CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314502 Bijlage strekt ter vervanging

Commissie Ruimte 6 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling Regionale realisatieagenda woningbouw Haaglanden, RIS31450314.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden (regionale woondeal) “Meer bouwen – beter benutten” 07-03-2023

Ondertekenaars • •

• •

College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland College Burgemeesters en Wethouders van de gemeenten: o Delft o Den Haag o Leidschendam-Voorburg o Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp o Rijswijk o Wassenaar o Westland o Zoetermeer Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Bestuurders van Sociale Verhuurders Haaglanden, namens: o Arcade, De Goede Woning, Haag Wonen, Rijswijk Wonen, Rondom Wonen, Staedion, Stichting Duwo, Stedelink, Hof Wonen, Vidomes, Wassenaarsche Bouwstichting, Woningbouwvereniging St Willibrordus, Wonen Midden-Delfland, Wonen Wateringen, Woonbron, WoonInvest, Habion en Woonzorg Nederland.

Ondersteuningsverklaring • • • •

Neprom en Bouwend NL Netbeheerders Drinkwaterbedrijven Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden (SHH)

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................... 3 Overwegingen .................................................................................................................... 6 Rollen en verantwoordelijkheden ........................................................................................ 7 Regio specifieke context .................................................................................................... 8 1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave ............................................... 10 2. Betaalbaarheid .............................................................................................................. 12 Corporaties in positie brengen ......................................................................................... 14 3. Bouwlocaties ................................................................................................................ 15 4. Bestaande voorraad....................................................................................................... 19 5. Versnellingsafspraken .................................................................................................... 20 6.

Samenwerking en sturing ............................................................................................... 22 7. Kritische succesfactoren ................................................................................................. 24 Mobiliteit en infrastructuur .............................................................................................. 25 Stikstof ......................................................................................................................... 25 Geluid ........................................................................................................................... 26 Water en bodem sturend ................................................................................................. 26 Ruimte voor en verbinding met groen voor leefbare verstedelijking ...................................... 26 Voldoende middelen en sturing voor meer sociale en betaalbare woningen ............................ 27 Beperken schaarste van middelen en menskracht en stijgende kosten .................................. 28 Toekomstbestendige bouw (inclusief klimaatadaptief, duurzaam en circulair bouwen, energieneutraliteit).........................................................................................................

28 Streven naar complete steden en dorpen .......................................................................... 28 Aansluiting op nutsvoorzieningen (energie en drinkwater) ................................................... 29 Procedures .................................................................................................................... 30 Handtekeningen................................................................................................................ 31

2

Samenvatting De woningbouwopgave in Nederland is in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Prijzen van koop- en particuliere huurwoningen zijn flink gestegen. De bevolking is sterk gegroeid en groeit door. De vraag naar woningen is groot, het aanbod beperkt. Het oplossen van het woningtekort vraagt om de bouw van nieuwe en het behoud van bestaande woningen. Om op korte termijn te kunnen doorbouwen en plannen in de periode tot en met 2030 te kunnen realiseren is het nodig keuzes te maken en gerichte maatregelen in te zetten. Het is de inzet van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland om de op 13 oktober jl. afgesproken woningbouwdoelstelling1 - gebaseerd op de woningbouwbehoefte van de vijf regio's - door te vertalen naar vijf regionale realisatieagenda's waaronder de regionale realisatieagenda voor de regio Haaglanden. Doelstelling Uitgaande van het actuele regionale woningbouwprogramma zijn in de regio Haaglanden circa bruto 74.500 woningen gepland tussen 2022 t/m 2030. Dit is ongeveer 8% van de totale Nederlandse woningbouwproductie en is vergelijkbaar met de netto 75.218 woningen (gepland tussen 2019 t/m 2029) opgenomen in het vastgestelde Tussenakkoord (december 2021).

Een grote opgave met veel onzekerheid, waar samenwerking en sturing op de randvoorwaarden essentieel is om de ambitie te halen. In nauw overleg met betrokken partijen (Ministerie van Binnenlandse Zaken, provincie ZuidHolland, gemeenten, woningcorporatiekoepel Sociale Verhuur Haaglanden en het Hoogheemraadschap van Delfland) zijn regio specifieke kritische succesfactoren gedefinieerd en zijn concrete oplossingsrichtingen voorgesteld die bijdragen aan (versnelde) woningbouw en verbouw. Gezien de grote tijdsdruk vanuit het rijk en de provincie Zuid-Holland signaleren we dat het overzicht op dit moment niet uitputtend is. We maken daarom procesafspraken om deze aspecten na het tekenen van deze realisatieagenda nader uit te werken. Wat willen we bereiken? We onderscheiden twee tijdsperioden: 1. Tot 2025 aanjagen woningbouwproductie in Haaglanden Voor de korte termijn (tot 2025) is de inzet gericht op het uitvoeren en waar mogelijk versnellen van de realisatie van woningbouwprojecten die in voorbereiding zijn. Ook zal de inzet van meer fabrieksmatige woningbouw zoals de Bouwstroom Haaglanden bijdragen aan de versnelling. Er zijn toezeggingen en oplossingen nodig voor projecten die nu niet of onvoldoende snel tot realisatie komen. 2.

Van 2025 tot 2030 werken naar een hoge(re) structurele jaarlijkse productie van betaalbare woningen in Haaglanden Daarnaast ligt voor een aantal onderwerpen de focus op het maken van (proces)afspraken die een hoge jaarlijkse productie tot en met 2030 borgen. Belangrijke thema’s zijn onder andere: voor gemeenten een verkenning naar een andere financieringssystematiek voor de inzet van rijksmiddelen voor woningbouw en voor woningcorporaties het invullen van randvoorwaarden om meer woningen te kunnen realiseren, zoals de tijdige beschikbaarheid van locaties, de mogelijkheden om grotere woningclusters te realiseren, het organiseren van bouwstromen, het beter organiseren van planologische procedures fiscale maatregelen en op termijn (landelijke) projectsteun. Deze agenda vraagt een enorme inspanning van alle betrokken partijen en heeft gevolgen voor de leefbaarheid in de steden. In 2023 en 2024 wordt dit (verder) uitgewerkt.

1

te weten: 235.460 woningen met vanaf 2025 een kwalitatieve verdeling van 2/3 betaalbaar waarvan de helft, dus 1/3, door corporaties wordt gebouwd.

3

Woningbouwdoelstelling in relatie tot Tussenakkoord (2021) en Definitief Eindakkoord De bruto toevoeging van 17.000 DAEB woningen (sociale huurwoningen gebouwd door woningcorporaties) zoals opgenomen in het Tussenakkoord beslaat iets meer dan 1/5 van het totale woningbouwprogramma2. De woningbouwdoelstelling uit de samenwerkingsafspraken vraagt 1/3 door woningcorporaties waarvan 5/6 sociale huur en 1/6 midden huur. Op basis van het actuele woningbouwprogramma van ca. 75.000 woningen zou de vertaling van deze landelijke doelstelling naar de regio Haaglanden betekenen dat 25.000 woningen door corporaties worden gebouwd, uitgesplitst in ca. 21.000 sociale huurwoningen en ca. 4.000 middenhuurwoningen. Op basis van de doelen geformuleerd in het Tussenakkoord blijft de door gemeenten toegezegde toevoeging van doelgroepwoningen, en daarbinnen van DAEB woningen, achter. Dat is ook de reden dat er een Tussenakkoord is gesloten, en nog geen eindakkoord. De doelstellingen uit de samenwerkingsafspraken rijk-provincie zijn hoger dan de regiogemeenten hebben vastgelegd in het Tussenakkoord. De gemeenten zijn echter bereid om zich in te zetten voor deze extra opgave. In aanloop naar het Definitief Eindakkoord is in het Tussenakkoord de afspraak gemaakt dat provincie, gemeenten en corporaties in gesprek gaan om te bezien of er nog meer mogelijkheden zijn extra DAEB woningen te realiseren.

In goed overleg tussen gemeenten en provincie ZuidHolland en onder begeleiding van een extern bureau zijn bij een viertal regiogemeenten (Wassenaar, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland) kansen en mogelijkheden genoemd voor de bouw van extra sociale huurwoningen bovenop de biedingen in het Tussenakkoord. Deze moeten echter nog nader worden beoordeeld op haalbaarheid maar vormen in potentie een aanvulling op het Tussenakkoord. Deze extra mogelijkheden zijn nog niet opgenomen in het regionaal woningbouwprogramma. Dat gebeurt na besluit door de gemeenteraden uiterlijk 1 mei 2023. Daarna geven partijen die het Tussenakkoord hebben ondertekend een oordeel of voldoende beweging is gemaakt naar meer DAEB-woningen en een evenwichtigere verdeling om naar een Eindakkoord toe te werken. Indien nodig ondersteunt de provincie hierbij met haar instrumenten. Belangrijkste regio-specifieke thema’s Hieronder de belangrijkste inhoudelijke thema’s voor de realisatieagenda Haaglanden op een rij met een verwijzing naar desbetreffende hoofdstuk voor nadere toelichting. •

De huidige programmering van Haaglanden bevat voldoende aantallen woningen. Echter, de opgave ligt in het ophardden van zachte plannen en het programmeren van voldoende aandeel betaalbare woningbouw. Hierbij is aandacht nodig voor de benodigde financiële middelen, capaciteit en locaties. • Zie hoofdstukken: ▪ 2. Betaalbaarheid ▪ 5. Versnellingsafspraken

•

De volgende stap is om bij woningbouwprojecten en/of gebiedsontwikkelingen3 concreet knelpunten te benoemen en afspraken te maken om tot oplossingen en realisatie te komen. • Zie hoofdstukken: ▪ 3. Bouwlocaties ▪ 7. Kritische succesfactoren

•

In de regio Haaglanden vraagt de positie van woningcorporaties gerichte aandacht. • Zie hoofdstuk ▪ 2. Betaalbaarheid.

•

Daarbij biedt de bestaande voorraad kansen voor het verhogen van het aantal betaalbare woningen door corporaties en via de verbeter- en verduurzamingsopgave ook voor een toekomstbestendige woningvoorraad. • Zie hoofdstuk: ▪ 4. Bestaande voorraad.

2 Het woningbouwprogramma regio Haaglanden (zoals geregistreerd in de Planregistratie Wonen per 1-12-2022) voorziet in de

bouw van totaal 74.445 woningen (exclusief reserveplannen en plannen waar nog geen quick scan op ruimte heeft plaatsgevonden). Hiervan staan 21.833 woningen in de sociale huur gepland (29% van het totale programma), 13.522 in de middenhuur (18%) en 5.896 in de betaalbare koop (8%). Totaal bevat de programmering 55% betaalbare woningen. Van deze gewenste woningproductie zijn bijna 17.000 sociale huurwoningen en 3.000 middenhuurwoningen te realiseren door woningcorporaties gepland, dit is 27% van het totale woningbouwprogramma. 3

In voorliggende regionale realisatieagenda is uitgegaan van een projectoverzicht - groter dan 200 woningen, of het grootste project in een gemeente.

4

Kritische succesfactoren voor woningbouw Om woningen te kunnen bouwen moet er veel aanvullend geregeld worden: de kritische succesfactoren. Het realiseren van de woningbouwopgave uit de Samenwerkingsafspraken tussen rijk-provincie alleen als partijen gezamenlijk in staat zijn om de kritische succesfactoren op te lossen of in te vullen. De kritische succesfactoren zoals opgenomen in de ‘Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland’ tussen het rijk en de provincie Zuid-Holland zijn door partijen binnen Haaglanden vertaald naar de regio. Hierdoor is inzichtelijk gemaakt welke kritische succesfactoren binnen de regio van grote invloed zijn op het realiseren van de woningbouwdoelstellingen. Denk hierbij aan: • • • • • • • • • • • • •

Middelen gemeenten en corporaties; Voldoende (en op korte termijn) beschikbare locaties voor woningcorporaties; Instrumenten om (sociale)woningbouw te kunnen versnellen en locaties vast te stellen; Mobiliteit en infrastructuur en daarmee samenhangend de bereikbaarheid van voorzieningen; Stikstof; Geluid, water- en bodemsturend; Terugdringen van schaarste van middelen en menskracht en stijgende kosten; Inzet van af te stoten rijksvastgoed voor betaalbare woningbouw; Oplossing voor HMC bedrijvigheid en compensatie bedrijventerrein (medewerking/integrale sturing provincie nodig Uitwerken woon-werkakkoord; Aansluiten op én verduurzamen van nutsvoorzieningen (energie, warmte en drinkwater); Procedures Het wegnemen van onzekerheid bij marktpartijen over veranderende regelgeving.

5

Overwegingen •

Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht wordt met het nationaal Programma Woningbouw ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt in de Nationale Woon- en Bouwagenda gestreefd naar de groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024, waarvan vanaf 2025 ten minste twee derde betaalbaar. De bouw van 250.000 sociale corporatiewoningen en 350.000 middensegmentwoningen (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro) zijn nodig.

•

Tussen de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: minister VRO) en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (hierna: college van GS) zijn Samenwerkingsafspraken woningbouw Zuid-Holland: 2022 t/m 2030 (13 oktober 2022) gemaakt over de provinciale doelstelling in de nationale woningbouwopgave. • Het college van GS spant zich in om in de periode 2022 t/m 2030 bruto 235.460 woningen toe te voegen. Dit is ruim 26% van de landelijke woningbouwambitie en een toename van 14% ten opzichte van de huidige woningvoorraad in ZuidHolland. Dit aantal is op basis van wederzijdse inspanningsverplichtingen. Deze aantallen zijn enkel mogelijk als er oplossingen komen voor de kritische succesfactoren. • Daarnaast heeft het college van GS in de ambitie uit het nationaal Programma Woningbouw onderschreven dat vanaf 2025 de programmering minimaal bestaat uit 2/3 deel betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Het betaalbare segment bestaat uit sociale huur, middenhuur en betaalbare koop tot €355.000.

•

Het Tussenakkoord 2021 - “samenwerken aan een solide woningmarkt in Haaglanden – de eerste stap”, getekend op 17 december 2021 door 8 van de 9 wethouders Wonen namens de colleges van B&W, de gedeputeerde Wonen, RO, Recreatie en Sport namens GS, de bestuurders van de woningcorporaties en de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden (hierna: SHH), vormt de basis voor deze regionale realisatieagenda. Deze regionale realisatieagenda geldt als uitwerking van het Tussenakkoord als langjarige samenwerkingsverbintenis met wederzijdse inspanningsverplichtingen.

•

Het Rijk heeft in het Programma ‘Een (t)huis voor iedereen’ de ambitie geformuleerd dat elke gemeente streeft naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad. De provincie stuurt via haar Omgevingsbeleid op een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad en onderschrijft deze ambitie. Dit vanuit de gedachte dat elke gemeenten zijn fair share (eerlijk aandeel) neemt op basis van wat maximaal haalbaar is. Het Rijk en de provincie hebben deze ambitie vastgelegd in de Samenwerkingsafspraken. Dit betekent voor gemeenten met minder dan 30% dat zij streven naar 30%. En voor gemeenten met meer dan 30% dat zij streven naar het op peil houden van de voorraad en het percentage sociale huurwoningen in de totale woningvoorraad, in lijn met het MeerEvenwichtScenario zoals genoemd in het Tussenakkoord. Partijen erkennen dat niet het onmogelijke mag worden verwacht en het voor sommige gemeenten niet mogelijk is om binnen de looptijd van deze realisatieagenda de streefnorm van 30% te halen.

•

In de bijlage bij de samenwerkingsafspraken rijk-provincie (geactualiseerde inzet voor de woonopgave Zuid-Holland (29 september 2022)) geeft het college van GS aan dat kritische succesfactoren voorwaardelijk zijn om aan de rijksambitie voor het aantal woningen en de kwalitatieve ambitie ervan te voldoen.

•

De doelstellingen uit de samenwerkingsafspraken krijgen vorm in “regionale woondeals”. Omdat het college van GS graag wil benadrukken dat regionale woondeals gericht zijn op de realisatie van de woningbouwopgave, noemen we de woondeals in Zuid-Holland: regionale realisatieagenda’s woningbouw. In het vervolg van dit document wordt de term regionale realisatieagenda in plaats van regionale woondeal aangehouden. In deze regionale realisatieagenda worden de doelstellingen uit de samenwerkingsafspraken tussen het rijk en de provincie Zuid-Holland zoveel mogelijk vertaald naar de regio Haaglanden.

•

Voorliggende regionale realisatieagenda is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. De overwegingen, signaleringen, inhoudelijke en procesafspraken in deze agenda zien partijen als een momentopname. De tijdshorizon tot en met 2030 en het complexe 6

multidisciplinaire karakter van de woningbouwopgave vereist vanzelfsprekend realisme en aanpassingsvermogen met betrekking tot wijzigende omstandigheden. •

Met de totstandkoming van deze regionale realisatieagenda zijn de krachten van verschillende overheidslagen en marktpartijen gebundeld en werken we vanuit onderling vertrouwen met als doel een (t)huis voor iedereen te realiseren. Partijen kijken gezamenlijk naar de woningbouwrealisatie in de regio Haaglanden en de te nemen maatregelen en investeringen in de bestaande voorraad en wijken. o De ondertekenaars: de minister voor VRO, het college van GS, , de colleges van Burgemeester en Wethouders (hierna: colleges van B&W) en de Sociale Verhuurders Haaglanden (hierna SVH) bevestigen gezamenlijk de benodigde inspanningen te verrichten ter uitvoering van de afspraken opgenomen in deze regionale realisatieagenda. o Tezamen met de ondersteuningsverklaring van huurdersorganisaties (SHH), vertegenwoordigers van bouwers en ontwikkelaars, netbeheerders en drinkwaterbedrijven wordt maximaal ingespannen op het hierboven beschreven doel.

•

Het doel van de steunverklaring is om gezamenlijk commitment uit te spreken over een goede samenwerking en betrokkenheid van de partijen bij de totstandkoming en uitvoering van de regionale realisatieagenda. Onderdeel van die samenwerking is ook de erkenning van elkaars verschillende posities en verantwoordelijkheden. De steunverklaring is geen akkoord van deze partijen op de gehele inhoud van deze regionale realisatieagenda.

•

Het ondertekenen van deze realisatie agenda is onder voorbehoud van bespreking in gemeenteraden, de provinciale staten en met de bestuurders van de woningcorporaties.

Rollen en verantwoordelijkheden •

Eén overheid: gemeenten, provincies en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Waterwet en – wanneer deze inwerking treedt – de Omgevingswet. In aansluiting daarop wordt onderstaande herbevestigt:

•

De gemeente is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke, en sociale leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale realisatieagenda. Met inzet van de wettelijke instrumenten spannen gemeenten zich in voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen.

•

De minister voor VRO is de trekker voor de nationale opgave voor versnelling van de woningbouw. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouw Agenda en de onderliggende programma’s en wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen, ruimte en regelingen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen.

•

De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en het omgevingsprogramma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is de Provincie Zuid-Holland verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie en regie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van GS stuurt via

7

haar instrumenten actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve deel in deze afspraken vooral betaalbaarheid betreft. De provincie bevordert door actieve sturing de evenwichtige verdeling tussen en in de regio’s. Het college van GS stuurt op voldoende betaalbare woningbouw met inzet van de beschikbare instrumenten en subsidies. De provincie zorgt voor actueel omgevingsbeleid waarin deze doelstellingen zijn opgenomen. Rijk en provincie en gemeenten spannen zich gezamenlijk vanuit vertrouwen in om de doelstellingen te bereiken. Om dit te bereiken zorgt het Rijk zoals afgesproken in de Samenwerkingsafspraken Woningbouw, onder andere voor extra noodzakelijk juridisch instrumentarium voor provincies dat onderdeel zal uitmaken van het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting. •

Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft als doel de waterstaatkundige verzorging van het werkgebied. Met kennis, advies en inzet van wettelijke instrumenten zorgt het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden voor de weging van het waterbelang in planprocessen en het verlenen van omgevingsvergunningen. De waterschappen worden vroegtijdig betrokken in het planproces.

•

Woningcorporaties hebben vanuit de Woningwet de kerntaak om te zorgen voor betaalbare en goede huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Het bestuur van een woningcorporatie maakt een goede afweging binnen de brede volkshuisvestelijke opgave en spant zich in om de beschikbare investeringscapaciteit voor de korte termijn zo optimaal mogelijk in te zetten voor het realiseren van kwalitatief goede en betaalbare sociale huurwoningen. Met deze regionale realisatieagenda wordt, verder bouwend vanuit het Tussenakkoord, de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen rijk, provincie, gemeenten, woningcorporaties, huurdersverenigingen en marktpartijen. Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woonopgave.

Regio specifieke context •

Het Tussenakkoord 2021 samenwerken aan een solide woningmarkt in Haaglanden – de eerste stap, getekend op 17 december 2021 door 8 van de 9 wethouders Wonen namens de colleges van B&W, de gedeputeerde Wonen, RO, Recreatie en Sport namens GS, de bestuurders van de woningcorporaties en de Samenwerkende Huurdersorganisaties Haaglanden (hierna: SHH), vormt de basis voor deze regionale realisatieagenda. Deze regionale realisatieagenda geldt als uitwerking van het Tussenakkoord als langjarige samenwerkingsverbintenis met wederzijdse inspanningsverplichtingen. • De bruto toevoeging van 17.000 DAEB-woningen (sociale huurwoningen gebouwd door woningcorporaties) zoals opgenomen in het Tussenakkoord beslaat iets meer dan 1/5 van het totale woningbouwprogramma4. Ten opzichte van de doelen geformuleerd in het Tussenakkoord blijft de door gemeenten toegezegde toevoeging van doelgroepwoningen, en daarbinnen van DAEB woningen, achter. Dat is ook de reden dat er een Tussenakkoord is gesloten, en nog geen Definitief Eindakkoord. • In aanloop naar het Definitief Eindakkoord is in het Tussenakkoord de afspraak gemaakt dat provincie, gemeenten en corporaties in gesprek gaan om te bezien of er nog meer mogelijkheden zijn extra DAEB woningen te realiseren.

In goed overleg tussen gemeenten en provincie Zuid-Holland en onder begeleiding van een extern bureau zijn bij een viertal regiogemeenten (Wassenaar, Westland, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland) kansen en mogelijkheden genoemd voor de bouw van extra sociale huurwoningen bovenop de biedingen in het Tussenakkoord. Deze moeten nog nader worden geïnventariseerd op haalbaarheid maar vormen in potentie de basis voor het Definitief Akkoord. • Deze extra mogelijkheden zijn nog niet altijd opgenomen in het regionaal woningbouwprogramma. Dat gebeurt uiterlijk 1 mei 2023. Daarna geven partijen die het Tussenakkoord hebben ondertekend een oordeel of voldoende beweging is

4 Het woningbouwprogramma regio Haaglanden (zoals geregistreerd in de Planregistratie Wonen per 1-12-2022) voorziet in de

bouw van totaal 74.445 woningen (exclusief reserveplannen en plannen waar nog geen quick scan op ruimte heeft plaatsgevonden). Hiervan staan 21.833 woningen in de sociale huur gepland (29% van het totale programma), 13.522 in de middenhuur (18%) en 5.896 in de betaalbare koop (8%). Totaal bevat de programmering 55% betaalbare woningen. Van deze gewenste woningproductie zijn bijna 17.000 sociale huurwoningen en 3.000 middenhuurwoningen te realiseren door woningcorporaties gepland, dit is 27% van het totale woningbouwprogramma.

8

gemaakt naar meer DAEB-woningen en een evenwichtigere verdeling om naar een Eindakkoord toe te werken. Indien nodig ondersteunt de provincie hierbij met haar instrumenten. Dit Eindakkoord wordt meegenomen in de actualisering van de regionale realisatieagenda. •

In de samenwerkingsafspraken rijk-provincie staat de doelstelling geformuleerd dat 1/3 van het woningbouwprogramma door woningcorporaties wordt gebouwd, waarvan 5/6 sociaal en 1/6 middenhuur. Op basis van het actuele woningbouwprogramma van ca. 75.000 woningen zou de vertaling van deze landelijke doelstelling naar de regio Haaglanden betekenen dat 25.000 woningen door corporaties worden gebouwd, uitgesplitst in ca. 21.000 sociale huurwoningen en ca. 4.000 middenhuurwoningen. Dit is meer dan de regiogemeenten hebben vastgelegd in het Tussenakkoord. De gemeenten zijn echter bereid om zich in te zetten voor deze extra opgave. De woningcorporaties zijn hiertoe ook bereid indien zij over voldoende middelen beschikken.

•

Gemeenten en corporaties in de regio Haaglanden hebben te weinig (incidentele en structurele) middelen en instrumentarium om de realisatie van de betaalbare woningbouwopgave te realiseren, dan wel te versnellen, op de korte termijn (tot 2025) en de langere termijn (2025-2030). Dit terwijl de noodzaak voor betaalbare woningen in de regio zeer aanwezig is. De woningbouwopgave, in met name integrale grootschalige binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen, de stapeling van opgaven en de daarmee samenhangende maatschappelijke voorzieningen en de daarvoor benodigde investeringen zijn in disbalans ten opzichte van de beschikbare publieke investeringsruimte in de regio Haaglanden.

•

In deze regionale realisatieagenda ligt het accent op de bouwopgave, maar wordt waar nodig de verbinding gelegd met bredere opgaven. Het gaat niet alleen om woningbouw, maar ook om de brede welvaart, o.a. rekening houdend met bedrijvigheid, klimaat, stikstof, energie, werkgelegenheid, kansengelijkheid, bereikbaarheid en voorzieningen en toekomstig beleid op deze onderwerpen.

•

Specifiek voor deze regio is de aanzienlijke voorraad Rijksvastgoed. Dit biedt kansen om met name de betaalbare woningbouw te realiseren die de markt niet vanzelf oppakt.

•

Naast het bouwen van woningen en de bijbehorende kritische succesfactoren gaat het in de regio ook om de opgave voor de bestaande woningvoorraad – en de kansen die dat biedt om betaalbare woningen toe te voegen passend bij de doelstellingen uit deze realisatieagenda. Daarnaast zien we een grote kwaliteitsopgave voor huurwoningen wanneer het gaat over achterstallig en uitgesteld onderhoud en hoge (slechte) energielabels (rijksambitie om de energielabels E, F en G uit te faseren voor 2030, zie Nationaal Prestatieafspraken Woningcorporaties). Toekomst- en klimaatbestendige huurwoningen zijn te realiseren met renovatie, herstructurering in combinatie met verdichting. Waar spraken is van afstoting van dit vastgoed biedt dit kansen om meer betaalbare woningen te realiseren en is daarmee niet los te zien van deze realisatie agenda. Zie hoofdstuk 3. Bouwlocaties.

•

Stikstofproblematiek is een lastige kwestie in de regio gezien de ligging van bouwlocaties bij Natura 2000 gebieden.

9

1. Woningbouwopgave: van provinciale naar regionale opgave •

De regionale realisatieagenda Haaglanden gaat uit van twee sporen: • Op korte termijn (tot 2025): actuele en urgente knelpunten oplossen bij de uitvoering van bestaande plannen. Daarbij wordt gezamenlijk gewerkt op regio- en projectniveau. Denk aan projecten waar de Woningbouwimpuls is toegekend die stagneren of vertragen vanwege stijgende bouwkosten en/of verandering van regelgeving. Of over het opharden van zachte plannen waar mogelijk en het verkennen van financieringssystematiek voor betaalbare woningbouw. Onderdeel van dit spoor is ook het nader verkennen van de projecten met sociale huur van corporaties, om deze op te kunnen nemen in de financiële prognose van woningcorporaties. Concreet gaat dit om woningen die voor 2025 opgeleverd moeten worden en waarvoor dus in 2023 de vergunningen afgegeven moeten worden. • Van 2025 tot 2030: (proces)afspraken over kritische succesfactoren, inclusief oplossingsrichtingen met als doel toe te werken naar een hoge(re) structurele jaarlijkse woningbouwproductie met voldoende betaalbare woningen in Haaglanden.

•

Het college van GS en de colleges van B&W onderschrijven de ambitie uit de samenwerkingsafspraken dat vanaf 2025 het regionale woningbouwprogramma minimaal bestaat uit 2/3 deel betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Dit is meer dan de regiogemeenten hebben vastgelegd in het Tussenakkoord. De gemeenten zijn echter bereid om zich in te zetten voor deze extra opgave. Terwijl voor het huidige regionale woningbouwprogramma geldt dat dit kan worden gerealiseerd mits aan de kritische succesfactoren wordt voldaan, is het realiseren van deze extra opgave nog minder zeker. Het betaalbare segment bestaat uit sociale huur, middenhuur en betaalbare koop tot €355.000. Daarnaast is het streven dat elke gemeente een beweging maakt richting 30% sociale huur (of hoger) in de totale gemeentelijke voorraad.

•

Tabel 1 hieronder geeft een ‘foto’ van de huidige stand van zaken op basis van het regionaal woningbouwprogramma 2022 van de gemeenten (bij 0% planuitval) voor de periode 2022-2030. Het realiseren van de woningbouwaantallen in tabel 1 is afhankelijk van de mate waarin voldaan wordt aan de kritische succesfactoren en rekening kan worden gehouden met onvoorziene omstandigheden. Indien dit (nog) niet het geval is, is deze programmering niet haalbaar en valt de jaarlijkse productie lager uit.

Tabel 1: Foto woningbouwprogramma 2022 (d.d. 1 december 2022) Aantallen Regio Haaglanden Jaartal Bruto Beschikbare Aantal Betaalbaarheid5 nieuwbouw netto woningen (te plancapaciteit in harde realiseren (aantal plancapacit Sociale Huurwonin woningen) woningen) eit huurwoni gen vanaf ngen6 de sociale huurgrens tot €1000 per maand 2022 5.399 5.397 4.043 1.007 1.120

Koopwonin gen tot €355.000

Aantal woningen door woningcorporaties Sociale Midden huurwo huurwon ningen ingen

379

1.031

247

2023

8.192

8.016

4.658

2.633

1.434

536

2.070

357

2024

11.327

11.084

4.513

3.073

2.049

415

2.471

474

2025

14.393

13.972

4.675

3.623

2.388

1.290

2.808

558

2026

11.589

11.336

2.648

3.664

2.335

642

2.293

536

2027

7.893

6.993

1.331

2.743

957

979

1.658

198

2028

6.244

5.544

923

2.136

1.395

619

1.205

298

2029

3.652

3.529

208

573

466

386

333

82

2030 Totaal

5.756 74.445

5.417 71.288

450 23.448 31%

2.381 21.833 29%

1.378 13.522 18%

650 5.896 8%

3.113 16.982 23%

312 3.061 4%

5

Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen (alle huurwoningen onder liberalisatiegrens), huurwoningen vanaf de liberalisatiegrens tot een max van €1000 per maand (prijspeil 2022, wordt geïndexeerd) en koopwoningen tot aan €355.000. 6 Aantal van de bruto nieuwbouw

10

•

Het woningbouwprogramma van regio Haaglanden (stand 1 december 2022) voorziet in de bouw van totaal 74.445 woningen bruto (inclusief studentenwoningen). Netto gaat het om 71.288 woningen – dit betreft nieuwbouw minus geplande sloop. De totale potentiële planvoorraad is hoger, omdat in de aangegeven planvoorraad nog geen reserveplannen of plannen waar nog geen ruimtelijke quick-scan scan door de provincie heeft plaatsgevonden, zijn opgenomen. Via de quick-scan wordt de lijst met projecten beoordeelt op strijdigheid met provinciaal omgevingsbeleid. De scan geeft geen garantie voor ruimtelijk akkoord vanuit de provincie.

•

Tabel 1 toont aan dat binnen de huidige programmering 31% bestaat uit harde plannen7 De opgave ligt in het ophardden van zachte plannen en het programmeren van voldoende aandeel betaalbare woningbouw.

•

Het totale aandeel betaalbare woningen telt op tot 55% van het regionale woningbouwprogramma en het aandeel door corporaties telt op tot 27%. Er is nog een verschil met de landelijke doelstelling van 66% (2/3) betaalbare woningen en 33% (1/3) gebouwd door woningcorporaties zie daarvoor hoofdstuk 2. Betaalbaarheid.

•

Partijen zullen gezamenlijk nog nader uitwerken of er afspraken moeten worden gemaakt maken over: Woon-zorgvisie8; Woningbouw voor ouderen en verpleegzorgplekken; Herstructurering; Vakantieparken; Duurzaam en toekomstbestendig bouwen; Ruimtelijke ordeningsaspecten; Flexibele woningen; Transformeren van vastgoed. Vanaf 2023 wordt bezien op welke onderwerpen aanvullende afspraken gemaakt moeten en kunnen worden.

Aantallen per gemeente Onderstaande tabel 2a9 geeft de foto (1-12-2022) van de woningbouwprogramma’s per gemeente: het totale bruto (zonder sloop) aantal woningen in de periode 2022 t/m 2030 en de bruto aantallen per prijssegment. Deze aantallen kunnen in de toekomst wijzigen. Het aantal woningen per project kan toe- of afnemen of projecten kunnen niet doorgaan. Voor nieuwe projecten wordt gezocht naar mogelijkheden in dezelfde gemeente of in een andere gemeente binnen de regio Haaglanden. Tabel 2b laat het aandeel sociale huur en het aandeel betaalbare woningen in het woningbouwprogramma zien per gemeente. De tabellen bevatten een momentopname van het regionale woningbouwprogramma van de regio op gemeenteniveau. Het betreft alleen de locaties, die zijn opgenomen in het door GS vastgestelde regionale woningbouwprogramma. Het betreft bruto aantallen, sloop is hierin niet meegenomen. Tabel 2a: Regionaal woningbouwprogramma Haaglanden per gemeente (foto 1-12-2022), bruto aantallen (excl. sloop) aantal woningen realisatie 2022 t/m 2030 gemeente Totaal Delft Totaal Den Haag Totaal Leidschendam-Voorburg Totaal Midden-Delfland Totaal Pijnacker-Nootdorp Totaal Rijswijk Totaal Wassenaar Totaal Westland Totaal Zoetermeer Totaal Haaglanden

Totaal bruto 11.397 30.507 2.262 474 1.624 9.396 991 7.212 10.582 74.445

Sociale huur 5.334 8.481 599 106 552 2.236 347 1.439 2.739 21.833 29%

Midden huur 1.583 5.335 312 48 17 3.512 83 460 2.172 13.522 18%

Betaalbare koop 339 1.843 53 58 70 1.163 189 1.040 1.141 5.896 8%

Huur duur 1.008 3.557 297 3 6 47 537 5.455 7%

Koop duur 2.698 4.024 1.001 116 685 1.073 326 3.457 2.776 16.156 22%

Prijs onbekend 435 7.267 146 300 1.409 40 769 1.217 11.583 16%

7

Harde woningbouwplannen zijn plannen waarvoor een bestemmingsplan (of Omgevingsplan), zonder wijzigingsbevoegdheid, door de gemeenteraad is vastgesteld en/of onherroepelijk is geworden. 8

Tussenakkoord ‘Samen werken aan een solide woningmarkt in Haaglanden – de eerste stap (2021-2030)’: Gemeenten starten in 2021 met het opstellen van een nieuwe regionale woonvisie.

11

Tabel 2b: Regionaal woningbouwprogramma Haaglanden per gemeente, aandeel betaalbare woningen (foto 1-12-2022) Opgenomen in gemeentelijk woningbouwprogramma (realisatie 2022-2023) % sociaal in % betaalbaar in totaal totaal Gemeente woningbouw- totaal betaalbaar woningbouwbruto sociale huur programma programma Totaal Delft 11.397 5.334 47% 7.256 64% Totaal Den Haag 30.507 8.481 28% 15.659 51% Totaal Leidschendam-Voorburg 2.262 599 26% 964 43% Totaal Midden-Delfland 474 106 22% 212 45% Totaal Pijnacker-Nootdorp 1.624 552 34% 639 39% Totaal Rijswijk 9.396 2.236 24% 6.911 74% Totaal Wassenaar 991 347 35% 619 62% Totaal Westland 7.212 1.439 20% 2.939 41% Totaal Zoetermeer 10.582 2.739 26% 6.052 57% Totaal Haaglanden 74.445 21.833 29% 41.251 55%

Tabellen 2a en 2b laten zien dat de behoefte van 2/3e betaalbaar in het woningbouwprogramma nog niet wordt gehaald, met name als het gaat om betaalbare koopwoningen (tot € 355.000). De gemeenten spreken af dat zij voor nieuwe plannen en plannen waarvoor nog geen prijscategorieën zijn afgesproken de betaalbaarheidsambities zullen toepassen zodat vanaf 2025 de programmering minimaal bestaat uit 2/3 deel betaalbare woningen, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Het betaalbare segment bestaat uit sociale huur, middenhuur en

betaalbare koop tot €355.000. Het aandeel sociale huur en middenhuur binnen het regionaal woningbouwprogramma waarvan bekend is dat die door woningcorporaties wordt gebouwd is totaal 27%. Dat is nog niet volgens de doelstelling van 1/3e van het woningbouwprogramma door woningcorporaties (waarvan 5/6 e sociaal en 1/6e middenhuur). Afgesproken is dat de aantallen die door woningbouwcorporaties worden gerealiseerd op 1 mei 2023 beter in beeld worden gebracht en deze plannen beter in de planregistratie worden opgenomen, zie hiervoor ook de afspraken onder Betaalbaarheid.

2. Betaalbaarheid •

Er is grote behoefte aan betaalbare woningen in Nederland en Zuid-Holland. Om aan te sluiten bij die behoefte streven we ernaar dat 2/3 van de nieuwe woningen betaalbaar zijn: op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Onder het betaalbare segment vallen: • Sociale huurwoningen ▪ BZK werkt aan vernieuwde definitie van sociale huurwoningen • Middenhuur: huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot max €1000 per maand • Betaalbare koopwoningen: koopwoningen tot onder de €355.000

•

Uit tabel 1 is te concluderen dat de opgaven uit de samenwerkingsafspraken in het betaalbare segment met de huidige programmering nog niet wordt gehaald. Dat maakt dat binnen de regionale realisatieagenda de focus ligt op het verhogen van het aandeel betaalbare woningen, mits voldaan kan worden aan de kritische succesfactoren.

•

In de Nationale Prestatieafspraken is opgenomen dat woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuur woningen. Gezien de behoefte aan sociale huurwoningen is het belangrijk dat de totale voorraad weer groeit. Deze aantallen zijn wat betreft de nieuwbouwopgave, richtinggevend voor de lokale prestatieafspraken van gemeenten, corporaties en huurders. Ook is in de Nationale Prestatieafspraken tussen rijk en Aedes opgenomen dat het aantal woningen met een huurprijs tot 550 euro (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad niet afneemt.

•

De afspraak in het Tussenakkoord Haaglanden is dat woningcorporaties 17.000 sociale huurwoningen realiseren. Om dit aantal te kunnen realiseren moet aan verschillende kritische succesfactoren voldaan worden. Ook staan er van de afgesproken 17.000 woningen op dit moment niet meer dan 13.500 sociale huurwoningen in de programma’s 12

van de woningcorporaties. Gemeenten en woningcorporaties spreken af dat ze voor het resterende deel afspraken maken over locaties en welke woningcorporaties het project gaat uitvoeren. •

De ambitie dat de woningcorporaties vanaf 2025 de helft van de betaalbare woningen gaan bouwen wordt in het huidige regionale woningbouwprogramma nog niet gehaald. Deze ambitie is hoger dan wat de regiogemeenten hebben vastgelegd in het Tussenakkoord. De gemeenten zijn echter bereid om zich in te zetten voor deze extra opgave om 1/3 door woningcorporaties te laten realiseren. Terwijl voor het huidige regionale woningbouwprogramma geldt dat dit kan worden gerealiseerd mits aan de kritische succesfactoren wordt voldaan, is het realiseren van deze extra opgave nog minder zeker. Op basis van het actuele regionale woningbouwprogramma is desondanks het streven ca. 25.000 woningen door woningcorporaties te laten realiseren, waarvan ca. 21.000 sociale huur en ca 4.000 middenhuur).

•

Gemeenten leveren uiterlijk 1 mei 2023 een projectenlijst aan met de projecten die door de corporaties worden gerealiseerd. Deze ‘gemeentelijke projectenlijsten’ tellen gezamenlijk op tot de 25.000 woningen (waarvan 1.500 flexwoningen binnen 3 jaar te realiseren) die in de regio door de corporaties worden gerealiseerd. Per project wordt aangegeven: de locatie, het aantal woningen, het prijssegment, de doelgroep (o.a. aansluiting op het programma Wonen en zorg voor ouderen), of het tijdelijke -of permanente woningbouw betreft, het geplande bouwjaar en (indien bekend) de corporatie. De provincie toetst uiterlijk 1 juli 2023 of de verdeling naar gemeenten voldoende bijdraagt aan de kwalitatieve doelstellingen, zoals het behoud van de sociale voorraad en het toegroeien naar 30% in gemeenten waar dit percentage lager is.

•

De circa 4.000 middenhuurwoningen worden afhankelijk van de locatie gebouwd voor verschillende doelgroepen en binnen een evenwichtige mix in het middenhuursegment. Diversiteit in de wijken en buurten is van groot belang voor de leefbaarheid en daar is de toevoeging van midden huur essentieel in. Daarnaast willen de corporaties de doorstroming vanuit de sociale huurwoningen verbeteren door het vergroten van de beschikbaarheid in het midden huursegment. • Woningcorporaties maken ten aanzien van de circa 4.000 middenhuurwoningen een voorbehoud ervan uitgaande dat de markttoets buiten werking blijft. De huidige buitenwerkingsstelling duurt tot 1 januari 2024, wat er daarna gebeurt is nog onduidelijk. Er wordt vermoed dat de buitenwerkingstelling wordt verlengd. Mocht dat niet gebeuren, dan hebben corporaties weer toestemming voor het bouwen van deze woningen nodig. Die toestemming krijgen is lastig.

•

Woningcorporaties in Haaglanden hebben de ambitie om daarnaast 1.500 flexwoningen te realiseren en permanent (op verschillende locaties) in stand te houden. De partijen onderschrijven deze ambitie en zetten zich elk vanuit hun eigen rol in om hiervoor randvoorwaarden te scheppen voor realisatie van de flexwoningen. Deze flexwoningen tellen mee als onderdeel van de groei van de woningvoorraad.

•

Als gevolg van het in 2022 uitgevoerde Antea-onderzoek naar meer mogelijkheden voor nieuwbouw voor de doelgroep in de gemeenten Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar en Westland, is er in deze 4 gemeente een beweging richting de doelen uit het Tussenakkoord zichtbaar. De kansen die hieruit zijn voortgekomen moeten gedeeltelijk nog vertaald worden in het regionale woningbouwprogramma. In het regionale woningbouwprogramma t/m 2030 zijn ca. 17.000 door woningcorporatie te bouwen sociale huurwoningen opgenomen. Echter nog niet alle plannen voor sociale huurwoningen zijn gekoppeld aan corporaties (nu 13.500). In het Tussenakkoord zijn werkafspraken gemaakt om het aantal door woningcorporatie te bouwen sociale huurwoningen te vergroten door de plannen voor de DAEB woningen te concretiseren en ze te koppelen aan locaties en corporaties.

•

Het Rijk heeft in het Programma ‘Een (t)huis voor iedereen’ de ambitie geformuleerd dat elke gemeente streeft naar minimaal 30% sociale huur in de woningvoorraad. De provincie stuurt via haar Omgevingsbeleid op een meer evenwichtige spreiding van de sociale woningvoorraad en onderschrijft deze ambitie. Dit vanuit de gedachte dat elke gemeenten zijn fair share (eerlijk aandeel) neemt op basis van wat maximaal haalbaar is. Het Rijk en de provincie hebben deze ambitie vastgelegd in de Samenwerkingsafspraken. Dit betekent voor gemeenten met minder dan 30% dat zij streven naar 30% en voor 13

gemeenten met meer dan 30% dat zij streven naar het op peil houden van de voorraad en het percentage sociale huurwoningen in de totale voorraad, in lijn met het MeerEvenwichtScenario zoals genoemd in het Tussenakkoord. Partijen erkennen dat niet het onmogelijke mag worden verwacht en het voor sommige gemeenten niet mogelijk is om binnen de looptijd van deze realisatieagenda de streefnorm van 30% te halen. •

Om te zorgen dat er voldoende woningen zijn voor starters en mensen met een middeninkomen zijn tot en met 2030 nationaal 350.000 betaalbare koop- en midden huurwoningen nodig. In het nationale Programma Betaalbaar Wonen is dan ook opgenomen dat bijna 40% van de nieuwbouw dient plaats te vinden in deze segmenten. Op basis van het actuele regionale woningbouwprogramma zijn dit ca. 30.000 woningen. In de samenwerkingsafspraken Rijk-provincie is een onderverdeling gemaakt van 50% middenhuurwoningen (15.000 woningen) en 50% betaalbare koopwoningen (15.000 woningen) . Woningcorporaties hebben ook een rol in het realiseren van meer middenhuur. Partijen spreken af dat corporaties tot en met 2030 circa 4.000 middenhuurwoningen bouwen. Corporaties zetten zich daarbij in voor een evenwichtige mix binnen het middenhuursegment van 850 euro tot 1.000 euro (prijspeil 2020). De uitwerking van deze mix is onderdeel van de nadere uitwerking in het regionaal woningbouwprogramma. De regio zet zich in voor de realisatie door marktpartijen van ca. 10.800 middenhuurwoningen en ca. ca. 15.000 betaalbare koopwoningen.

•

Gemeenten hebben tijd nodig om de betaalbaarheidsambities te realiseren. Uitgangspunt is in principe dat bestaande afspraken van woningbouwprojecten niet worden opengebroken om het aandeel betaalbaar te verhogen. Dit leidt mogelijk tot vertraging. Wel worden in projecten waar al afspraken over zijn, de mogelijkheden benut om het aandeel betaalbaar te verhogen. Omdat bij 16% van de plancapaciteit het prijssegment nog niet bekend is, is hier ruimte om vanaf 2025 te bewegen richting 2/3 betaalbaarheid in de programmering op regionaal niveau.

•

Partijen zetten zich in voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koop daadwerkelijk te realiseren. Gemeenten zetten de instrumenten in die ze hiervoor tot hun beschikking hebben. In geval gemeenten geen eigen grondposities hebben, maken ze gebruik van de publiekrechtelijke instrumenten die tot hun beschikking staan, zoals de doelgroepenverordening en straks de Omgevingswet, maar zijn zij voor de realisatie afhankelijk van de medewerking van marktpartijen. Het gaat naast locaties ook om de inzet van (voldoende) ambtelijke capaciteit (grondzaken, mobiliteit, economie, stedenbouw, OCW) vanuit de gemeente(n).

•

Gemeenten verkennen in 2023 de invoering van de doelgroepenverordening.

Aanvullend op de ambities ten aanzien van de betaalbaarheid van het woningbouwprogramma, spreken partijen af om daarbinnen, alsmede in de bestaande maar ook in te transformeren vastgoed met een niet-woonbestemming, naar mogelijkheden te zoeken om woon- en verblijfsruimte te creëren voor de aandachtsgroepen die benoemd zijn in het nationaal programma Een (t)huis voor iedereen, zoals arbeidsmigranten, ouderen, statushouders, uitstromers uit intramurale instellingen, studenten, dak- en thuisloze mensen, medisch urgenten en woonwagenbewoners. In de nog op te stellen regionale woonzorgvisie wordt hier invulling aan gegeven.

Corporaties in positie brengen

10

•

Het tekort aan investeringscapaciteit van corporaties in de regio Haaglanden behoort tot de hoogste van Nederland10. De uitvoering van de kernopgaven van corporaties in de woningwetregio, wordt daardoor op korte en lange termijn ernstig bedreigd.

•

Corporaties hebben te maken met de brede volkshuisvestelijke opgave, bestaande uit nieuwbouw van sociale huur en middeldure huurwoningen, verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, betaalbaarheid/huurbeleid en investeren in leefbaarheid. Op termijn (vanaf 2028 maar vanwege recente macro-economische ontwikkelingen waarschijnlijk enige jaren eerder) is er onvoldoende investeringscapaciteit bij corporaties om de brede volkshuisvestelijke opgaven aan te kunnen. Dat is ook het

bron: Staat van de Corporatiesector (2021) en Opgave – middelen corporatiesector (2020)

14

beeld wat naar voren komt uit het onderzoek ‘Opgaven en middelen corporatiesector’ (in 2023 wordt dit onderzoek geactualiseerd). •

Er is een structurele disbalans tussen opgaven, middelen en de lage investeringscapaciteit in de regio Haaglanden. Recente macro-economische ontwikkelingen (gestegen vennootschapsbelasting en stijgende kosten voor lonen, onderhoud, nieuwbouw en verduurzaming, en stijgende rente) hebben een ongunstige invloed op de investeringscapaciteit. Ondanks de vergroting van de investeringscapaciteit door de afschaffing van de verhuurderheffing, is de bestedingsruimte in deze regio onvoldoende om de opgave toe en met 2030 te realiseren.

•

Doorrekening van de Nationale Prestatieafspraken Woningcorporaties voor Zuid-Holland toont aan dat er aanvullend financieel onderzoek nodig is. Het opnieuw doorrekenen in 2023 door BZK van de opgave en middelen, met afschaffing verhuurderheffing, en huurbeperkende maatregelen en inflatiecijfers is essentieel om een geactualiseerd inzicht te krijgen in de haalbaarheid van de realisatie van de opgave tot en met 2030. Zie ook hoofdstuk 5. Versnellingsafspraken.

•

Naar aanleiding van de uitkomst van deze financiële doorrekening worden in 2023 door woningcorporaties en gemeenten afspraken gemaakt over de gewenste prioritering voor de korte termijn en samen met de provincie Zuid Holland en de minister van VRO hoe we omgaan met de te lage investeringscapaciteit voor de middellange termijn (regionale solidariteit/collegiale financiering maar ook mogelijke inzet van het instrument landelijke projectsteun en fiscale maatregelen of subsidies).

•

De corporaties brengen voor 1 juli 2023 hun gezamenlijke financiële positie in beeld, middels een herijking van het eerder uitgevoerde onderzoek naar de regionale opgavenen middelen. In deze herijking worden alle actuele ontwikkelingen meegenomen. Het resultaat van deze doorrekening laat zien hoeveel (extra) financiële middelen en flankerende maatregelen(zoals het belastingregime, projectsteun en grondprijzenbeleid) er in de regio Haaglanden nodig zijn om de opgave te realiseren. Partijen erkennen dat zonder extra middelen en maatregelen de opgave niet kan worden gerealiseerd en spannen zich tot het uiterste in om vanuit hun eigen mogelijkheden en rollen bij te dragen aan de benodigde maatregelen.

•

Regionaal en ook binnen de provincie Zuid-Holland is op termijn onvoldoende vrije investeringscapaciteit bij corporaties voor de opgaven. De verwachting is dat solidariteit van woningcorporaties buiten de regio Haaglanden -en/of bijvoorbeeld de inzet van projectsteun in de periode tot en met 2030 daarom noodzakelijk is voor de regio Haaglanden. In het regeerakkoord heeft het Kabinet de mogelijkheid van projectsteun (opnieuw) geïntroduceerd. Een goede vormgeving en invulling van projectsteun is essentieel om het te laten werken in de praktijk. o Voor de realisatie van sociale huurwoningen, verduurzaming door corporaties en het mogelijk verwerven van particulier bezit en (her)ontwikkelen door corporaties gaan partijen op basis van het in 2023 op te stellen geactualiseerde inzicht van de opgave en middelen van corporaties in de regio Haaglanden verkennen of een beroep op de solidariteit van corporaties (waarbij de aanvraag van projectsteun een mogelijkheid is), nodig is om op termijn in te zetten in de regio Haaglanden.

3. Bouwlocaties •

De ambitie voor de regio Haaglanden is om circa 75.000 woningen bij te bouwen in de periode t/m 2030. Om de aantallen, en kwalitatieve doelstellingen, daadwerkelijk te realiseren vraagt de regio extra focus en prioritering van het Rijk op de opgave van de regio en (dus) een meer dan evenredige toedeling van bestaande en toekomstige rijksmiddelen.

•

Om aan de doelstellingen van het rijk te voldoen is ook op projectniveau inzet nodig van partijen. • In tabel 3 zijn de bouwlocaties MIRT en WBI opgenomen. Deze locaties zijn in de regio Haaglanden noodzakelijk voor de realisatie van de regionale opgave.

15

• •

In tabel 4 staan de woningbouwprojecten met 200 woningen of meer, of het grootste project van de gemeente opgenomen.

Partijen spreken met elkaar af (zie hoofdstuk 6. Samenwerking en sturing) continu het goede gesprek te voeren over: welke projecten nog meer in aanmerking komen om opgenomen te worden; gesignaleerde knelpunten bij huidige (en toekomstige) WBI projecten ten behoeve van de realisatie en; mogelijke oplossingsrichtingen (zie spoor 1 uit hoofdstuk 1. Woningbouwopgave). Voor de WBI-projecten monitort het RVO de voortgang. Onderdeel van het gesprek is een verruiming van de termijn start bouw van de WBIprojecten bij zwaarwegende omstandigheden die buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen.

Tabel 3: overzicht van projecten met rijkssubsidie MIRT-projecten •

WBI-projecten

MIRT-verkenning Oude Lijn en regionale HOV-corridors CID Binckhorst

Gemeente Delft: • Kabeldistrict Schieoevers • Gemeente Den Haag: • De Venen Versnellingsprojecten: • Dreven-Gaarden-Zichten Gemeente Delft: • Locatie Assumburgweg/LEVELS • Kop van de Buitenhof (Noord) • HS Kwartier • Schieoevers, eerste fase • Haagse Asfaltcentrale • Delft Campus • Laan van NOI/ICT Security Campus Gemeente Den Haag: fase 1 • Laakhaven Centraal Gemeente Pijnacker-Nootdorp: • De Binckhorst • Centrumlijn • Propositie Zuidwest Gemeente Rijswijk: Gemeente Westland: • In de Bogaard • Waelpark (het Nieuwe Westland) • Havenkwartier Gemeente Zoetermeer: Gemeente Westland: • Zoetermeer binnenstad • Waelpolder • Entree Zoetermeer Gemeente Zoetermeer: • Entree In de regio Haaglanden zijn door het rijk twee grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties aangewezen zoals vastgesteld tijdens het BOL voorjaar 2022/BO MIRT najaar 2022: Den Haag CID/Binckhorst en Oude Lijn Leiden - Dordrecht (deze zone is deels gelegen in de regio Haaglanden). Voor deze grootschalige woningbouwlocaties is langjarige zekerheid en continuïteit van de bouwproductie op de middellange en lange termijn nodig (dus ook na 2030).

Voor deze gebiedsontwikkelingen geldt dat – naast uitdagingen rond het realiseren van bijvoorbeeld voldoende betaalbaar aanbod, aanleg van (extra) openbare ruimte, groen en water of de uitplaatsing van bedrijven – er omvangrijke ingrepen in mobiliteitstransitie en omliggende mobiliteitssystemen nodig zijn om de beoogde volumes te realiseren. Hiervoor maken betrokken overheden, woningcorporaties, marktpartijen en andere stakeholders langdurige samenwerkingsafspraken. Tabel 4 op de volgende 2 pagina’s geeft een overzicht van projecten in de regio met locaties waar in de periode 2022 t/m 2030 meer dan 200 woningen worden gerealiseerd. In sommige grote projecten zijn voor 2022 al woningen gerealiseerd of staan ook na 2030 nog woningen gepland, daarmee is het aantal in de lijst niet altijd het totale aantal van het project. Voor de kleinste gemeente Midden-Delfland is het grootste project opgenomen.

16

Tabel 4 (1 van 2): Regio Haaglanden, 200plus projecten, aantal woningen oplevering gepland 2022 t/m 2030 Gemeente Plannaam Eindtotaal Delft Kabeldistrict_1 tm 4 1.997 Delft Nieuw Delft veld 1 t/m 9 1.133 Delft Campus Zuid - studenten DUWO 1.000 Delft extra ambitie studentenwoningen 1.000 Delft Station Campus Noordkavel_1 t/m 4 en strip 642 Delft Bethelpark West (Borghese) 350 Delft Gillis - Delfia - Mozartstrip 348 Delft Schieoevers Nieuwe Haven_1 t/m 3 344 Delft Staalweg 1 t/m 4 330 Delft PCB-locatie 307 Delft Gele Scheikunde 300 Delft Grasbuurt 291 Delft AH xl M.Nijhofflaan fase 2 260 Delft Bomenwijk fase 3, 4 en 5 210 Delft Tanthof onderwijslocaties 201 Den Haag Verheeskade 3.553 Den Haag Waldorp (Four, The Globe en Post Tower) 2.275 Den Haag Dreven Gaarden Zichten 2.222 Den Haag Binckhorstlaan 1.928 Den Haag Laan van NOI/Anna vHannoverstraat 4 1.700 Den Haag Haagvlietpoort (Struijck II en The Grace) 1.568 Den Haag Bellevue locatie 1.200 Den Haag Vroondaal Noord (IenII) en Zuid (IenII) 1.145 Den Haag De Venen 1.021 Den Haag Calandstraat 12 (PUK) / Calandstraat 50 (NVU) 992 Den Haag MeLoCo Dennekampstraat 930 Den Haag Grotiusplaats (Grotiustoren 1 en 2) 655 Den Haag Schaloenstraat Herontwikkeling 570 Den Haag Assumburgweg, Locatie Brandweerkazerne 548 Den Haag Gebiedsontwikkeling Spuikwartier (Toren A, B en C) 514 Den Haag Laakhaven Petroleumhaven (Blok A t/m J) en West 504

Den Haag KPN-kavel Beatrixkwartier 450 Den Haag Loevesteinlaan 355, Florence 442 Den Haag Erasmusveld 440 Den Haag Den Haag Nieuw Centraal, KJ bovenbouw 396 Den Haag Randveen 64, Lozerhof 388 Den Haag Trekvlietzone, deelgebied 1 A B en C 380 Den Haag Beresteinlaan (Dreven2a) 369 Den Haag Plesmanweg (1-6 en M I&M) 325 Den Haag Moerwijk-Oost 309 Den Haag Pegasusweg 7/ Komeetweg (100% Sociaal) 300 Den Haag One Milky Way (Saturnusstraat 16/ Hoek Melkwegstraat (OMW) 253 Den Haag Melkwegstraat, De Nieuwe Hallen fase 1 234 Den Haag Neherkade 1 230 Den Haag Norfolkterrein, blok 3 en 4BD 227 Den Haag Laan van Nieuw-Oost-Indië 123-127 221 Den Haag Slachthuislaan/ Neherkade anterieure overeenkomst 220 Den Haag Saturnusstraat kavel 1 (Frank is een Binck) 205 Den Haag Leeghwaterplein hoek Van der Kunstraat 202

17

Tabel 4 (2 van 2): Regio Haaglanden, 200plus projecten, aantal woningen oplevering gepland 2022 t/m 2030 Gemeente Plannaam Eindtotaal Leidschendam-Voorburg KPP 1 t/m 5 605 Leidschendam-Voorburg Overgoo 500 Leidschendam-Voorburg Vlietvoorde 285 Leidschendam-Voorburg Park070/CBS 231 Leidschendam-Voorburg Schakenbosch 325 Leidschendam-Voorburg Diaconessenhuis 200 Midden-Delfland ML-1 Maaslandse Zoom (Commandeurspolder) 109 Pijnacker-Nootdorp Centrumlijn 500 Pijnacker-Nootdorp Tuindershof 492 Pijnacker-Nootdorp KIEM 323 Rijswijk Kadans e.a 1.860 Rijswijk Pasgeld-West 1 t/m 5 839 Rijswijk Burgemeester Elsenlaan 325 en 329 793 Rijswijk Sijthoff locatie 671 Rijswijk Te Werve-Oost 550 Rijswijk Sterpassage (In de Bogaard) 510 Rijswijk HBG -locatie fase 1 en 2 480 Rijswijk Ontwikkelstrook Prinses Beatrixlaan 400 Rijswijk Parkrijk 395 Rijswijk De Terp (In de Bogaard) 345 Rijswijk Beatrix-blok (In de Bogaard) 310 Rijswijk Indola 301 Rijswijk Hoogvoorde 250 Rijswijk Edelstaete 240 Rijswijk Prinsenpassage (In de Bogaard) 200 Wassenaar ANWB 425 Westland WZ (o.a. Gouw, HAK, Monster Noord, Westmade) 2.667 Westland ONW (o.a.

Waelpolder, Waelpark, GdB) 923 Westland Transformatiegebied Wateringen N(1) 800 Westland Liermolen Haven-,Vlas- en Wilgenbuurt) 796 Westland FloraCampus 465 Zoetermeer Entree Middengebied 3.795 Zoetermeer Programma Binnenstad 1.000 Zoetermeer Entree: Station 732 Zoetermeer Kwadrant B&F / Edisonpark 435 Zoetermeer Kwadrant A 400 Zoetermeer Eleanor Rooseveltlaan 3-29 354 Zoetermeer Luxemburglaan 1 en 2-10 284 Zoetermeer Engelandlaan 140 en 270 253 Zoetermeer Cadenza 2 230 Zoetermeer Martin Luther Kinglaan 218 Zoetermeer Dwarstocht 207 Totaal 82% van 74.445 61.327

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12508171/1