RIS313191 Beantwoording SV Leeuwenmonument op het Stuyvesantplein
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE
7 november 2022
VRAGEN
Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer de Mos, luidend: "Leeuwenmonument op het Stuyvesantplein"
OCW/10408187 RIS313191
Het raadslid de heer de Mos heeft op 14 september 2022 een brief met daarin 21 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Richard de Mos (Hart voor Den Haag) vragen aan de voorzitter van de Haagse gemeenteraad. De lijst met Oorlogsmonumenten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei vermeldde tot voor kort het Leeuwenmonument op het Stuyvesantplein als alternatief Oorlogsmonument voor Bezuidenhout. Tot voor kort, want op last van de gemeente Den Haag is het Leeuwenmonument uit de lijst van het Nationaal Comité 4 en 5 mei verwijderd. Dit monument zou geen oorlogsmonument zijn, maar ‘een monument ter nagedachtenis aan de geboorte van prinses Juliana’. 1.
Is het college op de hoogte van het feit dat het monument op het Stuyvesantplein niet meer is opgenomen in de lijst met oorlogsmonumenten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei?
Ja. 2.
Zo neen, hoe kan het dan dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei zegt gehandeld te hebben op last van de gemeente Den Haag?
Zie het antwoord op vraag 1. 3.
Zo ja, wat heeft het college bewogen het Nationaal Comité 4 en 5 te gelasten het monument op het Stuyvesantplein van de Oorlogsmonumentenlijst te schrappen?
Het betreffende monument – het Prinses Juliana Monument – is een monument ter nagedachtenis aan de geboorte van prinses Juliana. Het is nooit door de gemeente aangewezen als oorlogsmonument. 4.
Weet het college dat Bezuidenhoutse burgers sinds enkele jaren op diverse gelegenheden de Bezuidenhoutse oorlogsslachtoffers met een bloemenhulde herdenken?
Ja, het college is ervan op de hoogte dat enkele burgers dit doen. 5.
Is het college met ons van mening dat Haagse burgers zelf mogen beslissen welk monument zij kiezen voor een herdenking?
Het college is van mening dat burgers zelf mogen beslissen waar zij bloemen neerleggen.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408187
6.
Is het college van mening dat het Juliana van Stolbergmonument aan de Juliana van Stolberglaan, opgericht in 1930 ter herinnering aan de stammoeder van ons koningshuis, een oorlogsmonument genoemd mag worden omdat burgers er de slachtoffers van het bombardement van 3 maart 1945 herdenken?
Ja. Tijdens de wederopbouw van het Bezuidenhout heeft de gemeente het Juliana van Stolbergmonument een tweede functie gegeven als oorlogsmonument, ter nagedachtenis aan de ruim 500 stadsgenoten die zijn omgekomen bij het bombardement op Bezuidenhout op 3 maart 1945. 7.
Is het college van mening dat het monument aan het Stuyvesantplein, opgericht in 1910 ter herinnering aan de geboorte van prinses Juliana, de grootmoeder van onze huidige koning, een oorlogsmonument genoemd mag worden omdat burgers er ALLE slachtoffers van oorlogsgeweld sinds de Tweede Wereldoorlog herdenken?
Nee. Het Prinses Juliana Monument herdenkt een heuglijke gebeurtenis – de geboorte van prinses Juliana – en het Stuyvesantplein is door het stadsdeel ingericht voor feestelijke evenementen. Het college is van mening dat er reeds voldoende oorlogsmonumenten in de stad aanwezig zijn, waarvan één in Bezuidenhout, en ziet geen reden de functie van het Prinses Juliana Monument te wijzigen. 8.
Waarom is het college van mening dat het Juliana van Stolbergmonument op de Koningin Marialaan wel als oorlogsmonument geregistreerd mag staan en het Leeuwenmonument op het Stuyvesantplein niet, terwijl de omschrijving en het gebruik exact hetzelfde zijn en exact hetzelfde waren beschreven bij het 4 en 5 mei comité?
Het Juliana van Stolbergmonument is bij de wederopbouw van het Bezuidenhout door de gemeente aangewezen als oorlogsmonument vanwege de vele burgerslachtoffers die vielen tijdens het bombardement in maart 1945. Het college ziet geen reden om een tweede monument in Bezuidenhout als oorlogsmonument aan te wijzen en heeft dit ook nooit gedaan. Het comité 4 en 5 mei had dit monument als oorlogsmonument opgenomen op initiatief van enkele burgers, in de veronderstelling dat dit in overleg met de gemeente plaatsvond. 9.
Denkt het college dat de gemiddelde burger van Den Haag enig idee heeft waar de monumenten aan de Juliana van Stolberglaan en het Stuyvesantplein voor staan, met uitzondering wellicht van enkele sacrale momenten rond de herdenkingen?
Het is moeilijk te zeggen wat de gemiddelde burger weet. 10. Weet het college dat er geen enkel officieel oorlogsmonument is in Bezuidenhout waarbij bovendien alle oorlogsslachtoffers worden herdacht? Ja. 11.
Wanneer noemt het college een monument in de openbare ruimte een oorlogsmonument?
Een monument in de openbare ruimte is een oorlogsmonument als het met die bestemming is opgericht of als het college op enig moment besloten heeft een bestaand monument die functie te geven.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408187
12. Weet het college dat de Joodse gemeenschap (gezien de zeer kwalijke rol van de gemeente in de Jodenvervolging van de gemeente) van mening is dat de gemeente verantwoordelijk zou moeten zijn voor het oprichten van de monumenten? Dus dat wanneer er een initiatief is, ze moeten meewerken en zeker niet moeten tegenwerken? Wanneer een initiatief voor oprichting van een monument de gemeente bereikt, moet het verzoek aan een aantal eisen voldoen om het vervolgens in behandeling te kunnen nemen. De gemeente vervult in beginsel een adviserende en faciliterende rol in het proces. Deze rol kan naar wens van het college aangepast worden. 13. Weet het college dat een van haar ambtenaren heeft gezegd dat wanneer er gesneuvelden van Nederlands-Indië herdacht worden de gemeente niet mee wil doen? Zo ja, staat het college daarachter? Het zou het college bevreemden wanneer een ambtenaar een dergelijke uitspraak zou doen. 14. Weet het college dat er diverse plannen door de ambtenaren met zeer zwakke argumenten zijn afgewezen en dat na drie pogingen de initiatiefnemers vroegen wat er dan wel mogelijk is, er geen antwoord kwam? Er zijn diverse initiatieven geweest. Op alle voorstellen is keurig gereageerd. De voorstellen hebben het om valide redenen niet gehaald. 15.
Als het college het zo'n kwalijke zaak vindt dat een totaal vervallen en vergeten monument een extra functie krijgt, waardoor het zelfs wordt hergewaardeerd, waarom helpen jullie de initiatiefnemers dan niet om elders een waardig alternatief te vinden?
Het college bestrijdt dat het Prinses Juliana Monument vervallen is. Zie verder het antwoord op vraag 21. 16. Weet het college dat er zichtbare oorlogsschade op het Leeuwenmonument te zien is (scherfwerking en brandschade)? Weet het college dat dit al in 2019 was gemeld aan de stadsdeeldirecteur van Haagse Hout door de initiatiefnemers? Het college weet dat er zichtbare scherfschade te zien is aan het monument. Het is niet bekend of dit in 2019 is gemeld. 17.
En dat na 80 jaar er plotseling 'onderhoud' werd gepleegd maar dat de initiatiefnemer de ambtenaren heeft gecontacteerd om NIET de schade door scherfwerking dicht te smeren met cement? Dat vervolgens de ambtenaren zeiden dat het GEEN scherfwerking was? Dat na fotovergelijking bewezen is dat het dit wel was? En dat ze alsnog dit niet als cultuurhistorische waarde zagen en het alsnog dichtsmeerde?
Het is bekend dat er sprake is van scherfschade. Op een aantal plaatsen was deze in het verleden reeds aangesmeerd. Tijdens het onderhoud is slechts dit herstelwerk vervangen dat voordien al was gepleegd. De overgebleven scherfschade is gelaten zoals die was; er is hiervan nog voldoende over om te herinneren aan het bombardement in 1945.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10408187
18. Denkt het college ook niet dat dit soort initiatieven tot eer strekken en bewonderenswaardig zijn en alternatieven welkom zijn, aangezien het bijna onmogelijk is om in de gemeente een initiatief op te starten en het qua regels en verplichtingen praktisch onmogelijk is? Het college waardeert de betrokkenheid van haar burgers. Het college bestrijdt dat het bijna onmogelijk is een initiatief op te starten. Op dit moment staan er ruim 500 monumenten en kunstwerken in de openbare ruimte. Gezien dit hoge aantal en de zeer geringe beschikbare ruimte is de gemeente terughoudend in het plaatsen van nieuwe monumenten en kunstwerken in de openbare ruimte. 19. Zou het de ambtenaren niet sieren om wat meer bescheidenheid te laten zien naar de tot nu toe vergeten slachtoffers en zich te bedenken dat het Leeuwenmonument is opgericht en betaald DOOR burgers en het nu alleen maar eigendom is geworden van de gemeente door natrekking? Het Prinses Julianamonument is inderdaad door burgers betaald en aan de gemeente geschonken, waarop de gemeente het onderhoud ervan op zich heeft genomen. Het monument is in het leven geroepen ter nagedachtenis aan de geboorte van prinses Juliana en niet ter nagedachtenis aan oorlogsslachtoffers. Aanwijzing van dit monument als oorlogsmonument zou geen recht doen aan de intenties van de burgers die het initiatief hebben genomen voor dit monument. 20.
Heeft het college in deze spannende tijden niets beters te doen dan ambtenaren op te dragen tijd te besteden aan de verwijdering van weinig specifiek gedefinieerde items uit landelijke, weinig geraadpleegde, lijsten terwijl zij daar niet eens over mogen gaan? Het betreffende item is met zeer weinig tijdsinspanning uit de lijst verwijderd om verdere verwarring over de functie van het betreffende monument te voorkomen. 21. In uw antwoord dd. 18 januari 2022 op de raadsvragen van mevrouw Faid en de heren de Mos en Barker stelt u onder antwoord 6: 'De gemeente heeft aan initiatiefnemers diverse keren het onderzoeken van mogelijkheden op de Koningin Marialaan in overweging gegeven'. Kunnen de initiatiefnemers op de welwillende medewerking van de gemeente rekenen als ze een plan voor deze locatie presenteren en daar dus een vergunning voor krijgen? Met andere woorden dat ze niet weer voor niets een plan maken en inleveren? Initiatieven van betrokken burgers worden graag in gezamenlijkheid nader onderzocht op haalbaarheid. Om een dergelijk initiatief in behandeling te kunnen nemen is het raadzaam om het verzoek te vertalen naar een goed beargumenteerd, realistisch plan van aanpak, inclusief financiering. Dit vormt een vertrekpunt om gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden en alternatieven. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4