CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313302 Toelichting Rekenkamer nav collegereactie onderzoek Schoon op papier

Commissie Leefomgeving 24 november 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 16079, 2500 BB Den Haag

Aan

Uw kenmerk

De voorzitter van de commissie Leefomgeving, De heer De Graaf.

Ons kenmerk

RK/2022.22/RIS313302 Doorkiesnummer

070-3532048 E-mailadres

rekenkamer@denhaag.nl Aantal bijlagen

Datum

30 september 2022 Onderwerp:

Toelichting naar aanleiding van reactie college op het onderzoek ‘Schoon op papier’ Geachte heer De Graaf, Op 5 juli 2022 heeft het college raadsvragen beantwoord over onder andere het rekenkameronderzoek ‘Schoon op papier’ (RIS 312173). Wij zien in de antwoorden van het college aanleiding om bij enkele beslispunten uit het raadsvoorstel van de rekenkamer een toelichting te geven. Het doel hiervan is de gemeenteraad te ondersteunen bij de behandeling van ons onderzoek in de raadscommissie en de gemeenteraad.

Beslispunt I: Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Het college kan zich niet vinden in deelconclusie 1 dat de gemeenteraad en het college onvoldoende sturen op een effectieve aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte. De huidige inzet is volgens het college effectief in het beheersbaar maken van de overlast. Dat is binnen de grenzen van de beschikbare middelen en binnen de beperking dat het opruimen van vervuiling de dieperliggende oorzaken niet wegneemt. De rekenkamer doet deze aanbeveling echter, omdat de doelen van de raad om overlast door vervuiling van de openbare ruimte tegen te gaan, verouderd zijn. De doelen gaan uit van een gemiddeld cijfer voor de hele stad of voor stadsdelen. Gemiddeld genomen is de stad schoon genoeg. Ernstige vervuiling doet zich echter voor op specifieke plekken en is het gevolg van specifieke vormen van vervuiling, die in het gemiddelde niet zichtbaar zijn. De raad kan het college lastig aanspreken op de aanpak omdat het college de gemiddelde doelen haalt en doelen voor specifieke vormen van vervuiling en voor afzonderlijke locaties ontbreken. Door als raad duidelijkere en specifiekere doelen te stellen, kan de gemeenteraad het college wel doelgericht aanspreken op de aanpak van overlast door vervuiling.

Beslispunt II: Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan. Wij verschillen met het college van mening over hoeveel er wordt ingezet op het voorkomen van vervuiling. Het college geeft aan dat de huidige inzet voldoende is om de problematiek beheersbaar te houden. Wij benadrukken dat de inzet de afgelopen jaren vrijwel volledig op opruimen en handhaven was gericht. Slechts een zeer beperkt deel van de beschikbare middelen zet het college in om vervuiling te voorkomen. Dat geldt ook voor de recent gepubliceerde aanpak, zoals beschreven in de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en

datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS309531) en het ‘Actieplan Schone Stoep’ (RIS310905). Ook hierin grijpt het college vooral naar het instrument van handhaving om vervuiling tegen te gaan. En zoals het college zelf aangeeft in de beantwoording van de raadsvragen: “als de problematiek die ten grondslag ligt aan de vervuiling niet wordt aangepakt, blijft het dweilen met de kraan open.” Dat is niet een doelmatige inzet van de beschikbare middelen en is gezien de resultaten van de afgelopen jaren ook niet de manier om de problemen daadwerkelijk aan te pakken. Het college geeft aan een breed onderzoek te willen doen naar oorzaken van vervuiling in de openbare ruimte en merkt op dat alleen een integrale aanpak van problemen zinvol is. Wij zien daarin een bevestiging van de uitkomsten van ons onderzoek. Wel benadrukken wij dat ‘breed’ niet ‘stadsbreed’ zou moeten betekenen. De overlast van vervuiling is op een aantal locaties in de stad groot, maar gemiddeld over de hele stad genomen is Den Haag niet vuil. In ons onderzoek zagen we dat achterliggende oorzaken per locatie anders zijn. Daarom bevelen wij aan het onderzoek naar oorzaken per locatie op te pakken en alleen bij locaties waar de overlast groot is. De rekenkamer wenst uw raad een goede beraadslaging toe. Met vriendelijke groet,

H.A. (Manus) Twisk voorzitter

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11889519/4