CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS314322 Notulen van de raad van 1 december 2022

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 1 december 202260.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

3 alinea's met “vreemd”: 225 243 306

34

we daar best nog eens naar kijken. De motie roept de raad op om dit zelf te regelen, dus het is een motie aan onszelf. Dan de motie over de burgemeester en de gemeentesecretaris. Ligt daarin de nadruk erop dat stukken te laat of onvolledig zijn of ligt de nadruk op de juistheid? Het klinkt een beetje als een duale opdracht. Wat de juistheid betreft, zitten wij allemaal - wat is de uitdrukking ook alweer? - als een bok op de haverkist. Daar is het ons natuurlijk allemaal om te doen. Of gaat het over het te laat zijn? Zit daar uw pijn? Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Te laat en soms ook onvolledig. In de motie staat duidelijk dat het zowel gaat om volledige stukken … We hebben weleens meegemaakt, bijvoorbeeld bij de smeerpijp. Hoe heet dat ding officieel? Wij noemen het altijd de smeerpijp. Dan komt het te elfder ure naar de raad. Dat is moeilijk werken. Laten we ervoor zorgen dat informatie snel, tijdig en volledig richting de raad komt. Dan kunnen we er een goed inhoudelijk debat over voeren. En laten we ervoor zorgen dat we in het college een meerogenprincipe creëren, dat de burgervader zegt: als alles klopt en volledig is, gaan we alles zo snel mogelijk naar de raad sturen. En laten we de gemeentesecretaris daarbij betrekken. Dat is het voorstel. Ik hoop op uw steun. En dan ben ik niet bokkig, om de bok maar van tafel te halen.

Schat, staat de Bokma al koud? De conclusies van de commissie Dreven, Gaarden en Zichten liegen er niet om. De onderzoekers bestempelen het niet-actief delen van het preadvies van de Welstandscommissie als ongelukkig en noemen het bespreken door de raad van de nota van uitgangspunten zonder dat de raad de beschikking had over het preadvies discutabel. Dan Heijmans. De commissie stelt dat de maatregelen ten aanzien van Heijmans te kwalificeren zijn als staatssteun, en er is meer. In zijn mea culpa-interview met Omroep West zegt de wethouder: we sponsoren geen marktpartijen. Maar volgens een betrokkene is dat niet helemaal het geval, want waarom is het college uit het zogeheten SUM-project van de TU Delft gestapt? In plaats van massaal slopen, kan de gemeente in Zuidwest ook kiezen voor verbouwen en renoveren, is het idee. Dat is volgens de TU Delft goedkoper en beter voor het milieu. Tot in 2019 werkten de gemeente en corporatie Staedion mee aan het project. Er zou zelfs een modelwoning volgens SUM-ontwerp ergens in de Dreven worden gebouwd. Maar toen verscheen Heijmans ten tonele. Na tussenkomst van Heijmans hebben Staedion en de gemeente zich teruggetrokken, stelde een betrokkene tegenover weekblad Den Haag Centraal. De TU-aanpak zou te weinig woningen - lees: keiharde winsten opleveren. De wethouder ontkende in het commissiedebat in alle toonaarden.

Wij hebben daarom onder verwijzing naar artikel 169 van de Gemeentewet inmiddels alle communicatie tussen de gemeente en Heijmans inzake de Dreven, Gaarden en Zichten in het algemeen en het SUM-project in het bijzonder opgevraagd. Wordt dus vervolgd. Dit college lijkt ziende blind en horende doof, want nota bene te midden van het onderzoek van de commissie kwam er op 5 oktober, twee maanden geleden dus, een advies van de Adviescommissie bezwaarschriften over het intrekken van beschermd stadsgezicht van de Dreven. Waarom is dit advies niet direct aan de raad gestuurd? Waarom lag het weer twee maanden stof te happen? Waarom had de raad dit advies niet voor het commissiedebat? Kortom, waarom zo vlak na een mea culpa de kern van de commissie, het beter informeren van de raad, weer met voeten treden? Graag een duidelijke uitleg van de wethouder. De voorzitter. Door de heer De Mos worden de volgende motie (J.2 Hart voor Den Haag en J.3 Hart voor Den Haag) ingediend:

Motie J.2 Hart voor Den Haag Informatie- en deskundigheid bevorderende trainingen grote dossiers De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van het onderzoeksrapport Dreven Gaarden en Zichten. Constaterende dat, • het werk voor raadsleden door de decentralisatie van Rijkstaken enorm is verzwaard; • raadsleden bij grote dossiers enorme achterstand hebben in kennis en kunde. 35

Van mening dat, • dit goede besluitvorming in de weg staat. Roept de raad op om het via het fractievoorzittersoverleg mogelijk te maken dat raadsleden bij grote dossiers ruim voor besluitvorming trainingen en werkbesprekingen kunnen bijwonen waar ze hun informatieachterstand kunnen inhalen en zodoende voldoende deskundig zijn om bij te dragen aan een goede besluitvorming. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie J.3 Hart voor Den Haag Ontmantel wantrouwen in de informatievoorziening De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van het onderzoeksrapport Dreven Gaarden en Zichten. Overwegende dat, • het optreden van het college m.b.t de informatievoorziening aan de Raad een sfeer van wantrouwen genereert; • het optreden van het college bij het dossier Dreven, Gaarden. Zichten als "discutabel" aangemerkt wordt; • dit niet zo blijven kan en dat helder moet zijn wie verantwoordelijk is voor de aanlevering van de informatie die bij het raadsvoorstel wordt gebruikt. Constaterende dat, • regelmatig raadsvoorstellen niet binnen de daarvoor staande termijnen, compleet en volledig aan de Raad worden voorgelegd; • in de Raad op het allerlaatste moment stukken correspondentie worden overlegd (van Tongeren GroenLinks bij aanleg smeerpijp) waarmee de Raad voor het blok wordt gesteld; • in geval er om informatie gevraagd wordt deze niet actief en direct ter beschikking wordt gesteld; • op basis van onafhankelijk onderzoeksbureaus de commissie DGZ een bestuurlijk helder oordeel geeft over de manipulatie van het college met betrekking tot de noodzakelijke informatie.

Draagt het college op om de Burgemeester en de Gemeentesecretaris verantwoordelijk te maken voor de juistheid en volledigheid van de richting raad gestuurde stukken, teneinde te voorkomen dat stukken te laat en/of onvolledig richting de raad worden gestuurd. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. Ik vervang collega Noorlander, die wegens gezondheidsredenen is uitgevallen. Ik wens hem vanaf deze plek van harte beterschap. We hopen je later vandaag nog terug te zien, maar kijk maar hoe je je voelt. Ik was de woordvoerder op dit onderwerp in de voorgaande raadsperiode. Ik heb de stukken gelezen en ik volg de ontwikkelingen op dit debat nu ongeveer een halfjaar van wat meer afstand, want meneer Noorlander doet het altijd met verve. Maar ik moet wel zeggen dat ik een enorme déjà vu heb. Alles wat we in de vorige raadsperiode bespraken - de zorgen over de staatssteun, over de financiële risico's en over het preadvies van de Welstand die we toen ook al hadden en die toen ook al in ieder geval wat ons betreft voor een groot gedeelte voldoende bezworen werden door het college liggen nu weer en nog steeds op tafel. Ze zijn heel grondig onderzocht door een dure commissie. Wat 36

D66 betreft was deze enquête überhaupt helemaal niet nodig. Het preadvies van de Welstandscommissie was met de kennis achteraf eerder aan de raad verstrekt. Dat is in de vorige periode al door het college erkend. Dus onze vraag, als het mag ook aan de voorzitter van deze enquêtecommissie, is: welke nieuwe dingen hebben we hier nu echt uit gehaald voor de € 80.000 die erin zijn gegaan aan onderzoeksgeld? Daar wilde ik het bij laten. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik vraag me af of u ook de analyse van de onderzoekscommissie deelt en niet alleen de aanbevelingen. Marieke van Doorn (D66). Wij delen niet de hele interpretatie van de onderzoekscommissie, want er worden dingen wel heel scherp gesteld die je uit de onderliggende documenten, die wij anders lezen … Laat ik het zo zeggen, en dan zeg ik het vrij netjes. Ik vind de analyse van de onderzoekscommissie veel te politiek. Leonie Gerritsen (PvdD). Dat is nieuw. Dat hadden we nog niet eerder gehoord. Kan mevrouw Van Doorn erop ingaan wat er dan te politiek aan was en wat zij er te scherp aan vond? Marieke van Doorn (D66). Ik denk dat mijn collega Noorlander dat wel degelijk heeft gewisseld in de commissie. Tenminste, zo heb ik dat terug gebriefd gekregen. Bijvoorbeeld woorden als 'twijfelachtig' vind ik gewoon beschadigend en onnodig beschadigend.

Er is in de vorige periode al gezegd: het was niet nodig volgens procedures om dat advies van de Welstandscommissie te geven, maar met de kennis van nu, achteraf gezien, hadden we dat eerder moeten doen. Daar zijn al excuses voor aangeboden, maar nu wordt nog eens gezegd: ja, twijfelachtig. Ik vind dat gewoon ontzettend flauw. Leonie Gerritsen (PvdD). Dat zijn hele felle woorden vanuit de D66-fractie. Die hadden we nog niet op die manier gehoord. Is mevrouw Van Doorn het wel eens met de analyse van de commissie dat de informatievoorziening niet op orde was? Dat is ook naar aanleiding van allerlei onderzoeken door derden die daarin zijn meegenomen. Is mevrouw Van Doorn, even los van de woordkeuze, het wel inhoudelijk eens met de analyse dat de informatievoorziening op al deze punten niet op orde was? Marieke van Doorn (D66). Woordkeuze is natuurlijk wel belangrijk: niet op orde. Er zijn inderdaad verbeterpunten en die zijn al erkend. Nogmaals, waarom er zo'n hele enquêtecommissie tegenaan moest worden gegooid, ontgaat mij volledig. Sebastian Kruis (PVV). Ik vind het eigenlijk wel een beetje godgeklaagd. Eerst zitten we met een college dat continu de informatievoorziening niet op orde heeft. Er worden allemaal stukken achtergehouden.

En vervolgens zit hier een raadslid - u bent ook nog raadslid; u voelt zich misschien wethouder, maar dat bent u niet, mevrouw Van Doorn - de onderzoeksresultaten van een onderzoekscommissie vanuit onze eigen raad een beetje af te kraken. Wij zijn uw raadscollega's. Het dualistische systeem is zo dat wíj het college controleren. Ik vind dat mevrouw Van Doorn zich nu een beetje gedraagt als een marionet van de macht. Ik had van een dualistisch raadslid iets meer verwacht. Ik vind dit een beetje twijfelachtig. Marieke van Doorn (D66). Ik hoorde geen vraag. U wel? Sebastian Kruis (PVV). Het leuke principe is dat alles wat ik vanaf deze stoel zeg altijd met een vraagteken erachter is. Dat kunt u alvast voor de komende vier jaar onthouden: dat ik vragen stel zonder misschien de klemtoon te leggen op de vraag. Marieke van Doorn (D66). Ik zal het onthouden. Lesley Arp (SP). Ik moet zeggen dat ik wat verbaasd ben van dit gezicht van D66. Meestal is D66 een zeer genuanceerde partij: enerzijds, anderzijds. Nu is het gewoon: de commissie heeft een politiek oordeel geveld. Eigenlijk wordt de onderzoekscommissie vanuit onze raad ineens in een hele politieke 37

hoek gedrukt. Mevrouw Van Doorn gaf aan dat de juridische risico's goed bezworen waren in de informatievoorziening van het college in de tijd dat zij woordvoerder was. Hoe oordeelt zij dan over het rapport van Nauta, waarin wordt aangegeven dat er waarschijnlijk wél sprake is van staatssteun, terwijl de wethouder een paar weken geleden nog zei dat er geen sprake zal zijn van staatssteun? Ik wil toch een inhoudelijke reactie daarop. Marieke van Doorn (D66). Het staatssteunverhaal wordt voorgelegd aan de Europese Commissie, als ik het goed heb. Het lijkt mij dat we dat moeten afwachten. En ja, dat stamt ook al uit de vorige periode. De Commissie kijkt ernaar. Lesley Arp (SP). Misschien stamt dat uit de vorige periode omdat er vrij zinnige vragen uit de raad kwamen: is de analyse van de wethouder wel correct? Je ziet nu dat er allerlei juridische rapporten zijn die met elkaar in tegenspraak zijn. En D66 heeft zoiets van: weet je wat, we wachten het wel gewoon even af en we kijken wel waar de EC mee komt. Maar dit zijn ook trajecten van de raad. Het is dan toch aan de raad om regie te pakken? Marieke van Doorn (D66). Wat mij betreft is het aan de raad om regie te pakken op enorm grote woningbouwprojecten. Het gevoel dat ik aan deze discussie overhoud, is dat het een soort achterhoedegevecht is en blijft om de woningbouwprojecten in Zuidwest te blokkeren, tegen te houden.

Daarvan wil ik wel een punt maken. Als raad zijn wij verantwoordelijk voor mensen die willen wonen in onze stad, en in dit soort navelstaarderij kan je niet wonen. Lesley Arp (SP). Ik vind dit echt ontzettend demagogisch. Ik heb daar echt geen ander woord voor. De moties die voorliggen, gaan puur over juridische zaken, over staatssteun, het verstevigen van de analyses die wij als raad hebben. Het gaat helemaal niet over de woningbouw blokkeren. Dat is gewoon je reinste onzin. Het gaat ook niet om het beschadigen van een wethouder. Het gaat over ons ervoor behoeden dat we straks in een soort pleuriszooi terechtkomen en dat we over twintig jaar een enquêtecommissie hebben, omdat we echt het schip in zijn gegaan met miljoenenrisico's. Dat is toch een heel begrijpelijke zorg vanuit een deel van de raad? Marieke van Doorn (D66). Ja, absoluut is dat een zorg. Maar het is ook een illusie dat je dit soort grote projecten helemaal risicoloos kan voorbereiden. Ik denk dat het college heeft gehandeld naar de adviezen om de financiële reservering wat te vergroten om die risico's af te dekken. Rutger de Ridder (VVD). Ik hoor mevrouw Van Doorn. Zij maakt het mij niet makkelijk; laat ik dat even noteren. Ze zegt dat de woordkeuze van de commissie beschadigend is.

Wat vindt mevrouw Van Doorn dan van haar woorden richting onze collega's, de commissieleden die dit onderzoek hebben gedaan? Marieke van Doorn (D66). Wat ik van mijn eigen woorden vind? Ja, ik sta daarachter. Rutger de Ridder (VVD). Ongelofelijk flauw. Volgens mij hebben we in de commissie een zeer waardevol debat gehad over dit onderzoek. Mijn fractie, mede-indiener van het verzoek om het onderzoek een jaar geleden, heeft daarin echt geprobeerd om te zoeken naar welke risico's we met elkaar lopen. Als u hier zegt dat uw woorden eigenlijk er niet toe doen, dan doet u de commissie tekort, dan doet u de onderzoekers tekort en dan doet u ons als totale raad tekort. Wat vindt u daarvan? Marieke van Doorn (D66). Ik blijf bij mijn punt dat de risico's al bekend waren en dat de zorgen over de informatievoorziening ook in de vorige periode al bekend waren. Mijn vraag is werkelijk wat we met alle inzet die we hebben gepleegd in tijd, in het harde werk van de commissie … Laat ik ook een compliment geven, want ze hebben hard eraan gewerkt. Ik denk alleen dat het niet nodig was geweest. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder.

38

Rutger de Ridder (VVD). Het is natuurlijk mooi dat mevrouw Van Doorn een compliment geeft aan de commissie. Hartstikke goed. Maar volgens mij hebben we hier vandaag een heel groot debat dat in de commissie is gestart en dat al veel langer gaande is over hoe we kunnen zorgen dat de risico's zo goed en zo klein mogelijk gemaakt worden. Dan is dat toch waardevol? Dan moeten we dat toch juist aangrijpen? Ik zou willen oproepen om meer in de geest van de wethouder mee te gaan dat hij juist de risico's onderkent, de excuses nog een keer onderstreept en juist vooruitgaat. We willen hier geen projecten blokkeren. We willen ze beter maken. Ik hoop dat u dat ook wil doen en nog een keer wil zeggen. De voorzitter. Prima. Er zijn nu nog vier leden die willen interrumperen en die gaan dat alle vier ongetwijfeld ook drie keer doen. Graag nieuwe punten, want we hebben nog een paar andere agendapunten. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik wil het toch een beetje opnemen voor mijn collega's, met name vanuit de oppositie. Mevrouw Van Doorn doet alsof het een achterhoedegevecht is om de stadsvernieuwing in Zuidwest tegen te gaan door de fracties die daar destijds tegen hebben gestemd. Zij noemt ook dat haar fractie destijds tegen dit onderzoek heeft gestemd. Mijn fractie heeft dat ook gedaan; het was immers een verkapte motie van wantrouwen van een coalitiepartij.

Maar goed, nu liggen die rapporten er en ze liegen er ook niet om. Nu zegt mevrouw Van Doorn dat de voorbereidingscommissie woorden naar voren brengt als 'twijfelachtig', terwijl dat volgens mij citaten zijn uit de onderzoeken. Ik vond de onderzoeken namelijk heel duidelijk en ik vond het raadsvoorstel vanuit de voorbereidingscommissie daar echt een afgezwakte versie van. Is mevrouw Van Doorn dat met mij eens. Marieke van Doorn (D66). Nee, ik ben het niet met u eens. Ik ben het wel met de conclusie van het raadsvoorstel eens, dus wij gaan daarvoor stemmen. Ik zal eerlijk bekennen dat meneer Noorlander de onderliggende documenten veel beter doorgeploegd heeft dan ik. Maar wat ik daarover heb gehoord van hem, is dat daar wat meer nuance in stond dan in het raadsvoorstel. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Een van de aanbevelingen waar D66 dan straks voor zal stemmen, is dat het college een actieve informatieplicht heeft en dat bij twijfel documenten wél met de raad gedeeld gaan worden. Hoe kijkt de D66-fractie dan tegen het feit aan dat er gisteren een brief is gekomen over een uitspraak van de Adviescommissie bezwaarschriften die al twee maanden bij het college op de plank lag? Marieke van Doorn (D66). Daar ben ik ook erg benieuwd naar. Het verraste ons ook dat die ineens gisteren kwam. Ik ben heel benieuwd hoe de wethouder daarop antwoordt.

Ik heb geen idee waarom die is blijven liggen. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Maar D66 heeft er als fractie toch zelf wel een mening over dat als iets zo laat komt, als er een heel duidelijk rapport ligt en de actieve informatieplicht niet is nageleefd, dat echt verbetering behoeft? De fractie heeft daar toch zelf ook wel een mening over, als we midden in een debat over datzelfde rapport daar niet over geïnformeerd worden? Marieke van Doorn (D66). Wat het hele idee betreft van de actieve informatieplicht, denk ik dat iedereen daarachter staat en daarop zit te wachten als raad. Ik weet niet waar deze brief nu, op dit moment vandaan komt. Ik ben het met u eens. Ik wil ook graag van het college hoe dit zo gelopen is. Ik weet het niet. Adeel Mahmood (DENK). Ik wil toch even teruggaan naar de woorden die zijn geuit over de voorbereidingscommissie. Ik vind het best wel ver gaan dat we zo over onze collega's praten. U heeft onder andere het gebruik van het woord 'twijfelachtig' genoemd. Maar dan ben ik toch wel benieuwd. Een citaat uit het rapport van KWINK, waar mevrouw Klokkenburg net ook al op wees: 'Op basis van 39

deze juridische normen concluderen we dat de handelswijze van het college op punten twijfelachtig is als het gaat om de informatievoorziening en daaropvolgende besluitvorming.' Mijn vraag aan D66 is: kwalificeert u dit ook als politiek? Marieke van Doorn (D66). Ja, want in de krant komt dan te staan: wethouder handelt twijfelachtig. Dat is zo bewust overgenomen in het raadsvoorstel, en dat vind ik verwijtbaar. Adeel Mahmood (DENK). Ik vind dit toch echt heel ver gaan. Twee grote onderzoeksbureaus hebben onderzoek verricht volgens bepaalde richtlijnen die daarvoor zijn opgesteld. Ze zeggen letterlijk 'op basis van deze juridische normen', dus dat is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Ze hebben getoetst aan juridische normen en op basis daarvan komen ze met deze kwalificatie. Ik vind het echt heel ver gaan dat D66 nu én de voorbereidingscommissie én de onderliggende onderzoeksrapporten kwalificeert als politiek. Dat vind ik echt heel ver gaan. Maar ik weet dat ik daar geen antwoord op krijg, dus ik heb een andere vraag aan u over staatssteun. Bent u op de hoogte van hoelang zo'n traject kan duren als er sprake is van staatssteun en als dat getoetst wordt? In het rapport van NautaDutilh staat dat dat 3 tot 26 maanden kan duren. Wij hebben dus besluiten genomen over onzekerheden in het rapport, over risico's.

Maar wat als nou blijkt dat dat traject zo lang kan duren? Is het acceptabel voor D66 om op basis van die grote risico's en twijfels zulke grote en vergaande besluiten te nemen? Marieke van Doorn (D66). Ja, daar ligt ook weer juridisch advies aan ten grondslag, waar u net zelf ook naar verwijst. Die risico's lijken acceptabel. Je kan zeggen dat je dat niet acceptabel vindt. Het zijn grote projecten en daar zitten absoluut risico's aan vast. Er zijn voorbeelden uit het land hoe met het Didam-arrest wordt omgegaan. Dat leg je naast elkaar. Ik ben geen jurist, dus dat ga ik ook niet proberen. We moeten kijken wat de Europese Commissie uiteindelijk daarvan zegt. De juristen die het college hebben geïnformeerd, zeggen dat het acceptabel is. Wij hebben dat ook kunnen lezen. Daar ga ik dan van uit. De voorzitter. Laatste keer, meneer Mahmood. Adeel Mahmood (DENK). Wat kan ik hier nog op zeggen? Het enige wat ik kan concluderen, is dat voor D66 de informatiepositie van de raad blijkbaar niet zo belangrijk is en dat we daar heel anders over denken. Marieke van Doorn (D66). Ik hoorde geen vraag. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). 'Een goede relatie met de raad is voor het college van grote waarde.' Dat waren de woorden van de wethouder, die zijn excuses heeft gemaakt voor het handelen. U staat nu voor de microfoon.

Heeft u nou geen déjà vu met een jaar geleden, toen de informatievoorziening ook slecht was? Ik wijs op de brief van 5 oktober van de bezwaarschriftencommissie, die gewoon weer twee weken op de plank ligt. Twee maanden, nog erger. Marieke van Doorn (D66). Ik zei net ook al dat we erdoor verrast waren dat die brief gisteren ineens op popte. Maar ik heb zeker een déjà vu, want ook in de vorige periode zijn al excuses gemaakt: we hadden het met de kennis van nu, achteraf anders aangepakt. Dat is toen al gezegd en dat is nu ook al een aantal keren herhaald. Volgens mij werd er gevraagd om dat nog een keer te herhalen. Ik weet niet hoe vaak mensen het moeten horen, maar ik hoop dat het een keertje inzinkt. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Het gezegde luidt: een ezel stoot zich in het algemeen geen twee keer aan dezelfde steen. Nota bene ten tijde van het onderzoek van de commissie komt er een brief van 5 oktober binnen van de bezwaarschriftencommissie. Die blijft vervolgens gewoon op de plank liggen. Hoeveel déjà vu's wil mevrouw Van Doorn meemaken om de informatievoorziening aan de raad te verbeteren? Marieke van Doorn (D66). Zo weinig mogelijk.

40

De voorzitter. Meneer De Mos, ten slotte. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Klaarblijkelijk heeft u het rapport niet gelezen, want uw collega sloeg in de commissie een totaal andere toon aan dan u vandaag doet. Ik denk dat het wel passend is om dadelijk een excuus te maken aan de commissie. Marieke van Doorn (D66). Het is inderdaad maar goed dat de heer Noorlander de debatten heeft gedaan, want ik zit er inderdaad nog behoorlijk geëmotioneerd in vanuit de vorige periode. Dat klopt. Fatima Faïd (HSP). Ik ben echt hogelijk verbaasd, want volgens mij heeft u hartstikke gelobbyd om te zorgen dat een van uw raadsleden in die commissie zou komen. Dat is niet gelukt en daar was u heel boos over. We hebben daar een bijeenkomst over gehad. Daar heeft u toen ook het woord 'politiek' voor gebruikt. Als u het allemaal zo'n flauwekul vindt, kunt u dan uitleggen waarom u toch zoveel moeite gedaan heeft om iemand van uw eigen partij daarin te krijgen? Ik begrijp hier helemaal niks van. Ik ben ook best wel boos dat u op die manier met collega's omgaat. Marieke van Doorn (D66). Wij waren niet voor deze enquêtecommissie. Maar ja, als die er eenmaal is, dan willen we wel helpen. Fatima Faïd (HSP). Dat laat ik dan maar even voor wat het is, want ik denk dat iedereen dit een heel raar antwoord vindt. Ik heb nog een andere vraag, want ik begrijp het niet zo goed.

U zegt dat u tegen deze commissie was, maar u gaat wel voor alle voorstellen stemmen. Had ik dat nou goed begrepen? Dat vind ik ook raar. Weinig principes, zeg maar. Marieke van Doorn (D66). Wij kunnen leven met de conclusies, het dictum, dus daar stemmen wij voor. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Het project Dreven, Gaarden en Zichten is een stadsontwikkeling van ongekende schaal, ook voor Den Haag, die Zuidwest de komende decennia ingrijpend gaat veranderen. Daar is ook veel aanleiding toe. Veel woningen zijn al langere tijd in slechte staat en daar moet echt iets aan gebeuren, juist ook voor de bewoners: de huidige, die weer kunnen terugkeren en de toekomstige, die we nu nog niet kennen. GroenLinks is de voorbereidingscommissie, de onderzoeksbureaus en onze Gemeentelijke Accountantsdienst - ik noem die toch even apart - daarom nogmaals dankbaar voor het harde werk, de gepresenteerde onderzoeken en de voorliggende aanbevelingen. Het is de tweede keer in korte tijd dat we als raad besloten hebben tot een voorbereidingscommissie. Ik zeg op basis van de stukken veel dank voor het snelle, gedegen en ongetwijfeld vele werk dat hierin zit. Wij staan ook achter de aanbevelingen en zullen het voorstel steunen dat de voorbereidingscommissie gedaan heeft. Dank ook aan de wethouder voor de toezeggingen die reeds zijn gedaan tijdens het lange commissiedebat.

Nu focussen wij ons op hoe we in de toekomst als raad een goede controlerende rol kunnen uitvoeren, waar volgens mij collega De Mos ook naar op zoek was. Wij hebben nog wel wat vragen over de concrete invulling van de overgenomen aanbevelingen. Zoals eerder in de commissie genoemd, is voor mijn fractie de proactieve invulling van de informatieplicht een belangrijk punt om de verhoudingen te herstellen; het ging er net ook even over. De wethouder heeft in de commissie toegezegd - ik heb de toezegging nog even nagekeken; het staat er inderdaad - dat hij de haalbaarheid zal onderzoeken of de deelovereenkomsten separaat gedeeld kunnen worden. Mijn fractie is benieuwd of daar al een update over is, want wij zien daar een belangrijke manier in om, als wij vooruitkijken, weer tot betere verhoudingen te komen. Rondom het staatssteuntraject doet de commissie de aanbeveling om vanuit verschillende scenario's te denken. Heeft de wethouder al een uitgewerkt scenario voor als er inderdaad een meldingstraject is richting de Europese Commissie en er geen uitspraak is over de gronduitgifte? Hoe gaan we daar dan mee om? Kan hij dat toelichten? Er volgt later in de voortgangsrapportage nog informatie. Ik sluit voor nu af. Wij zullen instemmen met het ontslag van de leden van de voorbereidingscommissie. Dat is ze ook gegund.

Mijn fractie zal de komende tijd het risico rond de stikstofruimte nauwlettend volgen, ook bij dit dossier. In 41

de Rekeningencommissie - daar ken ik een paar mensen van - die nog gaat kijken naar de financiële risico's, heb ik uiteraard het volste vertrouwen. Lesley Arp (SP). Misschien een beetje een voorspelbare vraag. De heer De Vuyst had het over proactief informeren in relatie tot de deelovereenkomsten. Ik denk dat het hem niet zal verbazen dat ik benieuwd ben hoe hij in dat licht naar de brief van gisteren kijkt. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ja, ik zal toegeven dat ik niet verbaasd ben. Ik zit even tweeërlei te denken. We zoeken een ander scenario. Was die brief over een week of over drie weken bij ons gekomen, dan hadden we gezegd dat we die bij dit debat hadden willen hebben. Dus als we het hebben over tijdigheid: die is er. De heer De Mos roept in zijn motie om tijdig en met juiste informatie te komen, inclusief een reactie van het college. Ik had het misschien aan iemand moeten vragen die in het college heeft gezeten, maar ik heb niet helemaal door of de doorlooptijd van zeven weken veel of minder is. Ik zal dus ook met veel belangstelling luisteren naar het antwoord van de wethouder hierop, maar ik geef toe dat ik het zelf niet helemaal kan beoordelen. Lesley Arp (SP). Ik zal eerlijk zeggen dat ik bestuurlijk de timing van die brief gisteren ook heel bijzonder vond, maar dat terzijde.

Ik denk dat de heer De Vuyst het toch wel met mij eens is dat er bijvoorbeeld op 6 oktober een heel kort briefje naar de raad had gekund: er is bezwaar gegrond verklaard tegen jullie eigen besluit. Want dit besluit is van ons, niet van het college. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vind het een interessante suggestie. Volgens mij kijken we hoe het beter kan gaan. Die discrepantie zit een klein beetje in de motie van collega De Mos. Je wilt de juiste informatie en je wilt er eigenlijk ook een bestuurlijke reactie bij. Dan wil je het vierogenprincipe, hoorde ik. Volgens mij is het nu het achttienogenprincipe in het college, want het is in de collegevergadering van 29 november besproken. Daar zit ik een beetje mee te worstelen. Aan de ene kant was een heads-up sympathiek geweest: er komt nog iets aan. Dat had in ieder geval proactieve procesinformatie kunnen zijn. Uw suggestie is dus zo gek nog niet. Ik zit wel even te zoeken. Dit is de bestuurlijke reactie waar achttien ogen naar hebben gekeken. Dat is wel weer de volledigheid waar collega De Mos ook naar vroeg. Ik ben dus nog aan het wegen, maar het is fijn dat u meedenkt over hoe we de proactieve procesinformatie kunnen versterken. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter.

Dreven, Gaarden en Zichten is een kansrijk en mooi deel van Den Haag, maar ook een deel van de stad waar nog grote sociale en maatschappelijke opgaven liggen op het gebied van de werkgelegenheid, armoede, veiligheid, gezondheid, sociale cohesie en kansen voor jongeren. De woningen in dit gebied zijn sterk verouderd en aan vernieuwing toe en de huidige woningen zijn niet meer van deze tijd. We zijn het dan ook aan de bewoners van dit gebied verplicht om een eind te maken aan gebieden waar de buitenruimte niet op orde is, waar vocht en schimmel hoogtij vieren en waar veel bewoners met man en macht op zoek zijn naar een betaalbare woning. Hoewel we vandaag stilstaan bij het rapport van de voorbereidingscommissie, leek het mij goed om ook stil te staan bij waarom we deze gebieden zo grondig onder handen moeten nemen, waarom wij als Partij van de Arbeid de plannen met enthousiasme volgen en graag ook zien dat dit project eerder morgen dan over een paar jaar klaar is. Fatima Faïd (HSP). Het is altijd heel interessant om beschouwingen van de Partij van de Arbeid te horen, maar ik wil eigenlijk liever dat u doorgaat naar wat u vindt van de conclusies van de commissie. Alle beschouwingen over het waarom, dat heeft u allemaal al in de commissie gedaan. Dus graag wat beknopter over: wat vindt u van de conclusies en welke omarmt u en welke niet? Samir Ahraui (PvdA).

Mijn fractie heeft zestien minuten spreektijd in deze zaal. Ik kom nog bij mijn reactie en reflecties op het rapport van de voorbereidingscommissie. Maar het is wel belangrijk om nogmaals te benadrukken waarom we dit doen. We kunnen het hebben over onze processen. We kunnen het hebben over wat daarin beter kan. Maar nogmaals, een blik werpen op waarom we überhaupt met deze gebieden bezig zijn, is voor mijn fractie belangrijk. Dat laat zien waarom we dit gesprek op een goede manier moeten voeren. 42

Met die aanmoediging ga ik verder naar het rapport van de voorbereidingscommissie. Ik dank de voorbereidingscommissie voor het onderzoeksrapport naar de risico's op het dossier Dreven, Gaarden en Zichten. Ook dank aan de onderzoeksbureaus en de GAD voor de aangeleverde rapporten. Het zijn onderzoeken die een licht schijnen op de verschillende risico's die passend zijn bij grootstedelijke projecten en die ons wederom laten zien dat we bij elk project in Den Haag onze werkwijze rondom grote projecten verder willen herzien en willen verfijnen. Mijn fractie dankt daarom de voorbereidingscommissie voor het doen van aanbevelingen om deze rol verder te versterken. Ze dankt ook het college voor het omarmen van die aanbevelingen en voor de beantwoording in de commissie. Het zijn aanbevelingen waar mijn fractie zich volledig achter kan scharen. Allereerst nog een vraag aan de voorzitter van de voorbereidingscommissie. In de commissievergadering heeft u stilgestaan bij de vraag waarom bij de onderzoeken van de KWINKgroep en NautaDutilh niet gedaan is aan hoor en wederhoor. Fatima Faïd (HSP). Ik vroeg me af wat u van de conclusies vindt. Het is natuurlijk heel fijn dat u de aanbevelingen omarmt, maar omarmt u de conclusies ook? Samir Ahraui (PvdA). Ik ben nog bezig met mijn betoog. Volgens mij ga ik mevrouw Faïd nog op haar wenken bedienen.

Ik was net bezig met mijn vraag aan de voorbereidingscommissie. In de commissievergadering hebben we het gehad over waarom er bij de onderzoeken van de KWINK-groep en NautaDutilh niet was gedaan aan hoor en wederhoor. Wij vroegen ons af of u nog op het volgende zou kunnen reflecteren. Is de voorbereidingscommissie het met de Partij van de Arbeid eens dat het goed is om op basis van de lessen de processen en mogelijkheden van voorbereidingscommissies voor de toekomst wellicht te verfijnen of te verduidelijken? Heb ik bijvoorbeeld goed begrepen dat de commissie wel aan hoor en wederhoor heeft willen doen, maar dit tot niet als haar bevoegdheid of haar mogelijkheid zag? Dat er bij het bouwen aan onze mooie stad altijd financiële en juridische risico's verbonden zijn, dat projecten altijd complex zijn en dat we als raad zoekende zijn naar hoe hier voldoende grip op te krijgen is, is ook niet nieuw. Elk project kent, zoals gezegd, financiële, juridische en constructieve risico's. Laat ik er duidelijk over zijn dat mijn fractie ook vindt dat we hier altijd voldoende van op de hoogte moeten zijn om een juiste afweging te kunnen maken en een beslissing over de toekomst te kunnen nemen. Dat vragen we aan het college in dit debat over Zuidwest en vragen we ook volgende week weer aan het college over andere projecten in de stad. Sebastian Kruis (PVV). Voorzitter.

Ook ik wil graag vanaf deze plek de commissie hartelijk bedanken voor het harde werk. Eigenlijk heb ik niet heel veel toe te voegen aan de woorden die zijn geuit door de collega's uit de oppositie, mijn collega's. Maar ik vond het wel iets meer grandeur hebben als ik wat zou zeggen vanaf deze locatie. Dat zult u begrijpen. Ik heb vorig jaar een motie van wantrouwen ingediend tegen deze wethouder, want ik zag dit eigenlijk allemaal al aankomen. Ik ben niet verrast door de conclusies en ik deel natuurlijk de aanbevelingen. Ik vind het ook altijd een makkelijke uitweg voor in principe dezelfde coalitiepartijen die destijds instemden met de plannen voor de Dreven, Gaarden en Zichten zonder dat ze alle informatie hadden. Daar hebben we ook steeds op gewezen: hoe kunt u nou dit zeker weten, hoe kunt u nou dat zeker weten? Daar trokken ze zich helemaal niets van aan. Ook zo'n brief van de Welstandscommissie die gisteren opeens boven tafel komt, dat voelt toch niet goed. Maar dat is een gevoel dat heel veel mensen hebben bij de Partij van de Arbeid, en dat deel ik met die mensen. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. De conclusies van de voorbereidingscommissie zijn wat ons betreft heel erg duidelijk. Ze stellen dat het preadvies van de Welstandscommissie al eerder gedeeld had moeten worden.

Ook had de wethouder kunnen weten dat hij, gezien de grote belangen, dit advies met de raad had moeten delen. De eerdere excuses van de wethouder die gemaakt zijn met de kennis van nu, zijn dus eigenlijk te laat en geven ook geen rekenschap over het feit dat met de kennis van toen dit al duidelijk was.

43

Ook op het gebied van staatssteun, het Didam-arrest en de financiële risico's trekt de commissie stevige conclusies. Ook hier is de wethouder onvolledig, rooskleurig en te laat geweest met het delen van informatie. Samir Ahraui (PvdA). Nog even een korte verduidelijkende vraag op het vorige punt. Hoor ik mevrouw Faïd zeggen dat het advies van de Welstandscommissie procedureel eerder naar de raad had gemoeten of dat het wenselijk was geweest dat u die eerder had gehad? Want daar zit een belangrijk verschil tussen. Fatima Faïd (HSP). Wat mijn partij betreft had het naar de raad gemoeten. De wethouder stelde in de commissie alle punten uit het dictum over te nemen, maar bij navraag bleek hij de conclusies niet te onderschrijven. Dat laat zien dat deze wethouder wat ons betreft niet al te bereid is om te leren van zijn fouten. Wethouder, het zou goed zijn als u alsnog reflecteert op deze conclusies en aangeeft wat u daarvan leert. Toevallig zagen we daar ook gisteren weer het bewijs van. De bezwaarschriftencommissie heeft namelijk geadviseerd de intrekking van het beschermd stadsgezicht weer in te trekken. Dat gevoelige advies lag 5 oktober al bij u op het bureau. Meer dan zes weken bleef het daar liggen. Pas gisteren kregen we hier een brief over.

Wethouder, waarom heeft u, gezien de gevoeligheid van het dossier, dit advies niet eerder met de raad gedeeld? Verder willen wij natuurlijk wel de commissie van harte bedanken voor het vele werk dat zij verzet heeft. Dank jullie wel voor jullie rapport. Adeel Mahmood (DENK). Voorzitter. Ik heb iets meer met voetbal dan mevrouw Arp, maar ik onderschrijf haar reactie: geen woorden, maar daden. Het staat trouwens 2-0 voor Marokko en 0-0 voor België. Dus meneer De Vuyst, veel succes! Ik wil de voorbereidingscommissie bedanken voor het vooronderzoek over de informatievoorziening aan de raad en de risico's die spelen bij de Dreven, Gaarden en Zichten. De conclusies van de voorbereidingscommissie zijn duidelijk over het handelen van het college: fout met het niet informeren van de raad, fout met het niet voldoende in kaart brengen van financiële risico's en dat besluitvorming plaatsvond voordat informatie beschikbaar was. Met alle respect, ik denk dat het een groot applaus voor de raad waard is voor het nemen van besluiten terwijl we niet op de hoogte zijn van risico's. Met grote risico's worden plannen doorgedrukt en het college reageert, wat we ook in de commissie hebben gezien en in eerdere brieven, alsof het binnenkort allemaal wel goed komt. Maar dat weten we helemaal niet.

Het kan net zo goed uitlopen op grote teleurstellingen, niet in de laatste plaats voor de duizenden bewoners. Zolang de risico's niet zijn afgedekt, zijn die risico's nog aanwezig. Ik blijf het apart vinden. In de commissie hebben we uitgebreid stil kunnen staan bij dit dossier. Duidelijk is dat bij mij het gevoel is blijven hangen dat de informatiepositie van de raad blijkbaar niet zo belangrijk is voor de wethouder. Dit gevoel speelt natuurlijk breder in de raad, al verbaast het mij dat sommige collega's vinden dat het niet zo erg is. Keer op keer hebben wij als raad gehamerd op de wijze waarop er besluiten worden genomen op dit dossier. Besluiten werden genomen terwijl de raad nog niet beschikte over voldoende informatie op het moment van besluitvorming. Dit blijkt ook uit het onderzoek van KWINK. Een van de grootste projecten met impact op duizenden bewoners, en de raad neemt besluiten zonder volledige informatie. Hoe bestaat het? De onderzoekers spreken verder over een toename van wantrouwen tussen de raad en het college. Terwijl het hele debat met name ging over informatievoorziening, zijn wij diep teleurgesteld, samen met andere collega's, over het feit dat het wantrouwen wordt versterkt doordat er op 5 oktober al een advies is uitgebracht door de Adviescommissie bezwaarschriften en dat deze brief vervolgens pas acht weken later naar de raad wordt verstuurd.

Dit was toch echt relevante informatie, ook voor de behandeling vorige week in de commissie. Het is dan ook bizar dat er bij de wethouder geen lampje ging branden om de raad tijdig op de hoogte te stellen van deze belangrijke, relevante uitspraak van de Adviescommissie bezwaarschriften. Ik wil citeren uit de reactie van het college richting de voorbereidingscommissie: 'Het college onderschrijft het belang van een actieve informatieplicht richting de raad en neemt de aanbevelingen hiertoe over.' Dit staat in de brief van wethouder Balster. Hoe kan het college beweren dat het het belang van een actieve informatieplicht onderschrijft en 44

tegelijkertijd acht weken erover doen om een brief van de adviescommissie naar de raad te sturen? Want niet alleen die acht weken zijn erg; er is namelijk ook een debat geweest vorige week. Blijkbaar was het niet relevant voor de wethouder, maar ik zie er toch weer een patroon in dat mij niet geruststelt. Desondanks vraag ik me oprecht af waar de wethouder mee bezig is. Het lijkt erop dat er geen lering is getrokken en dat we wederom heel laat worden geïnformeerd over het dossier. Ik heb nog een aantal vragen. Wat was de afweging van de wethouder om deze brief niet al voor de commissiebehandeling van 23 november naar de raad te sturen? Waren daar bijzondere redenen voor? Daar ben ik benieuwd naar. Verder is het zo dat wij met enorme risico's door willen met de plannen, terwijl de grote vraag over de staatssteun nog onbeantwoord is. Kan de wethouder aangeven wat de gevolgen zullen zijn voor de plannen, als blijkt dat er wel sprake is van staatssteun? In het onderzoek van NautaDutilh wordt gesproken over een traject van 3 tot misschien wel 26 maanden, als het al niet langer duurt. De wethouder gaf in de commissie aan dat hij verwacht dat het maximaal zes maanden kan duren.

Kan de wethouder aangeven wat hiervan de oorzaak is? Heeft hij andere informatie dan wij? Hoe kwalificeert hij de uitspraak in het NautaDutilh-rapport over een traject van 3 tot 26 maanden? Feit is niet alleen dat de rol van de raad niet serieus is genomen. De grote verliezers zijn namelijk de vele bewoners en andere betrokkenen in Zuidwest die jaren van twijfel en onzekerheid tegemoet kunnen zien met plannen die burgers in onze stad direct raken in hun woonomgeving, hun sociale structuur en in hun portemonnee. Collega's hebben al veel vragen gesteld waarbij ik me kan aansluiten. Dan bedoel ik de oppositiecollega's. We zijn benieuwd naar de reactie van het college. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de voorbereidingscommissie dank. Zoals ik al eerder zei: dit helpt. Voor mijn fractie zijn de conclusies sterk, duidelijk en goed. Voor mijn fractie is dit debat van groot belang, niet in de laatste plaats omdat we met elkaar een aantal belangrijke risico's kunnen onderkennen voor de Dreven, Gaarden en Zichten, waaronder de financiële risico's, de positie van staatssteun en het Didam-arrest. In the end gaat het de VVD-fractie om een aantal zeer belangrijke dingen.

We hebben een tekort aan betaalbare woningen in Den Haag, we hebben een heel aantal woningen die aan vervanging of grootschalige renovatie toe zijn en we willen bouwen, maar op plekken waar het past. Voor de VVD is Zuidwest een van de drie gebieden waar we goed kunnen bouwen en dus ook willen bouwen. Doorgang van het project is essentieel voor een goede ontwikkeling van onze stad. De risico's zijn tegelijkertijd groot, zo concludeert de voorbereidingscommissie. De aanbevelingen die de commissie doet, zijn helder en werkbaar. Het is goed dat het college al heeft aangegeven deze over te willen nemen. Tegelijkertijd is er licht tussen de positie van het college over de risico's en de positie van de voorbereidingscommissie, en dat is niet goed. Voor mijn fractie is het dan ook van groot belang dat we eerst goed uitzoeken waar de waarheid nu ligt - de wethouder heeft dat ook al toegezegd in de commissie - en ook hoe het kan dat dit verschil ontstaat. Kan de wethouder misschien aangeven in hoeverre alle informatie die bij het college al bekend is ook gedeeld is met de commissie? Hoe ontstaat zo'n verschil dan? Graag nogmaals de bevestiging dat we geen besluiten nemen over de Dreven, Gaarden en Zichten voordat dit opgelost is. We moeten in dit debat goed uitkijken dat er niet al te veel verschil in kennis ontstaat tussen het college enerzijds en de raad anderzijds.

Dat is immers een van de hoofdgerechten uit het rapport van de commissie: het groeiend wantrouwen tussen raad en college als informatie niet direct naar de raad gaat of er te gemakkelijk wordt gedacht dat iets formeel - ik kijk even naar de heer Ahraui - niet naar de raad hoeft. De wethouder heeft in de commissie gereflecteerd op zijn handelen omtrent het preadvies. Voor mijn fractie zijn de gemaakte excuses waardevol. Wij beoordelen die ook echt als gemeente. Maar excuses alleen maken de werkwijze nog niet anders. Dat groeiend wantrouwen naar elkaar moet stoppen. We zijn samen het stadsbestuur, dus moeten we het ook samen doen. Ook de brief van gisteren voedt dat wantrouwen voor een deel. Hoewel ik van de beste intenties uitga - ik ben immers een positief mens - vind ik het toch vreemd. Hoe kan het dat we gisteren een brief krijgen waaruit blijkt dat de informatie een tijd op de plank is blijven liggen? Want hoe kunnen we nu verwachten dat Hagenaars en Hagenezen ons vertrouwen, als we elkaar lijken te wantrouwen? Dat moet echt anders. Mijn vraag, zowel aan de wethouder als aan onszelf, maar misschien in het bijzonder aan mevrouw Van Doorn, is: hoe zorgen we nu dat we elkaar gaan vertrouwen? Hoe zorgen we ervoor dat we actief 45

alle stukken krijgen en niet het gevoel hebben dat we niet alles altijd hebben, maar erom moeten vragen? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. We spreken vandaag over de uitkomst van belangrijke onderzoeken naar de plannen voor de Dreven, Gaarden en Zichten. Allereerst dank ik de voorbereidingscommissie voor het werk dat zij heeft gedaan. Fijn dat jullie je daarvoor hebben ingezet. We zullen als raad beter zicht hebben op de risico's die er bij dit project zijn. De commissie doet vijf aanbevelingen aan het college. De eerste gaat over de informatievoorziening, met name over het preadvies van de Welstandscommissie. De wethouder heeft vorig jaar in het debat al aangegeven dat hij het met de kennis van toen anders zou hebben gedaan. Ik kreeg daarbij ook flashbacks, zeg ik tegen mevrouw Van Doorn. Hij herhaalde dat in het afgelopen commissiedebat. Wat mij in het commissiedebat wel stoorde, was dat de wethouder het constant had over 'u voelde zich als raad onvoldoende geïnformeerd'. Maar dat was het niet. We wáren onvoldoende geïnformeerd, en dat bevestigen ook de voorliggende onderzoeken. Als je als college erkent dat de informatievoorziening niet op orde was, dan zou je verbetering verwachten.

Op het moment dat het commissiedebat er was, was de wethouder al op de hoogte van de uitspraak van de Adviescommissie bezwaarschriften van 5 oktober jongstleden, die vandaag al een paar keer is langsgekomen. Het is een uitspraak die best verregaande consequenties heeft, een uitspraak waar we als raad iets mee moeten. Maar in plaats van die uitspraak snel met de raad te delen, heeft het college die acht weken op schoot gehouden en pas gisteren met de raad gedeeld. Dat is niet de actieve informatieplicht zoals ik die verwacht als raadslid. Dat is niet de blijvende investering in de relatie tussen het college en de raad, waar het raadsvoorstel dat vandaag voorligt om vraagt. Dan hoor ik de wethouder zeggen dat er lessen worden getrokken, maar welke lessen zijn dat dan en wanneer worden ze in de praktijk gebracht? Want de informatievoorziening rondom de uitspraak van de adviescommissie is niet de verbetering die ík verwacht naar aanleiding van het mea culpa van het college en naar aanleiding van de voorliggende onderzoeken. Het is niet het vertrouwen waar ík als raadslid zo graag op zou willen en kunnen bouwen. Kan de wethouder daar eens op reflecteren? De voorbereidingscommissie concludeerde eveneens dat de raad onvoldoende was ingelicht over de risico's die er spelen, bijvoorbeeld rondom ongeoorloofde staatssteun en de financiële risico's.

Erkent het college dat de raad onvoldoende was ingelicht over die risico's? Tijdens het commissiedebat hebben we uitvoerig gewisseld over de risico's ten aanzien van het Didam-arrest. Het baart mijn fractie zorgen dat de wethouder onvoldoende onderkent dat er risico's kunnen spelen bij het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten vanuit de gemeente met Staedion en Heijmans. Wat ons betreft is het belangrijk om dat goed uit te zoeken. Een van de dictumpunten gaat daar ook over, maar we zouden het graag aangescherpt willen zien. Daartoe dien ik een amendement in met de collega's Arps en Gerritsen om dictumpunt IIc als volgt te wijzigen: de raad nader proactief en separaat wordt geïnformeerd over de risico’s die spelen rond aanbesteding. Hierbij wordt specifiek ingegaan op de risico’s die spelen rondom het Didam-arrest bij het aangaan van deelovereenkomsten of andere privaatrechtelijke overeenkomsten met Staedion en Heijmans. Het college wordt opgedragen de juridische risico’s nader te toetsen, de gevolgen in kaart te brengen en de maatregelen die worden genomen om de risico’s te mitigeren. De voorzitter.

Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en mevrouw Gerritsen, wordt het volgende amendement (J.A CU/SGP) voorgesteld: Amendement J.A CU/SGP duidelijkheid over risico’s Didam-arrest De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december 2022, ter bespreking van het Voorstel van de voorbereidingscommissie raadsonderzoek Dreven, Gaarden en Zichten (RIS313614). Besluit om dictumpunt II c als volgt te wijzigen: • de raad nader proactief en separaat wordt geïnformeerd over de risico’s die spelen rond aanbesteding. Hierbij wordt specifiek ingegaan op de risico’s die spelen rondom het 46

Didam-arrest bij het aangaan van deelovereenkomsten of andere privaatrechtelijke overeenkomsten met Staedion en Heijmans. Het college wordt opgedragen de juridische risico’s nader te toetsen, de gevolgen in kaart te brengen en de maatregelen die worden genomen om de risico’s te mitigeren. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. Ten eerste natuurlijk dank aan de voorbereidingscommissie, aan de onderzoeksbureaus en aan de Gemeentelijke Accountantsdienst, die al dit werk hebben gedaan, voor al het werk dat ze in dit rapport hebben gestopt. Daar kunnen we echt mee verder. De conclusie van de onderzoekscommissie is duidelijk: de raad is onvoldoende geïnformeerd. Onvoldoende geïnformeerd over het beschermd stadsgezicht, onvoldoende geïnformeerd over de staatssteun en aanbesteding en onvoldoende geïnformeerd over financiële risico's. En wat zet de wethouder daartegenover? Hij neemt de aanbevelingen over, maar blijft vaag over hoe hij ze dan zal uitvoeren. De wethouder negeert daarbij een beetje de analyse en de conclusie. Dat wekt geen vertrouwen.

Kan de wethouder vandaag in deze raad uitspreken dat hij de analyse van de onderzoekscommissie erkent? Als we nu als raad vastleggen dat de informatievoorziening beter moet, hoeveel vertrouwen moeten we dan hebben in de uitvoering ervan, als de wethouder tegelijkertijd niet erkent dat de informatievoorziening niet goed is gegaan? Constant worden er zo rookgordijnen opgetrokken. Dus nogmaals, erkent de wethouder naast de conclusies ook de analyse uit het rapport? Voor de Partij voor de Dieren is dit echt een essentiële vertrouwensvraag. Gisteren kwam er weer een nieuwe plottwist. Inmiddels hebben veel van mijn collega's hier hun zorgen over gedeeld, dus ik zal me daar gemakshalve bij aansluiten. Het ging hier om een raadsbesluit, maar toch werd de raad in het duister gehouden. De wethouder kiest er dus voor om door te gaan met het veel te lang achterhouden van informatie. Waarom kiest de wethouder steeds voor verwarring in plaats van openheid van zaken? Wethouder Balster (PvdA). Voorzitter. Laat ik allereerst ook mijn waardering uitspreken aan de voorbereidingscommissie en de onderzoeksbureaus die het vooronderzoek informatievoorziening Dreven, Gaarden en Zichten hebben uitgevoerd. Er ligt een gedegen rapport met heldere aanbevelingen en een raadsvoorstel waar u vandaag over spreekt. We hebben ook een goed commissiedebat met elkaar gehad.

In de eerste collegereactie - ik zeg met nadruk 'eerste' - op de onderzoeksrapporten heeft het college gereageerd op de uitkomsten en aangegeven de aanbevelingen, die verwoord zijn in het dictum van het raadsvoorstel, graag te willen overnemen, maar er daarmee nog niet te zijn. Want er moet wat het college betreft met name ten aanzien van de juridische aspecten en de inschatting van de juridische risico's nog een goede nadere analyse plaatsvinden van de zienswijze van de bureaus die voor de onderzoekscommissie het werk hebben verricht en de visie die er ook aan collegezijde ligt, die op een aantal vlakken overeenkomen en op een aantal vlakken verschillen laten zien. Ik heb ook aangegeven dat we die analyse zorgvuldig en grondig gaan doen. De onderzoekscommissie heeft teruggeblikt op de informatievoorziening over het preadvies van de Welstands- en Monumentencommissie. Ik heb in de commissie - ik doe dat hier graag opnieuw - herhaald dat, als we daarop terugkijken, we de conclusie moeten trekken dat we het echt anders hadden moeten doen. Ik wil nogmaals mijn excuses aanbieden voor hoe dat gelopen is. Er zijn belangrijke lessen geleerd die inmiddels ook hebben geleid tot een aangescherpte werkwijze.

Het laat ook zien dat we in de breedte - in die zin is het ook een reactie op de opmerking van de heer De Mos in gesprek moeten blijven over wat goede informatievoorziening is en hoe we dat aan beide kanten zien en ervaren. Dat geldt ook voor de informatievoorziening over de risico's van Didam en staatssteun. Risico's die er zijn, die we moeten onderkennen, die goed in beeld moeten zijn en waar u de juiste informatie over moet hebben om daarover te kunnen oordelen. Zoals aangegeven: hoewel de vooronderzoekscommissie concludeert dat er geen raadsenquête nodig is, zijn er wel een aantal hele serieuze aanbevelingen die het college graag ter harte neemt.

47

Lesley Arp (SP). Dit lijkt mij een goed moment om nog even terug te komen op de vraag die meerdere collega's hebben gesteld. De wethouder betuigt eigenlijk spijt over het niet tijdig delen van het preadvies. Dat heeft hij meerdere malen gedaan. Ik vind dat een goede zaak. Maar meerdere collega's hebben gevraagd: deelt de wethouder ook de conclusies met betrekking tot de risico's, zowel de juridische als de financiële, dat de raad daar ook beter over had moeten worden geïnformeerd? Wethouder Balster (PvdA). Als u van mening bent dat dat onvoldoende is gebeurd, dan deelt het college dat uiteraard, want wij willen u allen goed informeren. Als u het gevoel heeft dat dat niet op de juiste en volledige manier is gebeurd en u daar onvoldoende informatie over heeft, dan trekt het college dat zich aan. Lesley Arp (SP). Ik was eerlijk gezegd wel benieuwd of dit zou komen. Mevrouw Klokkenburg haalde aan dat in de commissie de zinsnede 'als u het gevoel heeft dat' ook is gebezigd, waardoor het hele erg bij de raad wordt neergelegd: wij voelden ons unheimisch, wij voelden ons niet goed geïnformeerd. Hoe kijkt de wethouder nou zelf ertegenaan? Wethouder Balster (PvdA).

Met de lessen die het college trekt uit hoe onder andere de besluitvorming over het beschermd stadsgezicht is gegaan en de manier waarop we dat in de toekomst zouden aanpakken, proberen we gelijk vorm en inhoud te geven aan de conclusies die ook de vooronderzoekscommissie trekt. Op een aantal aspecten hebben we nog werk te doen. Het college neemt dat heel erg serieus. We hebben in de eerste reactie op het vooronderzoek, die al vrij snel naar uw raad is gegaan, al geprobeerd aan te geven dat we op een aantal aspecten nog werk te verrichten hebben en daarover blijvend met elkaar in gesprek moeten gaan. We hebben met elkaar ook gesproken over de halfjaarlijkse rapportage over dit grote en complexe project, waar heel veel informatie onder ligt die u ook heeft gekregen. We willen u daar zo goed mogelijk en zo grondig mogelijk op bedienen. De voorzitter. Mevrouw Arp, laatste keer. Lesley Arp (SP). Er moet mij toch één ding van het hart. De wethouder geeft aan: we hebben een hoop werk te doen. Dat zal allemaal ook wel. Ik denk ook dat we ons erin moeten blijven verdiepen, maar het gaat er natuurlijk om: is de raad goed geïnformeerd op het moment dat hij een ingrijpend besluit moet nemen, is hij daar dan voldoende toe geëquipeerd, bijvoorbeeld bij het projectdocument? Mijn fractie had toen met een aantal fracties al een second opinion aangevraagd.

Ik mis toch de reflectie op: is de raad op het cruciale moment voldoende geïnformeerd? Wethouder Balster (PvdA). Uiteindelijk is het uw oordeel of dat zo is. Als u vindt dat u onvoldoende geïnformeerd bent, dan is het aan het college om daar lessen uit te trekken. Ik wil dat politieke oordeel over de informatievoorziening uiteindelijk aan uw raad laten. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik sloeg ook aan op het feit dat u het heeft over 'het gevoel niet goed genoeg geïnformeerd te zijn', terwijl er hier rapporten liggen waarin staat dat de raad niet goed genoeg ís geïnformeerd. Het zijn niet onze gevoelens; we willen gewoon ons werk goed kunnen doen. Het is een beetje vervelend als de wethouder blijft zeggen: als u het gevoel heeft niet goed geïnformeerd te zijn. Kunt u niet gewoon zeggen: de raad was niet genoeg geïnformeerd? Wethouder Balster (PvdA). In de eerste reactie op het raadsvoorstel van de vooronderzoekscommissie hebben we aangegeven hoe we de lessen die uw commissie trekt, direct in de praktijk willen brengen. En we trekken het breder dan dat, want we vinden het ongelooflijk belangrijk dat het gesprek over wat goede informatievoorziening is, ook daadwerkelijk wordt gevoerd. Daar moet een wederzijds gesprek over plaatsvinden. We trekken ons dit zeer aan. Leonie Gerritsen (PvdD).

De wethouder blijft heel erg hangen op het preadvies van de Welstandscommissie, maar erkent de wethouder ook dat de informatievoorziening over bijvoorbeeld staatssteun niet op orde was? Daar waren wij niet goed genoeg over geïnformeerd. Dat is niet ons gevoel. We zijn gewoon niet goed geïnformeerd. 48

Wethouder Balster (PvdA). De vooronderzoekscommissie heeft daar een buitengewoon zorgvuldige en genuanceerde conclusie over getrokken. We hebben in het debat dat we in de commissie hebben gevoerd, met elkaar vastgesteld dat er op een aantal vlakken verschillende juridische inzichten zijn over de risico's en dat het noodzakelijk is om die tegen elkaar aan te houden. Dat gaat het college dus ook doen. Als dat aanleiding geeft tot een nieuwe risico-inschatting, dan komen wij uiteraard bij u terug om die opnieuw te wegen. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Gerritsen. Leonie Gerritsen (PvdD). Ik zou de wethouder toch willen vragen of hij niet gewoon kan zeggen 'goh, we hadden u beter moeten informeren' in plaats van het bij ons neer te leggen met 'u voelde zich niet goed genoeg geïnformeerd'. Wethouder Balster (PvdA). Dat heeft het college en dat heb ik ook een aantal keren uitgesproken. Als we terugkijken op hoe het proces tot dusverre gelopen is, dan hadden we dat anders moeten doen. Dat heb ik al te een en te andermaal erkend. Fatima Faïd (HSP). Ik wil nog even doorgaan op dat gevoel. Ik ben niet zo gevoelig, dus ik heb best wel moeite met wat u steeds suggereert. Ik zie drie vrouwen hier steeds de lead nemen. Ik vind het dan toch wel problematisch dat u de hele tijd het woord 'gevoel' gebruikt in plaats van feitelijkheden.

Feitelijk is het gewoon zo dat we op een aantal punten niet goed of niet tijdig zijn geïnformeerd. Volgens mij moet u dat gewoon erkennen en niet net doen alsof we in een soort gevoelsvacuüm zitten met zijn allen. Dat is één. Mijn andere vraag is wat u vindt van de opmerking van de fractie van D66. Wethouder Balster (PvdA). Dit laat zien dat er wel verschillend wordt gekeken naar de uitkomsten van de onderzoekscommissie en dat is uiteindelijk een politiek oordeel. Ik wil me daar niet in mengen. Ik wil de lessen trekken die we kunnen trekken. Dat hebben we u ook laten weten in de collegereactie. Daar hebben we in de commissie ook uitvoerig bij stilgestaan. Daar willen we mee aan de slag, en zo voortvarend mogelijk. Fatima Faïd (HSP). Waar heeft u het nou precies over? Ik heb twee vragen gesteld en ik weet niet precies waar dit het antwoord op is. Ik neem aan op de tweede vraag. Want ik vind het een beetje gek. U bent wethouder. Er wordt gesteld dat het een erg politieke commissie was. Daar vindt u natuurlijk ook iets van. Wethouder Balster (PvdA). Daar vind ik iets van, zeker. Dat heb ik zojuist aangegeven. Adeel Mahmood (DENK). Ik kom even terug op de discussie van daarnet. U draait er een beetje omheen, maar ik ben toch echt benieuwd. U kijkt steeds terug. U kijkt ook wel vooruit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12308753/3