RIS313422 Brief uitkomsten rekenkameronderzoek Lokaal Initiatievenfonds Schone Energie (LISE)
Tekst van het document
Het college heeft in 2021 advies gevraagd aan een advocatenkantoor over deze subsidie.112 De concrete vraag was te bevestigen dat 'het mogelijk is om de beoogde leningvorm op een solide juridische basis vorm te geven'.113 In het advies komt het hierboven aangehaalde punt van het ‘inhoudelijk vereiste’ aan de orde. Het advies geeft daarbij aan: 'de subsidiegelden [van de gemeente] zullen dus - naar wij aannamen - geoormerkt zijn, in die zin dat de stichting [HEID] niet vrij zal zijn in de besteding daarvan, maar gebonden is aan het verstrekken daarvan aan de fondsmanager'. Het advocatenkantoor oordeelde dat een definitief standpunt nog niet ingenomen kon worden, omdat er op het moment van opstellen van het advies nog geen subsidiebeschikking was voor de aanvraag van
108
RIS296844, commissiebrief ‘Relatie tussen de gemeente Den Haag en de stichting Holdingfonds Economische Investeringen Den Haag’, college van Burgemeester en Wethouders, 24 april 2017, p. 3. 109
Uitspraak 201304908/1/A2 Raad van State, 17 september 2014, onder punt 5.1: hier wordt beschreven dat een privaatrechtelijke rechtspersoon aangemerkt moet worden als bestuursorgaan wanneer middelen die deze rechtspersoon verstrekt afkomstig zijn van een formeel bestuursorgaan (hier de gemeente) en dit bestuursorgaan de inhoudelijke criteria bepaald voor het verstrekken van de middelen (ook wanneer dit bestuursorgaan geen zeggenschap heef over individuele beslissingen); Uit de Algemene wet bestuursrecht, art. 4:21 volgt vervolgens dat een verstrekking van middelen door een bestuursorgaan met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor geleverde goederen en diensten, gezien moet worden als subsidie. 110
Beschikking op uw subsidieaanvraag voor het project 'subsidie Ontwikkelfonds Lokale Initiatieven voor Schone Energie 2021', college van Burgemeester en Wethouders , 11 januari 2022. 111
Zie de toelichting hieronder bij 'Gemeente bepaalt dat HEID de subsidie alleen mag gebruiken voor LISE'.
112
RIS310091, bijlage 3 Advies ten aanzien van opzet en inrichting Wijkinitiatievenfonds, Kennedy van der Laan, 21 januari 2021. 113
RIS310091, bijlage 3 Advies ten aanzien van opzet en inrichting Wijkinitiatievenfonds, Kennedy van der Laan, 21 januari 2021, p. 1.
19
HEID bij de gemeente. Het advies geeft verder aan dat mocht sprake zijn van een subsidie, hiervoor op grond van de Awb (art. 4:23) een wettelijke grondslag vereist is.114 De rekenkamer constateert dat deze in dit geval ontbreekt. Er is door de gemeente niet een definitieve uitspraak van genoemd advocatenkantoor gevraagd, nadat de beschikking wel beschikbaar was gekomen. De rekenkamer heeft voor dit onderzoek de beschikking voor de subsidie aan HEID waar hierboven naar wordt verwezen in kunnen zien.115 Daarin is als doelstelling opgenomen het 'uitvoeren van beleidsdoelen van de gemeente' en wordt aangegeven dat de subsidie wordt verstrekt voor het project 'subsidie Ontwikkelfonds Lokale Initiatieven voor Schone Energie 2021'. Daarmee bepaalt de gemeente dat de subsidie aan HEID bedoeld is voor LISE. Wanneer we naar de aanvraag van HEID voor deze subsidie kijken, dan zien we dat hierin ook expliciet is aangegeven dat het geld bedoeld is als fondsvermogen voor LISE.116
114
RIS310091, bijlage 3 Advies ten aanzien van opzet en inrichting Wijkinitiatievenfonds, Kennedy van der Laan, 21 januari 2021, p. 4. 115
Beschikking op uw subsidieaanvraag voor het project 'subsidie Ontwikkelfonds Lokale Initiatieven voor Schone Energie 2021', college van Burgemeester en Wethouders, 11 januari 2022. 116
RIS30091, commissiebrief, bijlage 1 ‘Subsidieaanvraag Ontwikkelfonds 'Lokale initiatieven voor Schone Energie' (LISE)’, Stichting HEID, 22 juli 2021, p. 2: 'HEID zal het te verkrijgen fondskapitaal […] op basis van een leningovereenkomst beschikbaar stellen aan de fondsmanager'.
20
Bijlage 2: reactie college van burgemeester en wethouders. Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
DSO/10343725 Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag
Contactpersoon
Ton Overmeire Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
Wonen Telefoonnummer
14070 E-mailadres Datum
ton.overmeire@denhaag.nl
5 juli 2022 Onderwerp
Bestuurlijke reactie kort Rekenkameronderzoek LISE revolverend fonds
Geachte heer Twisk, Met dank en waardering voor het korte onderzoek naar de opzet van de pilot van het revolverende “Lokaal Initiatieven Fonds voor Schone Energie” (LISE) voldoen wij graag aan uw verzoek om een bestuurlijke reactie Op 15 september 2020 heeft de Rekenkamer aan de gemeenteraad een handreiking revolverende fondsen aangeboden. Ter illustratie werd in deze handreiking het uitwerkingsbesluit om een “ontwikkelfonds wijkinitiatieven” te starten gebruikt. Het is daarom dus logisch en goed dat de Rekenkamer de uitwerking naar de pilotfase van dit fonds vanuit die handreiking onderzocht heeft. Het werken met revolverende private investeringsfondsen zoals het LISE fonds is een relatief nieuw instrument dat in Den Haag in 2012 is gestart als een JESSICA (Joint European Support for Sustainable Investment in City Areas) initiatief (RIS 247398 en RIS 250774). Het is daarom goed om hierbij te blijven leren hoe we goed en zorgvuldig met revolverende fondsen kunnen werken en het onderzoek is dus een welkome aanvulling op het pilotkarakter van het LISE Fonds. De resultaten en aanbevelingen van het Rekenkameronderzoek zal het college dan ook meenemen in de eventuele uitwerking van het voorstel voor definitieve oprichting van LISE.
Reactie op de aanbevelingen Het college kan zich volledig vinden in aanbevelingen 1 en 2 en onderschrijft de meerwaarde van het voldoende en vooral ook in de besluitvorming meer zichtbaar overwegen van de aandachtspunten die de Rekenkamer heeft opgenomen in haar handreiking. Het college benadrukt daarbij dat LISE momenteel een pilotkarakter heeft waarbij nog geen sprake is van eerdere vergelijkbare voorbeelden. De pilotfase moet juist bijdragen aan het verkrijgen van de informatie die het college in staat stelt transparant en volledig te communiceren over de “kernvraagstukken” zoals de behoefte bij de doelgroep, de exit-strategie, cofinancieringsmogelijkheden vanuit de EU en ook de marktconformiteit van de inzet van een fondsmanager. Bij de aanbieding van het definitieve voorstel voor de oprichting van LISE (de fase na de pilot) zal het college expliciet de voor- en nadelen van de uitvoeringsvarianten en de positionering onder Stichting HEID uitwerken, inclusief de bijbehorende vraagpunten vanuit bestuursrechtelijke optiek, zoals genoemd onder aanbeveling 2. Het college is van mening dat het in de huidige constructie, net als de mogelijkheid op sturing op de inhoud, wel degelijk grip heeft op de baten en lasten van het fonds en dat informatievoorziening daarover volledig naar behoefte van college en
21
Raad en conform de afspraken daarover is ingevuld. Stichting HEID rapporteert hiertoe jaarlijks conform de gemaakte afspraken. Op aanbevelingen 3, 4 en 5 wil het college de volgende opmerkingen maken. Het college neemt de aanbestedingswetgeving in acht. De principes die ten grondslag liggen aan de aanbestedingswetgeving, non-discriminatie, gelijke behandeling, transparantie en proportionaliteit worden daarbij toegepast in lijn met de omvang en de uniciteit van te verstrekken opdrachten. Gezien het feit dat er over de operationele fase van het LISE geen vergelijkbare marktinformatie beschikbaar is en er naar het oordeel van het college in een pilotfase belangrijke marktinformatie verzameld kan worden heeft het college gekozen voor het verstrekken van een subsidie voor de pilotfase. Het college heeft op grond van de aanvraag een subsidie toegekend van € 92.051 (inclusief btw). Deze subsidie gaat voor € 30.250 (excl. btw) naar het Groenfonds ten behoeve van dekking van de kosten van de aanvrager en voor € 47.795 (excl. btw) naar samenwerkingspartner EnergieSamen. Normaal gesproken wordt voor een revolverend fonds een beheerpercentage afgesproken, maar gelet op de onbekendheid met dit type investeringen konden beide partijen alleen een aanbod op basis van werkelijke kosten overleggen.
Daarbij gaat het bij revolverende fondsen niet om het verlenen van diensten aan de gemeente als bestuursorgaan, maar worden deze diensten verleend aan het fonds (geen bestuursorgaan) en aan de maatschappij. Het college kan zich dus niet vinden in de conclusie van de Rekenkamer onder aanbeveling 5.c ("dat de subsidie van de gemeente aan LISE voor de beheers- en managementkosten is niet in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving"). Met betrekking tot aanbevelingen 4 en 5 merkt het college op dat het feit dat HEID fondsvermogen verstrekt aan fondsbeheerders op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten niet per definitie betekent dat sprake is van juridische kwetsbaarheden. Voor het aangaan van elke overeenkomst wordt door Stichting HEID juridisch passend advies ingewonnen. De investeringen blijven gedurende de looptijd van de subsidiebeschikking van de gemeente aan Stichting HEID via de subsidievoorwaarden en finale subsidieafrekening zichtbaar en controleerbaar voor de gemeente op basis van de Algemene wet bestuursrecht en zijn daarnaast via de paragraaf verbonden partijen altijd in beeld, ook na afloop van de subsidieperiode.
Het college beaamt dat in de uitwerking van de besluitvorming duidelijk de afweging opgenomen moet worden waarom voor een bepaalde uitvoeringsvariant wordt gekozen, welke eventuele (juridische) risico's daarbij een rol spelen en hoe het college deze weegt bij het besluit. De variant van investeren via Stichting HEID maakt het mogelijk om gemeentelijke middelen te koppelen met andere nationale middelen en met Europese middelen. Afhankelijk van de constructie waarin fondsen worden vormgegeven kan HEID kiezen voor de meest effectieve vorm, danwel kan worden besloten om deel te nemen aan enig aangeboden vorm (zoals participeren in een B.V.). De flexibiliteit die via stichting HEID kan worden benut is daarmee waardevol. En via de investeringsstrategie van de onderliggende fondsen van HEID en het statutaire instemmingsrecht van het college bij nieuwe fondsstortingen van HEID, ook voor gerevolveerde middelen, blijft de gemeente in control op de middelen. Dit betekent niet dat een fondsinvestering niet 'on balance' van de gemeente kan worden gedaan. Als er een voorkeur is om dat wel te doen dan kiest het college voor een variant zonder Stichting HEID.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Kavita Parbhudayal
22