CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314875 Bijlage Advies van commissie Stroom over de slavernijmonumenten

Commissie Samenleving 6 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Commissie

‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

Z

ondag 20 november 2022 is voor Den Haag en haar inwoners een belangrijke dag. In de Koninklijke Schouwburg biedt burgemeester Jan van Zanen publiekelijk excuses aan voor het koloniale en slavernijverleden van zijn stad. “Ik, als burgemeester van Den Haag, Stad van Vrede en Recht, bied namens het college mijn welgemeende excuses aan voor de wijze waarop voorgangers van ons het systeem van kolonialisme en slavernij hebben ondersteund en ervan hebben geprofiteerd.” Hij spreekt deze woorden nadat hij het eerste exemplaar in ontvangst heeft genomen van het baanbrekende onderzoek ’Het koloniale en slavernijverleden van Hofstad Den Haag’. Het is aldus Van Zanen: “Een begin van een groter programma om de herinnering aan kolonialisme en slavernij een vaste plek te geven in de Haagse herdenkingscultuur. Hiervoor wordt een adviescommissie in het leven geroepen die met de Haagse samenleving in gesprek zal gaan. Er zullen monumenten komen die herinneren aan de slachtoffers van kolonialisme en slavernij, op scholen zal er aandacht aan worden besteed [...].” Den Haag is als hofstad en plek waar de regering zetelt historisch gezien de locatie van waaruit slavernij en koloniaal handelen bestuurlijk werd voorbereid en gelegitimeerd.

De ware betekenis van deze constatering en de manier waarop dit doorwerkt in de Haagse samenleving van nu en in de toekomst, is de komende jaren naar verwachting een onderwerp van reflectie en gesprek. Voor het nadenken over het vraagstuk ‘monumenten’ heeft de Gemeente eerder al een opdracht verstrekt aan Stroom Den Haag, centrum voor beeldende kunst. Projectleider Peggy Wijntuin regisseert in het voorjaar van 2022 een proces waarbij zij met diverse sleutelfiguren van verschillende gemeenschappen in Den Haag in gesprek gaat en bij hen verwachtingen en ideeën ophaalt. Waar moet een monument aan voldoen? Voor wie is het bedoeld? Waar zou het moeten komen? Hoe gaat het gebruikt worden? Deze sleutelfiguren fungeren als ambassadeurs voor het monument en worden zo ook benoemd in de rest van het advies. Hun inzichten zijn het vertrekpunt voor de in september 2022 door Stroom Den Haag benoemde Adviescommissie Herdenkingsmonument Haags Slavernijverleden. In de allereerste bijeenkomst van de Adviescommissie, op 19 september 2022, staat de definitiekwestie centraal. Slavernij en koloniaal handelen zijn nauw met elkaar verbonden; zonder het laatste had het eerste niet bestaan. In het voormalige Nederlandse koloniale rijk, gebaseerd op wit superioriteitsdenken, heeft slavernij op

2 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

3

verschillende plekken op de wereld plaatsgevonden. Wat is daarbij de verbindende factor? In de catalogus ‘Slavernij’, in 2021 verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum staat: “Wat alle variaties op het gebied van slavernij en slavenhandel binnen het Nederlandse koloniale rijk gemeen hebben, is dat het gehanteerde systeem mensen tot object maakt, hun verwantschapsbanden verbreekt en hen reduceert tot verhandelbaar eigendom, tot een economische eenheid. In de kern kan slavernij gedefinieerd worden als een relatie waarbij een mens buiten zijn wil in eigendom is (geraakt) van een ander en waarbij zeggenschap over het handelen van deze mens, zoals het verrichten van onvrije arbeid, ligt bij de andere, bezittende partij”.1 Voor de Adviescommissie is het bij aanvang meteen duidelijk dat slavernij gaat over zowel de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij als slavenhandel en slavernij in het VOC-gebied (van de Kaapkolonie in Zuid-Afrika tot Oost-Azië, met als zwaartepunt het huidige Indonesië); en dat die slavernij moet worden begrepen als onderdeel van een breder koloniaal systeem. Voor alle duidelijkheid hernoemt men zich daarom tot: ‘Adviescommissie Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’. Dit laatste is om ook te benadrukken dat slavernij, maar ook kolonialisme in bredere zin doorwerken in de Haagse samenleving van nu.

In verschillende sessies heeft de Adviescommissie vervolgens vier vragen beantwoord: •

I s voor Den Haag één monument passend of meerdere monumenten?

•

 elke criteria bepalen de vormgeving van het monument / de W monumenten?

•

Wat is / zijn de passende locatie(s)?

•

Wat is het profiel van de nog uit te zoeken kunstenaar(s)?

De eerste vraag is de belangrijkste, omdat het antwoord richting geeft aan de antwoorden voor de overige drie vragen. Ondanks de complexiteit van het vraagstuk komt de Adviescommissie tot een unaniem gedragen advies. Eén monument, als krachtig antwoord op de aloude systematiek van ‘verdeel en heers’ die aan de basis ligt van koloniaal handelen. Eén monument als onontkoombaar en permanent gebaar. Eén monument dat in zijn vormgeving en symboliek verbintenis maakt met alle groepen die op welke manier dan ook betrokkenheid voelen bij het Haags slavernijverleden, de koloniale erfenis van de stad en de doorwerking ervan voor toekomstige generaties.

1

Sint Nicolaas, Eveline, Valika Smeulders e.a. Slavernij. Amsterdam: Atlas Contact, 2021: p. 28.

4 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

Adviescommissie Herdenkingsmonument Haags Slavernijverleden met v.l.n.r.: Annet Zondervan (voorzitter), Lionel Martijn, Amber Toorop, Edwin Reijntjes, Marian Markelo, Henry Timisela, geflankeerd door links Alexandra Landré (directeur Stroom Den Haag) en rechts Peggy Wijntuin (projectleider Herdenkingsmonument Haags Slavernijverleden). Afwezig op de foto commissielid: Lisette van den Berg (foto: Pierre Zylstra, courtesy Stroom Den Haag).

Juist een kunstenaar kan vanuit een concept met specifieke vormgeving, materiaalkeuze en symboliek tot een creatieve en vooralsnog ondenkbare oplossing komen. Een oplossing die verbindt in plaats van verdeelt. De antwoorden op de overige gestelde vragen zijn aan de hand van het uitgangspunt voor één monument geformuleerd. In het vervolg van dit stuk kunt u ze lezen. Naast dat de commissie advies uitbrengt met betrekking tot bovenstaande vraagstukken, doet zij ook enkele aanbevelingen. Allereerst is het voor de Adviescommissie helder dat de komst van een monument ter herdenking van het Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis slechts het begin kan zijn van een permanent proces. De commissie raadt de Gemeente daarom met klem aan een vervolg in te richten waarbij de publieke buitenruimte van de hofstad verder wordt becommentarieerd en geannoteerd. Dit om het nu nog vrijwel onzichtbare zichtbaar te maken. De commissie ziet dit voor zich in de vorm van een waaier aan interventies in de buitenruimte. Deze staan wat haar betreft los van het monument en maken daarmee geen onderdeel uit van de opdracht aan de

5

kunstenaar. Zij vindt het echter noodzakelijk deze aanbeveling te doen, daar de stad het verdient om te worden verrijkt met tal van kleinschalige kunstwerken, gedenkstenen, medaillons, informatieborden en wandelroutes die het Haagse slavernijverleden en de koloniale erfenis uitdragen. Via deze interventies, die naar verwachting ‘kleinere’ verhalen accentueren, wordt ook nog iets anders bereikt. De behoefte aan representatie van verschillende deelgroepen die hebben geleden onder slavernij kan met deze kleinschalige – maar daarom niet minder belangrijke – interventies worden gefaciliteerd. Het feit dat burgemeester Van Zanen zich tijdens de excuses van 20 november 2022 uitsprak voor monumenten (meervoud) is voor de commissie in die zin bemoedigend. Voor de tweede aanbeveling verwijst de Adviescommissie naar de woorden van Van Zanen in dezelfde speech, over scholing en onderwijs. Educatie over slavernij en koloniaal handelen is voor de Adviescommissie cruciaal. De verwachting is dat het monument daaraan gaat bijdragen. Het verhaal van het monument moet daarom ter plekke verteld worden aan de hand van informatie. Maar de commissie hoopt op meer: een herdenkingscentrum in de nabijheid van het monument. Een plek waar achtergrond van het monument en de betekenis daarvan voor de huidige samenleving worden uitgedragen en aangevuld.

De Adviescommissie hoopt dat aan de hand van het voorliggende stuk met handzame adviezen de daadwerkelijke realisatie van een Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis niet lang op zich laat wachten. Een onthulling in het herdenkingsjaar 2023 is gezien de denktijd die ook de kunstenaar gegund moet worden en de productionele doorlooptijd van het monument te hoog gegrepen. Maar als dit advies in het voorjaar van 2023 door het gemeentebestuur wordt omarmd, dan is het goed haalbaar om in dit historische jaar bekend te maken wie het monument gaat uitvoeren, waar het komt te staan en hoe het eruit gaat zien.

Ambassadeursborrel bij Stroom Den Haag, 21 november 2022 (foto: Mylène Siegers, courtesy Stroom Den Haag).

Tot slot het volgende: de commissie is zich ervan bewust dat binnen de Haagse gemeenschap vele verwachtingen leven omtrent dit onderwerp. Ambassadeurs en andere betrokkenen hebben hun ideeën en wensen gedeeld. Daarvoor is de Adviescommissie hen zeer erkentelijk. Die commentaren zijn tijdens onze beraadslagingen besproken en gewogen. Helaas kan de commissie niet aan álle wensen gehoor geven. De commissie vertrouwt erop dat het Haagse monument niet alleen een gemeenschappelijk verleden markeert, maar ook bijdraagt aan een gezamenlijke toekomst. Samen creëren we een monument van verbinding in misschien wel de meest gesegregeerde stad van ons land. De stad Den Haag verdient een verbindend kunstwerk dat de pijnlijke geschiedenis van slavernij en kolonialisme adresseert. Juist kunst heeft de kracht de pijn van het verleden te helpen helen en de gemeenschappelijke weg naar de toekomst invoelbaar en inzichtelijk te maken. 

6 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

7

Eén of meerdere monumenten

H

et vraagstuk ‘één of meerdere monumenten’ heeft de Adviescommissie lang bezig gehouden. Waar is behoefte aan binnen de samenleving? Op welke manier kan het beste tegemoet gekomen worden aan de roep om erkenning van verschillende groepen?

De Adviescommissie adviseert de Gemeente Den Haag opdracht te geven om één monument te realiseren. Dit als start van een continu en terugkerend proces van reflectie in de publieke ruimte op de eigen, specifiek Haagse rol binnen het slavernijen koloniale verleden van Nederland. “Verdeel en heers”. Dat is één van de voornaamste uitgangspunten binnen koloniaal denken en handelen. Dit principe leidt tot een dynamiek waarbij verschillende groepen tegen elkaar worden opgezet in plaats dat men gezamenlijk optrekt. In een opdracht voor meerdere monumenten schuilt het gevaar om deze koloniale denkkaders te blijven bevestigen. Dit is aanleiding voor de commissie om bewust af te wijken van deze denkkaders en aan deze dynamiek voorbij te gaan in haar advies. Zij ziet het beoogde monument óók als een monument van verbinding. Het wordt een plek waar de vele verhalen over de strijd voor zelfbeschikking en herinneringen aan de schending van mensenrechten tijdens slavernij en kolonialisme uitgedragen worden. Het is passend om in een tijdgewricht van groeiend bewustzijn over de omvangrijke betekenis van het koloniale verleden van Nederland toe te werken naar één monument als opvallend en permanent gebaar. Het beoogde kunstwerk markeert een majeur moment in de geschiedenis van de hofstad. Den Haag profileert zich met het motto: Stad van Vrede en Recht.

Den Haag is bovendien de zetel van het bestuur van het Koninkrijk der Nederlanden. Binnen die context markeert het monument het moment dat de stad voor het eerst in de buitenruimte rekenschap aflegt voor opvattingen en besluiten uit het verleden gerelateerd aan koloniaal denken en handelen. Eén monument ter herdenking van de specifiek Haagse relatie tot slavernij en de koloniale geschiedenis, creëert – volgens de commissie – de juiste aandacht voor dit onderwerp. In de ogen van verschillende herinneringsgemeenschappen is het advies voor één monument verwerpelijk en onwenselijk. Het biedt volgens hen onvoldoende ruimte om de éigen pijn en het éigen verdriet erkend te krijgen. De behoefte van verschillende groepen uit de Haagse samenleving voor erkenning van het leed dat specifiek hén is aangedaan – tijdens slavernij of de daaruit voortvloeiende periode van koloniale onderdrukking – is invoelbaar en begrijpelijk. De commissie gelooft echter dat de stemmen van alle groepen die in de voormalige koloniale gebieden – onder meer Indonesië, Suriname, de zes Nederlands-Caribische eilanden, maar ook landen als

8 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

9

Zuid-Afrika, Brazilië of Sri Lanka – hebben gestreden voor vrijheid, een plek kunnen krijgen binnen één monument. De behoefte aan representatie is dan ook de voornaamste inhoudelijke randvoorwaarde voor de kunstenaar die het monument gaat ontwerpen. Juist kunstenaars hebben de vaardigheid om vanuit een concept met specifieke vormgeving, materiaalkeuze en symboliek tot creatieve en vooralsnog ondenkbare oplossingen komen. Tot slot adviseert de Adviescommissie de Gemeente Den Haag om dit monument niet te zien als het einde of als een sluitsteen van een dynamiek. Zij vraagt de Gemeente om blijvende betrokkenheid bij het onderwerp. Haar eerste algemene aanbeveling sluit hierop aan en betreft het verrijken van de buitenruimte van Den Haag met allerhande interventies of gedenktekens die het slavernij- en koloniale verleden van de stad uitdragen. Dit hoeven niet altijd grote interventies te zijn. Een veelheid van kleinere accenten, van informatieborden en gevelstenen tot kunstwerken op meer bescheiden schaal, vertellen ook een verhaal en versterken het inzicht van de alom zijnde aanwezigheid van koloniale erfenis in de meest brede zin van het woord. Bovendien wenst de Adviescommissie dat de stad actiever wordt en actief blijft in het aanjagen van verschillende vormen van educatie over de betekenis van slavernijgeschiedenis en koloniaal verleden.

Het is belangrijk om beter zichtbaar te maken dat het verleden doorwerkt in het heden. Doorwerking is daar waar mensen van kleur met alledaags racisme en/of uitsluiting worden geconfronteerd in bijvoorbeeld het onderwijs, op de arbeidsmarkt en op de manier waarop de overheid hen benadert; van etnisch profileren bij de politie tot verdachtmakende algoritmes bij de Belastingdienst. Samen met het onderwijs kan de Gemeente actief werken aan die verdere maatschappelijke bewustwording. Dit kan aanvullend ook door als stad actief beleid te voeren op het ondersteunen van culturele- en buitenschoolse educatieve programma’s en projecten van instellingen, instituten en initiatieven op grass-roots-niveau. 

Locatie

V

oor het formuleren van het antwoord op het vraagstuk ‘wat is de beste locatie voor het Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’, is de Adviescommissie op pad gegaan. Er zijn onder begeleiding van experts wandelingen gemaakt in het centrum van de stad. Bij de voordracht van mogelijke locaties heeft de Adviescommissie drie criteria gehanteerd: •

 et eerste criterium is de inhoudelijke context / betekenis. Zonder H enige discussie is het voor de commissie helder dat het monument een plek moet krijgen in het historische- en bestuurlijke centrum van Den Haag. Daar waar de macht resideerde en de bestuurlijke besluiten zijn genomen over slavernij en koloniale handel. Daar waar de rijkdom, de pracht en praal als tastbaar resultaat van die handel, zichtbaar is. Juist dáár ligt de geëigende plek voor het monument. Het monument wordt op zo’n locatie een noodzakelijk commentaar en opent een andere blik op de dagelijkse werkelijkheid.

•

 et tweede criterium is ruimtelijk van aard. Het moet een zichtbare H plek zijn die de aanwezigheid van het monument als vanzelf aan derden communiceert. De plek moet ruimte bieden voor bijeenkomsten van groepen en de gelegenheid geven om te verblijven en te reflecteren. Ook moet het gaan om een toegankelijke plek. Het is een levend monument. Bereikbaar via het openbaar vervoer en laagdrempelig, met parkeergelegenheid in de buurt en goed benaderbaar voor mensen in een rolstoel.

•

 r zijn bij de locatiekeuze ook technische randvoorwaarden. Zo moet E er rekening gehouden worden met zaken als kabels in de grond, bomen met wortels, verkeersveiligheid en openbare veiligheid. Dit criterium laat de commissie ter toetsing aan de Gemeente.

De omgeving van het Binnenhof in de nabijheid het Mauritshuis, het Torentje en de Hofvijver enerzijds, anderzijds het Plein en het voormalige Ministerie van Koloniën alsook het Lange Voorhout met verschillende stadspaleizen; al deze plekken zijn in de gesprekken van de Adviescommissie uitgebreid aan bod gekomen.

10 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

11

Vanuit de Gemeente zijn vijf locaties ter overweging aangedragen: Lange Voorhout 5, Lange Voorhout 7, het Plein 1, het Plein 29 en de Paleistuinen. Deze locaties voldoen volgens de commissie echter niet aan de door haar geformuleerde criteria, met name die van ruimtelijke aard. 1. Lange Voorhout 5: Maatschappij ter bevordering van de afschaffing der slavernij: Deze locatie voldoet niet aan het ruimtelijke criterium omdat het monument in weinig openbare ruimte tussen de bomen en gevels zou moeten staan. Hierdoor wordt het minder zichtbaar en toegankelijk. 2. Lange Voorhout 7: zetel van Abraham George Ellis: Deze locatie voldoet niet aan het ruimtelijke criterium omdat het monument in weinig openbare ruimte tussen de bomen en gevels zou moeten staan. Hierdoor wordt het minder zichtbaar en toegankelijk.

Maar het belangrijkste is dat dit een plek is van grote symbolische waarde: ze is, met onder meer het Binnenhof en het Torentje in het vizier, gelegen in het historische- en bestuurlijke centrum van de stad. Bovendien zou het monument twee belangrijke koninklijke locaties in de nabijheid hebben: het voormalige winterpaleis van Koningin Emma en het koninklijk werkpaleis aan het Noordeinde. Dat de bestuurlijke én de koninklijke macht, die beide (in)direct verantwoordelijkheid dragen voor het Haagse slavernijverleden en haar koloniale erfenis, in één oogopslag te zien zijn, is van een grote symbolische en gevoelsmatige meerwaarde, zeker met de recente excuses van de Nederlandse regering en het aangekondigde onderzoek naar de relatie van het koninklijk huis met het koloniale verleden indachtig. Bovendien ligt de locatie op de route die de Gouden Koets jaarlijks aflegt tijdens Prinsjesdag, wat ook de landelijke zichtbaarheid vergroot en verder helpt met de bewustwording van onze gedeelde geschiedenis. Al deze redenen maken dat de Adviescommissie dit als dé plek voordraagt voor het Haagse monument. 

3. Plein 29: Mauritshuis: Deze locatie voldoet niet aan het ruimtelijk criterium. De plek is mede gezien de drukte bovendien onvoldoende geëquipeerd voor rituelen en bijeenkomsten voor bezinning. Ook in technisch opzicht is deze ruimte ongeschikt gezien het (verkeers-) veiligheidsvraagstuk. 4. Plein 1: Deze locatie voldoet niet aan het ruimtelijke criterium. De plek is gezien de drukte onvoldoende geëquipeerd voor rituelen en bijeenkomsten voor bezinning. Ook in technisch opzicht is deze ruimte ongeschikt gezien het (verkeers-)veiligheidsvraagstuk. 5. Paleistuinen: Ook deze locatie valt af want is inhoudelijk minder interessant dan andere mogelijke plekken en bovendien in de avonduren deels gesloten voor publiek. Tijdens de wandelingen van de Adviescommissie is één plek naar boven gekomen waar de geformuleerde inhoudelijke en ruimtelijke criteria op ultieme wijze samenvallen. Daarom draagt de Adviescommissie de volgende plek aan als locatie voor het monument: •

 et Lange Voorhout, tegenover het voormalige winterpaleis van h Koningin Emma en op dit moment het Escher Museum.

Op deze locatie komen in de ogen van de Adviescommissie de geformuleerde inhoudelijke en ruimtelijke condities het beste samen. Deze plek aan het Lange Voorhout is voor de bevolking zeer zichtbaar en bereikbaar. Ze biedt voldoende ruimte voor bijeenkomsten, reflectie en ontmoeting en aan alle technische randvoorwaarden kan worden voldaan.

12 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

13

Inhoudelijke criteria Het Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis – dat door een nog te benoemen kunstenaar wordt ontworpen – moet inhoudelijk aan de volgende criteria voldoen:

14 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

•

 et monument komt in Den Haag en wordt gemaakt in opdracht van H het Haagse gemeentebestuur. In zijn inhoud maakt het specifiek verbinding met het Haagse slavernijverleden en de Haagse koloniale erfenis. Het is aldus locatiegebonden; niet alleen in fysieke maar ook in inhoudelijke zin.

•

 et monument geeft in zijn vormgeving en symboliek representatie H aan alle groepen die hebben geleden onder het systeem van slavernij en koloniale erfenis.

•

 et monument biedt de mogelijkheid voor verschillende groepen om H rituelen en vieringen op de locatie uit te voeren.

•

 et monument geeft erkenning voor de geleden pijn, maar toont ook H de kracht van verzet en de moed die is geleverd in de strijd om zelfbeschikking.

•

 et monument is een plek voor bezinning en contemplatie enerzijds H alsook anderzijds ontmoeting en gesprek; met elkaar en met de voorouders. Het biedt in de vormgeving en haar stedenbouwkundige plaatsing de mogelijkheid om te verblijven en te herdenken.

•

 ermen als openheid, verbondenheid en toegankelijkheid vindt de T commissie belangrijk. Het monument moet geen afstand scheppen, maar iets zijn waar iedereen die daar behoefte aan heeft naartoe kan gaan en langer wil en kan blijven. Het moet een mate van interactie genereren. Mensen moeten er een onderdeel van kunnen worden, net zoals slavernij een onderdeel is van onze gedeelde geschiedenis.

•

 et monument is zichtbaar. Het is in zijn primaire vormgeving fysiek H aanwezig, ‘niet te missen’. Licht en geluid worden niet uitgesloten als materiaal waarmee het monument vorm zou kunnen krijgen, maar deze zijn dienend.

15

•

 et monument moet een zekere mate van esthetiek uitstralen en H uitnodigend zijn.

•

 et monument moet in materiaal en vorm tijdloosheid uitstralen. H Bovendien moet het qua materiaal duurzaam zijn en dus daar zijn ‘voor de eeuwigheid’.

•

 et monument is, na realisatie, een vertrekpunt voor bewustzijn over H het Haagse slavernij- en koloniale verleden. Het haakt aan bij de manier waarop dat verleden doorwerkt in de hedendaagse samenleving. Zo wordt het een platform voor verbinding in de Haagse samenleving. 

Profiel kunstenaar De Adviescommissie is gevraagd een profiel te beschrijven van de beoogde kunstenaar voor het monument. Vanuit Stroom Den Haag is voorafgaand aan deze vraag al een criterium benoemd, welke is omarmd door de Adviescommissie: •

 e kunstenaar heeft ervaring met het uitvoeren van kunstopdrachten D in de openbare ruimte en / of kan op basis van de werkpraktijk naar verwachting zo’n – in allerlei opzichten – complexe opdracht succesvol voltooien.

De Adviescommissie heeft daarop aanvullend meerdere specifieke criteria benoemd:

16 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

•

 e kunstenaar heeft een culturele connectie en / of verbinding met D het dossier slavernijverleden en koloniale erfenis in brede zin. Er is naast die culturele connectie en / of verbinding met het onderwerp óók de intentionele bereidheid zich te verhouden tot specifiek het Haagse slavernijverleden en koloniale erfenis.

•

 e kunstenaar kan vanuit de eigen culturele connectie de pijn uit het D verleden invoelen en deze vertalen naar het heden.

•

 e kunstenaar is in staat een helder concept te formuleren en / of D een visie te ontwikkelen op het voorgestelde monument.

•

 e kunstenaar is bovendien niet specifiek gebonden aan één D medium, maar kan interdisciplinair denken en werken.

•

 e kunstenaar moet iets kunnen maken dat in de verschijningsvorm D een breed publiek kan aanspreken.

17

Colofon Projectleider Herdenkingsmonument Haags Slavernijverleden Peggy Wijntuin Adviescommissie Lisette van den Berg (lid, erfgoedspecialist) Marian Markelo (lid, wintipriesteres) Lionel Martijn (lid, directeur Stichting Ocan) Edwin Reijntjes (lid, algemeen directeur ADO Den Haag) Henry Timisela (lid, directeur Museum Maluku) Amber Toorop (lid, documentaire fotograaf) Annet Zondervan (voorzitter, directeur CBK Zuidoost) Saskia Haverkamp (secretaris) Met dank aan Alle gesprekspartners (i.c. Ambassadeurs) Gert Oostindie (historicus) Valika Smeulders (historica) Tjitte de Jong (Ingenieursbureau Den Haag) Vincent de Boer (beleidsmedewerker KOR, Stroom Den Haag) Marie-José Raven (corrector) Afbeelding omslag: Adriaen Hanneman, (detail van) Postuum portret van Maria I Stuart (1631-1660) met een bediende, 1664. Mauritshuis, Den Haag. Vormgeving en druk opmeerbv.nl

Januari 2023

18 | Advies Commissie ‘Monument Haags Slavernijverleden en Koloniale Erfenis’

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12542749/1