RIS313425 Bijlage 2
Tekst van het document
Bijlage 2 Eindevaluatie Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen (WODC, Bruning et al. 2022) In het onderzoeksrapport wordt verslag gedaan van de eindevaluatie van de Wet Herziening Kinderbeschermingsmaatregelen die op 1 januari 2015 in werking is getreden. Hoofddoel van de wet: Komen tot effectievere en efficiëntere jeugdbescherming. Concreet: Dat tijdig de juiste kinderbeschermingsmaatregel wordt getroffen en dat daarbij het belang van het kind voorop staat. Om dat te bereiken is in de Wet het volgende gedaan: De ondertoezichtstelling (OTS) is op belangrijke punten aangepast; • De maatregelen van ontheffing van/ontzetting uit het gezag zijn samengevoegd tot één nieuwe maatregel: de gezagsbeëindiging; • De rechtsgronden voor de OTS en van gezagsbeëindiging zijn aangepast tot een kindgerichte formulering. Hierdoor is het eenvoudiger kiezen voor de maatregel die het meest aansluit bij de omstandigheden waarin het kind zich bevindt. In deze eindevaluatie staan drie vragen centraal: 1. Zijn de doelstellingen van de wet behaald? 2. Hoe verloopt de uitvoering van deze wet: zijn er nog knel- of aandachtspunten? 3. Sluit deze wet aan bij de Jeugdwet en ontwikkelingen ten aanzien van de toepassing daarvan? Conclusies van de onderzoekers 1.
Belangrijkste wetswijziging (de aanvaardbare termijn) is moeilijk uitvoerbaar • In de praktijk zijn er onduidelijkheden over de nieuwe rechtsgronden voor de maatregel van OTS en gezagsbeëindiging. Belangrijkste wijziging was de invoering van de aanvaardbare termijn die de grens tussen een OTS (gezagsbeperking) en een gezagsbeëindiging bepaalt. Als de ouders binnen een voor het kind aanvaardbare termijn de verzorging weer op zich nemen, dan is een OTS de juiste maatregel. Is deze verwachting er niet, dan moet overgegaan worden naar gezagsbeëindiging. Het invullen van de aanvaardbare termijn blijkt echter niet makkelijk, ook zijn er veel onduidelijkheden hierover in de praktijk. • Rechters gaan ook steeds terughoudender om met gezagsbeëindiging. Zij passen de rechtsgrond anders toe dan was bedoeld. • In veel situaties waarin kinderen al jaren niet meer thuis wonen, wordt er juridisch gezien aan de rechtsgrond voor gezagsbeëindiging voldaan, maar vinden rechters deze maatregel te ingrijpend. • Dat heeft te maken met de grote problemen binnen het jeugdbeschermingsstelsel: ouders en jongeren ontvangen regelmatig geen adequate hulp, of er is onvoldoende geprobeerd een kind weer thuis te plaatsen.
• Het gebrek aan stabiele opvoedplekken (pleeggezinnen) leidt tot dilemma’s bij beslissingen over gezagsbeëindiging: is het wenselijk het gezag van ouders te beëindigen als het kind geen duurzame, gezinsvervangende opvoedplek heeft? 2. Rechtsbescherming van ouders schiet te kort • De rechtsbescherming van ouders en kinderen schiet op verschillende onderdelen tekort. • Bijvoorbeeld: De uitvoering van een voogdijmaatregel na gezagsbeëindiging. Ouders en jeugdigen kunnen niet bij de rechter terecht als zij het niet eens zijn met de uitvoering van een voogdijmaatregel door een gecertificeerde instelling. 3. Regeling OTS is ingewikkeld en niet transparant • De regeling van de OTS is ingewikkeld voor alle betrokkenen en niet alle juridische mogelijkheden worden in de praktijk voldoende gebruikt. Jeugdbeschermers weten niet altijd precies welke bevoegdheden ze hebben en wanneer ze aan de kinderrechter toestemming moeten vragen. • Er wordt nauwelijks een familiegroepsplan ingezet bij de start van een OTS. • De geschillenregeling wordt maar weinig gebruikt. • Het doel om de OTS transparanter te maken, is niet bereikt.
4. Ingewikkelder stelsel • De wet heeft tot een ingewikkelder jeugdbeschermingsstelsel geleid. Dit zorgt voor trage procedures. • De Raad voor de Kinderbescherming heeft op verschillende momenten de taak om beslissingen van de gecertificeerde instelling te toetsen, terwijl voor andere beslissingen de kinderrechter beslissingen van de gecertificeerde instelling toetst. • Het is door wachtlijsten en tekorten in de (uitvoering van) de hulpverlening en te weinig jeugdbeschermers vaak niet haalbaar om binnen de voor het kind aanvaardbare termijn met voldoende hulp te starten. • Daarnaast kan het ook lang duren, voordat een kinderbeschermingsmaatregel door de rechter wordt uitgesproken. • Conclusie: De wet kan, volgens de onderzoekers, pas uitgevoerd worden zoals bedoeld, als de problemen in de uitvoering worden opgelost. Aanbevelingen van de onderzoekers • Op het niveau van de uitvoering: Is zo snel mogelijk actie gewenst om de wachtlijsten en tekorten aan jeugdhulp op te lossen. Dient er voor voldoende jeugdbeschermers gezorgd te worden, die de maatregelen kunnen uitvoeren. • Daarnaast zijn wettelijke aanpassingen nodig: Ter verbetering van rechtsbescherming dient toetsing van de uitvoering van een voogdij-maatregel mogelijk gemaakt te worden. Bij uithuisplaatsing zouden ouders en kinderen standaard een advocaat moeten krijgen.
Het perspectiefbesluit moet standaard door de rechter worden getoetst, in plaats van achteraf als het besluit al door de GI genomen is. De rechtsgrond voor uithuisplaatsing moet worden aangescherpt. Na een uithuisplaatsing zou een omgangsplan moeten worden opgesteld.