RIS314075 Stand van zaken Haagse aanpak stikstof en bouwen
Tekst van het document
Arjen Kapteijns Wethouder van Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie
114
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Ruimte
DSB/10446969 RIS314075 Contactpersoon
Thimo de Nijs Dienst
Stadsbeheer Afdeling
Beleidsafdeling Stadsbeheer Telefoonnummer
14070 E-mailadres
Datum
thimo.denijs@denhaag.nl
16 januari 2023 Onderwerp
Stand van zaken Haagse aanpak stikstof en bouwen
Geachte voorzitter, In februari 2022 hebben wij u geïnformeerd over de Haagse aanpak stikstof en bouwen (RIS311285). In de raadsvergadering van 10 november is toegezegd dat de gemeenteraad vóór 2023 nader geïnformeerd wordt over de actuele stand van zaken in het stikstofdossier. In deze brief gaan wij in op de gevolgen van het vervallen van de zogenaamde bouwvrijstelling en het recente landelijke beleid. Ook informeren wij u over de voortgang van de Haagse aanpak. Doel is steeds hierbij om te komen tot herstel van de natuur in onze Natura2000-gebieden en de voortgang van de woningbouwopgave, aanleg en onderhoud van (OV) werken en energievoorzieningen mogelijk te maken. Gevolgen vervallen bouwvrijstelling In het kader van het Porthos-project in de Rotterdamse haven is de bouwvrijstelling door een milieuorganisatie aangevochten bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State hierover een tussenuitspraak gedaan. De bouwvrijstelling voldoet volgens deze uitspraak niet aan het Europese natuurbeschermingsrecht en mag derhalve niet gebruikt worden bij bouwprojecten. Hoewel er nu niet sprake is van een algehele bouwstop, zullen meerdere projecten vertraging oplopen.
Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, is het noodzakelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van NOx tijdens de bouwfase en de gevolgen hiervan voor Natura2000-gebieden. In deze zin zijn we weer terug bij de situatie van vóór 1 juli 2021. Dat betekent dat een actuele Aerius-berekening nodig is inclusief de stikstofdepositie voor de bouwfase. Als de stikstofdepositie van het project te hoog is om deze op te vangen met intern salderen, kan dat betekenen dat een natuurvergunning of ontheffing moet worden gevraagd bij Gedeputeerde Staten. Deze extra onderzoeken kunnen vertraging opleveren voor de uitvoering van (bouw)projecten. De mate waarin is per project verschillend. Duidelijk is allereerst dat de onderzoeklasten voor de initiatiefnemers van projecten toenemen. In het geval van reeds ingekomen aanvragen om omgevingsvergunning moet, als dat nog niet gebeurd is, alsnog onderzoek worden gedaan naar de stikstofeffecten tijdens de realisatie.
Gemeente Den Haag Postbus 12600 Spui 70 2500 DJ Den Haag www.denhaag.nl Den Haag
T 14070
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10446969
In de periode 2022 tot en met 2024 zal voor projecten van in totaal meer dan meer dan 22.000 woningen nader onderzoek naar de stikstofdepositie tijdens de realisatie moeten plaatsvinden. Ook voor civiele projecten waarbij sprake is van nieuwe functies of een areaaluitbreiding, moet sinds het vervallen van de bouwvrijstelling alsnog een Wnb-vergunning worden aangevraagd. Over de vertraging die de Middenboulevard Scheveningen hierdoor heeft opgelopen, bent u al geïnformeerd (RIS313770). In de tweede plaats zullen de doorlooptijden van procedures langer worden door het vervallen van de bouwvrijstelling. Alle lopende aanvragen om omgevingsvergunning, circa 800, zijn bijvoorbeeld alsnog bekeken op de vraag of stikstofdepositie in de bouwfase zou kunnen optreden. De aanvragers van middelgrote en grote plannen hebben het verzoek gekregen om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de stikstofeffecten. Alleen al voor de woningbouw betekent dit dat de vergunningsprocedure voor de bouw van circa 2.700 woningen langer zal duren. Daarnaast zullen ook de procedures bij de Omgevingsdienst Haaglanden waarschijnlijk meer tijd gaan vergen, al was het maar omdat er landelijk een gebrek aan capaciteit is om vergunningaanvragen te toetsen.
In verreweg de meeste gevallen zal het meerekenen van de relatief geringe stikstofdepositie tijdens de bouwfase kunnen worden opgevangen met intern salderen, zeker als initiatiefnemers maatregelen nemen om te komen tot duurzame bouwprocessen. Voor civiele projecten bestaat de mogelijkheid om intern te salderen echter meestal niet. Bij een project als WarmteLinQ moet een geactualiseerde Aerius-berekening worden gemaakt waarbij ook de stikstofdepositie tijdens de bouwfase wordt meegenomen. De uitkomst van deze en andere aanvragen is nog niet bekend, omdat de aanvragers nieuwe informatie moeten aanleveren. De wijze van bouwen, de omvang van het project en de nabijheid van een Natura2000-gebied zijn van invloed op de vraag of het meerekenen van de uitstoot tijdens de realisatiefase betekent of bepaalde vergunningen niet kunnen worden verstrekt. Het realiseren van gebouwen of civiele werken wordt er per saldo niet eenvoudiger op. Zeker in Den Haag is dit vaak aan de orde, omdat altijd in de nabijheid van Natura2000-gebieden (minder dan 5 km) wordt gebouwd en de Haagse natuurgebieden stikstofgevoelige habitats bevatten. Landelijke ontwikkelingen De Rijksoverheid wil vóór 2030 de natuur versterken, de waterkwaliteit verbeteren en meer doen tegen klimaatverandering. Onder meer de stikstofuitstoot in de buurt van natuurgebieden moet fors omlaag.
Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaat samen met provincies, waterschappen, gemeenten en maatschappelijke partners, grondeigenaren en grondgebruikers op zoek naar oplossingen per gebied. Op 5 juli 2022 heeft het college u daarover geïnformeerd (RIS312727). Uiterlijk in juli 2023 moeten provincies de plannen per gebied klaar hebben, waarna begonnen moet worden met de uitvoering. Voor elk gebied moet dan duidelijk zijn wat het doel is voor de opgaven voor emissiereductie, natuurherstel en water en hoe welke middelen daarvoor ingezet gaan worden. Bij de uitvoering van de gebiedsplannen is de bijdrage van de landbouwsector belangrijk, maar ook andere sectoren – met name industrie en mobiliteit – zullen bijdrage moeten leveren. Belangrijke bouwstenen die komende maanden nog verder uitgewerkt worden zijn: -
De wijze waarop de verschillende keuzes, doelen en maatregelen in het gebiedsprogramma geïntegreerd en onontkoombaar vastgelegd gaan worden (beleidsmatig of juridisch); De concrete uitwerking van bodem en water sturend en het toekomstperspectief landbouw; De uitwerking van de besteding van de middelen uit het Transitiefonds landelijk gebied en natuur; De risico’s, bijvoorbeeld wat betreft planning, budget en doelbereik; De spelregels voor de beoordeling van (pakketten van) maatregelen die onderdeel zijn van de gebiedsprogramma’s;
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10446969
-
De interventieladder, de wijze waarop onontkoombaarheid steviger invulling krijgt.
Het kabinet heeft de heer Remkes verzocht een commissie voor te zitten om te adviseren over de toekomst van het stikstofbeleid. De commissie Remkes heeft meerdere (tussen)adviezen uitgebracht. Op 5 oktober jl. is het rapport ‘Wat wel kan: Uit de impasse en een aanzet voor perspectief ’ gepresenteerd. De kernboodschap van dit rapport is dat het noodzakelijk is om op zeer korte termijn veel minder ammoniak en NOx te gaan uitstoten, teneinde natuurherstel mogelijk te maken. Als dat niet gebeurt, zal het juridisch nauwelijks meer mogelijk zijn om vergunningen te verlenen. Daarom is op de korte termijn een gerichte aanpak van het Rijk nodig die daadwerkelijk zal leiden tot stikstofreductie. Op 25 november heeft het Rijk als reactie op het vervallen van de bouwvrijstellingen een aantal maatregelen aangekondigd die op deelonderwerpen meer perspectief bieden. Veel van de aangekondigde maatregelen staan op dit moment echter nog in de steigers en moeten nog worden uitgewerkt. Dit geldt uiteraard voor de uitkoopregelingen, maar ook voor de aankondiging dat vergunningverstrekking eenvoudiger zal worden en dat er een microdepositiebank voor bouwactiviteiten komt. Vooralsnog moeten we constateren dat de landelijke stikstofaanpak nog onvoldoende voortgang boekt. Op dit moment zijn ook de landelijke stikstofdoelstellingen voor mobiliteit en industrie nog onbekend.
Gemeentelijk bronmaatregelen Uiteraard neemt de gemeente zelf ook maatregelen. Ongeveer 20% van de stikstofdepositie in de ‘Haagse’ Natura2000-gebieden is het gevolg van NOx en ammoniak die binnen de grenzen van Den Haag worden uitgestoten. Het merendeel van de depositie ontstaat door verder weg gelegen bronnen, zoals landbouw, scheepvaart, industrie en het buitenland. Binnen Den Haag leiden met name verkeersbewegingen tot NOx-uitstoot (zie RIS303606) en zorgen de ontlastingen van honden lokaal tot forse stikstofdepositie, zoals bijvoorbeeld in de Bosjes van Poot (zie RIS313049). Andere bronnen als verwarmingsinstallaties, industrie en bouwactiviteiten dragen in veel geringere mate bij. Deze kanttekeningen nemen niet weg dat we het mogelijke doen om op gemeentelijk niveau te komen tot een reductie van de stikstofdepositie. Het gaat hierbij achtereenvolgens om de inzet van duurzaam bouwmaterieel, duurzame bouwlogistiek, de uitbreiding van de walstroom in de Scheveningse Haven en een eventuele uitbreiding van de milieuzones. 1. Duurzaam bouwmaterieel De gemeente werkt verder aan de uitvoering van de in het Schone Lucht Akkoord (SLA) (RIS304284) gemaakte afspraken. In het SLA is afgesproken dat de emissies van mobiele werktuigen die bij eigen opdrachten worden gebruikt in 2030 75% minder gezondheidsschade moeten veroorzaken.
Naar verwachting zal dit ook leiden tot circa 75% minder NOx-emissies. In het kader van het landelijke programma Schoon & Emissieloos Bouwen is door publieke opdrachtgevers en (vertegenwoordigers van) marktpartijen een concept-routekaart opgesteld voor de verduurzaming van bouwmaterieel en logistiek die voorziet in een stapsgewijze verduurzaming van bouwmaterieel. Door een duidelijk pad te schetsen, kunnen aannemers, loonbedrijven en verhuurders van bouwmachines zich voorbereiden op strengere eisen en tijdig investeren in duurzaam materieel. Voor fabrikanten vormt de routekaart een duidelijk signaal om te investeren in de ontwikkeling van duurzaam materieel. De routekaart maakt deel uit van een Convenant Schoon & Emissieloos Bouwen dat in het eerste kwartaal van 2023 ter ondertekening aan gemeenten, andere publieke opdrachtgevers en marktpartijen zal worden voorgelegd. Hoewel de gemeente positief staat ten aanzien van de doelstelling van het Convenant, wil de gemeente samen met de overige G4-gemeenten een hoger ambitieniveau volgen dat voorziet in een snellere overgang naar zero emissie bouwmaterieel.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10446969
In onze eigen opdrachten schrijven we momenteel overigens al duurzaam bouwmaterieel voor en stellen we waar mogelijk een duurzame stroomvoorziening verplicht. We faciliteren aannemers hierbij faciliteren door te zorgen voor bouwstroomaansluitingen, het gebruik van de aanwezige laadinfra mogelijk te maken met behulp van een zogenaamde bouwstroompas en/of door accupakketten beschikbaar te stellen. 2. Duurzame bouwlogistiek De gemeente heeft verder gewerkt aan de verduurzaming van de bouwlogistiek. Een efficiëntere en duurzame bouwlogistiek kan leiden tot een reductie van het aantal vervoersbewegingen en een reductie van de NOx-uitstoot. Bij onze eigen opdrachten stellen we steeds vaker eisen aan de verduurzaming van het bouwverkeer door de schoonste stageklassen of beter uit te vragen voor bouwtransport. De verduurzaming van de bouwlogistiek bij projecten van derden blijkt minder gemakkelijk te beïnvloeden. Invoering van een subsidieregeling bouwlogistiek voor de Binckhorst juridisch niet goed mogelijk, aangezien de handhaving van de subsidievoorwaarden alleen goed mogelijk zou zijn geweest tegen onevenredig hoge uitvoeringskosten. De grootste prioriteit heeft momenteel de zoektocht naar geschikte locaties voor bouwhubs, waarvan aannemers gebruik kunnen maken om hun bouwlogistiek efficiënter in te richten en te verduurzamen. 3.
Walstroom Zoals aangegeven in de brief van 3 februari is onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van de walstroomvoorzieningen en de behoeften van gebruikers in de Scheveningse Haven. Het gebruik van walstroom leidt tot minder inzet van (diesel)aggregaten door schepen die aan de kade liggen, waardoor de geluidsoverlast en de uitstoot van NOx afnemen. Dit leidt tot substantiële vermindering van de stikstofdepositie in de Natura2000-gebieden. Voor de uitbreiding van de walstroom in de Derde Haven zal op korte termijn een voorlopig en definitief ontwerp worden gemaakt. Daarnaast is uit onderzoek duidelijk geworden dat bij de Eerste en de Tweede Haven, alsmede de Adriaan Maaskade er ook ruimte is voor uitbreiding en verbetering van de walstroomvoorzieningen. Uitbreiding van de walstroomvoorzieningen in de Eerste en Tweede Haven en de Adriaan Maaskade zal worden opgenomen in de scope van het project. Ons streven is om hiervoor subsidie aan te vragen voor de derde tranche van de Tijdelijke subsidieregeling walstroom zeeschepen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zodat uitvoering nog volgend jaar kan beginnen. 4. Uitbreiding milieu – en Zero Emissie zones In februari 2022 heeft uw raad een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht plannen te maken voor uitbreiding van de milieuzone per 2023 ter reductie van de stikstofdepositie en de luchtkwaliteit (RIS311597).
De gemeente heeft Royal HaskoningDHV opdracht gegeven om het effect van een uitbreiding van de bestaande milieuzone en/of zero emissiezone voor stadslogistiek op de stikstofdepositie bij Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken. Over de uitkomsten van het onderzoek wordt u in een separate brief uitvoeriger geïnformeerd (RIS314088). Op deze plek volstaat de constatering dat uitbreiding van de zero emissie zone voor stadslogistiek naar de kuststrook leidt tot een substantiële vermindering van de stikstofdepositie in Natura2000-gebieden. Afnames zijn gemiddeld het hoogst in het gebied Westduinpark & Wapendal (gemiddeld 1 tot 5 mol/ha/j). Het gebied Meijendel & Berkheide heeft vanwege de ligging dicht tegen de N440 de grootste maximale afnames (maximaal 10 tot 28 mol/ha/j). Hoewel juridisch nog een slag om de arm moet worden gehouden, kan de vermindering van de uitbreiding van de zero emissiezone voor stadslogistiek waarschijnlijk gebruikt worden voor het extern salderen bij projecten. Om deze reden wil het college de haalbaarheid van uitbreiding richting de kuststrook van de milieuzone inclusief zero emissiezone voor stadslogistiek, zoals die in 2025 geldt in het centrum, naar de kuststrook verder onderzoeken.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10446969
Omdat het tegengaan van stikstofdepositie voor de natuur en de bouwopgave urgent is en omdat het communicatief voor de stad het meest eenduidig is als er voor de milieuzone in de stad één regime geldt richt het haalbaarheidsonderzoek zich onder andere op de (on)mogelijkheid van uitbreiding vanaf 2025. Inzicht in de maatschappelijke impact voor bewoners, ondernemers en bezoekers en draagvlak bij ondernemers is hierbij van belang. Pas als de haalbaarheid, effecten voor bewoners, ondernemers, bezoekers en de algehele verkeersdoorstroming en zaken als handhaving, overgangsregelingen en flankerend beleid, precieze stikstofsaldering, kosten en mogelijke subsidies duidelijk in beeld zijn op basis waarvan het precieze kader, de randvoorwaarden en flankerend beleid kan worden bepaald zal een besluit over of en waar precies en wanneer worden genomen. In de tussentijd zetten we initiatieven voort en ondersteunen we partijen die al op vrijwillige basis stapsgewijs overgaan op schoon vervoer. De gemeentelijke ‘Subsidieregeling elektrische bevoorrading strand-horeca’ (RIS312697) past hier in. Zoals eerder gemeld, stapt de gemeente waar technisch mogelijk over op elektrische voertuigen, uiteraard ook voor het onderhoud van onze duingebieden.
Natuurherstelmaatregelen In onze brief van 3 februari heeft het college u geïnformeerd over uitbreiding van het natuurgebied teneinde de natuur robuuster te maken. Hieronder geven wij kort weer wat de stand van zaken is: 1. Duindorp langs de Houtrustweg (300 m2) Deze uitbreiding zal in 2023 worden gerealiseerd bij de herinrichting van dit deel van de Houtrustweg. 2. Kijkduin Delflandlocatie (5.000 m2) De verwerving van de locatie is inmiddels afgerond. Een deel van het terrein zal worden gebruikt voor het stationeren van beach cleaners en de reddingsbrigade. Het restant, 1.400 m2, zal in 2023 worden omgezet in duinlandschap. 3. Oude Waalsdorperweg/Uilenbos. De gemeente heeft indachtig de Motie ‘Natuurgebied uitbreiden over de Gebiedsvisie Internationale Zone ’(RIS303772) een onderzoek uitgezet op welke wijze Meijendel kan worden versterkt door een deels andere inrichting van dit gebied, waarbij dit niet ten koste zal gaan van de sportfunctie in het gebied. Realisatie is niet voor 2024 te verwachten. 4. Daal en Bergselaan (3.500 m2) Door het deel van de Daal en Bergselaan tussen Pioenweg en Ridderspoorweg om te zetten in natuur, wordt het Natura-2000 gebied Wapendal direct verbonden met het aangrenzende groengebied Bosjes van Pex. Deze maatregel is gericht op versterking van de natuurwaarden van het gebied Wapendal.
Realisatie is niet voor 2024 te verwachten omdat de belangen van de buurt meegewogen moeten worden. 5. Zeezwaluwstraat (zenderlocatie) (2.000 m2) Het omzetten in natuur draagt bij aan de kwaliteit van het Westduinpark. In 2023 wordt deze optie verder bekeken. Overleg met provincie en Rijk De gemeentelijke bronmaatregelen en natuurherstelmaatregelen leiden bij uitvoering tot beperking van de stikstofdepositie en/of maken de natuur robuuster. Dit levert zogenaamde stikstofruimte die onder voorwaarden mag worden ingezet om ontwikkelingen in het fysieke domein mogelijk te maken via extern salderen. De uitbreiding van de zero emissiezone biedt hierbij de meeste kansen. 30% van de stikstofruimte komt bij extern salderen ten goede aan de natuur, zodat er ook sprake zal zijn van natuurherstel.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10446969
Het bevoegd gezag – het provinciebestuur – moet toestemming verlenen aan het gebruik van stikstofruimte voor extern salderen. In de bank wordt landelijk stikstofruimte geregistreerd. Op een later moment kan deze ruimte uitgegeven worden aan nieuwe projecten. De stikstofbank bestaat uit 2 typen banken: een gezamenlijke microdepositiebank en meerdere doelenbanken. Op 28 juni 2022 is de Depositiebank stedelijke ontwikkeling Zuid-Holland opgericht. De hierin aanwezige stikstofruimte kan worden aangewend voor onder andere woningbouw en civiele projecten. Met de provincie hebben we intensief contact over de vulling van de provinciale Stikstofbank – met onder meer de vrijgekomen stikstofruimte van de Haagse Asfaltcentrale – en de wijze waarop deze ten goede kan komen aan projecten in Den Haag. Met het Rijk voeren we overleg over de mogelijkheden voor cofinanciering van maatregelen om de stikstofdepositie tegen te gaan en de natuur uit te breiden, denk hierbij aan subsidies voor uitbreiding van walstroomvoorzieningen, de bekostiging van flankerende maatregelen voor de uitbreiding van de milieuzone en uitbreidingen van de Natura2000-gebieden. Voorts zetten wij onze lobby voort die er op gericht is dat het Rijk vaart maakt met de aanpak van de stikstofproblematiek op landelijk niveau.
Op 25 november is bekend geworden dat de regering bestaande opkoopregelingen verruimd en het recht wil hebben om stikstofruimte als eerste te kopen als boeren of andere stikstofuitstoters met hun activiteiten stoppen en hun vergunning te koop aanbieden. Daarmee wil het kabinet bijvoorbeeld bepaalde bedrijfsactiviteiten, woningbouw of de aanleg van infrastructuur voor mobiliteit en de energietransitie voldoende ruimte geven. Wij zullen er met klem bij het Rijk en de provincie op aandringen dat ook voldoende ruimte beschikbaar komt voor noodzakelijke infrastructurele projecten in Den Haag en voor de uitvoering van de ambities van het Rijk en gemeente om in deze regio te komen tot substantiële aantallen woningen. Met het Rijk en provincie willen we graag komen tot natuurherstel van onze Natura2000-gebieden, opdat een gezonde, duurzame stadsontwikkeling mogelijk wordt. Met vriendelijke groet, Arjen Kapteijns Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie Robert van Asten Wethouder Stedelijke Ontwikkeling, Strategie en Europa
6/6