RIS314516 Thuiszitters en de rol van SPPOH en de gemeente Den Haag
Tekst van het document
RIS-nummer: 314516 Schriftelijke vragen: Thuiszitters en de rol van SPPOH en de gemeente Den Haag Indiener: Caroline Verduin, D66 en Adeel Mahmood, DENK Datum: 3 februari 2023 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Samenwerkingsverband SPPOH ondersteunt scholen bij het vormgeven van passend onderwijs in Haaglanden. Het bestuur van het samenwerkingsverband heeft de verantwoordelijkheid om een zo passend mogelijke plek te vinden voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Ook wordt er gezocht naar een oplossing voor kinderen die momenteel geen onderwijs volgen op een passende onderwijsplek, de zogenaamde thuiszitters. In het vierjaarlijks onderzoek bestuur en samenwerkingsverband van 22 juli 2021 constateert de Inspectie van het Onderwijs dat SSPOH niet voor iedere leerling met extra ondersteuningsbehoeften een passende plek heeft.1 De inspectie schrijft: ‘’Daardoor zitten er leerlingen op een school die niet het juiste onderwijs kan bieden. Te veel leerlingen moeten wachten voordat er een passende onderwijsplek is op een SBO- of SO-school. Voor externe ondersteuning geldt hetzelfde. Het samenwerkingsverband wijdt dit onder andere aan het lerarentekort en een tekort aan beschikbare gebouwen.
Het bestuur van het samenwerkingsverband moet echter zorgen voor een zo passend mogelijke plek voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.’’ Over de rol van SPPOH en de gemeente Den Haag hierin en hoe de rol van de gemeente zich verhoudt tot het samenwerkingsverband SPPOH en schoolbesturen hebben de fracties van D66 en DENK vragen. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Verduin en Mahmood de volgende aanvullende vragen: 1) Hoe ziet de samenwerking tussen het college en SPPOH eruit? Hoe verhouden zij zich tot elkaar (zowel in wettelijke als niet-wettelijke zin)? 2) Wat doet het college momenteel voor leerlingen in Den Haag waarvoor SPPOH geen passende plek kan vinden? Welke (wettelijke) rol is er weggelegd voor het college voor deze leerlingen? 3) Heeft het college zicht op het aantal thuiszitters per onderwijsvorm, leerjaar en duur van het “thuiszitten”? Zo ja, kan het college een gedetailleerd overzicht verschaffen aan de raad met daarin het aantal thuiszitters per onderwijsvorm, duur en leerjaar? Zo nee, waarom niet? In de raad is eerder aandacht geweest voor thuiszitters (RIS313611).
4) Welke inspanningen heeft het college de afgelopen jaren verricht om de situatie van thuiszitters te verbeteren en op te lossen? Heeft het college hierbij ook specifiek gekeken in welke mate voorkomen kan worden dat kinderen überhaupt van school worden gestuurd?
1
https://www.sppoh.nl/system/files/inline/Inspectierapport%20Definitief%204JO%20bestuur%20en%20samenwerkingsverband%2027%20j anuari%202021%20PO2815_27572448.pdf
5) Op welke wijze en in hoeverre heeft het college zicht op scholen die moeten voldoen aan de plicht om ook een thuiszitter te voorzien van onderwijs? 6) Wat is de rol van de leerplichtambtenaar en de onderwijsinspectie wanneer een kind geen passende onderwijsplek krijgt? Welk bevoegdheid heeft een leerplichtambtenaar om te handelen wanneer er geen vooruitzicht is op een passende onderwijsplek op korte termijn? 7) Worden individuele zaken van thuiszitters voorgelegd aan het college? Heeft het college de bevoegdheid om in te grijpen, te adviseren of anderszins in individuele zaken? Zo ja, hoe ziet dat er in de praktijk uit? 8) Kan het college de volgende gegevens verschaffen aan de raad: een actueel overzicht van het tekort aan onderwijsplekken in zowel het speciaal onderwijs als speciaal basisonderwijs, en het aantal leerlingen dat momenteel wacht op externe ondersteuning? 9) Op welke wijze hebben deze tekorten zich de afgelopen 4 jaar ontwikkeld? 10) Welke instanties zijn betrokken bij leerlingen die op de wachtlijsten zijn geplaatst en wat is hun rol? Wanneer de onderwijsbehoeften van de leerling de basisondersteuning van de school overstijgen, kan de school extra ondersteuning inzetten. Dit wordt door de school zelf geregeld.
De school kan dit doen op basis van in de school aanwezige expertise of met behulp van middelen vanuit het samenwerkingsverband, dit heet een arrangement. Het samenwerkingsverband financiert alleen extra ondersteuning gericht op onderwijsondersteuning.2 11) Hoeveel leerlingen in Den Haag hebben een arrangement voor passend onderwijs vanuit SPPOH? 12) Op welke wijze ondersteunt en evalueert SPPOH de uitvoering van de geboden ondersteuning (door basisscholen)? Heeft het college hierin een rol? 13) Kan het college aangeven wie toezicht houdt op de uitvoering van het arrangement? En bij wie ligt de verantwoordelijkheid om actie te ondernemen indien er signalen binnenkomen dat het arrangement niet of slechts gedeeltelijk is uitgevoerd? Welke rol heeft de gemeente hierin? Caroline Verduin D66
2
Adeel Mahmood DENK
https://www.sppoh.nl/voor-scholen/werkwijze/passend-onderwijs/extra-ondersteuning