CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313331 bijlage 1

Gemeenteraad 19 januari 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Reactie college inzake eindrapport Jeugdombudsman leerlingenvervoer (RIS313331)11.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Klankbordgroep bestaat uit opvoeders van leerlingen die gebruik maken van leerlingenvervoer, schoolbesturen van scholen voor speciaal onderwijs, de coördinator van het vervoersbedrijf en ambtenaren van de gemeente. De Klankbordgroep komt in beginsel twee keer per jaar bij elkaar. Opvoeders: Met opvoeders wordt in dit rapport bedoeld: ouders, voogden of verzorgers van de leerling.

22

Samenwerkingsverband passend onderwijs Samenwerking tussen scholen in de regio, dat beslist of leerling toelaatbaar is tot het speciaal onderwijs. Toelaatbaarheidsverklaring: Een verklaring van het Samenwerkingsverband, nodig om toegelaten te worden op het speciaal onderwijs.

23

BIJLAGE 2

TOETSINGSKADER JEUGDOMBUDSMAN

De formele positie van de jeugdombudsman is vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht en in de Gemeentewet17. De jeugdombudsman heeft tot primaire taak klachtbehandeling. Jongeren, hun opvoeders en professionals kunnen bij de jeugdombudsman terecht als zij bij de gemeente vastlopen met vragen of klachten over jeugd(hulp) en onderwijs. De jeugdombudsman kan op verzoek, dan wel op eigen initiatief, besluiten om onderzoek te doen naar deze klachten. Daarnaast heeft de jeugdombudsman tot taak om knelpunten te signaleren die kinderen en jongeren in Den Haag belemmeren in hun ontwikkeling. Op dit punt geeft de jeugdombudsman ambtenaren en bestuurders gevraagd en ongevraagd advies. Ook denkt de jeugdombudsman kritisch, onafhankelijk en onpartijdig mee hoe het anders kan zodat knelpunten kunnen worden opgelost. Behoorlijkheidsnormen De jeugdombudsman kijkt naar de besluitvorming en uitvoering van het leerlingenvervoer vanuit het perspectief van de behoorlijkheid. Als leidraad gelden hiervoor de behoorlijkheidsvereisten uit de Behoorlijkheidswijzer. Deze behoorlijkheidsvereisten vormen in zekere zin een gedragscode voor de overheid. In dit onderzoek toetst de jeugdombudsman het handelen van de gemeente aan de vereisten van een actieve en adequate informatieverstrekking, maatwerk, heldere communicatie (transparantie), samenwerking en het respecteren van grondrechten 18.

Hiermee wordt bedoeld: Actieve en adequate informatieverstrekking De gemeente zorgt ervoor dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt, volledig en duidelijk is. Zij verstrekt niet alleen informatie als de burger erom vraagt, maar ook uit zichzelf. Maatwerk De gemeente is bereid om in voorkomende gevallen af te wijken van algemeen beleid of voorschriften als dat nodig is om onbedoelde of ongewenste consequenties te voorkomen. Toelichting: De gemeente neemt wet- en regelgeving als uitgangspunt, maar houdt steeds ook voor specifieke omstandigheden, waar de burger in terecht kan komen. Ook in haar feitelijke handelen zoekt de overheid steeds naar maatregelen en oplossingen die passen bij de specifieke omstandigheden van de individuele burger. Heldere communicatie (transparantie) De gemeente is in haar handelen open en voorspelbaar, zodat het voor de burger duidelijk is waarom de gemeente bepaalde dingen doet. Toelichting: Transparantie vereist van de gemeente een open houding. De gemeente zorgt ervoor dat burgers inzicht kunnen hebben in de procedures die tot beslissingen leiden en het hoe en waarom ervan. De overheid zorgt dat haar handelingen getoetst kunnen worden. Samenwerking De gemeente werkt op eigen initiatief in het belang van de burger met andere (overheids-)instanties samen en stuurt de burger niet van het kastje naar de muur.

Toelichting: Een gemeente verschuilt zich niet achter een beperkte taakstelling, maar neemt steeds zelf het initiatief om samen te werken met andere instanties. De gemeente biedt de overheid één loket voor zijn vraag of probleem.

17 Terug te vinden op: www.ombudsman-denhaag.nl. 18 Zie bijlage 4.

24

Respecteren van grondrechten De gemeente respecteert de grondrechten van haar inwoners. Toelichting: Grondrechten zijn neergelegd in de Grondwet en in verdragen zoals het Kinderrechtenverdrag en EVRM. Van de gemeente mag worden verwacht dat zij deze grondrechten respecteert. Kinderrechtenverdrag Bij de toetsing aan deze behoorlijkheidsnormen neemt de jeugdombudsman het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt. Dit Kinderrechtenverdrag gaat over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Het Kinderrechtenverdrag is ook van toepassing op leerlingenvervoer. Nederland bekrachtigde het Kinderrechtenverdrag op 8 maart 1995. Sindsdien is het verplicht het verdrag na te leven, ook voor gemeenten. Het kinderrechtenverdrag geeft belangrijke uitgangspunten en verplichtingen mee. Alles om ervoor te zorgen dat kinderen veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. In dit rapport zijn de volgende kinderrechten relevant: Artikel 3 IVKR: het belang van het kind: Als de gemeente een beslissing neemt over een kind, moet de gemeente op grond van het Kinderrechtenverdrag eerst goed kijken wat in het belang is van dat kind. Om te achterhalen wat in het belang is van het kind moet de gemeente informatie verzamelen over het kind en zijn (thuis)situatie. Daarna bekijkt de gemeente of er ook andere belangen zijn, zoals bijvoorbeeld financiële of organisatorische belangen.

De belangen van het kind moeten worden afgewogen tegen de andere belangen, voordat een definitieve beslissing genomen wordt. Tot slot zal het besluit moeten worden teruggekoppeld aan het kind of diens opvoeders met daarbij informatie of en zo ja wat er tegen het besluit gedaan kan worden. Artikel 28 IVKR: recht op onderwijs: Het recht op onderwijs geldt voor elk kind. Dat betekent dat basisonderwijs voor ieder kind gratis beschikbaar moet zijn. De gemeente moet er bovendien voor zorgen dat het onderwijs toegankelijk is voor ieder kind. Uiteraard in overeenstemming met zijn of haar leerniveau. Dat geldt ook voor kinderen met een handicap, dyslexie of gedragsproblemen. Vroegtijdige schooluitval moet voorkomen worden.

25

BIJLAGE 3

WET EN REGELGEVING

Verordening Leerlingenvervoer gemeente Den Haag (2014) Opvoeders wiens kind(eren) niet zonder begeleiding naar school kunnen reizen, kunnen een aanvraag indienen voor aangepast leerlingenvervoer. De beoordeling deze aanvragen is gebaseerd op de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Den Haag 2014. Leerlingen komen in aanmerking voor leerlingenvervoer indien 19: 1. De leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; 2. Aanspraak bestaat op bekostiging en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; 3. Aanspraak bestaat op bekostiging en door de opvoeders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of 4. De leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding –van openbaar vervoer gebruik te maken.

Maatwerk Voor aangepast vervoer voorziet de Verordening in een tweetal bepalingen (“open normen”) om ten gunste van de aanvrager maatwerk te kunnen leveren. Zo kan het college aangepast vervoer toekennen als begeleiding van een leerling door de opvoeder of anderen onmogelijk is dan wel tot “ernstige benadeling van het gezin zal leiden” en een andere oplossing niet mogelijk is. Of, als de leerling door een ”structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap” niet in staat is (onder begeleiding) gebruik te maken van openbaar vervoer 20. Is hiervan sprake dan kan de gemeente de aanvraag voor aangepast vervoer (rechtstreeks) toekennen. In de volgende situaties kent de gemeente aangepast leerlingenvervoer toe wegens ernstige benadeling van het gezin21: 1. De ouder is alleenstaand en met OV 45 minuten onderweg naar school én er is geen nadere oplossing (bijv. eigen auto); 2. De ouder(s) kan (kunnen) om medische redenen het kind niet naar school begeleiden én er is geen andere oplossing (bijv. een derde die voor de begeleiding kan zorgen); 3. De alleenstaande ouder moet meerdere kinderen uit het gezin naar verschillende scholen begeleiden; 4. De alleenstaande ouder moet ook voor jongere kinderen zorgen en kan deze niet meenemen; 5.

Door de aard van het werk van de alleenstaande ouder kunnen geen afspraken gemaakt worden over werktijden zodat de ouder het kind zelf kan halen en brengen; 6. De alleenstaande ouder heeft inburgeringsverplichtingen waardoor hij/zij niet structureel het kind kan begeleiden.

19 Artikel 12 en 18 van de Verordening. 20 Artikelen 12 en 18, lid 1 onder c en d. 21 Dit is het beleid dat de gemeente hanteert bij toepassing van artikel 12 en 18 van de Verordening.

26

Vangnetregelingen In individuele gevallen, waarin de Verordening niet rechtstreeks voorziet, kan de gemeente ten gunste van de aanvrager van de Verordening afwijken om maatwerk te kunnen leveren. Hiervoor zijn een tweetal vangnetregelingen opgenomen in de Verordening. In gevallen waarin de verordening niet voorziet, beslist het college 22. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in gevallen waarin een voorziening op maat, zoals individueel taxivervoer 23, nodig is, voor kinderen die vanwege hun specifieke situatie niet met het door de gemeente geregelde aangepaste groepsvervoer (de taxibus) mee kunnen. Verder kent de verordening een hardheidsclausule waardoor in “bijzondere gevallen” in het voordeel van opvoeders van de bepalingen van de verordening kan worden afgeweken24.

22 Artikel 22. 23 Zie hiervoor o.a. de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 april 2019, zaaknummer 18/1419. 24 Artikel 23.

27

BIJLAGE 4

GEVOERDE GESPREKKEN en GEMAAKTE AFSPRAKEN

Gesprek met schoolmaatschappelijk werkers. Tijdens dit gesprek zijn de binnengekomen signalen met elkaar besproken en verhelderd. Vanuit hier zijn de vervolgstappen besproken en is besloten om allereerst een gesprek met opvoeders te organiseren. Gesprekken met opvoeders. Tijdens deze gesprekken hebben de opvoeders de ruimte gekregen om hun verhaal te doen en hun zorgen te uiten. Er zijn twee rondetafelgesprekken georganiseerd waarbij er in totaal met negen opvoeders is gesproken. Bij deze gesprekken was telkens ook één schoolmaatschappelijk werker aanwezig ter ondersteuning. In deze gesprekken kwam naar voren dat de wens van de opvoeders/verzorgers was om zelf met de gemeente in gesprek te gaan. Gesprekken met medewerkers van de gemeente Den Haag. In deze gesprekken zijn de signalen met medewerkers van de afdeling leerlingenvervoer van de gemeente besproken. De verhalen en ervaringen van de schoolmaatschappelijk werkers en de opvoeders zijn gedeeld en de gemeente heeft de ruimte gekregen om haar kant van het verhaal toe te lichten en de procedure rondom de aanvraag van leerlingenvervoer uit te leggen. Er zijn in totaal twee gesprekken gevoerd tussen de gemeente en jeugdombudsman.

Naar aanleiding van deze gesprekken is besloten om twee rondetafelgesprekken te organiseren, één tussen schoolmaatschappelijk werkers en gemeente en één tussen opvoeders en medewerkers van de gemeente. Rondetafelgesprek schoolmaatschappelijk werkers, gemeente en jeugdombudsman. Tijdens dit gesprek hebben de schoolmaatschappelijk werkers de ruimte gekregen om hun ervaringen de delen en om vragen de stellen. De gemeente heeft de ruimte gekregen om hierop te reageren en om haar rol verder toe te lichten. Tijdens dit gesprek zijn er al direct concrete afspraken gemaakt tussen de gemeente en SMW. Rondetafelgesprek opvoeders, gemeente, schoolmaatschappelijk werkers en jeugdombudsman. Tijdens dit gesprek hebben opvoeders/verzorgers hun ervaringen met aangepast vervoer gedeeld en heeft de gemeente de ruimte gehad hierop te reageren. Uit dit gesprek zijn ook concrete afspraken gekomen om individuele problematiek op te lossen. Daarnaast heeft de gemeente de ruimte gekregen om vragen te beantwoorden en haar rol toe te lichten. Tijdens dit gesprek is er één schoolmaatschappelijk werker aanwezig geweest ter ondersteuning voor de opvoeders.

Afspraken Tijdens het onderzoek en gevoerde gesprekken zijn de volgende afspraken gemaakt: • Gemeente en de bij dit onderzoek betrokken schoolmaatschappelijk werker(s) kijken samen naar welke informatie nodig is voor een haalbare aanvraag en succesvol beroep op de hardheidsclausule. • De gemeente gaat op zoek naar opvoeders die mee willen praten over leerlingenvervoer. De gemeente streeft ernaar de ouderbetrokkenheid in de Klankbordgroep Leerlingenvervoer te vergroten. • De gemeente kijkt (opnieuw) naar de inhoud van haar brieven vanuit het uitgangspunt dat deze (ook) begrijpelijk zijn voor de opvoeders. En voor zover zij nog vragen hebben zij de gemeente hiervoor kunnen benaderen. • Schoolmaatschappelijk werkers, kunnen als vertegenwoordiger en ondersteuning van de betrokken gezinnen (met machtiging) meekomen naar de hoorzitting van de bezwarencommissie.

28

• •

De gemeente en school informeren opvoeders over de bezwaarprocedure en over wat hen te wachten staat bij de bezwaarcommissie; De gemeente gaat de door opvoeders genoemde knelpunten over de hoorzittingen bij de bezwaarprocedure nog bespreken met de leden van de bezwarencommissie.

29

BIJLAGE 5

UITGANGSPUNTEN LEERLINGENVERVOER

Op 29 augustus 2019 heeft de Kinderombudsman een rapport uitgebracht over beleid, besluit en uitvoering van het leerlingenvervoer conform het Kinderrechtenverdrag. De Kinderombudsman noemt daarin 10 uitgangspunten: Algemeen 1. De belangen van het kind of de groep kinderen vormen een eerste overweging, bij het opstellen van beleid, bij individuele beslissingen en bij de (aanbesteding van) de uitvoering van het leerlingenvervoer. 2. Financiële en praktische belangen van de gemeente mogen zowel bij het beleid, als de besluitvorming als de (aanbesteding van de) uitvoering alleen vóór gaan als daar zwaarwegende argumenten voor zijn. 3. Betrek kinderen en ouders bij het vormgeven van het beleid, het besluitvormingsproces en de uitvoering. Beleid 4. De Verordening biedt altijd ruimte om in een individuele zaak een belangenafweging te maken en af te wijken van de standaardnorm. 5. De Verordening biedt ook ruimte voor leerlingenvervoer voor andere groepen dan die genoemd worden in de Wet PO, Wet VO en WEC als dat noodzakelijk is om het kind daadwerkelijk toegang te geven tot een passende vorm van onderwijs. Besluitvorming bij individuele aanvraag 6. Bij iedere individuele beslissing op een aanvraag voor leerlingenvervoer wordt een belangenafweging gemaakt. Daarbij worden de belangen van het specifieke kind bepaald en afgewogen tegen andere belangen.

Om de belangen van het kind te bepalen wordt in ieder geval gekeken naar: de mening van het kind; de zorg, bescherming en veiligheid van het kind; de unieke eigenschappen en kwetsbaarheid van het kind; het recht op gezondheid; het recht op onderwijs. 7. Om een goede belangenafweging te kunnen maken, zoals genoemd onder 5, wint de gemeente advies in bij de ouders, de school en andere deskundigen die al betrokken zijn bij het kind. 8. De vorm van het toegewezen leerlingenvervoer voor een kind moet praktisch uitvoerbaar zijn voor zijn/haar ouders. De inzet van ouders moet daarom in samenspraak met de ouders worden bepaald, waarbij de belangen van het kind waarvoor leerlingenvervoer is aangevraagd en de belangen van eventuele andere kinderen in het gezin een eerste overweging zijn. Uitvoering en aanbesteding daarvan 9. Bij de (aanbesteding van de) uitvoering van aangepast vervoer (met een busje of taxi) vraagt de gemeente aan de kinderen die er gebruik van zullen maken, waar zij behoefte aan hebben. 10. De uitvoering gebeurt op een manier die in het belang van de betrokken kinderen is en houdt onder andere – maar niet limitatief – rekening met vraagstukken als: a. Met hoeveel andere kinderen kan een kind samen reizen? b. Welke kinderen kunnen gezien hun zorgvraag samen reizen? c. In hoeverre is er extra begeleiding nodig? d.

In hoeverre kan van de individuele kinderen verwacht worden dat zij een andere opstapplaats hebben dan hun huisadres? e. In hoeverre is het voor het kind belangrijk om na school naar een andere plek gebracht te worden dan waar het werd opgehaald? f. Op welke manier is de continuïteit en deskundigheid van de chauffeur en eventuele begeleider gegarandeerd? g. Welke reistijd is voor het kind redelijkerwijs acceptabel?

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11929183/1