RIS313683 Beantwoording SV Beleid solitaire detailhandel
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
13 december 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden de heren Groenewold en Van Esch, luidend; ‘Beleid solitaire detailhandel’
DSO/10433012 RIS313683
De raadsleden de heren Groenewold en Van Esch, hebben op 10 november 2022 een brief met daarin 6 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt: In 2018 heeft de raad de ‘Kadernota detailhandel Den Haag’ vastgesteld (RIS300626). Het beleid betreffende solitaire detailhandel is echter al een aantal keer punt van discussie geweest in de raad, zoals bij de vernieuwingsplannen van de Aldi aan de Westduinweg en recentelijk bij de kwestie over vergunningsverlening voor Carla’s Smaak. Daarnaast zijn er nieuwe woongebieden in ontwikkeling zoals De Zuid of de Binckhorst, welke volgens het huidige beleid geen hoofdwinkelgebied bevatten. 1.
Kan het college aangeven welke gebieden onder de hoofdwinkelstructuur vallen in Den Haag en hoe hierbij rekening is gehouden met nieuw te ontwikkelen woonwijken?
Ja, de hoofdwinkelstructuur is opgenomen in de Retailmonitor Den Haag 2017 (RIS301527).
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10433012
Met de term hoofdwinkelstructuur bedoelen we een netwerk van winkelconcentraties met voldoende toekomstperspectief dat voor de consument (bewoners, werknemers en bezoekers/toeristen) zo fijnmazig mogelijk is, maar voor ondernemingen grofmazig genoeg is om rendabel te kunnen functioneren. Zodra nieuwe winkelgebieden worden ontwikkeld op basis van de uitgangspunten in de Kadernota Detailhandel Den Haag kunnen deze worden toegevoegd aan de hoofdwinkelstructuur, dit is bijvoorbeeld in het verleden gebeurt met de toevoeging van de Dr. Lelykade aan de hoofdwinkelstructuur (zie verder antwoord op vraag 2). 2.
Hoe verhouden deze beleidsregels zich tot nieuwe woongebieden in ontwikkeling zoals De Zuid en de Binckhorst?
De Kadernota Detailhandel Den Haag (RIS300626) geeft aan dat uitbreidingen of toevoegingen mogelijk zijn bij nieuwe concentraties van woningen (bijv. woonwijken), waarbij aantoonbaar voldoende draagvlak (voldoende consumenten en bestedingskracht) nodig is om een duurzame en levensvatbare winkelontwikkeling tot stand te brengen. In principe gaat het hier om maatwerk, sterk afhankelijk van de lokale situatie en de beoogde ontwikkeling (concept), waarbij ook gekeken zal worden naar nieuwe trends en ontwikkelingen. Ten aanzien van de Binckhorst is in het huidige omgevingsplan het aantal winkelmeters vastgelegd op basis van de behoefte die bij vaststelling daarvan geprognotiseerd was. Bij de verdere doorontwikkeling zal net zoals bij andere voorzieningen bepaald worden hoeveel extra behoefte er is voor detailhandel. Indien dat leidt tot een nieuwe winkelconcentratie, die voldoet aan de definitie uit de kadernota en de retailmonitor, zal deze toetreden tot de hoofdwinkelstructuur. Ten aanzien van de Zuid kan worden gesteld dat detailhandel hier vanuit het detailhandelsbeleid ongewenst is aangezien er op geringe afstand winkelgebieden aanwezig zijn die tot de hoofdwinkelstructuur behoren (op korte afstand de winkelconcentraties aan de Dr. Lelykade en Tesselseplein en op enige afstand de Keizerstraat en de Frederik Hendriklaan). De Dr. Lelykade is (ca.
10 jaar geleden) aan de hoofdwinkelstructuur toegevoegd als nieuw winkelgebied, vooruitlopend op de nieuwe ontwikkeling van de Zuid. Hiermee is geanticipeerd op de toename van de bevolking en voorzien in een optimaal voorzieningenniveau voor dit deel van Scheveningen. 3.
Deelt het college de mening dat het onwenselijk is dat er in nieuwe woongebieden waar nog geen hoofdwinkelgebied is nieuwe detailhandel niet wordt toegestaan?
Ja, bij gebiedsontwikkelingen wordt altijd onderzocht of er voor het voorzieningenniveau voldoende draagvlak (voldoende consumenten en bestedingskracht) is voor een zelfstandig winkelgebied, zie ook antwoord op vraag 2. In de Kadernota detailhandel Den Haag wordt de beleidskeuze gemaakt voor “geen nieuwe solitaire wijkgerichte detailhandel/supermarkten of uitbreiding van bestaande solitaire supermarkten buiten de Haagse hoofdwinkelstructuur.”1 Echter kan de gemeente wel uitzonderingen maken voor “bijzondere winkels op solitaire locaties.”2
1 Kadernota detailhandel Den Haag (RIS300626), p. 20. 2 Kadernota detailhandel Den Haag (RIS300626), p.21.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10433012
4.
Kan het college aangeven hoeveel verzoeken voor solitaire detailhandel er door de gemeente zijn afgewezen?
Nee, dat wordt niet cijfermatig bijgehouden. Het beeld is wel dat dit beperkt plaats vindt en er weinig aanvragen voor solitaire detailhandel binnenkomen. De meeste ondernemers zien de voordelen van vestiging in een winkelgebied. 5.
Hoe vaak is er wel uitzondering verleend voor solitaire detailhandel en op basis waarvan?
Dat wordt niet bijgehouden, maar conform het retailbeleid verlenen wij hier in principe geen medewerking aan. 6.
Ziet het college binnen het staande beleid uitzonderingsgronden voor kleine solitaire detailhandel zoals bakkers of slagers in woonwijken?
Nee, het beleid, dat uitgebreid wordt beschreven in de kadernota, is er juist op gericht om detailhandel te concentreren in de hoofdwinkelstructuur, ten einde vitale winkelgebieden te behouden. Landelijk en ook in Den Haag zien we dat winkelgebieden door de krimpende retailmarkt compacter zullen worden. Het aantal slagers en bakkers neemt landelijk en ook in Den Haag al jaren af. Veel winkelgebieden missen dit type winkels steeds vaker. We zetten daarom met het retailbeleid alle zeilen bij (zie het Actieprogramma Den Haag Winkelstad 2020-2023, RIS3075675), om de bestaande winkelgebieden gezond te houden (leegstand tegen te gaan) en nieuw winkelaanbod juist daar te vestigen. Toename van winkelmeters buiten de winkelgebieden passen dan ook niet in deze ontwikkeling en dragen bij aan een versnelling van het proces van krimp en daarmee een verdere verzwakking van de bestaande winkelgebieden. Doordat we hier zo gedecideerd inzitten, weten we de meeste winkelgebieden nog goed op niveau te houden, maar daarvoor is continuïteit in het retailbeleid essentieel. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3