RIS313278 bijlage 20 Addendum Saneringsplan Hofstede cs
Tekst van het document
Hofstede cs MILIEUADVISEURS
Omgevingsdienst Haaglanden Afdeling Toetsing en Vergunningverlening Milieu
Maliebaan 48a 3581 cs utrecht t 030 274 80 40 1 www.hofitedeadvies.nl e info@hofstedeadvies.nl Rabobank 13.19.25.652 iban NL07RAB00131925652 bic
Postbus 14060
RABONL2U
2501 GB DEN HAAG
UTRECHT
ons Kenmerk
30 augustus 2017
abb.gvh.14167.b05
uw Kenmerk
00491943
Doorkiesnummer 030 274 80 44
Herontwikkelingslocatie ‘Haags Buiten’ aan de Erasmusweg/Leyweg te ‘s-Gravenhage — Melding bodemsanering
Geachte mevrouw, mijnheer. Op 18 juli zonden we u, namens eigenaar/initiatiefnemer Haags Buiten B.V., het saneringsplan voor de bodemsanering op de herontwikkelingslocatie ‘Haags Buiten’ aan de Erasmusweg en Leyweg in Den Haag. Op 18 augustus ontvingen we uw brief met kenmerk ODH-2017-00086082 met uw verzoek om aanvullende gegevens en verduidelijking. Op 23 augustus heb ik daarover telefonisch contact gehad met 5.1,2,e van uw dienst. Graag geef ik u de gevraagde informatie in deze brief. Deze brief moet worden beschouwd als Addendum bij het saneringsplan.
De saneringsdoelstelling is niet correct Bij de herinrichting van de locatie zijn de volgende saneringsdoelstellingen van toepassing: ‘volledige verwijdering’ (tot gehalten beneden interventiewaarden): te handhaven en nieuw te graven polderwater; isoleren met een betonvloer of bestrating: alle toekomstige bebouwing; isoleren met een leeflaag: overige deel van de saneringslocatie. Eén en ander is aangeduid op de tekening in bijlage 1.
De sanering van de waterbodems valt onder de bevoegdheid van het Hoogheemraadschap van Delfland
kvk utrecht 30163474
Dit is bekend. Het saneringsplan is met de aanvraag van een watervergunning toegezonden aan het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap is vergunning gevraagd voor het onderdeel ‘waterbodemsanering’. U wordt gevraagd in te stemmen met het onderdeel ‘landbodemsanering’. Een afschrift van deze brief wordt aan het Hoogheemraadschap toegezonden.
Op bijlage 2 is het onderscheid tussen landbodem en waterbodem aangeduid. Daarbij is ook aangegeven welke waterbodem landbodem wordt, en andersom.
- BTW- n° NL8090.35.650.B.01
In het saneringsplan moet worden opgenomen, dat het dempen van de watergangen gebeurt na afronding van de sanering van de waterbodems is naar voren gekomen, dat bij het dempen van sloten een Uit het overleg met 5.1,2,e waterbodem in een landbodem verandert en de bevoegdheid overgaat van het Hoogheemraadschap naar de Omgevingsdienst. Tijdens de sanering wordt in verband daarmee voor de te dempen watergangen de volgende werkwijze gevolgd:
Hofstede cs
MILIEUADVISEURS
de te dempen watergang wordt afgedamt en leeggepompt. Technisch gesproken is na het droogzetten de waterbodem veranderd in een landbodem; het Hoogheemraadschap wordt gevraagd te bevestigen dat de drooggezette watergang niet langer een functionele watergang is. Vanaf dat moment is uw Dienst bevoegd gezag ex. Wbb; met een ‘wijziging saneringsplan’ wordt bij uw Dienst kenbaar gemaakt, dat er verontreinigde grond wordt herschikt in de voormalige watergang. Na instemming van uw Dienst met deze wijziging wordt de voormalige watergang gedempt.
De slib/bagger, die vrijkomt bij de sanering van de waterbodems mag niet worden herschikt binnen de verontreinigingscontour van de landbodem Uit overleg met 5.1,2,e is gebleken dat, nu er sprake is van twee bevoegde gezagen, er ook sprake is van twee afzonderlijke saneringsgevallen. Sterk verontreinigde bagger afkomstig uit het saneringsgeval ‘waterbodem’ mag niet worden herschikt binnen de contouren van het saneringsgeval ‘landbodem’. In verband hiermee wordt het saneringsplan voor de te dempen watergangen als volgt gewijzigd: de verontreinigde waterbodem wordt niet uitgebaggerd maar blijft in de watergangen aanwezig; na afdammen en droogzetten worden de voormalige watergangen met sterk verontreinigde grond tot op het huidig maaiveld gedempt volgens de hierboven besproken procedure; vervolgens wordt een duurzame bovenafdichting aangebracht conform het oorspronkelijke saneringsplan.
Voor de te handhaven watergangen in het saneringsgebied geldt het saneringsdoel ‘volledige verwijdering’ (tot gehalten onder Interventiewaarden). De daarbij vrijkomende bagger (ongeveer 450 m3) wordt afgevoerd naar een erkende verwerker. Om het volume af te voeren bagger zoveel mogelijk te beperken worden de watergangen uitgebaggerd na — in secties- te zijn droog gezet.
Op bijlage 2 is het onderscheid tussen landbodem en waterbodem aangeduid. Daarbij is ook aangegeven welke watergangen worden gedempt en welke watergangen worden uitgebaggerd. Het westelijke terreindeel is gemiddeld sterk verontreinigd met PAK, terwijl dit terreindeel in het saneringsplan wordt aangeduid als ‘matig verontreinigd’ Dit is correct. Bijlage 3 bevat een aangepaste kaart met verontreinigingssituatie.
Ter plaatse van de nieuw te graven watergangen wordt o.b.v. de ontgravingsdiepte verwacht, dat hier sprake is van ‘volledige verwijdering’. De NAP-ontgravingsdiepte is onduidelijk. De saneringsdoelstelling is niet correct. In het rapport is niets opgenomen over de verschillende kwaliteiten of partij-indeling van de te ontgraven grond De ontgravingsdiepte van de vakken Wal en Wa2 langs de noordelijke watergang bedraagt NAP — 1,40 meter. Naar verwachting blijft hier in het talud sterk verontreinigde grond achter. Deze wordt afgedekt met een leeflaag. De ontgravingsdiepte van de vakken Wa4 t/m Wa6 langs de zuidelijke watergang bedraagt NAP —2,15 meter. Naar verwachting blijft hier in het talud sterk verontreinigde grond achter. Deze wordt afgedekt met een leeflaag. Op de bodem van de nieuwe watergang blijf naar verwachting licht- tot matig verontreinigde grond achter. Hier geldt als saneringsdoelstelling ‘volledige verwijdering’ (gehalten beneden interventiewaarden). Eén en ander is aangeduid op de kaart in bijlage 1.
In het algemeen komt bij de graafwerkzaamheden op de locatie vooral sterk verontreinigde grond vrij. Binnen deze grondstroom wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende partijen. De sterk verontreinigde grond wordt in principe volledig binnen de contouren van het saneringsgeval herschikt. Bij het uitgraven van de nieuwe watergangen kan beneden NAP — 1,5 a 2,0 meter enige abb.gvh.14167.b09 30 augustus 2017 blad 2 van 4
Hofstede cs
MILIEUADVISEURS
licht- tot matig verontreinigde grond vrijkomen. Indien dit technisch mogelijk is, wordt zoveel mogelijk in het werk geprobeerd om deze grond gescheiden te ontgraven van de bovenliggende sterk verontreinigde grond en wordt deze deelstroom afzonderlijk in depot gezet. Ook deze grond wordt in principe volledig op de locatie herschikt. Indien echter tijdens het werk blijkt, dat er toch grond overschiet, dan wordt in eerste instantie de licht- tot matig verontreinigde grond afgevoerd. Na een depotkeuring conform AP04 wordt een geschikte hergebruikslocatie gezocht en wordt een melding gedaan conform het Besluit Bodemkwaliteit. Indien sterke restverontreiniging achterblijft na ontgraving van de nieuwe watergangen is niet aangegeven hoe deze wordt geïsoleerd
Zie s.v.p. ook hierboven. Sterk verontreinigde grond in de taluds van watergangen wordt geïsoleerd. Naar verwachting is de bodem van de watergangen niet sterk verontreinigd. Na sanering van de waterbodem in de twee uitlopers van de noordelijke watergang is de verontreiniging ‘volledig verwijderd’ en kan hier geen sterk verontreinigde grond worden herschikt om ze te dempen
Zie s.v.p. ook hierboven. Na het droogzetten van deze watergangen is de sterk verontreinigde sliblaag sterk verontreinigde landbodem geworden. De vaste grondslag onder de waterbodem is hier naar verwachting eveneens sterk verontreinigd. Met inachtname van de hierboven vermelde procedure kan sterk verontreinigde grond worden toegepast om de voormalige watergangen te dempen.
Ter plaatse van te dempen watergangen en nieuw te graven watergangen is mogelijk sprake van ‘volledige verwijdering’ en is de saneringsdoelstelling niet correct Dit is correct voor wat betreft een deel van het nieuw te graven polderwater. Eén en ander is gevisualiseerd op de tekening in bijlage 1.
Voor de ontgraven grond wordt geen onderscheid gemaakt in verschillende partijen. Ook is niet aangegeven welke partijen waar worden herschikt
Zie s.v.p. ook hierboven. In principe kan alle vrijkomende licht- tot sterk verontreinigde grond worden herschikt op de terreindelen waarvoor de saneringsdoelstelling ‘isoleren met leeflaag of betonvloer’ is. In verband met de eventuele afvoer van grond buiten de locatie wordt vrijkomende licht- tot matig verontreinigde grond zoveel mogelijk afzonderlijk ontgraven en in depot gezet.
Op delen waar sterke verontreiniging in de bodem achterblijft en een leeflaag wordt aangebracht, dient deze minimaal 1 meter dik te zijn Voor zover in het saneringsplan staat aangeduid dat de leeflaag ‘ongeveer’ of‘globaal’ 1 meter dik is moet worden gelezen ‘minimaal’ 1 meter dik. Ten aanzien van de verontreiniging met minerale olie wordt aangegeven putbodemmonsters worden genomen en geen putwandmonsters ter controle
dat
enkel
Na ontgraving van de olieverontreiniging wordt de ontgravingsput uitgekeurd conform BRL SIKB 6001. Daarbij worden controlemonsters genomen van de putbodem en de putwanden.
Ten aanzien van de nazorg wordt aangegeven dat geïsoleerde restverontreiniging achterblijft. Op het kaartmateriaal is niet aangeduid waar restverontreiniging achterblijft
Eén en ander is gevisualiseerd op de tekening in bijlage 1.
abb.gvh.14167.b09 30 augustus 2017 blad 3 van 4
Hofstede cs MILIEUADVISEURS
De ligging van de wadi’s en depots is niet aangegeven op het kaartmateriaal. Het ontgravingspeil voor de wadi’s is niet aangegeven De wadi’s zijn aangeduid op de tekening in bijlage 4. De wadi’s liggen met hun diepste punt op .. maximaal NAP +0,70 m. Dat houdt in dat ter plaatse tot maximaal NAP —0,30 m sterk verontreinigde grond wordt ontgraven om een leeflaag met een dikte van 1 meter aan te kunnen brengen. Op het westelijke terreindeel liggen beton- en asfaltverhardingen. Het is de bedoeling dat hierop de tijdelijke gronddepots worden ingericht.
Uiteraard ben ik graag beschikbaar voor vragen of toelichting. Met vriendelijke groet,
5.1,2,e
Bijlagen 1. Ruimtelijke aanduiding saneringsdoelen 2. Onderscheid land- en waterbodem 3. Ruimtelijk overzicht verontreinigingssituatie 4. Ligging wadi’s en depotterrein
Cc: Hoogheemraadschap van Delfland, t.a.v. de 5.1,2,e Haags Buiten B.V., t.a.v. de 5.1,2,e
Waalpartners B.V., t.a.v. de 5.1,2,e abb.gvh.14167.b09 30 augustus 2017 blad 4 van 4
fia :.NW16-T294-P0-003_Watarbalans.dgn
)
n
7
/
7
/
‘L
।
/
i
i
b o
7
0 7
1
c
A
/7 7
E tre j 8 L/
Oatu»
Boezem:
m?
m2
Hofstede cs Milieuadviseurs abb.gvh.14167 25 aug 2017
m2
m2
m2
0
WATERBALANS
NIEUW STEOEBOUWKUNDIGPLAN
T WATERBALANS
Saneringsgrens
G e te k e n d
KM.
LA.R.
V .R a.
G e c o n tro le e rd
Landbodem, wordt waterbodem, isolatie met leeflaag
Landbodem, wordt waterbodem, verwijdering <l
Waterbodem, verwijdering <
Landbodem, isolatie met beton of bestrating
Landbodem, isolatie met leeflaag
Legenda
nieuwe situatie polder venohil____________
Ir gralven
________________ Polder, beslaande situatie pclcer te dempen_____________
1611
m2 I
4.507
| w ii: t ii
nleuwe situatie bcezen
rn?
m2 1306
3,97 -1.836
lhamike -iliaHilit twirrem
te graven
’
t? dempen___________
Ia o
//
Haags Buiten BV Afddendum Saneringsplan Haags Buiten, Den Haag Bijlage 1 Ruimtelijke aanduiding saneringsdoelen
nief "oegeshan
H a n d m a tig ew ü z ig in g e nz ijn
Langtumatan in maters
Hanztamakan in metars t.D.%. N.A.P.
04-02-16
04-05-16
LOm
///
ALGEMENE OPMERKINGENI
30
$
7
2
/7(/
16-01-17
10 D D O l
’L
0
-m b-F «®
AFS
OZ
=.euul ”
0519
2
A
I
J
D //
’
dit
’
8 2 0
wc
i
i J
/
fia :.NW16-T294-P0-003_Watarbalans.dgn
)
0 7
o o
D
T
H a n d m a tig ew ü z ig in g e nz ijn
W znr.
Hofstede cs Milieuadviseurs abb.gvh.14167 25 aug 2017
Haags Buiten BV Afddendum Saneringsplan Haags Buiten, Den Haag Bijlage 2 Overzicht land- en waterbodems
Oatu»
NIEUW STEOEBOUWKUNDIGPLAN
WATERBALANS
WATERBALANS
nief "oegeshan
1
KM.
LA.R.
V .R a.
G e c o n tro le e rd
Landbodem, wordt waterbodem
04-02-16
LOm
•
•u * Saneringsgrens
A
m2
Waterbodem, wordt landbodem
Waterbodem
Landbodem
Legenda
04-05-16
30
6.150
nicuwe situatie polder
m?
■290
verschil____________
m2
m2
2.028
m2
beslaande situatie peker te dempen____________
1611
m2
wirthil
m2 1306 4.007
nleuwe situatie bcezen
3,97 -1.836
Haogamaten in metara t.D.y. N.A.P Langtumatan Langtumatan in in m maters aters
10
2
Boezem:
lhamike -iliaHilit twirrem
te graven
’
t? dempen___________
Ia o
ALGEMENE OPMERKINGENI
0
W ijl
UZ
i i
i
o
/
N
Beton
g P107
•2 0 3
Schaal 1:500
027
*2 0 5
Q 4 •2 0 4 104 206
103
P101
2• 21e
9 0 ld g
105
80 ld
4
S02-
/
1015
1014
S02-9
—
: ■
vios #
eS-0 - 717-3 7
S02-7
D
B
Gewijzigd
C
V
#S01-5
: 1 a
Maliebaan 48a Utrecht 3581 CS Telefoonnummer 030 2748040 E-mail : info@hofsfedeadvies.nl Website : www.hofsfedeadvies.nl
Milieuadviseurs
Hofstede CS
1.000
6
t
20 Januari 2016
Tek. nr.
File nr.
B.02
abb.gvh.14167.B02.t01
Opdr. n r. : abb.gvh.14167
Getek
:
Ruimtelijk overzicht verontreinigingssituatie
A3L
Datum
Bijlage 3
Schaal
Saneringsplan
Formaat
Project
/ Leyweg
o .
Erasmusweg
Den Haag
Locatiegrens
Ophooglaag, Overwegend sterk verontreinigd 11,0-1,5 m-mv]
verontreinigd (tot 1,0 m-mv)
Ophooglaag, Overwegend sterk
Gedempte sloten 12,0-2,5 m-mv)
Waterbodem, niet/nooit toepasbaar
Locatie Straatnaam
ABB Ontwikkeling B.V., Sliedrecht
Ea
Verklaring
‘o. 5.1,2,e
fia :.NW16-T294-P0-003_Watarbalans.dgn
/
)
/
o O
/■
AÏ
Oatu»
Boezem:
________________ Polder,
’
m2
Saneringsgrens
Wadi's
WATERBALANS
NIEUW STEOEBOUWKUNDIGPLAN
WATERBALANS
•,*
m?
Hofstede cs Milieuadviseurs abb.gvh.14167 25 aug 2017
m2
Tijdelijk gronddepot
Legenda
nieuwe situatie polder venohil________________
Ir gralven
ted e m p e n
______
tesjande situatie pclcer
m2
m2 1611
m2 wirthil
m2 1306 4.507
nleuwe situatie boezen
3,97 -1.836
lhamike -iliaHilit twirrem te graven
’
t? deirpen___________
Ia o
Haags Buiten BV Afddendum Saneringsplan Haags Buiten, Den Haag Bijlage 4 Posities wadi's en tijdelijke gronddepots
nief "oegeshan
H a n d m a tig ew ü z ig in g e nz ijn
16-01-17
04-02-16
LOm
04-05-16
30
/
7
/
-
/
Hoog‘‘«mj ten in meters t.D.%. N.A.P. Langtumatan in maters
10
/
ALGEMENE OPMERKINGENI
0
W ijl
OZ
LLLL
(
/4
0 7
0519
2
[■■LL
T
7
D
’
dit
’
8 2 0
7
i
i
A
evae
2
o
KM.
LA.R.
G e te k e n d
0
G e c o n tro le e rd
V .R a.
AFS
J
/