RIS314746 Beantwoording SV Pak femicide aan
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
11 april 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Baboeram, luidend: ‘Pak femicide aan!’
OCW/10509167 RIS314746
Het raadslid mevrouw Baboeram heeft op 10 maart 2023 een brief met daarin 7 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 1 maart zeven jaar geleden trad het verdrag van Istanbul in werking. Het verdrag stelt harde eisen voor de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. In Nederland komt moord op vrouwen omdat ze vrouw zijn, oftewel femicide, 2,5 keer vaker voor dan moorden in het crimineel circuit. In Frankrijk en Spanje is het aantal femicides lager dan in Nederland. Toch is er in die landen wel veel aandacht voor en protesten tegen femicide. 1.
In de afdoening van de motie ''Pilot onderzoek femicide in Den Haag'' worden er cijfers van femicide gegeven van 2015 tot aan 2020, die door de politie-eenheid Den Haag zijn verstrekt. Zijn deze cijfers er ook voor na 2020? Zo niet; is het college bereid om deze cijfers op te vragen bij de politie-eenheid Den Haag?
Zoals in de afdoening van de motie “Pilot onderzoek femicide in Den Haag” (RIS306749) is aangegeven, is een eenvoudige wijze van registeren, monitoren en verzamelen van data over femicide in Den Haag niet mogelijk gelet op het feit dat de politie gebruik maakt van een landelijk registratiesysteem. Exacte cijfers over de situatie in Den Haag zijn dan ook moeilijk uit de systemen te generen. Destijds is door de politie-eenheid Den Haag onderzoek verricht om cijfers te achterhalen. De politie-eenheid Den Haag heeft ons nu een indicatie kunnen geven van het aantal zaken waar mogelijk sprake was van femicide. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat er sprake is van moord op een vrouw omdat zij vrouw is of dat het een moord op een vrouw door een man betreft gemotiveerd door onder andere minachting, een gevoel van eigendom of de veronderstelling dat een vrouw ondergeschikt is aan een man. Vanaf 1 januari 2020 tot heden waren er in Den Haag 23 moord- c.q. doodslagzaken. Hiervan hadden acht slachtoffers het vrouwelijke geslacht. In zes gevallen was er sprake van (ex-) partnerdoding, in één geval van moord c.q. doodslag van seksuele aard waarbij geen relationeel verband bestond en één geval dat buiten de hierboven beschreven uitgangspunten valt.
Voor GroenLinks is femicide onacceptabel en is van mening dat er meer moet gebeuren qua burgerinzet op preventie en meer genderbewust beleid. Eén op de tien Nederlandse jongeren vindt dat een man zijn vriendin/vrouw mag slaan. Dat moet anders! 2.
Op welke manier worden burgers nu bewust gemaakt van femicide? Zijn er programma's om vooral jongeren bewust te maken van femicide en huiselijk geweld tegen vrouwen?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10509167
Door de inzet van diverse (landelijke) mediacampagnes wordt ingezet op het creëren van meer bewustwording bij burgers rondom huiselijk geweld en vervolgens wat zij kunnen doen bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zo is er op 8 maart jl. op Internationale Vrouwendag veel aandacht in de media geweest voor femicide. Daarnaast is het creëren van bewustwording van Haagse burgers over hun rol en verantwoordelijkheid in gendergelijkheid en het voorkomen van geweld tegen vrouwen een ankerpunt in het uitvoeringsprogramma Vrouwenemancipatie ‘Gelijke Kansen voor Haagse Vrouwen’ (RIS307292). Jongeren zijn daarbij altijd een primaire doelgroep in publiekscampagnes en evenementen die in deze lijn worden uitgevoerd, zoals de campagne tegen straatintimidatie en de jaarlijkse Orange the World-evenementen. Daarnaast subsidieert de gemeente verschillende projecten van Centrum 16.22, de Haagse uitvoeringsorganisatie op seksuele en relationele vorming van jongeren en kinderen. De projecten hebben als doel jongeren bewust te maken van gender stereotypering, discriminatie, seksueel grensoverschrijdend gedrag en (huiselijk) geweld in afhankelijkheidsrelaties. 3.
In de Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022 wordt gesteld dat professionals kennis hebben om huiselijk geweld te signaleren. Om welke professionals gaat dit? En is bekend of er ook aan vroeg-signalering wordt gedaan door deze professionals?
Het betreft hier professionals die werkzaam zijn in de volgende sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en justitie. Deze professionals zijn op basis van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht om zich te houden aan de meldcode. 4.
Worden buurthuizen betrokken bij preventie en vroeg-signalering van huiselijk geweld tegen vrouwen?
Ja, diverse organisaties in Den Haag hebben op basis van de subsidieregeling Preventie en vroegsignalering huiselijk geweld (RIS312635) voor dit jaar een subsidieaanvraag kunnen indienen om activiteiten te verrichten op het terrein van preventie en vroegsignalering. Deze subsidies zijn inmiddels allemaal verleend. Bij sommige activiteiten, bijvoorbeeld de activiteiten die Stichting Soneca verricht in het kader van preventie en vroegsignalering van vrouwelijke genitiale verminking, worden ook buurthuizen betrokken. 5. Worden scholen betrokken bij preventie en vroeg-signalering van huiselijk geweld tegen vrouwen? Ja, de GGD organiseert diverse trainingen voor professionals, onder andere voor docenten of schoolmaatschappelijke werk. Op de website van de regiovisie www.meldcodehaaglanden.nl is een stappenplan met betrekking tot de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgenomen voor iedereen die in het onderwijs werkzaam is. Professionals in het onderwijs kunnen om advies vragen bij Veilig Thuis Haaglanden en zijn verplicht om het afwegingskader te gebruiken bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. 6.
Indien mogelijk; kan het college een update geven hoe de politie-eenheid Den Haag femicide en huiselijk geweld tegen vrouwen tegengaat?
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10509167
De politie werkt nauw samen met partners, zoals Veilig Thuis Haaglanden, het Openbaar Ministerie en de reclassering, zodra er sprake is van een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. Bij acute onveiligheid wordt, waar mogelijk met Veilig Thuis samen, direct ingegrepen om het geweld te kunnen stoppen. In deze gevallen wordt door Veilig Thuis een veiligheidsbeoordeling opgesteld en doet de politie onderzoek naar de strafbare feiten. Veilig Thuis, de politie en indien nodig andere partners stemmen af over de te treffen veiligheidsmaatregelen. Vervolgens wordt samen met de gemeente (het lokale team) en zorgorganisaties, zoals jeugdhulporganisaties en Perspektief, hulp ingezet en gewerkt aan structurele veiligheid. Zoals benoemd in de brief van de burgemeester (RIS314298) is bij de politie aandacht voor deskundigheidsbevordering bij meldkamerfunctionarissen. Meldkamermedewerkers en medewerkers van het Regionaal Service Centrum (zij beantwoorden het telefoonnummer 0900-8844) krijgen een e-learning aangeboden. Er wordt aandacht besteed aan hun rol bij meldingen van huiselijk geweld (o.a. wat kunnen ze wel/niet tegen slachtoffers zeggen, wat kunnen ze slachtoffers aanbieden etc.). Tevens zijn medewerkers geïnformeerd over hoe zij intern kunnen overleggen met deskundige collega’s. 7.
Is het college bereid om bij de politie-eenheid Den Haag aan te dringen om het zo laagdrempelig mogelijk te maken voor vrouwen om aangifte te doen rond huiselijk geweld?
Het college onderschrijft het belang van een laagdrempelige manier van aangifte doen door slachtoffers van huiselijk geweld. De politie zet hierop nu al in door specifieke aandacht te besteden aan aangifte door slachtoffers van huiselijk geweld. Zo worden deze aangiftes direct of zo spoedig mogelijk opgenomen en wordt er rekening gehouden met specifieke wensen van het slachtoffer, zoals de locatie van het doen van aangifte of het geslacht van de agent. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3