RIS314542 Ciebrief Technische vragen havenverordening
Tekst van het document
Typ tekst
Anne Mulder Wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10473798 RIS314542 Contactpersoon
Otto den Ouden Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
10 februari 2023
otto.denouden@denhaag.nl
Onderwerp
Technische vragen Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023
Geachte voorzitter, De fracties van de ChristenUnie/SGP en de Partij voor de Dieren hebben technische vragen gesteld over de Verordening Scheveningen Haven Den Haag 2023. In deze commissiebrief ga ik daar nader op in. De vragen van de ChristenUnie/SGP: Vragen over bijlage 2: protocol brandgevaarlijke werkzaamheden en verpompen koudemiddelen aan boord van schepen. 1. Waarom is er gekozen voor een meldplicht van minimaal 24 uur voor aanvang van werkzaamheden vanaf categorie 2? Werkzaamheden vanaf categorie 2 moeten 24 uur voor aanvang gemeld worden, zodat er nog tijd is om een afweging te kunnen maken of deze werkzaamheden passen bij andere activiteiten in de haven. Gekozen is voor 24 uur. 2. Waarom is niet voor gekozen om een onderscheid te maken in aanmeldtijd voor werkzaamheden tussen de verschillende categorieën? Om bijvoorbeeld voor werkzaamheden in categorie twee een kortere aanmeldtijd in te stellen dan voor categorie 3? De aanmeldtijden voor verschillende categorieën zijn gelijk, omdat het niet nodig is om verschillende tijden te hanteren. 24 uur is genoeg om een goede afweging te maken. Vragen van de Partij voor de Dieren: 1.
Wat zijn de grootste veranderingen ten opzichte van de huidige verordening? De belangrijkste verandering is dat er nu regelgeving omtrent de werkzaamheden die in de haven worden uitgevoerd wordt ingevoerd waarbij de werkzaamheden zijn ingedeeld in categorieën en dat voor bepaalde categorieën een meldplicht geldt.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10473798
2. Wat zijn de grootste verschillen met de verordening van Amsterdam en Rotterdam? De grootste verschillen in de verordening zijn de grootte van de haven, het soort schepen dat de haven aandoet en het type werkzaamheden dat in de haven mag worden uitgevoerd. 3. Er is heel lang gewerkt aan deze verordening. Wat waren de voornaamste discussiepunten? Wat waren de belangrijkste punten van bewoners in de gesprekken? De voornaamste discussiepunten waren op welke wijze werkzaamheden in de haven zo veilig mogelijk uitgevoerd kunnen worden en de wijze van het melden van werkzaamheden. De bewoners konden op de concept Havenverordening reageren op het moment dat deze voor het indienen van zienswijzen ter visie heeft gelegen, daarop zijn geen reacties zijn binnengekomen. 4. Heeft het college gekeken naar mogelijkheden om via de verordening duurzaamheid te bevorderen? Welke maatregelen zijn uiteindelijk niet genomen en waarom? Het doel van de Havenverordening is de ordening, het gebruik, het beheer en de veiligheid in de haven te reguleren. 5. Waarom is niet gekozen om het gebruik van walstroom te verplichten? Walstroom is nog niet verplicht gesteld omdat nog niet alle schepen die frequent de haven van Scheveningen aandoen voorzieningen hebben om op de walstroom aan te sluiten. Verder zijn er in de haven ook nog niet op alle locaties punten om schepen aan te sluiten op de walstroom. 6.
Waarom is in deze verordening gebruik gemaakt van verschillende categorieën werkzaamheden? Door gebruik te maken van verschillende categorieën zijn de risico’s die bij een bepaalde categorie horen beter te mitigeren. Hoe hoger de categorie werkzaamheden hoe meer organisatorische en technische veiligheidsmaatregelen er getroffen worden. Hoe was dit voorheen geregeld? Voorheen werd er geen onderscheid gemaakt naar categorieën, dat is ook één van de redenen geweest om de verordening te actualiseren. Hoe verhoudt dit zich met de andere havens? De havens van Rotterdam en Amsterdam werken niet met categorieën. 7. Kunnen voorbeelden worden gegeven van activiteiten in de verschillende categorieën? Deze categorieën staan gedefinieerd in artikel 1.1 van de Verordening Scheveningen haven. 8. Waarom wordt voor de werkzaamheden aangegeven dat dit niet mogelijk is bij mogelijke schade of gevaar maar wordt hinder niet genoemd? Dit wordt wel in de Amsterdamse en Rotterdamse verordening genoemd. Het begrip hinder is moeilijk te objectiveren. Wat de een als hinder ervaart wordt door een ander niet als hinder ervaren. Meldingen over hinder zijn daardoor lastig af te handelen. Dit is de reden geweest dit begrip niet te hanteren.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10473798
9. Dezelfde vraag als de vorige voor het verbieden van schepen (artikel 4.3), het verbieden van het dumpen van stoffen (artikel 4.1) en het plaatsen van voorwerpen (Artikel 3.13). Waarom mist hierin het aspect van hinder? Doordat het uitdrukkelijk wordt verboden kan het aspect hinder achterwege worden gelaten (zie ook het antwoord op vraag 8). 10. Bij artikel 4.1a, wat is het toetsingskader (of hoe wordt beoordeeld) of een stof zorgt voor schade? Daar is geen toetsingskader voor. Dat hangt af van het soort stof dat ontsnapt en in welke concentratie. Metingen moeten dan uitwijzen welke maatregelen dan eventueel getroffen moeten worden. 11. Zijn er lijsten van stoffen die als schadelijk worden gezien? Zo ja, zijn die ergens in te zien? Ja, een lijst met deze stoffen wordt periodiek gepubliceerd. De laatste versie verscheen op 6 juli 2022 in de Staatscourant. Zie ook art 1.1 van de verordening. 12. Moeten schepen voor elke lozing toestemming vragen? Hoe wordt hierop gecontroleerd? Welke organisaties en/of functionarissen zijn hierbij betrokken? Koopvaardijschepen en vissersschepen mogen geen afval en resten bulkstoffen lozen. Een uitzondering geldt voor onschadelijk afval, voedselresten en ladingrestanten van vaste bulkstoffen die niet schadelijk zijn voor het milieu. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) controleert of schepen zich houden aan de eisen. 13.
Op welke manier is toegestaan dat schepen dingen lozen? Het is niet toestaan om dingen te lozen in de haven. 14. Kan worden toegelicht of er een afbakening is van de “domeinen” waaraan schade wordt getoetst (de objecten van schade)? Wordt schade aan de luchtkwaliteit bijvoorbeeld meegenomen? Wanneer er een incident plaats vindt in of rondom het havengebied bestaat er kans op schade. Wanneer schade optreedt zal deze worden getoetst. Het toetsen van schade aan de luchtkwaliteit zal vastgesteld worden door de concentraties van vrijgekomen stoffen te meten. 15. Waar in de ‘Wet voorkoming verontreiniging door schepen’ worden de schadelijke stoffen genoemd? Wat wordt bedoeld met “In deze wet worden alle schadelijke stoffen aangewezen” (pagina 15)? Dit zijn stoffen die vallen onder het toepassingsbereik van Bijlage I, II, III, IV of V van het Verdrag MARPOL 73/78. 16. Wordt in de ‘Wet voorkoming verontreiniging door schepen’ PFAS benoemd? Nee, PFAS wordt daarin niet genoemd. 17. Zo ja, is er de planning dat er striktere PFAS-normen komen (zoals bijvoorbeeld in 2026 bij drinkwater)? Voor zover bekend zijn er bij voorkoming van verontreiniging van schepen nog geen striktere normen voor PFAS in voorbereiding.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10473798
18. Worden ‘microplastics’ gezien als schadelijke stoffen? Micropastics zijn op dit moment niet opgenomen in lijsten met schadelijke stoffen. 19. Artikel 4.1.b gaat over een verbod op een vorm van afvalverwerking. Wat voor opties worden geboden aan schepen in de haven voor afvalverwerking? Dat is geregeld in artikel 4.14 van de verordening. Hiervoor is een erkend inzamelbedrijf aangewezen. 20. Zijn er richtlijnen of normen voor toegestane verlichting door schepen die varen? Ja, deze regels zijn vastgelegd in internationale regels van de International Maritime Organization (IMO) en nationaal in het Binnenvaartpolitiereglement bijlage 3. 21. Zijn er richtlijnen of normen voor toegestane verlichting door schepen die stilliggen? Ja, in het Binnenvaart politiereglement bijlage 3 staat dat een afgemeerd schip ten minste 1 rondom schijnend licht moet tonen. Daarnaast moet de bemanning zich veilig over het schip kunnen bewegen zonder gevaar op struikelen en vallen. De toegang tot het schip dient voldoende belicht te zijn zodat een veilig manier van aan bood komen of gaan gewaarborgd is. 22. Waarom wordt de bevoegdheid om schepen de toegang te weigeren niet ook (deels) bij het college neergelegd, zoals in Amsterdam en Rotterdam het geval is? De bevoegdheid om schepen de toegang te weigeren is in deze verordening ook geregeld, zie artikel 3:10 lid 2. 23.
Kan worden aangegeven waarom werkzaamheden aan boord met gebruik van “open vlam” heetwerk wenselijk is in de hele Scheveningse haven? Is dit veilig? Tijdens ‘normaal’ sleutelwerk kan zich iets voor doen waardoor er een reparatie moet plaats vinden waarbij heetwerk noodzakelijk is maar het schip door de aard van de werkzaamheden niet meer op eigen kracht verplaatst kan worden. Dit is veilig, omdat heetwerk met open vlam altijd getoetst wordt. Er wordt beoordeeld of er voldoende technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen worden getroffen. Alleen wanneer dit voldoende is mogen dit soort werkzaamheden worden uitgevoerd op betreffende locatie en kan dit veilig worden uitgevoerd. De veiligheidscoördinator zal altijd controleren of de vermelde veiligheidsmaatregelen daad werkelijk zijn uitgevoerd. Indien de werkzaamheden met open vlam niet veilig op een bepaalde locatie kan plaatsvinden dan wordt er geen toestemming verleend zal het RMT daarover met de melder in gesprek gaan om dit knelpunt op te lossen. 24. Waar is het toegestane 400 kg ammoniak op de schepen te laden op gebaseerd? Dit is gebaseerd op de inhoud van één vat welke gebruikt wordt voor transport van ammoniak.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10473798
25. Wie is verantwoordelijk voor de handhaving van de verschillende bepalingen? Zijn dit ook gemeentelijke Boa’s? Het toezicht op de huidige Verordening Scheveningen Haven 2008 is belegd bij de daartoe aangewezen toezichthouders in de aanwijzing toezichthouders Den Haag 2016: Aanwijzing toezichthouders Den Haag 2016 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Hierbij zijn ook de gemeentelijke boa’s aangewezen. In verband met de nieuwe havenverordening zal deze aanwijzing aangepast worden. Voor het handhaven van de voorschriften van de uit de verordening is het college het bevoegde bestuursorgaan. 26. Zijn er genoeg handhavers voor de Haven? Zijn er bijvoorbeeld genoeg nautische Boa’s? Handhaving is een schaars goed. Het gaat er vooral om waar de prioriteiten worden gesteld en waar vervolgens de handhavers worden ingezet. Wanneer de nautische Boa’s worden ingezet op het toezicht houden en handhaven vanaf het water in de haven en voor de kust, dan kunnen deze boa’s niet gelijktijdig toezicht houden in de haven zelf. Doordat de Havenverordening in nauw overleg met de reders is opgesteld en een veilige haven ook in het belang van de reders is, wordt niet verwacht dat de handhaving massaal en zeer intensief zal moeten worden ingezet. 27. Klopt het dat zowel de APV als de Havenverordening zien op de haven? Soms zit er zelfs overlap in de twee.
Vandaar de vraag; kunnen dezelfde handhavers op beide bepalingen handhaven? Ja in de haven zijn ook plekken waar de APV van toepassing is. Het is niet altijd mogelijk dat dezelfde handhavers op beide verordeningen kunnen handhaven. Met vriendelijke groet, de wethouder van Mobiliteit, Buitenruimte en Scheveningen Anne Mulder
5/5