RIS314118 Beantwoording technische vragen en toezeggingen Adviescommissie ongevingskwaliteit Den Haag
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Saskia Bruines Wethouder van Financiën, Cultuur en Economie
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSO/10448606 RIS314118 Contactpersoon
Ilse Rijneveld Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Monumentenzorg & Welstand Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
10 januari 2023
ilse.rijneveld@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording technische vragen en toezeggingen Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag
Geachte voorzitter, Hierbij vindt u de beantwoording op de technische vragen die zijn gesteld naar aanleiding van het raadsvoorstel Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023 (RIS313252) en de commissiebrief Beleidsneutraal instellen Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag (RIS313254). In de commissiebrief ‘Beleidsneutraal instellen Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag’ staan de processtappen omschreven voor het werven en benoemen van nieuwe leden van de Welstands- en Monumentencommissie en de opties voor het betrekken van de raad hierbij. Dit is toegezegd in de commissievergadering van 24 augustus 2022. In de raadscommissie van 7 december 2022 heeft het college u tevens toegezegd een helder tijdspad te schetsen rond de processtappen van zowel de Welstands- en Monumentencommissie als rond de Omgevingswet en bijbehorende formele besluiten. Ook dit wordt in voorliggende brief toegelicht. De Welstands- en Monumentencommissie rond inwerkingtreding Omgevingswet De Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023 gaat formeel pas in bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting in de 2e helft van 2023. Tot die tijd werkt de Welstands- en monumentencommissie volgens de vigerende wetgeving. Dit betekent dat de bestaande procedures gevolgd blijven worden en nieuwe leden benoemd en herbenoemd moeten worden.
Dat kan niet wachten tot de invoering van de Omgevingswet. Als wij nu geen nieuwe leden werven dan zal na verloop van tijd de commissie niet meer voldoen aan de eisen uit de vigerende Bouwverordening en de Erfgoedwet. Het gevolg hiervan is dat de commissie met minder leden in eerste instantie kwetsbaar wordt, omdat er een minimum aantal leden aanwezig moet zijn (quorum). Wanneer het quorum niet behaald wordt, is er juridisch gezien geen commissie om de vergadering te houden, of om de hamerstukkenlijst vast te stellen. Dat zou betekenen dat er bij een aanvraag op een omgevingsvergunning geen welstandsadviezen meer geleverd kunnen worden. Aangezien een welstandsbeoordeling verplicht is bij het opstellen van een deze beschikkingen, zou het college dus geen vergunningen meer kunnen verlenen binnen de gestelde termijnen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Verbreden opdracht aan huidige Welstands- en monumentencommissie De Omgevingswet geeft de mogelijkheid om meer integrale beleidsafwegingen te maken. Ook in de adviezen van de welstands- en monumentencommissie wordt nu al meer rekening gehouden met de opgave om de stad te verduurzamen zoals deze in het coalitieakkoord is opgenomen. Maar het verbreden van de opdracht aan de bestaande Welstands- en monumentencommissie kan pas wanneer er integraal beleid wordt vastgesteld zoals een omgevingsvisie voor Den Haag. Voor het eerder wijzigen van de opdracht aan de commissie ontbreekt het nu nog aan een koppeling met integraal beleid. De commissie is namelijk verplicht om aan vastgesteld beleid zoals de Welstandsnota Den Haag 2017 te toetsen. We verwachten dit meer integrale beleid in de loop van 2024, onder meer door de vaststelling van de omgevingsvisie, wel te hebben. Wat nu al kan Totdat er formeel integraal beleid is kunnen er wel werkafspraken gemaakt worden tussen afdelingen, waarbinnen de Welstands- en monumentencommissie een rol speelt. Speciaal voor het verduurzamen van 10.000 woningen in het kader van de EFG-labelaanpak besteden we aandacht aan voorlichting en kunnen bewoners met vragen makkelijk bij het secretariaat terecht. We maken werkafspraken die in lijn zijn met de aanstaande Omgevingswet en leiden tot een meer integrale keten voor omgevingskwaliteit.
Nu al wordt kennis over verduurzaming van bouwen een van de criteria waarop nieuwe commissieleden worden geselecteerd. Zo doet de kwartiermaker stadsstedenbouwer nu een verkenning naar verbetering van deze keten omgevingskwaliteit. Ook in de beantwoording van de motie d.d. 1 december 2022 Architectuur onderdeel van beeldkwaliteit (RIS313949) wordt hier verder op ingegaan. Eerste resultaten van deze trajecten komen naar verwachting in Q1 2023. De evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017 wordt voorbereid en u in april 2023 toegestuurd. We gaan gemeentelijke regels en procedures soepeler maken waar dit kan en nodig is voor bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of buitenunits van warmtepompen. Ook voor beschermde stadsgezichten en monumenten actualiseren we de regels om het makkelijker te maken om te verduurzamen, rekening houdend met de monumentale waarde. Naar aanleiding van de evaluatie zal een aantal wijzigingen voor het actualiseren van de Welstandsnota Den Haag 2017 in de loop van 2023 worden voorgesteld. In de brief Beleidsneutraal instellen Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag (RIS313254) noemen we de optie om het profiel voor nieuwe leden van de Welstands- en monumentencommissie met de raad te bespreken.
Omdat de werving voor nieuwe leden continu doorgaat (leden zijn voor 3 jaar benoemd en kunnen nog eens 3 jaren worden herbenoemd) stellen wij voor de bijgevoegde profielen in het eerste kwartaal van 2023 vast met u te bespreken. Ook nodigt de Welstands- en monumentencommissie leden van de raad uit voor een kennismaking, mogelijk in de vorm van een wandeling of fietstocht. Processtappen Welstands- en monumentencommissie en de Omgevingswet •
•
•
Vóór 28 januari 2023 Benoemen door de raad van 2 architectleden conform de vigerende verordening, raadsvoorstel Benoeming leden Welstands- en monumentencommissie (RIS313737), kennismakingsgesprekken zijn gepland. Q1 2023 Uitnodigen van de raad voor een kennismaking met de welstands- en monumentencommissie, indien mogelijk gecombineerd met een wandel- of fietstocht langs gerealiseerde bouwplannen en actuele locaties. Q1 2023 Naar verwachting de eerste resultaten van de kwartiermaker stadsstedenbouwer over een integraal ruimtelijke kwaliteitssysteem.
2/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
•
•
•
•
• •
• •
Q1 2023 Bespreken met de raad van de conceptprofielen voor het werven van leden van de vigerende en de nieuwe adviescommissie. Q2 2023 Resultaten van de evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017, inclusief aanbevelingen voor aanpassing van de nota op onderdelen. Q3 2023 Uitgewerkt voorstel voor het aanpassen van de Welstandsnota Den Haag 2017 op onderdelen ter vaststelling door de raad. Vóór 15 juli 2023 Benoeming en herbenoeming door de raad van 2 stedenbouwkundige leden conform de vigerende verordening. Vóór 1 juli 2023 Vaststellen door de raad van de Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag. Vóór 1 juli 2023 Herbenoemen door de raad van de huidige commissieleden als leden van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag voor de resterende duur van hun huidige benoeming. 2023/2024 Vaststellen Omgevingsvisie. Na vaststellen Omgevingsvisie Bespreken met de raad van voorstellen voor de inzet van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, inclusief een mogelijke verbreding van de opdracht.
Beantwoording technische vragen van drie raadsleden.
De fractievertegenwoordiger, de heer de Boer, heeft op 10 november 2022 een e-mail met daarin 14 vragen ingediend. 1. Op dit moment worden een aantal dossiers ambtelijk afgedaan. De zogenaamde hamerstukkenlijst. Om hoeveel dossiers gaat dit in verhouding tot het totale aantal adviezen? Het ambtelijk afdoen van adviezen is niet hetzelfde als de hamerstukkenlijst. De ambtelijke adviezen worden gegeven op grond van de beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie (RIS 279650). In deze beleidsregel is bepaald dat kleine ingrepen waarvoor het advies van de welstandscommissie al bekend is, niet aan de commissie voor advies worden voorgelegd maar ambtelijk worden afgedaan. Hamerstukken zijn adviezen die ambtelijk worden voorbereid en in de openbare vergadering door de Welstands- en monumentencommissie als ‘hamerstuk’ worden vastgesteld. Het gaat gezamenlijk om ruim 1400 plannen die ambtelijk worden afgedaan, om bijna 2600 plannen die als hamerstuk worden vastgesteld en zo’n 760 plannen die worden geagendeerd bij de commissie. In totaal zijn er in het jaar 2021 4754 plannen behandeld. 2. Hoe ziet deze procedure er in de nieuwe situatie uit? Dit blijft onveranderd. 3. Kunnen aanvragers “in beroep” bij de reguliere commissie? Nee, aanvragers kunnen bezwaar maken tegen het besluit op een omgevingsvergunning.
Het advies van de Welstands- en monumentencommissie wordt door het college meegewogen in een besluit op de vergunning. Indien aanvragers het niet eens zijn met het advies van de commissie dan kunnen ze hiertegen opkomen in bezwaar tegen het besluit van het college op de vergunning.
3/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
4. Hoe weten eventuele bezwaarmakers welke commissie/of op welke manier de adviezen tot stand zijn gekomen? In de beschikking is aangegeven of is geadviseerd door de Welstands- en monumentencommissie of dat er ambtelijk, namens het college, is getoetst. 5. Zijn er aanvragen die nooit ambtelijke kunnen worden afgedaan? (bijv. rijksmonumenten) en waar ligt dit vast in de verordening? Ja dit klopt, dat ligt vast in artikel 3.1 lid 1 van de verordening. 6. Op dit moment is het mogelijk een beginselaanvraag in te dienen. Deze wordt ook door de welstand besproken. Kan dit straks nog steeds? Ja, het beginselplan wordt onder de Omgevingswet vervangen door het vooroverleg. 7. Hoe openbaar zijn deze besprekingen en verslagen over beginselplannen? Als deze plannen in een vergadering worden besproken, zijn de besprekingen in beginsel openbaar, evenals de verslagen (de adviezen). 8. In de verordening staat de mogelijkheid tot vooroverleg. Is dit hetzelfde als beginselplan? Zo nee, wat is het dan? En hoe werkt de procedure voor vooroverleg? Zijn deze adviezen openbaar? In principe is het vooroverleg gelijk aan het beginselplan. De exacte randvoorwaarden voor het vooroverleg onder de Omgevingswet worden nog uitgewerkt. Deze adviezen zijn in beginsel openbaar. 9. In het raadsvoorstel voor de verordening staat ook een bepaling ten aanzien van het uitvoeren van een second opinion (artikel 5:4).
Kan ook de raad om een second opinion vragen? (zoals bijvoorbeeld bij het opheffen van een beschermd stadsgezicht? ) Of alleen het college? Hoe werkt dat dan precies? De raad kan het college verzoeken om een second opinion uit te laten voeren. Dit is alleen relevant indien de raad een beslisbevoegdheid heeft bij een ingrijpende wijziging van een omgevingsplan. Indien het college het niet eens is met het oordeel van de adviescommissie en van mening is dat het advies is gebaseerd op een onjuiste uitleg van het welstandsbeleid, kan het college zich wenden tot een adviescommissie van een andere gemeente om het welstandsbeleid opnieuw te laten toetsen. Indien het college het wel eens is met het advies op grond van de welstandsnota maar andere belangen zwaarwegender vindt, is er geen sprake van een second opinion maar is het college bevoegd af te wijken van het advies van de commissie. 10. In artikel 5:3 staat dat de commissie de advisering kan overdragen aan een subcommissie. Uit welke expertise bestaat deze commissie? Zijn dit leden van de adviescommissie? Of ook ambtenaren? Een subcommissie kan worden samengesteld voor een specifiek type bouwplannen. De subcommissie bestaat uit leden van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag en voor de subcommissie gelden dezelfde regels als voor de voltallige commissie, bijvoorbeeld met betrekking tot het minimum aantal leden.
In deze commissie zitten geen ambtenaren.
4/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
11. In artikel 7:1 stat dat er jaarlijks een jaarverslag wordt gemaakt. Nu is dat om het jaar. Is het college van plan dit vol te houden? Of gaan we wel naar jaarlijks een verslag? Er komt jaarlijks een verslag. Ook nu is dit al het geval. Het ene jaar in de vorm van een publicatie, het andere jaar in de vorm van een fietsroute met jaarcijfers. In principe blijft dit onveranderd. 12. Daarnaast bestaat het huidige kwaliteitssysteem uit kwaliteitsteams voor bepaalde gebieden of plannen. Deze teams zijn vaak in de voorfase betrokken. Hoe verhoudt de beoordeling van deze kwaliteitsteams (vaak ambtenaren)zich tot de welstandsadvisering? Kwaliteitsteams adviseren in een eerdere fase van het ontwerpproces. De advisering over het uitwerking van het ontwerp en de toetsing aan de welstandsnota blijft een bevoegdheid van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag. 13. In Artikel 2:2 staat dat er geadviseerd wordt op basis van de beleidsregels, de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Welke rol speelt een beeldkwaliteitsplan hierin? Het formele toetsingskader is de welstandsnota (dat is een beleidsregel onder de Omgevingswet). Wanneer voor een bepaald gebied een beeldkwaliteitsplan is vastgesteld door de raad, is dit via hoofdstuk 2.3 van de Welstandsnota Den Haag 2017 hieraan gekoppeld. Het beeldkwaliteitsplan vormt de (gewenste) omgeving waarbinnen de welstandsnota wordt toegepast.
Met andere woorden, de plannen worden beoordeeld volgens het door de raad vastgestelde beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota. 14. Hoe is met deze verordening geborgd dat de agenda van de commissie inzichtelijk is voor burgers, deze kunnen inspreken en de adviezen kunnen lezen? Dit is in het reglement bepaald, zie artikel 6.1 van de verordening. Het door het college reeds vastgestelde reglement (RIS313253) regelt deze zaken in detail. De fractievertegenwoordiger, de heer van den Bos, heeft op 10 november 2022 een email met daarin 21 vragen ingediend. 1. In de modelverordening van de VNG staat de tekst dat de commissie adviseert over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit. Dit komt niet terug in het voorliggende voorstel (artikel 2:1); waarom niet? Wij kiezen ervoor de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag beleidsneutraal om te zetten en de taken van de commissie niet te verbreden. Indien het college daar aanleiding toe ziet, kan zij de commissie om advies vragen, maar wij nemen dit niet als een verplicht onderdeel in het proces op. Daar waar de commissie verbetering van beleid ziet, kan zij dit het college en via het college aan de raad adviseren. 2.
In het voorstel wordt in tegenstelling tot de modelverordening niet de commissie als taak gegeven de raad naast burgemeester en wethouders te adviseren (artikel 2:1). Waarom is dit? Het is de taak van de raad het college te controleren bij de uitvoering van het beleid. In de verordening is wel opgenomen dat de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag haar advies via het college direct aan de raad kan richten (zie artikel 2.3).
5/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Daar waar het beleid aanpassing behoeft, moet het college eerst de gelegenheid krijgen er kennis van te nemen en op het onafhankelijke advies te reageren, voordat zij hierop via de raad aangesproken wordt. De belangrijkste taak van de commissie is het adviseren bij het besluiten op een omgevingsvergunning. Het verlenen van vergunningen is een bevoegdheid van het college. Daar waar het advies van de commissie aan een raadsbevoegdheid raakt, zoals het presenteren van het jaarverslag, wordt het onafhankelijke advies van de commissie via het college doorgestuurd aan de raad (zie artikel 7.1). De voorzitter van de commissie kan dit advies desgewenst toelichten in de raadsvergadering. 2. De raad heeft eerder met het college gesproken over de wens om meer betrokken te worden bijhaar benoeming van de welstandscommissie. Waarom is niet gekozen om de raad (bijv. via het presidium), zoals bij de Ombudsman, Accountantdienst en Rekenkamer, uit de voorselectie van de drie kandidaten een voordracht te maken? Bij de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag speelt de specifieke deskundigheid én de rol van ieder individueel lid in het geheel een belangrijke rol. Bovendien betreft het een commissie die het college adviseert bij het uitvoeren van haar taak, het verlenen van Omgevingsvergunningen.
Daarom is gekozen voor een selectiecommissie die tot een voordracht komt, die via het college naar de raad gaat. 4. Waarom wordt gekozen om de commissie slechts via het college de raad te laten adviseren? (artikel 2:3) Zie antwoord vraag 2. 5. Waarom wordt niet vastgelegd dat de vergaderingen altijd openbaar zijn en hier slechts van af wordt geweken met een verzoek door het college met klemmende reden op grond van artikel 10 WOO? In de voorgestelde tekst van artikel 5:2 hoeft het college dit niet te motiveren en wordt afgeweken van de modelverordening. Vergaderingen waarin de commissie bijeenkomt en adviseert op omgevingsvergunningen zijn altijd openbaar. Indien een vergadering niet openbaar is moet dit gemotiveerd worden. Het is niet nodig het motiveringsbeginsel in artikel 5:2 te herhalen omdat dit reeds in de Algemene wet bestuursrecht staat. De modelverordening wijkt daarin af van de aanwijzingen voor de regelgeving. In Den Haag moeten verordeningen aan deze aanwijzingen voldoen. 6. Waarom wordt het spreekrecht voor belanghebbenden niet vastgelegd in de verordening maar alleen in een reglement? De hoofdzaken (instelling en taken van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag) staan in de verordening, de precieze werkwijze niet. De praktische orde van de vergadering is in het reglement bepaald.
Dit is eenvoudig bij te stellen indien er praktische zaken in het organiseren van de vergadering veranderen. Het is niet de bedoeling zaken dubbelop te regelen. 7. Waarom wordt niet vastgelegd dat bij adviesvoorbereidingen relevante maatschappelijke organisaties worden geraadpleegd? De advisering van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag betreft een onafhankelijk deskundigenadvies op grond van vastgestelde beleidskaders. Uit oogpunt van rechtszekerheid, de redelijke adviestermijn en de transparantie van de besluitvorming is het wenselijk om deze advisering van andere maatschappelijke belangen te scheiden. Indien belanghebbenden toch menen onvoldoende gehoord te zijn, kunnen zij bezwaar maken op het genomen besluit.
6/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Bij de Omgevingswet is participatie in veel gevallen vormvrij. Volgens het raadsvoorstel ‘Bindend advies en verplichte participatie’ zijn aanvragers in een beperkt aantal gevallen verplicht om te participeren voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit geldt met name voor plannen met een grote afwijking ten opzichte van het Omgevingsplan en met een grote impact op de leefomgeving. Het college toetst de uitkomst van het proces. Deze toetsing maakt deel uit van de beoordeling van de omgevingsvergunning. 8. Waarom wordt niet vastgelegd dat het jaarverslag rechtstreeks aan de raad wordt gestuurd zoals de wet vereist? Het jaarverslag wordt via het college aan de raad gestuurd, zodat het college daar waar nodig toelichting kan geven op de suggesties van de commissie. Deze procedure is in overeenstemming met hetgeen de wet bepaalt. 9. Wat is de meerwaarde van artikel 7:1 lid 3? Waarom kan de raad niet via het jaarverslag worden geadviseerd? In het artikel staat: “In het jaarverslag kan de commissie het college adviseren over het beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.2.”. Het is niet bedoeld dat de advisering van beleid beperkt blijft tot het college. Wij stellen voor de tekst te wijzigen door de woorden ‘het college’ te schrappen. 10.
Waar wordt precies door de nieuwe commissie op getoetst? Wat zijn de toetsingscriteria? De welstandscriteria liggen vast in de Welstandsnota Den Haag 2017. Onder de Omgevingswet is dit een beleidsregel voor het uiterlijk van bouwwerken. De kaders ten aanzien van cultuurhistorie zijn grotendeels te vinden in de omgevingsplannen (voorheen bestemmingsplannen). Op grond van de Monumentenverordening Den Haag adviseert de commissie ook over gemeentelijke monumenten. De commissie adviseert op grond van de Omgevingswet. In deze wet is bepaald dat de commissie over rijksmonumenten moet adviseren. 11. Ten opzichte van het modelreglement wordt een doelstelling van de commissie toegevoegd (artikel 1:3). Waarom? De doelstelling is bedoeld om de taken van de commissie duidelijk af te bakenen. Voor het opstellen van de verordening is gebruik gemaakt van de standaard indeling die binnen de gemeente Den Haag gangbaar is. 12. Waarom wordt bij het doel van de commissie slechts het uiterlijk van bouwwerken en de bescherming van cultuurhistorie benoemd? Waarom wordt überhaupt het begrip ‘cultuurhistorie’ geïntroduceerd (een begrip dat niet in de wet staat genoemd)? Dit doel komt overeen met de reeds bestaande adviesbevoegdheid van de Welstands- en monumentencommissie. In plaats van welstandsbeleid spreekt de Omgevingswet van beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken.
Ten aanzien van de woordkeus ‘cultuurhistorie’: In de bestemmingsplannen van de gemeente Den Haag wordt geschreven over cultuurhistorische waarden. In de wet wordt geschreven over cultureel erfgoed en monumenten. Zowel cultureel erfgoed als cultuurhistorie zijn verzamelbegrippen. Monumenten en beschermde stadsgezichten maken daar ook deel van uit. Cultureel erfgoed is meeromvattend en betreft bijvoorbeeld ook musea. In het kader van de advisering van de commissie is cultuurhistorie een relevantere woordkeus.
7/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Om duidelijkheid te geven over de bedoeling van het begrip, is het opgenomen in de definities van artikel 1.1. van de verordening. 13. Hoe wordt het groen en duurzaamheid bij de toetsing door de commissie meegenomen? In het verleden was deze toets minder mogelijk, maar vulde de welstandscommissie deze wel in en met de nieuwe wet is er meer ruimte. De commissie adviseert over omgevingsvergunningen op grond van de Welstandsnota Den Haag 2017 en de bestaande bestemmingsplannen, die opgaan in het omgevingsplan. Deze beleidskaders zijn nu nog onveranderd gebleven. De implementatiefase van de Omgevingswet na invoering ervan, het vaststellen van de omgevingsvisie, de herziening van de welstandsnota en de nadere uitwerking van het kwaliteitsstelsel zijn toekomstige aanleidingen om het beleid aan te passen. In 2024 verwachten we daarover te kunnen beslissen. 14. Hoe wordt specifiek de natuurhistorische en ecologische waarden geborgd bij de toetsing? Eventueel vastgesteld beleid ten aanzien van natuurhistorische en/of ecologische waarden wordt door het college getoetst bij het besluiten op een omgevingsvergunningaanvraag en is volgens het huidige vastgestelde beleid geen toetsingsgrond voor de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag.
Met andere woorden: de commissie adviseert niet over de ecologische waarden, de commissie adviseert over het uiterlijk van bouwwerken en de inpassing in de omgeving. Maar in het plan waarover de commissie adviseert zal wel rekening gehouden moeten worden met de ecologische waarden die in het bestemmingplan benoemd zijn. De implementatiefase van de Omgevingswet na de invoering ervan, het vaststellen van de omgevingsvisie, de herziening van de Welstandsnota Den Haag 2017 en de nadere uitwerking van het kwaliteitsstelsel zijn stappen om naar een integraal kwaliteitsstelsel toe te werken. In 2024 verwachten we daarover te kunnen beslissen. 15. Waarom wordt in art 4:2 lid 4 niet de discipline duurzaamheid genoemd? Omdat hier is aangesloten bij de huidige tekst uit de bouwverordening en bij de bestaande Memorie van toelichting over dit onderwerp (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). Het betreft dan ook de bestaande samenstelling van de commissie die beleidsneutraal wordt omgezet. De formulering ‘in ieder geval’ sluit niet uit dat er kennis over duurzaamheid aan de commissie wordt toegevoegd. Bij huidige aanstellingen is kennis over duurzaamheid en verduurzaming van gebouwen een van de deskundigheden waarop commissieleden worden geselecteerd. 16.
Hoe wordt zorg gedragen voor integrale kwaliteitstoetsing dat meer is dan de toetsing uit het verleden? Door het uitwerken van een integraal omgevingsplan op grond van de Omgevingswet en door het uitwerken van een integraal kwaliteitsstelsel. Het college heeft de periode van 2023 tot 2029 om invulling te geven aan dit stelsel. Zoals gezegd verwachten we in 2024 te beslissen over de vormgeving van een integraal kwaliteitsstelsel. 17. Wanneer komt de evaluatie van de welstandsnota die al een paar jaar geleden had moeten plaatsvinden? In Q2 2023.
8/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
18. Welke beleidsregels gelden bij de invoering voor de commissie? (artikel 2:2) De Welstandsnota Den Haag 2017 geldt als beleidsregel op grond van de invoeringswet Omgevingswet. 19. Hoe werkt het advies vragen aan het secretariaat over de omgevingskwaliteit? Welke status heeft dit? (artikel 3:1 lid 3) Deze adviesprocedure is opgenomen in het vergunning proces. Een vergunningsaanvraag moet worden getoetst aan het welstandbeleid. In bepaalde gevallen is het secretariaat bevoegd deze toets uit te voeren. Op grond van jurisprudentie is het logisch dat een vergelijkbaar eerder oordeel van de commissie bij een nieuwe vergelijkbare aanvraag tot hetzelfde advies leidt. 20. Kan worden uitgelegd hoe indien de commissie in het omgevingsplan voor een bepaalde activiteit als adviseur is aangewezen dat dit wordt afgedaan door ambtenaren? Uiteindelijk moeten de toetst toch worden uitgevoerd door de commissie indien dit is vastgelegd? (artikel 3:1 lid 3) Er zijn meerdere bepalingen in het Omgevingsplan waarbij toetsing aan de beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken of cultuurhistorie aan de orde is.
Indien het gaat om het toetsen van de beleidsregels voor het uiterlijk (voorheen de welstandsnota), wordt in de verordening artikel 3.1 (voorheen de beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie - RIS279650) bepaald dat deze toets in nader gespecificeerde gevallen uitgevoerd kan worden door ambtenaren. Indien er in het omgevingsplan (voorheen de regels van het bestemmingsplan) een toets aan de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezicht is voorgeschreven dan is op grond van het omgevingsplan soms het college en soms de commissie adviesbevoegd. Dit hangt af van de bepalingen in de bestemmingsplannen die worden omgezet in het omgevingsplan van rechtswege. Indien het gaat om de toetsing van monumentale waarde bij monumenten dan is de commissie altijd verplicht te adviseren. 21. Waarom wordt niet de verantwoordelijkheid voor de toetsing en het delegeren aan het secretariaat bij de commissie gelaten in plaats van bij het college (Artikel 3:1 lid 3) Het college is bevoegd om over de omgevingsvergunning te beslissen en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het inwinnen van adviezen om een goede afweging te kunnen maken. Het college is wettelijk opdrachtgever voor de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag. Door dit in de verordening vast te leggen ontstaat aan de voorkant van het proces duidelijkheid.
Het gemeenteraadslid, de heer Martini, heeft op 10 november 2022 een e-mail met daarin 2 sets van 9 en 14 vragen ingediend. Vraag 1. Citeertitel. Kan er niet een gemakkelijkere citeertitel komen. Advies commissie stadsschoon en omgevingskwaliteit; Het college kiest voor een korte titel (Adviescommissie Omgevingskwaliteit Den Haag) die aansluit bij de letterlijke bewoording van de wet.
9/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Vraag 2. Artikel 2.3 lid 2 waarom is de Raad hier in deze tekst gemeld? In artikel 2.3 lid 2 staat: De commissie kan het college adviseren over aanpassing van het beleid ten aanzien van omgevingskwaliteit en over projecten en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De raad is niet in de tekst gemeld. Bij nadere beschouwing is het artikel onduidelijk en roept het onnodige vragen op. Wij stellen voor om artikel 2.3 lid 2 in zijn geheel weg te laten. In lid 1 van het artikel is reeds bepaald aan wie de commissie adviseert. Vraag 3. Kan benoemingsperiode niet gelijk worden aan een raadsperiode van 4 jaar zijn? De benoemingsperiode van twee maal drie jaar sluit aan bij de werkwijze van andere gemeenten in Nederland en blijkt een goede periode te zijn om een evenwicht te behouden tussen continuïteit en vernieuwing. De commissie wordt geselecteerd op deskundigheid ongeacht politieke voorkeur. Anders dan de raad zijn er geen verkiezingen en worden leden niet gelijktijdig benoemd of ontslagen. Vraag 4. Artikel 4.2 Samenstelling. 2 leden in de commissie benoemen met de omschrijving burgerdeskundigen.
Het idee hierachter is dat inwoners die betrokken zijn bij de stad met hun kennis en belevingservaring een algemeen omgevingsoordeel op de voorgelegde plannen moeten kunnen geven (zijn omgevingsdeskundigen) (idee komt ook voort uit bepaalde projecten waarvan het idee is dat een gewone Hagenaar geen de nieuwbouw aan de lijnbaan van het WZH positief had kunnen beoordelen) Uit ervaring blijkt dat het toevoegen van een burgerdeskundige aan de commissie geen garantie biedt voor een goede betrokkenheid van burgers of voor een significante andere wijze van adviseren. In de Omgevingswet wordt de inbreng van inwoners en belanghebbenden geregeld via de verplichting aan de aanvrager om participatie toe te passen. De samenstelling van de commissie is op inhoudelijke deskundigheid gebaseerd. Daarmee is de scheiding van verantwoordelijkheden duidelijk geborgd. Het is niet de bedoeling dat een commissielid bepaalde belangen verdedigt. De commissieleden geven juist onafhankelijk advies. Vraag 5. Artikel 5.2. Een bekendmaking van de zittingen/agenda in algemene bladen en media ten minste 14 dagen voorafgaande aan een zitting. De commissie vergadert om de 14 dagen op een woensdagmiddag. Tenminste een week van te voren wordt de vergadering bekend gemaakt.
Gezien de wettelijke adviestermijn na de vergunningaanvraag is het procesmatig helaas niet haalbaar om de vergaderagenda 14 dagen vooruit bekend te maken. De website van de gemeente Den Haag is de plek waar deze informatie te vinden is. Vanwege de verplichte publicatie van vergunningaanvragen in het Gemeenteblad is het wel goed mogelijk voor belanghebbenden vroegtijdig kennis te nemen van de aanvang van de vergunningsprocedure. Vraag 6. De benoembaarheid van de voorzitter. Den Haag is een passie of een emotie maar in ieder geval geen klomp steen. De voorzitter moet aantoonbare bindingen met de stad hebben. Geen carrière voorzitters die van plaats naar plaats hoppen. Woonachtig in Den Haag of meer dan 20 jaar werkzaam o.i.d. De voorzitter wordt geworven via een openbare sollicitatieprocedure. In de commissiebrief heeft het college aangekondigd dat bij de evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017 het profiel voor de werving van leden van de commissie voor advisering aan de raad wordt voorgelegd.
10/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Omdat wij nu constateren dat het werven en benoemen van nieuwe leden voor de commissie vertraging dreigt op te lopen door discussie in de raad, stellen wij voor om het profiel voor de werving van leden zo snel mogelijk aan de raad voor te leggen. Aan de hand van RIS313254 Beleidsneutrale overgang. Vraag 7. Waarom is de dienst DSO opgenomen in punt 1. op bladzijde 4. Is dit ter bevordering van de onafhankelijkheid? Het secretariaat van de commissie is ondergebracht bij de dienst DSO. Er is een separate afdeling van DSO die zich bezighoudt met het uitvoerende werk ter voorbereiding van de vergaderingen en de ondersteuning van de commissie. Vraag 8. Er worden, zie blz 5 twee nieuwe commissieleden aangetrokken. De profielen wil het college later aan ons voorleggen. Dat lijkt niet logisch. Eerst de profielen en dan de nieuwe leden. Zie hierboven ook de burgerleden. Omdat de tweede termijn van tweezittende commissieleden eind januari 2023 eindigt is het nodig voorafgaand aan de evaluatie van het welstandbeleid twee nieuwe leden te werven. Omdat wij nu constateren dat het werven en benoemen van nieuwe leden voor de commissie vertraging dreigt op te lopen door discussie in de raad, stellen wij voor om het profiel voor de werving van leden zo snel mogelijk aan de raad voor te leggen. Vraag 9.
Het beleidsneutraal overgaan was met het oog op de invoeringsdatum van de Wet op 1 januari 2023 een optie, evenwel is de invoeringsdatum 6 maanden verschoven. Dat betekent dat a. De evaluatie Welstand nota nu eerst behandeld kan worden b. Daarna de profielen voor nieuwe commissieleden kan worden vastgesteld. c. Alle zittende commissieleden bedankt kunnen worden en er een nieuwe lichting kan worden benoemd, die in de nieuwe context van wet en regelgeving van start kan gaan d. En wellicht dat er niet beleidsneutraal kan worden overgegaan met dat er direct met nieuw beleid de commissie voorzin kan worden? Zie ook de beantwoording van vraag 8. De evaluatie Welstandsnota Den Haag 2017 loopt, maar is nu nog niet voor besluitvorming gereed. Het succesvol werven en benoemen van 8 deskundige nieuwe leden voor 1 juli 2023 acht het college niet wenselijk. Aangezien het beleidskader (de welstandsnota) bij invoering van de Omgevingswet niet wijzigt, is er geen aanleiding om zittende leden te vervangen. De gemeente Den Haag heeft na invoering van de Omgevingswet de gelegenheid om een integraal kwaliteitsstelsel vorm te geven. Door een te abrupte overgang in de samenstelling van de commissie zou zonder noodzaak veel kennis verloren gaan, zonder dat er op basis van het bestaande beleid anders geadviseerd zou mogen worden.
Het college streeft ernaar het dienstverleningsniveau na invoering van de Omgevingswet op een gelijkwaardig niveau te handhaven. Het vervangen van de volledige commissie per 1 juli 2023 past niet binnen dit streven. De implementatiefase van de Omgevingswet na de invoering ervan duurt nog 6 jaar. Het opstellen van een goed en integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid zoals de omgevingsvisie vergt tijd. Het is niet logisch om vooruitlopend op de andere beleidswijzigingen enkel de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Den Haag integraal te maken zonder de beleidsinstrumenten op basis waarvan de commissie moet adviseren aan te passen. Integrale advisering vraagt ook aanpassing van het beleid en de vergunningsprocessen waarbinnen de commissie moet adviseren. Al deze aanpassingen zijn niet haalbaar voor 1 juli 2023. Daarom voorziet de wet in een overgangsperiode. Naar verwachting zal het college in 2024 kunnen besluiten op de vormgeving van een integrale adviescommissie.
11/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Tweede set vragen van de heer Martini 1. De verordening neemt niet naadloos de bestaande rechte en plichten van de monumenten- en welstandscommissie over zoals die staan in de bouwverordening en welstandsnota: en waarom niet? De verordening wordt vastgesteld omdat de wettelijke grondslag voor de bouwverordening vervalt. Omdat de wet verandert, moet de verordening aansluiten op de terminologie en regels van de Omgevingswet. Het beleid, de Welstandsnota Den Haag 2017, wordt hiermee niet veranderd. Onder de Omgevingswet wordt dit beleid aangeduid als de regels voor het uiterlijk van bouwwerken. Het uitgangspunt bij de omzetting is een gelijkwaardig dienstverleningsniveau. Dit betekent dat de huidige werkwijze het uitgangspunt is voor de nieuwe verordening. 3. De verordening is een veel minder transparante versie als bijvoorbeeld de stad Utrecht hanteert: en waarom niet? De verordening zet de bestaande werkwijze van de Welstands- en monumentencommissie van Den Haag zo beleidsneutraal mogelijk over naar de nieuwe regels onder de Omgevingswet. De gemeente Utrecht kan een ander beleid hanteren, dat kan per gemeente verschillen. 3).
Graag antwoorden op de volgende vragen: 1) Voorbeelden: Afwijkingen tov Utrecht: Art 1:3 lid 1 doel commissie wijkt af van OM wet (17.9): waarom? De Omgevingswet stelt in artikel 17.9 een gemeentelijke adviescommissie verplicht die tenminste adviseert over vergunningaanvragen voor rijksmonumenten. In Den Haag bestaat een Welstands- en monumentencommissie die adviseert over monumenten en cultuurhistorie en ook toetst aan het welstandsbeleid. Cultuurhistorie omvat meer dan alleen de advisering over rijksmonumenten. Bij de invoering van de Omgevingswet willen wij dit bestaande beleid omzetten naar de nieuwe wetgeving. Art 2:2 lid 2a4 waarom toegevoegd? Blijkbaar wordt bedoeld artikel 2:1 lid 2 onder a, 4e. Omgevingsplanactiviteit is de naam voor de vergunning waarin de ruimtelijke/ beleidsmatige toets plaatsvindt, waaronder ook het welstandsbeleid. Er zijn onder de Omgevingswet verschillende vormen van de omgevingsplanactiviteit, daarom komt dit meer dan eens terug in de taakomschrijving in artikel 2:1. Art 2:2 lid 2b eerste lid moet zijn tweede lid (van 7.1 erfgoedwet) In artikel 2:2 staat: “De commissie baseert haar advies als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, onder 3°, 4° en 5° op de beleidsregels, de omgevingsvisie en het omgevingsplan.” Het artikel is correct. In het artikel wordt verwezen naar gemeentelijke beleidskaders.
Wettelijke kaders die van toepassing zijn, staan in de wet vermeld en worden in de verordening niet herhaald. NB in dit hele art komt het informeren en begeleiden van planindieners/ontwerpers tijdens het ontwerpproces eo voeren van vooroverleg over in te dienen aanvraag nog niet voor. Why not?
12/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Het informeren en begeleiden van initiatiefnemers en ontwerpers gebeurt door het secretariaat, niet door de commissie zelf. De commissie heeft een toetsende en adviserende rol. In artikel 2.1 lid 2, e is aangegeven dat de commissie adviseert in het kader van vooroverleggen. Art 2:2 grondslag advies> waarom geldt dit niet voor alle (gevraagde en ongevraagde) adviezen? De commissie geeft ook adviezen op grond van andere verordeningen. Bijvoorbeeld voor het aanwijzen van monumenten op grond van de Monumentenverordening. Bij andere adviezen kunnen logischerwijs andere toetsingskaders aan de orde zijn. Art 2:3 lid 1 toevoeging “beleid t.a.v. omgevingskwaliteit” ten goed komt: graag laten vervallen; dit is kader voor de commissie, idem lid 2 *dit is een m.i. verstrekkend art qua bevoegdheden commissie * mi enkel op verzoek b&w (niet op eigen initiatief) Dit artikel is bedoeld om de onafhankelijke adviesrol van de commissie te verduidelijken. Het college van b en w verwacht dat de commissie zorgvuldig met haar rol als onafhankelijk deskundige om zal gaan en het advies op eigen initiatief zal inzetten daar waar nodig.
Het college vindt het belangrijk dat de commissie ook uit eigen beweging communiceert en adviseert als de commissie vanuit haar eigen deskundigheid bepaalde problemen constateert of voorstellen wil doen over verbetering of verandering van het beleid of de toepassing daarvan. Ook wordt hiermee recht gedaan aan de toezegging van het college om deze standaardwerkwijze aan te vullen met een rechtstreekse adviesmogelijkheid voor de commissie aan de raad. Op dit punt kan een vergelijking worden gemaakt met de positie van de Adviescommissie bezwaarschriften. Net als bij andere deskundigen en commissies blijft het de keuze en verantwoordelijkheid van het bevoegde orgaan (in dit geval het college en de raad) om al dan niet gevolg te geven aan gegeven adviezen. Art 3:1 waarom dit art (in navolging 2:1)? Moet college dit telkens vragen? En wie is “het secretariaat“? Dit artikel is bedoeld om aan te geven welke adviezen in een vergadering van de commissie worden besproken en welke adviezen door het secretariaat kunnen worden opgesteld. Dit is conform de huidige werkwijze van de commissie. Op basis van de beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie (RIS279650) worden niet alle plannen voorgelegd aan de commissie. Met het vaststellen van de verordening vervalt deze beleidsregel. Daarom is de werkwijze in de verordening opgenomen.
Ten aanzien van de aanvragen conform lid 1 en 2 vraagt het college voor elke omgevingsvergunningaanvraag advies aan de commissie. Ten aanzien van aanvragen conform lid 3 mag het college vooraf afwegen of toetsing conform lid 3 relevant is. Het secretariaat bestaat uit de medewerkers die aangesteld zijn door het college om het werk van de commissie te ondersteunen (zie lid 1.1). Art 4:1 bevoegdheid (17.7 wet) blijft bij raad? Niet gemandateerd naar B&w? Kennismaken??? De bevoegdheid voor het benoemen van leden van de commissie blijft bij de raad. De raad heeft aangegeven tijdig en formeel betrokken te willen worden bij de benoeming van leden van de commissie. Daartoe heeft het college in de Verordening voor de adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag in artikel 4:1, ten aanzien van de benoeming van de leden, toegevoegd dat er een kennismakingsgesprek plaatsvindt tussen een kandidaat-lid en de raad, voorafgaand aan de bespreking van de benoeming.
13/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
Art 4:2 lid 1 minimum van 3 moet omhoog; zie ook relatie met art 5:2 lid 4. Ongehoord dit Het minimum van drie leden voor het uitschrijven van een vergadering is een landelijke standaard. Dit komt overeen met de huidige werkwijze. Het minimum van drie volstaat voor een gewogen en gedegen advies. Art 4:2 lid 4 mist discipline duurzaamheid (groen, klimaat, energie etc) Zie antwoord vraag 13 van de heer Van den Bos. Art 5:2 lid 2 moet mi zijn “zijn (altijd) openbaar en de agenda wordt vooraf tijdig kenbaar gemaakt”. Als niet openbaar is dit op verzoek b&w (art 10 WoB); al dan niet op verzoek aanvrager Openbaar betreft beraadslagingen, beoordeling als adviezen Belanghebbenden hebben spreekrecht tijdens de openbare vergaderingen (enkel niet meer tijdens beraadslagingen) De openbaarheid van de vergadering is in dit artikel afdoende geregeld. De Wob is vervangen door de Wet open overheid. De bekendmaking van de vergadering en de orde tijdens de vergaderingen is geregeld in het reglement. Belanghebbenden hebben spreekrecht in de vergadering als het onderwerp waarover zij spreken op de agenda staat. Voor de goede orde wordt dit spreekrecht tijdens de beraadslagingen over dit onderwerp gehanteerd. Belanghebbenden hebben geen spreekrecht tijdens de openbare besluitvorming.
Art 5:2 toevoegen lid 5 Over uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van tenminste 4 (of 5) leden…. Zie antwoord bij art. 4:2 lid 1. En een lid 6 over compliance (zie Utrecht art 8 lid 5 en 6) Het is in strijd met de aanwijzingen voor de regelgeving om zaken die in de wet geregeld zijn in de verordening te herhalen. Het college deelt overigens niet de aanname dat de regeling in Den Haag zou moeten worden gemodelleerd naar die van Utrecht. 6:1 reglement gaat tenminste in op….. zie Utrecht art 12 Het reglement (RIS313253) is al vastgesteld door het college en treedt tegelijk met de verordening in werking. 6:2 vergoeding (hoog!) aantal uren maximeren (vanuit Balkenende norm). zijn ‘dure’ ontwerpers automatisch goed in den haag ingevoerde professioneel deskundigen die binnen bestuurlijk vastgestelde kaders kunnen adviseren zonder dat hun individuele smaak of voorkeur de toets gaat bepalen? De functie is zodanig ingericht dat er door middel van een zorgvuldige selectieprocedure deskundige leden aangesteld kunnen worden. De vergoeding overschrijdt de Balkenendenorm niet. Vanwege de beleidsneutrale invoering is de vergoeding gelijk gebleven ten opzichte van de bestaande uurvergoeding. Het aantal benodigde uren hangt af van het aantal adviesaanvragen en is om die reden niet gemaximaliseerd. De vergoeding is in lijn met de vereiste deskundigheid.
Door de samenstelling en werkwijze van de commissie is het zeer onwaarschijnlijk dat individuele opvattingen de toets bepalen.
14/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
De commissie toetst namelijk aan het vastgestelde beleid uit de Welstandsnota Den Haag 2017. De raad heeft de mogelijkheid om aspirant-leden zelf te leren kennen en te beoordelen op hun kwaliteiten. Art 7:1 lid 3 schrappen De commissie is een onafhankelijke commissie en een kritische evaluatie van het geldende beleid door de commissie kan bijdragen aan de verbetering van het beleid. 4. Hoe zien de alternatieven van IPO eruit, de handreiking die de VNG heeft gedaan en wat heeft de ambtelijke staf hieraan gewijzigd en waarom? Kan de raad geïnformeerd worden over de opties die de raad hier heeft? En waarom niet? De VNG heeft een modelhandreiking geschreven die een grote hoeveelheid opties en mogelijkheden bevat waaruit iedere gemeente zelf een keuze kan en moet maken. De handreiking is openbaar en te vinden op internet. Ten eerste moet een gemeente al kiezen tussen twee mogelijkheden: een commissie die integraal over het gehele kwaliteitsbeleid adviseert of een commissie die het werk van de Welstands- en monumentencommissie voortzet conform de Wabo. De gemeente Den Haag heeft ervoor gekozen de commissie beleidsneutraal om te zetten dus de bestaande werkwijze te continueren.
Tijdens de implementatiefase van de Omgevingswet 2023 tot 2029 werkt het college toe naar een meer integrale toetsing van het beleid in een definitief omgevingsplan en binnen een nader uitgewerkt kwaliteitsstelsel. Op dit moment is daar nog geen sprake van. De tekst van het VNG-model is daarop aangepast en het reeds vastgestelde Haagse beleid is opgenomen in de Verordening. Dit omdat de grondslag voor het onder de Woningwet en Wabo vastgestelde beleid met invoering van de Omgevingswet komt te vervallen. Tot slot is de verordening aangepast aan de algemene aanwijzingen voor de regelgeving. Het alternatief is een niet-beleidsneutrale invoering van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag. Dit heeft gevolgen voor de legeskosten van vergunningen en voor de samenhang met andere toetsingsgronden van het vastgestelde beleid. Op dit moment zijn die alternatieven niet uitgewerkt omdat het college daar tijdens de invoeringsperiode van de Omgevingswet in de periode 2023-2029 aan zal werken. De vormgeving van het kwaliteitsstelsel binnen de Omgevingswet is voor een groot deel vormvrij. Het college heeft een kwartiermaker aangesteld om de verschillende mogelijkheden binnen Den Haag te onderzoeken. Zodra er een voorstel ligt, zal de raad betrokken worden. 5.
Hoe is dit te rijmen met de belofte van het coalitie-accoord op pagina 35 dat het college “kaders voor passendheid en toegevoegde waarde in de bestaande omgeving” realiseert? En waarom niet? De advisering van de commissie op grond van het welstandsbeleid is een kader waarbinnen de inpassing in de bestaande omgeving wordt getoetst. Het is een belangrijk kwaliteitsinstrument, naast andere instrumenten die het college bij de invoering van de Omgevingswet verder wil ontwikkelen. Dus het vaststellen van de verordening past binnen het coalitieakkoord. 6. graag antwoord op bijgaande suggesties waarom in de nieuwe verordening is weggelaten: a. * tijdige publicatie van de agenda, inclusief de plannen waarvoor geen openbare zitting wordt gehouden b. * spreekrecht burgerij op kwaliteitsaspecten: aanmelden tot minimaal een dag voor de zitting, op welke wijze worden de aan de commissie ter bespreking geleverde stukken openbaar gemaakt minimaal vier dagen voor de zitting. c. * publicatie van verslagen en adviezen inclusief de geleverde inspraak
15/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
d. * publicatie jaarverslag, bespreking in raad en vaststelling in de raad van de evaluatie naar aanleiding van het jaarverslag e. * vaststelling door de raad van toetsingscriteria vooraf en toezicht hierop in de jaarverslagen en jaarlijkse evaluatie De verordening verwijst naar het reglement waarin de praktische organisatie van de commissie wordt geregeld. De tijdige publicatie van de agenda is daarin geregeld. Plannen waarvoor geen openbare zitting wordt gehouden worden niet in een openbare vergadering behandeld. Daarvoor is het opstellen en publiceren van de agenda dus niet relevant. Belanghebbenden moeten zich minimaal twee dagen voor de vergadering aanmelden. Uit organisatorisch oogpunt is een kortere termijn niet wenselijk. De stukken van de vergunningsaanvraag zijn vooraf in te zien bij het informatiecentrum van de gemeente Den Haag. Enkel de adviezen worden gepubliceerd, niet de overwegingen van de commissie, noch de geleverde inspraak. Dit zou enkel schijnrechtszekerheid opleveren. Wie zijn inspraak schriftelijk kenbaar wil maken, kan dit doen via bezwaar op de vergunning. Inspraak in de vergadering wordt niet beschouwd als bezwaar op vergunningverlening. d.
* publicatie jaarverslag, bespreking in raad en vaststelling in de raad van de evaluatie naar aanleiding van het jaarverslag Het jaarverslag is een raadsstuk en is daarmee openbaar gemaakt (zie ook artikel 7:1 van de verordening). De procedure ten aanzien van de bespreking van het jaarverslag is ongewijzigd gebleven. Er is geen aanleiding om deze procedure verder te formaliseren. 7. graag antwoord op bijgaande vragen waarom daarbij niet is betrokken: a. * advisering vooraf van burgerorganisaties als het haags monumentenplatform, een koepel van burger- en erfgoedorganisaties De vaststelling van de verordening is nodig om de advisering te kunnen laten plaatsvinden na invoering van de Omgevingswet. De invoering geschiedt vooralsnog beleidsneutraal. b. * evaluatie welstandsnota 2017 die in januari 2021 aan de raad gestuurd zou zijn maar die er nog steeds niet is Zie eerder antwoord op vraag 9 van de eerste set vragen van de heer Martini. c. * verwerking van die evaluatie tot een voldragen nieuw vastgesteld kwaliteitskader waaraan een commissie professioneel kan toetsen Zie eerder antwoord op vraag 9 van de eerste set vragen van de heer Martini. d.
* er is geen notie dat in de commissie meer disciplines vertegenwoordigd moeten zijn bij integrale kwaliteitstoetsen en dat hun advies onafhankelijk geborgd moet zijn; de huidige welstandspraktijk weerspreekt dat door de manier waarop de staf naar eigen goeddunken omgaat met een beleidsregel van het college uit 2014 In de commissie zijn meerdere disciplines vertegenwoordigd en hun onafhankelijkheid is geborgd, dit is geregeld in artikel 4.2. Zoals in de commissiebrief toegelicht heeft het college gekozen voor een beleidsneutrale invoering van de Omgevingswet.
16/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
e. afgelopen periode van 2017-2023 heeft de welstandscommissie getoetst ZONDER de aanvullende informatie die in de welstandsnota is aangekondigd in de Welstandsviewer 2). Dat heeft tot enorme hoeveelheid misverstanden bij de commissie, bij de burgers en bij ontwikkelaars gezorgd waarvoor tot op heden geen schadeclaim is neergelegd. Waarom heeft het college hierin niet voorzien en wat is hiervan het voordeel voor de stad geweest? Om technische reden is het helaas niet gelukt de welstandsviewer te lanceren. Maar de Welstandsnota Den Haag 2017 staat als vastgesteld beleid op zichzelf. Ook zonder welstandsviewer is het welstandsbeleid toetsbaar en toepasbaar. 8. Onduidelijk is wat er gebeurt met de tekst van de welstandsnota 2017 en de hierin al 7 jaar voortdurende gebreken met betrekking tot bijvoorbeeld dakopbouwen. Hoe gaat het college hierin voorzien? Heeft het college dit met de burgerij en de commissie geëvalueerd? En waarom niet? De evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017 zal in Q2 van 2023 aan de raad worden voorgelegd. 9. onduidelijk is wat er gebeurt met de beleidsregel inzake de inschakeling van de Welstandscommissie RIS279650 dd 16 december 2014. deze beleidsregel wordt als geitenpad gebruikt om de commissie te omzeilen.
heeft het college dit met de burgerij en de commissie geëvalueerd? En waarom niet? De beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie komt te vervallen. Dit omdat de wettelijke grondslag voor deze beleidsregel verandert. Net als onder de Woningwet is het onder de Omgevingswet ook niet verplicht om elk bouwplan voor advisering aan de welstandscommissie voor te leggen. Omdat de invoering van de Omgevingswet beleidsneutraal is, is de bepaling uit de beleidsregel over genomen in de Verordening. Het college ziet voor deze beleidsneutrale invoering van de Omgevingswet geen aanleiding het bestaande beleid te evalueren. 10. Voor de evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017 zijn medio dit jaar interviews afgenomen. De ambtelijk secretaris geeft echter geen antwoord wat hiermee gaat gebeuren zodat een raadsbesluit genomen zou kunnen worden zonder dat hen een kritische reflectie en evaluatie ter hand is gesteld. Wat is de zin van een dergelijke handelwijze namens het college? De evaluatie van de Welstandsnota Den Haag 2017 zal in Q2 van 2023 aan de raad worden voorgelegd. 11. Namens het college werd onlangs in de raadszaal betoogt dat een wijziging rijksmonument niet door de monumentencommissie beoordeeld hoeft te worden omdat de ambtelijk secretaris ‘ook verstand heeft van monumenten’.
In de bouwverordening kan een ambtenaar geen gemandateerd lid van de monumentencommissie zijn. Hoe ziet het college haar zorgplicht voor rijksmonumenten en gemeentemonumenten? De advisering van wijzigingen ten aanzien van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten gebeurt door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Den Haag. Het secretariaat/de secretarissen kunnen het advies voorbereiden, maar de beoordeling en vaststelling van het advies is een taak van de commissie. Dit kan via een hamerstukkenlijst. Het is de verantwoordelijkheid van het college om te bepalen of een advies van de commissie noodzakelijk is. Bij monumenten is dit altijd het geval.
17/18
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10448606
12. Het college dringt meer en meer de monumenten- en welstandscommissie een stedenbouwkundig vaststaand dogma op zodat haar advisering met betrekking tot het ‘passen in de omgeving’ in de knel is gekomen. Hoe ziet het college een dergelijk geitenpad in relatie tot haar missie om tot ruimtelijk en architectonisch samenhangende fraaie haagse omgevingen te komen cq niet verder aan te tasten? Het vaststellen van de verordening is geen evaluatie van het stedenbouwkundig beleid. Het beleidskader, de Welstandsnota Den Haag 2017, blijft onveranderd evenals de stedenbouwkundige kaders. Zoals eerder aangegeven zal het college de invoeringsperiode van de Omgevingswet gebruiken om een samenhangend kwaliteitsstelsel nader in te richten. 13. Gezien bovenstaande punten lijkt dit een allesbehalve beleidsneutrale invoering omdat beleidsregels van het college plotseling veranderen in een raadsbesluit. Met welk doel doet het college dat? Het doel is een inpassing van het bestaande beleid in de juridische systematiek van de Omgevingswet, met indeling en begrippen volgens de nieuwe structuur.
Het vervallen van de beleidsregel inzake de inschakeling van de welstandscommissie (RIS279650), het opnemen van die bepalingen in de verordeningen en het vaststellen van een reglement van orde door het college (RIS313253) zijn wijzigingen ten opzichte van de huidige systematiek, maar passen in de wetgevingssystematiek van de Omgevingswet en de VNG modelverordening. Binnen de wijziging van de juridische context blijft de uitvoering van het beleid en het dienstverleningsniveau zo veel mogelijk gelijk. 14. In RIS307136 wordt een ambtelijke pyramide voorgesteld om kwaliteiten te toetsen zonder participatie, zonder lokale deskundigheid en zonder objectieve onafhankelijke toets of debat. Waarom doet het college dat zonder besluitvorming in de raad? Deze vraag heeft geen betrekking op de verordening. In commissiebrief RIS307136 informeert het college de raad over de voortgang van de uitwerking van een kwaliteitsstelsel. Over de verdere ontwikkeling van dit stelsel zal de raad tijdig geïnformeerd worden. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Financiën, Cultuur en Economie Saskia Bruines
18/18