jaar lang gezinnen met kinderen gevolgd, waar (ex-) partnergeweld en/of kindermishandeling speelt. Dit gebeurt vanaf het moment van melding bij Veilig Thuis. Tijdens het onderzoek hebben drie meetmomenten plaatsgevonden, één kort na de melding bij Veilig Thuis, de tweede meting een jaar na de eerste meting en de derde meting een half jaar na de tweede meting. 576 gezinnen hebben aan alle drie metingen deelgenomen (633 ouders en 978 kinderen). Niet alle in deze impactmonitor opgenomen uitkomsten zijn al in deze vorm gepubliceerd.

Meer informatie over deze cohortstudie is te vinden in: – Factsheet ‘Werkt de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld’, Augeo Foundation en Verwey-Jonker Instituut, 2018 https://www.verwey-jonker.nl/ publicaties/2018/werkt-de-aanpak-van-kindermishandeling-en-partnergeweld– Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp, B. Tierolf, K. Lünneman, M. Steketee, Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, mei 2014, https://www.verwey-jonker.nl/doc/vitaliteit/1366_Doorbreken% 20geweldspatroon%20vraagd%20gespecialiseerde%20hulp_Web.pdf. – Rapport ‘Kan huiselijk geweld echt stoppen? Kwestie van lange adem’, M. Steketee, B. Tierolf, K. Lünneman, M. Lünneman, Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, november 2020, https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/kwestie-van-lange-adem/ – 3e cohortonderzoek Het Verwey-Jonker Instituut voert op dit moment een herhaling van het 2e cohortonderzoek uit, nu in de andere 13 Veilig Thuis regio’s. Eind 2022 is in dit 3e cohortonderzoek alleen het eerste meetmoment uitgevoerd. Zie https://www.verwey-jonker.nl/artikel/ derde-cohortstudie-huiselijk-geweld-wat-werkt-om-het-geweld-te-stoppen/ Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

47

– Een longitudinaal onderzoek naar de meerwaarde van de jeugdbescherming in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling. In het onderzoek zijn in de periode 2018 t/m 2021 480 gezinnen, waar sprake is van kindermishandeling en waar een kinderbeschermingsmaatregel is opgelegd, anderhalf jaar gevolgd. Dit na de start van de uitvoering van de maatregel door de gecertificeerde instellingen (GI’s). Ook in dit onderzoek hebben ook dezelfde drie meetmomenten plaatsgevonden in een periode van anderhalf jaar na start van de uitvoering van de maatregel. Zie https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/aanpak-kindermishandeling/ Er zijn enkele verschillen tussen de onderzoeken: – In het 3e cohortonderzoek zijn ook geweldsincidenten in de vorm van coercive control (een vorm van partnergeweld) en kind-ouder mishandeling meegenomen. In het 2e cohortonderzoek en het jeugdbeschermingsonderzoek bleven deze vormen van geweld buiten beeld. – De onderzoekspopulatie van het 3e cohortonderzoek bevat ook huishoudens zonder kinderen waar sprake was van partnergeweld. 6 procent van de huishoudens in het onderzoek had geen kinderen, 14 procent had geen kinderen in de leeftijd van 3 tot en met 17 jaar. In het 2e cohortonderzoek en het jeugdbeschermingsonderzoek zijn alleen gezinnen met kinderen onderzocht.

De door Verwey-Jonker Instituut geleverde uitkomsten uit de drie onderzoeken wijken heel licht af van de uitkomsten in de eigen publicaties van Verwey-Jonker Instituut. Dit komt omdat in de publicaties van Verwey-Jonker Instituut een klein aantal gezinnen buiten beschouwing zijn gelaten, waar op alle meetmomenten geen geweld speelde. In de tellingen voor de impactmonitor zijn deze gezinnen zonder geweldsincidenten wel meegeteld, omdat in de totale populatie van gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis of waar een jeugdbeschermingsmaatregel wordt ingezet soms ook geen geweld blijkt te spelen. De in de rapportage 2022 en dashboard getoonde uitkomsten uit het 2e cohortonderzoek wijken soms qua presentatievorm of exacte berekenwijze af van de wijze waarop ze getoond zijn in de rapportages 2020 en 2021 en eerdere versie van het dashboard. Dit is gedaan om aan te sluiten bij de presentatievorm en berekenwijze uit het 3e cohortonderzoek. Zo is er als presentatievorm vaker gekozen voor een percentage in plaats van een (op zichzelf nietszeggende score uit de gebruikte vragenlijst). Het Verwey-Jonker instituut heeft voor sommige indicatoren de uitkomsten uit het 2e cohortonderzoek opnieuw berekend volgens de berekenwijze van het 3e cohortonderzoek en aan het CBS geleverd.

Dit is onder andere het geval bij de indicatoren over kwaliteit van leven kinderen, emotioneel onveilig gehechte kinderen en kinderen met traumaklachten. Bij deze indicatoren is nu ook gebruik gemaakt van de door een ouder ingevulde vragenlijst als het kind zelf geen vragenlijst had ingevuld. In de eerdere edities van deze rapportage/dashboard was alleen uitgegaan van de vragenlijsten die kinderen zelf hadden ingevuld. Bij de indicator met het percentage kinderen met klinische traumaklachten speelt daarnaast nog dat er nu gebruik is gemaakt van een Nederlandse normering in plaats van een Amerikaanse normering, waardoor het percentage kinderen met klinische traumaklachten in de 2e cohortstudie fors stijgt ten opzichte van de eerdere edities van deze rapportage/dashboard.

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

48

Registraties Raad voor de Kinderbescherming Het aantal onderzoeken en besluiten heeft het CBS ontvangen van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) vanuit het digitale Kinderbescherming Bedrijfsprocessensysteem (KBPS). In dit systeem legt de RvdK een dossier aan van ieder kind naar wie een onderzoek wordt ingesteld. Per dossier worden persoonlijke gegevens van het kind geregistreerd, en per onderzoek o.a. contacten, binnengekomen en uitgaande stukken, de overwegingen en besluiten van de onderzoeken.

Registraties OM en Raad voor de rechtspraak De instroom en beslissingen van het Openbaar Ministerie (OM) in huiselijk geweldzaken heeft het CBS ontvangen van het OM. Het aantal zaken waarin huiselijk geweld ten laste is gelegd en de opgelegde straffen en maatregelen heeft het CBS ontvangen van de Raad voor de rechtspraak. Deze gegevens zijn afkomstig uit de systemen COMPAS en GPS. In het Communicatiesysteem Openbaar Ministerie Parket AdminiStratie (COMPAS) zijn gegevens opgenomen over de ingeschreven rechtbankstrafzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) evenals de afdoening van deze zaken door het OM en de rechter in eerste aanleg. Het systeem bevat een grote hoeveelheid gegevens over het verloop en de afloop van elke strafzaak inclusief gegevens over de verdachte en/of de vervolgde (rechts)persoon. Het Geïntegreerd Processysteem (GPS) is ontwikkeld ter vervanging van COMPAS en is sinds 2008 geleidelijk ingevoerd. De meerderheid van de relatief eenvoudige zaken worden in GPS geregistreerd en beoordeeld. De complexe zaken, bijvoorbeeld zaken die door de meervoudige kamer behandeld worden of grote onderzoekszaken, worden geregistreerd in COMPAS. In het Geïntegreerd Processysteem (GPS) zijn gegevens opgenomen over de ingeschreven rechtbankstrafzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) evenals de afdoening van deze zaken door het OM en de rechter in eerste aanleg.

Het systeem bevat een grote hoeveelheid gegevens over het verloop en de afloop van elke strafzaak inclusief gegevens over de verdachte en/of de vervolgde (rechts)persoon.

Aantal slachtoffers moord- en doodslag CBS Elk jaar publiceert het CBS het aantal slachtoffers van moord- en doodslag, waarbij deze slachtoffers worden uitgesplitst naar een aantal kenmerken, waaronder de relatie tot de (vermoedelijke) dader. Deze cijfers hebben betrekking op alle moorden die in Nederland hebben plaatsgevonden. Het gaat hierbij zowel om ingezetenen (personen die op het moment van overlijden staan ingeschreven bij de Basisregistratie Personen), als om niet-ingezetenen (in 2020 was dit 12 procent van alle slachtoffers van moord en doodslag). Deze gegevens worden opgenomen in de “Statistiek van de niet-natuurlijke dood”, die vanaf 1996 wordt bijgehouden. De belangrijkste bronnen voor deze cijfers over moord en doodslag zijn: - gegevens uit de door de behandelend arts of lijkschouwer ingevulde doodsoorzaakformulieren; - rechtbankdossiers in geval van niet-natuurlijke dood. Hierbij kan het onderscheid tussen doodslag (iemand is opzettelijk van het leven beroofd) en moord (er is tevens sprake van voorbedachten rade) niet worden gemaakt, omdat op het moment van raadpleging van de rechtbankdossierszaak (nog) geen gerechtelijk vonnis is geveld. Hierdoor kan het onderscheid tussen verdachte en dader eveneens niet worden gemaakt.

De meest recente cijfers die het CBS hierover heeft gepubliceerd zijn op de website van het CBS te vinden, zie https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2022/39/moord-en-doodslag-2021

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

49

Disclaimer Het CBS heeft geen controle uitgevoerd op de cijfers die door andere organisaties zijn aangeleverd of gepubliceerd. Ook heeft het CBS de methode waarmee de cijfers zijn berekend, niet gecontroleerd of beoordeeld.

Regionale rapportage Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12532089/1