RIS314723 Beantwoording SV Tegenprestatie bijstand verplichten
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
21 juni 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heren De Mos en Martini, luidend: ‘Tegenprestatie bijstand verplichten’
SZW/10504621 RIS314723
De raadsleden de heren De Mos en Martini hebben op 3 maart 2023 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Heeft het college kennisgenomen van de studie naar “De effecten van de tegenprestatie in de bijstand”?
Ja, het college heeft hier kennis van genomen. 2.
Hoe wil het college deze 4 positieve effecten, te weten, 13% minder medicijngebruik, 28% minder psychische klachten, 2% uitstroom naar een betaalde baan en verbetering van het lot van de kinderen van mensen in de bijstand, beoordelen?
Voor alle vier de positieve effecten geldt dat het niet aantoonbaar is dat deze resultaten het gevolg zijn van het instrument tegenprestatie. Wat hiermee vooral wordt aangetoond is dat het activeren van mensen positieve effecten kan hebben. Het deelnemen aan de samenleving door middel van participatie waar mogelijk draagt daarbij zowel fysiek als psychisch bij aan een betere gezondheid van de burger. Meedoen, of dit nu is door betaald werk of met onbetaald werk, heeft effect op het leven van mensen. 3.
Kan het college mededelen hoe het met de uitstroom van bijstandsgerechtigden in Den Haag er voorstaat?
Het college rapporteert hier jaarlijks over in de Programmarekening. In 2022 stroomden 2811 bijstandsgerechtigden uit de bijstand. 4
Kan het college mededelen hoe vaak er maatregelen getroffen zijn die tot verlaging van de uitkering hebben geleid? Graag een gedetailleerd antwoord.
In 2022 zijn er 891 maatregelen opgelegd die tot een verlaging van de uitkering hebben geleid (het gaat hier om ca. € 0,5 mln.). Voorbeelden van een gedraging waarop een maatregel volgt zijn: het weigeren van meewerken aan een door het college aangeboden voorziening, het verspelen van een baan, bemiddeling belemmeren. Een maatregel wordt als laatste redmiddel ingezet als op een andere manier geen gedragsverandering te voorzien is. Tegelijkertijd hebben deze maatregelen het doel mensen te motiveren weer aan het werk te gaan.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/10504621
5.
Ziet het college aanleiding om de verplichte tegenprestatie voor mensen in de bijstand a la Rotterdam te intensiveren? Zo niet, waarom niet? In geval het antwoord “ja” is hoe zien die maatregelen er dan uit?
De gemeente Rotterdam gaat de bestaande aanpak op de tegenprestatie herzien omdat deze niet heeft geleid tot een verhoogde uitstroom naar werk vanuit de bijstand. Het college ziet geen aanleiding om het staande beleid te wijzigen. We streven ernaar dat iedereen meedoet en sluiten daarbij aan bij de intrinsieke motivatie van de inwoners van Den Haag. We zien dat mensen die al lange tijd inactief zijn geweest hierdoor in beweging komen en zelfvertrouwen opbouwen. Het Haagse beleid van gelijkwaardig meedoen heeft tot doel dat elke burger op zijn of haar niveau participeert in de samenleving met als resultaat gezonde burgers. 6.
Als we de percentages nemen die in vraag 2 vermeld zijn, wat zou dat dan voor onze bijstandsdienst betekenen? Graag een gedetailleerd antwoord.
Zoals vermeld in het antwoord op vraag 2, is niet aangetoond dat de positieve effecten het directe gevolg zijn van het instrument tegenprestatie. Aangezien de bijstandspopulatie van Den Haag en Rotterdam verschillend is en de instrumenten die ingezet worden anders zijn, is het niet mogelijk een uitspraak te doen over welke effecten de Rotterdamse aanpak zou kunnen hebben voor mensen in de bijstand in Den Haag. Echter zien we dat het wel van belang is dat mensen meedoen in de maatschappij daarom ontwikkelt het Gelijkwaardig Meedoen Lab innovatieve trajecten om mensen uit de bijstand te activeren. Door middel van vrijwilligerswerk en activeringstrajecten zien we dat deelnemers zich doorontwikkelen en weer volwaardig kunnen meedoen in de samenleving. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2