RIS314760 Doorlichting systematiek van urgenties (conclusie en aanbevelingen)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Marijn Balster Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn en Zuidwest
020
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10391939 RIS314760 Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
Contactpersoon
Marga van Iwaarden, Saskia Heijmans Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Wonen Telefoonnummer
Datum
14070
14 maart 2023
E-mailadres
wonen@denhaag.nl
Onderwerp
Doorlichting systematiek van urgenties (conclusie en aanbevelingen)
Geachte voorzitter, In de tweede helft van 2021 bent u met de commissiebrieven ‘Doorlichting systeem van urgenties’ (RIS309553) en ‘Menselijke maat centraal bij uitvoering regels urgentie en woonproblematiek’ (RIS311100) geïnformeerd over de voorgenomen verbeteringen van het systeem van urgenties. In de brief ‘Uitwerking plan van aanpak doorlichting urgenties’ (RIS311103) van 21 december 2021 bent u geïnformeerd over de voortgang van het project doorlichting urgenties. Bij deze informeert het college u over de resultaten en de gevolgen die dit heeft gehad voor de werkwijze. De brief begint met een korte terugblik op de aanleiding van de doorlichting, de projectaanpak en de belangrijkste conclusies uit de doorlichting. De brief wordt afgesloten met een aantal vervolgstappen, waaronder de werkwijze op verschillende deelonderwerpen. Veel inwoners richten zich tot de gemeente voor hulp op het gebied van huisvesting. De afgelopen jaren is het door de toenemende schaarste op de woningmarkt steeds lastiger geworden voor inwoners om op eigen kracht (andere) woonruimte te vinden. Voor het grootste deel van deze inwoners blijkt de reguliere dienstverlening passend en adequaat. Tegelijkertijd komen er desondanks inwoners onbedoeld klem te zitten.
De voornaamste reden hiervoor is de zeer grote druk op de (veranderlijke) woningmarkt, waardoor vaak geen snelle, passende oplossing voorhanden is wanneer mensen dringend een andere woonruimte nodig hebben. Het college trekt zich dit en de zorgen die inwoners hierover hebben aan. Door de grote diversiteit aan problematiek van inwoners, is het van belang om het perspectief van de bewoner centraal te stellen en de menselijke maat vaker leidend te laten zijn. Zo doet de gemeente recht aan alle inwoners van Den Haag, zowel aan diegenen die in een complexe situatie zitten, als aan inwoners die met een ‘standaardoplossing’ geholpen zijn. Uit de doorlichting van het systeem van urgenties heeft het college geconcludeerd dat de afhandeling van aanvragen voor een urgentieverklaring in de meeste gevallen goed is verlopen. In een enkel geval is dat onvoldoende gelukt. Hier worden lessen uit getrokken. Aanleiding voor de doorlichting van het urgentieproces De aanleiding van de doorlichting was een acuut woonprobleem van een bewoner. Deze specifieke casus gaf inzicht in de problemen die woningzoekenden ervaren wanneer zij – als gevolg van in dit geval een fysieke beperking – niet langer passend wonen en op zoek zijn naar een toegankelijke woning, zoals een rolstoelwoning of een benedenwoning. Deze woningtypes schaars.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoon : 14070 publiekszaken@denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Het college heeft zich de vraag gesteld of bij de behandeling van urgentieverklaringen in die lastige situaties voldoende oog is voor de menselijke maat. Daarmee hangt samen of er voldoende integrale samenwerking tussen de verschillende diensten plaatsvindt, omdat woonproblematiek vaak gepaard gaat met problematiek of vraagstukken in het sociale domein. Bijvoorbeeld omdat de oplossing gezien kan worden in aanpassingen die bekostigd worden door de Wmo óf door te verhuizen naar een beter toegankelijke woning. De wethouders belast met de portefeuilles Volkshuisvesting en Wmo hebben in de commissie van 12 mei 2021 toegezegd een inventarisatie te doen van Wmo-voorzieningen en tevens het systeem van urgenties door te lichten. Om zo, wanneer het noodzakelijk is vanuit het oogpunt van de menselijke maat, te komen tot verbeteringen en of aanpassingen van het huidige urgentieproces. Inwoners van Den Haag die zich tot de gemeente richten voor een urgentieverklaring doen dit om zeer uiteenlopende redenen. Gezien de zeer grote schaarste en lange wachttijden op een woning, lijkt voor veel inwoners een urgentieverklaring dé oplossing om woonruimte te vinden. In de regionaal afgestemde Huisvestingverordening Den Haag 2019 (hierna: huisvestingsverordening) en de daarbij behorende Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 (hierna: beleidsregel) is de urgentieregelgeving aangescherpt.
De reden van deze wijziging was om, vanwege de druk op de sociale woningmarkt, het recht op een urgentieverklaring te beperken tot de meest dringende situaties, waar geen andere mogelijkheden voorhanden zijn. Dit om een gezond evenwicht tussen urgent woningzoekenden en reguliere woningzoekenden te behouden en om onderlinge concurrentie tussen urgent woningzoekenden te voorkomen. De voorwaarden voor een urgentieverklaring zijn zo meetbaar mogelijk opgesteld om transparantie te bieden en aanvragen zo gelijk mogelijk te kunnen behandelen. Het zoekprofiel dat wordt afgegeven bij een urgentieverklaring is gericht op het toewijzen van het woningtype dat minimaal noodzakelijk is om het woonprobleem op te lossen. De urgentievoorwaarden in de huisvestingsverordening en beleidsregel zorgen ervoor dat aanvragers eerst alle andere mogelijkheden, zoals andere toegankelijke voorzieningen of eigen zoekgedrag benutten vóórdat een urgentieverklaring wordt verleend. Een mogelijk onbedoeld gevolg van deze urgentieregels is dat er voor mensen in bepaalde situaties geen oplossing voorhanden is, aangezien zij door de complexiteit van de problematiek in combinatie met de standaardregels niet direct geholpen kunnen worden. In de praktijk ziet het college dat bij een deel van de aanvragers meerdere problemen spelen.
Het is zaak om niet alleen naar oplossingen in het kader van huisvesting te kijken, maar ook naar andere vormen van ondersteuning. Er is met andere woorden, meer menselijke maat nodig om tot een passende oplossing te komen wanneer iemand niet langer passend woont, bijvoorbeeld als gevolg van een fysieke beperking. Gezien de conclusies die tijdens de doorlichting naar voren kwamen, is de werkwijze van het behandelen van urgenties inmiddels gewijzigd. Bij aanvragen waar de situatie niet meteen duidelijk is, worden aanvragers actief benaderd en begeleid. Ook rondom het toepassen van de hardheidsclausule is het beleid gewijzigd. Proces van de doorlichting Voor de doorlichting van het systeem van urgenties is een plan van aanpak opgesteld (RIS311103). Hierin heeft het college de volgende doelstellingen geformuleerd: A. Doorlichting: Nagaan of het behandelen van aanvragen, het juridisch kader (de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019), of beide op een andere manier ingevuld moeten worden. En zo ja, hoe dat eruit zou moeten zien. Dit alles met de menselijke maat als leidraad. B. Communicatie: Het versimpelen van aanvraagprocedures en -formulieren.
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
C. Samenwerking andere partijen: Het 'ontschot' aanpakken van aanvragen. We bekijken niet alleen waar iemand recht op heeft, maar ook bij welke hulp de aanvrager het meest gebaat is en helpen aanvrager daarbij. We kijken dus naar de vraag achter de vraag. Er is gestart met een inventarisatie van de relevante casussen. De inschatting was dat er ca. 1.250 casussen behandeld waren sinds het ingaan van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 op 1 juli 2019. Na aftrek van de toekenningen en van een aantal casussen die nog vielen onder de urgentieregels van de vorige huisvestingsverordening bleven 782 casussen over. Het projectteam heeft deze dossiers één voor één doorgenomen, gekeken naar het aanvraagproces en met medewerkers gesproken. Bij deze afgewezen aanvragen is gekeken naar de kansen op een andere woonruimte voor de aanvragers na afwijzing. Ook is de werkwijze van de behandeling van urgentieaanvragen bekeken, met name in verband met de algemene weigeringsgronden. De werkwijze is nader onderzocht. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar de communicatie richting de aanvragers (bijvoorbeeld, de Urgentiewijzer, het digitale aanvraagformulier) en de samenwerking binnen de gemeente bij het behandelingsproces. Onderzoeksresultaten Om structuur aan te brengen in de 782 doorgelichte casussen zijn deze ingedeeld in vier categorieën. De categorieën zijn: 1.
afwijzingen waarbij het woonprobleem niet als urgent kan worden beoordeeld. Deze situaties zijn uitgesloten in de huisvestingsverordening. In deze situatie ligt de oplossing bij de aanvragers zelf of bij de verhuurder. Dit betreft onder meer aanvragers die vinden dat hun woonruimte te klein is of een aanvraag doen vanwege vocht- en schimmelproblemen. Ook zijn er aanvragers met specifieke woonwensen zoals een eengezinswoning, een grotere woonruimte of een woonruimte in bepaalde buurten; 2. afwijzingen waarbij ten tijde van de behandeling van de aanvraag of kort daarna ook buiten het urgentiesysteem een oplossing voorhanden was voor het woonprobleem binnen het reguliere aanbodsysteem. Dit betreft bijvoorbeeld 55-plussers die snel kunnen slagen voor een seniorenwoning, aanvragers met voldoende inschrijf- of woonduur en alleenstaanden die zelf een kamer kunnen huren; een groot gedeelte is dan ook succesvol verhuisd; 3. afwijzingen waar mantelzorg niet is aangetoond. Mantelzorg is een wettelijke urgentiecategorie. In deze gevallen kon de noodzaak van een urgentieverklaring voor mantelzorg niet worden vastgesteld in gesprek met aanvragers; 4. afwijzingen waarbij de woonsituatie mogelijk ingedeeld kan worden in de medische of sociale urgentiecategorie en waarbij geen voorliggende voorzieningen of oplossingen beschikbaar zijn.
Deze situaties zijn eerder niet (sociaal-medisch) onderzocht vanwege de geldende algemene weigeringsgronden.1 Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de weigeringsgrond: woningzoekende staat minder dan 2 jaar ingeschreven in de Basisregistratie Personen in Den Haag. .
1
artikel 4:5 Huisvestingsverordening Den Haag 2019
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Categorie
Aantal
Niet geslaagd
Percentage geslaagden
152
Aantal zelf geslaagd (peildatum 1 september 2022) 5
1. afwijzing niet urgent woonprobleem (vocht- en schimmelproblematiek en woonwensen) 2. afwijzing vanwege mogelijkheden als regulier woningzoekende 3. afwijzing van een aanvraag op grond van mantelzorg 4. afwijzingen op algemene weigeringsgronden Totaal alle categorieën
147
3,3%
501
359
142
71,7%
22
Niet bekend*
107
81
26
75,7%
782
445
317
56,9%
Tabel1: afwijzingen urgentie onder de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 tussen 1 juli 2019 en 31 december 2021. *aanvragers doorgaans afkomstig van buiten regio Haaglanden
Conclusies uit de doorlichting Bij categorie 1 t/m 3 is geconstateerd dat deze aanvragen afgehandeld zijn volgens de gestelde beleidsdoelen voor een doelmatige urgentieverklaring in overeenstemming met de huisvestingsverordening en de beleidsregel. Het gaat om 675 van de 782 casussen. In deze categorieën bleek een urgentieverklaring niet dé oplossing voor het woonprobleem waardoor de regelgeving vanuit het perspectief van de menselijke maat geen aanpassing behoeft. Het feit dat in categorie 2 ca. 71% er zelf alsnog in is geslaagd (andere) woonruimte te vinden, wijst aan dat de weigeringsgronden die gericht zijn om de urgentieverklaring in te zetten als er geen andere mogelijkheden bestaan over het algemeen doelmatig zijn. Er resteren 107 afwijzingen (categorie 4) waarbij complexe situaties spelen. Deze afwijzingen zijn bij de oorspronkelijke behandeling niet nader onderzocht omdat zij voldeden aan één of meerdere algemene weigeringsgronden. Uit de doorlichting is gebleken dat van de 107 huishoudens er inmiddels 81 zijn verhuisd. De 26 casussen die niet zijn verhuisd, zijn nader onderzocht. Voor een deel van deze huishoudens zijn er voorliggende voorzieningen aanwezig zoals convenantwoningen of daklozen- of noodopvang.
Met deze instellingen is contact gezocht over deze casussen om tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld in de vorm van een convenantwoning, opvang of begeleiding via de verhuisbox. Een ander deel van de huishoudens kan vanwege hun lange inschrijftijd snel in aanmerking komen voor een woonruimte door zelf te reageren op Woonnet-Haaglanden. Huishoudens worden altijd telefonisch geïnformeerd over deze mogelijkheden als hun aanvraag wordt afgewezen. Van de overgebleven 7 casussen zijn de aanvragers benaderd vanwege de complexiteit van hun casus en omdat hun woonprobleem nog niet was opgelost. Deze aanvragers hebben geen eigen woonruimte maar zijn inwonend of dakloos geraakt én hebben tevens een aangepaste woonruimte nodig (3- of 4sterrenclassificatie). Bij sommige van deze casussen was er bij de aanvragers echter geen behoefte meer aan een urgentieverklaring. De resterende casussen zijn in behandeling genomen voor een urgentieverklaring.
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Voor alle categorieën geldt dat er nog een kans voor verbetering ligt door richting de (potentiële) aanvrager de communicatie te verbeteren in het kader van verwachtingsmanagement, de (potentiële) aanvrager beter wegwijs te maken in het systeem en beter te informeren over de voorliggende voorzieningen. In zowel categorie 2 en 4 speelt bijvoorbeeld bij afwijzingen vaak dat woningzoekenden in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag voor een urgentieverklaring niet gereageerd hebben op woningen die hun woonprobleem zouden kunnen oplossen (bijv. alleen reactie op een eengezinswoning als men een traploze woonruimte nodig heeft). Door woningzoekenden goed uit te leggen waarvoor een urgentieverklaring bedoeld is en welke stappen woningzoekenden zelf kunnen nemen om hun woonprobleem op te lossen. Vervolgstappen Uit het cijfermatige onderzoek van de doorlichting blijkt dat een grote groep aanvragers het woonprobleem heeft weten op te lossen zonder een urgentieverklaring. Dit is in lijn met de doelstelling van de urgentieregeling om alleen een urgentieverklaring af te geven als het woonprobleem niet zelf kan worden opgelost.
De categorie waar de verhuisbewegingen na een afgewezen urgentie kleiner zijn (categorie 1), zijn vaak situaties die niet als urgent gezien worden omdat ze te maken hebben met eigenschappen van de woonruimte, zoals vocht- en schimmelproblematiek óf omdat aanvragers een bepaalde woonwens hebben voor een zeer schaars woningtype (grotere woonruimte, eengezinswoning, etc.). Deze omstandigheden worden vaak als ernstig ervaren door bewoners maar worden niet gezien als urgent omdat ze op een andere manier opgelost moeten worden (bijv. ingrijpen van de verhuurder of ander gedrag m.b.t. ventileren van de woning). In categorie 2 en 3 zijn de slagingskansen na afwijzing redelijk groot maar is het van belang om de communicatie richting de aanvrager uit te breiden in het kader van het verwachtingsmanagement en om ervoor te zorgen dat zij op een andere manier een andere woonruimte kunnen vinden. Bovendien blijkt in de meest complexe categorie 4 dat het zeer belangrijk is om aan casussen beduidend meer tijd te besteden als de problematiek op meerdere leefgebieden speelt. Om maatwerk te kunnen leveren is het van belang om in de aanvraagprocedure meer tijd en ruimte te bieden om de casus volledig in beeld te brengen. De doorlichting geeft aanleiding te komen tot een aantal beleidswijzigingen.
Hieronder worden deze geschetst: Vervolgstap 1: Doorlichting A – Aanpassen van de beleidsregel Er is een aanpassing van de beleidsregel nodig om ruimte te geven voor het toepassen van de menselijke maat bij de behandeling van urgentieaanvragen. Vanwege de transparante en gelijke behandeling van aanvragen moet dit vastgelegd worden in de beleidsregel. De manier waarop de hardheidsclausule die nu wordt toegepast is een tijdelijke oplossing. Deze leent zich alleen voor situaties waar sprake is van zeer schrijnende en onvoorziene bijzondere omstandigheden. Dit kan alleen per geval worden vastgesteld. Het gaat in het bijzonder om aanvragers die geen beschikking hadden over een eigen woning, daardoor dakloos dreigden te geraken én waarbij het huishouden een betere toegankelijkheid nodig heeft. Het gaat meestal om (rolstoel)toegankelijke of aanpasbare woonruimten met een 3 of 4-sterrenclassificatie uit bijlage 1 van de huisvestingsverordening. De wijziging houdt in dat er ruimte gemaakt wordt om maatwerk te bieden om een urgentieverklaring te kunnen verlenen aan woningzoekenden die een aangepaste woonruimte nodig hebben en geen eigen woonruimte achterlaten. De voorgestelde wijziging van de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 is besproken met de regiogemeenten.
De wijziging wordt verwerkt in de beleidsregel samen met de aanpassingen voor de doelgroep urgenten die voortvloeien uit de voorgenomen Wet Regie op de Volkshuisvesting. De inwerkingtreding van deze wet staat gepland voor 2024.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Vervolgstap 2: Communicatie B – Aanpassen van de Urgentiewijzer De Stadskamer is benaderd om samen naar de communicatie over de dienstverlening te kijken voor potentiële aanvragers van een urgentieverklaring. Om ervoor te zorgen dat mensen straks passender kunnen worden geholpen/begeleid bij het aanvragen van urgentie. Focus ligt hierbij op de Urgentiewijzer. De vragen in de Urgentiewijzer worden verhelderd en concreter gemaakt. Hierdoor moet nog duidelijker worden voor de aanvrager of een urgentieaanvraag kansrijk is of niet. In geval van bijvoorbeeld vocht- en schimmelproblemen, die in de doorlichting naar voren zijn gekomen als een niet urgent woonprobleem (categorie 1), is het wenselijk dat een verwijzing naar de woningcorporatie, dan wel de Huurbalie wordt genoemd. Bij de aanpassing wordt ook de nieuwe urgentieregeling op grond van de Wet regie op de Volkshuisvesting meegenomen. De planning is afhankelijk van de inwerkingtreding van deze wet. Vervolgstap 3: Communicatie B – Mogelijkheid voor intakegesprekken Sinds mei 2021 is de werkwijze op het gebied van communicatie met de aanvragers aangepast. Allereerst is er een sterke toename in de telefonische benadering van aanvragers van een urgentieverklaring met ernstige woonproblematiek om de situatie van aanvragers goed in beeld te brengen.
Medewerkers van het team Urgenties leggen meerdere malen tijdens behandeling van de aanvraag telefonisch contact met aanvragers en betrokken hulpverleners. Dit gebeurt ook voorafgaand aan een afwijzing, om aanvragers mee te nemen in de overweging en informatie te geven over andere mogelijkheden. Ook is het team Urgenties aangesloten bij de Direct Duidelijk-methode. Deze is gericht op een duidelijke (schriftelijke) communicatie richting inwoners zowel via de website als via direct contact met de burger, zoals in besluiten. Daarnaast bleek vanuit interviews met medewerkers dat het ook wenselijk is om aanvragers, die tijdens het doen van de aanvraag vastlopen, de mogelijkheid te bieden voor een intakegesprek. Het gaat bijvoorbeeld om aanvragers die laaggeletterd zijn, de taal niet beheersen of geen computervaardigheden hebben. De aanvrager wordt dan aan de hand meegenomen in het aanvraag- en zoekproces. Hiervoor worden twee intakers urgentie aangenomen (2 fte). Vervolgstap 4: Samenwerking andere partijen C - Integraliteit In de communicatie en samenwerking is in 2021 al een aantal belangrijke stappen gezet om de menselijke maat toe te passen binnen het systeem van urgenties. Hierover bent u geïnformeerd in de brief van 21 december 2021 ‘Menselijke maat centraal bij uitvoering regels urgenties en woonproblematiek’ (RIS311100).
Daarnaast is aansluiting gezocht bij het doorbraaklab, een platform van vakspecialisten uit verschillende diensten en afdelingen van de gemeente die kunnen worden ingeschakeld als Doorbraakcoaches om als dat nodig is over wetten, diensten en organisatiegrenzen heen doorbraken te realiseren (RIS311094). De afdeling Wonen biedt een vast aanspreekpunt voor de doorbraakcoaches. Ook zijn de behandelaars van urgentieverklaringen getraind in de doorbraakmethode, een afwegingsmethode ontwikkeld in het doorbraaklab met het oog op het perspectief van inwoners van Den Haag. De behandelaars passen de uitgangspunten toe bij contact met aanvragers en behandeling van aanvragen. Binnen de organisatie is er daarnaast een regulier casus- en beleidsoverleg opgestart met medewerkers van de Wmo over beleidsvraagstukken en complexe casussen die zowel het fysieke als het sociale domein raken. In het kader van de interne informatiedeling, zijn inzagemogelijkheden gecreëerd in systemen binnen het sociaal domein, om ervoor te zorgen dat aanvragers niet tussen wal en schip vallen. Collega’s weten elkaar over en weer beter te vinden, wat het vinden van passende oplossingen voor aanvragers met multi-problematiek ten goede komt.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Vervolgstap 5: Aanpassen leges per 1 januari 2024 In juli 2021 zijn schriftelijke vragen gesteld over het afschaffen van de kosten (leges) voor de urgentieverklaring ‘Kosten voor aanvragen urgentieverklaring’ (RIS309600). In de brief van 21 december 2021 is aangegeven dat ook gekeken zou worden naar deze leges bij een urgentieverklaring. Den Haag kent sinds 1996 een tarief dat een deel van de behandelingskosten dekt. Zo kost een medisch rapport de gemeente € 325,-. Deze kosten zijn verwerkt in het tarief, dat in 2023 door indexering € 88,50 bedraagt. De bijdrage wordt gevraagd om aanvragers die voornemens zijn een aanvraag te doen én waarbij bij voorbaat al duidelijk is (bijv. door de Urgentiewijzer te doorlopen) dat zij niet voldoen aan de voorwaarden geen valse hoop te geven. Het is tevens een drempel om te voorkomen dat iedereen een aanvraag gaat doen vanwege het ‘wie niet waagt, wie niet wint’ principe. De behandeling van onnodige aanvragen gaat ten koste van de kostbare tijd die juist besteed moet worden aan de aanvragen waarbij extra persoonlijke aandacht gegeven moet worden aan het ware verhaal achter de aanvraag, ‘de vraag achter de vraag.’ In 2022 was in de regio Haaglanden alleen in Wassenaar het bedrag hoger dan in Den Haag. Wel rekende Delft als enige gemeente extra kosten ad.
€ 34,25 voor verlenging van de urgentie waardoor het totale legesbedrag opliep tot € 102,90. De legeskosten in de overige gemeenten varieerden tussen € 55,15 en € 70,- in 2022 en zijn per 1 januari 2023 verhoogd met maximaal het inflatiepercentage. Ook per 1 januari 2024 vindt verhoging met maximaal het inflatiepercentage plaats. Hierdoor worden de tarieven in de regiogemeenten per 1 januari 2024 ongeveer gelijk aan het huidige tarief van de gemeente Den Haag. Daarom wil het college per 1 januari 2024 de leges bevriezen voor 2024 en 2025 om het verschil met de legeskosten met de regiogemeenten kleiner te maken, aangezien ook de urgentieregels in de regio gelijk zijn. Resumé De systematiek van urgenties richt zich op de evenredige verdeling van schaarste onder woningzoekenden, door mogelijkheden te bieden voor voorrang op huisvesting in dringende situaties waar geen andere mogelijkheden zijn. In sommige gevallen voldoen de meetbare voorwaarden niet en zou, vanuit de gedachte van de menselijke maat, maatwerk moeten worden toegepast. Met de doorlichting van het systeem van urgenties is duidelijk geworden welke aspecten van de urgentieregeling bijdragen aan het vinden van de juiste balans op de sociale woningmarkt: enerzijds zijn (toegankelijke) woonruimten steeds schaarser, anderzijds is er juist meer ruimte nodig voor maatwerk door het toenemende aantal complexe casussen.
Het college neemt verschillende maatregelen om maatwerk mogelijk te maken. De regelgeving in de vorm van de beleidsregel moet samen met de regiogemeenten aangepast worden. Hiermee wordt een doelgroep bediend met een zeer urgent woonprobleem, die geen andere mogelijkheden heeft door de grote schaarste van de bij hun situatie passende aangepaste woningen. Het toepassen van de menselijke maat vraagt om blijvende aanpassing in de werkwijze. Het werkproces om aan aanvragers de juiste aandacht en begeleiding te kunnen bieden, wordt fors verbeterd. Daarnaast wordt er op meer structurele basis gewerkt aan een integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein door informatie- en kennisuitwisseling en periodieke bespreking van casuïstiek. Bovendien wordt bij het opstellen van de Woonvisie en aankomende wijziging van de Huisvestingswet 2014 samen met de regio bekeken of huidige urgentieregeling voldoet aan de gestelde doelen. Op 14 februari jl. is de technische wijziging van de Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (RIS314540) vrijgegeven voor inspraak, omdat de huidige verordening per 1 juli 2023 vervalt. Op het moment dat de voorgestelde Wet regie op de Volkshuisvesting wordt vrijgegeven, wordt met de regio een planning gemaakt voor de volgende wijziging van de Huisvestingsverordening naar aanleiding van deze wetswijziging.
Deze Wet regie op de Volkshuisvesting beoogt onder andere de toevoeging van een aantal grote wettelijke urgentiecategorieën, wat zal moeten leiden tot wijzigingen in de huisvestingsverordeningen.
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10391939
Deze wet is op 16 februari 2023 ter consultatie aangeboden door het ministerie van Binnenlandse zaken. Naast een wijziging naar aanleiding van de gewijzigde wet- en regelgeving, wordt op middellange termijn ook gekeken naar het systeem van woonruimteverdeling als geheel samen met de regio. Over de processen van inhoudelijke wijziging van de Huisvestingsverordening wordt de raad apart geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder Volkshuisvesting, Welzijn en Zuidwest Martijn Balster
8/8