RIS314823 Afdoening motie Meet de tevredenheid van de medewerkers
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
OCW/10509632 RIS314823 Contactpersoon
Suzanne Beek Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
15 mei 2023
suzanne.beek@denhaag.nl
Onderwerp
Afdoening motie: ‘Meet de tevredenheid van de medewerkers’
Uw raad heeft bij de bespreking van de commissiebrief van de wethouder WWD, mevrouw Parbhudayal inzake de Halfjaarrapportage 2022 Wmo (RIS313783) op 9 maart 2023 de door het raadslid mevrouw Arp de motie ‘Meet de tevredenheid van de medewerkers’ (RIS314823) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: er gesprekken zijn gevoerd met de zorgaanbieders naar aanleiding van motie; Evalueer bezuinigingen onder zorgmedewerkers (motie F.51 SP) (SP, Haagse Stadspartij), d.d. 20 december 2022, RIS30967; er 88 zorgaanbieders zijn, maar slechts 21 aanbieders naar aanleiding van de motie een medewerkerstevredenheidsonderzoek hebben uitgevoerd.
Overwegende, dat: het doel van de motie ‘Evalueer bezuinigingen onder zorgmedewerkers’ was om een beeld te krijgen van hoe de zorgmedewerkers het gemeentelijke Wmo-beleid en de bezuinigingen van de gemeente hierop ervaren; dat we door het feit dat niet alle zorgaanbieders gehoor hebben gegeven aan het verzoek om een medewerkerstevredenheidsonderzoek nu niet een goed en volledig beeld hebben van hoe de medewerkers deze zaken ervaren; in het huidige inkoopcontract voor Wmo helaas niet verplicht is dat zorgaanbieders een medewerkerstevredenheidsonderzoek moeten uitvoeren; de wethouder heeft aangegeven in de commissie Samenleving van 16 februari 2023 dat dit verzoek op het lijstje komt zodat het in de herziening van de contracten in 2024 wordt meegenomen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10509632
Roept het college op: om het jaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek vanaf 2023 vrijwillig in te voeren voor Wmo-aanbieders en vanaf 2024 als eis te stellen bij de herziening van de contracten; te zorgen dat in dit onderzoek standaard een open vraag komt over tevredenheid van de werknemers met het gemeentelijke Wmo-beleid; de Wmo-aanbieders hier zo snel mogelijk over in te lichten. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie. Herziening contract Wmo-maatwerkarrangementen In Den Haag is als eis in de contracten met de Wmo-aanbieders opgenomen dat de aanbieder systematisch werkt aan het verbeteren van de kwaliteit en een kwaliteitsborgingssysteem heeft (ISO-, HKZ-, PREZO-certificaat of een gelijkwaardig kwaliteitsststeem). Dergelijke systemen hebben het periodiek (jaarlijks, tweejaarlijks of driejaarlijks) uitvoeren van een vorm van een Medewerkers Tevredenheids Onderzoek (MTO) als element van de interne kwaliteitscyclus opgenomen. In het huidige inkoopcontract is daarom niet expliciet afgesproken dat Wmo-aanbieders een MTO (laten) uitvoeren en de uitkomsten ervan delen met de gemeente. Het college is het met de raad eens dat een medewerkerstevredenheidsonderzoek belangrijk is.
Als opdrachtgever kan de gemeente met het contract eisen dat wettelijke normen worden toegepast en een rol spelen bij de borging van de kwaliteit van de dienstverlening: vergroten van werkplezier door goed werkgeverschap en het stimuleren en borgen van gezond, veilig en eerlijk werk zijn daar aspecten van. Als inkoper zullen wij het belang benadrukken om periodiek medewerkers gelegenheid te bieden hun ervaringen te delen en tevredenheid en arbeidssatisfactie te meten. Het tekort aan zorgprofessionals is tenslotte het meest prangende knelpunt voor de houdbaarheid van de zorg1. Het college zal dan ook het periodiek (laten) uitvoeren van een MTO als eis bij de eerstvolgende herziening (per 1 januari 2024) toevoegen aan de contractvoorwaarden van de Wmomaatwerkarrangementen. Een contracteis mag echter niet zomaar verder gaan dan een wettelijke verplichting. Op grond van het proportionaliteitsbeginsel moet de gemeente zich dan ook terughoudend opstellen als het gaat om eisen aan de interne bedrijfsvoering van Wmo-aanbieders: ze kan niet zomaar verplichtingen opleggen die ingrijpen in de bedrijfsvoering. Daar het MTO vooral intern bedoeld is en gericht op de (kwaliteit van de) eigen organisatie, zal de gemeente de onderzoeksmethode en het moment van meten van deze MTO’s vrijlaten.
Voorts is het voorschrijven van specifiek geformuleerde vragen lastig2: in het contract zal alleen worden opgenomen welke aspecten met het MTO in elk geval moeten worden uitgevraagd opdat de uitkomsten vergelijkbaar zijn3. Het kan dus zijn dat de verschillende MTO’s minder vergelijkbaar zijn.
1
Kamerbrief met kabinetsreactie op rapport ‘Kiezen voor houdbare zorg’ | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
2 Gezien de verschillen bij de Wmo-aanbieders in medewerkers (taalvaardigheid, opleiding etc.) en organisatie
(groot/klein; één perceel/meerdere percelen; Haags/landelijk etc.. 3 Denk hierbij aan: betrokkenheid, cliëntgerichtheid, planning, werkdruk, (primaire) arbeidsvoorwaarden en organisatie. Specifiek wordt een cijfer gevraagd voor de medewerkerstevredenheid wat betreft de Wmo-aanbieder én een toelichting op de waardering voor het gemeentelijke beleid. Overigens is het de vraag of zorgmedewerkers in staat zijn het onderscheid te zien tussen (de gevolgen van) het gemeentelijk beleid én andere factoren (beleidskeuzes van de werkgever, invloeden van de CAO, exogene factoren).
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10509632
In de tussentijd In de afdoening van de motie (RIS309672) gaven we al aan dat verschillende aanbieders hebben toegezegd in 2023 weer een MTO in te plannen. Wij houden deze aanbieders aan deze toezegging en vragen de andere aanbieders om in 2023 op basis van vrijwilligheid een MTO te organiseren. Dit kalenderjaar kan dan aan de focus-onderwerpen worden gewerkt. Eind 2023 zullen de resultaten worden opgevraagd en in de Jaarrapportage 2023 zal hiervan verslag worden gedaan. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3