RIS314534 Een gymzaal is cruciaal bijlage 1
Tekst van het document
Huisvesting bewegingsonderwijs in het primair onderwijs Perspectief van gemeenteambtenaren op de wettelijke verplichting vanaf schooljaar 2023-2024
Factsheet 2022/11
Daniëlle Ruikes, Björn Schadenberg & Remco Hoekman
Figuur 1 Ingezette typen (sport)accommodaties voor faciliteren bewegingsonderwijs scholen voor primair onderwijs in schooljaar 2021-2022 (percentage gemeenten, n=172)
Gymzalen
94
Sporthallen
91
Sportzalen
67
Speelzalen
66
Sportvelden
41
Schoolpleinen
35
Zwembaden
29
Openbare speelpleinen/grasvelden
22
Atletiekaccommodaties
9
Cruyff Courts en/of Krajicek Playgrounds
8
Anders
4
Weet ik niet
0
20
40
60
80
100
Bron: Mulier Instituut/Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), VSG-panel, mei 2022.
Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk te zorgen voor voldoende voorzieningen voor scholen voor primair onderwijs. Hieronder vallen ook voorzieningen voor het bewegingsonderwijs. Met ingang van het schooljaar 20232024 worden scholen voor primair onderwijs verplicht twee lesuren van in totaal 90 minuten bewegingsonderwijs per week te verzorgen voor alle leerlingen.1 In opdracht van Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) heeft het Mulier Instituut gemeenteambtenaren bevraagd over deze wettelijke verplichting. Zij zijn gevraagd naar de beschikbare ruimte voor bewegingsonderwijs, de mate waarin aan de wetswijziging voldaan kan worden, verwachte (huisvestings)knelpunten bij de ingang van de verplichting en de oplossingsrichtingen die zij zien. In dit factsheet worden de uitkomsten op deze vragen besproken. Ruimte voor bewegingsonderwijs In verordeningen onderwijshuisvesting, waarin invulling wordt gegeven aan de wettelijke taken van de gemeente, wordt aandacht besteed aan de benodigde ruimte voor bewegingsonderwijs, veelal aangeduid als gymnastieklokalen. De ruimte voor bewegingsonderwijs wordt doorgaans gedefinieerd als de overdekte sportruimtes met een netto-vloeroppervlakte van ten
minste 252 vierkante meter en een hoogte van minimaal 5 meter. Het bewegingsonderwijs moet plaatsvinden op een locatie die geschikt is om de kerndoelen ervan te behalen. De indieners van de wetswijziging lijken een voorkeur te hebben voor een gymnastieklokaal als locatie, maar dit is niet als vereiste in de wet opgenomen. In lijn met bovenstaande definitie en uitgesproken voorkeuren zetten gemeenten in het huidige schooljaar (2021-2022) traditionele binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen en gymzalen) het meest in om te voorzien in de benodigde ruimte voor het bewegingsonderwijs (figuur 1). In twee derde van de gemeenten worden (ook) kleinere (inpandige) speelzalen ingezet. In wat mindere mate wordt in gemeenten gebruik gemaakt van sportvelden (41%), schoolpleinen (35%) en zwembaden (29%). Andere typen (sport)accommodaties, zoals openbare speelpleinen/grasvelden (22%) en Cruyff Courts/Krajicek Playgrounds (8%), worden beduidend minder gebruikt. Minder dan de helft van de gemeenten geeft aan dat de oppervlakte van alle ingezette gymnastieklokalen minimaal 252 vierkante meter bedraagt (45%; niet in figuur).
Neem voor meer informatie contact op met: Björn Schadenberg Mulier Instituut | T 06 29 63 76 50 | b.schadenberg@mulierinstituut.nl | www.mulierinstituut.nl
Sportonderzoek voor beleid en samenleving
Figuur 2 Aandeel scholen voor primair onderwijs per gemeente dat in het schooljaar 2021-2022 aan elke groep leerlingen tweemaal 45 minuten bewegingsonderwijs verzorgt (percentage gemeenten, n=172) Alle scholen
10 9 39
6
Meer dan de helft van de scholen Ongeveer de helft van de scholen Minder dan de helft van de scholen Geen van de scholen
35
Onbekend
Bron: Mulier Instituut/Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), VSG-panel, mei 2022.
Figuur 1 is gebaseerd op de ruimtevraag in het schooljaar 2021-2022 en de wijze waarop de gemeente deze faciliteert. Scholen hebben nu het recht om ruimte te vragen voor twee lesuren bewegingsonderwijs, maar de praktijk leert dat niet alle scholen hiervan gebruik maken. Slechts 39 procent van de gemeenten geeft aan dat alle scholen in de gemeente nu twee lesuren bewegingsonderwijs aanbieden aan elke groep (figuur 2). Naar verwachting wordt de vraag om ruimte voor bewegingsonderwijs groter bij invoering van de verplichting van twee lesuren bewegingsonderwijs. Om te voldoen aan de huidige vraag wordt in ruim de helft van de gemeenten (52%; niet in figuur) bij minimaal één school gewerkt met vervoersregelingen om de afstand van de schoollocatie naar de gymlocatie te overbruggen. Het gaat in de meeste gevallen om busvervoer. Deze ruimtes voor bewegingsonderwijs liggen niet per definitie buiten de normafstanden uit de gemeentelijke verordening. De normafstand is de maximale afstand die leerlingen van het schoolgebouw naar de gymlocatie zelf mogen afleggen. Deze is doorgaans afhankelijk van het onderwijstype en de schoolgrootte, en wordt lokaal vastgesteld. Maar gemeenten kiezen er dus ook binnen de normafstanden soms voor om een vervoersregeling beschikbaar te stellen.
Wetswijziging schooljaar 2023-2024 Vrijwel alle ondervraagde ambtenaren zijn op de hoogte van de aanstaande wetswijziging (95%). Ook is in de meeste gemeenten goed zicht op de ruimtelijke consequenties van deze wetswijziging (11% onbekend, figuur 3). Zes op de tien gemeenten geven daarbij aan dat voor alle scholen voldoende gymnastieklokalen beschikbaar zijn binnen de normafstanden (62%, figuur 3). De normafstanden kunnen echter dusdanig ruim zijn dat leerlingen een grote afstand tot de gymlocatie moeten afleggen en dat dus veel onderwijstijd verloren gaat. Een vijfde van de gemeenten geeft namelijk aan dat het aanhouden van de huidige normafstanden bij aanvang van het schooljaar 2023-2024 zal leiden tot (meer) situaties waarin leerlingen een groter dan wenselijke afstand moeten afleggen (18%; niet in figuur). Verder geeft 45 procent van de gemeenten aan dat alle beschikbare gymnastieklokalen in schooljaar 2023-2024 voldoen aan de netto-vloeroppervlakte zoals opgenomen in de Modelverordening Huisvesting Onderwijs van Vereniging Nederlandse Gemeenten. 18 procent van de gemeenten heeft geen inzicht in hoeveel gymnastieklokalen bij aanvang van schooljaar 2023-2024 voldoen aan deze richtlijn.
Figuur 3 Aandeel scholen voor primair onderwijs per gemeente waarvoor naar verwachting voldoende gymnastieklokalen aanwezig zijn om te voldoen aan de wettelijke verplichting in het schooljaar 2023-2024 (percentage gemeenten, n=172) Alle scholen
11 3
Meer dan de helft van de scholen
3
Ongeveer de helft van de scholen 20 62
Minder dan de helft van de scholen Geen van de scholen Onbekend
Bron: Mulier Instituut/Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), VSG-panel, mei 2022.
Sportonderzoek voor beleid en samenleving
Figuur 4 Aandeel gemeenten dat accommodatieknelpunten verwacht bij ingang van de wettelijke verplichting, naar gemeentestedelijkheid (in procenten, n=172)
100
80
Onvoldoende capaciteit gymnastieklokalen
60
40
20
0
16 15 6 12
8 15 6 8
Totaal gemeenten Niet tot weinig stedelijk
14
24
3 5 Matig stedelijk
Onvoldoende spreiding gymnastieklokalen
Onvoldoende capaciteit én onvoldoende spreiding gymnastieklokalen
(Zeer) sterk stedelijk
Bron: Mulier Instituut/Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), VSG-panel, mei 2022.
Accommodatieknelpunten en maatregelen De gemeenten is gevraagd naar te verwachten maatregelen om de benoemde knelpunten op te lossen. Hierbij richten we ons op de groep van in totaal een derde van de gemeenten die heeft aangegeven dat voor invulling van de verplichting onvoldoende gymnastieklokalen aanwezig zijn of dat de spreiding van de gymnastieklokalen onvoldoende is en leerlingen daardoor een ongewenst grote afstand moeten afleggen (32%). Deze groep bevat in grotere mate de (zeer) sterk stedelijke gemeenten, die vaker aangeven knelpunten te verwachten (figuur 4). Daarvan verwacht namelijk bijna de helft knelpunten (48%). De meest genoemde maatregel van gemeenten is om naast gymnastieklokalen andersoortige (sport)accommodaties in te gaan zetten (39%) of het huidige gebruik van deze typen (sport)accommodaties te verbreden (26%, figuur 5). Meest genoemde typen (sport)accommodaties hierbij zijn sportvelden, schoolpleinen, en openbare speelpleinen en grasvelden. Een derde van de gemeenten overweegt
leerlingenvervoer in te gaan zetten (32%) of huidige regelingen van leerlingenvervoer te verbreden (9%). Ruim een kwart van de gemeenten die accommodatieknelpunten voorzien, is voornemens extra gymnastieklokalen te realiseren (28%, figuur 5). Overige knelpunten Naast de direct accommodatie-gerelateerde knelpunten (hardware) voorzien veel gemeenten problemen bij de inroostering van de gymlessen (orgware). In totaal heeft 44 procent van alle gemeenten aangegeven knelpunten in de hardware en/of orgware te verwachten (niet in figuur). De inroostering van het bewegingsonderwijs over de gymnastieklokalen is veelal een taak van de gemeente of het gemeentelijk sportbedrijf. Gemeenten geven aan dat deze taak steeds meer inzet vergt, mede vanwege het grotere aandeel scholen met een continurooster. Ook voorzien zij discussies, omdat bij een grotere druk op de gymnastieklokalen minder rekening kan worden gehouden met voorkeuren van scholen bij de inroostering (bv. liever geen gymles op vrijdagmiddag).
Sportonderzoek voor beleid en samenleving
Figuur 5 Maatregelen die gemeenten met onvoldoende gymnastieklokalen overwegen om scholen in staat te stellen te voldoen aan de wettelijke verplichting (in procenten, n=56)
Inzetten andere typen (sport)accommodaties
39
Inzetten leerlingenvervoer
32
Extra gymnastieklokalen realiseren
28
Verbreden inzet andere typen (sport)accommodaties
26
Verbreden leerlingenvervoer
9
Anders
16
Weet ik niet
22 0
20
40
60
80
100
Bron: Mulier Instituut/Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), VSG-panel, mei 2022.
Enerzijds verwachten gemeenten dat gymnastieklokalen door een groter aantal scholen worden benut, wat mogelijk leidt tot afstemmingsproblemen. Anderzijds zal het vaker voorkomen dat gymlessen van een school over meerdere locaties moeten worden verspreid, waar het huidige streven vaak is dat het bewegingsonderwijs van een school zoveel mogelijk op één locatie plaatsvindt.
zullen ook meer sporthallen, sportzalen en gymzalen nodig zijn. De zorgen zijn echter ook organisatorisch van aard: hoe kan in afstemming met schoolorganisaties gekomen worden tot een passende inroostering over de beschikbare ruimte. Mogelijk is op papier voldoende ruimte aanwezig, maar dan moet het in de praktijk ook wel zo ingepland kunnen worden.
Tot slot zijn er binnen gemeenten zorgen over de kosten van het realiseren van extra sportruimte, benodigde vakleerkrachten, reisafstanden en onduidelijkheden over de uitgangspunten van de wetswijziging, zoals welke (sport)accommodaties ingezet mogen worden en de mogelijkheid om één keer 90 minuten gymles te geven.
Het is hiermee duidelijk dat er nog een opgave ligt, zowel op het gebied van accommodaties (hardware) als in de organisatie (orgware), om alle scholen in staat te stellen vanaf schooljaar 2023-2024 aan de wettelijke verplichting te voldoen.
Conclusie Een aanzienlijk deel van de gemeenten staat voor een (grote) opgave om scholen voor primair onderwijs in staat te stellen wekelijks tweemaal 45 minuten bewegingsonderwijs voor hun leerlingen te verzorgen. Een derde van de gemeenten voorziet in meer of mindere mate knelpunten. Samenvattend worden de meeste knelpunten verwacht in de stedelijke context. Met de inzet van andere ruimten voor bewegingsonderwijs zien gemeenten kansen om een deel van de knelpunten op te vangen. Maar los daarvan
Verantwoording De cijfers in dit factsheet zijn gebaseerd op de bevraging van het gemeentepanel van VSG in mei 2022. In totaal hebben 172 gemeenten de vragenlijst in zijn geheel ingevuld (respons van 50%). De verzamelde data zijn gewogen naar stedelijkheid en vormen een goede afspiegeling van de Nederlandse gemeenten.
Referenties 1 Kamerstukken II, 35102, nr. 23 (2020, 4 februari). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-3510223.html
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke en landelijk opererende stichting, gericht op de bevordering en uitvoering van sportonderzoek voor beleid en samenleving.