RIS313806 bijlage Advies commissie Bezwaarschriften geredigeerd
Tekst van het document
Adviescommissie bezwaarschriften
Ons kenmerk
B.3.22.1290.001 t/m B.3.22.1290.002
Advies aan de gemeenteraad Bezwaarschriften van
mr. R.B. van Heijningen namens drie organisaties Stichting het Cuypersgenootschap
Bestreden besluit
Raadsvoorstel van het college inzake voordracht tot intrekking besluit aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (ongenummerd)
Den Haag, 5 oktober 2022 Samenvatting De gemeenteraad heeft besloten om de aanwijzing van De Dreven als beschermd stadsgezicht in te trekken. Vier organisaties maken bezwaar. Partijen zijn het erover eens dat bepaalde delen van het stadsgezicht ook in de nieuwe situatie behouden moeten blijven. Daarom is het wenselijk om de bescherming van die delen in stand te laten. Nu het bestreden besluit daar niet in voorziet, adviseert de commissie om het besluit in te trekken (en eventueel te zijner tijd een nieuw besluit te nemen).
Inleiding Bij besluit van 10 februari 2022 is door de gemeenteraad besloten om: I. in te trekken het besluit tot aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (RIS120560) conform artikel 5:3 van de Monumentenverordening Den Haag 2019; II. te laten vervallen de aanwijzing Vrederust-West (Drevenbuurt) in het gemeentelijk monumentenregister. Hiertegen zijn bezwaarschriften ingediend door: R.B. van Heijningen (gemachtigde) namens Vereniging Bond Heemschut, afdeling Den Haag, Stichting SOS Den Haag en Vereniging Vrienden van Den Haag bij brief van 31 maart 2022 Stichting het Cuypersgenootschap bij brief van 03 april 2022 Op 2 september 2022 zijn aanvullende gronden ingediend. Hoorzitting Op 15 september 2022 heeft de Adviescommissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) een hoorzitting gehouden. Het verslag van deze hoorzitting treft u hierbij aan. De commissie baseert haar advies op het procesdossier en de overige, bij de partijen bekende stukken.
B.3.22.1290.001 t/m B.3.22.1290.002
2
Overwegingen van de commissie De bezwaren die in de bezwaarschriften en tijdens de hoorzitting naar voren zijn gebracht, komen samengevat op het volgende neer: Bij het nemen van het bestreden besluit is de voorgeschreven procedure niet goed gevolgd en ook overigens is het proces onzorgvuldig verlopen. De Dreven zijn niet voor niets aangewezen als beschermd stadsgezicht en deels als monument. De redenen die destijds golden, gelden nog steeds. Het gaat hier om waardevol, beschermingswaardig erfgoed. Verweerder wijkt af van het welstandsadvies. Een cultuurhistorische toets ontbreekt en het negatieve advies van de Welstands- en Monumentencommissie is gepasseerd. De bestaande woningen kunnen gerenoveerd en eventueel uitgebreid worden. Gemachtigde vreest voor precedentwerking. Het bestreden besluit is in strijd met (7 met name genoemde) beginselen van behoorlijk bestuur. Het bestreden besluit heft de werking van het bestemmingsplan niet op. De monumentale status is nog aanwezig en dat moet doorslaggevend zijn in de besluitvorming (ECLI:NL:RBOVE:2013:2236). De financiële dekking is niet rond en gebaseerd op niet aanvaardbare uitgangspunten. Ook overigens is niet gegarandeerd dat na sloop ook nieuwbouw plaatsvindt. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van gemaakte proceskosten.
Met betrekking tot deze bezwaren en het bestreden besluit overweegt de commissie als volgt: Ontvankelijkheid In de pleitnotitie heeft verweerder het standpunt ingenomen dat de procedure die leidt tot het intrekken van een aanwijzing als beschermd stadsgezicht, geen ruimte laat voor inbreng van derden. Bezwaarmakers zouden daarom niet ontvankelijk zijn. Dit standpunt valt moeilijk te rijmen met de procedure die artikel 5:1 lid 3 van de Monumentenverordening voorschrijft, namelijk het “voor eenieder ter inzage” leggen van de voordracht. In het voorstel van het college van 12 oktober 2021 wordt ook duidelijk gesproken over het “vrijgeven voor inspraak”. In de bijlage staat “indien de gemeenteraad besluit tot intrekking kunnen belanghebbenden eventueel bezwaar aantekenen tegen dit besluit”. Dat bezwaarmakers, gelet op hun statutaire doelstellingen en feitelijke handelingen, belanghebbenden zijn, staat niet ter discussie. De commissie concludeert dan ook dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn, althans het vertrouwensbeginsel zich verzet tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de bezwaarschriften. Onderdeel I. in te trekken het besluit tot aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht (RIS120560) conform artikel 5:3 van de Monumentenverordening Den Haag 2019.
Voor zover de procedure die heeft geleid tot het bestreden besluit onvolkomenheden bevat, hebben bezwaarmakers daar geen nadeel van, nu zij ontvankelijke bezwaarschriften hebben ingediend, op grond waarvan een volledige heroverweging plaatsvindt (artikel 7:11 van de Awb).
B.3.22.1290.001 t/m B.3.22.1290.002
3
In juli 2020 heeft het college het ambitiedocument Dreven Gaarden Zichten vastgesteld (RIS305714). Deze ambitie is nader uitgewerkt in de Nota van Uitgangspunten (RIS308508) en in het projectdocument (DSO/10228032). De commissie zal, uiteraard, de bestuurlijke ambitie als uitgangspunt nemen en beoordelen of het bestreden besluit nuttig en nodig is om die ambitie te realiseren. De commissie is met verweerder van oordeel dat bescherming ook ruimte moet laten voor latere aanpassingen, als daar dringende redenen voor zijn. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht brengt met zich mee dat voor het slopen van een bouwwerk een omgevingsvergunning nodig is (artikel 2.2 lid 1 sub c van de Wabo). Een dergelijke vergunning “kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd” (artikel 5.4 lid 2 van de Monumentenverordening Den Haag 2019. De aanwijzing heeft dus tot doel het tegengaan van “open gaten” in de bebouwing. Sloop in een beschermd stadsgezicht is mogelijk, maar pas als er voldoende garantie is voor de nieuwbouw. Het bestreden besluit brengt met zich mee dat voor het slopen van een bouwwerk niet langer een vergunning nodig is.
In beginsel is het daardoor juridisch mogelijk om alle gebouwen in het gebied ineens te slopen (kaalslag), zonder vergunning en zonder duidelijke garantie dat op afzienbare termijn nieuwbouw plaatsvindt. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt dat een dergelijk effect niet is bedoeld, zie bijvoorbeeld deze passage: “Dit betekent niet dat de erfenis van de oorspronkelijke opzet wordt weggegooid, deze wordt ingebed in de vernieuwde buurt. In deze nieuwe buurt worden de meest krachtige delen van de bestaande buurt geïntegreerd waarmee een gelaagd stadsbeeld van oud en nieuw ontstaat. De karakteristieke voormalige winkelbebouwing met portiekwoningen langs De Dreef en rond het pleintje centraal in de wijk blijven behouden en worden gerenoveerd.”
Partijen zijn het er dus in elk geval over eens dat bepaalde gebouwen en structuren behouden dienen te blijven. Dan is de vraag waarom het nodig is dat nu de bescherming van het gehele stadsgezicht volledig wordt opgeheven. Op die vraag ziet de commissie in de stukken en in het verhandelde ter zitting geen antwoord. Het lijkt meer voor de hand te liggen om de bescherming van de te behouden delen in stand te laten. Welke delen dat precies zijn, lijkt nog onderwerp van discussie. Het lijkt wenselijk om een nieuw, genuanceerder besluit voor te bereiden, waarbij de bescherming grotendeels vervalt, maar deels ook in stand blijft. Voor nu lijkt het onverstandig om de aanwijzing als beschermd stadsgezicht volledig in te trekken. Bij een eventueel nieuw besluit kan ook gedacht worden aan fasering, waarbij telkens de bescherming pas wordt opgeheven als voor dat deel van het gebied voldoende vast staat dat snel vervangende nieuwbouw gerealiseerd wordt. Een koppeling met het nog vast te stellen bestemmingsplan, ligt voor de hand. Overigens is voor sloop niet nodig dat de status als beschermd stadsgezicht wordt opgeheven. Ook binnen een beschermd stadsgezicht kan vergunning verleend worden voor sloop. Onderdeel II. te laten vervallen de aanwijzing Vrederust-West (Drevenbuurt) in het gemeentelijk monumentenregister.
Dit is feitelijk geen besluit, maar een administratieve handeling ter uitvoering van artikel 5:3 lid 3 van de Monumentenverordening. Voor zover in het gebied één of meer monumenten aanwezig zijn, verandert het bestreden besluit niets aan de status daarvan. Proceskosten Gelet op het voorgaande en op artikel 7:15 lid 2 van de Awb, adviseert de commissie om het verzoek om vergoeding van proceskosten in beginsel te honoreren. Van kosten die voor vergoeding in aanmerking komen is echter niet gebleken, nu gemachtigde tevens bestuurslid is van één van de bezwaarmakers.