RIS314778 EFG aanpak jaarlijks 10.000 woningen opknappen en isoleren met voorrang voor EFG labelwoningen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10480190 RIS314778 Contactpersoon
Gert-Jan van der Panne Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Wonen Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
14 maart 2023
gertjan.vanderpanne@denhaag.nl
Onderwerp
EFG-aanpak: jaarlijks 10.000 woningen opknappen en isoleren, met voorrang voor EFG-labelwoningen
Geachte voorzitter, Met deze brief informeer ik uw commissie over de plannen van het college voor het versnellen van het isoleren en opknappen van woningen, met voorrang voor woningen met de slechtste energielabels (hierna: EFG-labelwoningen). Met deze EFG-aanpak wil het college invulling geven aan meerdere belangrijke doelen in het coalitieakkoord: het terugdringen van CO2-uistoot, het tegengaan van energiearmoede en het verbeteren van woningen en wijken. De ambities In het coalitieakkoord heeft het college dan ook stevige ambities op geformuleerd voor de komende jaren: • “Den Haag heeft in totaal 260.000 woningen. Daarvan hebben ongeveer 100.000 woningen nog het energielabel E, F of G, de minst energiezuinige woningen. Deze krijgen voorrang bij de versnelling van het isoleren.” • “We willen woningen met E, F en G labels versneld opknappen en verduurzamen.” • “We streven ernaar om het tempo van het isoleren te verhogen naar 10.000 woningen per jaar.” • “We ontwikkelen een actieprogramma, waarbij verduurzaming en onderhoud zoveel mogelijk hand in hand gaan.” Achtergrond: prettig wonen in een gezonde, veilige en energiezuinige woning Het college wil dat iedereen in Den Haag prettig kan wonen in een gezonde, veilige en energiezuinige woning. Dat is nog niet overal in de stad het geval.
Daarom is het college ambitieus en wil, zoals aangegeven in het coalitieakkoord, aan de slag met een breed actieprogramma woningverduurzaming en -onderhoud. In dat actieprogramma combineert het college vermindering van CO2-uitstoot, verbetering van wooncomfort, aanpakken van achterstallig onderhoud en beperking van energierekeningen. Het college komt het eerste kwartaal van 2023 met een aantal samenhangende commissiebrieven op basis van de ambities uit het coalitieakkoord waarin zij aangeeft welke richting zij op wil met een aantal aanpakken in het actieprogramma. De brieven en de daaruit volgende acties vormen samen de basis voor het actieprogramma (o.a. RIS315544, RIS314509, RIS313867).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
Het college richt zich op de plekken waar dat het hardst nodig is en zoekt altijd naar slimme combinaties. Bijvoorbeeld: door het combineren van isolatie en ventilatie kunnen woningen gezonder, veiliger én energiezuiniger worden. Het combineren van woningisolatie met de overstap naar schone energiebronnen is een kans voor verlaging van energierekeningen én verduurzaming van de stad. Vanuit deze informatiebronnen kijkt het college waar extra inzet nodig is: • kansen voor collectieve warmte, zoals geconstateerd in de transitievisie warmte (RIS313867); • grote onderhoudsachterstanden, zoals geconstateerd in het onderzoek naar de kwaliteit van de Haagse woningvoorraad wat parallel aan deze brief met de raad wordt gedeeld; • energiearmoede vanuit de TNO-onderzoeken op dit vlak (bron: https://energiearmoede.tno.nl); • bovengemiddeld veel EFG-labelwoningen (bron: Den Haag in Cijfers obv RVO/CBS); • Leefbaarometer van het Rijk (https://www.leefbaarometer.nl). Dit zijn wijken met vooral woningen voor midden- en lage inkomens in particulier bezit zoals Laak, Transvaal, Rustenburg-Oostbroek. En wijken met ook corporatiebezit zoals Centrum/Schilderswijk, Mariahoeve en delen van Zuidwest. In deze wijken werkt het college samen met woningcorporaties en particuliere verhuurders.
En hier wil het college gerichte aanpakken, zoals de VvE-aanpak, isolatiebrigade en straataanpakken, uitbreiden naar andere plekken in de stad. Het college werkt ook aan de opzet van een nieuwe dienstverlening: intensieve gerichte woningverbetering onder de noemer stadsrenovatie. In deze gerichte aanpakken wil het college integraal aan de slag op alle aspecten van gezond, veilig en energiezuinig wonen waarbij ook oog is voor plekken waar de leefbaarheid extra onder druk staat en het college schrijnende gevallen tegenkomt. Tegelijk kunnen alle inwoners gebruik maken van de stadsbrede dienstverlening van de gemeente om stappen te zetten in woningverduurzaming en -verbetering. Het college doet dit niet alleen: het Rijk wordt actiever met regelgeving, subsidies en financiering voor woningeigenaren en huurders. En het Rijk biedt aanvullende ondersteuning vanuit de regeling lokale wijkaanpak van het Nationaal Isolatieprogramma, het Volkshuisvestingsfonds, de Regionale Woondeal Haaglanden en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dit is ook nodig voor een succes. De gepresenteerde aanpak sluit hierbij aan. Ook zal het succes van het brede actieprogramma de komende jaren afhangen van samenwerking met partners en bewoners in de stad.
Doel en uitgangspunten EFG-aanpak Het doel van de gemeente Den Haag is om het tempo van opknappen en isoleren te verhogen naar 10.000 woningen per jaar met voorrang voor woningen met energielabels E, F en G. De noemer van deze aanpak is de EFG-aanpak. Het college ziet kansen dat te bereiken door te versterken wat zij al doet en een aantal extra activiteiten te ontwikkelen. Het college wil de EFG-aanpak realiseren langs deze drie lijnen: • Iedereen helpen die aan de slag wil met isoleren en verduurzamen (zonnepanelen, overstappen op inductie-koken en (hybride) warmtepompen) kan rekenen op hulp en advies van het college. Ook als die persoon een woning met energielabel A, B, C of D heeft. • Inwoners ondersteunen in wijken die in de transitievisie warmte als groene wijk zijn bestempeld, waarvoor 2030 grote stappen worden gezet in de uitrol van duurzame warmte. Hier helpt het college gericht met isoleren en aansluiten op deze warmte.
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
•
Dit zijn bijvoorbeeld Mariahoeve, delen van Zuidwest en Centrum/Schilderswijk. Meer hierover is te lezen in de commissiebrief ‘versnellen realisatie warmtenetten’ (RIS314509). Inwoners ondersteunen die wonen in gebieden waar sprake is van bovengemiddeld veel onderhoudsachterstanden en waar veel EFG-labelwoningen zijn. Wijken waar ook energiearmoede speelt. En waar mensen onvoldoende in staat zijn om zelfstandig de benodigde stappen te zetten. Dit zijn onder andere wijken als Laak, Transvaal, Rustenburg-Oostbroek.
Van de ca. 100.000 woningen met energielabel E, F, en G zijn er zo’n 13.000 van een woningcorporatie. Het college maakt hierover afspraken met de corporaties, in de EFG-aanpak stemt het college dan ook af met de planning van beheer en onderhoud van de corporaties. Hierdoor worden natuurlijke momenten goed benut. De overige 87.000 zijn particuliere huur en van eigenaar-bewoners, voor een groot deel in een Vereniging van Eigenaren (VvE). Het college begint niet vanaf nul. Inwoners worden al op verschillende manieren begeleid bij het toekomstbestendig maken van hun woning. Het college bouwt voort op die kennis en ervaring. 10.000 woningen per jaar, ingedeeld naar type eigenaar Het doel van de EFG-aanpak is woningen opknappen en isoleren. Daarbij gaat het om corporatiewoningen, woningen in particuliere verhuur en woningen van eigenaar-bewoners. Het vermogen om te verduurzamen verschilt per eigenaar: financieel, en de mate waarin woningeigenaren de capaciteit hebben om het zelf te regelen. De 10.000 woningen per jaar vragen dus ook een verschillende aanpak. Zo maakt het college met de corporaties prestatieafspraken zoals vastgelegd in de Woningwet. Corporaties hebben de komende jaren meer financiële ruimte dan voorheen door de afschaffing van de Verhuurderheffing. Ongeveer 30% van de Haagse woningvoorraad is corporatiebezit.
Landelijk is afgesproken dat corporaties tot en met 2028 al hun EFG-labelwoningen opknappen en isoleren. Lokaal is dit bevestigd door de Haagse corporaties in de prestatieafspraken. Als de corporaties eenmaal op gang zijn gekomen, gaan we uit van 2.000 à 3.000 EFG-labelwoningen per jaar die aangepakt worden door corporaties. Daarvoor worden de plannen nu gemaakt. Het college ziet boven op deze plannen kansen voor het opknappen en isoleren van VvE’s in gemengd bezit. Dit zijn woongebouwen waarin appartementen zitten van corporaties en particuliere woningeigenaren. Ook vragen corporaties om samenwerking bij het verantwoord isoleren en verbeteren van monumenten en beschermd stadsgezicht. Met particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners maakt het college geen prestatieafspraken. Deze groep is zeer divers. Bij de benadering van deze groep kijkt het college naar de uitgangspunten die ook aan de basis van het Rijksbeleid liggen. Het Rijk maakt in het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) namelijk de inschatting dat van de 1,5 miljoen EFG-labelwoningen in Nederland in particulier bezit ongeveer de helft van de eigenaren (750.000 woningen) weinig hulp nodig heeft bij het isoleren van hun woning. Zij kunnen aanspraak maken op landelijke subsidies en financiering, en kunnen vaak zonder intensieve begeleiding aan de slag. Het college kan helpen bij het aanvragen van deze subsidies.
De andere helft van de woningeigenaren heeft wel die intensieve begeleiding en mogelijk extra subsidie nodig. Voor deze inzet zijn Rijksmiddelen lokale wijkaanpak NIP beschikbaar. Het Rijk gaat daarmee in het NIP ruwweg uit van deze uitgangspunten: 30% corporatiewoningen via prestatieafspraken, 35% particulier op eigen initiatief en 35% via intensieve begeleiding in een lokale wijkaanpak. Deze verdeling past bij de ervaringen en het beeld van het college bij de situatie in de gemeente Den Haag. De isolatiesubsidies zijn bijvoorbeeld de afgelopen jaren meer gebruikt in de wijken waar mensen op eigen initiatief aan de slag konden gaan.
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
Het college neemt daarom de uitgangspunten en verdeling van het Rijk over in de EFG-aanpak van jaarlijks 10.000 woningen in Den Haag: • 3.000 corporatiewoningen per jaar. Hiervoor is een verhoging van het isolatietempo nodig waarbij vooral nog extra kansen liggen bij VvE’s in gemengd bezit. Samenwerking bij monumenten is nodig; • 3.500 woningen van particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners per jaar via basisdienstverlening (eigen initiatief van de woningeigenaar); • 3.500 woningen van particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners per jaar via aanpakken gericht op gebieden en/of doelgroepen (inclusief de lokale wijkaanpak en de stadsrenovatie). Deze aantallen bieden de richting die het college op wil met haar partners in de stad. Het zal niet direct al in 2023 lukken op dat isolatietempo te komen: partijen moeten naar het hogere tempo groeien. Dit betekent dat het college verwacht in 2024 het aantal van 10.000 woningen per jaar in beeld te krijgen en daarna waar mogelijk te versnellen richting de 40.000 voor deze collegeperiode. Daarbij ziet het college een groeipad langs deze jaarschijven: • 2023: 7.000 woningen; • 2024: 9.000 woningen; • 2025: 11.000 woningen; • 2026: 13.000 woningen. Met de corporaties zijn al afspraken gemaakt om het tempo te verhogen.
Zij zitten in 2023 nog niet op het gewenste tempo, ook omdat pas in december 2022 officieel besloten is dat de Verhuurderheffing werd stopgezet. Het verhoogde isolatietempo komt in de prestatieafspraken van 2024 tot uiting. Ook zijn de benodigde Rijksmiddelen, de lokale wijkaanpak Nationaal Isolatieprogramma en het Volkshuisvestingsfonds, pas in de eerste helft van 2023 aan te vragen. Werken op basis van jarenlange kennis en ervaring Zoals aangegeven begint Den Haag niet op nul. Woningcorporaties verbeteren hun woningvoorraad en zijn vanuit nationale prestatieafspraken klaar voor versnelling. Het college is al jaren een partner en adviseur voor iedereen in de stad die aan de slag wil met een energiezuinige en duurzame woning. Er is veel kennis op het stadhuis en veel ervaring om op voort te bouwen. De inzet en aanwezigheid in de stad is de afgelopen jaren fors uitgebreid. Op dit moment biedt het college informatie via Hou van je Huis informatiepunten, een VvE-balie, een huurbalie en via de site. Ook biedt het college energiescans, energiecoaches en begeleiding van VvE’s en particuliere verhuurders (deze moeten de dienstverlening nog wel beter weten te vinden). Er zijn gemeentelijke subsidies en leningen die momenteel worden aangescherpt (zie RIS315544). Naast deze bestaande basisdiensten zijn er ook al gerichte aanpakken.
Het college voert een doelgroepgericht project uit voor minima die in een EFG-labelwoning wonen die niet van een corporatie is. Dit is de isolatiebrigade. Ook zijn er meerdere gebiedsgerichte aanpakken actief, bijvoorbeeld de straataanpakken, gebiedsgericht werken in Laak en de VvE-aanpak in Mariahoeve. Deze aanpakken wil het college verder versterken en uitbreiden, vooral naar wijken waar bovengemiddeld sprake is van energiearmoede en slecht geïsoleerde woningen. Voortbouwen op successen: uitbreiden en aanscherpen van de inzet Samen met de gemeente gaan corporaties zich inzetten om bewezen aanpakken rondom woningverbetering, isolatie en de overstap op schone energie verder inzetten en uitbreiden om op het gewenste tempo van 3.000 woningen per jaar te komen.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
Voor de particuliere woningvoorraad wil het college de stadsbreed beschikbare basisdiensten uitbreiden en versterken om jaarlijks 3.500 eigenaren te ondersteunen met isoleren. Deze basisdiensten werken vooral vraaggericht: het college helpt woningeigenaren verder die zelf aan de slag willen. Zowel kwalitatief als in capaciteit. Daarbij denkt het college aan: • subsidiescan en ondersteuning (inclusief toeleiding naar nationale subsidies en financiering); • energiemenukaart (energiescan) met advies rond EFG; • begeleiding VvE’s verbeteren en verscherpen; • begeleiding verhuurders en huurders; • campagne rond enkel glas en vervangen gaskachels en geisers. Boven op de basisdiensten zijn er projecten nodig waarmee het college gericht de stad in gaat. Deze projecten richt college op bepaalde doelgroepen (1.200 huishoudens per jaar) en gebieden (800 huishoudens per jaar). Van deze 3.500 huishoudens per jaar worden naar verwachting 1.200 eigenaren met EFG-woningen bereikt via doelgroepgerichte projecten.
Dit zijn: • 400 adressen per jaar doen mee aan collectieve inkoop isolerend glas en aan cv-installatie; • 400 adressen per jaar doen mee aan de isolatiebrigade: we gaan uitbreiden door de isolatiebrigade uit te breiden naar de stad en door in te zetten op de doelgroep die energietoeslag heeft aangevraagd; • 400 adressen per jaar met EFG-labels in een grote VvE die eerder een gemeentelijk traject met energiemaatwerk-advies (EMA) hebben doorlopen: voor dit jaar hebben we een kans om VvE’s die al zo’n advies hebben gehad in de hele stad een aantrekkelijk aanbod te doen waardoor ze maatregelen met een aantrekkelijk bijdrage van Europees geld en eventueel een bijdrage uit het NIP kunnen uitvoeren. Daarnaast zet het college gebiedsgerichte projecten in om jaarlijks 800 woningeigenaren te bereiken, vanuit de basis die er al ligt in de straataanpak en de VvE-aanpak Mariahoeve: • 400 adressen per jaar doen mee aan de straataanpak: acht straten per jaar met veel EFGlabelwoningen worden extra intensief ondersteund en voorgelicht; • 400 adressen per jaar in een VvE doen mee aan de VvE-aanpak in Mariahoeve: intensieve aanpak gericht op de VvE’s in Mariahoeve om deze te isoleren zodat ze aangesloten zouden kunnen worden op duurzame warmte, oftewel de warmtenetten waar het college voor 2030 forse stappen mee wil maken omdat Mariahoeve in de TVW een groene wijk is.
Zo komt het college op een jaarlijks tempo van opknappen en isoleren van 8.500 woningen met voorrang voor EFG-labelwoningen: 3.000 corporatiewoningen, 3.500 via basisdiensten, 1.200 via doelgroepgerichte projecten en 800 via gebiedsgerichte projecten. Om op 10.000 woningen te komen is een extra intensieve aanpak nodig voor 1.500 woningen per jaar. Stadsrenovatie Om met 1.500 woningen per jaar in de EFG-aanpak tot de 10.000 woningen te komen is meer nodig. Het college wil extra aan de slag op de plekken waar dat het hardst nodig is en waar nu het minst beweging is. Dit zijn overwegend ook de wijken met veel woningen in particulier bezit (eigenaarbewoners en verhuur) die in de schouw kwaliteit Haagse woningvoorraad naar voren komen als het meest problematisch op het gebied van gezond en veilig wonen. Dit zijn ook wijken die in het energiearmoede-onderzoek van TNO naar boven komen. En, om aanspraak te kunnen maken op middelen lokale wijkaanpak Nationaal Isolatieprogramma, zijn dit wijken en buurten waar minimaal 80% van de woningen een WOZ-waarde heeft onder het gemeentelijk gemiddelde.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
Hier worden nog nadere analyses voor gemaakt. Op basis van eerdere onderzoeken denkt het college in eerste instantie vooral aan (buurten in): • Laak • Rustenburg-Oostbroek • Transvaal Dit zijn wijken waar, naast huishoudens uit de lage inkomens, in toenemende mate ook woningbezitters en huurders uit de middeninkomens wonen. Huishoudens met cruciale beroepsgroepen die het college graag bindt aan de stad. Veel redenen dus om met extra aandacht deze wijken in te gaan. Om juist op deze plekken tot het goede gesprek en vervolgens tot actie te komen vergt veel inzet. Deze inzet bestaan onder andere uit persoonlijke gesprekken, adviezen, hulp bij subsidieaanvragen, etc. Het college zal hierbij aansluiten bij bestaande netwerken en contacten die inwoners al hebben met de gemeente. Daarmee sluit deze aanpak aan bij lopende gesprekken in de wijk, vanuit bijvoorbeeld welzijnswerkers en het werk in buurthuizen. Met deze aanpak wil het college zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande behoeftes van inwoners en dynamiek in de wijken. Ook na het aansluiten op bestaande gesprekken is de begeleiding zeer intensief en kan het taai zijn tot stappen te komen. Denk aan de inzet van tolken, hulp in de woning en gesprekken op gang brengen tussen huurders en verhuurders. Het college gaat uit van meerdere gesprekken per adres.
Vooral in kleine VvE’s in de oude stadswijken waar woningeigenaren en verhuurders beperkte organisatiekracht hebben zal de praktijk weerbarstig zijn. Tegelijkertijd is het gezamenlijk oppakken van onderhoud en isolatie hier dè manier om tot een toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag te komen. Voorbeelden zijn dat een slecht dak gerepareerd en direct geïsoleerd kan worden, en slechte kozijnen kunnen worden opgeknapt en direct voorzien van HR++ glas. Het college wil lessen trekken uit de al lopende aanpakken en die gebruiken voor de ontwikkeling van een aanpak waarbij marktpartijen een nog stevigere rol krijgen. Die marktpartijen trekt het college aan via aanbestedingen. Hierbij wil het college ook samenwerken met corporaties waar dat relevant is, zoals het college toezegt in de afdoening van de motie ‘randvoorwaarden snellere verduurzaming corporatiewoningen’ (RIS313974). Communicatie met bewoners loopt dan in eerste instantie via de gemeente. Vervolgens moet een koppeling gemaakt kunnen worden met marktpartijen die geïnteresseerde woningeigenaren en particuliere verhuurders direct verder kunnen helpen met specifieke isolatiemaatregelen of –pakketten per woning. Vooruitlopend op de nog te bevestigen middelen lokale wijkaanpak vanuit het NIP wil het college de aanbesteding al in gang zetten.
Deze ‘stadsrenovatie’ is bedoeld als de stadsvernieuwing van voorheen in een nieuw jasje. Dit zal ook de plek zijn waar het Volkshuisvestingsfonds grotendeels ingezet kan worden. Deze stadsrenovatie volgt het uitgangspunt van intensieve ondersteuning in het maken van eigen keuzes door de woningeigenaar. Mocht in de aanpak duidelijk zijn dat er plekken zijn waar dat niet voldoende is, kan in overleg worden nagedacht over forsere ingrepen vanuit het college en mogelijk zelfs koop door een corporatie, wijkontwikkelingsmaatschappij of gemeente. Ook verdient de huurder aandacht. Het college spant zich bij de stadsrenovatie ook in voor de verbetering van de positie van de huurder, onder andere via de huurbalie. Zeker op die adressen waar een verhuurder niet constructief meewerkt. Doel daarbij is huurders te helpen aan een betere huurwoning tegen een eerlijke huur.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
In genoemde wijken staan meer dan 35.000 woningen, waarvan het grootste deel in particulier bezit (koop en huur). Als de aanpak effectief blijkt kan deze eerst binnen de wijken uitgebreid worden, en daarna naar andere wijken in de stad waar een intensieve aanpak nodig is. Hierbij denken we, op basis van genoemde stukken (schouw, energielabels, energiearmoede) aan wijken als Centrum/ Schilderswijk en Valkenboskwartier. Over de concrete invulling en uitvoering van de stadsrenovatie zal het college de raad op korte termijn nader informeren. Daarbij wordt onder meer ingegaan op hoe het inzetten van het instrumentarium vanuit de EFG-aanpak in de meest complexe buurten hand in hand gaat met maatregelen voor het verbeteren van de onderhoudsstaat. Gemeentelijke regels en procedures versoepelen Het college gaat waar dat bekend en mogelijk is belemmeringen vooraf uit de weg ruimen. Denk aan het eenvoudiger mogelijk maken van isolatie-ingrepen, zoals nieuwe kozijnen met dubbel glas, en isolatie van blinde muren. Dit is nodig om echt tot tempo te komen. Momenteel wordt alles in het werk gesteld om een direct uit te voeren aanpak te ontwikkelen met alle relevante disciplines: Wonen, Economie, Vergunningen en Toezicht, Monumentenzorg, Welstand, Energietransitie, SEPO (Strategie, Externe Betrekkingen, Portfoliomanagement & Onderzoek), wijkmanagement, Haagse Pandbrigade en Bouwfysica.
Hiermee geeft het college invulling aan deze afspraak in het coalitieakkoord: • “Verder maken we gemeentelijke regels en procedures soepeler waar dit kan en nodig is voor bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of buitenunits van warmtepompen. Ook voor beschermde stadsgezichten en monumenten actualiseren we de regels om het makkelijker te maken om te verduurzamen, rekening houdend met de monumentale waarde.” Samenwerking met onderwijsinstellingen Tot slot is het in dit kader van belang een langjarige samenwerking op te zetten met lokale en regionale onderwijsinstellingen als ROC Mondriaan en Haagse Hogeschool, en ook Haagse werkgevers daarbij betrekken. Hoe dit het best een plek kan krijgen in de EFG-aanpak is nog onderwerp van gesprek met deze partners. Onder andere is van woningcorporaties op dit vlak veel te leren. Financiering Om tot een versnelling naar jaarlijks 10.000 woningen opknappen en isoleren te komen, is een flinke organisatie nodig. Die zal deels worden gefinancierd uit lopende middelen en Enecomiddelen. Subsidies, fondsen en insteek van de rentekorting worden aangepast, daarover informeert het college de raad via aparte commissiebrieven. Daarnaast zijn ook rijksmiddelen beschikbaar: de specifieke uitkeringen voor de aanpak energiearmoede, voor de lokale wijkaanpak uit het Nationaal Isolatieprogramma en voor uitvoering Klimaatakkoord.
Het college is daarbij voornemens een aanvraag in te dienen voor het Volkshuisvestingsfonds waarmee een deel van de stadsrenovatie kan worden uitgevoerd. Het college zet al Europese middelen in, bijvoorbeeld in Mariahoeve, en wil dat vaker gaan doen en op meer plekken. Tot slot liggen er mogelijk kansen in het betrekken van private investeerders voor de ontwikkeling van marktaanbod voor opschaling, als het college merkt dat dit in de energietransitie ook tot positieve resultaten leidt. Voor een succesvolle aanpak zijn toekenning van de fondsen en langdurige samenwerking met het Rijk nodig.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10480190
Monitoring Het ligt voor de hand om de voortgang van de EFG-aanpak in de gaten te houden via energielabeldata. In de praktijk vertellen energielabels niet het hele verhaal. Het vaststellen ervan kost enkele honderden euro’s en omdat een energielabel alleen bij verkoop en verhuur verplicht is zit er een flinke vertraging in de voortgang. Ook kan het college het aardgasverbruik per blok (een groep adressen geclusterd op postcode) en eventueel gemiddelden per m2 monitoren. Aardgasverbruik zal naar verwachting minder worden vanwege de stijgende energieprijzen, maar ook vanwege betere isolatie, meer inzet van warmtepompen en warmtenetten en vanwege de overstap naar koken op schone energie. Daarbij stelt het Rijk eisen vanuit de verantwoording van het NIP. Die houden onder andere in dat van de gemeente verwacht wordt bij te houden op welk adres welke isolatiemaatregelen worden uitgevoerd. Dit zijn de elementen waarop het systeem van monitoring van woningverduurzaming en -onderhoud kan worden gebaseerd. Hierover gaat het college met de commissie in overleg tijdens de besprekingen over de werkagenda’s (zie ‘commissiebrief ‘programmering duurzaamheid’, RIS313568). Met vriendelijke groet, de wethouder van Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie Arjen Kapteijns
8/8