RIS314638 Beantwoording SV Mogelijk bestuurlijk kannibalisme 9
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
29 maart 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Martini, Bom en Martinez van Andel, luidend: ‘Mogelijk bestuurlijk kannibalisme 9’
DSB/10483849 RIS314638
De raadsleden de heren Martini, Bom en Martinez van Andel hebben op 21 februari 2023 een brief met daarin zestien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Ter voorbereiding op het belangrijke debat inzake stikstof in de commissie Ruimte van donderdag avond 16 februari 2023 hebben raadsleden Martini, Bom en Martinez van Andel een aantal niet politieke – meer technische – vragen opgesteld op 17 januari en aan de griffie gevraagd of deze vragen een beantwoording konden krijgen voordat de commissievergadering zou plaatsvinden. 1.
De griffie ging hiermee aan de slag en legde het verzoek voor aan betrokken wethouders (18 januari 2023).
2.
Op onze vragen is nooit een antwoord gekomen! Dat is raar. In tweeërlei opzicht. Ten eerste omdat in het gebruikelijke verkeer tussen raadsleden en het college op een brief een antwoord komt. Ten tweede omdat het hier een bijdrage betreft die de discussie en besluitvorming kan versnellen. Niet de formele weg maar gewoon een paar vragen ter voorbereiding. Weten waar je aan toe bent.
3.
De commissie Ruimte (31 januari, 14 dagen na onze informatieve vragen) besloot wel iets te doen aan een technische vragenronde. Prima maar dat heeft niets te maken met onze eerder gestelde vragen. Bovendien werd het geen technische vragenronde maar een technische inloop waar vragen gesteld konden worden.
4.
De Technische Inloop wordt vastgesteld op een maandagmiddag (13 februari) waarop zoals de laatste 10 jaar gebruikelijk de fractie van Hart voor Den Haag/Groep de Mos zijn fractievergadering heeft. Daar werden overigens niet de vragen van ons beantwoord. De beperkt aanwezige raadsleden konden uit de losse pols vragen stellen die dan door aanwezige ambtenaren beantwoord werden.
5.
De vragen van ons, een maand eerder gesteld, werden daar niet behandeld of beantwoord.
6.
De ambtenaren zo bleek hadden de antwoorden wel bij zich, een collegelid was ook aanwezig, ook hij beantwoorden onze vragen niet, waarom niet? De beschikbare antwoorden werden ook niet uitgedeeld.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
7.
Nu had op onze vragen natuurlijk gewoon schriftelijk een afdoening kunnen plaatsvinden zodat wij ons goed op de vergadering konden voorbereiden. Ook zou het de besluitvorming enorm bevorderd hebben als de antwoorden in de “technische inloop” schriftelijk ter beschikking waren voor alle raadsleden die aan de commissievergadering zouden deelnemen.
8.
Bij de commissievergadering 16 februari jl. waren 3 collegeleden aanwezig. Geen van deze 3 heeft de moeite genomen om ons informeel over de antwoorden te informeren.
9.
De commissiebehandeling heeft niet tot beantwoording van onze vragen geleid.
Ten einde antwoorden te krijgen op onze vragen van ruim een maand geleden blijft niets anders over dan de bureaucratische weg in te slaan en maar weer een reeks van schriftelijke vragen te stellen. 1.
Heeft het college kennisgenomen van de in de inleiding beschreven gang van zaken?
Ja. Het college herkent zich hier niet in. 2.
Wil het college een oordeel geven over de gang zaken?
Het college is van oordeel dat in de procedurevergadering een duidelijke procedure was afgesproken door uw raad, namelijk dat de raadsleden mondeling vragen konden stellen tijdens de technische inloopronde in de Haagse Lobby op 13 februari van 16.00 tot 17.30 uur. Het college is van mening dat het binnen dit kader de raad naar behoren heeft bediend. 3.
Kan het zijn dat het college een angstcultuur heeft als het gaat om ruimhartig tijdig en volledig informatie te verstrekken? Ook als er in een breder perspectief naar de informatieverstrekking gekeken wordt, o.a. het lastig te kwalificeren optreden van het collegelid dat belast is met Scheveningen in de laatste raadsvergadering inzake de Kust Gezond.
Het college herkent zich niet in deze karakterisering. 4.
Het is toch een teleurstellende oplossing om 3 dagen voordat er een commissievergadering is, een technische inloopbijeenkomst te houden en daarvan vervolgens geen verslag op tijd aan de commissie ter beschikking te stellen. Is het college niet van oordeel dat dit ver weg staat van een goede voorbereiding en het raadswerk niet bevorderd?
Het college deelt uw oordeel niet. Zie het antwoord op vraag 2. 5.
Welke status in het voorbereidingsproces moet toegekend worden aan “Technische Inloop” en als het college dit een wenselijk instrument vindt, dienen hieraan dan geen voorschriften om de raad niet ineens b.v. 3 dagen voor de vergadering voort het blok te stellen? De planning van de vergadering over stikstof liet te weinig tijd voor een ordentelijke beantwoording van een technische vragenronde.
Zie het antwoord op vraag 2.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
De vragen zoals gesteld op 17 januari 2023 6.
Bouwproductie. Effectief gezien betekenen de 2.700 woningen die direct betrokken zijn bij de bouwstop een jaar bouwproductie in Den Haag. Is bij deze vertraging ook rekening gehouden met de vervolg-effecten? De vertraging zal ongetwijfeld voor de gemeente minder inkomsten betekenen (later belasting, erfpacht, leges,) Is daarvan al een schatting te maken? Daarbovenop komen de stijgingen van lonen en de bouwkosten die de businesscase van de diverse bouwers/projectontwikkelaars aantasten. Is het effect van deze financiële effecten al meegenomen in de vertraging van de 2.700 of gaan deze effecten nog verder optreden en bijgevolg een verder uitstel opleveren? Is al te bepalen wat het gevolg is voor de lijst woningzoekende? De vertraging betreft dat projecten die gekenmerkt worden door de bouw van sociale woningen c.q. betaalbare koop en huurwoningen?
Bij de inschatting van deze vertraging is geen rekening gehouden met de vervolgeffecten. De vertraging is het resultaat van het vervallen van de bouwvrijstelling die door de Raad van State op 2 november 2022 is vernietigd. De duur van de vertraging loopt sterk uiteen. In sommige gevallen bestaat de vertraging uit het doen van (aanvullend) stikstofonderzoek naar de bouwfase en daarmee enkele weken. In andere gevallen is nader onderzoek nodig, gevolgd door een passende beoordeling of de plicht om een natuurvergunning aan te vragen in samenhang met het treffen van maatregelen en daarmee een vertraging van maanden en misschien meer. Het is waarschijnlijk dat de vertraging van projecten ook gevolgen zal hebben voor de gemeentelijke inkomsten. Een goede inschatting is daarvan vooralsnog niet te maken, daar van uitstel lang niet altijd afstel komt en we ook niet goed kunnen bepalen welke andere factoren – denk aan hogere bouwkosten door gestegen grondstoffenprijzen, hogere hypotheekrente – leiden tot uitstel en mogelijk afstel van bouwprojecten.. De vertraging heeft vooral effecten op grote (woningbouw)projecten, waarbij ook de afstand van het project tot Natura 2000-gebieden van groot belang is. Het type woning is minder relevant en in de praktijk heeft de uitspraak effect op alle woningbouwprojecten van enige omvang.
Woningzoekenden zullen bij vertraging van de bouwproductie per saldo langer moeten wachten op een woning. 7.
WarmtelinQ. Wanneer is/wordt bekend de geactualiseerde Aerius berekening voor de WarmtelinQ? Kan de commissie deze berekening ook ontvangen? Wat zijn de gevolgen voor de business case van de aanleg van de WarmtelinQ? De ODH: welk collegelid is daarvoor primair verantwoordelijk? Is het waar dat de ODH geen eigen handhavingsunit heeft en deze uitbesteed heeft? Is het waar dat ondanks de rechterlijke uitspraak eind vorig jaar de ODH voor de aanleg van de WarmtelinQ geen bouwstop heeft opgelegd?
Bij WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag gaat het om tijdelijke stikstofdepositie als gevolg van de aanleg. In 2021 zijn Aerius-berekeningen uitgevoerd die zijn betrokken op het opstellen van een passende beoordeling. Deze Aerius-berekeningen en de passende beoordeling zijn ook aan het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Vlaardingen-Den Haag door Provinciale Staten ten grondslag gelegd. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State in de PORTHOS zaak heeft Gasunie/LdM C.V. in december 2022 opnieuw een vergunningaanvraag op de Wet Natuurbescherming bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) ingediend. Half januari 2023 is de Aerius-methodiek door het RIVM geactualiseerd. WLQ laat een nieuwe Aerius-berekeningen maken en zal de aanvraag op dit punt aanvullen. De Aerius-berekeningen van 2021 zijn in te zien als bijlage 20 van het PIP (zie https://pzh.notubiz.nl/document/10610592/1/PIP+Bijlage+20+Passende+beoordeling). Het PIP is vastgesteld op 13 oktober 2021 door Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland. De nieuwe Aerius-berekeningen zijn nog niet gereed en maken deel uit van de vergunningaanvraag. Toesturen is mogelijk op het moment dat deze stukken openbaar worden.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
Wij hebben geen inzicht in de gevolgen voor de business case van een project van Gasunie/LdM C.V. Wethouder Kapteijns is de verantwoordelijke portefeuillehouder voor de gemeentelijke opdrachtverlening aan het ODH. De uitvoering van de Wet natuurbescherming (Wnb) is echter een taak van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie. In Zuid-Holland hebben GS de beoordeling en afhandeling van Wnb-vergunningen via een gemeenschappelijke regeling belegd bij de Omgevingsdienst Haaglanden en de handhaving daarvan bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Er is sprake van een taakverdeling en niet van uitbesteding door de ODH. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft toezicht en handhavingstaken in het kader van de Wnb. Bij de provincie Zuid-Holland is een verzoek tot handhaving ingediend in het kader van de Wnb voor het project WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag. Dit verzoek ligt momenteel ter beoordeling bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. 8.
WarmtelinQ en waterstof. In artikel BinnenlandsBestuur 18 oktober van de heer Jürgen Tiekstra komt de vraag voor hoe leg je uit dat waterstof gebruikt kan worden in plaats van warmte. Waterstof als volwaardig alternatief voor warmte en geen desinvesteringen. Het aanleggen van de WarmtelinQ gaat gepaard met fossiele brandstof als opwekking en de aanleg en distributie van de pijp zijn ook gevoelig voor stikstofuitstoot. Hoe ziet de milieuvergelijking en berekening eruit tussen warmte af te nemen van de WarmtelinQ en de aansluitende stadsverwarmingspijpen (distributie) en het blijven gebruiken van het al liggend gasnet voor waterstof? Wat zijn de effecten voor de portemonnees van de consument? (Graag bron van de berekeningswijze en de aannames).
In de publicatie Waterstof voor de gebouwde omgeving van het Planbureau voor de Leefomgeving, in de Rapportage Aardgasvrije Gebouwde Omgeving 2022 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en in vele andere rapportages wordt geconcludeerd dat het niet waarschijnlijk is dat waterstof vóór 2030 op enige schaal van betekenis kan worden toegepast voor verwarming van gebouwen. Op dit moment wordt vooral veel grijze waterstof geproduceerd ten behoeve van industriële toepassingen, bijvoorbeeld voor de productie van kunstmest. Indien groene waterstof – die gemaakt wordt door elektrolyse van water door duurzaam opgewekte stroom – beschikbaar komt in grotere hoeveelheden, zal eerst deze grijze waterstof – geproduceerd met aardgas met een hoge uitstoot van CO2 – moeten worden uitgefaseerd, alvorens kan worden gedacht aan andere toepassingen. Voor verwarming van huizen is de inzet van (groene) waterstof niet voor de hand liggend, omdat deze veel minder energie-efficiënt is dan verwarming via warmtepompen waarvoor (duurzaam opgewekte) elektriciteit direct gebruikt kan worden. De effecten van verwarming door middel van waterstof op de portemonnee van de consument zijn op dit moment niet goed te bepalen, omdat grootschalige productie van groene waterstof ver in het verschiet ligt, en transport- en leveringsprijzen nog volstrekt onduidelijk zijn.
Bovendien is het gebruik van het bestaande aardgasnet niet zo eenvoudig als in de vraag wordt gesuggereerd: aardgasleidingen moeten geschikt gemaakt worden voor het transport van waterstofgas en bestaande CV-ketels moeten omgebouwd worden voor de verbranding van waterstofgas. Het gebruik van industriële restwarmte die nu in de lucht verdwijnt, is zeker tot na 2030 een veel efficiëntere oplossing. Het inzetten van deze restwarmte vervangt CV-ketels en zorgt ervoor dat de STEG-energiecentrale op het De Constant Rebecqueplein minder gas hoeft te verbruiken om de basislast warmte voor het Haagse warmtenet op te wekken. Dit leidt tot behalve tot minder CO2-uitstoot tot minder NOx-uitstoot en daarmee minder stikstofdepositie. 9.
Stikstofdepositie, 80% van de stikstof depositie komt van buiten de gemeentegrenzen en 20 % van het Haagse grondgebied. Over de 20% In de brief staat dat de uitwerpselen van honden een grote bijdrage aan de depositie oplevert. Graag de berekeningsmethode hiervan.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
Betekent dat het opruimbeleid dat al jaren van kracht is hierin de stad niet a. Werkt of b. Niet worden gehandhaafd? Hoeveel is de stikstofdepositie van de katten? De berekeningsmethode. (Graag op basis van het aantal katten dat in huishoudens actief is in een tuin, plantsoen en de m3 van de wilde katten.) De stikstofdepositie van de bewoners van de stad. Graag per inwoner en per woning. Ook hier graag een opgave en berekeningsmethode van de stikstofdepositie van de dagelijkse faeces van de Hagenaar. In de Aerius-calculator kunnen honden niet als stikstofbron worden ingevoerd. Het is echter wel mogelijk de stikstofeffecten van honden in te schatten aan de hand van de emissiefactor per hond. Dit is in het artikel https://www.stikstofdatabase.nl/analyse-stikstof-depositie/8-hondenpoep-enwoningbouw-bij-de-bosjes-van-poot ook gebeurd. In de commissiebrief ‘Effect van honden op groen en natuur’ (RIS313049) is de volgende passage opgenomen: “Honden zijn van nature carnivoren en volgen als gevolg daarvan doorgaans een dieet van grotendeels dierlijke eiwitten. De concentraties aan stikstof- en fosforverbindingen die fungeren als plantenvoedingsstoffen zijn in hondenuitwerpselen en -urine als gevolg hiervan dan ook veel hoger dan die van herbivoren, zoals koeien en schapen, waarvan het dieet voor een substantieel deel uit plantaardige koolhydraten bestaat.
De hoeveelheid stikstof in hondenurine en hondenuitwerpselen is vrijwel gelijk. […] De atmosferische depositie van stikstof varieert in Europa, afhankelijk van de locatie tussen de 5 en 25 kg N/ha/jr. Onderzoekers van de Universiteit van Gent kwamen tot de conclusie dat honden hier gemiddeld 11 kg N/ha/jr aan toevoegen. Zij concluderen dan ook dat honden een niet te negeren, substantiële en onderschatte bron van voedingstoffen zijn voor (semi-) urbane ecosystemen.” Dit blijkt ook uit eerder uitgevoerd onderzoek door de Universiteit Gent. Aanscherping van de opruimplicht kan niet het hele probleem oplossen. Daarnaast is het de vraag of alle Hagenaars zich perfect aan de opruimplicht zullen houden, zeker in een gebied waarin honden gedeeltelijk los kunnen lopen, zoals de Bosjes van Poot. Het aanbrengen van groene omheiningen met dichte struiken kan een optie zijn om de handhaving te bevorderen. Per kat bedraagt de emissiefactoren van ammoniak ongeveer 30% van die van een hond. Voor de stad Den Haag is de totale ammoniakemissie van katten daarom relatief beperkt. Ook is er geen sprake van sterke lokale belasting van delen van Natura2000-gebieden door kattenuitwerpselen, omdat katten – anders dan honden – doorgaans niet door hun baasjes worden meegenomen om uitgelaten te worden. Meer dan huisdieren zorgen menselijke lichamen voor de uitstoot van ammoniak.
In Den Haag gaat het om zo’n 160.000 kg ammoniak per jaar, waarbij de ammoniakuitstoot wordt ingeschat op 0,3 kilo NH3 per jaar. Het gaat hierbij vooral om de emissie van ammoniak uit zweet en in mindere mate door ademen. Hierbij zij aangetekend dat deze cijfers met grote onzekerheid zijn omgeven en bovendien mede afhankelijk zijn van het gedrag van mensen. Het valt te vrezen dat Hagenaars die sporten in de Natura2000-gebieden zorgen voor relatief veel stikstofdepositie. Ter nuancering: de totale stikstofdepositie door menselijke lichamen is beperkt in vergelijking met die van andere bronnen van stikstof.1 Dan nog enige nadere vragen. 10. A. Het Europese Parlement heeft een beslissing genomen over de CO2 belastingheffing, dit betekent dat alles met CO2 uitstoot veel duurder wordt. Om te beginnen hoe wordt de lozing van fossiel water nu geprijsd?
1
Zie https://www.inzichten.nl/overlucht/documenten/15a.%20Ammoniakemissie%20door%20de%20mens.pdf
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
B. Het is vuil industrieel afvalwater dat de smeerpijp wordt ingepompt (vergeet de nieuwe verhullende definitie dat het thermische vervuiling is). De consument is de uiteindelijke betaler. In het Haagse geval worden de arme stadsdelen in Zuidwest hiervoor aangeslagen. Hoeveel gaat dit Europese belasting effect, extra prijsverhoging voor de end-users opleveren? Het is het college niet geheel duidelijk wat met de term ‘fossiel water’ wordt bedoeld. In algemene zin leidt het gebruik van de industriële warmte die nu in de lucht verdwijnt tot een sterke netto CO2reductie. Omdat bewoners van Zuidwest in veel gevallen van het gas gaan en daardoor voor hun warmtevoorziening veel minder CO2 gaan uitstoten, mag juist worden verwacht dat de levering van warmte via WarmtelinQ potentieel juist leidt tot een lagere CO2-belasting voor de betrokken burgers. Hierbij zij aangetekend dat nog niet duidelijk is hoe de Europese CO2-belasting zal worden doorberekend aan Nederlandse consumenten en wat dit betekent voor de huidige energiebelasting. 11.
Tel de vertraging (stilleggen van de aanleg, de nieuwe te doorlopen vergunningaanvragen), de stijging van de bouwkosten, stijging loonkosten, inflatie, de energieprijzenverhoging bij elkaar op en deze verhoging van de CO2 belasting, dan is de vraag; hoeveel gaat de consument en de bedrijven die op de WarmtelinQ worden aangesloten extra bijbetalen? Wil het college een indicatieve kostenoverzicht geven?
De gemeente gaat niet over de berekening van de tarieven voor de warmte die via WarmtelinQ aan bewoners en bedrijven zal worden geleverd. In genoemde kosten heeft de gemeente geen inzicht. Overigens biedt de huidige Warmtewet gebruikers van warmtenetten bescherming tegen te hoge tarieven volgens het ‘Niet meer dan anders’-principe. Ook de nieuwe Warmtewet zal waarborgen tegen te hoge warmtetarieven voor consumenten kennen. 12. Heeft het college een beeld van hoeveel energie decentraal wordt opgewekt in de komende 15 jaar? Denk aan de komst van zonnepanelen, de decentrale lokale energieopwekkingsmaatschappijen (WKO), hiermee zal de behoefte aan en afname van warmte van de WarmtelinQ natuurlijk verminderen, of te wel de kostprijs van de afname bij gedwongen consumenten zal alleen maar toenemen. Heeft het college enige ideeën hoeveel? Indien het collegebeleid van isoleren succesvol is, hoeveel minder warmtevraag zal dat dan opleveren? Het college beschikt over globale ramingen voor de decentrale opwek van energie. Deze kennen een grote mate van onzekerheid. Het landelijke en gemeentelijke beleid op het gebied van isolatie en labelverbetering zal naar verwachting leiden tot een fors mindere vraag naar energie en met name warmte.
Wij hopen in dit verband dat ook particuliere eigenaren en ondernemers het nodige zullen doen om hun panden te isoleren, teneinde daarmee ook hun energievraag terug te dringen. Zoals u uit onder meer de Transitievisie Warmte kunt opmaken, zal de warmtevraag van Den Haag echter vele malen groter blijven dan wat er lokaal opgewekt zal kunnen worden. De zorg dat de warmte van de WarmtelinQ onvoldoende afzet zal kunnen vinden als gevolg van decentrale energie-opwek en als gevolg daarvan zal leiden tot hogere prijzen voor consumenten, delen wij derhalve niet. 13. 80% van de stikstof komt van buiten de stad. Voor heel Nederland komt 100% van buiten ons vaderland. Rotterdam is de gemeente die onze stad Den Haag het meest vervuild (Industrieel complexen, Maasvlakte, mammoetschepen op zwaar vervuilde stookolie). Rotterdam geeft aan bedrijven die het water met kokend heet industrieel afvalwater 100% vervuilen, vrijstelling op de CO2 belasting. Dat betekent voor Den Haag meer maatregelen ter bescherming van onze natuur en nog drastischere ingrepen in de stad. Waarom treedt de gemeente niet hard op tegen Rotterdam? En met het faciliteren van de aanleg van de smeerpijp helpt het Rotterdamse bedrijven ten koste van onze inwoners en bedrijven.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10483849
Als we in het MRDH samenwerken kan er dan niet eens een bestuurlijk overleg plaatsvinden over deze problematiek? In dit verband, wanneer heeft het college dit punt ooit aan de orde gesteld? De Rotterdamse haven en het daaraan gerelateerd industriële complex vervullen belangrijke economische functies voor de nationale en Europese economie. Ook de Haagse economie is hiervan mede afhankelijk. De verduurzaming van deze bedrijvigheid is een verantwoordelijkheid van de betrokken ondernemingen, het Rijk en de gemeente Rotterdam. In onze waarneming is de gemeente Rotterdam zich terdege bewust van deze opgave. Een bestuurlijk overleg over dit thema in MRDHverband zou hier geen toegevoegde waarde hebben. “Hard optreden” tegen Rotterdam zou in onze ogen zelfs contraproductief zijn en de goede samenwerking met Rotterdam in gevaar kunnen brengen. 14. Is het college bereid om de inwoners en bedrijven die afhankelijk zijn/worden van de WarmtelinQ of levering van stadsverwarming door Eneco te compenseren voor de effecten van de CO2 belasting? Nee. In onze ogen bestaat daartoe geen noodzaak. Zie verder de antwoorden op vraag 11 en 12. 15.
Hanteert het college nog het principe de vervuiler betaald? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin staat het college achter het principe ‘de vervuiler betaalt’. In de praktijk is de toerekening van kosten aan de vervuiler echter niet altijd eenvoudig. 16. Gelet op de commissiebehandeling van 16 februari jl. de volgende vraag. De chaotische sessie was wellicht iets gestructureerder geweest indien gewoon de vragen van 17 januari beantwoord waren geweest. En de beantwoording van de technische inloop gedistribueerd. Nu lijkt de hele gang van zaken op wat je als bestuurlijk kannibalisme zou kunnen duiden, maar daar denkt het college wellicht anders over? Het college heeft hier een andere opvatting over. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
7/7