RIS313228 Bijlage 2
Tekst van het document
Bijeenkomst Haags Koloniaal- en Slavernijverleden in Museum Sophiahof op 16 mei 2022- foto Jurriaan Brobbel
Herdenken in de Stad van Vrede en Recht Kwartiermakers-rapport Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022
Kwartiermaker Mercedes Zandwijken
Ambtelijke opdrachtgever Natasja Schaap
Voorwoord
Vanaf september 2021 ben ik in opdracht van de gemeente Den Haag als kwartiermaker aan de slag gegaan voor het in gang zetten van een permanent herdenkingscomité voor de jaarlijkse herdenking van de koloniale- en slavernij geschiedenis van de gemeente Den Haag. Voor mij sloot deze opdracht prachtig aan bij de Keti Koti dialogen over de omgang met de erfenis van het koloniaal- en slavernijverleden die ik in de Nederlandse samenleving de afgelopen 10 jaar organiseer aan de zgn. Keti Koti tafel. Mijn taak was om met Haagse gemeenschappen en hun organisaties in gesprek te gaan over een gedragen, haalbare invulling van de jaarlijkse herdenking waarbij de Afro-Surinaamse, Hindoestaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën, in Den Haag woonachtig, betrokken zouden zijn. De fase van gespreksvoering met alle betrokkenen heeft veel tijd gekost. De gesprekken over herdenken leidden veel verder dan alleen de invulling voor een jaarlijkse bijeenkomst en kwamen uit op een uitgebreide visie op een Haagse herdenkingscultuur. In dit rapport leest u terug wat mijn persoonlijke bevindingen zijn en welke adviezen ik voor de taken en de opbouw van het herdenkingscomité én de herdenkingscultuur mee geef aan de gemeente Den Haag.
De echte inrichting van het herdenkingscomité moet nog beginnen. Tijdens een eerste bijeenkomst op 16 mei in het Museum Sophiahof, georganiseerd door de gemeente- in samenwerking met ondergetekende over het hele project Koloniaal- en Slavernijverleden, zijn mijn eerste bevindingen met de betrokkenen gedeeld. De bedoeling is om de komende maanden met een werkgroep herdenkingscomité nog een aantal stappen te maken om het toekomstige herdenkingscomité verder vorm te geven. Ik hoop dat dit rapport u een goede indruk geeft van mijn visie die gebaseerd is op mijn uitgebreide reeks gesprekken met de Haagse nazaten van het koloniaal- en slavernijverleden en vertegenwoordigers van relevante culturele en maatschappelijke organisaties als het gaat om herdenken.
Mei 2022 Mercedes Zandwijken
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
2
Inhoud Inhoud .......................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1. Opdracht kwartiermaker Haags Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden .................. 4 Inleiding .............................................................................................................................................................. 4 1.1 Herdenking koloniaal- en slavernijverleden: internationaal en nationaal ................................................... 5 1.2 Herdenken als onderdeel van herstellende rechtvaardigheid ..................................................................... 6 1.3 De gemeente Den Haag en herdenken ........................................................................................................ 7 1.4 Aanpak van de kwartiermaker Herdenkingscomitékoloniaal- en slavernijverleden .................................... 8 1.5 Actuele uitdagingen en belemmeringen van de gemeenschappen of netwerken....................................... 9 Hoofdstuk 2. Taken Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden .................................................. 10 Inleiding ............................................................................................................................................................
10 2.1 De vier taken van het herdenkingscomité .................................................................................................. 10 2.2 Initiatieven die invulling geven aan de taken ............................................................................................. 11 Hoofdstuk 3. Een toekomstperspectief: Den Haag als Stad van Vrede, Recht en Herdenken ........................ 15 Hoe nu verder? ................................................................................................................................................. 16 Referenties ....................................................................................................................................................... 17 Lijst gesprekspartners ...................................................................................................................................... 18
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
3
Hoofdstuk 1. Opdracht kwartiermaker Haags Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden Inleiding “Onze overtuiging is dat wederzijdse kennis en inzichten over onze gedeelde geschiedenis en met name het koloniaal- en slavernijverleden op lange termijn bijdraagt aan zowel het tegengaan van wederzijdse vervreemding als aan onze gezamenlijke Haagse identiteit en toekomst” schrijven de indieners van het Gewijzigd Initiatiefvoorstel ‘Het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden’ in 2020 (RIS 305697). Met deze uitspraak wordt erkend dat de omgang met dit verleden van belang is voor de relaties tussen individuen en groepen in het heden en daarmee ook voor de verdere ontwikkeling van een gezamenlijke identiteit en toekomst. Ook als dat verleden langer geleden is. De aanzet tot dit voorstel ligt een paar jaar eerder in de motie ‘Passende invulling herdenking slavernij’ die is aangenomen door de gemeenteraad op 20 december 2018.
Daarin wordt expliciet verwezen naar het hedendaagse karakter van Den Haag, de stad die zich profileert als een stad van internationale rechtspraak en vrede: “Den Haag als stad van Vrede en Recht, en door haar historische rol in de afschaffing van de slavernij, heeft een belangrijke taak om een groter bewustzijn te creëren rondom het thema slavernij.” Hoe opmerkelijk de aandacht voor de herdenking van het koloniaal- en slavernijverleden is, wordt duidelijk wanneer men beseft dat ons land volgens de Rijksoverheid slechts drie nationale herdenkingen kent: de Nationale Dodenherdenking op 4 mei, de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 en de Nationale Holocaust Herdenking. Deze drie herdenkingen zijn (voornamelijk) georiënteerd op de Tweede Wereldoorlog, nu 77 jaar geleden. Daaruit blijkt hoezeer deze oorlog nog steeds een belangrijke rol speelt in de identiteit van ons land, voor grote delen van de bevolking en voor onze gezamenlijke toekomst als land. Blijkbaar hebben andere historische gebeurtenissen nog niet een dergelijke status bereikt, ook al zijn die ook van groot belang voor onze identiteit en toekomst. Het is niet ongebruikelijk dat nationale herdenkingen pas na verloop van tijd en soms gepaard met hoogoplopende maatschappelijke en politieke debatten tot stand komen.
Zo werd pas in 1960, na kritiek vanuit de Joodse gemeenschap, tijdens de Nationale Dodenherdenking voor het eerst expliciet aandacht besteed aan de grootste groep slachtoffers, namelijk de meer dan 100.000 weggevoerde en vermoorde Joden. Ook werd pas in 1970 voor het eerst op nationaal niveau stilgestaan bij het einde van de oorlog in Azië, waarna het nog tot 1988 zou duren tot de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 werd ingesteld. Langer heeft het nog geduurd voordat er een landelijke herdenking plaatsvond van de afschaffing van het Nederlandse slavernijverleden. Die afschaffing vond plaats in 1863, maar toch duurde het 139 jaar voordat die afschaffing herdacht en gevierd werd in 2002. Inmiddels wordt deze herdenking jaarlijks op 1 juli door het NiNsee1 georganiseerd bij het Nationaal Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark in Amsterdam. Ook dat monument kent een lange aanloop, beginnend met de petitie “Sporen van Slavernij” die in 1988 door de AfroEuropese vrouwenbeweging Sophiedela aangeboden werd aan de Tweede Kamercommissie Binnenlandszaken. Sophiedela heeft zijn oorsprong in Den Haag.
1
NiNsee: Nationaal instituut voor het Nederlandse slavernijverleden en erfenis
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
4
1.1 Herdenking koloniaal- en slavernijverleden: internationaal en nationaal Internationaal is de aandacht voor de herdenking van het koloniale en slavernijverleden de afgelopen jaren significant toegenomen. De programma's die nu worden uitgevoerd in het kader van het thema dat de VN voor dit decennium (2015-2024) heeft vastgesteld: “People of African Descent: recognition, justice and development” (General Assembly of the United Nations, 2014) zijn hier een voorbeeld van. Lidstaten worden opgeroepen om te werken aan herstel van rechtvaardigheid, waarbij zowel erkenning en aandacht voor het verleden en de impact daarvan nodig is met uitvoering van expliciete programma’s voor herstel en ontwikkeling van getroffen gemeenschappen en landen. De VN heeft al eerder 25 maart uitgeroepen tot ‘International Day of Remembrance for the Victims of Slavery and the Transatlantic Slave Trade’, waarbij deze herdenkingsdag ook bedoeld is om het bewustzijn te vergroten van de gevaren van racisme en hedendaagse vooroordelen. Specifiek ook van toepassing voor de huidige context van het Haags koloniaal- en slavernijverleden is het ‘Caricom Ten Point Plan for Reparatory Justice.’ Opgesteld door 15 overheden van landen uit het Caribisch gebied in 2014 en gericht aan hun voormalige kolonisatoren, zoals Nederland. Ook in dit plan komen herdenken, heling en herstel aan de orde.
Naast compensatie en aandacht voor de achtergebleven fysieke en psychologische gezondheid van de nazaten van de gekoloniseerde- en tot slaaf gemaakte bevolking vraagt de Caricom Reparations Commission ook om ondersteuning van culturele instellingen die hen de gelegenheid bieden om met elkaar tot begrip te komen van het verleden. De commissie wijst erop dat de huidige bevolking door deze relatie tot het verleden ook beter kan functioneren als ‘change agents’ (Commission, 2014). Afgelopen jaar, tijdens Keti Koti, heeft het, door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingestelde Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden, uitgebreid verslag gedaan van haar onderzoek. 2 Er werd een elftal aanbevelingen gedaan die gericht zijn op ‘erkenning, excuses en herstel’. Het zal niet verrassen dat daarbij ook stilgestaan wordt bij de rol van herdenking - of liever gezegd, herdenkingen. Een van de aanbevelingen geeft expliciet aan dat de omgang met het verleden niet alleen voor de nazaten van tot slaaf gemaakten relevant is maar ook een rol kan spelen in de relatie tussen verschillende bevolkingsgroepen: “Maak het slavernijverleden zichtbaar zodat dit een gedeelde geschiedenis kan worden.” In de toelichting wordt niet alleen de oprichting van een slavernijmuseum en van monumenten bepleit maar wordt ook aandacht aan herdenking gegeven: “Herdenkingsdagen.
Maak van 1 juli een nationale herdenkingsdag, gesteund en bijgewoond door de koning en de regering (minister-president) als erkenning dat het slavernijverleden het hele land aangaat. Het staat ieder deel van het voormalig Koninkrijk uiteraard vrij ook eigen herdenkingsdagen te kiezen. Maak van publieke media gebruik om die dag nationaal stil te staan bij de verschrikkingen van de slavernij en het leed en lot van de tot slaaf gemaakte mensen in het hele voormalige Koninkrijk” (Slavernijverleden, 2021 44). Opgemerkt moet worden dat het Adviescollege hier en elders in haar rapport verwijst naar het feit dat er meerdere herdenkingsdagen bestaan omdat elke betrokken gemeenschap stilstaat bij belangrijke gebeurtenissen uit hún specifieke geschiedenis. Zo herdenken bijvoorbeeld de Marrons op 10 oktober de strijd van de Marronvoorouders tegen onderdrukking én voor vrijheid, en herdenkt men op Curaçao op 17 augustus de Tula-opstand.
2
Advies Dialooggroep Slavernijverleden 'Ketenen van het Verleden' | Rapport | Rijksoverheid.nl
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
5
1.2 Herdenken als onderdeel van herstellende rechtvaardigheid Herdenkingen zijn slechts ten dele gericht op het verleden. Herdenken gaat ook over: ‘het tegengaan van wederzijdse vervreemding’ tussen bevolkingsgroepen en over ‘onze gezamenlijke Haagse identiteit en toekomst’. In de gesprekken, met name door de jongere generatie van de betrokken gemeenschappen werd herhaaldelijk benadrukt dat herdenken veelal wordt beschouwd als een onderdeel van een breder proces van herstel. De Verenigde Naties heeft in 2005 vastgesteld dat slachtoffers van mensenrechtenschendingen recht hebben op meerdere vormen van herstel of ‘Reparation’, zoals bijvoorbeeld heling van het opgedane collectieve of individuele leed door middel van zorg en therapie. Deze vormen van herstel dragen tegelijkertijd bij aan de versterking van recht en rechtvaardigheid die geschonden zijn. In deze verklaring worden herdenkingen expliciet als één van de vormen van herstel genoemd: “Commemorations and Tributes to the Victims” (General Assembly of the United Nations, 2005). Die herdenkingen staan dus niet op zichzelf maar maken zo deel uit van een uitgebreid palet aan maatregelen die gericht zijn op herstel en heling. De relatie tussen herdenking en het herstellen van recht en rechtvaardigheid komt dus niet uit de lucht vallen.
In veel gevallen vereist dat onder meer een proces van verzoening tussen partijen die in het verleden met elkaar streden, of tussen een partij die mensenrechten van de andere partij geschonden heeft. Bij de overgang van een gewelddadige geschiedenis naar een toekomst waarin de partijen met elkaar verzoend zijn geraakt moeten verschillende soorten relaties hersteld worden. Individuen moeten hun (vervolgings-) verleden accepteren en dienen ook de relaties met andere individuen herstellen, waarbij soms excuses, berouw en vergiffenis geuit worden. Daarnaast zijn er ook collectieve niveaus die aandacht verdienen ten behoeve van institutionele en sociaal-politieke verzoening. Zo’n omvattend proces van reflectie op het verleden en daarmee samenhangende verzoening draagt bij aan ‘Transitional Justice’: rechtvaardigheid die de overgang van een gewelddadige naar een andere, vreedzame, fase mogelijk maakt (Seils, 2017). Een voorbeeld van zo’n proces is het werk van het Zuid-Afrikaanse Truth and Reconciliation Committee. Op die manier draagt ‘Transitional Justice’ zelfs bij aan ‘Restorative Justice’ of herstellende rechtvaardigheid. Cohen beschrijft dat er meerdere effectieve praktijken ten behoeve van herstellende gerechtigheid ontwikkeld zijn.
Daarbij spelen volgens hem veelal drie elementen een centrale rol, die ook in dit verslag van belang zijn: herinnering, narratief en ritueel (Cohen, 2016). Zo’n praktijk bestaat vaak uit een herdenkingsritueel, dat zorgt voor een herhalende context welke richting geeft en begrenzing biedt. Tijdens dat herdenkingsritueel vindt meestal een uitwisseling van narratieven plaats over de herinnerde geschiedenis door de vertegenwoordigers van alle betrokken partijen. Zo’n uitwisseling biedt ruimte aan verhalen over het leed en de schade die berokkend zijn, maar ook aan verhalen waarmee groepen of organisaties hun verantwoordelijkheid, schaamte en schuld, verdriet en pijn kunnen uitdrukken. Een dergelijk herdenkingsritueel betrekt bovendien vaak ook een bredere gemeenschap bij de ceremonie, waardoor er dus niet alleen sprake is van een directe interactie tussen (vertegenwoordigers van) slachtoffers en daders maar waarbij de interactie wordt ingebed in een grotere collectieve gebeurtenis. Onderzoek wijst uit dat zo’n herhaald en gezamenlijk herdenkingsritueel ervoor kan zorgen dat de scheiding tussen de betrokken groepen verminderd wordt, evenals de stereotypen die men over elkaar bezit.
Resumerend kan gesteld worden dat herdenking, als onderdeel van herstellende rechtvaardigheid, bij kan dragen aan in elk geval een drietal belangrijke functies van die herstellende rechtvaardigheid en die bij herhaling werden genoemd door de betrokken gemeenschappen. Daarbij gaat het om: 1.
Aandacht voor het transgenerationeel trauma Aandacht voor het transgenerationeel trauma dat verbonden is met het koloniale- en slavernijverleden. Onderzoek onder nazaten van Holocaust-slachtoffers en van slachtoffers van koloniale overheersing toont onder andere aan dat de sociale, psychische en gezondheidseffecten van die collectieve trauma’s ook na meerdere generaties nog zichtbaar zijn. Hoewel dit fenomeen nog nauwelijks is onderzocht onder de nazaten van tot slaafgemaakten is zeer aannemelijk dat een dergelijk transgenerationeel trauma ook bij hen sporen heeft nagelaten. Dit geldt vooral wanneer zij nog steeds geconfronteerd worden met vormen van racisme (Keestra, 2022, to appear).
2.
Bestrijding van racisme Bestrijding van alledaags en institutioneel racisme. Met de afschaffing van de slavernij is helaas geen einde gekomen aan allerlei vormen van racisme, zoals Philomena Essed krachtig heeft betoogd (Essed,
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
6
1991, 2014). Daarbij gaat het niet alleen om discriminatie op de arbeidsmarkt of in de gezondheidszorg maar ook om institutioneel racisme zoals dat bijvoorbeeld bleek tijdens de Toeslagenaffaire. Het College van de Rechten van de Mens stelt daarom onomwonden dat ook in Nederland sprake is van institutioneel racisme en rassendiscriminatie. Dit heeft gevolgen voor het individuele welzijn van mensen van kleur, maar heeft ook maatschappelijke gevolgen via hun deelname aan de samenleving en relatie tot de overheid.
3.
Vergroten van gelijkheid Vergroting van structurele of systemische gelijkheid. Uit het voorafgaande mag duidelijk geworden zijn dat het koloniale- en slavernijverleden op directe en indirecte wijze nog steeds gevolgen heeft voor de nazaten van de betroffen gemeenschappen. Tegelijkertijd heeft dat verleden ook vele en vergaande vormen van politieke en socio-economische ongelijkheid veroorzaakt.
1.3 De gemeente Den Haag en herdenken Op de site van de gemeente Den Haag is een lijst met de jaarlijks terugkerende data van herdenkingen van oorlogsslachtoffers en mensen die streden voor de vrijheid te vinden. Nog niet van herdenkingen die gerelateerd zijn aan het koloniaal- en slavernijverleden. Het is hoopgevend dat de gemeente Den Haag zich nu committeert aan het structureel aandacht geven aan een verleden dat zo’n grote en langdurige invloed heeft gehad op ons land en haar bevolking maar nog niet op de bijbehorende aandacht kon rekenen. Er wordt nu aan dit gebrek aan aandacht een einde gemaakt en worden tal van concrete acties in gang gezet. Een aantal beoogde maatschappelijke effecten van deze aandacht zijn: -
-
-
-
Erkenning en waardering van verschillende etnisch-culturele Haagse gemeenschappen en hun geschiedenis, die daarmee ook deel uitmaken van de Haagse geschiedenis; Onderbelichte en niet vertelde verhalen en perspectieven over het Trans-Atlantisch en IndischOceanisch koloniaal- en slavernijverleden zicht- en hoorbaar maken; Meer kennis en expertise opbouwen over het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden; Het proces van verwerken van onze gedeelde geschiedenis en ontwerpen van onze gezamenlijke toekomst stimuleren waarbij de meerstemmige en veelkleurige geschiedenis van Den Haag een geheel wordt van en voor al onze inwoners; Het tegengaan van wederzijdse vervreemding en bijdragen aan onze gezamenlijke Haagse identiteit en toekomst waarbij verbindingen en relaties gelegd worden tussen verschillende etnisch-culturele gemeenschappen door het gesprek en contact tussen burgers te ondersteunen en faciliteren; Onderwijsinstellingen, maatschappelijke organisaties en de instellingen in de kunst- en cultuursector faciliteren die structureel aandacht willen besteden aan het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaal- en slavernijverleden; Het meer divers en inclusief maken van musea, erfgoedinstellingen en andere gevestigde Haagse instellingen die een rol spelen op het gebied van het Trans-Atlantisch en Indisch-Oceanisch koloniaalen slavernijverleden.
Naast deze meer algemene maatschappelijke effecten is voor de gemeente ook het geven van “structurele aandacht en facilitering van afzonderlijke herdenkingen en/of vieringen” van historische data van belang die relevant zijn voor de gemeenschappen in Den Haag die betrokken zijn bij dit verleden. In het kader van die herdenkingen en vieringen is de gemeente ook voornemens tot: “het instellen en uitwerken van een permanent Herdenkingscomité waarbij de Afro-Surinaamse, Hindostaans-Surinaamse, Javaans-Surinaamse, Chinees-Surinaamse, Caraïbische, Afrikaanse, Indonesische, Molukse, Papua- en andere gemeenschappen uit (voormalige) koloniën die in Den Haag woonachtig zijn, betrokken zijn.” Voor het instellen en uitwerken van een permanent Herdenkingscomité heeft de gemeente in september 2021 mij, ondergetekende Mercedes Zandwijken, als kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden aangesteld. In dit document wordt verslag gedaan van de werkzaamheden en rapporteer ik over de concrete uitkomsten hiervan. Bovendien doe ik verschillende aanbevelingen, waarvan sommige tot korte termijnresultaten kunnen leiden, en andere vragen om een meer structurele inzet.
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
7
Met de “structurele aandacht en facilitering van afzonderlijke herdenkingen en/of vieringen” die de gemeente Den Haag wil bieden, voegt zij een belangrijk element toe aan haar status als stad van Vrede en Recht. In dit document zal daarom eerst aandacht worden besteed aan de relatie tussen Herdenken, Recht en Vrede in algemene zin. Daarna zullen de voornaamste functies van herdenken worden benoemd. Ten slotte worden de concrete aanbevelingen voor de Haagse herdenkingscultuur gepresenteerd. Er wordt begonnen met aanbevelingen die betrekking hebben op het permanente Herdenkingscomité, waarna wordt ingegaan op de betrokkenheid van de Haagse samenleving als geheel, en ten derde de rol die organisaties kunnen spelen die zich in Den Haag inzetten voor Vrede en Recht. 1.4 Aanpak van de kwartiermaker Herdenkingscomitékoloniaal- en slavernijverleden Nu de voorafgaande paragrafen duidelijk hebben gemaakt hoezeer herdenken onderdeel uitmaakt van een omvattender proces van herstellende rechtvaardigheid zal het niet verrassen dat bij de uitvoering van deze specifieke opdracht een bredere context van herstel en recht niet vermeden kon worden. Sterker nog, meerdere gesprekspartners hebben erop aangedrongen om herdenking in die context te ontwikkelen.
Met name de jongere generatie was ervan overtuigd dat onder de juiste condities herdenking een belangrijke rol kan spelen in een meer omvattend proces. Die observatie sluit aan bij de analyse van de huidige claims tot herstel door de Afro-Caribische en Surinaamse gemeenschappen door Nicole Immler, Hoogleraar Historical Memory and Transformative Justice aan de Universiteit voor Humanistiek. Zij constateert dat die over het algemeen niet zozeer gericht zijn op een specifieke uitkomst zoals excuses of herstelbetalingen. In plaats daarvan blijkt de aandacht vooral uit te gaan naar ‘social repair’: sociale processen waarbij relaties worden ontwikkeld die vervolgens structurele ongelijkheid en onrechtvaardigheid kunnen adresseren (Immler, 2021). Het proces in deze opdrachtdoorlopen is sluit hierbij goed aan, ook omdat er relevante relaties gelegd zijn tussen verschillende gemeenschappen, organisaties en individuen. Dit proces valt globaal in drie stappen uiteen: Vanaf september 2021 zijn er individuele gesprekken met vertegenwoordigers van de diverse gemeenschappen of netwerken gevoerd, waarvan een gedeelte eerder al betrokken bij het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden, en bij naam bekend bij de gemeente Den Haag. Met hen is gesproken over de oprichting van het Herdenkingscomité en het coördineren van de verschillende herdenkingsdagen door het jaar heen.
Er is ook gesproken over de belemmeringen en uitdagingen waar deze gemeenschappen of netwerken mee te maken hebben. Het viel op dat zich onder de gesprekspartners nauwelijks jongeren bevonden waardoor een actieve zoektocht naar de jongere generaties van die gemeenschappen en netwerken niet uit kon blijven. Via Haagse netwerken is het gelukt om met verschillende jongeren te spreken. Uit die gesprekken bleek dat de ambities van de jongere generaties verder reikten dan de bestaande ambities van de veelal wat oudere vertegenwoordigers. De eerste bevindingen uit de gesprekken zijn op 26 oktober 2022 gedeeld met de gemeentelijk projectleider en met de eerdergenoemde gesprekspartners. Hierin werd het instellen van het Herdenkingscomité beschreven met de 4 belangrijkste taken omschreven, te weten: I. II. III. IV.
Bouwen aan een Haagse Herdenkingscultuur Verbinden door middel van een Haagse Herdenkingscultuur Informeren over Haagse gemeenschappen door middel van een Haagse Herdenkingscultuur Signaleren & Adviseren van maatschappelijke kwesties gerelateerd aan herdenkingen
Deze ‘eerste bevindingen’ zijn vervolgens in meerdere groepssessies besproken met de eerdergenoemde gesprekspartners. Tijdens deze groepssessies werd duidelijk dat de jongere generatie meer georiënteerd is op een bredere samenstelling van de Haagse samenleving dan de oudere generaties en daarmee ook verder reikende ambities bleek te hebben dan alleen die van een betere inbedding van relevante herdenkingen. Er was sprake van een duidelijke behoefte om die herdenkingen in een context van ‘herstellende rechtvaardigheid’ te laten plaatsvinden. Daarbij is dus ook de relatie met de bredere Haagse samenleving van belang. Gezien de wens tot een bredere inbedding van de herdenkingen en de behoefte om die niet alleen in beperkte -eigen- kring te organiseren is contact gelegd met directeuren van ca. twintig culturele instellingen én organisaties die actief zijn op het gebied van vrede en recht. Inzet van die gesprekken was de vraag of zij betrokken willen worden bij een omvattender herdenkingsprogramma van het Haags koloniaal- en
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
8
slavernijverleden. Op basis van deze constructieve gesprekken lijkt het zeer haalbaar om met deze instellingen en organisaties een Herdenkingsnetwerk op te richten dat samenwerkt met het Herdenkingscomité. De resultaten van de voorgaande stappen zijn samengevat in dit rapport. Op basis hiervan kunnen vervolgstappen worden bepaald en genomen. In de volgende paragraaf zal eerst worden stilgestaan bij de huidige situatie ten aanzien van de herdenkingen van het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden en de uitdagingen en belemmeringen waarvoor de betrokken gemeenschappen of netwerken zich gesteld zien. Daarna komen de taken van het Herdenkingscomité aan bod en de activiteiten die dit comité kan gaan uitvoeren. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van en samenwerking met twee aanvullende netwerken: het Haags Herdenkingsnetwerk en het Restorative Justice netwerk. Tenslotte zal in alle bescheidenheid een toekomstvisie worden gepresenteerd waarmee Den Haag de resultaten van deze ontwikkelingen prominent in haar vaandel zou kunnen plaatsen.
1.5 Actuele uitdagingen en belemmeringen van de gemeenschappen of netwerken In het Initiatiefvoorstel ‘Het Haags Koloniaal- en Slavernijverleden’ wordt benoemd dat de betrokken gemeenschappen zelf het voortouw moeten nemen bij het creëren van structurele aandacht voor, en de facilitering van, afzonderlijke herdenkingen van de pijnlijke geschiedenissen. Wat echter tijdens de gesprekken opvalt zijn de fundamentele kritische vragen over de positionering van het Herdenkingscomité binnen het brede culturele en maatschappelijke Haagse veld. Organisatorisch lijken de gemeenschappen en netwerken zeer kwetsbaar te zijn. Het merendeel van de organisaties is dakloos, afhankelijk van vrijwilligers, en heeft in meerdere opzichten onvoldoende capaciteit om duurzaam vorm te geven aan een nieuwe herdenkingscultuur. Het behoeft geen uitleg dat er dan al helemaal geen sprake is van eigen erfgoedorganisaties of culturele instellingen met eigen budgetten en betaalde medewerkers die een nieuwe herdenkingscultuur kunnen ontwikkelen en consolideren. Naast deze organisatorische beperkingen werd ook duidelijk dat er een eigen agenda ontbrak waarmee op een gelijkwaardige manier deelgenomen zou kunnen worden aan het institutionele weefsel van Den Haag. Er wordt gesignaleerd dat veel gemeenschappen nu hun herdenkingen in relatief isolement vieren of helemaal niet vieren.
De kwetsbare omstandigheden van deze gemeenschappen zijn de afgelopen jaren niet verbeterd ten opzichte van voorheen. Bestaande zelforganisaties zijn in het verleden wegbezuinigd. Het sluiten van het Humanity House en de korte levensduur van het Migratie Museum heeft het vertrouwen van de betrokken gemeenschappen verder geschaad. Hierdoor ervaren zowel de oudere als de jongere generaties van de gemeenschappen de bestaande maatschappelijke en culturele verhoudingen in Den Haag als een onrechtvaardige situatie. Hiermee zal rekening gehouden moeten worden bij het vervolg van het proces tot instelling van het Herdenkingscomité en de taken die dit zal uitvoeren. De jongere generatie presenteert zichzelf in dit verband overigens zelfbewuster dan de oudere generatie Dat heeft onder meer te maken met de opvatting die door meerdere jongeren gepresenteerd werd: herdenken is vooral een kwestie van het gezamenlijk verwerken van het verleden, zoals dat in het heden nog steeds doorwerkt. Zij merken daarbij op dat deze verwerking van het verleden en het adresseren van de nog steeds voelbare gevolgen daarvan niet langer alleen op de schouders van mensen van kleur moet rusten.
Integendeel, vanwege de veelomvattende en langdurige impact van de slavenhandel en slavernij gaan zij ervan uit dat de ontwikkeling en versterking van een herdenkingscultuur een opgave is voor alle bewoners van Den Haag, en dat het proces van herstellende rechtvaardigheid onderdeel zou moeten uitmaken van de herdenkingscultuur. De jongere generatie hecht aan het opbouwen van professionele samenwerkingsrelaties tussen professionals uit de betrokken gemeenschappen en netwerken en het maatschappelijke en culturele middenveld. Van grootbelang voor hen is dat dit plaats vindt op basis van gelijkwaardigheid. De dynamiek van machtsverschillen, sociale uitsluiting en discriminatie (gebaseerd op ras, gender, geografische en economische ongelijkheid) die is verbonden is met de erfenis van onze koloniale geschiedenis mag vanzelfsprekend niet opnieuw doorwerken in de samenwerking.
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
9
Hoofdstuk 2. Taken Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden Inleiding Aan vertegenwoordigers van de betrokken Haagse gemeenschappen is gevraagd hoe zij tegen de oprichting van een ‘Herdenkingscomité Haags Koloniaal en Slavernijverleden’ aan kijken. Veruit de meerderheid was overtuigd van de meerwaarde en betekenis van een dergelijk comité ook gezien het feit dat geen enkele andere stad in Nederland zo’n grote betrokkenheid bij dit pijnlijke verleden heeft door haarpositie als vroegere en huidige regeringszetel. Vooral in Den Haag zijn vele overheidsbesluiten genomen die direct verband houden met 400 jaar beleid in de koloniën ten tijde van de koloniale en slavernij periode. Beleid dat toen en tot op heden zijn pijnlijke sporen naliet. Een breed samengesteld Herdenkingscomité dat in samenwerking een veel omvattend programma opstelt en uitvoert kon zowel bij de oudere als jongere generaties op instemming rekenen. 2.1 De vier taken van het herdenkingscomité In de eerste bevindingen die met de betrokkenen gedeeld zijn om te bespreken werd al een viertal taken van het op te richten Herdenkingscomité onderscheiden. Deze taken, uit de gesprekken ontstaan, worden hieronder beschreven met daaropvolgend een concrete initiatievenlijst die als uitwerking van de vier taken dient: I.
Bouwen aan een Haagse Herdenkingscultuur De vertegenwoordigers van alle Haagse gemeenschappen met een koloniaal en/of slavernijverleden ontwikkelen in gezamenlijkheid en met consensus een herdenkingscultuur recht doet aan de verschillen tussen gemeenschappen en hun geschiedenis. Zij benoemen de gemeenschappelijke thema’s en gaan expliciet op zoek naar betekenisvolle onderlinge relaties en verwijzingen. II. Verbinden door middel van een Haagse Herdenkingscultuur Door collectief stil te staan bij de gedeelde koloniale- en slavernijgeschiedenis en bij de manier waarop die zowel vroeger als nu ingrijpende gevolgen heeft (gehad) op de verschillende gemeenschappen draagt de herdenkingscultuur bij aan de sociale cohesie. Door het ontwikkelen van een herdenkingscultuur met breed toegankelijke bijeenkomsten en rituelen fungeert het Herdenkingscomité als bruggenbouwer en verbindt zich met: De verschillende gemeenschappen die hun eigen koloniale en slavernijverleden met zich meedragen; Haagse burgers mét en zonder een dergelijk verleden; Andere relevante maatschappelijke en culturele instellingen in en om Den Haag. III.
Kennisontwikkeling van de geschiedenis van de Haagse gemeenschappen door middel van een Haagse Herdenkingscultuur Kennis over de koloniale- en slavernijgeschiedenis en de doorwerking hiervan in het heden ontbreekt in grote delen van de Haagse samenleving. Kennisontwikkeling van de verschillende herdenkingen betekent dus tegelijkertijd ook vertrouwd raken met de betrokken gemeenschappen en hun geschiedenis. IV.
Signaleren van & adviseren op maatschappelijke kwesties die gerelateerd zijn aan het koloniaal- en slavernijverleden Het comité kan daarnaast een signalerende functie vervullen en geeft gevraagd en ongevraagd advies over kwesties die te maken hebben met het koloniale en slavernijverleden en de sporen die dit heeft achtergelaten op de huidige Haagse bevolking. Door de opzet en functies van het Herdenkingscomité zal zij over de nodige expertise en connecties beschikken om in een vroeg stadium mogelijke maatschappelijke knelpunten te signaleren en daarover advies uit te brengen. Deze beschreven viertal taken zijn gedeeld met de verschillende gesprekspartners, en in groepsverband met hen besproken. Deze tweede ronde gesprekken heeft geleid tot een uitgebreide en meer concrete lijst van mogelijke toekomstige initiatieven van het Herdenkingscomité ten behoeve van de ontwikkeling en uitvoering van een Haagse herdenkingscultuur. Sommige initiatieven zijn meer voorbereidend van aard en andere initiatieven kunnen gaandeweg ontplooid worden. Vanzelfsprekend kunnen ze ook tegelijkertijd genomen worden en elkaar beïnvloeden. Aan sommige van de hieronder beschreven initiatieven zijn ook de ideeën van leden van het beoogde Herdenkingsnetwerk, onder andere de culturele instellingen die willen samenwerken met het Herdenkingscomité toegevoegd.
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
10
2.2 Initiatieven die invulling geven aan de taken Het herdenkingscomité draagt bij aan het in kaart brengen van de verhalen en de geschiedenis achter de herdenkingen. Op die manier leren alle Haagse burgers elkaar beter kennen. Het idee van een herdenkingskalender is voorbijgekomen. Hoewel de bestaande slavernij- en koloniale herdenkingen voor veel mensen onbekend zijn, vinden in de periode van januari tot december doorlopend herdenkingen plaats van gemeenschappen met een pijnlijke geschiedenissen. Tijdens een van de gesprekken ontstond het idee om invulling te geven aan een programma waarbij er het hele jaar door wordt herdacht. Op deze manier ontstaat er een reeks van herdenkingsmomenten die op een brede en publieksvriendelijke manier ontwikkeld kunnen worden. Dit in navolging van de Indian History Month die in 2021 voor het eerst georganiseerd werd en de Black History Month die eerder zijn landelijke ingang vond. Dit idee en de enthousiaste verhalen over dit soort initiatieven inspireerde ook andere gemeenschappen om zich op een dergelijke manier te profileren. Daarmee worden herdenkingen gebed in een wat langere periode dan slechts één dag waarin een rijk programma plaatsvindt. De Haagse samenleving maakt op deze manier kennis met de cultuur, rolmodellen en de geschiedenis van de verschillende gemeenschappen en hoe deze doorwerkt in het heden.
Instellen van een jaarlijks nieuwe Herdenkingsdag In de gesprekken met vertegenwoordigers van een groot deel van de betrokken Haagse gemeenschappen kwam regelmatig de behoefte aan een nieuwe herdenkingsdag naar voren: een herdenkingsdag die betrekking heeft op de gehele koloniale- en slavernijgeschiedenis en zich expliciet richt op de hele samenleving. Hier is eerder al een datum voor opgeworpen, te weten: 3 mei, een dag voor de Nationale dodenherdenking. Er circuleert ook een petitie om dit te bewerkstelligen ( https://petities.nl/petitions/3-mei-als-herdenkingsdagkoloniale-geschiedenis?locale=nl ). De petitie bevestigt de behoefte aan een gezamenlijke, gedeelde herdenkingsdag in aanvulling op de specifieke afzonderlijke herdenkingen. Een aantal reacties van gesprekspartners kan dat illustreren: “Het zou goed zijn om alle perspectieven verenigd te zien”. “Het biedt de mogelijkheid om meer begrip te creëren onderling elkaars geschiedenis beter te begrijpen en als grote groep meer invloed uit te oefenen.” “Ik zie een grote meerwaarde in een dag van erkenning waarop alle groepen samen herdenken.” ”Een gezamenlijke dag van erkenning zou door iedereen en voor iedereen georganiseerd moeten worden. Ook witte Nederlanders zouden betrokken moeten worden.”
Een stedelijke campagne over hedendaagse gevolgen van de geschiedenissen Het is steeds de bedoeling van het Herdenkingscomité om ook de publieke kennis en beschikbare informatie te vergroten over de koloniale en slavernijgeschiedenis van Den Haag en de gevolgen daarvan voor de nazaten van de getroffen gemeenschappen. Daarbij gaat het om gevolgen die nog direct terug te voeren zijn op die geschiedenis, maar ook om indirecte gevolgen van racisme, discriminatie en vooroordelen. Hiertoe kunnen verschillende middelen worden ontwikkeld, zoals een social-media campagne die door het jaar heen gedurende een bepaalde periode steeds een andere gemeenschap en diens pijnlijke geschiedenis belicht en ook stilstaat bij allerlei negatieve gevolgen daarvan voor die gemeenschap op dit moment. Uiteraard vraagt dit soort initiatieven ondersteuning van de gemeente. Ontwikkeling van varianten op de Keti Koti Tafel als Herdenkingstafel Herdenking, vrede en recht binnen een diverse en inclusieve gemeenschap vereisen onder meer versterking van het onderlinge begrip en invoelingsvermogen voor elkaars geschiedenissen en gevolgen daarvan. De Keti Koti Tafel is door de Kwartiermaker in eerste instantie ontwikkeld om het gedeelde en pijnlijke Nederlandse slavernijverleden en de nawerking daarvan vanuit persoonlijk perspectief bespreekbaar te maken (Zandwijken & Keestra, 2019).
Die uitwisseling vindt plaats door middel van een gestructureerde en gefaciliteerde persoonlijke dialoog waaraan zwarte en witte (en alle kleuren daartussen) Nederlanders deelnemen, waarbij zij ook samen een maaltijd gebruiken en een aantal symbolische handelingen uitvoeren. Hierdoor wordt de vereiste veilige en vertrouwde context gegeven. Inmiddels zijn er in samenwerking met meer dan 200 musea,
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
11
universiteiten, gemeenten, politiecorpsen en andere instanties Keti Koti Tafels georganiseerd waaraan meer dan 20.000 mensen hebben deelgenomen. Volgens het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) is de Keti Koti Tafel een van de veelbelovende aanpakken met werkzame mechanismen voor de bestrijding van racisme en discriminatie (Felten & Taouanza, 2018). Tijdens de gesprekken met vertegenwoordigers van o.a. de Hindoestaans-Surinaamse, de Afrikaanse, de Curaçaose, de Indische en de Molukse gemeenschappen is besproken wat de impact en mogelijkheden zijn van een dergelijk instrument voor hun doelstellingen. Dit instrument geeft namelijk de mogelijkheid om inclusieve herdenkingen te organiseren, die tegelijkertijd verdiepend en verbindend zijn. De Keti Koti Tafel zelf is weer gebaseerd op een soortgelijke geritualiseerde reflectie-bijeenkomst, namelijk de Joodse Seider tafel. Zo werd ervaring opgedaan met het ontwikkelen van varianten die gericht zijn op een bepaalde gemeenschap en /of betrokken problematiek. Op dit moment worden al ‘vertalingen’ ontwikkeld voor andere gemeenschappen en onderwerpen.
Wanneer een gemeenschap een dergelijke dialoogtafel zelf ontwikkeld heeft (rekening houdend met de eigen geschiedenis, gebruiken, liederen, enzovoorts) dan heeft zij daarmee een geschikt instrument om door het jaar heen dialoogbijeenkomsten te organiseren op basis van onderwerpen die voor haar leden van betekenis zijn. Om die reden zijn er met verschillende gesprekspartners al concrete plannen gemaakt voor de ontwikkeling van herdenkings- of dialoogtafels voor en door deze gemeenschappen. Het daarna zelf ontwikkelen, organiseren en faciliteren van de diversen herdenking/dialoog-tafels door de diverse gemeenschappen hoort daarbij. Als representanten van de diverse gemeenschappen voor een deel samen aan een dergelijke training deelnemen dan verstevigt dat ook de onderlinge samenwerking ten behoeve van de Haagse herdenkingscultuur. Met de Molukse, de Indische, de Hindostaanse en de Nigeriaanse gemeenschap is gesproken over de ‘vertaling’ van de Keti Koti Tafel tot een dialoogtafel om zo de eigen herdenking te verrijken met een onderdeel waarbij reflectie en persoonlijke dialoog ten behoeve van onderling begrip en empathie centraal staat. Het V-fonds heeft budget beschikbaar gesteld voor het maken van een vertaalslag van de Keti Koti Tafel naar een Indische dialoog tafel.
De eerste Indische dialoogtafel zal in de vierde week van november 2022 worden georganiseerd in de tentoonstelling “Ons Land” in het Indische Herinneringscentrum. De gemeente Den Haag zal daar ook aan bijdragen. Het ontwikkelen van ad-hoc activiteiten buiten de geplande programma’s Een levendige stedelijke herdenkingscultuur moet tradities ontwikkelen en behouden en tegelijkertijd zich ook blijven vernieuwen en reageren op maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. In eerste instantie zal het Herdenkingscomité de hierboven genoemde programma’s en activiteiten ontwikkelen maar daarnaast moet er ook ruimte zijn om experimentele ad-hoc activiteiten te ontwikkelen in relatie tot de herdenkingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Met name jongeren willen we aanmoedigen om bij te dragen aan de ontwikkeling van een herdenkingsprogramma, waarmee zij ook bijdragen aan de Haagse herdenkingscultuur. Een aantal culturele instellingen hebben hier hun ondersteuning voor uitgesproken. Ontwikkeling van- en samenwerking met een Haags Herdenkingsnetwerk Naast de ruimte die het comité nodig heeft om zichzelf te ontwikkelen, is het van belang dat de Haagse bevolking zoveel mogelijk betrokken wordt bij de herdenkingen die verbonden zijn met het koloniale- en slavernijverleden van de stad.
Om dit doel te realiseren is de actieve betrokkenheid van de gevestigde culturele en maatschappelijke instellingen cruciaal. Deze opdracht is van een dusdanige omvang dat de gemeenschappen van het Herdenkingscomité op steun en samenwerking moeten kunnen rekenen aangezien vele niet over de noodzakelijke voorzieningen met de daarbij behorende budgetten en menskracht beschikken. Een groot aantal culturele en maatschappelijke organisaties in Den Haag zijn benaderd met de vraag of zij bereid zijn aan een Herdenkingsnetwerk deel te nemen, zodat de impact van het Herdenkingscomité vergroot kan worden. Hierop is vrijwel zonder uitzondering met enthousiasme gereageerd. Een dergelijke samenwerking tussen het herdenkingscomité en het herdenkingsnetwerk is niet vanzelfsprekend. De jarenlange segregatie in de stad heeft het onderlinge vertrouwen zeker niet versterkt. Het is om die reden van belang dat er binnen de samenwerking structureel aandacht besteed wordt aan het herstellen van de onderlinge verhoudingen.
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
12
In de gesprekken met de culturele instellingen over het vormen van een herdenkingsnetwerk ter ondersteuning van het comité kwamen direct al de volgende ideeën op tafel: ❖ Het museum Escher in het Paleis kan zich voorstellen dat de Stichting Museumkwartier Den Haag zo’n nieuwe Haagse Herdenkingsdag op het Lange Voorhout laat plaatsvinden, waarbij bijvoorbeeld een dialoogtafel zou kunnen worden georganiseerd. Het Kunstmuseum zou zich bij dit initiatief willen aansluiten. ❖ Het Koorenhuis kan aan herdenkingsactiviteiten een podium bieden en ondersteuning geven bij fondsenwerving en herdenkingsprogramma-ontwikkeling. Het idee van een speeddate om de herdenkende gemeenschappen te koppelen aan gesubsidieerde culturele instellingen in de stad wordt opgeworpen. ❖ The Grey Space in the Middle biedt de nieuwe generaties makers een podium en de mogelijkheid om te werken aan nieuwe productie, of kunstwerk enz. Letterlijk uitgesproken is het aanbod dat jongeren de sleutel kunnen krijgen om hun werk te realiseren. ❖ Het Paard geeft aan dat zij een maandelijkse ontmoetingsplek biedt en mogelijk ook opleidingsplekken aan jonge makers Het Paard heeft tijdens de lockdown met groepen die zich niet gezien en gehoord voelden eigen culturele programma’s georganiseerd en kan dit ook de herdenkende gemeenschappen aanbieden.
❖ Het Haags Filmhuis is bereid films te vertonen, gerelateerd aan de specifieke geschiedenis, de cultuur en de hedendaags gevolgen van het koloniaal en slavernijverleden. Deze programmering zal in overleg met de gemeenschappen plaatsvinden. Elke gemeenschap zou op het online platform een eigen filmdag kunnen krijgen. ❖ Galerie Nest biedt aan om met de gemeenschappen die herdenken tijdelijke monumenten te ontwikkelen in de publieke ruimte. ❖ Amare geeft aan dat zij graag gezien wordt als een buurthuis waar iedereen zijn/haar activiteiten mag organiseren. Zo wordt jaarlijks het Divali vuur bij hen ontstoken en de Divali lezing gehouden. Er werd enthousiast gereageerd op het idee om speciale muziekstukken te laten componeren voor de herdenkingen. ❖ Stichting het Spui, waarvan Amare onderdeel uitmaakt, richt zich op het promoten van wereldcultuur en wil dit podium ook bieden aan de Haagse herdenkingen. ❖ Het Kunstmuseum organiseert sinds 2009 jaarlijks stadsdeelavonden voor de Haagse stadsdelen. Het museum kan dit format ook jaarlijks aan de verschillende herdenkingsgemeenschappen bieden. De eerdergenoemde herdenkingstafels kunnen dan eventueel ook plaatsvinden. Verder host het Kunstmuseum de jaarlijks 4 & 5 Mei lezing en zien zij ook mogelijkheden een jaarlijks terugkerende Herdenkingslezing over het slavernij- en koloniaal verleden te hosten.
Ook het maken van een speciale editie van De Grote Kunstshow werd genoemd als een mogelijk concept voor jonge makers uit de diaspora. Het idee achter De Grote Kunstshow is om kunstwerken uit ‘die witte stille museumzaal’ te halen en naar een plek te brengen waar van oudsher verhalen vanuit verschillende perspectieven worden verteld: het theater. ❖ Stroom Den Haag, met de opdracht van de gemeente voor het realiseren van Herdenkingsmonumenten voor het Haags slavernijverleden, ook in samenwerking met het op te richten Herdenkingscomité, onderzoekt hoe de werkzaamheden van het comité versterkt en ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld door ruimte voor overleg te bieden en activiteiten die het herdenken van het slavernijverleden te ondersteunen. ❖ Het Haags Gemeentearchief ziet mogelijkheden voor een expositie van de herdenkingsgeschiedenissen het Atrium van het Stadhuis. ❖ Het Haags Historisch Museum geeft aan in 2023 een tentoonstelling te maken over de betekenis van herdenken aan de hand van voorwerpen en interviews. Initiatieven die nu of nog steeds plaats vinden die inspiratie kunnen bieden voor de ontwikkelingen: ❖ Theater voor Keti Koti is een project dat een breed bewustzijn creëert over het Nederlandse slavernijen koloniale verleden door middel van (podium)kunst.
Het project genereert impact rondom Keti Koti, de landelijke herdenking van het koloniale- en slavernijverleden op 30 juni en 1 juli. Bij de Haagse alliantie voor het Theater Keti Koti zijn op dit moment betrokken: Diligentia & Theater Pepijn, Het
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
13
Nationale Theater, het Indisch Herinneringscentrum, het Zuiderstrandtheater en het Haags Theaterhuis. ❖ Geïnspireerd door het model van Black History Month lanceerde het Sarnámihuis in 2015 de eerste editie van Indian History Month, een initiatief gericht op het zichtbaar maken en delen van Hindostaanse geschiedenis. Het Sarnámihuis is voornemens om ook offline-activiteiten te organiseren tijdens de Indian History Month. ❖ De Black Achievement Month wordt jaarlijks in de maand oktober gehouden. Afgelopen jaar heeft deze o.a. in Den Haag plaatsgevonden in samenwerking met het Koorenhuis, Het Filmhuis Den Haag, Het Nationaal Theater en Theater Diligentia. Voor komend jaar wordt een uitbreiding van deelnemende organisaties voorzien. ❖ Het Nationale Theater produceert en programmeert sinds 2017 een dekoloniserings-programmalijn. HNT coproduceert met Haagse stichtingen en verenigingen vanuit de verschillende gemeenschappen herdenkingen en vieringen, zoals het Gnawa festival, de dag van de Marrons, de Indiëherdenking, de Krutu dialogen, de Hindostaanse migratieviering, Keti Koti, en de zwarte emancipatie (toneelkijkersreeks). HNT produceert zelf o.a. Tijd Zal Ons Leren met bijbehorende educatieprogramma’s, podcast en open source researchdata.
Ontwikkeling van- en samenwerking met een Haags Restorative Justice netwerk Zoals eerder betoogd, is het zinvol om herdenkingen te plaatsen in het bredere kader van Restorative Justice, of Herstellende Rechtvaardigheid. Alleen op die manier kan de aandacht voor de gedeelde koloniale- en slavernijgeschiedenis ook een onderdeel zijn van een proces dat bijdraagt aan een gezamenlijke toekomst van alle bewoners van Den Haag, stad van Vrede en Recht. Niet toevallig bevinden zich er in Den Haag meerdere internationale organisaties die zich bezighouden met processen van vrede en recht, voor wie Restorative Justice een vertrouwd fenomeen is. Vandaar dat de Kwartiermaker voorstelt dat het Herdenkingscomité naast het Haagse Herdenkingsnetwerk - gevormd door Haagse culturele en maatschappelijke instellingen -ook een netwerk helpt ontwikkelen dat bestaat uit deze organisaties. Het gaat daarbij om organisaties als het Nederlandse Helsinki Comité, Human Security Collective, Justice & Peace, The Hague Peace Project, Clingendael, Universiteit Leiden, International Institute of Social Studies, en de Haagse Hogeschool. De meeste van deze organisaties hebben zich al verenigd in de Humanity Hub. De Humanity Hub ziet mogelijkheden om een symposium, dialogen of andere activiteiten te organiseren in samenwerking met het Herdenkingscomité.
Bijvoorbeeld in het kader van de Just for Peace Month tussen 21 september en 24 oktober. Voor het organiseren van activiteiten rondom Restorative Justice heeft zij de benodigde expertise en netwerken, die zij graag inzetten voor initiatieven ten behoeve van de Haagse burgers. De directie van Diaspora Wellhouse geeft aan een healings-programma te kunnen aanbieden dat bestaat uit een vijftal pilaren die zij ontwikkeld hebben. De pilaren zijn ontwikkeld vanwege de wereldwijde - en ook Nederlandse - toename van mentale problematiek onder de diaspora community en de wetenschap dat veel Haagse burgers binnen die diaspora dagelijks worstelen met hun mentale gezondheid door de effecten van racisme, discriminatie en uitsluiting. Onderzoeks-, advies- en participatiebureau EMMA houdt zich bezig met oplossingen voor de maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen en ontwikkelt die in samenspraak met inwoners, overheid, markt en kennisinstellingen. Emma denkt graag mee over hoe de systemische ongelijkheid binnen Den Haag op een structurele wijze kan worden geadresseerd. Overige mogelijke genoemde initiatieven Naast de hierboven genoemde meer algemene programma’s en activiteiten die ontwikkeld kunnen worden, volgen hieronder nog een aantal specifieke voorstellen die in de gesprekken met de gemeenschappen naar voren kwamen.
Hieruit mag blijkt dat er voor het Herdenkingscomité genoeg mogelijkheden zijn om de Haagse Herdenkingscultuur continu te vernieuwen en uit te breiden door de volgende initiatieven: De organisatie van herdenkingswandelingen: in aansluiting op de al eerder georganiseerde slavernijwandeling werd er ook gesproken over een Nelson Mandela walk, een immigratiewandeling, en vredesloop; Het ophalen en vastleggen van de herinnering van de ouderen door jongere generaties over het koloniale- en slavernijverleden (oral history);
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
14
-
-
Het geven van voordrachten en lessen door ouderen aan jongeren over de impact van de pijnlijke geschiedenis op hun leven; De organisatie van overdrachts-dialogen tussen de oude en jongere generaties, maar ook tussen verschillende gemeenschappen; De organisatie van activiteiten in straten met namen die een relatie hebben met de slavernij en koloniale geschiedenis van Den Haag, in samenwerking met de bewoners. Bijvoorbeeld een Tuladialoogtafel in de Tula straat; Het programmeren en organiseren van activiteiten in gebouwen die een relatie hebben met de slavernij en koloniale geschiedenis van Den Haag in samenwerking met de eigenaren/huurders; Het organiseren van een jaarlijks terugkerend bevrijdingsfestival; Het organiseren van een symposium over een thema dat gerelateerd is aan herdenken en aan de identiteit en geschiedenis van Den Haag.
Slotopmerking Bovenstaande lijst van mogelijke initiatieven die het Herdenkingscomité kan ontplooien komen uit de vele gesprekken die de Kwartiermaker gehad heeft met beoogde leden van dat Herdenkingscomité, van het Herdenkingsnetwerk en van het Restorative Justice netwerk. Het is ronduit positief te noemen dat de toekomstige oprichting van het Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden zoveel enthousiasme en inspiratie genereerde bij de gesprekspartners. Dit geeft een resultaat van initiatieven en netwerken dat misschien een nog groter effect heeft dan die van de eerdergenoemde beoogde maatschappelijke effecten. Op basis van de inrichting en organisatie van bestaande relevante culturele organisaties die herdenkingen organiseren blijkt duidelijk dat institutionele inbedding een absolute vereiste is om tot een stabiele herdenkingscultuur te komen. Dit bleek ook uit de gesprekken met de Haagse zelforganisaties die vanwege de huidige belemmeringen en uitdagingen nauwelijks mogelijkheden hebben om hun eigen herdenkingsagenda uit te voeren.
Hoofdstuk 3. Een toekomstperspectief: Den Haag als Stad van Vrede, Recht en Herdenken “In Den Haag wordt, iedere dag weer, hard gewerkt aan een betere wereld. Symbool hiervan is het Vredespaleis. Zo'n 100 jaar geleden werd dit paleis gebouwd. Daarmee werd een stevig fundament gelegd voor Den Haag als internationale stad van Vrede en Recht. Naast het Vredespaleis zijn er tal van andere plekken en gebouwen waar gewerkt wordt aan een veiligere en rechtvaardigere wereld. Uit alle windstreken komen ze hiervoor naar ‘The Hague’ om, met elkaar, mondiale problemen op te lossen. Daarmee is Den Haag het kloppend hart van de wereldvrede.” (Bron: website Citymarketing bureau Den Haag) Dit is een van de vele profileringen van Den Haag zoals die te vinden zijn op de websites van vele organisaties. Er zijn echter veel redenen te noemen waarom Den Haag ook een ‘Herdenkingsstad’ zou moeten worden. Immers, of het nu gaat om de verschillende tribunalen die in Den Haag plaatsvinden, de vredesprocessen of politieke uiteenzettingen - in vrijwel alle gevallen berusten het bereiken van vrede en recht ook op een betekenisvolle omgang met het verleden. De wederzijdse erkenning van een gedeeld pijnlijk verleden door dader en slachtoffer speelt daarbij een rol, of het nu om een geschil tussen individuen of tussen landen of gemeenschappen gaat.
Herdenken kan daarbij van waarde zijn, omdat daarmee aandacht gevraagd en geschonken wordt aan dat verleden terwijl tegelijkertijd dat verleden ook zodanig gepositioneerd kan worden dat er samen aan een verdere toekomst gebouwd wordt. Het voorstel om te streven naar een uitbreiding van de bestaande profilering van Den Haag heeft positieve bijval opgeleverd onder de gesproken partijen. Er waren ook kritische geluiden: “veel te hoog gegrepen”, “niet realistisch”. De toekomst zal uitwijzen voor welke veranderingen de stad Den Haag klaar is. Het gegeven is dat Den Haag een grote betrokkenheid bij het koloniaal- en slavernijverleden heeft als zijnde onze vroegere en huidige residentie of regeringszetel. Juist in Den Haag zijn vele overheidsbesluiten genomen die direct verband houden tot 400 jaar beleid in de koloniën ten tijde van de koloniale- en slavernij periode. Beleid dat destijds en nú nog zijn pijnlijke sporen nalaat. Het zou alleen al om die reden een teken van sociale rechtvaardigheid zijn om aan het bestaande profiel van de stad dit nieuwe predicaat toe te voegen, als zijnde de stad van Vrede en Recht en daarom dus ook de stad van het Herdenken. Het behoeft geen betoog dat een
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
15
dergelijke herprofilering van Den Haag een bekroning zou vormen op de ontwikkeling van de Haagse Herdenkingscultuur. Hoe nu verder? Met dit rapport als achtergrond wordt de komende maanden verder gewerkt aan de samenstelling van het Herdenkingscomité. Welke gemeenschappen kunnen we vertegenwoordigd zien en welk profiel van de leden is nodig om het Herdenkingscomité structureel in te bedden in de Haagse samenleving? Ook moet in kaart worden gebracht welke middelen nodig zijn om het op te richten Herdenkingscomité te faciliteren. En ten slotte: welke status krijgt het binnen de gemeentelijke organisatie?
Mercedes van Zandwijken Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden
Rapport van de Kwartiermaker Herdenkingscomité Koloniaal- en Slavernijverleden 2022.
16
Referenties Cohen, R. L. (2016). Restorative Justice. In C. Sabbagh & M. Schmitt (Eds.), Handbook of Social Justice Theory and Research (pp. 257-272). New York, NY: Springer. Commission, C. R. (2014). Caricom Ten Point Plan for Reparatory Justice. Available online: https://caricom.org/caricom-ten-point-plan-for-reparatory-justice/ Essed, P. (1991). Understanding everyday racism: An interdisciplinary theory (Vol. 2). Newbury Park, CA: Sage. Essed, P. (2014). Alledaags racisme. Amsterdam: Sara. Felten, H., & Taouanza, I. (2018). Wat werkt bij het verminderen van discriminatie? Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. General Assembly of the United Nations. (2005). Basic Principles and Guidelines on the Right to a Remedy and Reparation for Victims of Gross Violations of International Human Rights Law and Serious Violations of International Humanitarian Law. Retrieved from https://www.ohchr.org/en/instrumentsmechanisms/instruments/basic-principles-and-guidelines-right-remedy-and-reparation General Assembly of the United Nations. (2014). Proclamation of the International Decade for People of African Descent. Retrieved from: https://www.un.org/en/observances/decade-people-african-descent Immler, N. L. (2021). What is Meant by ‘Repair’ when Claiming Reparations for Colonial Wrongs? Transformative Justice for the Dutch Slavery Past. Esclavages & Post-esclavages.