RIS314547 Bijlage Memo toelichting vierde wijziging Verordening onderwijshuisvesting
Tekst van het document
Memo toelichting vierde wijziging Verordening onderwijshuisvesting 1. Inleiding Op 15 juli 2021 is de derde wijziging van de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015’ (denhaag.raadsinformatie.nl; RIS 309056) vastgesteld. De wijziging betrof onder meer: (1) de verplichting om behalve bij nieuwbouw ook in geval van revitalisering, renovatie of uitbreiding van schoolgebouwen te zorgen voor rolstoelvriendelijke gebruiksmogelijkheden, (2) de verplichting om op het moment van aanbesteden een financieel haalbaar bouwplan te hebben, (3) de vergoeding van inefficiënt vloeroppervlak in geval van renovatie met aansluitende nieuwbouw, (4) de vertaling van leerachterstanden in extra ruimtebehoefte van basisscholen, (5) de wijziging van de grondslag voor indeling en vergoeding van gymnastiekuren voor basisonderwijs en (6) de berekening ruimtebehoefte van het speciaal (basis)onderwijs (N-factor). Nadien heeft de gemeente zich tezamen met een aantal deskundigen vanuit de Haagse schoolbesturen gebogen over een volgende reeks van voorstellen, wederom met als basis de gemeentelijke nota “Onderwijshuisvesting in Den Haag; op weg naar een stedelijk IHP” uit 2019 (RIS 301793). Nog niet alle onderwerpen die aanleiding kunnen geven tot wijziging van de Verordening zijn al voldoende uitgewerkt en afgewogen, om deze op dit moment als raadsvoorstel voor te leggen.
Dit houdt met name ook verband met ons voornemen binnenkort een onderzoek te starten naar de mate waarin de normvergoedingen van onze gemeente adequaat zijn voor de bekostiging van hedendaagse scholenbouwprojecten. De thans voorgestelde inhoudelijke wijzigingen zijn als volgt. 2. Voorstel voor wijziging a. De uniformering van de ruimtenorm voor gymnasium, atheneum en lyceum tot één voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (VWO) In het kader van vereenvoudiging van regelgeving wordt voorgesteld de ruimtenorm voor gymnasium, atheneum en lyceum te uniformeren tot één voor VWO en deze te baseren op de huidige norm voor atheneum. Dit levert een te verwaarlozen verschil op ten opzichte van de huidige normering voor gymnasium en lyceum. De uniforme ruimtenorm ligt daarmee nog wel een fractie boven de adviesnorm van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). b. Een nieuwe rekenwijze voor eerste inrichting met leer- en hulpmiddelen en meubilair in het voortgezet onderwijs De gemeente vergoedt de eerste inrichting van schoolgebouwen met inventaris (leer- en hulpmiddelen en meubilair) die nog niet eerder van overheidswege is bekostigd. Voor onderhoud, reparatie en vervanging van bestaande inventaris ontvangen de schoolbesturen rechtstreeks een vergoeding van het Rijk.
In de huidige Verordening is de regeling vergoeding eerste inrichting in het voortgezet onderwijs nog gebaseerd op verouderde termen wat betreft schoolruimten en materialen. In het moderne onderwijs is een bredere invulling zichtbaar van bijvoorbeeld werkplekken voor leerlingen; niet meer alleen in lokalen, maar ook op leerpleinen en in studiecentra. Daarom wordt voorgesteld de rekenwijze te moderniseren en daarbij de methode uit de VNG-modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs te volgen. Deze gaat, zeker gezien de voor 2023 vastgestelde prijsindexering van 14,62%, uit van reële bedragen per schoolsoort en per m² bruto vloeroppervlak, waarin (verouderde) lokaalsoorten geen rol meer spelen. Hierdoor is de omvang vrij eenvoudig te berekenen. Bij de beoordeling van aanvragen zal per casus rekening gehouden worden met bekostiging van basisvoorzieningen voor scholen of vestigingen die qua leerlingenaantal nog in de opbouwfase verkeren. c. De standaardbekostiging van voorzieningen volgens de criteria voor bijna-energieneutrale schoolgebouwen (BENG) Sinds 2018 is in de Verordening een toeslag van 10% extra bekostiging opgenomen voor de bouw van schoolgebouwen volgens de criteria voor bijna-energieneutraliteit (BENG). Hiermee liep onze gemeente vooruit op landelijke regelgeving. Op 1 januari 2021 zijn BENG-eisen in het Bouwbesluit ingevoerd.
Daarom wordt voorgesteld de huidige toeslag van 10% voor BENG te laten vervallen en in plaats daarvan de normvergoeding voor investeringsprojecten (exclusief de toeslag voor paalfundering) standaard met 10% te verhogen, waarbij de BENG-eisen volgens het Bouwbesluit van
toepassing zijn. Dit ligt iets boven de 9,6% extra bekostiging die de VNG adviseert in haar modelverordening. Het verschil kunnen schoolbesturen bijvoorbeeld inzetten om ten behoeve van de exploitatie desgewenst betere energieprestaties te realiseren dan het minimum volgens het Bouwbesluit. d. De verhoging van het te vergoeden aantal uren voor gebruik van gymnastieklokalen bij ontbreken van speellokalen in het basisonderwijs Basisscholen hebben aanspraak op een gemeentelijke instandhoudingsvergoeding voor 1,5 klokuur (= 2 lesuren van 45 minuten) gymnastiek per bovenbouwgroep per week. Er is een wetswijziging van kracht geworden waarmee de vrijblijvendheid verdwijnt en de basisscholen verplicht worden om die 2 lesuren bewegingsonderwijs daadwerkelijk aan te bieden (Kamerstuk 34420 nr. 8, vergaderjaar 20182019). Voor kleutergroepen (onderbouw) wordt gebruik gemaakt van de in de schoolgebouwen aanwezige speellokalen. Daarvoor ontvangen de schoolbesturen rechtstreeks van het Rijk een vergoeding voor instandhouding. Niet alle scholen beschikken echter over een speellokaal of (bij voldoende omvang) een tweede of derde speellokaal. In dat geval (en tevens indien medegebruik elders niet haalbaar is) kunnen schoolbesturen ook voor kleutergroepen een klokurenvergoeding voor 1,5 klokuur bij de gemeente aanvragen voor gebruik van het gymnastieklokaal.
Gebleken is dat dit aantal niet in overeenstemming is met het werkelijke gebruik en dat 2,5 klokuur (= 5 wekelijkse lessen van 30 minuten) als norm wel recht zou doen aan de feitelijke situatie. Daarom wordt voorgesteld om (bij ontbreken van voldoende reguliere capaciteit voor het speelonderwijs) de vergoeding van gymnastiekzaalgebruik door kleuters te verhogen van 1,5 naar 2,5 klokuren per groep per week. Dit zal niet leiden tot een extra investeringsbehoefte voor gymnastieklokalen. Voor het speciaal (basis)onderwijs is reeds voorzien in voldoende klokuren voor kleuters (indien aanwezig). e. Het schrappen van de voorziening ‘verplaatsing of sloop van tijdelijke lokalen Voorgesteld wordt verplaatsing of sloop van tijdelijke lokalen (in casu noodlokalen) als voorziening uit de Verordening te schrappen. In voorkomende gevallen volstaan namelijk andere reeds in de Verordening opgenomen procedures en voorzieningen, welke de te schrappen voorziening overbodig maken.
-2-