CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS313199 Consequenties en vervolgstappen uitspraken rechtbank kamerbewoning

Algemene Raadscommissie 12 oktober 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan: de voorzitter van de Gemeenteraad

DSO/10375943 RIS313199 Contactpersoon

E. van den Berg Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

Wonen Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

20 september 2022

etienne.vandenberg@denhaag.nl

Onderwerp

Consequenties en vervolgstappen uitspraken rechtbank kamerbewoning

Op 17 mei 2022 hebben wij uw raad per brief geïnformeerd over de uitspraken van de rechtbank over het kamerbewoningsbeleid uit 2020 (RIS312254). Hierbij is toegezegd dat wij uw raad op een later moment nader zouden informeren over de consequenties van de uitspraken van de rechtbank en de vervolgstappen die het college zou nemen. In deze brief gaan wij op die toezegging in. Uitspraken van de rechtbank De rechtbank heeft uitspraken gedaan over het kamerbewoningsbeleid dat in 2020 van kracht was. Binnen de uitspraken van de rechtbank kan globaal onderscheid gemaakt worden tussen twee onderdelen. Ten eerste stelt de rechtbank dat de gemeente destijds niet goed gemotiveerd heeft waarom een vergunningplicht voor het omzetten van woningen (kamerbewoning) in het dure segment noodzakelijk was. De Huisvestingswet 2014 stelt immers dat een gemeente alleen gebruik mag maken van de bevoegdheid om een vergunningplicht in te voeren indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Volgens de rechtbank heeft de gemeente daar voor het dure segment niet aan voldaan. De rechtbank vindt dat de gemeente geen vergunningplicht voor woningen in dit segment had mogen hanteren. Het dure prijssegment begon in 2020 vanaf een WOZ-waarde van € 310.000.

De rechtbank stelt dat de gemeente destijds wel goed onderbouwd heeft waarom op basis van schaarste een vergunningplicht voor kamerbewoning bij woningen in het goedkope en middensegment (tot een WOZ-waarde van € 310.000) noodzakelijk en geschikt was. Ten tweede stelt de rechtbank dat er in 2020 geen grond was om op basis van leefbaarheid een volledige (stadsbrede) stop op kamerbewoning in te voeren. Volgens de rechter was er geen deugdelijke onderbouwing aanwezig om de beleidsregel stadsbreed in te voeren en alle aanvragen voor omzettingsvergunningen voor kamerbewoning op basis van leefbaarheid te weigeren. Consequenties van de uitspraken van de rechtbank De uitspraken van de rechtbank hebben betrekking op het kamerbewoningsbeleid in 2020. De rechtbank heeft niet geoordeeld over het huidige kamerbewoningsbeleid. De uitspraken van de rechtbank hebben dan ook geen gevolgen voor de vergunningplicht binnen het huidige kamerbewoningsbeleid.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10375943

In de huidige Nota voorraadbeleid Den Haag 2021 zijn de schaarste en de negatieve effecten van schaarste in alle segmenten, waaronder ook het dure segment, onderbouwd. Omdat woningen in alle segmenten schaars zijn in Den Haag geldt er voor kamerbewoning een vergunningplicht voor alle woningen. Zo worden de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste bestreden. Op welke gronden een omzettingsvergunning vervolgens wordt verleend of geweigerd is vastgelegd in de Nota voorraadbeleid Den Haag 2021. De uitspraken hebben wel gevolgen voor woningen in het dure segment die omgezet zijn naar kamerbewoning vanaf vier personen in de periode waar de uitspraken betrekking op hebben. Volgens de rechtbank zou hiervoor geen vergunning benodigd zijn geweest. Er zijn nog diverse handhavingszaken uit de periode waar de uitspraken betrekking op hebben en waartegen bezwaar of beroep is aangetekend. Het buiten toepassing laten van het desbetreffende artikel uit de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 heeft gevolgen voor deze zaken. Voor besluiten met formele rechtskracht, waar geen bezwaar of beroep tegen openstaat, hebben de uitspraken geen gevolgen. De wettelijke grondslag voor de vergunningplicht voor woningonttrekking en woningvorming (bouwkundig splitsen) is hetzelfde als voor woningomzetting. Deze drie typen vergunningen zijn gebaseerd op dezelfde onderbouwing.

Om die reden zijn de bovenstaande gevolgen voor woningonttrekking en woningvorming vergelijkbaar. Concreet betekent dat dus dat de uitspraken ook gevolgen hebben voor woningen in het dure segment die in de betreffende periode zonder vergunning gesplitst of onttrokken zijn en waartegen handhavingszaken lopen. De beleidsregel met de volledige stop op kamerbewoning is per 1 juli 2021 komen te vervallen. Er geldt momenteel geen stadsbrede stop op de afgifte van omzettingsvergunningen. In schriftelijke vragen (RIS312386) werd het college gevraagd om in deze brief te reflecteren op de gevolgen van deze uitspraken op de leefbaarheid en een eventuele wildgroei van kamerbewoning. De impact van de uitspraken op het huidige kamerbewoningsbeleid en de leefbaarheid is beperkt, aangezien deze gaan over acht casussen uit de periode waar de uitspraken van de rechtbank betrekking op hebben. In het huidige beleid heeft de gemeenteraad een nieuwe afweging gemaakt tussen enerzijds leefbaarheids- en schaarste factoren en anderzijds de behoefte aan kamerbewoning. Op basis daarvan is bepaald waar momenteel nog kamerbewoning is toegestaan. Daaraan verandert niets. Vervolgstappen Het college heeft inmiddels hoger beroep ingesteld op het onderdeel dat gaat over de vergunningplicht in het dure segment.

Het college is van mening dat in de periode waarop de uitspraken van rechtbank betrekking hebben, een vergunningplicht voor het omzetten van woningen in het dure segment wel degelijk een noodzakelijk en geschikt instrument was om de onevenredige en onevenwichtige effecten van schaarste in Den Haag te bestrijden. Het hogerberoepschrift met de daarbij behorende aanvullende gronden is inmiddels ingediend bij de Raad van State. Het college heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het oordeel van de rechtbank dat er geen grond was om de stadsbrede stop op kamerbewoning op basis van leefbaarheid in te voeren, omdat de aanwezige onderbouwing voor deze stadsbrede stop onvoldoende is gebleken. Zes andere partijen hebben ook hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank. Het is op dit moment niet te voorspellen wanneer de hogerberoepszaak bij de Raad van State wordt behandeld.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10375943

Door de uitspraken is er ook een noodzaak ontstaan om de onderbouwing van het huidige beleid, gericht op het tegen gaan van de steeds verder toenemende onevenwichtige en onevenredige effecten van schaarste in Den Haag, verder te actualiseren. Zo borgen we dat kamerbewoning, maar ook woningvorming (bouwkundig splitsen) en woningonttrekking, in de toekomst vergunningsplichtig blijven in Den Haag om de negatieve effecten van schaarste te bestrijden. Deze schaarsteonderbouwing maakt deel uit van de tussentijdse technische wijziging van de Woonvisie en wordt ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. Over het proces van deze Woonvisie wordt uw raad separaat geïnformeerd. Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11848618/2