CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313316 Antwoord op toegezegde vragen Wethouder commissiebehandeling Ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging

Commissie Bestuur 23 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake vaststelling bestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging1.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Robert van Asten Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Strategie en Europa

040

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Bestuur

DSO/10391838 RIS313316 Contactpersoon

Fiorella Busso Sanchez Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Juridische Planvorming en Omgevingsrecht Telefoonnummer Datum

14070

3 oktober 2022

E-mailadres

Fiorella.bussosanchez@denhaag.nl Onderwerp

Antwoord op toegezegde vragen Wethouder tijdens commissiebehandeling Ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Flitsbezorging

Geachte voorzitter, Via deze brief gaan wij in op de tijdens de commissievergadering van 15 september jl. gestelde vragen over flitsbezorging. Meer specifiek zal worden ingegaan op de onderstaande vragen: 1. 2.

3.

4. 5.

Wat zijn de mogelijkheden tot een eventuele uitbreiding van de parapluherziening flitsbezorging? De APV biedt ook mogelijkheden om ter bescherming van de openbare orde en aantasting van de leefbaarheid op te treden. Welke mogelijkheden bestaan er om op grond van de APV op te treden ter bescherming van de openbare orde en aantasting van de leefbaarheid? En kunnen deze mogelijkheden ook worden betrokken bij de parapluherziening? Volgens de Arbeidsinspectie voldoen panden van flitsbezorgers, vanwege de smalle gangen, moeilijk te bereiken producten en de ongeschikte arbeidsmiddelen, niet aan de voorwaarden van een opslaglocatie, kunnen we flitsbezorgers daarom als distributiecentra kwalificeren, en kunnen we nog aanvullende voorwaarden stellen aan deze bedrijfslocaties zodat ze niet geschikt zijn als vestigingslocatie? Hoe gaan we om met flitsbezorgers die de functie supermarkt als dekmantel gebruiken? Wat wordt verstaan onder de afwijkingsregel ‘mits op een planologische wijze kan worden ingepast’ en wat is de planologisch verantwoorde wijze die het college voor zich ziet?

Beantwoording vraag 1: uitbreidingsmogelijkheden In de commissievergadering is er aandacht gevraagd om een uitbreiding middels een vergroting van het plangebied dan wel door de invoering van een parallelle parapluherziening die gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan parapluherziening flitsbezorging kan worden vastgesteld. Met betrekking tot de uitbreiding van het plangebied kan worden geantwoord dat dit vanwege technische redenen niet haalbaar is. Vanaf de ter inzagelegging tot de vaststelling van een ontwerpbestemmingsplan, is de wijziging van een plangebied slechts mogelijk indien het om ruimtelijk ondergeschikte aanpassingen gaat. Daarvan is in het geval van de opname van regels buiten het plangebied geen sprake, omdat dit leidt tot een verruiming van het plangebied, en dan in feite een nieuw bestemmingsplan in procedure wordt gebracht.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10391838

Het aanhangige ontwerpbestemmingsplan zou daarmee komen te vervallen, en daarmee ook de aanhoudingsbescherming, waardoor flitsbezorgers zich weer in de hoofdwinkelstructuur zullen kunnen vestigen. Ten aanzien van de wens om flitsbezorging middels een parallel lopende parapluherziening ook in (woon)gebieden buiten de kernwinkelgebieden uit te sluiten, merkt het college op dat er in de afgelopen jaren nauwelijks tot geen flitsbezorgers zijn bijgekomen in woongebieden. Dit zonder een nieuw ingesteld vestigingsverbod voor woonbestemmingen. Flitsbezorgers zijn overigens door afnemende belangstelling van de consument, momenteel zeer voorzichtig met de uitrol van nieuwe locaties (1 van de 4 flitsbezorgers heeft zijn activiteiten in Nederland inmiddels gestaakt). Als flitsbezorgdiensten nieuwe locaties zoeken dan zijn zij (buiten de hoofdwinkelstructuur, waar vestiging nu dus niet meer mogelijk is) vooral geïnteresseerd in grotere panden tussen 200-600m2 met een passende bestemming. Deze zijn vrijwel alleen te vinden aan de doorgaande wegen en bedrijfsterreinen (hierbij ook de kanttekening dat veel van deze panden in gebruik zijn bij andere functies die hier zijn toegestaan en dat de leegstand en dus de mogelijkheden ook hier beperkt zijn).

Een globale snelle scan van potentiële locaties in woongebieden buiten de hoofdwinkelstructuur bevestigt het beeld dat hier behalve door beperkingen qua bestemming (vaak geen detailhandel toegestaan), ook de gewenste pandgrootte hier vrijwel niet aanwezig is. Daarnaast worden op grond van het detailhandelsbeleid geen nieuwe winkels toegestaan buiten de hoofwinkelstructuur, waardoor het voor flitsbezorgers al praktisch niet mogelijk is om zich op nieuwe locaties solitair in woonwijken te vestigen. Ook is gebleken dat door toepassing van de APV succesvol kan worden opgetreden tegen eventuele overlast van flitsbezorgers (zie ook antwoord 2). Dit alles leidt tot de conclusie dat er geen dwingende redenen bestaan voor een verdergaande verbodstelling van flitsbezorgers in woongebieden via een parallel lopende parapluherziening, aangezien er geen grote druk op de leefomgeving zal ontstaan als een dergelijke regeling uitblijft. In aansluiting op het bovenstaande wordt ook opgemerkt dat het in procedure brengen van een parallelle parapluherziening vanuit een procedureel oogpunt niet realiseerbaar is. De vaststelling van een parapluherziening is een tijdrovend proces die op zijn vroegst binnen een half jaar als ontwerp ter inzage kan worden gelegd, aangezien alle bestaande bestemmingsplannen hiervoor moeten worden geïnventariseerd.

Omdat de Omgevingswet al op zeer korte tijd in werking zal treden, is het niet uitvoerbaar om vóór 1 januari 2023 op grond van de huidige Wet ruimtelijke ordening een nieuwe parapluherziening als ontwerp ter inzage te brengen. Gelet op de nog resterende tijd hiervoor is dit namelijk in praktische zin niet haalbaar. Beantwoording vraag 2: handhavingsmogelijkheden op grond van de APV Met betrekking tot de vraag welke mogelijkheden de APV biedt om handhavend op te treden tegen flitsbezorgers luidt het antwoord dat er op grond van de APV kan worden opgetreden tegen overlast in het kader van: • Op de stoep geparkeerde fietsen of brommers; • Samenscholende flitsbezorgers rondom een Darkstore; • Geluid; • Het (volledig) afplakken van winkelramen. De toepasselijke APV-bepalingen kunnen niet in de parapluherziening flitsbezorging worden opgenomen, omdat de APV-voorschriften bevat die los staan van hetgeen in een bestemmingsplan is vastgelegd. De regels in de APV zijn autonoom en de toetsing en handhaving van die regels is niet afhankelijk van hetgeen in een (toelichting op een) bestemmingsplan staat aangegeven.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10391838

Beantwoording vraag 3: geen verbodstelling voor distributiecentra Op de vraag waarom de verbodstelling in de parapluherziening flitsbezorging zich niet richt tot distributiecentra dan wel bedrijvenbestemmingen kan worden geantwoord dat in het paraplu bestemmingsplan aansluiting is gezocht bij de uitspraken van de Raad van State. Reden te meer om dat te doen is de wens om flitsbezorging te weren uit de kernwinkelgebieden van Den Haag. In die gebieden is detailhandel vrijwel overal en ongelimiteerd toegestaan. Op grond van jurisprudentie van de Raad van State is namelijk gebleken dat het meeste gewicht toekomt aan de kwalificatie als detailhandel. Flitsbezorgers hebben namelijk door de diverse bedrijfsactiviteiten uiteenlopende bedrijfsmodellen die in jurisprudentie worden aangemerkt als tot de detailhandelsbranche behorende kenmerken. Daarin worden kenmerken zoals o.a. de online aanbieding en verkoop van producten en de toepassing van koeriersdiensten of afhaalpunten tevens tot detailhandel gerekend. In dit verband kan worden verwezen naar de volgende uitspraken: ecli:nl:rvs:2021:1546 (zaaknummer 201908988/1/R3), ecli:nl:rbshe:2011:bv0158 (awb11/1288 en awb11/1290) en ecli:nl;rbrot:2012:bw1021 (awb12/771 en awb12/774).

Doordat in de rechtspraak nog geen algehele overeenstemming bestaat over de kwalificatie van flitsbezorging, en de toepasselijke bestemming van deze diensten nog enigszins onduidelijk is, is in verschillende uitspraken van rechtbanken ook uitgegaan van de bestemming bedrijf en ook dienstverlening is wel eens als meest passende bestemming voor flitsbezorging genoemd. De jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter de Raad van State achten wij vooralsnog leidend. Ingeval flitsbezorging op een later moment onverhoopt toch meer als bedrijfsbestemming zou worden gezien, dan heeft dat maar beperkte gevolgen voor de kernwinkelgebieden omdat de bestemming bedrijf maar beperkt is toegestaan binnen deze gebieden. Van flitsbezorgers is bekend dat zij tevens distributieve bedrijfsactiviteiten verrichten die qua aard en omvang vergelijkbaar zijn met die van een bezorg- en koeriersdienst. Voor zover flitsbezorgers als bedrijf gekwalificeerd worden, komen ze daarom overeen met respectievelijk de categorieën C en 3.1 van de Staat van bedrijvenactiviteiten bij functiemenging en bedrijventerreinen, wat betekent dat zij zich enkel langs doorgaande wegen en bedrijventerreinen mogen vestigen. Het stellen van aanvullende voorwaarden aan bedrijvenlocaties is daarom niet nodig.

Beantwoording vraag 4: supermarkten als dekmantel Met betrekking tot de zorgen die in de raad werden geuit over flitsbezorgers die een supermarktfunctie als dekmantel gebruiken, kan worden meegedeeld dat supermarkten buiten de huidige definitie van flitsbezorging in de parapluherziening vallen. In de definitieomschrijving is namelijk te lezen dat de bedrijfsvoering van flitsbezorgers hoofdzakelijk gericht moet zijn op de online verkoop en snelle levering van elektronisch aangeboden producten/boodschappen. Dit is bij supermarkten niet aan de orde aangezien zij zich primair richten op de verkoop van uitgestalde goederen. Een flitsbezorgonderneming die niet de nadruk legt op de uitstalling van producten of het aantrekken van het bezorgen van goederen, maar zich voornamelijk richt op de online verkoop en snelle bezorging van deze producten, zal daarom per definitie vallen onder het begrip flitsbezorging in de parapluherziening. Gelet op de hoofdactiviteiten van een supermarkt, zal deze dus buiten de reikwijdte van de definitieomschrijving van flitsbezorging blijven en zal bijgevolg niet als dekmantel kunnen worden gebruikt.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10391838

Beantwoording vraag 5: verduidelijking afwijkingsregel Met betrekking tot het verzoek om een toelichting over de afwijkingen die het college planologisch verantwoord beschouwt wordt het volgende geantwoord. Naast de opname van een verbodsbepaling voor nieuwe flitsbezorgdiensten in de Haagse Hoofdwinkelstructuur, heeft het college er ook voor gekozen om een binnenplanse afwijking in de parapluherziening op te nemen. Dit is gedaan met het oog op de voorkoming van toekomstige schadeclaims omdat de gemeente bij het ontbreken van een dergelijke bepaling achteraf met omvangrijke schadeclaims kan worden geconfronteerd. De opname van deze regel kan daarom niet uitblijven en is noodzakelijk. Door de afwijkingsbepaling kan het college terugkomen op het vestigingsverbod voor flitsbezorgers in de Hoofdwinkelstructuur in gevallen dat flitsbezorgers op een planologische verantwoorde wijze in de winkelgebieden kunnen worden ingepast. Wanneer hiervan sprake is, is afhankelijk van een combinatie van diverse factoren die niet eenduidig kunnen worden opgenomen in de planregels. De planologisch verantwoorde inpassing van flitsbezorgers in de Hoofdwinkelstructuur zal dus per situatie verschillen en afhankelijk zijn van de kenmerken van de onderhavige flitsbezorger en de specifieke locatie.

Zo kan hierbij de ruimtelijke uitstraling van de flitsbezorger van belang zijn en zal ook worden gekeken of deze zich aan de rand of midden in een kernwinkelgebied vestigt. De planologisch verantwoorde inpassing in de hoofdwinkelstructuur kan tevens ingeschat worden door hoe de flitsbezorger de expeditie vormgeeft, het toegepaste vehikel voor bezorging van de goederen (een fiets of een scooter), en de wijze van stalling. Deze voorbeelden dienen enkel ter verduidelijking van de factoren die een rol kunnen spelen, maar hebben geen limitatief karakter. Per vergunningsaanvraag zal het college rekening houden met alle relevante omstandigheden, waardoor niet aan de hand van enkele (algemeen geformuleerde) voorwaarden tot een beslissing wordt gekomen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Strategie en Europa Robert van Asten

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11900507/2