RIS313215 Jeugdbescherming Bijlage 1
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 2518 6401 DA Heerlen
De minister voor Rechtsbescherming De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht Postbus 2518 6401 DA Heerlen T 088 120 5000 www.igj.nl
Ons kenmerk
IGJ/BBS/2022/1034903
Bijlage(n) -
Datum Betreft
9 september 2022 Toezicht jeugdbeschermingsketen
Geachte heer Weerwind, geachte heer Van Ooijen, Hierbij informeer ik u, mede namens de Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV) dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Inspectie Justitie en Veiligheid hebben moeten constateren dat hun instrumentarium ten aanzien van de jeugdbeschermingsketen om te interveniëren, en zo verbetering op de korte termijn te bevorderen, uitgeput is. Dit betekent voor het toezicht op de jeugdbeschermingsketen dat de inspecties niet meer optreden wanneer de oorzaken van het niet naleven van wet- en regelgeving liggen in het onvoldoende realiseren van een toereikend aanbod van jeugdbescherming en jeugdhulp. Wij vragen u met klem om op korte termijn nadere invulling te geven aan uw stelselverantwoordelijkheid voor passende bescherming en hulp aan deze kinderen en te komen tot een (crisis)beleid dat leidt tot adequate bescherming van kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidsverantwoordelijkheid Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen.
Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind). In 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid gesteld dat de Nederlandse overheid haar verantwoordelijkheid voor kinderen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd onvoldoende nam 1. De gecertificeerde instellingen (GI’s) die deze verantwoordelijkheid namens de overheid invulden, konden deze verantwoordelijkheid niet waarmaken.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid, Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd (2019) 1
Pagina 1 van 5
Ook constateerden de inspecties dat rechtelijke uitspraken, gericht op het beschermen van kinderen, niet standaard werden uitgevoerd. In de jaren erna hebben de inspecties intensief gevolgd of hierin verbetering werd gebracht voor de kinderen die te maken hebben met een jeugdbeschermingsmaatregel 2.
Datum 9 september 2022 Kenmerk IGJ/BBS/2022/1034903
Stand van zaken 2022: de jeugdbeschermingsketen bezwijkt De inspecties hebben in genoemde rapporten achtereenvolgens de oorzaken geanalyseerd van deze problematiek. Er was en is sprake van financiële tekorten, arbeidsmarkttekorten, een verzwaring van het werk en het ontbreken van mogelijkheden voor jeugdbeschermers om deze kinderen zonder vertraging passende hulp te bieden (onder andere als gevolg van tekorten aan deze hulp en als gevolg van bureaucratische processen bij gemeenten 3). De inspecties hebben gerichte aanbevelingen gedaan om hier verbetering in te brengen, ten minste voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties hebben de grenzen van hun bevoegdheden opgezocht in het belang van de bescherming van kwetsbare kinderen. Zij hebben gemeenten / jeugdbeschermingsregio’s aangesproken op hun verantwoordelijkheid om te voorzien in een kwalitatief / kwantitatief toereikende jeugdbescherming en een toereikend hulpaanbod voor kinderen met een maatregel. Zij hebben verscherpt toezicht uitgevoerd in regio’s waar jeugdigen met een maatregel te lang wachtten op passende hulp. In mei 2022 moesten de inspecties opnieuw vaststellen dat de jeugdbeschermingsketen niet voldoet aan de in de wet vastgelegde minimale kwaliteitseisen. Kinderen met een maatregel krijgen nog steeds niet zonder vertraging de noodzakelijke bescherming en de hulp.
De inspecties concludeerden dat oplossingen niet (alleen) in de regio’s liggen, dat sprake is van hardnekkige stelselproblematiek. In het signalement Jeugdbeschermingsketen in gevaar werden - naast het onvoldoende onderkennen van de arbeidsmarktproblematiek als onderdelen van de stelselproblematiek benoemd: de verantwoordelijkheidsverdeling in de jeugdbeschermingsketen, de financieringssystematiek en de schaalgrootte. Deze knelpunten zijn nog niet opgelost. Bij regio’s waar in juli 2021 onder hoge druk en met grote inspanning verbetering was gerealiseerd, zakt de bescherming en hulp aan kinderen opnieuw door het ijs 4.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid, Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd (2020), Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd 2021. Vervolgtoezicht (2021). 3 De GI heeft de wettelijke taak te bepalen of, en zo ja welke, jeugdhulp is aangewezen bij de uitvoering van een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel. Het administratieve en bureaucratische proces mag niet vertragen, of ertoe leiden dat de noodzakelijke hulp aan een jeugdige wordt onthouden. Voor een jeugdhulpbepaling voor een jeugdige met een maatregel is geen beschikking van de gemeente nodig. In de praktijk hebben de inspecties echter gezien dat het proces vertraagt doordat de gemeente de bepaling van de GI inhoudelijk toetst. Ook werkt resultaat gestuurde financiering in de praktijk bijvoorbeeld vertragend. Zie verder: Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd. Vervolgrapportage 2021, p28. 4 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid, Stand van zaken jeugdbeschermingsketen (mei 2022) 2
Pagina 2 van 5
Geen breed gedragen aanpak voor de kinderen die nu een jeugdbeschermingsmaatregel hebben In de zomer van 2022 vroegen de inspecties hierop alle stakeholders naar oplossingsrichtingen op de korte termijn, voor de eigen organisatie en op de hele keten. De inspecties keken hierbij naar de hele keten (Veilig Thuis, lokale teams, Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen en specialistische jeugdhulp). Dit is noodzakelijk, omdat vraagstukken op het gebied van financiële en personele problemen, verzwaring van de doelgroep en ontoereikend hulpaanbod in de hele keten spelen en op elkaar inwerken. Partijen in de jeugdbeschermingsketen hebben elkaar bovendien nodig om jeugdigen tijdig en effectief te kunnen beschermen. Voor de (middel)lange termijn werken Rijk, gemeenten en instellingen samen aan structurele verbetering van de jeugdbeschermingsketen (inclusief de inzet van specialistische hulp) in het kader van het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming en de Hervormingsagenda. De inspecties constateren op basis van de gesprekken echter dat op korte termijn en ketenbreed geen breed gedragen aanpak te verwachten is.
Datum 9 september 2022 Kenmerk IGJ/BBS/2022/1034903
De inspecties stellen vast dat op korte termijn ook geen aanpak te verwachten is die ertoe leidt dat in elk geval de beperkte groep kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zonder vertraging bescherming en hulp krijgen die zij nodig hebben. Dit ondanks alle inspanningen van de afzonderlijke betrokken partijen in de jeugdbeschermingsketen en het toezicht hierop door de inspecties. Interventiemogelijkheden voor toezicht zijn uitgeput Zoals aangegeven, stellen de inspecties al sinds 2019 dat de Nederlandse overheid haar verantwoordelijkheid voor kinderen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd onvoldoende invult. Ook hebben de inspecties sinds 2019 de verantwoordelijken aangesproken op de invulling van hun rol. De situatie is echter onverminderd slecht, ondanks de betrokkenheid en inzet van jeugdbeschermers. De inspecties stellen nu dat het toezichtinstrumentarium, om te interveniëren en zo verbetering op de korte termijn te bevorderen, is uitgeput. Zoals gezegd hebben de inspecties de grenzen van het toezicht opgezocht. De inspecties kunnen vanuit het toezicht geen effect of verandering meer bewerkstelligen op factoren die buiten de instellingen liggen. De inspecties roepen de (stelsel)verantwoordelijken opnieuw en dringend op om (crisis) beleid in te zetten.
Dit betekent voor het toezicht op de jeugdbeschermingsketen dat de inspecties niet optreden indien de oorzaken van het niet naleven van wet- en regelgeving liggen in het onvoldoende realiseren van een toereikend aanbod van jeugdbescherming en jeugdhulp. Dit is een verantwoordelijkheid voor gemeenten. Het Rijk heeft hier in het kader van Interbestuurlijk Toezicht een toezichthoudende bevoegdheid in. De inspecties treden ook niet op indien het niet naleven van weten regelgeving veroorzaakt wordt door stelselproblematiek. De inspecties beëindigen in lijn hiermee de lopende verscherpte toezichten in Noord-Holland en Brabant, ook al is het resultaat (elk kind met een maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp) nog niet bereikt. Zij beëindigen het verscherpte toezicht omdat zij moeten constateren dat deze interventie niet verder bijdraagt aan het verbeteren van de situatie. De oorzaken van de problematiek overstijgen (deels) de invloedsfeer van de verantwoordelijke partijen. Daarnaast zien de inspecties dat deze oorzaken Pagina 3 van 5
ertoe leiden dat de situatie in andere regio’s inmiddels ook weer is verslechterd. De situatie in genoemde regio’s is in dat opzicht te vergelijken met de landelijke situatie.
Datum 9 september 2022 Kenmerk IGJ/BBS/2022/1034903
Vanzelfsprekend blijven de inspecties toezicht houden op de jeugdbeschermingsketen. De inspecties blijven zich richten op het monitoren en signaleren van de ontwikkelingen in dit domein en daarnaast blijven zij calamiteitentoezicht uitoefenen. Daarnaast zullen de inspecties optreden als instellingen in de jeugdbeschermingsketen niet ‘in control’ zijn op de taken waar zij zelf verantwoordelijk voor zijn en zelf grip op behoren te hebben. Rechterlijke beslissingen kunnen niet worden uitgevoerd De verantwoordelijke partijen zoeken naar manieren waarop de bescherming van en hulp aan kinderen met een maatregel ingevuld kan worden. Een weg die ingeslagen is staat beschreven in het ‘Handelingsperspectief en veldnorm bij onderbezetting Gecertificeerde Instellingen’. Startpunt van deze werkwijze is het ontlasten van het personeel zodat deze behouden blijft voor het werk, het ziekteverzuim en het aantal vacatures terugloopt. De GI’s nemen het initiatief voor deze werkwijze vanuit het perspectief van ‘goed werkgeverschap’. De inspecties realiseren zich dat het behoud van personeel een belangrijke voorwaarde is om jeugdbeschermingsmaatregelen te kunnen uitvoeren. De consequentie van het handelingsperspectief is echter dat rechterlijke beslissingen voor deze kinderen niet worden uitgevoerd en dat wettelijke normen niet worden nageleefd.
Daarmee zal een deel van de kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en waarvoor de overheid de verantwoordelijkheid draagt dat zij beschermd worden, deze bescherming en de hiervoor noodzakelijke hulp niet krijgen. De inspecties begrijpen dat de complexiteit van de huidige context (financiën, personeel, problematiek) vraagt om onorthodoxe werkwijzen. Het is echter niet aan de inspectie om goedkeuring te geven aan een dergelijk handelingsperspectief omdat de wetgever verantwoordelijk is voor wetgeving en de normen die in de wet zijn opgenomen. De inspecties hebben de afgelopen jaren consequent en consistent gevraagd om verbeteringen op de korte termijn. Een kind waarvan de rechter nu vaststelt dat het ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd heeft recht op directe bescherming en de overheid heeft de plicht om daarin te voorzien.
Pagina 4 van 5
Wij vragen u uw stelselverantwoordelijkheid te nemen voor passende bescherming en hulp aan deze kinderen. Als dit niet op korte termijn te realiseren is, dan is het aan u om te komen tot een (crisis)beleid dat leidt tot adequate bescherming van kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd.
Datum 9 september 2022 Kenmerk IGJ/BBS/2022/1034903
Hoogachtend, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Angela van der Putten Hoofdinspecteur
Pagina 5 van 5