RIS314856 Opfrissen kadernota openbare ruimte
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Anne Mulder Wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10491100 RIS314856 Contactpersoon
Nicoline de Bruin Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
21 maart 2023
nicoline.debruin@denhaag.nl
Onderwerp
'Opfrissen' kadernota openbare ruimte
Geachte voorzitter, Op 15 december 2022 is in de vergadering van de commissie Leefomgeving gesproken over de Kadernota openbare ruimte, Kwaliteit door samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030. Dit raadsvoorstel en bijlage is op 14 december 2021 door het college behandeld en begin 2022 naar de raad gezonden en dus in december 2022 in de commissie besproken. Tussen behandeling in college en behandeling in commissie is veel tijd verstreken; er zijn verkiezingen geweest en er is een nieuw college aangetreden, met een nieuw coalitieakkoord. Bij de behandeling in de commissie Leefomgeving is gevraagd om het dictum van het raadsvoorstel en de kadernota o.a. aan te passen aan het nieuwe coalitieakkoord, zodat het raadsvoorstel en de kadernota ‘opgefrist’ daarop aansluit. Het college wil aan dit verzoek tegemoet komen. Hieronder geef ik aan hoe dat is gebeurd. Ook heeft de Partij voor de Dieren nog enkele technische vragen gesteld die ik hierbij ook direct wil beantwoorden. In het coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’ wordt op diverse plekken ingegaan op de buitenruimte. Hierna zijn de belangrijkste onderdelen aangehaald; met een verwijzing, zoals x . In paragraaf 2 wordt per verwijzing aangegeven hoe dit in de kadernota is verwoord en welke aanpassingen aan het raadsvoorstel en dictum en Kadernota openbare ruimte zijn gedaan. 1.
Teksten uit het coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 Voor een stad die tegen een stootje kan In het coalitieakkoord ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’ staat vanaf pagina 23 de volgende tekst: ‘2.4 Buitenruimte, groen en Klimaatadaptatie Van Zuiderpark tot Westduinpark, van de boulevard tot de Haagse Markt, van Archipel tot Schilderswijk. Onze bosjes en parken, onze duinen en strand en onze straten en lanen hebben Hagenaars veel te bieden. We willen dat steeds meer straten en groen Hagenaars uitnodigen om buiten te zijn, te bewegen en elkaar te ontmoeten1. Dat steeds meer Hagenaars trots zijn en zich verbonden voelen met hun buurt. Daarom investeren we extra in onderhoud van onze straten en ons groen. Dat doen we op plekken waar toch al werkzaamheden zijn, zoals bij de vernieuwing van de
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
riolering in de Bomenbuurt2 Of op plekken waar dit het hardst nodig is, zoals het planten van extra bomen in Transvaal3 We gaan verder met de verbetering van woonbuurten met achterstallig onderhoud, zoals we in Kraayenstein doen4. Bijzondere aandacht hebben we voor de aanpak van versteende straten en wijken. Mensen wonen, werken en verblijven graag in een groene omgeving. Zeker bomen hebben belangrijke waarde voor mensen in hun woonomgeving. Door klimaatverandering krijgt de stad steeds vaker te maken met hitte, wateroverlast en ander extreem weer. Meer bomen en groen bieden verkoeling op warme dagen en zorgen voor minder wateroverlast. Daarnaast levert een groene stad ook directe gezondheidswinst op en kunnen we de biodiversiteit in onze stad verbeteren3. Buitenruimte De openbare ruimte is de huiskamer van de stad en is van iedereen. Het beheer van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Van straatmeubilair tot riolering en van plantsoenen en pleintjes tot civieltechnische kunstwerken als bruggen en kademuren. Om op een goede manier invulling te geven aan deze kerntaak investeren we de komende periode in het volgende: • met een eenmalig bedrag van € 10 miljoen en structureel oplopend tot € 3 miljoen per jaar voor beheer, onderhoud en vergroening zetten we een nieuwe stap om de kwaliteit van de buitenruimte in de hele stad op orde te krijgen.
We prioriteren onze investeringen op basis van vastgestelde normen voor onderhoud. De gemeente reageert adequaat op signalen van bewoners als de (sociale) veiligheid in het geding is of als sprake is van verloedering en achterstallig onderhoud4; • bij werkzaamheden in de openbare ruimte en groen, zoals vervanging van riolering, maken we waar mogelijk werk-met-werk. Dit is een uitgelezen kans om bijvoorbeeld te vergroenen, straten veiliger en toegankelijker te maken, meer geschikt te maken om te sporten en om waterpunten toe te voegen2; • we blijven het gebruik van publiek toegankelijke ontmoetingsplekken in onze stad stimuleren. Ook benutten we bestaande plekken in de openbare ruimte voor sport en bewegen. Er zijn verschillende playgrounds en sportparken waarvan inwoners ook overdag gebruik kunnen maken; • we willen een toegankelijke stad zijn5. Dat wil zeggen een kindvriendelijke stad, toegankelijk voor ouderen en voor mensen met een beperking. Bij alle projecten die we uitvoeren is toegankelijkheid dan ook het uitgangspunt en een expliciet onderdeel van de planvorming. Ook bij (tijdelijke) verkeerssituaties. Dat doen we ook door inwoners, jong en oud, en belangenbehartigers uit onze stad te betrekken bij de planvorming voor de inrichting van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan de Stedelijke Ouderencommissie en Voorall.
We passen het Handboek Openbare Ruimte aan op zowel het toegankelijk aanleggen van de stad voor mensen met een beperking als voor klimaatadaptatie.6’ … In het coalitieakkoord ’Voor een stad die tegen een stootje kan’ staat vanaf pagina 38 de volgende tekst: ‘ 3.2 Mobiliteit’ …
2/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
‘Ruim baan voor de voetganger en de fiets De mobiliteitstransitie begint met de voetganger; meer lopen op korte afstanden. We gaan ook het gebruik van de fiets voor korte afstanden stimuleren. Hierin investeren we € 5 miljoen ten behoeve van een nieuwe tranche programma Fiets en, oplopend tot € 1,3 miljoen per jaar, voor de exploitatie en beheer van fietsenstallingen. • We maken de stoepen en oversteekplaatsen veilig en vrij van obstakels. We werken aan een zogeheten hoofdwandelnetwerk om hiermee belangrijke voorzieningen binnen en buiten het centrum goed bereikbaar te maken. We trekken hierbij op met andere deelnemende gemeenten en het Rijk als ondertekenaar van de Citydeal Ruimte voor Lopen. • We zetten de verdere uitbouw van het fietswegennetwerk voort7. … ‘Parkeren De ruimte voor auto’s hoeft niet altijd gevonden te worden in de buitenruimte: door bewoners en bezoekers te verleiden om de auto meer in parkeergarages te zetten, ontstaat er meer ruimte voor groen, spelen en ontmoeten, maar ook voor het veiliger herinrichten van onze wegen voor voetgangers en fietser8’. In het coalitieakkoord ’Voor een stad die tegen een stootje kan’ staat vanaf pagina 53 de volgende tekst: ‘3.4.3 Sport en bewegen De buitenruimte moet zo zijn ingericht dat deze uitnodigt tot bewegen en sporten.
We bevorderen faciliteiten hiervoor, zoals buitenfitness, hardloopmogelijkheden en zetten in op gecombineerde faciliteiten en dubbelgebruik. Denk aan de voetbalvelden die overdag door de kinderopvang of de school worden gebruikt om te bewegen, of voor ouderensport9 ’.
2. Aanpassingen aan het dictum van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte In het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte wordt op de hiervoor genoemde onderwerpen uit het coalitieakkoord op de volgende wijze ingegaan: Ad 1) In het dictum van het raadsvoorstel is het volgende opgenomen: … II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: b. een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen. De teksten in het coalitieakkoord en in het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte komen zo veel overeen dat aanpassing niet nodig is. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is geen aanpassing gemaakt. Ad 2) In raadsvoorstel, pag 3/5 staat het volgende: Hoe te realiseren? Samenwerken in het fysiek domein
3/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
Werk-met-werk maken blijft het uitgangspunt. Daar waar de schop de grond in gaat voor gebiedsontwikkeling, herinrichting van wegen en straten, groot onderhoud aan wegen of vervanging van riolering wordt de inrichting direct op minimaal residentiekwaliteit gebracht. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is de volgende aanpassing gemaakt: Het zinsdeel ‘op minimaal residentiekwaliteit’ wordt vervangen door: ‘in samenspraak met de bewoners aangepast aan de eisen van deze tijd, te beginnen in de Bomenbuurt’ Ad 3) In het dictum van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte staat: II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: …. c. Klimaatadaptief maken van de openbare ruimte …. De teksten in het coalitieakkoord en in het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte komen zo veel overeen dat aanpassing niet nodig is. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is geen aanpassing gemaakt. Ad 4) Bij de behandeling van de kadernota openbare ruimte in de vergadering van de commissie Leefomgeving op 15 december 2022 heb ik toegezegd in het eerste kwartaal van 2023 de verdeling van de extra middelen voor onderhoud separaat aan de commissie Leefomgeving te sturen.
In de bijlage: Kadernota openbare ruimte- openbare ruimtebeleid tot 2030 wordt bij Leefmilieus 6: Wederopbouw en 7: Groenstedelijk onder het kopje Gebiedskenmerken toegevoegd: ‘De staat van beheer van de openbare ruimte in deze wijken verdienen blijvend aandacht.’ Ad 5) In het coalitieakkoord wordt (terecht) veel aandacht gevraagd voor een toegankelijke buitenruimte. In het dictum van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte wordt de term inclusieve openbare ruimte gebruikt. Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk voor mensen met en zonder beperking en is daarbij ook aantrekkelijk en sociaal veilig voor iedereen: jong en oud, ongeacht achtergrond, geaardheid, religie of beperking. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is de volgende aanpassing gemaakt: Bij besluitpunt II van het dictum: II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: … c. Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Hieraan toe te voegen: ‘Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen.’
4/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
Ad 6) In het coalitieakkoord wordt in de paragraaf Buitenruimte aandacht gevraagd voor een groot aantal functies die in de openbare ruimte moeten worden gerealiseerd. Ook in de kadernota openbare ruimte vragen we aandacht voor de vele doelen die we in de buitenruimte willen dienen. Dat kan niet altijd allemaal overal. In het dictum van het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte wordt daartoe een onderzoek naar het commercieel gebruik van de openbare ruimte aangekondigd. Gegeven de brede opgave die in het coalitieakkoord wordt beschreven, wordt de scope van het aangekondigde onderzoek ook verbreed. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is de volgende aanpassing gemaakt: Besluitpunt IV wordt gewijzigd: IV. om voor een juiste afweging voor het gebruik van de schaarse openbare ruimte een integrale visie op te stellen op het gebruik van de openbare ruimte voor commerciële doeleinden. Het zinsdeel ‘voor commerciële doeleinden’ wordt geschrapt. Ad 7) In het dictum van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte staat: II.
bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: … d. veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers; De teksten in het coalitieakkoord en in het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte komen zo veel overeen dat aanpassing niet nodig is. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is geen aanpassing gemaakt. Ad 8) In het dictum van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte staat: I. de kadernota openbare ruimte ‘Kwaliteit door Samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030’ vast te stellen en hiermee de volgende uitgangspunten toe te voegen aan het beleid voor het werken aan de openbare ruimte: … d.
e.
f.
het toevoegen van woningen of voorzieningen moet niet leiden tot een verminderde leefbaarheid door een hogere parkeerdruk of meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Gemeentelijke parkeernormen zijn leidend en geven aan hoeveel parkeerplaatsen er per ontwikkeling op eigen terrein bij moeten komen; functies voor afval(opslag) en stalling van (bak)fietsen, scooters en scootmobielen worden ingepast in de bebouwing of op eigen terrein, niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Dit om de buitenruimte zo min mogelijk te belasten; de stalling van deelfietsen en deelscooters en fietsers en scooters van bezoekers vindt zo veel mogelijk plaats op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen die de buitenruimte zo min mogelijk belasten;
5/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
De teksten in het coalitieakkoord en in het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte komen zo veel overeen dat aanpassing niet nodig is. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is geen aanpassing gemaakt. Ad 9) In de tekst van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte is op pag 3/5 het volgende opgenomen: ‘Als niet alles past: Hoe te kiezen? Vanwege verdichting en drukte boven- en ondergronds neemt ook het aantal afwegingsvraagstukken toe. Geven we voorrang aan bomen of ondergrondse kabels en leidingen? Welke voorzieningen zijn noodzakelijk om te zorgen voor een prettige leefomgeving? Hoe verhoudt de wens voor speelvoorzieningen zich tot de wens voor parkeerplekken? Wat zijn de verschillen tussen de verschillende gebieden en hoe kunnen we zorgen voor differentiatie zonder voorbij te gaan aan bestaande normen? Om afwegingen tussen diverse objecten of activiteiten en achterliggende maatschappelijke doelen te kunnen maken worden de volgende afwegingsprincipes gevolgd. De drie principes zijn: 1. combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen; 2. centraal stellen van gebiedskenmerken; 3. afwentelen voorkomen (in tijd of gebied). In het dictum van het raadsvoorstel openbare ruimte is bovendien opgenomen: … II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub-)doelen: … b.
Een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen.
De teksten in het coalitieakkoord en in het raadsvoorstel van de kadernota openbare ruimte komen zo veel overeen dat aanpassing niet nodig is. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is geen aanpassing gemaakt. 3. Technische vragen van de Partij voor de Dieren Bij de behandeling van het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte heeft de Partij voor de Dieren een twintigtal technische vragen gesteld. De beantwoording hiervan is bij deze brief bijgevoegd. Hierbij wil ik nog in het kort ingaan op een aantal vragen die ook in het debat in de commissie Leefomgeving aan de orde zijn geweest. De nummering is conform de ingediende vragen van de Partij voor de Dieren. 1.
Waarom zijn de principes uit de Kamerbrief ‘rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening’ niet meegenomen in deze kadernota? De genoemde Kamerbrief is op 5 november 2022 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte is op 31 januari 2022 naar de commissie leefomgeving gestuurd. Daarmee kan de kamerbrief geen onderdeel van de Nota zijn. Overigens schenkt de kadernota openbare ruimte op diverse vlakken aandacht aan water en bodem: vanuit de structurerende werking van de (drukte in de) ondergrond; de opgaven voor klimaatadaptatie
6/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
en het gebruik van de gebiedskenmerken bij de keuze voor inrichting en gebruik van de openbare ruimte. De staat van bodem en water zijn uiteraard belangrijke gebiedskenmerken. Het ontwerpprincipe ‘Groen, tenzij…’ past bij de doelstelling ‘minder bodemafdekking, ontharding van onze omgeving’ uit de Kamerbrief. 7.
Wat wordt bedoeld met het ‘groen, tenzij’-principe? Wanneer weegt een ‘tenzij’ zwaar genoeg? Kan de wethouder uitleggen wat dit in praktijk betekent als er zo veel ‘tenzij’ zijn en zo weinig geld?
‘Groen, tenzij…’ betekent dat in de ontwerpen wordt uitgegaan van groene oppervlaktes, tenzij vanuit de gewenste functies een andere keuze noodzakelijk is zoals bijvoorbeeld verharding voor de bereikbaarheid of een valondergrond bij spelen. 19. Op kaartje pagina 11 missen veel ecologische verbindingszones, klopt dit? Het kaartje van pagina 11 zal worden vervangen door een beter leesbaar kaartje; de ecologische verbindingszones zijn inderdaad slecht tot niet zichtbaar op de oude kaart. 4. Wijzigingen in dictum, raadsvoorstel en bijlage ‘Kadernota openbare ruimtekwaliteit door samenhang, openbare ruimtebeleid tot 2030’RIS 310884 Samenvattend heeft de behandeling van de kadernota openbare ruimte – kwaliteit door samenhang, openbare ruimtebeleid tot 2030 (RIS310884) in de commissie leefomgeving van 15 december 2022 geleid tot de volgende wijzigingen: Wijziging in dictum: Besluitpunt II wordt aangevuld: II. Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: a. Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Hieraan toe te voegen: Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen. Besluitpunt IV wordt gewijzigd: IV.
om voor een juiste afweging voor het gebruik van de schaarse openbare ruimte een integrale visie op te stellen op het gebruik van de openbare ruimte voor commerciële doeleinden. Het zinsdeel ‘voor commerciële doeleinden’ wordt geschrapt. Wijzigingen in het raadsvoorstel: In raadsvoorstel, pag 3/5: Hoe te realiseren? Samenwerken in het fysiek domein
7/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
Werk-met-werk maken blijft het uitgangspunt. Daar waar de schop de grond in gaat voor gebiedsontwikkeling, herinrichting van wegen en straten, groot onderhoud aan wegen of vervanging van riolering wordt de inrichting direct op minimaal residentiekwaliteit gebracht. Naar aanleiding van uw verzoek het raadsvoorstel op te frissen is de volgende aanpassing gemaakt: Het zinsdeel ‘op minimaal residentiekwaliteit’ wordt vervangen door: ‘in samenspraak met de bewoners aangepast aan de eisen van deze tijd, te beginnen in de Bomenbuurt’ Wijzigingen in bijlage: 1.
In de bijlage Kadernota openbare ruimte- openbare ruimtebeleid tot 2030 wordt een nieuw voorwoord opgenomen;
2.
In de bijlage: Kadernota openbare ruimte- openbare ruimtebeleid tot 2030 wordt bij Leefmilieus 6: Wederopbouw en 7: Groenstedelijk onder het kopje Gebiedskenmerken toegevoegd: ‘De staat van beheer van de openbare ruimte in deze wijken verdienen blijvend aandacht.’
3.
Het kaartje van pagina 11 zal worden vervangen door een beter leesbaar kaartje.
Ik verwacht hiermee het raadsvoorstel ’Kadernota openbare ruimte’ op de gewenste wijze te hebben ‘opgefrist’. Met vriendelijke groet, de wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen Anne Mulder
8/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
Bijlage: Beantwoording technische vragen Partij voor de Dieren aangaande Kadernota openbare ruimte 1.
Waarom zijn de principes uit de Kamerbrief ‘rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening’ niet meegenomen in deze kadernota?
De genoemde Kamerbrief is op 5 november 2022 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het raadsvoorstel Kadernota openbare ruimte is op 31 januari 2022 naar de cie leefomgeving gestuurd. Daarmee kan de kamerbrief geen onderdeel van de Nota zijn. Overigens schenkt de kadernota openbare ruimte op diverse vlakken aandacht aan water en bodem: vanuit de structurerende werking van de (drukte in de) ondergrond; de opgaven voor klimaatadaptatie en het gebruik van de gebiedskenmerken bij de keuze voor inrichting en gebruik van de openbare ruimte. De staat van bodem en water zijn uiteraard belangrijke gebiedskenmerken.
2.
Wat kwam er uit de evaluatie van de vorige Kadernota? Wat ging er goed en wat niet? Waarom was er altijd te weinig budget en wat leren we daarvan?
Het ontwerpprincipe ‘Groen, tenzij…’ past bij de doelstelling ‘minder bodemafdekking, ontharding van onze omgeving’ uit de Kamerbrief. Uit de evaluatie onder gebruikers kwam het volgende: De kadernota openbare ruimte 2012 wordt door velen met name gebruikt om te kijken of een straat onder residentiekwaliteit of hofstadkwaliteit valt. De kadernota is niet erg bekend. Wel wordt het handboek openbare ruimte door de ontwerpers dagelijks gebruikt en zijn vele initiatiefnemers en beheerders zeer bekend met de adviescommissie openbare ruimte (ACOR). De ACOR en het handboek openbare ruimte geven vaak strikte aanwijzingen, waardoor de kwaliteit en uniformiteit van de openbare ruimte verbetert, maar waardoor er echter ook te weinig ruimte voor extra kwaliteit, circulariteit en experiment wordt ervaren. Veel ondervraagden zijn trots op projecten in de openbare ruimte waaraan zij hebben bijgedragen; zowel op het resultaat op straat als op de wijze van samenwerken. Het lukt steeds beter om het belang van een goede openbare ruimte te agenderen. Echter: met name water, bomen, groen en natuur krijgen vaak nog onvoldoende aandacht.
9/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
3.
We lezen dat er gewerkt gaat worden met een natuurkansenscan. Gebeurt dit nu nog niet? Hoe gaat dit er in de praktijk uitzien? Op welke manieren wordt dieren de ruimte geboden?
4.
We zien de biodiversiteitscrisis niet terug in de nota, terwijl het één van de grootste uitdagingen van deze tijd is. Waarom worden hier geen doelen voor gesteld?
5.
Er staat wel: Met het ecologisch beheer van de stad richten we ons vooral op insecten. Wat wordt hiermee bedoeld? De groenoppervlakte moet tot 2030 met 5% toenemen, vindt het college. Gaat het om 5% over de hele stad verdeeld, of ook per wijk? We lezen dat bij projecten en gebiedsontwikkeling wordt gestreefd naar een vergroting van 5%, maar is dat per project/ontwikkeling of alleen onder de streep? Wat wordt bedoeld met het ‘groen, tenzij’principe? Wanneer weegt een ‘tenzij’ zwaar genoeg? Kan de wethouder uitleggen wat dit in praktijk betekent als er zo veel ‘tenzij’ zijn en zo weinig geld?
6.
7.
Duurzaamheid, energietransitie en klimaatadaptatie worden breed gemist. Er wordt vaker automatisch extra beheerbudget verzorgd, maar toch worden nog veel sectorale projecten uitgevoerd waarbij niet altijd aan de residentiekwaliteit lijkt te worden voldaan. Het (werk-met-werk)budget is niet toereikend gebleken. Ook is er behoefte aan een (uniform) afwegingskader hoe om te gaan met een stapeling van eisen en wensen in de schaarse ruimte. De samenwerking in de keten heeft blijvende aandacht nodig. Deze bevindingen uit de evaluatie zijn merendeels meegenomen in de nieuwe kadernota openbare ruimte en deels ook in het handboek openbare ruimte, dat ook wordt vernieuwd. De Natuurkansenscan volgt uit de Nota Stadsnatuur (RIS301829) en wordt reeds toegepast in Den Haag. Door de kansen voor de natuur vroegtijdig in kaart te brengen wordt waar mogelijk dit in het ontwerp meegenomen. Denk hierbij aan het creëren van schuilplaatsen voor egels, nectar leverende beplanting of besdragende struiken. Den Haag heeft haar biodiversiteitbeleid verwoord in Nota Stadsnatuur (RIS301829). Beleidsuitgangspunten voor de openbare ruimte zijn in deze kadernota overgenomen. Dit is een doorvertaling van het beleid uit de Nota Stadsnatuur (RIS301829). Zie hiervoor pagina 29 van deze nota. Het gaat om stadsbrede toename van het groenoppervlak.
Het college wil door deze ambitie te formuleren stimuleren dat in elk project wordt onderzocht of vergroting van het groenoppervlak mogelijk is. Daarbij moet ‘onder de streep’ 5% meer oppervlakte in de openbare ruimte vergroend zijn. ‘Groen, tenzij...’ betekent dat in de ontwerpen wordt uitgegaan van groene oppervlaktes, tenzij vanuit de gewenste functies een andere keuze noodzakelijk is. Zoals bijvoorbeeld verharding voor de bereikbaarheid of een valondergrond bij spelen.
10/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
8.
9.
10.
11.
12.
13.
Een ander punt is dat gesteld wordt dat de ondergrond de ruimte bepaalt, maar dat hier geen actie aan verbonden wordt. Oude riolering, buizen en kabels worden vaak niet weggehaald, maar er komt wel steeds meer bij. Wat is de visie van dit college hierover? En als de ondergrond niet geschikt is voor bomen, kunnen dan in ieder geval struiken, planten en bloemen worden geplant? We zien het woord ‘klimaatadaptief’ hier en daar gebruikt worden, maar ook dit blijft vaag. Wat voor technieken worden gebruikt, wat zijn de uitdagingen en de oplossingen?
Ook de energietransitie zien we niet terug. Warmte/koudenetten en warmtepompen maken gebruik van de ondergrond, maar wat zijn de kaders? In het document Staat van de Buitenruimte lezen we dat op basis van de ambitie uit de kadernota Openbare Ruimte kan met het beschikbare budget momenteel iets meer dan 75% van het beheer worden uitgevoerd, dat betekent een structureel tekort van € 6 mln. Binnen het openbaar groen ligt er een werkvoorraad van ca € 18 mln. Wanneer wordt die enorme achterstand weggewerkt en hoe realistisch het is dat het nieuwe budget voldoende is om een verbetering van het groen door te voeren? Als er onvoldoende ruimte is in de ondergrond, worden er geen bomen meer geplant (p. 63). Waarom kiest het college er niet voor om bomen meer prioriteit te geven? En kan in plaats van bomen, voor struiken of ander groen worden gekozen?
Het beleid is dat als er nieuwe kabels, buizen en leidingen worden aangelegd, de oude direct worden verwijderd. In uitzonderingen (als het verwijderen van de buizen bijvoorbeeld leidt tot onoverkomenlijke schade aan de wortels van bestaande en te handhaven bomen) kan worden besloten de buizen te laten liggen. Dat kan, dat past bij het principe ‘groen, tenzij’..
Klimaatadaptief betekent het aanpassen van de omgeving (in dit geval de openbare ruimte) aan de te verwachte klimaatverandering. Dat betekent dat de openbare ruimte geschikt moet zijn om extreme hitte, droogte en regenval te kunnen weerstaan. De oplossingen zijn terug te vinden in de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308745). Zie pag. 14 Drukte onder de grond…. Binnenkort komt de 'Visie op de ondergrond’ beschikbaar. In deze visie wordt nader op dit onderwerp ingegaan. Ook met extra middelen betekent het dat er nog steeds keuzes moeten worden gemaakt waarbij veiligheid en duurzame instandhouding voorop staat. In de praktijk betekent dit dat met name het verzorgingsbeeld wat minder is dan dat gewenst is. Minder budget betekent ook dat niet overal het gewenste Residentieniveau of Hofstadniveau wordt bereikt.
Waar mogelijk kiest het college voor bomen. Het komt voor dat in (woon-)straten onvoldoende ruimte is om goede groeiplaatsen voor straatbomen te maken. In het verleden zijn dan vaak toch bomen in mindere omstandigheden geplant of ligt de groeiplaats inmiddels vol met kabels. Het college kiest er voor dat in de toekomst alleen bomen in goede groeiplaatsen worden geplant zodat deze een bijdrage leveren aan de groei van het kroonoppervlakte van de stad. Zie vraag 9.
11/12
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491100
14.
Hoe ziet het college de ‘samenwerking met private partijen’ in het inrichten van de openbare ruimte (p. 16)? ‘Private partijen die zeggenschap over de openbare ruimte claimen’ klinkt alsof private belangen gaan winnen van publieke belangen/het algemeen belang. Wat betekent dit?
15.
“Wij houden vast aan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur” (p. 20) is te vaag. Kan de wethouder dit concretiseren? Betekent dit dat er niet in wordt gebouwd? Betekent dit dat de Hoofdstructuur niet wordt uitgebreid? Deelauto’s en leefstraten worden afhankelijk gesteld van bewonersinitiatieven (p. 23). Wil het college hier zelf niet mee aan de slag? “Rond de Intercitystations vindt herstructurering plaats op basis van een aanpak van acupunctuur.” (p. 42). Wat betekent dit? Pagina 44: Kijkduin hoe zijn kaders te rijmen met ontwikkeling zoals die nu plaatsvindt (Hoe integraal is het beleid als aan de ene kant de openbare ruimte moet vergroenen en intussen aan de andere kant budget vanuit economie wordt uitgegeven aan Kijkduin klaarmaken voor grootschalige evenementen, parkeren en busvervoer?)
16.
17.
18.
19.
Op kaartje pagina 11 missen veel ecologische verbindingszones, klopt dit?
20.
Moet deze nota niet worden aangepast op basis van coalitieakkoord?
We willen samenwerken met private partijen, zoals de telecombedrijven. Door vrijwillige samenwerking wordt voorkomen dat de straten meerdere malen open worden gebroken. Bij de grote gebiedsontwikkelingen wordt gekeken hoe de (beperkte) openbare ruimte enerzijds en de private buitenruimte en collectieve binnentuinen (van corporaties) anderzijds elkaar goed aanvullen en versterken. Dit betekent dat we de contouren van de stedelijke groene hoofdstructuur handhaven, ondanks de druk van de groeiende stad. Als er zich kansen voordoen zoals recent bij de Kostverlorendijk is de stedelijke groene hoofdstructuur uitgebreid. Bij nieuwbouwprojecten biedt het college de mogelijkheid een deel van de parkeerbehoefte in te vullen met deelauto’s, deelfietsen en OVarrangementen. Dat betekent dat de ruimtelijke structuur in deze gebieden blijft bestaan en op enkele plekken nieuwe gebouwen worden toegevoegd in het gebied. Kijkduin blijft voor Den Haag de tweede badplaats, naast Scheveningen. Het is de familiebadplaats van Den Haag. In de afgelopen jaren heeft de badplaats door langdurige verbouwing minder bezoekers getrokken. Het college wil graag de badplaats na de verbouwing weer op de kaart zetten. Hiervoor is extra budget beschikbaar gesteld in het coalitieakkoord ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’.
Op deze schaal is helaas een deel van de (smallere) ecologische verbindingszones niet zichtbaar op de kaart. Zoals afgesproken in de commissievergadering van 15 december jl ontvangt u een commissiebrief op welke punten het stuk is aangepast.
12/12