RIS313467 bijlage
Tekst van het document
Selectieleidraad Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 2024 tot 2032 Dialooggerichte Procedure Sociale en Andere Specifieke Diensten (SAS)
22.525-OCW
Inhoudsopgave
1 Inleiding Perceelindeling Aanbestedingsprocedure Duur van de overeenkomst Beschrijving van de Gemeente Den Haag Inkoopdoelstellingen Gemeente Den Haag 1.5.1 Duurzaamheid
4 4 6 7 7 7 7
2 Huidige situatie van de jeugdhulp in Den Haag
9
Hoe is de jeugdhulp in Den Haag nu geregeld? Regionale samenwerking Haaglanden Aanleiding aanbesteding jeugd- en gezinshulp Marktconsultaties en communicatie
9 10 10 12
3 Waar naar toe? Ambitie Uitgangspunten Jeugd- en gezinshulp Werken vanuit leidende principes Partnerschap en co-creatie Volgen, leren en ontwikkelen Overige kaders en ontwikkelingen
4 De Opdracht: samenhangende en effectieve jeugd- en gezinshulp Scope van de Opdracht
13 13 13 16 18 18 19
23 23
4.1.1 Preventie
23
4.1.2 Basiszorg
24
4.1.3 Aanvullende zorg: Specialistische jeugdhulp
26
4.1.4 Persoons gebonden budget (pgb)
28
Relatie met ketenpartners Opties
28 31
4.3.1 Optie 1: Schoolmaatschappelijk werk
31
4.3.2 Optie 2: Onderwijs Jeugdhulparrangementen
31
4.3.3 Optie 3: Jeugdhulpexpertise in de huisartsenpraktijk
31
4.3.4 Optie 4: Stedelijke expertteams
32
4.3.5 Optie 5: Jong volwassenen (16-27 jaar)
Niet in scope van de Opdracht Randvoorwaarden Zorgcontinuïteit Taakgerichte financiering Geraamde waarde van de Opdracht 4.8.1 Totale geraamde waarde 4.8.2 Geraamde waarde per perceel
Geraamde waarde van de opties Informatievoorziening en administratie Onderaanneming gedurende looptijd van de overeenkomst Social Return
5 Aanbestedingsprocedure Planning
33
33 33 34 34 36 36 37
38 38 39 39
40 40
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 2/74
Communicatie tijdens de Aanbesteding Aankondiging Informatiebijeenkomst Nota’s van inlichtingen Sluitingsdatum Aanmelding De Dialoogfase
41 41 41 42 42 42
5.7.1 Onderwerpen tijdens de Dialoogfase
42
5.7.2 Vergoeding kosten Dialoogfase
44
6 Voorwaarden Juridisch kader
45 45
6.1.1 Regelgeving
45
6.1.2 Juridische voorwaarden
45
6.1.3 Wet Bibob
45
6.1.4 Klachtenafhandeling
45
6.1.5 Rechtsbescherming
46
6.1.6 Non discriminatiebeginsel
46
Aanbestedingsdocumenten
46
6.2.1 Vertrouwelijkheid
46
6.2.2 Onjuistheden
46
6.2.3 Voorbehoud
46
Aanmelding
47
6.3.1 Akkoordverklaring
47
6.3.2 Aanleveren van de Aanmelding
47
6.3.3 Taal
47
6.3.4 Ondertekening Aanmelding
47
6.3.5 Aanmelden in Combinatie en beroep op een Derde
48
6.3.6 Kosten van de Aanmelding
49
6.3.7 Onvoorwaardelijke Aanmelding
49
6.3.8 Aanvullingen/verduidelijkingen/verificatie
50
6.3.9 Eigendom van de informatie
50
7 Beoordelingsproces Beoordelingsteam Procedure van beoordelen
8 Uitsluitingsgronden Uitsluitingsgronden 8.1.1 Uitsluiting Russische partijen
Bewijsstukken Uitsluitingsgronden
9 Geschiktheidseisen Financiële en economische draagkracht Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid
51 51 51
54 54 54
55
57 57 58
9.2.1 Referentieopdrachten
58
9.2.2 Overige Geschiktheidseisen
61
10 Selectiecriteria Selectiecriterium 1: Visie op de doorontwikkeling Selectiecriterium 2. Visie op integrale Opdracht Selectiecriterium 3 Referentieopdrachten Totaalscore
63 63 64 65 66
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 3/74
Bijlagen 1 t/m 9
67
1 Inleiding
Voor u ligt de Selectieleidraad voor de Europese Aanbesteding voor lokale jeugdhulp in het kader van de Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp van de Gemeente Den Haag, hierna te noemen de Gemeente. De Opdracht is opgedeeld in 4 percelen, waarbij ieder perceel een geografisch gebied omvat binnen de stad Den Haag. Het doel van deze Europese Aanbesteding is het sluiten van één overeenkomst per perceel tussen de Gemeente en één Opdrachtnemer die het totale aanbod van de jeugdhulp binnen de scope van deze Opdracht in het betreffende gebied (perceel) gaat leveren, zie paragraaf 1.1. Voor het toekomstbestendig organiseren van jeugd- en gezinshulp is een andere aanpak nodig. De gemeente ziet de voorgenomen aanpak zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 als een grote kans om in partnerschap met Opdrachtnemers de Transformatiedoelen van de Jeugdwet te realiseren, het zorglandschap eenvoudiger in te richten en daardoor de hulp voor de jeugd in Den Haag te verbeteren.
Perceelindeling Een belangrijke beslissing bij de vormgeving van de onderhavige Opdracht is (1) de keuze voor één integrale opdracht of één opdracht die is opgedeeld in meerdere percelen en (2) de keuze voor één of meerdere Opdrachtnemers voor de integrale Opdracht of per perceel. In de marktconsultatiefase zijn deze mogelijkheden meerdere keren aan de orde geweest en hebben partijen hun voorkeur uitgesproken. De gemeente kiest ervoor om de omvangrijke Opdracht voor de lokale jeugdhulp in Den Haag niet als één opdracht aan te besteden, maar 4 geografische gebieden te onderscheiden die als percelen zullen worden aanbesteed. De stad Den Haag kent 44 wijken1 die zijn geclusterd in acht stadsdelen, dit zijn: 1. Escamp 2. Centrum 3. Haagse Hout 4. Laak 5. Leidschenveen- Ypenburg 6. Scheveningen 7. Loosduinen 8. Segbroek Voor het bieden van lokale jeugdhulp door de Jeugdteams vanuit de Haagsche centra voor jeugd en gezin (CJG’s) is Den Haag organisatorisch verdeeld in vier clusters die we in deze Aanbesteding opnemen als 4 percelen, te weten: Perceel 1 Escamp (128.808 inwoners) Perceel 2 Centrum (105.995 inwoners) Perceel 3 Kust (Scheveningen, Loosduinen en Segbroek) (171.428 inwoners) Perceel 4 Rand (Leidschenveen-Ypenburg, Laak en Haagse Hout) (142.931 inwoners)
1 Den Haag in Cijfers.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 4/74
De Gemeente heeft gekozen voor deze perceelindeling omdat: • de geografische perceelindeling aansluit bij de huidige gebiedsafbakening van de JGZ en de Jeugdteams van de Gemeente; • het meer kansen biedt aan middelgrote aanbieders om ook deel te nemen aan de Aanbesteding ten opzichte van de keuze voor één Opdracht voor heel Den Haag; • •
het de mogelijkheid biedt om per perceel de Opdrachtnemer te selecteren die in het betreffende specifieke gebied waarop het perceel betrekking heeft de beste jeugdhulp kan bieden; de keuze voor percelen de financiële risico’s voor Gemeente en aanbieders beperkt ten opzichte van de keuze voor één Opdracht voor heel Den Haag.
De Gemeente wil per perceel één Opdrachtnemer contracteren die de volledige Opdracht voor het betreffende perceel kan uitvoeren. De keuze voor één Opdrachtnemer per perceel komt sturing en nauwe samenwerking tussen de Gemeente en de Opdrachtnemers ten goede en vergroot de kans om de Transformatiedoelen te behalen. Een inschrijver kan op meerdere percelen inschrijven en kan ook meerdere percelen gegund krijgen. Als aan één inschrijver meerdere percelen worden gegund, zullen werkafspraken worden gemaakt over de praktische wijze waarop de aan die partij gegunde percelen zich tot elkaar verhouden. Daardoor kunnen administratieve lasten mogelijk worden beperkt. In de marktconsultatiefase is duidelijk geworden dat sommige jeugdhulpvoorzieningen, zowel van aanbieders als van de Gemeente, gezien de spreiding en de benodigde expertise, alleen op stedelijk niveau kunnen worden aangeboden. De Opdrachtnemers zijn per gebied (perceel) verantwoordelijk voor de hulp (binnen de scope) aan alle jeugdigen die in dat gebied wonen. De jeugdhulp kan wel in
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 5/74
een ander gebied plaatsvinden, bijvoorbeeld als de jeugdige in een ander gebied op school zit, maar de Opdrachtnemer van het gebied waarin de jeugdige woont blijft verantwoordelijk. De indeling in gebieden mag niet verhinderen dat de juiste zorg op de juiste plek wordt aangeboden. De Gemeente heeft de verwachting dat (een deel van) de Jeugdhulpaanbieders door middel van een samenwerkingsverband (ook wel een Combinatie) zal deelnemen aan de Aanbesteding om deze Opdracht met een breed palet aan dienstverlening te kunnen uitvoeren. Het is mogelijk dat de Opdrachtnemer gedurende de uitvoering van de overeenkomst bepaalde (andere) taken wil uitbesteden aan onderaannemers. De Opdrachtnemer moet daarbij in ieder geval de werkzaamheden die verband houden met de Toegang en Triage zelf uitvoeren.
Aanbestedingsprocedure Voor het selecteren van de aanbieders is gekozen voor een dialooggerichte procedure, binnen de kaders van de procedure voor ‘sociale en andere specifieke diensten’ (SAS), zoals deze is beschreven in de artikelen 2.6a, 2.38 en 2.39 van de Aanbestedingswet, houdende regels voor Aanbestedingen (herziene Aanbestedingswet 2012). De werkzaamheden vallen onder de CPV-code: • Welzijnszorg voor kinderen en jongeren 85311300-5 • Maatschappelijke dienstverlening 85300000-2 De dialooggerichte procedure kent 3 fasen; de (1) Selectiefase, (2) Dialoogfase en (3) Gunningsfase. Deze fasen zijn hieronder nader beschreven. Selectiefase De Aanbesteding start na de aankondiging met de Selectiefase. Aanbieders kunnen zich tijdens deze Selectiefase aanmelden voor deelname aan de aanbestedingsprocedure, conform de in deze Selectieleidraad gestelde eisen. De selectie vindt plaats op basis van een toets op Uitsluitingsgronden en Geschiktheidseisen. Het totaal aantal geschikte Gegadigden dat voor deelname aan de Dialoogfase wordt uitgenodigd is beperkt tot maximaal vijf Gegadigden per perceel. Indien zich voor een perceel meer dan vijf geschikte Gegadigden hebben aangemeld, zal met behulp van Selectiecriteria een nadere selectie worden uitgevoerd om het aantal Gegadigden dat wordt uitgenodigd voor deelname aan de Dialoogfase terug te brengen naar vijf.
De Uitsluitingsgronden, Geschiktheidseisen en Selectiecriteria worden in dit document verder uitgewerkt. Dialoogfase De Dialoogfase wordt doorlopen met de tijdens de Selectiefase geselecteerde Gegadigden. De Dialoogfase kent een open karakter en is toegevoegd aan onze Aanbesteding, omdat wij graag samen met aanbieders tot (nadere) invulling willen komen van bepaalde onderdelen van deze Opdracht. Het betreft onderdelen waarvan de Gemeente op voorhand nog geen keuze kan of wil maken en waarbij de Gemeente het belangrijk vindt om deze samen met Gegadigden te ontwikkelen om zo te komen tot een betere kwaliteit van de uitvoering (zie paragraaf 5.7 voor een nadere toelichting). Bij aanvang van de Dialoogfase ontvangen de Gegadigden een dialoogleidraad. De dialoogleidraad betreft een startdocument voor de Dialoogfase en bevat een toelichting op de verschillende thema’s waarover gesproken zal worden tijdens de Dialoogfase en een planning van wanneer de gesprekken plaats zullen vinden (zie voor de planning paragraaf 5.1). Vervolgens ontvangen de Gegadigden de overige Aanbestedingsstukken in concept, waaronder de inschrijvingsleidraad en het programma van eisen. De dialooggesprekken worden met elke geselecteerde Gegadigde afzonderlijk gevoerd. Daarnaast vinden zogenaamde tafelgesprekken plaats met meerdere Gegadigden, waar met elkaar over inhoudelijke thema’s wordt gesproken.
Ook vinden er tafelgesprekken plaats met de Gegadigden en
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 6/74
belangrijke stakeholders, zoals onderwijspartners, huisartsen, cliëntvertegenwoordigers en andere samenwerkingspartners. Op basis van de opgehaalde input uit de Dialoogfase stelt de Gemeente de definitieve aanbestedingsvoorwaarden en -criteria op die na afronding van de Dialoogfase en bij aanvang van de Gunningsfase aan de Gegadigden zullen worden verstrekt. Gunningsfase De Gegadigden ontvangen bij aanvang van de Gunningsfase de definitieve inschrijvingsleidraad en kunnen op basis hiervan een Inschrijving doen. In deze inschrijvingsleidraad is onder meer nadere informatie opgenomen over de Opdracht, het programma van eisen, de Gunningscriteria en de beoordelingssystematiek. In de Gunningsfase wordt getoetst of de inschrijvers aan het programma van eisen voldoen en worden de Inschrijvingen beoordeeld aan de hand van het gunningscriterium economisch meest voordelige Inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Zoals verderop in deze Selectieleidraad wordt toegelicht stelt de Gemeente de prijs vast (zie paragraaf 4.7, 4.8 en 4.9). De inschrijvingen worden voor 100% op kwaliteit beoordeeld. De kwalitatieve gunningscriteria. zullen betrekking hebben op de implementatie, de uitvoering van de Opdracht, risicobeheersing en monitoring. Inschrijvers zullen deze kwalitatieve gunningscriteria uitwerken in een plan van aanpak.
Duur van de overeenkomst Om deze Opdracht te realiseren wenst de Gemeente Den Haag een overeenkomst te sluiten met één Opdrachtnemer of samenwerkingsverband per gebied (perceel). De Overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2024 en heeft een looptijd van 8 jaar en eindigt na verloop van deze looptijd van rechtswege op 31 december 2031.
Beschrijving van de Gemeente Den Haag De aanbestedende dienst is de Gemeente Den Haag (de Gemeente). De Gemeente heeft ca. 550.000 inwoners. Den Haag behoort hiermee tot de vier grootste gemeenten van Nederland. Het bestuur van de Gemeente, bestaande uit het college van Burgemeester en Wethouders, is gehuisvest in het Stadhuis aan het Spui. Het Stadhuis, stadskantoor Leyweg en de stadsdeelkantoren vormen de belangrijkste (neven)locaties en zijn gevestigd in de stadsdelen Centrum, Escamp, Haagse Hout, Laak, Leidschenveen-Ypenburg, Loosduinen, Scheveningen en Segbroek. Voor verdere informatie over de Gemeente zie de website www.denhaag.nl.
Inkoopdoelstellingen Gemeente Den Haag De Gemeente heeft als doelstelling rechtmatig en doelmatig in te kopen. De Gemeente kijkt bij haar inkopen ook naar haar beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid, innovatie, social return en de toegankelijkheid voor het mkb. De Gemeente probeert daarbij een keuze te maken voor slimmere, veiligere en socialere oplossingen. Deze zijn nodig in de veranderende wereld waarin ook de Gemeente te maken heeft met klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, digitalisering en demografische veranderingen. Zie voor meer informatie: www.denhaag.nl, zakendoen met de Gemeente.
1.5.1
Duurzaamheid
De Gemeente Den Haag wil de stad op duurzame wijze vormgeven en wil hierin een voorbeeldrol spelen door onder andere een duurzaam inkoopbeleid te voeren. Om die reden stelt de Gemeente Den Haag duurzaamheidseisen aan producten en diensten die zij inkoopt.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 7/74
Door deel te nemen aan deze aanbestedingsprocedure verklaren de Inschrijvers dat bij de totstandkoming c.q. uitvoering van de in deze aanbestedingsprocedure te leveren producten en/of diensten zo veel als mogelijk gekozen wordt voor een duurzame werkwijze. In de gunningsfase worden eisen gesteld aan de duurzaamheid deze worden opgenomen in het programma van eisen. Door het doen van een Inschrijving in de Gunningsfase verklaart de Inschrijver dat zijn onderneming voldoet of zal voldoen aan de duurzaamheidseisen.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 8/74
2 Huidige situatie van de jeugdhulp in Den Haag
Hoe is de jeugdhulp in Den Haag nu geregeld? In Den Haag wordt er vanuit basisvoorzieningen ingezet op Preventie voor het bevorderen van een gezond en veilig opvoedklimaat voor jeugdigen. Daar waar het kind of gezin meer ondersteuning nodig heeft voor opvoed- en opgroeivragen, is de jeugdhulp georganiseerd in de gemeentelijke Jeugdteams en door middel van regionaal ingekochte jeugdhulp. De gemeentelijke Jeugdteams vormen, samen met Jeugdgezondheidszorg (JGZ), het Haagse Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Het CJG is in ieder stadsdeel laagdrempelig aanwezig en vormt de kern van het Haagse jeugdstelsel. Het CJG biedt laagdrempelig opvoedondersteuning, jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp aan. Het CJG werkt intensief samen met basisvoorzieningen zoals peuter- en kinderopvang, welzijnswerk, onderwijs, schoolmaatschappelijk werk, preventieve gezondheidszorg, sport, politie en huisartsen. Daarnaast werkt het CJG op gezinsniveau intensief samen met de aanbieders van Specialistische jeugdhulp, Jeugd-GGZ, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de WMO. In totaal zijn er 26 Jeugdteams. Afhankelijk van de grootte van het stadsdeel heeft elk CJG één of meerdere Jeugdteams. Daarnaast zijn er - samenhangend met een bepaalde doelgroep, aandachtsgebied of expertise - vier stedelijke Jeugdteams, te weten het PGB team, Stedelijk team Risicogroepen, VO team Jeugdhulp en Veilig Verder Team.
Per 2018 is de opdracht voor de Jeugdteams van Den Haag aanbesteed. Zij werken met verschillende expertises volgens het zogenoemde T-profiel, waarbij een generiek profiel (met basiskennis en -competenties) gecombineerd wordt met een specifieke expertise. De Jeugdteams ondersteunen, wanneer nodig, kinderen en gezinnen bij het opgroeien en opvoeden. Hiertoe begeleiden of behandelen zij jeugdigen en gezinnen integraal. Indien nodig besluit het Jeugdteam dat gespecialiseerde jeugdhulp wordt ingezet. De Specialistische jeugdhulp wordt regionaal ingekocht via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SBJH). Er zijn door het SBJH circa 18o partijen gecontracteerd. Naast de regionaal ingekochte specialistische zorg wordt hoog Specialistische jeugdhulp bovenregionaal of landelijk ingekocht. Toegang naar jeugdhulp Elke jeugdige die via verschillende wegen (politie, onderwijs, JGZ etc.) wordt aangemeld bij de Jeugdteams voor hulp en/of ondersteuning krijgt een uitgebreide intake door een gezinscoach ten behoeve van vraagverheldering. Daarbij wordt naar het gehele gezin gekeken. Afhankelijk van de hulpvraag en in overleg met het gezin wordt er ondersteuning, begeleiding en/of behandeling ingezet vanuit de basisvoorziening of het Jeugdteam. Mocht er Specialistische jeugdhulp noodzakelijk zijn, dan verwijst het Jeugdteam naar passende ondersteuning.
Aanvragen voor een persoonsgebonden budget (PGB) worden behandeld door het Jeugdteam aangevuld met de expertise vanuit het PGBteam. In de kinderopvang zijn voorschoolse maatschappelijk werkers en in het (primair, voortgezet en middelbaar beroeps-) onderwijs zijn schoolmaatschappelijk werkers actief. Zij kunnen jeugdigen en ouders kortdurend ondersteunen. Het schoolmaatschappelijk werk werkt intensief samen met JGZ, leerplichtinstanties en de Jeugdteams. Zo nodig verwijzen zij jeugdigen en ouders voor langer durende ondersteuning door naar de Jeugdteams. Preventieve activiteiten en kortdurende trajecten op school worden veelal in co-productie (en co-financiering) tussen de Samenwerkingsverbanden van het Primair en Voortgezet Onderwijs en de Gemeente uitgevoerd.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 9/74
De lokale samenwerking van huisartsen met de Jeugdteams is verbeterd door (middels een pilot) te werken met jeugdprofessionals in de huisartsenpraktijk. Deze professional ondersteunt de huisarts met vraagverheldering en Triage. Ook kan deze professional kortdurende ondersteuning aanbieden. Met de inzet van deze professional neemt de verwijzing van huisartsen naar duurdere Specialistische jeugdhulp af. Naast de gemeentelijke Toegang en huisartsen kunnen ook andere wettelijke verwijzers (gecertificeerde instellingen, jeugdartsen, medische specialisten, rechters) rechtstreeks toe leiden naar jeugdhulp. De Triage wordt dan door de huidige aanbieders van Specialistische jeugdhulp gedaan.
Regionale samenwerking Haaglanden In de regio Haaglanden (H102) wordt de inkoop en het contractmanagement van de tweedelijns jeugdhulp gecoördineerd door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. Het Servicebureau is hiermee de regionale uitvoeringsorganisatie en coördineert de inkoop van jeugdhulp bij jeugdhulpaanbieders (op basis van open house-procedures), de controle en afwikkeling van declaraties, het beoordelen en verstrekken van voorschotten door de H10 gemeenten aan jeugdhulpaanbieders en ramingen per gemeente van de jeugdhulpkosten. Onder verantwoordelijkheid van de H10 gemeenten is de Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 202120263 opgesteld. De regiovisie is ontwikkeld samen met aanbieders, professionals, ouders, jongeren, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, beleidsmakers en lokale teams. Met de regiovisie willen de gemeenten de uitgangspunten voor een duurzame samenwerking definiëren, de koers voor de continue verbetering van de jeugdzorg uitzetten en de kosten beheersbaar maken. Voor het verbeteren van de jeugdzorg hebben de H10 gemeenten de volgende ambities geformuleerd: • Versterken van het gewone opvoeden en opgroeien. • Kinderen en jongeren groeien zo thuis mogelijk op. • Kinderen en jongeren krijgen tijdig de best passende hulp. • Kinderen en jongeren groeien op in een duurzaam veilige situatie. • Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen.
In de regiovisie wordt onder andere aangegeven dat het lokaal en/of integraal werken één van de leidende principes is die houvast geven voor (beleids-)ontwikkelingen. De Gemeente Den Haag maakt op basis van deze visie vanaf 2024 gebruik van de mogelijkheid om lokaal jeugdhulp in te gaan kopen. Voor de inkoop van hoog specialistische (veelal intramurale) jeugdhulp blijft Den Haag samenwerken met de H10 gemeenten. Vanaf 2024 zullen de contracten voor de lokale jeugdhulp door de Gemeente Den Haag zelf worden gesloten. De overeenkomsten die Den Haag in H10 verband met aanbieders heeft gesloten worden opgezegd voor het deel dat betrekking heeft op de jeugdhulp die de Gemeente Den Haag lokaal gaat inkopen en onderdeel uitmaakt van voorliggende opdracht.
Aanleiding aanbesteding jeugd- en gezinshulp Op 1 januari 2024 lopen de huidige contracten met de partners voor de lokale Jeugdteams af, waardoor het nodig is deze dienstverlening opnieuw in te kopen. Tegelijkertijd heeft de uitvoering van de Jeugdwettaken ons de afgelopen zeven jaar veel geleerd. Dit levert belangrijke inzichten op die bepalend zijn voor de doorontwikkeling van de jeugd- en gezinshulp in Den Haag. Onderstaande 2 H10 zijn de tien gemeenten in de Regio Haaglanden: Den Haag, Delft, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer,
Wassenaar, Voorschoten, Westland, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delftland.
3 De link naar de regiovisie:
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10513507/1/RIS309874_Bijlage_2_concept-basisdocument_Regiovisie
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 10/74
inzichten komen in het volgende hoofdstuk terug in de beschrijving van onze visie en waar we naar toe willen: • Uitdagingen en problemen in de levens van kinderen hangen vaak samen met de problematiek van ouders, zoals relatieproblematiek, schulden of armoede. Enkel het kind helpen zorgt voor onvoldoende verbetering in het gezin als systeem. • Jeugdigen en ouders zijn actief in de omgeving waar zij wonen, hun vrije tijd doorbrengen, naar opvang, school of de huisarts gaan en werken. Het is belangrijk de jeugdhulp goed op de Leefwereld en sociale omgeving van gezinnen aan te laten sluiten en niet altijd als zelfstandige interventie in te zetten. • Door het open karakter van de Jeugdwet en de jeugdhulpplicht wordt jeugdhulp soms te ruimhartig en snel ingeschakeld voor vragen die ook door voorliggende of aanpalende voorzieningen opgepakt kunnen worden. Normaliseren is vaak niet de norm. Of problemen doen zich voor op het snijvlak van diverse wetten waarbij niet goed duidelijk is bij welke wet de vraag thuishoort. • Zorg in één gezin, geleverd door meerdere instellingen werkt niet goed als de focus van iedere aanbieder enkel gericht is op inzet van het eigen aanbod. Dit geeft niet altijd het bedoelde resultaat voor het gezin en leidt tot hogere kosten. • Er is sprake van een ‘mismatch’ in de jeugdhulp tussen de verschillende wijken4. Den Haag is een sterk gesegregeerde stad.
In wijken met een lagere Sociaal Economische Status gebaseerd op gegevens over welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname, staan bij veel gezinnen zorgen over bestaanszekerheid centraal5. Het gaat om zorgen over wonen, gezondheid, schulden, inkomensonzekerheid en dergelijke. We zien dat in Haagse wijken waar je op grond van de aanwezige problematiek veel gebruik van jeugdhulp zou verwachten, het gebruik lager is. Dit terwijl het gebruik juist hoger ligt in Haagse wijken waar je op grond van de aanwezige problematiek weinig gebruik van jeugdhulp zou verwachten. Dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak voor de verschillende gebieden in Den Haag. In de ene wijk zal de focus meer moeten liggen op het bereiken van kwetsbare gezinnen. In de andere wijk zal de focus meer moeten liggen op normaliseren in plaats van problematiseren.
4 Bot, S., Roos, S. de, Sadiraj, K., Keuzenkamp, S., Broek, A. van den, & Kleijnen, E. (2013): Terecht in de jeugdzorg.
Voorspellers van kind- en opvoedproblematiek en jeugdzorggebruik. Den Haag; Sociaal en Cultureel Planbureau. Nanninga, M. (2018): Children’s and adolescents’ enrolment in psychosocial care: determinants, expected barriers, and outcomes. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen; Schellingerhout, R., Ooms, I., Eggink, E., Boelhouwer, J. (2020). Jeugdhulp in de wijk. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 5 SES-WOA score geeft in één oogopslag weer hoe een wijk scoort ten opzichte van andere wijken op drie elementen van de sociaal economische status (SES): welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname (WOA). Bij een hogere SES-WOA score zijn de inwoners welvarender en/of hoger opgeleid en/of langduriger aan het werk. Het CBS berekent deze scores.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 11/74
•
•
Stijgende jeugdhulpkosten die andere publieke voorzieningen dreigen te verdringen. Dit vraagt van ons dat we kritisch kijken naar hoe we de jeugdhulp in Den Haag integraal en effectief kunnen organiseren én kosten en administratieve lasten beheersen. Veel professionals hebben in de jeugdsector te maken met hoge werkdruk en hoge administratieve lasten. Door een hoge caseload, administratie, bureaucratische procedures en geen of beperkte innovatieve ruimte zijn jeugdprofessionals vaak niet goed in staat de hulp te bieden die nodig is. Dit leidt tot een hoog verzuim en een hoge uitstroom uit de sector.
Voor het toekomstbestendig organiseren van jeugd- en gezinshulp is kortom een andere aanpak nodig. We zien de onderhavige Opdracht als een grote kans om met aanbieders de Transformatiedoelen van de Jeugdwet te realiseren en daartoe het zorglandschap eenvoudiger in te richten.
Marktconsultaties en communicatie Afgelopen maanden hebben er verschillende mondelinge en een schriftelijke marktconsultatie plaatsgevonden. De presentatie en het verslag van de bijeenkomst van 6 oktober 2022 en de opbrengst van de schriftelijke marktconsultatie zijn terug te vinden op TenderNed onder Marktconsultatie Doorontwikkeling Jeugd- en gezinshulp: https://www.tenderned.nl/aankondigingen/overzicht/272497/details u klikt op Mercell Source-toContract in de blauwe balk . Het verslag van de schriftelijke marktconsultatie van 17 september 2022 is als bijlage 9 bij deze Selectieleidraad gevoegd. Overzicht marktconsultaties en communicatie Datum 02-06-2022 22-06-2022 18-07-2022 07-08-2022 30-08-2022 13-09-2022
Wat Informatiemail Eerste consultatie Informatiemail Bilaterale consultaties Themasessie afbakening Themasessie Veiligheid
13-09-2022 17-09-2022 06-10-2022
Themasessie middelgrote aanbieders Schriftelijke consultatie TenderNed Plenaire marktconsultatie
Wie Alle gecontracteerde aanbieders Selectie aanbieders Geselecteerde subsidiepartners Geselecteerde aanbieders Selectie aanbieders Selectie aanbieders, GI’s en Veiligheidsketenpartners Selectie middelgrote aanbieders Alle aanbieders en geïnteresseerden Alle aanbieders en samenwerkingspartners
De Gemeente heeft veel waardering voor de actieve en constructieve bijdrage van aanbieders bij zowel de mondelinge als de schriftelijke consultatie(s). Het is goed om te horen dat veel aanbieders het eens zijn met de uitgangspunten en vaak dezelfde knelpunten in de uitvoering van de jeugdhulp ervaren. Begrijpelijk is dat aanbieders ook zorgen ervaren over de door de Gemeente gekozen aanpak zoals: • Hoe verhoudt deze Opdracht zich tot de regionale inkoop. • Voor welke gebiedsindeling wordt gekozen en wat betekent dat voor de Opdracht. • Zorgen over verschraling van het aanbod en minder keuzevrijheid voor cliënten. • Korte implementatietijd van de aan te besteden Opdracht. Aanbieders hebben ook actief meegedacht over de wijze waarop de Gemeente dit proces kan vormgeven. Dit heeft de Gemeente erg geholpen bij het samenstellen van deze Selectieleidraad. De onderwerpen die zijn aangedragen tijdens de marktconsultaties zijn verzameld en waar relevant zullen deze onderdeel uitmaken van de gesprekken in de Dialoogfase.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 12/74
3 Waar naar toe? We beogen een toegankelijk, effectief en betaalbaar jeugdstelsel zodat de gezinnen die dit nodig hebben ook in de toekomst kunnen blijven rekenen op passende hulp van goede kwaliteit. Maar hoe doen we dat? En hoe integreren we de geleerde lessen hierin? Dat lichten we in de volgende hoofdstukken nader toe, waarbij we ingaan op onze ambitie voor de jeugd, de uitgangspunten van het toekomstperspectief, leidende principes en landelijke kaders voor het bieden van ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen.
Ambitie In lijn met de Jeugdwet is onze ambitie dat jeugdigen veilig, gezond en kansrijk opgroeien, naar vermogen mee kunnen doen in de samenleving, hun talenten kunnen ontwikkelen en prettig kunnen samenleven met elkaar. Hiervoor is een sterke Pedagogische basis nodig: een opvoed- en opgroeiomgeving waarin de opvoeders van deze jeugdigen elkaar aanvullen en versterken. Ouders zijn hierbij als eerste verantwoordelijk. De meeste ouders zijn hierin ook goed in staat. Maar er zijn ook ouders die hier minder goed in slagen. Of gezinnen die te maken hebben met kind- en/of ouderproblematiek, waar ze zelf niet meer uitkomen. Deze gezinnen hebben (tijdelijk) meer ondersteuning nodig dan anderen. Ons beleid is erop gericht jeugdigen en ouders, waar nodig, te ondersteunen bij het (weer) in eigen handen krijgen of behouden van de regie over hun leven. Daartoe werken we vanuit de Leefwereld van jeugdigen en ouders en de sociale omgeving waarin zij leven, opgroeien en opvoeden. De nadruk ligt op ‘het gewone leven’: bestaande hulpbronnen benutten en zelfredzaamheid en grip op de eigen situatie bevorderen. Met onze ondersteuning aan gezinnen werken we vanuit deze bedoeling en maken we ‘de beweging naar voren’, naar het gewone leven van jeugdigen en ouders, naar hun Leefwereld en sociale omgeving.
In het geval van veiligheidsvraagstukken ambiëren we een goed (samen) werkende Veiligheidsketen, jeugdhulp waar mogelijk zonder dwang, zo min mogelijk uithuisplaatsingen en het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld.
Uitgangspunten Jeugd- en gezinshulp Voor de doorontwikkeling van de jeugd- en gezinshulp gelden onderstaande uitgangspunten6, die aangeven waar we naar toe willen. Gezinsgericht en integraal Het bieden van Gezinsgerichte hulp binnen de jeugdhulp is nog niet vanzelfsprekend. Weliswaar brengen de huidige Jeugdteams met een brede intake de hulpvragen van de gezinsleden in kaart, maar de hulp zelf wordt ingestoken vanuit de jeugdige. De oorzaak van de problemen ligt echter vaak niet (alleen) bij het kind maar bijvoorbeeld in slechte huisvesting, armoede, GGZ-, verslavings- of relatieproblematiek van de ouders. Om te komen tot duurzame oplossingen zal hulp ook aan ouders geboden moeten worden. De hulp die ingezet wordt in een gezin moet in samenhang worden aangeboden. Professionals brengen de vragen en problematiek rondom een jeugdige en zijn gezin breed in kaart. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de hulpvraag van de jeugdige maar ook die van zijn ouders/opvoeders met het besef dat alleen bij een stabiele thuissituatie een jeugdige zich optimaal kan ontwikkelen. Dit betekent dat er gezinsgericht gewerkt moet worden waarbij problematiek vanuit 6 RIS312349 Voorstel van het College inzake doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 13/74
andere sociale domeinen onderdeel wordt van de hulpverlening, om zo het gezin beter en duurzamer te ondersteunen. De hulp wordt in samenhang met elkaar geboden. De samenwerking tussen de jeugdhulp en ondersteuning op andere sociale domeinen die vanuit de Gemeente wordt georganiseerd zal moeten plaatsvinden. Vanuit verschillende invalshoeken (onderwijs, bestaanszekerheid, werk en inkomen, schuldhulpverlening, maatschappelijke ondersteuning, zorg etc.) zal moeten worden samengewerkt rondom gezinnen om hulp te kunnen ontsluiten, op elkaar af te stemmen en effectief in te kunnen zetten. Ook gaan we de samenwerking tussen het jeugddomein en de volwassenen ggz bevorderen zodat we met ggz partners een goed functionerende netwerksamenwerking rondom het gezin realiseren. In principe ligt de regie en het eigenaarschap bij de ouders/opvoeders. Als dit niet mogelijk of wenselijk is, wordt regie door een professional gevoerd, over de met het gezin afgestemde zorg. Het vraagt nadere uitwerking hoe de regieverantwoordelijkheid tussen het samenwerkingsverband van aanbieders en de Gemeente verdeeld wordt bij bestaanszekerheidsvraagstukken (bij problemen rond inkomen, schulden, wonen, gezondheid ouders) en bij veiligheidsrisico’s.
Voor veiligheidsvraagstukken gebeurt deze uitwerking in lijn met het landelijke toekomstscenario kind- en gezinsbescherming waarin de brede blik van de professional en het vaste gezicht voor het gezin belangrijke uitgangspunten zijn. Gebiedsgericht: kansengelijkheid bevorderen In Den Haag is sprake van kansenongelijkheid. Dit betekent dat achtergrond, de wijk of het inkomen van de ouders een rol speelt als het gaat om de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Hagenaars met een lage sociaaleconomische status zijn op ieder gebied minder goed af dan hun stadgenoten met een hoge sociaaleconomische status. Wie in een achterstandssituatie opgroeit, komt daar moeilijk uit. Dat geldt ook voor de volgende generatie kinderen, want kansenongelijkheid manifesteert zich op verschillende levensdomeinen tegelijkertijd. Deze kansenongelijkheid concentreert zich in de G4 en is in de afgelopen tien jaar toegenomen. We willen de kansengelijkheid en bestaanszekerheid van gezinnen die opgroeien in een achterstandssituatie vergroten. Dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak voor de verschillende gebieden in Den Haag. Per gebied formuleren we daarom een andere opgave die recht doet aan deze verschillen. Hiermee stimuleren we dat alle Haagse jeugdigen, ongeacht achtergrond, de wijk of het inkomen van de ouders, een kansrijke start hebben en kansrijk opgroeien.
Het vraagt ook dat we ongelijke situaties, ongelijk behandelen. Niet gelijkheid, maar ‘ieder het zijne geven’, is hier het uitgangspunt. Als we dat niet doen, wordt zorg echt onbetaalbaar.
Gericht op de sociale omgeving van gezinnen: Sociale basis versterken Integraal werken vraagt om een brede blik op de sociale context van de jeugdige, waarbij het gezin en de bredere sociale omgeving worden betrokken. Ondersteuning moet in de eerste plaats gegeven worden vanuit nabijheid, dus in de buurt, bij het gezin thuis, cultuursensitief en gebruikmakend van het persoonlijk netwerk van betrokkenen en van voorzieningen die makkelijk toegankelijk zijn voor gezinnen. Belangrijke taak van de Gemeente, aanbieders en professionals is om netwerkgericht te werken: het informele en formele netwerk rond een gezin een grote rol te geven in de planvorming en ondersteuning. Belangrijk is ook om de samenwerking en samenhang tussen de preventieve
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 14/74
voorzieningen van de Sociale basis, de basiszorg7 en Specialistische jeugdhulp tot stand te brengen en te bevorderen. Nu opereren deze terreinen nog te veel apart van elkaar. Tussen de domeinen wordt doorverwezen en op- en afgeschaald. Er wordt meer opgeschaald naar de specialistische zorg en minder vaak andersom afgeschaald naar de basiszorg. Terwijl preventieve voorzieningen, Specialistische jeugdhulp niet alleen helpen voorkomen, maar ook bijstaan en ontlasten. Ook kan op deze wijze nazorg worden geboden als de jeugdhulp is afgerond. Afhankelijk van wat er speelt, is het belangrijk om ook de verbinding te maken met andere leefgebieden, bijvoorbeeld als er sprake is van psychische problematiek of schulden bij de ouders. Door in te zetten op het versterken van de Sociale basis, zijn doeltreffende preventieve hulp en jeugdhulp beschikbaar via de voorzieningen waar jeugdigen en hun gezin in hun dagelijks leven komen: op school, bij de kinderopvang of gastouderopvang, bij de jeugdgezondheidszorg, het jeugden jongerenwerk, op de sportvereniging en bij de huisarts. De vanzelfsprekende aanwezige sociale verbanden moeten hun ondersteunende functie optimaal kunnen vervullen en laagdrempelig Toegankelijke hulp moet beschikbaar zijn.
Door in te zetten op het versterken van de Sociale basis zorgen we ervoor dat jeugdigen zich kunnen ontwikkelen en minder snel zwaardere problemen ontwikkelen. Toegankelijke hulp Opdrachtnemers – veelal zal sprake zijn van gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden - sluiten aan op de Sociale basisvoorzieningen in de wijk. Zij zorgen ervoor dat gezinnen laagdrempelig in de wijk terecht kunnen met hun vragen rond opgroeien en opvoeden. Voor gezinnen die meer nodig hebben, organiseren Opdrachtnemers stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise, die met het gezin integraal kijken wat nodig is (vraagverheldering en Triage) en lichte jeugdhulp zoveel mogelijk zelf leveren. Zo nodig, wordt er aanvullende (specialistische) expertise bijgehaald. Voor hulpvragen van ouders op andere leefgebieden dan opvoeden en opgroeien of bij Meervoudig Complexe gezinsproblematiek wordt gemeentelijke expertise erbij gehaald. Voor expertise op het gebied van jeugd- en opvoedproblematiek blijf de Opdrachtnemer verantwoordelijk.
Taakgerichte uitvoering biedt ruimte voor professionals De hoge werkdruk, een groot verloop en een hoog verzuim in de jeugdsector vormen een bedreiging voor de kwaliteit van zorg. In Haaglanden geeft 51% van de professionals aan dat regels, voorwaarden en eisen een negatieve invloed hebben op hun professionele ruimte (bron: PEO-meting 2021). Om zo veel mogelijk ruimte te geven aan jeugdprofessionals om te doen wat nodig is in gezinnen, kiezen we voor onderhavige Opdracht voor een Taakgerichte uitvoering op basis van 7 Dat is nu de vrijtoegankelijke jeugdhulp van de Jeugdteams
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 15/74
Populatiebekostiging van de brede Opdracht. Dit heet Taakgerichte uitvoering. Kern hiervan is dat de Gemeente aan de Opdrachtnemers een (brede) taak toekent voor een vast budget (zie paragraaf 4.7). Bij Populatiebekostiging is het budget gebaseerd op de omvang en kenmerken van een populatie binnen een geografische regio. Bij deze vorm van bekostiging verantwoorden Opdrachtnemers niet meer op het niveau van de cliënt, maar op het niveau van de populatie in een bepaald gebied. Indicatiestelling wordt losgelaten en de zeggenschap over de inzet van hulp ligt bij de Opdrachtnemers. Dit vraagt van Opdrachtnemers dat ze bereid zijn om hun organisatie regelluw in te richten. Ook prikkelt deze vorm van bekostiging Opdrachtnemers om zich te richten op Preventie, innovatie en integrale samenwerking en daarmee de zorg anders te organiseren. De Gemeente hoeft immers niet meer op individueel niveau van de cliënt toestemming te geven voor de zorg die de Opdrachtnemer inzet.
Werken vanuit leidende principes Met leidende principes willen we het handelen van de Gemeente, jeugd- en zorgaanbieders, maatschappelijke instellingen, belanghebbende stakeholders, jeugdigen en opvoeders richten op de ‘bedoeling’, de ambitie waar we het voor doen. Zo creëren we met elkaar een gezamenlijk perspectief van partners in het jeugddomein en aanpalende domeinen. We beogen ermee dat deze principes worden geïntegreerd in onze manier van werken en sturen. Ze geven ons houvast en waarborgen dat we vanuit een gezamenlijk perspectief werken en elkaar kunnen aanspreken als het lastiger gaat. Leidende principes zijn niet statisch. Gaandeweg, samen met bovengenoemde partijen, kunnen deze worden aangescherpt, en kunnen er andere woorden aan worden gegeven om nog beter aan te kunnen sluiten bij de specifieke context van een opgave of Opdrachtnemer. Inhoudelijk worden onze leidende principes ingegeven door de vijf transformatiedoelen van de Jeugdwet8. In het jeugddomein werken we met de volgende principes. Leefwereld centraal De jeugdige en het gezin in het dagelijks leven vormen het uitgangspunt voor de ondersteuning en voor beleidsontwikkeling. Door bij elke casus of vraagstuk het grotere belang voor de jeugdige en het gezin voorop te stellen worden we gestimuleerd onze eigen invalshoek of organisatiebelang los te laten en samen tot een oplossing te komen.
Omdat de vraag van de jeugdige, het gezin vertrekpunt is, kunnen de oplossingen divers zijn. Dit betekent in onze aanpak dat het perspectief van jeugdigen, gezinnen en de inhoud van de casus leidend is en niet het systeem (ofwel de bureaucratie). Doen wat nodig is, op maat Doen wat nodig is, vraagt (waar mogelijk) kijken naar talenten en mogelijkheden van jeugdigen, opvoeders en hun netwerk. Daarbij hoort ook creatief kijken naar mogelijkheden van informele hulp, voorliggende voorzieningen en het kunnen organiseren van een slim samenspel tussen verschillende partners zoals het onderwijs of huisartsen. Doen wat nodig is kan worden aangevuld met maatwerk in de ondersteuning. Hieronder valt ook kritisch kijken welk probleem in het gezin als eerst moet worden aangepakt wil de ondersteuning effectief zijn. Zo kan het oppakken van een (voorliggend) bestaanszekerheidsvraagstuk effectiever zijn dan het bieden van opvoedondersteuning in een gezin 9. Naast goed kijken wat er nodig is, is het ook belangrijk om te weten wanneer ‘goed, goed genoeg’ is. Een praktijkvoorbeeld van ‘doen wat nodig is’, is het betalen van de huurachterstand van een gezin om huisuitzetting én uithuisplaatsing van drie kinderen (waaronder één pleegkind) te voorkomen. Om dit 8 De transformatiedoelen van de Jeugdwet (2015): 1/ meer Preventie, eigen verantwoordelijkheid, eigen kracht en sociale
netwerken gezinnen benutten 2/ Jeugdigen doen naar vermogen mee: normaliseren, ontzorgen, onnodig medicaliseren 3/ sneller jeugdhulp op maat, dichtbij huis, verminderen beroep op gespecialiseerde zorg 4/betere samenwerking rond gezinnen, ontschotting van budgetten 5/ meer ruimte voor professionals, regeldruk terugdringen. 9 Een beproefde methode om te doen wat nodig is, is de Doorbraakmethode van het Instituut voor Publieke Waarden. Ook Den Haag hanteert deze methode in het Doorbraaklab.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 16/74
te realiseren neemt de jeugdprofessional regie en werkt actief samen met woningbouw, schuldhulpverlening, Raad voor de Kinderbescherming, pleegzorgaanbieder en de Gemeente. Ruimte voor professionals Om maatwerk te kunnen leveren aan jeugdigen en gezinnen is ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen essentieel. Dit vraagt van professionals lef, creativiteit en flexibiliteit. We laten het aan de professionals en hun cliënten over om te bepalen wat nodig is. Professionals krijgen de ruimte om zelf besluiten te nemen op basis van inhoudelijke afwegingen. De Gemeente is ‘sparringpartner’, stelt de kaders en creëert randvoorwaarden die de professionals in staat stellen samen tot de beste oplossing voor de jeugdige en het gezin te komen. Uitgaan van mogelijkheden Ouders zijn en blijven primair verantwoordelijk voor het bevorderen van een gezonde ontwikkeling (inclusief talenten en veerkracht) van hun kinderen, passend bij hun leeftijd. Ouders doen daarbij waar mogelijk een beroep op de eigen kracht, persoonlijke en sociale netwerken in de wijk. Niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid dient te worden geproblematiseerd (normaliseren) of voorzien van een label (de-medicaliseren). Het uitgangspunt is dat ouders en jeugdigen veel zelf kunnen en samen met mensen in hun omgeving (familie, buren, vrienden etc.) oplossingen kunnen vinden voor alledaagse problemen.
Mocht (professionele) ondersteuning nodig zijn, dan is herstel van het gewone leven het uitgangspunt. Normaliseren vraagt om een focus op wat wél mogelijk is. Een focus op eigen kracht, gezond verstand en het zoeken naar eenvoudige, duurzame oplossingen. Daarnaast kijken we altijd welke rol het sociale netwerk speelt en hoe dit versterkt kan worden. De jeugdige, het gezin en het dagelijks leven zijn het uitgangspunt. De ondersteuning is een aanvulling op wat de jeugdige en het gezin zelf kunnen, dusdanig dat deze zo min mogelijk afhankelijk worden van professionele ondersteuning. Uiteraard zijn er ook zorgvragen die inzet van professionals blijven vragen en mag normaliseren niet leiden tot het negeren van ernstige signalen. Zo nabij mogelijk Zo nabij mogelijk houdt in dat jeugdigen en gezinnen ondersteuning en zorg zo veel mogelijk in hun eigen leefomgeving vinden en ontvangen. Zo nabij mogelijk betekent ook dat we de Toegang tot jeugdhulp dichtbij en laagdrempelig organiseren. Met Toegang bedoelen we de manier waarop inwoners hun weg vinden naar een vorm van ondersteuning. Zowel bij het scherp krijgen van de vraag als bij de inzet van ondersteuning is het van belang dat de verbinding wordt gelegd tussen de vraag, de te bieden hulp en de omgeving van de jeugdige en het gezin zoals familie, buurt, school en huisarts.
Dit vraagt om een goede positionering van de Toegang in de wijk. Hierbij is het nodig gesprek- en samenwerkingspartner te zijn binnen het netwerk van vertrouwenwekkende partijen voor jeugdigen en ouders zoals scholen, jeugdgezondheidszorg en huisartsen. Door in de wijk gezamenlijk op te trekken en goed zicht te hebben op wat de ander doet, wordt ondersteuning in de wijk steeds toegankelijker. Eenvoud Eenvoud betekent dat de inhoud van de casus leidend is en niet het systeem (de bureaucratie). De Opdrachtnemer werkt vraaggericht, regelluw en registratie en protocollen worden alleen toegepast wanneer dat echt nodig is. Als Gemeente leveren we een actieve bijdrage aan het ‘ont-regelen’ van jeugd- en Gezinsgerichte hulp door te werken met een taakgerichte brede Opdracht aan de Opdrachtnemer, één integraal budget per perceel op basis van Populatiebekostiging en het ontsluiten van gemeentelijke ondersteuning voor leefgebieden, anders dan opvoed- en opgroeivraagstukken. Er zullen zich vast situaties gaan voordoen waarbij het ‘loslaten’ van de systeemwereld een hele opgave is. De duurzame verandering, voor casuïstiek waar professionals niet uitkomen, zit erin dat we op systeemniveau leren welke aanpassingen moeten worden doorgevoerd in werkafspraken, beleid en sturing. Samen bouwen aan een goed, eenvoudig en effectief samenspel vraagt investering van Gemeente én Opdrachtnemer.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 17/74
Partnerschap en co-creatie Goed partnerschap is de basis om het steeds beter te kunnen doen met en voor Haagse gezinnen. Onze opgave in het jeugddomein, het realiseren van onze ambitie is complex, kent onderlinge afhankelijkheid van andere opgaven in het sociale domein en brengt afbreukrisico ’s met zich mee. Een dergelijke opgave aanpakken en ermee verder komen vraagt om eigenaarschap en om lef. Het vraagt om rolvastheid van de Gemeente als Opdrachtgever en van de Opdrachtnemer. Daarnaast is een (langdurige) relatie van Gemeente en Opdrachtnemer, waarin ruimte is om samen lijnen uit te denken vanuit een gedeelde ambitie en leidende principes, van belang. Het gaat daarbij om wederzijds vertrouwen, waarbij we met elkaar in gesprek zijn over onvermijdelijke hobbels. Wat wij van u verwachten • Commitment aan de gedeelde ambitie en de leidende principes. Samen omschrijven zij de maatschappelijke bedoeling die in het werken altijd voorop staat. Een gezamenlijk gedeeld perspectief vormt de basis van ons handelen. Van u vragen we de leidende principes (stapsgewijs) door te vertalen in uw bedrijfsvoering.
Dit betekent een bedrijfsvoering waarbij: ➢ er een hoge mate van flexibiliteit en vermogen is om op ontwikkelingen in de omgeving (op buurtniveau) te anticiperen ➢ professionals gestimuleerd worden om te doen wat nodig is en zich daarbij bewust zijn van schaarste en eindigheid van middelen; ➢ ervaringsdeskundigheid betrokken wordt in de beleid- en uitvoeringspraktijk; ➢ slim wordt nagedacht over hoe om te gaan met de werkelijkheid van een vast budget en de mogelijkheid en flexibiliteit die dit biedt om te doen wat nodig is; ➢ goede prognoses gemaakt worden voor de benutting van het budget. • Motivatie om steeds te willen leren en ontwikkelen. Samen met de Gemeente, gezinnen en partners. We doen dit op basis van goede informatie (zie 3.5). Wat u van ons kan verwachten • Een duurzame relatie en een lange termijn partnerschap. • Wij scheppen met een taakgerichte opdracht aan Opdrachtnemers een randvoorwaarde voor professionals om zich zoveel mogelijk te kunnen richten op de inhoud en te kunnen doen wat nodig is voor gezinnen. • Het ontsluiten van relevante gemeentelijke ondersteuning voor integrale dienstverlening aan gezinnen daar waar ouders problemen hebben op het gebied van inkomen, werk, schulden, huisvesting en gezondheid.
• We bevragen Opdrachtnemers actief op wat zij van de Gemeente nodig hebben, hoe we het als partner goed doen, welke knelpunten zij tegen komen in co-creatie in buurten of waar schotten binnen de Gemeente in de praktijk belemmerend werken. Zo houden Opdrachtnemers ons scherp en kunnen we ons als Opdrachtgever verder ontwikkelen. • Het inrichten van een leer- en ontwikkelproces om met Opdrachtnemers te kunnen sturen op de effectiviteit en de kwaliteit van de dienstverlening.
Volgen, leren en ontwikkelen Taakgericht werken biedt ruimte om te kunnen sturen op de bedoeling: doen we wat nodig is, binnen de daarvoor afgesproken kaders en randvoorwaarden.10 Hiermee komt de focus te liggen op zaken die er écht toe doen. Met elkaar nagaan of we de beweging die we willen maken ook bereiken met elkaar. Hoe we deze sturing op kwaliteit intern gemeentelijk en met Opdrachtnemers invullen is een gezamenlijke uitdaging en vraagt om verdere uitwerking. Dit vereist data en informatie die de transformatiebeweging (inzet op ambitie (paragraaf 3.1) en leidende principes (paragraaf 3.3)) in kaart 10 Zie hiervoor het sturingsmodel Levers of Control van Robert Simons (1995) zoals de gemeente Utrecht dit heeft
uitgewerkt. Dit model biedt goede aanknopingspunten om op kwaliteit te kunnen sturen.
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 18/74
brengt en zicht biedt of we het goede doen voor de jeugdige en de ouders. Een beperkte basisset van kernindicatoren kan al een eerste inzicht geven. In de Dialoogfase willen we met geselecteerde Gegadigden een basisset kernindicatoren vaststellen. Ook vragen we dan aan de Gegadigden hoe zij tijdens de uitvoering van de overeenkomst inzicht kunnen krijgen en geven over deze kernindicatoren. Waar dit inzicht geboden kan worden met bestaande registraties, sluiten we daarbij aan. Later (in de loop van de uitvoeringsfase) kan de basisset met indicatoren, in overleg met Opdrachtnemers, verder ingevuld, en zo nodig verbreed en verdiept worden. Een eerste set van kernindicatoren kan zijn: • Bereik van voorzieningen (hoeveel jeugdigen en ouders maken gebruik van opvoed- en opgroeiondersteuning en/of ondersteuning voor problemen op andere leefgebieden; in- en uitstroom per kwartaal, de reden van beëindiging, de verwijzer voor jeugdhulp). Voor zicht op inen uitstroom willen we het iJW berichtenverkeer blijven gebruiken. • Beschikbaarheid van voorzieningen (wachttijd). • Ervaringen van jeugdigen, ouders, naasten op geaggregeerd niveau (tevredenheid dienstverlening; herstel/behoud van regie op de eigen situatie; mate waarin gezinnen zonder professionele hulp weer verder kunnen).
• Ervaringen van professionals (kunnen doen wat nodig is, maatwerk bieden) • Budget (kunnen Opdrachtnemers binnen het vastgestelde budget doen wat nodig is, worden voorliggende algemene voorzieningen/Sociale basis goed benut, vindt innovatie plaats om binnen het budget te blijven?). • Zicht op de effectiviteit van de geboden jeugdhulp. Voor het krijgen van zicht in deze indicatoren, kan gebruik worden gemaakt van een combinatie van kwantitatieve informatie, kwalitatieve informatie en casuïstiek. Er kan geleerd worden als de beschikbare data intern gemeentelijk en met partners worden vertaald naar informatie. Duiden van data kan plaatsvinden in periodieke gesprekken van de Gemeente (accounthouders) met aanbieders. Duiden van data kan ook plaatsvinden in speciale kenniskringen of leersessies die hiervoor worden opgezet. Doel is met elkaar constateren of we binnen de kaders blijven, of we werken volgens onze leidende principes (transformatiedoelen Jeugdwet) of we toewerken naar onze ambitie en waar we nog kunnen leren of verbeteren. Als Gemeente moeten we ervoor zorgen dat we voor ouders hulp en ondersteuning snel en soepel aanbieden bij die cliënten waarbij de Opdrachtnemer dit noodzakelijk acht. Dat vraagt veel van onze gemeentelijke dienstverlening.
We zullen moeten kijken waar we als Gemeente zelf iets te doen hebben en leren van de ervaringen die we met aanbieders opdoen in gezinsgericht werken. Zo kunnen we onze eigen rol versterken en verbeteren. De Gemeente en de Opdrachtnemers dragen er zorg voor dat voor het gezamenlijk leren een doorlopende leer- en verbetercyclus wordt ingericht. Verschillende perspectieven kunnen hierbij aan tafel zitten: Gemeente, Opdrachtnemer, ervaringsdeskundige met de jeugdhulp (jeugdige, ouder). Afhankelijk van het onderwerp kunnen andere partners worden uitgenodigd. Ondersteuning c.q. uitvoering van een dergelijke leer- en verbetercyclus kan plaatsvinden door kennisinstellingen en/of kennisnetwerken.
Overige kaders en ontwikkelingen Hieronder een aantal kaders en ontwikkelingen die van belang zijn in het kader van het Toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp. Coalitieakkoord Den Haag
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 19/74
Op 16 september 2022 is het Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’ gepresenteerd. Het nieuwe college zet de komende jaren in op het vergroten van bestaanszekerheid en kansengelijkheid voor inwoners. Er worden extra middelen beschikbaar gesteld voor de versteviging van de Haagse Preventieaanpak en voor de investering in het jonge kind. Ook zet het college in op een sterke Sociale basis. Het college wil de instroom in de jeugdhulp terugdringen door een stevige en gebundelde aanpak van kinderarmoede, onderwijsachterstand en problematiek van ouders. Dit sluit goed aan op het gezinsgerichte en Gebiedsgerichte werken dat we met voorliggende Opdracht voor ogen hebben. Hervormingsagenda jeugd Vanaf 2018 is de VNG intensief in gesprek met het rijk over de grote tekorten van gemeenten door de sterk toegenomen uitgaven, met name die voor de jeugdhulp. Uit het onderzoek ‘Stelsel in Groei’ van AEF bleek in december 2020 dat gemeenten in 2019 een tekort kenden van € 1,7 miljard op de uitvoering van de jeugdhulp. Vervolgens is geen overeenstemming tussen het Rijk en de VNG bereikt over de vraag hoe het Rijk daarvoor gemeenten tegemoet gaat komen. Dat bracht gemeenten tot de bijzondere stap van het inzetten van de Commissie van Wijzen, die in de verhoudingen tussen het Rijk en gemeenten zeer ongebruikelijk is.
In het voorjaar van 2021 heeft de ingestelde Commissie van Wijzen vastgesteld dat het Rijk gemeenten moet compenseren voor de feitelijke tekorten vanaf 2022. Daarnaast heeft zij gemeenten en het Rijk opgedragen om een ontwikkelagenda op te stellen om te komen tot betere jeugdhulp en een beheersbaar stelsel. Het financieel besparingspotentieel van deze agenda werd door de commissie op basis van te treffen maatregelen ingeschat op circa € 1 miljard structureel vanaf 2028. De commissie heeft de aanbeveling gedaan bij het opstellen en uitvoeren van de agenda zorgvuldig de opbrengst van de maatregelen te monitoren. Op basis van de monitor moeten gemeenten worden gefinancierd voor de feitelijke uitgaven, mits gemeenten zich daadwerkelijk op een gedegen wijze en conform tijdsplanning hebben ingezet voor de implementatie van de afgesproken maatregelen. Hiermee bevestigde de commissie het wettelijk kader van de gemeentewet die voorschrijft dat het Rijk gemeenten voldoende dient te bekostigen voor taken in medebewind. De uitspraak van de Commissie van Wijzen was vertrekpunt voor het proces om tot de hervormingsagenda jeugd te komen. Vanaf de zomer van 2021 is door het Rijk, de VNG en partners in de zogenoemde vijfhoek hard aan deze agenda gewerkt. De verwachting is dat de hervormingsagenda in het najaar van 2022 wordt vastgesteld.
De aanpak en doelen zoals gesteld in deze agenda sluiten goed aan bij en zijn nadrukkelijk onderdeel van deze Opdracht en zullen gezamenlijk worden uitgewerkt in de Dialoogfase en tijdens de uitvoering van de Opdracht Kamerbrief hervormingen jeugdzorg Op 13 mei 2022 stuurden staatssecretaris Van Ooijen (VWS) en minister Weerwind (Rechtsbescherming) de Tweede Kamer een brief met hun visie op het stelsel van jeugdzorg en hervormingen van het stelsel die volgens de bewindspersonen nodig zijn. Bij de uitwerking van de noodzakelijke hervormingen van de zorg voor jeugd – samen met de partners – hanteert het rijk de volgende leidende principes: • Passende zorg is beschikbaar voor de meest kwetsbare kinderen en jongeren. • Versterken veerkracht van kinderen en gezinnen in hun normale dagelijkse leven. • Minder marktwerking, meer samenwerking en betere inkoop van zorg. • Verbetering kwaliteit en effectiviteit van jeugdzorg. • Jeugdzorg als effectieve samenwerkingspartner. De uitgangspunten van het Haags toekomstperspectief jeugd en gezin zijn in lijn met deze principes. Het Rijk heeft stevige lokale teams voor ogen die gezinsgerichte Triage goed op orde hebben, werken aan het herstel van het gewone leven, gezinsgericht werken en zelf hulpverlenen door goed opgeleide professionals met de juiste expertise, ruimte en mandaat en voldoende tijd om te leren en reflecteren.
Inzet is de deskundigheid in de Toegang te versterken. Het Rijk ondersteunt dit door, in samenhang met de hervormingsagenda, bestuurlijk een stevig kader neer te leggen voor doorontwikkeling van de
Selectieleidraad
Doorontwikkeling Jeugd- en Gezinshulp Den Haag 20/74
bestaande (veelal) indicatiestellende teams naar ‘stevige lokale teams 2.0’ die zelf hulpverlenen. De komende maanden werkt het Rijk samen met de partners een businesscase ‘stevige lokale teams’ uit. Streven is in het najaar van 2022 het nieuwe bestuurlijke kader lokale teams gereed te hebben. Kinderen en jongeren met complexe problemen of problemen die Specialistische jeugdhulp vereisen en bijvoorbeeld jongeren met een levenslange en levensbrede beperking/aandoening worden te vaak van het kastje naar de muur gestuurd, komen te vaak op wachtlijsten terecht of ontvangen niet de zorg die ze nodig hebben. Dit komt bijvoorbeeld doordat onvoldoende juiste zorg voor hen is ingekocht of omdat partijen onvoldoende met elkaar samenwerken om tot een goede oplossing voor hen te komen. Het is de prioriteit van het Rijk om hierin verbeteringen aan te brengen. Zorg die regionaal of landelijk slechts voor een aantal kinderen nodig is zou niet door individuele gemeenten opgepakt hoeven te worden, maar op de schaal waar deze zo simpel en effectief mogelijk georganiseerd kan worden. Daarom gaat het Rijk de regionale inkoop van specialistische zorg verplichten en werkt het Rijk toe naar sterke regio’s van een zekere omvang waar deze inkoop goed georganiseerd wordt. Specifieke vormen van hoogspecialistische zorg worden op landelijk niveau georganiseerd.
In een AMvB zal worden vastgelegd welke vormen van jeugdhulp als schaarse jeugdhulpfunctie worden beschouwd en daarmee (boven)regionaal dan wel landelijk ingekocht dienen te worden. Deze AMvB is daarmee dus ook bepalend voor de uiteindelijke scope van voorliggende Opdracht. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Op 30 maart 2021 is het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming naar de Tweede Kamer gestuurd. Het toekomstscenario biedt perspectief hoe de jeugdbeschermingsketen er in de toekomst slimmer en effectiever uit kan zien waarbij het belang van kind en gezin centraal staat. Een kwartiermaker heeft het toekomstscenario in samenwerking met de betrokken partijen opgesteld, in opdracht van de ministeries van VWS en J&V en de VNG. De kind- en gezinsbescherming zijn daarbij onderdeel van een brede en gezinsgerichte aanpak. De basisprincipes van het toekomstscenario zijn gezinsgericht, rechtsbeschermend, transparant, eenvoudig en lerend. Belangrijk uitgangspunt is dat er voor kind en gezin één vast gezicht is. Rondom het kind is er een Lokaal Team met een vaste contactpersoon. Deze werkt nauw samen met een Regionaal Veiligheidsteam waarin functies van de Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming zijn samengebracht.