RIS314037 Beantwoording SV Winst moet in Den Haag blijven
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
7 februari 2023
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Constant Martini en Martinez van Andel, luidend: ‘Winst moet in Den Haag blijven’
DSO/10462180 RIS314037
De raadsleden de heren Constant Martini en Martinez van Andel hebben op 13 december 2022 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Inleidende opmerkingen; I. In zijn brief van 1 november heeft de wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie aangegeven dat in deze coalitieperiode WarmtelinQ met Rotterdamse havenwarmte naar Den Haag komt. Terwijl Den Haag als enige grote stad van ons land nog steeds geen door de raad vastgestelde Transitievisie warmte heeft. II. Op 1 januari 2023 loopt de warmteleveringsovereenkomst (wlo) tussen Uniper en Eneco voor de Haagse stadsverwarming af. De wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie heeft in september te kennen gegeven tijdens een werkbespreking dat hij geen actie richting Eneco wil ondernemen. Eneco heeft nog steeds voor de Haagse stadsverwarming het monopolie op warmtelevering. Hoewel de Haagse stadsverwarming al sinds 1999 winstgevend is. En de gemeente Den Haag als concessieverlener het monopolie voor warmtelevering stadsverwarming nog steeds niet heeft ingetrokken.
Als de gemeente dat voor 1 januari 2023 niet intrekt of aankondigt dat het dit volgend jaar zal doen, is de kans groot dat dit monopolie doorloopt in een voortgezette wlo tussen Uniper en Eneco van 2023 – 2035. En Eneco voor die periode het aangewezen warmtebedrijf met warmtemonopolie voor de Haagse stadsverwarming blijft. III. De provincie heeft in haar reactienota op ingediende Zienswijze op het inpassingsplan WarmtelinQ + het trace Rijswijk- Leiden langs Ypenburg op Zienswijze 10 (Z10) aangegeven dat het de gemeente Den Haag vrijstaat een Transitievisiewarmte vast te stellen zonder WarmtelinQ met Rotterdamse havenwarmte. Maar dat dit voor WarmtelinQ + geen betekenis heeft want “op dit moment beslist het aangewezen warmtebedrijf waar zij deze warmte (en dus ook het type) vandaan haalt “(in dit geval vervuild fossiel afvalwater). Het aangewezen warmtebedrijf voor het warmtenet Ypenburg is Eneco. Eneco is volledig eigenaar van dit warmtenet en stuurt dit aan vanuit Rotterdam. IV. Geconcludeerd moet worden dat zowel voor de Haagse stadsverwarming als voor het warmtenet Ypenburg de regie van de gemeente Den Haag over haar eigen warmtetransitie een wassen neus is. Niks te vertellen. Het bedrijf Eneco NV, is bepalend voor de Haagse warmtetransitie. V.
Het aangewezen warmtebedrijf voor Den Haag is het Japanse Mitsubishi, onderdeel Eneco NV., dat een overeenkomst voor de levering van warmte heeft met het zojuist genationaliseerd Uniper (Duits staatsbedrijf).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10462180
VI. De GroenLinks wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaatadaptatie heeft de raad in november en onlangs nog medegedeeld dat hij in deze coalitieperiode ervoor zal zorgen dat WarmtelinQ havenwarmte gaat leveren. VII. Daarmee vermindert hij de mogelijkheden om door middel van decentrale activiteiten zoals warmtepompen, WKO zoals thans voorzien in Laakhavens energie op te wekken en lokale energie bedrijven te laten ontstaan. Maar bovenal maakt hij daarmee grote delen van de stad afhankelijk van internationale ondernemingen die geen enkel belang met de stad hebben. Vragenstellers wijzen hier op de hele kwestie van Gazprom en de oncontroleerbare stijgingen van energieprijzen ten gevolge van internationale spanningen. VIII. Monopolies (zeker van buitenlandse bedrijven) zijn altijd bedreigend voor de bedrijven en woningen die geen kant op kunnen wegens gebrek aan een alternatieve energiebron. IX. De komst van vervuild water in de vorm van een monopolie moet in het belang van de stad afgewezen worden. X. Een bijkomende overweging is dat de monopoliewinsten van Eneco uiteindelijk naar Japan vertrekt, terwijl bij decentrale bedrijven de winst gewoon in de stad blijft. XI. De provincie is van oordeel dat Den Haag de smeerpijp niet kan tegenhouden, maar wel kan bepalen of ze van de smeerpijp gebruik zal maken. Dat beslist Den Haag zelf.
Bovenstaande opmerkingen leiden tot de volgende vragen; 1.
Waarom wenst het college niet een brief aan Eneco te sturen dat zij, het per 1 januari 2023 aflopende contract, niet zullen gaan verlengen?
Allereerst herkent het college zich grotendeels niet in de bovenstaande opmerkingen. Een WLO is een contract tussen de producent (Uniper) en de warmteleverancier (Eneco). Het college is geen partij in deze overeenkomst. 2.
Wil het college het monopolie zonder heronderhandelen een op een voortzetten en zo niet, wanneer kan de volksvertegenwoordiging hierover beslissen?
De verwoording van de vraag en inleidende opmerking II wijzen op een veronderstelling dat Eneco een alleenrecht of concessie heeft om warmte te leveren in (delen van) Den Haag. Dat is niet het geval. Eneco is wel de enige die warmte levert aan klanten die zijn aangesloten op het warmtenet van Eneco, omdat Eneco eigenaar is van dit warmtenet. Het college heeft geen bevoegdheid om dit anders te regelen of juist voort te zetten. 3.
Is deze vorm van monopolistische warmtevoorziening en aanleg van de smeerpijp dwars door de stad, op enigerlei wijze aan de wijken en organisaties in een formeel-participatie proces voorgelegd?
Over de participatie rond WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag is uw commissie per brief geïnformeerd op 30 september 2021 (RIS310142). Het college staat overigens niet achter de benaming ‘smeerpijp’.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10462180
4.
Gelet op de stikstof uitspraken van de Raad van State (Porthos) en de mededeling dat MOB voornemens is om de aanleg van de WarmtelinQ te laten stilleggen, - als de provincie dat al zelf niet doet -, wil het college bij alle betrokken partijen aandringen om het project stil te leggen totdat duidelijk is hoe er met stikstofuitspraken van de Raad van State moet worden omgegaan?
Nee. Het is aan LdM C.V. om beslissingen te nemen over doorzetten of uitstellen van aanlegwerkzaamheden. Het college wil niet vooruitlopen op procedures die nog niet zijn aangespannen en waar zij geen partij in is. 5.
Wat is het belang dat een buitenlandse onderneming opnieuw een monopolie verkrijgt?
Zie het antwoord op vraag 2. Besluiten over de toegankelijkheid van de energiemarkt voor buitenlandse partijen liggen bij de Europese Commissie en bij de Rijksoverheid. Het belang van een vrije energiemarkt is daar afgewogen. Overigens heeft de Minister voor Energie en Klimaat de Wet collectieve warmtevoorziening aangekondigd. Daarin wordt geregeld dat publieke partijen een meerderheidsaandeel hebben of krijgen in alle fysieke warmtenetten. 6.
Wat heeft het college geleerd van de gascrisis die de hele energievoorziening tot een nachtmerrie maakt voor de gebruikers?
De gascrisis heeft aangetoond dat een gasgestookte energievoorziening afhankelijkheid van het buitenland met zich meebrengt en dat dat zeer ongewenste gevolgen kan hebben. 7.
Waarom verlaat het college het principe dat de vervuiler moet betalen?
Het college heeft geen besluiten genomen die dit principe verlaten. 8.
Waarom vindt het college het in orde dat de Haagse burgers de prijs voor de thermische vervuiling betalen en niet de vervuiler?
De betekenis van thermische vervuiling is het veranderen van de temperatuur van oppervlaktewater, waardoor ongewenste effecten optreden. Door de warmte die vrijkomt in de Rotterdamse Haven te benutten in plaats van te lozen, wordt thermische vervuiling voorkomen. Dat is het tegenovergestelde van thermische vervuiling. Het college is van mening dat Haagse burgers niet voor thermische vervuiling betalen. 9.
Vindt het college het niet dramatisch dat straks 100.000 plus, Hagenaars afhankelijk worden van te dure warmte-energie en dat de bevolking daar niets aan kan doen omdat ze van het gas af zijn, geen keuze hebben?
Nee. De rijksoverheid stelt maximumtarieven voor warmte vast en heeft een voornemen om de tariefstructuur los te koppelen van de aardgastarieven. In veel gevallen is aansluiten op een warmtenet goedkoper dan alternatieven. Gebouweigenaren hebben altijd de mogelijkheid om voor een alternatieve warmtevoorziening te kiezen, anders dan aansluiting op een warmtenet.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10462180
10. Heeft het college al een plan B nu in deze collegeperiode er geen operationele WarmtelinQ gebruikt kan worden? Als er deze collegeperiode geen operationele WarmtelinQ gebruikt kan worden, wordt langer aardgas gestookt. Het college zet daarnaast in op duurzame lokale bronnen, onafhankelijk van de komst van WarmtelinQ. 11.
Door massaal en eenzijdig te kiezen voor de markt die door een monopolist bediend wordt, komen lokale decentrale energie-opwekkers niet van de grond, vindt het college dat dit in de lijn van het economisch lokale beleid is?
Het college werkt ook aan de realisatie van lokale bronnen. Alle duurzame bronnen zijn in de toekomst nodig. 12. Houdt de winst in de stad en laat het niet naar Japan vloeien, is toch een mooi bijdrage aan het Haags economisch leven? Het college is voorstander van een bloeiend Haags economisch leven. Ook de energietransitie biedt hier kansen voor. Het college heeft geen invloed op hoe en waar bedrijven hun winsten herinvesteren. 13. Om de burgers blijvend een keuze te gunnen en als zelfstandige burger/consument is het noodzakelijk om een alternatieve infrastructuur t.b.v. waterstofgas beschikbaar te houden of te maken. Is het college dit met de vragenstellers wwns? Nee. Het college heeft de keuze gemaakt om nog niet te rekenen op waterstof voor gebouwverwarming. Dit is toegelicht in het Stedelijk Energieplan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte (RIS313867). In een toekomstige versies van de transitievisie warmte kan dit anders zijn. De raad heeft ook de motie ‘kijk ook naar waterstof’ (RIS314411) aangenomen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4