RIS314462 Bijlage IV Transparanter maken van de PC-cyclus
Tekst van het document
Bijlage IV: Transparanter maken van de P&C-cyclus Een robuuste financiële huishouding vraagt niet alleen om actuele en uitvoerbare begrotingsregels, maar ook om een duidelijke en transparante begroting en bijbehorende P&C-producten, waarin helder staat beschreven (1) welke doelen de gemeente wil bereiken, (2) welke activiteiten we hiervoor willen uitvoeren en (3) welke budgetten hiervoor beschikbaar zijn. Daarmee zijn de P&C-producten een belangrijk instrument voor de raad om zijn rol als kadersteller en het bijbehorende budgetrecht uit te oefenen Daarnaast zijn deze producten een onmisbaar instrument voor de raad om zijn rol als kadersteller uit te oefenen. De programmabegroting heeft daarom verschillende functies. De raad autoriseert het college, met de vaststelling van de begroting, om uitgaven te doen voor de in de begroting omschreven activiteiten. Deze uitgaven per programma zijn gemaximeerd en daarmee heeft de begroting een allocatiefunctie. Daarnaast heeft de begroting een beheersfunctie doordat doelen, activiteiten en budgetten intern worden doorvertaald naar de ambtelijke organisatie, processen en jaarplannen. De gemaakte keuzes kunnen worden vastgelegd in de administratie zodat we de uitgaven kunnen volgen.
Tot slot heeft de programmabegroting (in casu de jaarrekening) ook een controlefunctie doordat het college verantwoording aflegt over de besteding van middelen en de gerealiseerde doelstellingen. De hieraan gerelateerde andere P&C-producten, zoals de 4 en 8-maandrapportage ondersteunen bij het monitoren van de voortgang van zowel de budgetuitputting als de doelrealisatie. De huidige P&C-producten zijn uitgebreid en dat kan de overzichtelijkheid in de weg staan . Daarnaast worden ze in de praktijk veelal gebruikt om alle ontwikkelingen binnen een programma te benoemen, waarbij niet alles wat opgenomen wordt ook daadwerkelijk vanuit het perspectief van de P&C-cyclus relevant is. Door de veelheid aan informatie vervaagt de structuur en daarmee de onderlinge vergelijkbaarheid van de programma’s. Dit resulteert in een ongebalanceerd en omvangrijk eindproduct dat onvoldoende meerwaarde heeft voor het college, raad en de burger. Daarnaast bieden de P&C-producten nu niet vanzelfsprekend inzicht in de overkoepelende opgaven die er zijn en waar de gemeente aan werkt, zoals bijvoorbeeld de integrale opgave in Zuid West of de Binckhorst. Bovenstaande vormt dan ook de aanleiding om de P&C-producten te vereenvoudigen en verbeteren. Doel daarvan is drieledig. Ten eerste willen we de functionaliteit van de producten verbeteren.
Ten tweede de doorontwikkeling van het financiële instrumentarium zoals de financiële spelregels, de investeringsbegroting en het cofinancieringsfonds ook in de P&C-producten te bestendigen. Ten derde de integrale en gebiedsgerichte aanpak van gemeentelijke opgaven in te bedden in de P&C-producten. De noodzaak voor deze doorontwikkeling wordt mede versterkt door de rijksbrede ontwikkeling om generieke rijksmiddelen steeds meer integraal en gebiedsgericht beschikbaar te stellen voor gemeenten. Een voorbeeld hiervan is het nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, waar Den Haag Zuidwest een van de focusgebieden is. P&C-producten die hierop zijn toegerust helpen bij het aanvragen en verantwoorden van deze middelen. Voorgestelde veranderingen De komende periode wil het college daarom de P&C-producten vereenvoudigen en verbeteren. Het uitgangspunt hierbij is dat duidelijker wordt op welke manier elke euro die de gemeente ontvangt, zo goed mogelijk voor de Haagse burger wordt ingezet. Door de P&C-producten te vereenvoudigen, de leesbaarheid en transparantie te verbeteren zal de functionaliteit ervan toenemen. Hierbij is het college voornemens om net zoals bij het nalopen van de financiële verordening, ook de huidige opzet van de P&C-producten en cyclus te herijken, om ervoor te zorgen dat de P&C-producten beter aansluiten op wat de raad in dit kader nodig heeft.
Concreet betekent dit dat we om de P&C-producten te vereenvoudigen, de programmabegroting en de bijbehorende P&C-producten terug willen brengen tot de kern waarvoor ze bedoeld zijn: het presenteren van doelen, activiteiten en budgetten met een duidelijke en consequent toegepaste structuur van de 3 Wvragen (“Wat wil de gemeente bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? En wat mag dit kosten?”). De teksten die we hiervoor gebruiken verbeteren we in kwaliteit en kwantiteit. De samenhang tussen doelstellingen en budgetten versterken we door alleen functionele (en gemaximeerde) beleidsmatige informatie op te nemen ondersteund met kengetallen en streefindicatoren over relevante ontwikkelingen in de stad en binnen doelgroepen.
1
Om de P&C-producten te verbeteren onderzoeken we een alternatieve programmaopzet, waarmee de structuur en de leesbaarheid van de begroting wordt verbeterd. In het verlengde hiervan willen we duidelijker maken aan welke integrale resultaten we werken en hoe het coalitieakkoord hieraan bijdraagt. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een beleidsagenda zoals al gebruikelijk is bij het Rijk. Verder ontwikkelen en implementeren we, zoals hiervoor beschreven, een investeringsbegroting. Die zal ook een plaats krijgen in de verbeterde P&C-producten en cyclus. Tot slot maken we duidelijker via bijvoorbeeld een apart (extracomptabel) overzicht aan welke integrale en gebiedsgerichte opgaven we werken, welke activiteiten we hiervoor uitvoeren, vanuit welk beleidsdomein deze worden geleverd met de bijbehorende budgetten. Bijbehorende uitgangspunten Voor het vereenvoudigen en verbeteren van de P&C-cyclus hanteert het college de volgende uitgangspunten: 1. We hebben één gemeentelijke begroting waarin we ruim 3 miljard euro besteden aan de stad met ruim 560.000 inwoners. We maken in de begroting zo goed mogelijk duidelijk op welke manier elke euro die de gemeente ontvangt, voor de Haagse burger wordt ingezet. 2. Leesbaarheid, begrijpelijkheid en transparantie staan centraal bij het maken van P&C-producten.
Dit heeft niet alleen betrekking op de inhoud van de producten, maar ook op vorm en taal en de frequentie waarmee ze worden gemaakt (P&C-cyclus). Bij de uitwerking van de hiervoor genoemde uitgangspunten zal worden bezien in welk vorm (verordening, uitvoeringsbesluit of werkafspraak) het beste geborgd kunnen worden.
2