RIS313215 Beantwoording SV Jeugdbescherming
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
11 november 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op vragen van het raadslid mevrouw Verdonk, luidend: ‘Jeugdbescherming’
OCW/10399512 RIS313215
Het raadslid mevrouw Verdonk heeft op 20 september 2022 een brief met daarin zeventien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de signaalbrief d.d. 13 september van de IGJ en IJenV over het toezicht op de jeugdbeschermingsketen? (1)
Ja, het college is hiervan op de hoogte. 2.
De inspecties hebben aangegeven dat zij niet meer optreden wanneer er onvoldoende aanbod aan jeugdbescherming en jeugdhulp is. Het college is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van voldoende, passend aanbod, wat gaat het college doen om de veiligheid van de meest kwetsbare kinderen in Den Haag te waarborgen?
Zie beantwoording van vraag 3b en 3c. 3a. De inspecties hebben herhaaldelijk, waaronder laatstelijk in mei 2022 vastgesteld dat de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) die de jeugdbeschermingsmaatregelen uitvoeren, niet aan de wettelijke vereisten voldoen. Is het college hiermee bekend? Ja, het college is bekend met dit rapport van de inspecties. Dit rapport beschrijft overigens een landelijke trend zonder in te zoomen op de regionale situatie van Haaglanden. 3b. Indien het college met bovenstaande bekend is, wat heeft het college gedaan om ervoor te zorgen dat de GI’s wel aan de wettelijke vereisten voldoen? 3c. Hebben de door het college getroffen maatregelen, bedoeld in vraag 3b ervoor gezorgd dat de GI’s nu wel aan de wettelijke eisen voldoen? Zo nee, wat gaat het college daar dan aan doen? Vanaf 2020 is er vanuit de regio Haaglanden uit gemeentelijke middelen geïnvesteerd in verbeterplannen van de GI’s voor een bedrag van ruim € 3,1 miljoen. Met behulp van deze verbeterplannen slagen de GI’s er in om te voldoen aan de wettelijke vereisten. Vanuit de gemeente Den Haag is voor ruim € 1,5 miljoen bijgedragen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10399512
4.
Is het college bekend met het door de inspecties genoemde ‘handelingsperspectief en veldnorm bij onderbezetting Gecertificeerde Instellingen’? Zo ja, wat is uw mening over dit handelingsperspectief als het gaat om het borgen van de veiligheid van de kinderen?
Ja, het college is daarmee bekend. Het college acht het zeer onwenselijk dat er onderbezetting ontstaat bij een GI en heeft daarom al ruim € 1,5 miljoen geïnvesteerd in verbeterplannen van de GI’s om dit te voorkomen. Gezien de huidige situatie in de jeugdbescherming is het zich voordoen van onderbezetting echter niet uit te sluiten en heeft dit zich ook in onze regio tijdelijk al voorgedaan. Het college acht het verstandig dat GI’s, Rijk en VNG zijn gekomen tot deze veldnorm, als er zich onderbezetting voordoet, omdat daarmee vastligt hoe te handelen in een dergelijke situatie. Een groot nadeel bij dit handelingsperspectief is dat er geen vaste jeugdbeschermer wordt gekoppeld aan de jeugdige met een maatregel en daarmee staat de kwaliteit van de hulpverlening onder druk. Het college is van opvatting dat de veiligheid van de betrokken jeugdigen wordt geborgd doordat is vastgelegd: • hoe de GI beoordeelt welk kind als eerste geholpen wordt (triage). Bij acute dreiging wordt meteen geholpen; • hoe de GI zicht houdt op de veiligheid van kinderen die moeten wachten. 5.
Is het college bewust van de risico’s die een dergelijk handelingsperspectief met zich meebrengen en bent u bereid om dit risico persoonlijk op u te nemen?
Het college is van mening dat het managen van de risico’s op een adequate wijze gebeurt in het genoemde handelingsperspectief. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het invullen van de opdrachtgeversrol richting de GI’s draagt het college de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de aansturing van de GI’s. 6.
Als reactie op de genoemde signaalbrief heeft op 14 september de verantwoordelijke minister voor rechtsbescherming de brief ‘verbetering van de jeugdbeschermingsketen’ aan de Tweede Kamer gestuurd. Heeft het college van deze brief kennisgenomen? (2)
Het college heeft kennisgenomen van de brief van 14 september. 6.
De minister voor Rechtsbescherming (Mrb) heeft toegezegd de komende drie jaar 40 miljoen euro extra beschikbaar te stellen, met als voorwaarde dat gemeenten een vergelijkbaar bedrag beschikbaar stellen. Is het college bereid aan deze voorwaarde tegemoet te komen?
Momenteel lopen hierover de gesprekken nog tussen de VNG en het ministerie van JenV, waarbij er op wordt gewezen dat de gemeenten sinds 2019 al fors hebben bijgedragen uit eigen middelen. 7.
In genoemde brief van Mrb wordt aangegeven dat in het najaar het Rijk en gemeenten zullen ‘verkennen’ welke norm voor een caseload kan worden gesteld. Is het college van mening dat een dergelijke crisissituatie als nu in de jeugdbescherming speelt kan wachten tot verkennende gesprekken in het najaar?
Er is inderdaad sprake van een crisissituatie, daarom stelt het college ook aan de regio Haaglanden voor om ten minste de verbeterplannen van de GI’s te continueren voor 2023, vooruitlopend op verdere landelijke stappen. Daarmee is voor de regio een bedrag van ruim € 1,5 miljoen gemoeid.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10399512
8.
Ook wordt in de brief gesproken over de noodzaak tot het vereenvoudigen van het verwijzingsproces naar jeugdhulp, met alle administratieve lasten van dien. Begin 2023 komt er een handreiking voor een eenduidig verwijsproces beschikbaar. Deze handreiking heeft alleen nut als deze door de gemeente ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd. Is het college voornemens dit te gaan doen?
Op dit moment wordt er gezamenlijk met GI’s al gewerkt aan een eenvoudiger toeleidingproces. De handreiking zal daar zeker bij worden betrokken. 9.
Het landelijk percentage complexe echtscheidingszaken bij GI’s is tussen de 60% en de 70%, hoe hoog is dit percentage bij de Haagse zaken?
Er is geen registratie van het percentage complexe echtscheidingszaken en dus is het percentage in de Haagse situatie niet bekend. Het percentage van 60-70% dat in de brief van de minister van JenV wordt genoemd is gebaseerd op dossieronderzoek van professor Bruning in het kader van de Eindevaluatie Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen. 10a. Mrb is van mening dat complexe echtscheidingszaken veelal niet thuishoren bij de jeugdbescherming, deelt het college deze mening? Het college acht het nog te vroeg om daar een mening over te vormen, ook omdat complexe scheidingen regelmatig wel tot onveilige situaties leiden voor de betrokken kinderen. Het college acht het verstandig om dit punt nader te verkennen, zoals het ministerie van JenV ook gaat doen, door het gesprek aan te gaan met onder andere de Associatie Wijkteams, de Raad voor de Kinderbescherming, Landelijk Netwerk Veilig Thuis en de Rechtspraak. Bij die verkenning dient dan ook te worden bezien waar en hoe deze doelgroep dan wel geholpen kan worden.
10b. Indien het college deze mening deelt, hoe gaat de gemeente de veiligheid van deze kinderen dan borgen zolang hier door het Rijk geen passende oplossing voor is gevonden? Als de veiligheid in het geding is, ziet het college een beschermingsmaatregel als de meest voor de hand liggende maatregel. Ook bij een complexe scheiding. Uiteraard is het aan de rechter om te oordelen of een beschermingsmaatregel in een specifieke situatie passend is. 11.
Het door Mrb eerder gepresenteerde ‘toekomstscenario’ zal versneld worden ‘uitgerold’. Een aantal regio’s werken nu al in de ‘geest’ van dit toekomstscenario. Geldt dat ook voor Den Haag? Kan het college hierbij ook aangeven wat uw mening is over het functioneren van de “vrije” jeugdgevangenis in Den Haag.
Het toekomstscenario wordt momenteel in de praktijk beproefd in 10 landelijke proeftuinen, om ervaring op te doen met een nieuwe manier van werken voordat deze wordt vastgelegd in de wet. In de regio Haaglanden is een stuurgroep gevormd door bestuurders/directeuren van de belangrijkste partners in de veiligheidsketen: Veilig Thuis Haaglanden, JB-west en William Schrikker Groep (namens de GI’s), Perspektief (vrouwenopvang), Raad voor de Kinderbescherming en de (centrum)gemeenten Delft en Den Haag. Met deze stuurgroep volgen we de landelijke ontwikkelingen op de voet en kijken we hoe we hierop kunnen inspelen, over de grenzen van ieders eigen organisaties heen.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10399512
Wij nemen aan dat u met “vrije jeugdgevangenis” doelt op het landelijk beleid van de Minister van Rechtsbescherming, waarbij residentiele justitiële jeugdinrichtingen worden omgevormd naar kleinschalige woonvormen waar jongeren hun detentie uitzitten. Den Haag is een van de steden waar een dergelijke voorziening is geopend. Een Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) is een voorziening waar verdachten en strafrechtelijk veroordeelde jongeren met een vrijheidsbenemende titel dichtbij hun eigen leefomgeving verblijven met een lager beveiligingsniveau dan in de huidige Justitiële Jeugdinrichting (JJI). De inzet is dat zorg en dagbesteding zoveel als mogelijk worden gecontinueerd of opgestart tijdens het verblijf. De plaatsing van jongeren geschiedt door de Minister van Rechtsbescherming. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzet van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering bij jongeren in deze voorziening. Niet iedere jongere komt in aanmerking voor een KVJJ. Van tevoren wordt een afweging gemaakt of een jongere past binnen de lager beveiligde voorziening. De KVJJ heeft wat opstartproblemen gehad. Zo was het vanwege relatieve onbekendheid bij plaatsende instanties in de beginperiode moeilijk om passende jongeren te plaatsen, waardoor de voorziening grotendeels leegstond. Inmiddels weten plaatsende instanties de voorziening beter te vinden. 12.
In 2019 is er een inspectierapport opgesteld over een suïcide van een meisje dat, op het moment van overlijden verbleef in een Haagse instelling. IS het college bekend met dit rapport over de casus van Kiemtie Jokhoe, een jongere die onder voogdij van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering stond en zichzelf van het leven heeft beroofd? Ja, hiervan is het college van op de hoogte. 13. Bent u bekend met de documentaire die net verschenen is over de misstanden in de Jeugdzorg in het algemeen en deze casus in het bijzonder? (3) Ja, het college is hiermee bekend. 14. Hoe verklaart het college dat een minderjarig meisje dat door overheidsingrijpen onder voogdij van het LJ&R stond zich van het leven heeft kunnen beroven terwijl dit overheidsingrijpen heeft plaatsgevonden in verband met een vermeende onveilige thuissituatie? In het inspectierapport is op een rij gezet welke tekortkomingen er zijn opgetreden bij de invulling van de jeugdbescherming. Het college heeft niets toe te voegen aan de inzichten van de inspectie, maar betreurt het zeer dat de zorg voor de jeugdige tekort is geschoten. Eerder heeft het college hierover vragen beantwoord (RIS305276). 15.
Is het college van mening dat een GI die belast is met de voogdij van een jongere verantwoordelijk en aansprakelijk is voor het overlijden van een jongere nu juist van de overheid mag worden verwacht dat zij de veiligheid van de jongeren als hoogste prioriteit zouden moeten hebben?
De veiligheid van de jeugdigen dient inderdaad de hoogste prioriteit te hebben van de GI. De betrokken GI heeft de bevindingen van de Inspectie zeer serieus genomen en de voorgestelde verbeteringen doorgevoerd. Een GI is verantwoordelijk voor zijn handelen en kan op verschillende manieren daarop worden aangesproken. Of er daarnaast sprake is van aansprakelijkheid, is een vraag die niet eenvoudig te beantwoorden is en waarin alle omstandigheden van de situatie moeten worden meegewogen.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10399512
16. Is het college, net als Hart voor Den Haag van mening dat alle kinderen een veilige plek verdienen, juist ook kwetsbare kinderen die in de jeugdinstellingen verblijven? Hoe gaat het college zich hier de komende 3 ½ jaar voor inspannen? Uiteraard is het college het hier geheel mee eens en we gaan daar de komende jaren stevig mee aan de slag. Onder andere door samen met de jeugdbeschermingsketen te werken aan een vermindering van het aantal uithuisplaatsingen. Daarnaast blijven we doorgaan met de zogenaamde doorbraakaanpak om voor kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel zo snel mogelijk passende hulp te realiseren. Tevens gaan we door op de ingeslagen weg om de GI’s zodanig te equiperen dat zij hun moeilijke werk op een kwalitatief goed niveau kunnen uitvoeren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
(1, 2) Zie bijlage (3) https://www.youtube.com/watch?v=udKWQgXAttE
5/5