RIS313252 Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023
Tekst van het document
Datum
Ons kenmerk
27 september 2022
DSO/10391279 RIS313252
Voorstel van het college inzake vaststelling van de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023 Toelichting Op 1 januari 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. Op basis van deze wet zal de raad een adviescommissie omgevingskwaliteit moeten instellen conform deze wet. De nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag zal net als de huidige het college adviseren over omgevingskwaliteit (welstand), monumentale en cultuurhistorische waarden en beschermde stadsgezichten. De commissie zal adviseren bij aanvragen om omgevingsvergunning, bij vooroverleg en bij het aanwijzen van monumenten en beschermde stadsgezichten. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag; gezien het voorstel van het college van 27 september 2022, gelet op: de artikelen 17.7 en 17.9 van de Omgevingswet, de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: -
beleidsregels:
-
college:
-
commissie:
-
cultuurhistorie:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
de ‘beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken’ zoals bedoeld in artikel 4.19 van de wet; dan wel de beleidsregels van rechtswege conform artikel 4.114, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, te weten de Welstandsnota Den Haag 2017; het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; de Adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag, zoals bedoeld in artikel 17.9 van de wet; een verzamelbegrip voor monumenten, beschermde stadsgezichten en de aanduiding cultuurhistorie in het omgevingsplan;
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10391279
-
omgevingskwaliteit:
-
omgevingsplan:
-
omgevingsvisie:
-
secretariaat:
-
voorbeschermd gemeentelijk monument: vooroverleg:
-
Wabo: wet:
de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.3 van de wet; het plan zoals bedoeld in artikel 2.4 van de wet, dan wel een plan van rechtswege conform artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet; de door de raad vastgestelde visie, conform artikel 3.1 van de wet; de ambtenaren, die aangesteld zijn door het college om het werk van de commissie te ondersteunen; een monument zoals bedoeld in artikel 2.2. van de Monumentenverordening Den Haag 2019; een overleg voorafgaand aan een vergunningaanvraag, waarin bepaald wordt of het college in beginsel bereid is medewerking te verlenen aan het betreffende verzoek of initiatief; de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; de Omgevingswet.
Artikel 1:2 Reikwijdte verordening Deze verordening is van toepassing op de door de raad ingestelde commissie, die het college adviseert over de omgevingskwaliteit, over het uiterlijk van bouwwerken en de cultuurhistorische waarden van bouwwerken en de omgeving. Artikel 1:3 Doel van de commissie 1. Het doel van de commissie is door middel van onafhankelijke advisering de kwaliteit van het uiterlijk van bouwwerken en de bescherming van cultuurhistorie te bewaken en te bevorderen. 2. In afwijking van het eerste lid adviseert de commissie niet over archeologie. Hoofdstuk 2 Adviestaak Artikel 2:1 Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak het college te adviseren bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. 2. Ter uitvoering van haar taak adviseert de commissie het college over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1°. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2°. een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument, of de omgeving van een monument; 3°. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4°. een omgevingsplanactiviteit voor bouwen; 5°.
een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, zoals bij een verzoek om handhaving;
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10391279
b.
c.
d.
e. f.
het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet; het aan een locatie geven of ontnemen van de functie-aanduiding “gemeentelijk monument” op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet, dan wel het wijzigen van de aanduiding; het aanwijzen van beschermde stadsgezichten en het wijzigen en opheffen van de aanwijzing op grond van artikel 5.1 en 5.3 van de Monumentenverordening 2019 en artikel 2.34. vierde lid, van de wet; een aanvraag om vooroverleg; het geven van beschikkingen op grond van verordeningen die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, waaronder in ieder geval de Algemene Plaatselijke Verordening.
Artikel 2:2 Grondslag advies De commissie baseert haar advies als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, onder 3°, 4° en 5° op de beleidsregels, de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Artikel 2:3 Advies op initiatief van de commissie 1. De commissie kan het college of via het college de raad, op eigen initiatief adviseren, indien dit de omgevingskwaliteit en het beleid ten aanzien van omgevingskwaliteit ten goede komt. 2. De commissie kan het college adviseren over aanpassing van het beleid ten aanzien van omgevingskwaliteit en over projecten en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. 3. Het college krijgt voorafgaand aan een advies van de commissie aan de raad de gelegenheid om binnen een redelijke termijn op het advies te reageren. Hoofdstuk 3 Werkwijze Artikel 3:1 Advisering door de commissie 1. Het college vraagt de commissie om advies in de gevallen genoemd in artikel 2:1, tweede lid, onder a, onder 1° en 2° en onder b, c en d. 2. Het college vraagt de commissie om advies in de gevallen genoemd in artikel 2:1, tweede lid, onder a, onder 3°, 4° en 5°, en onder e en f, indien het gaat om: a. grootschalige of complexe bouwwerken; b. bouwwerken met een grote impact op de omgevingskwaliteit; c. bouwwerken waarbij een grote maatschappelijke impact wordt verondersteld; d.
unieke of eerste initiatieven voor bouwwerken, zoals bouwwerken volgens nieuwe technieken of nieuwe typologieën. 3. In andere gevallen dan bedoeld in lid 1 en 2 van dit artikel kan het college het secretariaat vragen om een ambtelijk advies over de omgevingskwaliteit. Hoofstuk 4 Samenstelling en inrichting Artikel 4:1 Benoeming 1. De raad benoemt de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden op voorstel van het college voor een termijn van ten hoogste 3 jaar. 2. De raad kan voorafgaand aan de benoeming kennismaken met het kandidaat-commissielid. 3. De raad kan de voorzitter en de leden maximaal eenmaal voor een termijn van 3 jaar herbenoemen, met uitzondering van plaatsvervangende leden.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10391279
4.
5. 6.
Plaatsvervangende leden treden af op het moment dat de benoemingsduur van hun voorganger, diegene die wordt vervangen, afloopt en kunnen niet nogmaals worden herbenoemd. De raad benoemt de voorzitter van de commissie specifiek als voorzitter. De voorzitter en de leden kunnen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden, dan wel op eigen verzoek, door de raad tussentijds van hun taak worden ontheven.
Artikel 4:2 Samenstelling 1. De commissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 9 leden, de voorzitter daaronder begrepen. 2. De raad benoemt maximaal 3 plaatsvervangende leden. 3. De raad benoemt de leden en de plaatsvervangende leden op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De commissie heeft in ieder geval deskundigheid op de gebieden van: architectuur, bouwhistorie en restauratie, cultuur- en architectuurhistorie, landschap en openbare ruimte, stedenbouw. 5. De commissie bestaat uit tenminste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg, bouwhistorie en restauratie of cultuur- en architectuurhistorie. 6. De voorzitter en leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur en vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een onafhankelijke advisering door de commissie. Artikel 4:3 Ondersteuning van de commissie 1. De commissie wordt secretarieel ondersteund door een secretariaat. 2. Het secretariaat maakt geen onderdeel uit van de commissie. Hoofdstuk 5 Advisering en standpuntbepaling Artikel 5:1 Adviestermijn 1. De commissie brengt haar advies uit binnen een termijn van vier weken na de ontvangst van de adviesaanvraag van het college. 2.
Indien nodig geeft het college een andere termijn aan waarbinnen wordt geadviseerd. Artikel 5:2 Vergadering, beraadslaging en standpuntbepaling 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit naar het oordeel van de voorzitter in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of als tenminste twee leden onder opgaaf van redenen hierom verzoeken. 2. Vergaderingen zijn in beginsel openbaar als daarin een of meer adviezen over aanvragen om een omgevingsvergunning worden vastgesteld. 3. Als het college daartoe besloten heeft, behandelt de commissie een aanvraag als vertrouwelijk of geheim op grond van de Wet open overheid. 4. De voorzitter of zijn plaatsvervanger opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip als het vereiste minimumaantal van drie leden aanwezig is.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10391279
Artikel 5:3 Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan, rekening houdend met artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning, of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie, toewijzen aan een of meer daartoe aangewezen leden of aan een subcommissie. Artikel 5:4 Verwerking van het advies en second opinion 1. Als het college afwijkt van het advies van de commissie, stelt het college de commissie hiervan op de hoogte, waarbij het college de redenen voor afwijking vermeldt. 2. Het college kan na een advies van de commissie eenmaal opnieuw advies aanvragen over hetzelfde onderwerp bij een andere commissie omgevingskwaliteit van een andere gemeente of andere externe onafhankelijke deskundige op het gebied van omgevingskwaliteit. 3. Het college stelt de commissie op de hoogte van het inwinnen van een advies zoals bedoeld in het tweede lid. Hoofdstuk 6 Werkwijze Artikel 6:1 Reglement In het reglement stelt het college de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast. Artikel 6:2 Vergoeding 1. Een commissielid ontvangt voor het bijwonen van een vergadering een vergoeding van € 143,03 per uur op basis van het tarief uit 2022.
Dit betreft een vergoeding uit categorie D4 in overeenstemming met de Verordening geldelijke vergoedingen voor commissieleden niet zijnde raadsleden. 2. Het tarief genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen indexcijfer. 3. De leden declareren de gewerkte uren bij het secretariaat. Hoofdstuk 7 Jaarverslag Artikel 7:1 Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar, zoals bedoeld in artikel 17.9 zevende lid, van de wet. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. 3. In het jaarverslag kan de commissie het college adviseren over het beleid ten aanzien van de omgevingskwaliteit zoals bedoeld in artikel 1.2. 4. De raad kan het verslag jaarlijks bespreken in een open gesprek met de commissieleden. Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 8:1 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt. 2. De Welstandsverordening 2003 wordt ingetrokken. 3. De Bouwverordening met alle nadien aangebrachte wijzigingen wordt ingetrokken.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10391279
Artikel 8:2 Overgangsrecht 1. De commissie is tevens de commissie zoals voor inwerkingtreding van de wet werd bedoeld in artikel 8 van de Woningwet, artikel 2.1 van de Wabo en artikel 9.1, eerste lid, onder a, in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988. 2. De commissie neemt alle taken over van de voormalige Welstands- en Monumentencommissie, ook voor aanvragen en verzoeken die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de wet. Artikel 8:3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Den Haag 2023. Ondertekening Aldus besloten in de openbare raadsvergadering
De griffier
De voorzitter
6/6