CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313571 Bijlage 1

Gemeenteraad 1 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: 3e Voortgang Energietoeslag Den Haag en aanvullende maatregelen energiearmoede (RIS313587)1.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: analyse gesprekken Haagse maatschappelijke organisaties Sportorganisaties De energiecrisis raakt sportorganisaties hard. Veruit de meeste sportorganisaties (43%) geven aan dat hun energiekosten met 70% of meer zijn gestegen of binnenkort gaan stijgen. Veruit de meeste clubs nemen maatregelen om het energieverbruik te minderen. Naast de inventarisatie onder sportverenigingen – en stichtingen bereiken ons ook berichten van sportbedrijven in (aanstaande) nood. Sportorganisaties kunnen waarschijnlijk gebruik maken van Rijksregelingen. Het is nog onduidelijk wat die regelingen inhouden en in hoeverre het genoeg helpt in het oplossen van financiële problemen bij sportorganisaties. De gemeente Den Haag voedt het Rijk met de uitkomsten van onze inventarisatie onder Haagse sportorganisaties en draagt ideeën aan over de richting en inhoud van de Rijksregelingen. Voor clubs die (in de tussentijd) in acute problemen komen, kunnen we een betalingsregeling treffen voor de gemeentelijke huur. Sportorganisaties worden geïnformeerd over verduurzamen. Bijvoorbeeld tijdens de Duurzaamheidsbijeenkomst op 13 oktober (30 sportverenigingen aanwezig) en via de nieuwsbrief. We blijven sportorganisatie ontzorgen in het traject van verduurzamen (o.a. hulp bij aanvragen subsidies, gratis energiescans en energiecoaches beschikbaar stellen).

De IAS-subsidie wordt tussen 2023 en 2026 uitgebreid met jaarlijks € 1 miljoen voor het verduurzamen van verenigingsaccommodaties. Verenigingen die achterblijven in verduurzaming benaderen we gericht. Cultuurinstellingen De directe gevolgen voor cultuurinstellingen verschillen sterk per instelling. Sommige instellingen worden nauwelijks geraakt door de stijgende energieprijzen (vanwege vaste contracten of doordat ze een vaste huur inclusief vaste lasten betalen), anderen zien sterke kostenstijgingen waardoor zelfs de continuïteit van de instelling in het geding kan zijn. Er zijn instellingen – ook grotere instellingen – waar de kosten meer dan verdrie- of verviervoudigen. De gevolgen van corona zijn daarnaast nog steeds merkbaar in achterblijvende bezoekersaantallen. Door de inflatie zijn mensen ook kritischer geworden t.a.v. hun vrijetijdsbesteding. De culturele organisaties rekenen over het algemeen de hogere energielasten daarom niet door aan het publiek. Ook zijn er reeds veel personeelstekorten waardoor bezuinigen op personeel niet als optie wordt gezien. Veel instellingen bezitten geen groot weerstandsvermogen. Om financiële problemen te voorkomen, bezuinigen culturele organisaties vooral op het aanbod. Ook wordt het minder snel toegroeien naar fair pay genoemd.

Kinderopvangorganisaties Veel kinderopvangorganisaties zijn nog zoekende wat verstandig en handig is en maken zich veel zorgen wat op hen af gaat komen. Een groot aantal organisaties heeft nu nog een vast energiecontract, dat echter ook eens afloopt. De organisaties die een grotere impact ervaren door de hoge energieprijzen zijn organisaties die een variabel energiecontract en meerdere locaties hebben. Het gaat om 3 tot 6 maal hogere energierekening per maand. Een organisatie geeft zelfs aan dat de prijzen vertienvoudigd zijn. Organisaties zijn zelf al op zoek gegaan naar alternatieven om de kosten te drukken. Enkelen denken de extra kosten te compenseren door in 2023 een verhoging in het uurtarief door te voeren. Ook wordt door sommige organisaties de temperatuur verlaagd naar 19 graden. De temperatuur te veel verlagen kan echter niet. Scholen Schoolbesturen geven aan dat de impact van de gestegen energieprijzen voor nu beperkt is. Vaak hebben basisscholen een meerjaren-energiecontract (veelal collectief ingekocht) dat nog in ieder geval tot in 2023 loopt. Voor 2023 is het beeld nog onzeker. De stijging van energiekosten ligt veelal tussen de 0% en 10%. In 2023 wordt vooralsnog een stijging van ca. 30% verwacht.

Hoewel deze stijging natuurlijk fors is, wijzen schoolbesturen erop dat de energiekosten over het algemeen maar een beperkt aandeel vormen binnen hun jaarlijkse lasten. Voor het kalenderjaar 2023 is in de bekostiging van het rijk de verwachte ontwikkeling van de energiekosten voor scholen meegenomen. Kanttekening hierbij is dat er uitzonderingen zijn. Scholen die zijn aangesloten bij stadswarmte hebben vaak geen collectief ingekocht energiecontract. Omdat de prijs van stadswarmte oploopt met de gestegen gasprijs, worden deze scholen geconfronteerd met aanzienlijk hogere energieprijzen (sommige schoolbesturen geven aan dat deze prijzen zijn vervijfvoudigd).

Ook zien schoolbesturen dat bij monumenten of andere gebouwen met een hoog energieverbruik de gestegen kosten meer impact hebben. Maatregelen die genomen gaan worden zijn het monitoren van energieverbruik, het verlagen van de temperatuur, het aanbrengen extra isolatie, de aanschaf van pv-panelen en overige energiebesparende maatregelen. Ook geven verscheidene schoolbesturen aan het beschikbaar stellen van hun schoolgebouwen buiten schooltijden in te perken, danwel een hogere vergoeding aan de hurende partijen te vragen. Jeugd-aanbieders Het merendeel van de jeugdhulpaanbieders verwacht een grote prijsstijging voor energiekosten. Meer dan de helft van de aanbieders heeft al een variabel energiecontract lopen en zij zien de kosten sterk toenemen, afhankelijk van het soort contract dat de aanbieder (soms per locatie) heeft. In de komende één tot twee jaar lopen de meeste vaste contracten af en zullen er bij de nieuwe contracten (die regelmatig ook gezamenlijk worden ingekocht) naar verwachting hogere prijzen worden berekend oplopend tot een verdubbeling of verdrievoudiging van de energiekosten. Jeugdhulpaanbieders die behandeling op locatie of opvang aanbieden, voorzien grotere negatieve gevolgen dan aanbieders die voornamelijk ambulante zorg verlenen.

Bijna alle aanbieders houden zich in meer en mindere mate bezig met verduurzaming van bedrijfspanden, ook al hebben zij een huurovereenkomst. Ook zoeken de meesten hier een samenwerking voor op met vastgoedeigenaren, installatiebedrijven, adviseurs of Milieu Platform Zorg. De meeste zorgaanbieders hebben op verschillende manieren en met verschillende partners aan ‘energiemanagement’ gedaan voor de eigen en gehuurde panden. Het verduurzamen van vastgoed is ingezet maar niet altijd zelf in de hand (huurpanden), en een tijdrovend en niet eenvoudig proces. Wmo-zorgaanbieders Alle geraadpleegde Wmo-aanbieders verwachten een grote prijsstijging voor energie. Dat varieert afhankelijk van het soort contract dat de aanbieder (soms per locatie) heeft. In de komende één tot twee jaar lopen de meeste vaste contracten af. Ook hier wordt een forse stijging van de energiekosten verwacht. De problematiek van stijgende energiekosten speelt nauwelijks bij aanbieders op perceel 1 (hulp in de huishouding) en een deel van perceel 2 (extramurale individuele begeleiding). Wel bij de voorzieningen met een huisvestingscomponent. Dat geldt voor een deel van perceel 2 (Wonen, intramurale voorzieningen) en perceel 3 (Dagbesteding).

Het niet kunnen betalen van de energierekening van de convenantswoning (die oud/nieuw, wel of niet geïsoleerd is) kan tot stagnatie van de uitstroom leiden omdat het onbetaalbaar dreigt te worden voor de cliënt. Ook de instroom van nieuwe cliënten voor Begeleid Wonen stagneert om dezelfde reden. Het bezettingsrisico ligt bij de aanbieder. Inkomensondersteuning De impact op de maatschappelijke organisaties in het domein inkomensondersteuning laat het volgende beeld zien. Er is een beperkt aantal organisaties dat structureel gesubsidieerd wordt en een eigen energierekening hebben. Voor grotere organisaties geldt dat de energiekosten incidenteel uit reserves kunnen worden gedekt, maar met stijging van alle andere kosten zijn hogere subsidieaanvragen waarschijnlijk wel aan de orde. Sommige organisaties belasten de kostenstijging door in hun prijs of gaan een hogere subsidie gaan vragen om hun totaal stijgende kosten te dekken. Veel organisaties maken zich echter meer zorgen over de toenemende vraag aan te bieden ondersteuning aan inwoners die te kampen hebben met financiële problemen dan hun eigen energierekening. Wij werken nauw samen met al deze organisaties, want armoede en schulden aanpakken doen wij samen met de partijen in de stad. Wij hechten dan ook grote waarde aan wat deze organisaties in onze stad doen om mensen te helpen.

Wat daarvoor nodig is verwerken de organisaties in hun reguliere subsidieaanvragen. Wij beoordelen dan vervolgens in de komende weken deze aanvragen conform de onlangs vastgestelde subsidieregeling financiële hulpverlening en de subsidieregeling minimabeleid.

Sociale basis Verschillende organisaties geven aan dat ze ernstig geraakt worden door de energiecrisis en dat de energierekening met meer dan 50% is gestegen. Organisaties geven aan in te teren op de reserves. Mogelijkheden om de dienstverlening aan te passen ziet men bijvoorbeeld in het aanpassen van de sluitingstijden verwarming lager zetten, tijdens de wintermaanden sluiten, etc. Men zegt er daarbij gelijk bij dat dit consequenties heeft voor de kwetsbare inwoners en dat men dit geen wenselijke weg acht. In sommige gevallen draaien de activiteiten bij de organisatie op elektriciteit of gas. Denk aan naailes, koken, repair café. Circa de helft van de organisaties heeft nagedacht over mogelijke maatregelen bij een tekort aan gas/elektriciteit. Een heel aantal organisaties geeft aan de dienstverlening niet te kunnen aanpassen om dekking voor de energiekosten te creëren en geven aan dat het voortbestaan van de organisatie op het spel staat, wat vervolgens de kwetsbare inwoners van Den Haag direct raakt. Het overgrote deel van de organisaties hebben maatregelen genomen om het energieverbruik te verminderen.

Dit doen zij onder andere door verduurzaming (zonnepanelen, tijdklok of bewegingssensoren op het licht, LED-verlichting, tijdschakelaars op verwarmingsketels, muren en plafonds geïsoleerd), maar ook door de verwarming lager te zetten, deuren goed te sluiten, energiescans uit te voeren en besparingen op stand-by functies van computers, printers, etc. Bedrijfsverzamelgebouwen en congreslocaties Het gros van de partijen voorziet een grote/problematische stijging van de kosten. Een aantal organisaties ziet nu al een stijging van de kosten van ca. 70%. Begin 2023 wordt gezien als een belangrijk kantelpunt. Energiecontracten lopen af/worden aangepast en dan wordt ook de kostenstijging van bijv. warmtenetten duidelijk. De meeste organisaties nemen al duurzaamheidsmaatregelen, zoals de plaatsing van zonnepanelen, het verlagen van de temperatuur en verlichting waar mogelijk uitdoen. Het gros van de vastgoedeigenaren is van plan om de kostenstijging door te belasten aan de huurder/gebruiker en verwacht daardoor huurders te verliezen. Verschillende eigenaren benoemden stadswarmte als mogelijk knelpunt. Het is belangrijk dat hiervoor een plafond komt zoals bij elektra en gas.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12026565/1