RIS313613 Gedeeltelijke vrijstelling parkeereis De Venen met aanpassing (002)
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
040
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan: de Gemeenteraad
DSO/10411231 RIS313613 Contactpersoon
Esther de Vor/Marloes v.d. Poel-Blik Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Zuidwest Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
7 november 2022
esther.devor@denhaag.nl / marloes.vanderpoel-blik@denhaag.nl
Onderwerp
Gedeeltelijke vrijstelling parkeereis De Venen
Met deze brief informeren wij u over het voornemen om voor het project De Venen in Den Haag Zuidwest een gedeeltelijke vrijstelling van de parkeereis te verlenen voor 56 parkeerplaatsen in het kader van de renovatie en uitponden van 80 appartementen. De afspraken rondom de vernieuwing van De Venen zijn vastgelegd in het Planuitwerkingskader (hierna PUK) De Venen (RIS313612). Hierin worden de ambities en kaders benoemd voor de ontwikkeling en verdichting van De Venen. Het uitgangspunt bij de vernieuwing van De Venen is dat een parkeerregime (betaald parkeren) wordt ingevoerd in lijn met de parkeerstrategie Den Haag 20212030 (RIS3908711) en het coalitieakkoord 2022-2026 (RIS313189). Tevens wordt in het PUK De Venen de insteek benoemd om af te wijken van de geldende parkeernormen voor twee woonblokken in het deel Mosveen binnen De Venen, waar twee woonblokken met elke 40 portieketagewoningen grootschalig worden gerenoveerd en omgezet van sociale huur naar goedkope koopappartementen. Deze pilot gaat uit van het uitwerken van een mix aan alternatieve (deel)mobiliteitsvoorzieningen en voorzieningen ter bevordering van het gebruik daarvan. De twee pilotblokken zijn bedoeld voor bijzondere doelgroepen, bijvoorbeeld voor een vorm van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).
In dat kader worden toekomstige bewoners al in een vroegtijdig stadium vooruitlopend op de renovatie betrokken bij het project en in dat stadium ook al betrokken bij de mobiliteitspilot. Het parkeerbeleid is vastgelegd in de nota Parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940). Binnen dit parkeerbeleid is het onder voorwaarden mogelijk om deelauto's toe te passen tot maximaal 50% van de parkeerbehoefte. Daarnaast is in het parkeerbeleid de mogelijkheid opgenomen voor inzet van deelbakfietsen en andere deelmobiliteitsalternatieven tot een maximum van 75% van de parkeervraag voor bewoners. Voor de twee pilotblokken in De Venen wordt afgeweken van het hierboven genoemde parkeerbeleid. In deze pilotblokken wordt specifiek ingezet op bewoners zonder auto, waarvoor alternatieve (deel)mobiliteitsvoorzieningen worden aangeboden.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10411231
Het college geeft voor dit bouwplan gedeeltelijke vrijstelling voor de parkeereis en overweegt daarbij het volgende: -
-
-
-
Conform de parkeernota moet de parkeerbehoefte voor nieuwbouw en verbouw zoveel mogelijk op eigen terrein worden opgelost om de openbare ruimte te ontlasten. Voor de gebiedsontwikkeling van De Venen wordt toegestaan dan een deel van de parkeerbehoefte op openbare straat wordt opgelost. Dit is vooral voor de bewoners van de renovatieblokken en bezoekers. Het projectgebied De Venen is gelegen in de buurt Bouwlust Vrederust nabij de Meppelweg en de Lozerlaan en daarmee in de directe nabijheid van tramhalte Beresteinlaan van lijn 4 op de Meppelweg. Binnen De Venen is op basis van het actuele plan in het PUK het percentage deelauto’s op dit moment voor het gehele plan circa 40%. Binnen de ontwikkeling wordt voor het parkeren onderscheid gemaakt naar drie deelgebieden. In Hoogveen komt het percentage deelmobiliteit op dit moment uit op 49%, voor de nieuwbouw in Mosveen (Beresteinlaanblok en de woningen langs Laagveen) nu op 27% en voor de rest van Mosveen (inclusief de pilotblokken) op 13%.
In de pilot 50% deelauto’s wordt opgenomen, die gesitueerd wordt in de openbare ruimte. Deze 50% deelauto’s valt binnen het geldende parkeerbeleid (RIS309940). De overige 50% van de parkeerbehoefte wordt in de pilot opgelost door een nader te bepalen mix van andere deelmobiliteitsvoorzieningen met bijvoorbeeld deel(bak)fietsen, deelscooters. Daarnaast ingezet wordt op stimulering van andere vormen van vervoer, bijvoorbeeld door het makkelijk bereikbaar maken van de stallingsmogelijkheden voor fietsen en scooters/scootmobielen, maar ook bijvoorbeeld door de ligging van de gekozen pilotblokken t.o.v. OV-haltes, goede looproutes naar OV- haltes en bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van digitale reizigersinformatievoorziening.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10411231
-
-
-
-
-
In een privaatrechtelijk overeenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar wordt vastgelegd dat de toekomstige VVE verantwoordelijk is voor het in stand houden van het contract met de aanbieder(s) van de deelmobiliteitsvoorzieningen. Als deze na 5 jaar afloopt, is de VVE dus verantwoordelijk voor het verlengen of aanpassen van het contract met de deelauto-aanbieder. Dit conform artikel 3.4b van de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940). In een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de WOM DHZW wordt opgenomen dat in de huur- en of koopcontracten van de woningen staat dat de bewoners niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning bij invoering van betaald parkeren. Dit wordt met een kettingbeding vastgelegd, zodat de afspraken ook gelden voor volgende bewoners. Ook worden in de privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de WOM DHZW afspraken vastgelegd over een zorgvuldige communicatie rondom de pilot en wat dit betekent voor (potentiële) kopers/bewoners van deze twee woonblokken. In de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) staat opgenomen dat door inzet van deelmobiliteit bewoners niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning (artikel 3.6). Het fietsparkeren wordt voor bewoners op eigen terrein opgelost door middel van een goed bereikbare inpandige algemene fietsenstalling.
Het fietsparkeren voor bezoekers wordt zoveel mogelijk op een vrij toegankelijke manier op eigen terrein opgelost. Indien de pilot niet voldoet aan het gestelde in deze gedeeltelijke vrijstelling, zal door de WOM DHZW voor de vergunningaanvraag in overleg met de gemeente een alternatieve parkeeroplossing worden afgestemd en ter goedkeuring worden voorgelegd. Uitgangspunt is dat een eventueel noodzakelijk alternatief geen extra belasting voor de openbare ruimte mag opleveren. Een parkeerhub zou daarbij ook als optie kunnen worden verkend.
Met de bovenstaande argumenten is voor het college voldoende gewaarborgd dat de gekozen mobiliteitsoplossingen recht doen aan de betreffende ontwikkeling en omgeving. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3