RIS313321 Beantwoording SV Wachtlijsten Wmo
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
7 november 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Arp, luidend: ‘Wachtlijsten Wmo’
OCW/10416479 RIS313321
Het raadslid mevrouw Arp heeft op 1 november 2022 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college het eens met de SP dat mensen met een ernstige psychische aandoening en/of depressie prioriteit hebben bij de aanvraag van een Wmo indicatie? Zo nee, waarom niet?
Ja, het college deelt die opvatting. Daarom zijn de meldingen in het kader van de Wet verplichte ggz (Wggz) ook opgenomen in onze procedure voor het doen van een spoedmelding. 2.
Kan het college toelichten hoe het Wmo-team beoordeelt welke Wmo-melding voorrang krijgt? Welk afwegingskader wordt hierbij toegepast?
Wmo-meldingen worden bij binnenkomst gescreend om naar het juiste team te worden gerouteerd. Bijvoorbeeld naar het Wmo wijkteam, het Daklozenloket of het team Woonspecialisten. De medewerker die de melding screent, beoordeelt o.a. of er sprake is van spoed aan de hand van een aantal criteria:
-
Mensen die worden ontslagen uit ziekenhuis. Afspraken zijn daarover gemaakt met transferverpleegkundigen van Haga en HMC. Melding in het kader van de Wet verplichte ggz. Als de mantelzorger acuut ontlast moet worden (respijtzorg). Als de hulpvrager een zeer korte levensverwachting heeft. Als één of beide ouders/verzorgers uitvallen in een gezin met (jonge) kinderen.
In geval van twijfel bij een spoedmelding, neemt de medewerker uiterlijk de volgende werkdag, contact op met degene die de melding heeft gedaan. Als er sprake is van spoed, wordt de spoedprocedure gestart. De medewerker handelt de spoedmelding binnen 2 werkdagen af en zet indien nodig, de ondersteuning in. Een Wmo-melding kan ook via de klantenservice binnekomen. De klantenservicemedewerker neemt (telefonisch) contact op met het desbetreffende wijkteam en draagt de Wmo-melding warm over aan de medewerker.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk OCW/10416479
3.
Spelen zaken als iemands psychiatrische achtergrond hierin ook een rol? Zo nee, waarom niet?
Ja, een psychiatrische achtergrond kan een rol spelen. Er is niet alleen sprake van spoed wanneer iemand bijvoorbeeld wordt ontslagen uit het ziekenhuis of (revalidatie)instelling. Maar zeker ook wanneer er sprake is van een ernstige psychische aandoening. Overigens blijkt in de praktijk dat bij die problematiek de cliënt vaak al in beeld is bij een zorgaanbieder zoals Parnassia. Ook hebben de Ggzwijkteams rechtstreeks contact met de Wmo-wijkteams. Op casusniveau vinden zij elkaar voor overleg. 4.
Wordt er bijgehouden hoelang het duurt voordat het eerste contactmoment plaatsvindt? Zoja, op welke wijze? Zo nee, zou dit kunnen worden toegevoegd aan de halfjaarrapportage(s) Jeugd en Wmo?
Er wordt niet bijgehouden hoelang het duurt tot het eerste persoonlijke contact, omdat het ICTsysteem het werkproces volgt en het werkproces volgt weer stappen uit de wet. Wij hebben daarom o.a. stuurinformatie over de doorlooptijd tussen het indienen van de melding en het uitbrengen van het advies. Dit is de bekende boxplot-grafiek in de (half)jaarrapportages. Op casusniveau wordt wel in het dossier vastgelegd wanneer en op welke wijze er contact was met de cliënt. Maar omdat dit in een tekstveld wordt bijgehouden waarin ook allerlei andere aantekeningen staan, is het niet mogelijk hieruit geautomatiseerde stuurinformatie te genereren over hoelang het duurt voordat het eerste persoonlijke contactmoment plaatsvindt. 5.
Kan het college aangeven hoe het mogelijk is dat het soms tot wel drie maanden duurt voordat het eerste contact wordt gelegd? Is dit een normale gang van zaken? Zo nee, welke normtijden gelden er van het moment van aanvraag tot het eerste contact moment?
Vanaf augustus, toen de werkvoorraad nog hoog was, is de daling van de werkvoorraad begonnen en deze daling zet zich door. De werkvoorraad bedraagt op dit moment ongeveer 4.100 meldingen. Eind 2022 zal de verwachte werkvoorraad verder dalen naar ongeveer 3000 meldingen. In februari 2023 wordt verwacht dat de werkvoorraad nog verder zal dalen naar ongeveer 1.700 meldingen. Hierbij is er rekening gehouden met de reguliere werkvoorraad en verwerkingstijd. Er zijn 30 nieuwe medewerkers aangenomen die ingezet zullen worden in verschillende wijkteams om de meldingen op te pakken. Nog steeds geldt dat wat met voorrang moet, ook met voorrang wordt behandeld. Daarvoor hebben we de spoedprocedure. Zie ook het antwoord op vraag 2. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2