RIS314450 Beantwoording SV Lachgas, een gevaar voor Haagse woonwijken
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
30 mei 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van raadsleden de heer Mekers en mevrouw Mostert, luidend ‘Lachgas, een gevaar voor Haagse woonwijken?’
DSO/10501170 RIS314450
Raadsleden de heer Mekers en mevrouw Mostert hebben op 26 januari 2023 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Kan het college aangeven hoeveel opslagplekken voor lachgas er sinds de ingang van het verbod in onze gemeente zijn aangetroffen?
De politie heeft sindsdien zes gevallen geregistreerd waarin grote hoeveelheden lachgas zijn aangetroffen en in beslag zijn genomen. 2.
Kan het college aangeven welke bestuurlijke acties de gemeente onderneemt na aantreffen? Is er sprake van sluiting, boetes of andere maatregelen?
De burgemeester kan op grond van artikel 13b van de Opiumwet een pand tijdelijk sluiten, een last onder dwangsom opleggen of een waarschuwing geven in het geval in dat betreffende pand lachgas bestemd voor de handel wordt aangetroffen en er sprake is van een verstoring van de openbare orde en veiligheid als gevolg van die handel. Dit laatste is steeds afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval, te denken valt aan overlast, aanloop naar het pand of de kenbaarheid van het pand als locatie waar lachgas wordt verkocht. Het college van burgemeester en wethouders kan bij besluit een bestuurlijke boete opleggen op grond van de Woningwet c.q. het Bouwbesluit dat de opslag verbiedt van brandbare stoffen boven een bepaalde hoeveelheid. 3.
Kan het college aangeven in welke mate de opslag van lachgas in grote hoeveelheden in woningen een gevaar vormt voor de bewoner(s) en de directe omgeving?
Lachgas is een oxiderend gas. Dat betekent dat het gas brand kan veroorzaken en verbranding van brandbare stoffen kan versterken. Bovendien bevatten de gasflessen en patronen gas onder druk en deze kunnen bij verwarming ontploffen. De aanwezigheid van meer dan 50 liter brandgevaarlijke gassen in, op of nabij een bouwwerk levert strijdigheid op met het Bouwbesluit 2012 (artikel 7.6). 4.
Heeft het college met de Haagse woningcorporaties bestaande afspraken over hoe te handelen bij aantreffen? Zowel over het opsporen als het vervolg? Over het aantreffen van een hennepkwekerij, maar ook over de opsporing ervan bestaan afspraken die in een convenant met relevante partijen zijn gesloten.
Zie het antwoord op vraag 5.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10501170
5.
Ziet het college de mogelijkheid om voor lachgas soortgelijke afspraken te maken of kan lachgas als verboden stof aan het convenant worden toegevoegd?
In 2020 is het convenant Aanpak drugscriminaliteit eenheid Den Haag 2020-2024 gesloten. Dit is onder meer ondertekend door de politie, het Openbaar Ministerie, de woningcorporaties en de 27 gemeenten binnen de politie eenheid Den Haag. Het doel is om in gezamenlijkheid en in onderlinge afstemming preventieve en repressieve maatregelen te nemen, die er toe leiden dat gevaarlijke situaties worden beëindigd en de illegale verwerking, productie, opslag van en handel in drugs worden voorkomen en bestreden. Het convenant beschouwt onder drugs: middelen genoemd op lijst I of lijst II behorende bij de Opiumwet. Sinds 1 januari jl. staat lachgas op lijst II. Partijen zullen in overleg bezien hoe het convenant wordt uitgevoerd ten aanzien van lachgas. Het verbod is recent ingevoerd en de termijn tussen de afkondiging en de invoering was kort. Partijen moeten daarom nog de nodige voorbereidingen treffen op het gebied van logistiek, stofonderzoek, ICT, werkprocessen en instructies om een goede en uniforme handhaving te waarborgen. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben in elk geval aangegeven er alles aan te doen om op 1 juli 2023 alle logistieke en procesmatige aspecten gereed te hebben, zodat dan volledig en uniform kan worden gehandhaafd op het lachgasverbod. 6.
Ziet het college het opsporen van opslagplaatsen van lachgas als een prioriteit voor politie en gemeentelijke opsporingsambtenaren? Zo nee, waarom niet?
De gemeentelijke opsporingsambtenaren (boa’s) van de Handhavingsorganisatie zijn niet bevoegd voor het opsporen van opslagplaatsen van lachgas. Zij zijn wel bevoegd om te handhaven ten aanzien van het gebruik van lachgas in combinatie met overlast (op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Den Haag) en verkoop van lachgas in de openbare ruimte (op grond van de Verordening Straathandel Den Haag 2017). Boa’s van de Handhavingsorganisatie kunnen eventuele waarnemingen die zij doen op het gebied van opslagplaatsen van lachgas signaleren ten behoeve van de politie. Bij het aantreffen van (grote) hoeveelheden lachgas maakt de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) melding bij de politie. Dat geldt niet voor de opslag van lachgas voor medicinale doeleinden. De Haagse Pandbrigade (HPB) maakt bij aantreffen van een grote hoeveelheid lachgas (meer dan 50 liter) op of nabij een bouwwerk melding bij de politie en treedt handhavend op door het opleggen van een bestuurlijke boete. Wanneer de politie een grote hoeveelheid lachgas aantreft, wordt deze in beslag genomen in het kader van waarheidsvinding, waarbij eventuele vervolging, in afstemming met het OM, later plaatsvindt. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2