RIS313535 Afdoening motie Ieder kind moet naar school kunnen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Aan: de Gemeenteraad Ons kenmerk
OCW/10429536 RIS313535 Contactpersoon
Astrid van Blijswijk Dienst
OCW Afdeling Datum
Onderwijsbeleid
6 december 2022
Telefoonnummer
14070 Onderwerp
E-mailadres
Afdoening motie: ‘Ieder kind moet naar school kunnen’
astrid.vanblijswijk@denhaag.nl
Uw raad heeft tijdens de behandeling van het voorstel Opvang vluchtelingen (RIS313371) op 20 oktober 2022 de door het raadslid mevrouw Butt ingediende motie: ‘Ieder kind moet naar school kunnen’ (RIS313535) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: − alle kinderen in Nederland recht hebben op onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 28 van het Kinderrechtenverdrag; − niet alle kinderen van vluchtelingen naar school kunnen in Den Haag; − er wachtlijsten zijn van kinderen van vluchtelingen die naar school willen en moeten; − alle kinderen in Nederland leerplichtig zijn in de zin van de Leerplichtwet. Van mening, dat: − alle kinderen in Den Haag naar school moeten kunnen; − onderwijs een essentieel onderdeel is van onze maatschappij; − een week geen school ook ongewenst is; − een wachtlijst voor het onderwijs geen structureel en geaccepteerd probleem mag worden in Den Haag. Roept het college op: − om in kaart te brengen hoe lang en waar kinderen van vluchtelingen op wachtlijsten staan; − om te onderzoeken wat er nodig is om te zorgen dat deze kinderen zo snel mogelijk het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben; − de raad hierover te informeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10429536
Het college beantwoordt de motie als volgt: Alle kinderen die in Nederland verblijven hebben recht op onderwijs. Vanwege het lerarentekort zijn er onvoldoende plekken in het (nieuwkomers)onderwijs en zijn er wachtlijsten ontstaan. Via het Centrale Meldpunt voor nieuwkomersonderwijs brengen de schoolbesturen en gemeente Den Haag in kaart hoeveel nieuwkomerskinderen een plek in het onderwijs zoeken en waar zij in de stad woonachtig zijn. Deze informatie is bekend bij het Centrale Meldpunt en wordt aldaar gebruikt om kinderen zoveel mogelijk thuisnabij een plek in het onderwijs te bieden. Het centrale meldpunt vraagt mensen niet te specificeren of zij asielzoeker, statushouder, arbeidsmigrant of kennismigrant zijn. Al deze kinderen zijn binnen het onderwijs ‘nieuwkomers’ en beschikken in het onderwijs over dezelfde rechten en plichten. Vanwege de huidige instabiele opvangsituatie voor kinderen in het asielsysteem is het in heel Nederland lastig grip te krijgen op de aantallen kinderen van asielzoekers die in afwachting zijn van een plek in het nieuwkomersonderwijs. Deze kinderen worden niet in de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven maar hebben wel recht op onderwijs. In Den Haag hebben de coördinatoren van deze crisisopvang de kinderen geregistreerd bij het Centrale Meldpunt.
Aantallen nieuwkomers op wachtlijst (momentopname): Het aantal nieuwkomersleerlingen op de wachtlijst voor het primair en voortgezet onderwijs loopt op. De aantallen fluctueren dagelijks. In onderstaand overzicht staan de aantallen van medio november. Wachtlijst bekend (stand 15 november en zover bekend) Primair onderwijs
250
Waarvan asielzoekers in crisisopvang (stand 21 november en zover bekend) 6
Voortgezet onderwijs
108
4
Waarvan statushouders (stand 21 november en zover bekend) 53
Waarvan Oekr. Vluchtelingen (stand 15 november en zover bekend)
7
0
14
Wachttijden: De gemeente en de schoolbesturen hadden begin 2022 nog geen registratiesysteem voor nieuwkomers die op zoek zijn naar onderwijs in Den Haag. Dit systeem is naar aanleiding van de toestroom van Oekraïense vluchtelingen opgezet om kinderen zo snel mogelijk in beeld te krijgen en naar onderwijs te begeleiden. Op dit moment kan het college nog geen betrouwbare uitspraken doen over de periode dat nieuwkomerskinderen op de wachtlijst staan. Het systeem ondergaat een technische verbeterslag, waarna het college hierover beter kan rapporteren. Het college deelt de mening van de raad dat het van belang is te weten hoelang nieuwkomerskinderen moeten wachten op onderwijs. Oplossing: Om te zorgen dat alle kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben, zijn er meer leraren nodig. Die zijn er niet. In oktober 2022 heeft er een nieuwe meting van de personeelstekorten in het primair onderwijs plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat het tekort in Den Haag 17,3% is, oftewel 546 fte. De nieuwste tekortcijfers in het voorgezet onderwijs worden in het eerste kwartaal van 2023 bekend.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10429536
Alternatieven: Met het tekort van 17,3% bevoegden komt het al veelvuldig voor dat er onbevoegden voor de klas staan. Als er uitbreiding van groepen plaatsvindt, zonder dat we daar bevoegden beschikbaar voor hebben, zullen we moeten uitwijken naar de inzet van andere professionals. Het risico hiervan is dat de kwaliteit van onderwijs minder gewaarborgd is. Voor Oekraïense kinderen is het afgelopen jaar een speciale regeling ontwikkeld. Zij kunnen gebruik maken van Tijdelijke Onderwijs Voorzieningen (hierna TOV) waar andere eisen aan de onderwijsinhoud en het personeelsbestand worden gesteld. Hiermee kon alternatief personeel worden aangetrokken, zoals Oekraïense leerkrachten. Deze versoepeling van de wet- en regelgeving had tot gevolg dat inmiddels vele Oekraïense kinderen in het onderwijs zijn ondergebracht. Het college en de schoolbesturen willen dat deze TOV-regeling wordt opengesteld voor alle nationaliteiten. Dit hebben zij in een brandbrief (verstuurd 9 november jl.) gezamenlijk aan de minister laten weten. De scholen en schoolbesturen krijgen na de start van een TOV van de inspectie twee jaar de tijd om van een TOV naar volwaardig nieuwkomersonderwijs te ontwikkelen. Hiervoor zijn in het bijzonder meer NT2 (Nederlands als tweede taal) leerkrachten nodig. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderwijzend personeel.
Indien de personele krapte ook de inrichting van een TOV niet toelaat, willen de schoolbesturen voor primair onderwijs met de gemeente overgaan op de inrichting van zogenoemde ‘landingsplaatsen’. Hierbij kunnen leerplichtige kinderen zich sociaal-emotioneel blijven ontwikkelen in een schoolse omgeving en volgens een schools dagritme met een aanbod van sport, cultuur en andere activiteiten. Zo snel als mogelijk worden ook Nederlandse taalontwikkeling en overig onderwijsaanbod aangeboden. De minister voor primair en voortgezet onderwijs moet over zowel de uitbreiding van de TOV-regeling als het voorstel van de landingsplaatsen besluiten. De huidige wet- en regelgeving voorziet niet in de benodigde juridische en financiële ruimte. In de brandbrief dringen de gemeente Den Haag en de Haagse schoolbesturen aan op spoedige besluitvorming. Naar aanleiding van de brief vond op 28 november jl. een gesprek plaats tussen de minister, gemeente en Haagse schoolbesturen over de problematiek in het nieuwkomersonderwijs en mogelijke oplossingen. De minister zegde toe, op korte termijn, te zoeken naar een oplossing die voor de langere termijn houdbaar is. Vanuit Den Haag hebben wij aangegeven hierbij mee te blijven denken, samen met het Haagse scholenveld.
Ook is recentelijk het onderwerp vluchtelingen en onderwijs aan de orde gesteld in de Tweede Kamer commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bij de behandeling heeft de staatssecretaris herhaald dat hij op korte termijn komt met een voorstel voor deze problematiek en dat er mogelijk gestart wordt met pilots om ervaringen op te doen met de voorstellen zoals vanuit den Haag aan hem zijn aangereikt. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3