RIS313310 Beantwoording SV Stel Haags Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
6 december 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Ahraui, luidend: 'Stel Haags Coördinator tegen Discriminatie en Racisme in'.
OCW/10412300 RIS313310
Het raadslid de heer Ahraui heeft op 29 september 2022 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme heeft in september 2022 het Nationaal Programma gepresenteerd aan de Tweede Kamer en het Kabinet. De Haagse PvdA heeft dit programma en de nationale aanpak met interesse tot zich genomen en stelt hierbij vragen over hoe de aanbevelingen uit het Nationaal Programma ook impact kunnen en moeten hebben op het Haagse gemeentebeleid in de aanpak van discriminatie en racisme. 1.
Is het college bekend met het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme?
Het college is bekend met dit Nationaal Programma. 2.
Kan het college reflecteren in hoeverre het rapport van het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme invloed kan hebben op de gemeentelijke aanpak? Zo ja, welke aanbevelingen kan de gemeente Den Haag overnemen of loopt Den Haag al in voorop? Zo nee, waarom niet?
De Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) heeft bij het komen tot zijn Nationaal Programma meerdere malen contact gehad met het college. In deze gesprekken zijn kennis en ideeën gedeeld. Er werd duidelijk dat er tussen de zienswijzen van de gemeente en de NCDR veel raakvlakken zijn. Zodoende volgt de gemeente met grote interesse de ontwikkelingen van het werk van de NCDR. Ook de gemeente zet in op het versterken van de Haagse antidiscriminatievoorziening (ADV) Den Haag Meldt en op het vergroten van de meldingsbereidheid. Daarnaast deelt de gemeente Den Haag een aantal focuspunten met het Nationaal Programma, zoals het tegengaan van stagediscriminatie en verder onderzoek in de zorg. 3.
Kan het college aangeven hoe binnen de gemeente afstemming verzorgd wordt tussen de verschillende afdelingen en maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van discriminatie en racisme? Zo nee, waarom niet?
Binnen de gemeente werken verschillende afdelingen en diensten aan antidiscriminatie doelstellingen. Denk hierbij aan de interne organisatie, de gemeente als werkgever bijvoorbeeld. Maar ook en vooral naar de stad gericht, op verschillende maatschappelijke terreinen waar discriminatie voorkomt, zoals – maar niet enkel – woningmarkt, arbeidsmarkt, onderwijs en sport. De gemeente Den Haag heeft in ieder geval één gemeentelijke beleidsnota waarin de antidiscriminatie doelstellingen van verschillende diensten en afdelingen gebundeld zijn.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10412300
Deze nota heet ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ (RIS307542). In dat kader vindt regelmatig afstemming plaats. Het college vindt het daarnaast zeer belangrijk dat het goed contact onderhoudt met de maatschappelijke organisaties in de stad die actief zijn op dit thema. Daarom is een speerpunt voor het college om zoveel als mogelijk de stad in te gaan en om in gesprek te gaan met deze organisaties. Ook worden er incidenteel vanuit de gemeente bijeenkomsten georganiseerd met het thema discriminatie, waarvoor onder andere de relevante maatschappelijke organisaties worden uitgenodigd. Samen wordt er dan onder meer gesproken over wat er leeft in de stad. 4.
Kan het college aangeven in hoeverre gemeentelijk beleid getoetst wordt op discriminatie en racisme? Zo nee, is het college bereid te onderzoeken hoe het tegengaan van discriminatie en racisme nadrukkelijker onderdeel kan worden van de beleidsontwikkeling?
Ja we zijn bereid dat te onderzoeken. Momenteel is er reeds binnen de gemeente een project van start gegaan dat zich richt op het gemeentelijk beleid toetsen aan het Zwart Manifest (www.zwartmanifest.nl). Hoewel dit manifest zich primair richt op het bestrijden van zwart racisme, is de verwachting dat de uitkomsten ook heel relevant zijn voor het toetsen van gemeentelijk beleid op discriminatie in bredere zin. 5.
Kan het college aangeven in hoeverre de door het college ingestelde maatregelen om discriminatie en racisme te bestrijden ook daadwerkelijk effect hebben? Zo nee, waarom niet?
In dit kader verwijst het college naar de Voortgangsrapportage verbinding en antidiscriminatiebeleid (RIS312593). Deze rapportage is eind juni 2022 naar de raad gestuurd en beoogt inzicht te geven in de resultaten van het reeds uitgevoerde integratie- en antidiscriminatiebeleid. Daarnaast heeft de gemeente een gedegen monitoringssysteem op poten gezet om de effecten en resultaten van het integratie- en antidiscriminatiebeleid te meten. Het college verwacht hier in de loop van 2023 meer inzichten over te verkrijgen. 6.
In hoeverre is het college het met de PvdA eens dat een Haagse Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, die gevraagd en ongevraagd kan adviseren over de aanpak van discriminatie en racisme, meerwaarde kan hebben? Zo nee, waarom niet?
Er is een landelijke coördinator waar het college goed contact mee heeft en wiens lijnen het college deelt. Daarnaast wil het college inzetten op het versterken van de antidiscriminatievoorziening Den Haag Meldt, zoals is aangegeven in het Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026. De ambitie is dat meldingen van discriminatie beter worden opgevolgd en daarmee de drempel om te melden lager wordt. Deze data stelt de ADV vervolgens tevens in staat om gevraagd en ongevraagd met de gemeente in gesprek te gaan op basis van deze signalen uit de samenleving. De jaarlijkse rapportage draagt daar ook aan bij. Daarom ziet het college niet direct significante toegevoegde waarde in het instellen van een Haagse Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen