RIS313170 Haagse jongen met beperking weer de dupe van gemeentelijk wanbeleid
Tekst van het document
RIS-nummer: 313170
Schriftelijke vragen: Haagse jongen met beperking weer de dupe van gemeentelijk wanbeleid Indiener: Nur Icar (DENK)
Datum: 13 september 2022
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Het Algemeen Dagblad heeft op 11 september 2022 wederom een casus aan het licht gebracht waaruit blijkt hoe het gemeentelijk beleid faalt wanneer het aankomt op de kwetsbare inwoners van onze stad. Namelijk kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Het AD bericht over een jongetje van 10 jaar met een zware beperking, die op 2 hoog woont en naar beneden en boven getild moet worden door familieleden. De ouders van het jongetje hebben bij de gemeente een aanvraag ingediend voor een invalidenparkeerplaats, maar hier nooit een reactie op ontvangen. Na vragen van het AD aan de gemeente heeft een gemeenteambtenaar de familie laten weten dat de aanvraag voor een invalidenparkeerplaats op een of andere manier is ‘vergeten’. De gemeente heeft aangekondigd onderzoek te gaan doen naar wat er in deze casus mis is gegaan. Ook blijkt uit de berichtgeving van het AD dat het gezin niet langer in aanmerking komt voor een urgentiestatus, omdat er enkele jaren geleden een woning met vijf kamers is geweigerd. Hierdoor lijkt het erop dat er nog geen zicht is op een oplossing voor de mensonterende situatie van dit gezin.
Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde en in aanvulling op de vragen van Hart voor Den Haag stellen de raadsleden Nur Icar (DENK), Fatima Faïd (HSP) en Lesley Arp (SP) (hierna gezamenlijk: de partijen) de volgende vragen:
1.
Is het college bekend met het artikel van het Algemeen Dagblad van 11 september jl.¹?
2. Deelt het college de mening van de partijen dat het onmenselijk is dat het jongetje in deze omstandigheden zit? Zo nee, waarom niet? In het artikel van 11 september jl. schrijft het Algemeen Dagblad dat de aanvraag van een invalidenparkeerplaats van de familie op de een of andere manier vergeten blijkt te zijn. Dit terwijl de dochter meerdere keren gebeld heeft om navraag te doen hierover. Eind vorig jaar gaf het college, n.a.v. een andere casus die door het AD voor het voetlicht is gebracht, het volgende aan: “Een aantal partijen, waaronder de afdeling Parkeren en de GGD, voert nu gesprekken om de informatieverschaffing rond aanvragen van zulke parkeerplekken te verbeteren. Wij verwachten dat een intensievere samenwerking zal bijdragen aan een optimale beoordeling van aanvragen.”²
3. Kan het college aantonen wanneer het eerste contactmoment met dit gezin was over de aanvraag van een invalidenparkeerplek? Hoeveel contactmomenten zijn er sindsdien geweest voor deze aanvraag? 4. Hoeveel ambtenaren en/of afdelingen waren gemoeid met deze aanvraag? 5.
Kan het college aangeven wat de norm is die de gemeente hanteert bij het beantwoorden en/of afhandelen van deze aanvragen?
6. Hoeveel openstaande aanvragen liggen er momenteel bij de afdeling Parkeren? Hoe lang liggen deze aanvragen er al? 7.
Kan het college uitleg geven waarom er in andere straten, waar men wellicht meer mobiel is, wel in rap tempo invalidenparkeerplaatsen worden aangelegd. Maar in het geval van kinderen met een beperking de eis wordt gesteld dat deze geen plek krijgen als zij met een rolstoel vervoerd kunnen worden? In het recente AD artikel komt ook naar voren dat de oorspronkelijke urgentieverlening voor 2 maanden was, terwijl de norm 3 maanden is.
8. Kan het college uitleggen waarom er in deze casus afgeweken is van de norm? 9. Zijn er meerdere gevallen in Den Haag waar er afgeweken wordt van de urgentienorm? Zo ja, in hoeveel gevallen en wat zijn de redenen voor afwijking? In het document ‘Spelregels woonruimteverdeling’ van Woonnet Haaglanden zien we dat één van de doelstellingen van woonruimteverdeling het ‘passend huisvesten van de doelgroepen’ is. 10. Vindt het college de eerdere aanbieding van een woning op de tweede verdieping zonder lift een passend aanbod voor een gezin dat urgentie aanvraagt om weg te kunnen van hun huidige woning op de tweede verdieping zonder lift? Zo ja, op basis waarvan vindt het college dit passend? 11. Is het college het met ons eens dat een urgentieverklaring een verbetering van woonsituatie moet oplevering in plaats van een verslechtering? Zo nee, waarom niet? De urgentieverlenging is destijds niet toegekend omdat de vader niet had gereageerd op woningen die volgens het oordeel van de gemeente passend waren voor zijn gezin. Nu vraagt de vader een nieuwe urgentie aan omdat het jongetje ouder en zwaarder wordt en het te lastig wordt voor de familieleden om hem op te tillen. Hierdoor blijft het jongetje soms weken binnen. 12.
Waarom wordt er bij een nieuwe aanvraag gekeken naar het reageergedrag tijdens de oude urgentieperiode? In hoeverre is een gesprek met de aanvrager, om te constateren welke veranderingen in de gezinssituatie er hebben plaatsgevonden sinds de vorige urgentieaanvraag, onderdeel van de procedure? 13. Vader heeft de wachtperiode van 2 jaar doorstaan. Waarom wordt bij de nieuwe urgentieaanvraag niet naar de huidige situatie gekeken?
Uit een brief van de gemeente Den Haag aan vader blijkt dat hij destijds onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het voor hem niet mogelijk is om een betaalbare woning te huren of kopen vanuit de opbrengsten van de verkoop van zijn huidige woning. De gemeente Den Haag denkt dat het wel degelijk mogelijk is om met het bedrag aan overwaarde een passende woning te bemachtigen. Datzelfde geldt voor het vinden van een huurwoning op de particuliere woningmarkt. Het gezin wordt geadviseerd om alle passende woningen in de hele regio in overweging te nemen, inclusief krimpgebieden waar de druk op de woningmarkt minder hoog is. 14. Het college is bekend met de huidige woningaanbod en de hoge prijzen die er tegenwoordig worden gevraagd voor huur- en koopwoningen. Kan het college ophelderen hoe de familie aan een geschikte huurwoning voor 8 personen (waarvan 1 met een beperking) kan komen met een inkomen van € 1900 per maand? 15. Gezien de overwaarde van de woning en de hoogte van de hypotheek die vader kan krijgen: kan het college ophelderen hoe de familie aan een geschikte koopwoning voor 8 personen (waarvan 1 met een beperking) kan komen voor €220.000? 16. Is het college het met ons eens dat de reactie van de gemeente niet aansluit op de realiteit van de woningmarkt van vandaag? Zo nee, waarom niet? 17.
Heeft de gemeente of is de gemeente van plan met deze familie aan tafel te zitten om een maatwerkgerichte oplossing te vinden? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet? Op 21 december 2021 heeft het college de raad geïnformeerd over het plan van aanpak van de doorlichting van de urgenties en de toepassing van de menselijke maat door middel van de zogenaamde ‘doorbraakmethode’ (RIS311100 en RIS311103). Het college gaf aan dat complexe casussen voortaan konden rekenen op een ‘warme overdracht’ van hun dossier naar betrokken ambtenaren van andere relevante teams in de gemeentelijke organisatie, waardoor er echt collegiaal zou worden samengewerkt en bewoners niet uit beeld raken. 18. Kan het college aangeven of dit doorbraakteam nog bestaat? Zo nee, wat waren de criteria om te beslissen dat dit niet meer nodig was? 19. Kan het college aangeven hoeveel casussen dit team heeft opgepakt die anders waren blijven liggen? Wat voor casussen betrof het?
20. Is de casus uit het AD-artikel van 11 september in beeld geweest bij het doorbraakteam? Zo ja, welke stappen heeft het team met betrekking tot deze casus gezet? Zo nee, waarom niet? 21. Kan het college toelichten of het gezin in kwestie in contact is gebracht met de afdeling WMO, om te inventariseren welke maatwerkoplossingen op het gebied van zorg er mogelijk waren? Zo ja, wat is hieruit voortgekomen? Zo nee, waarom niet?
Ook heeft de raad in de brief van 21 december 2021 kunnen lezen dat men verwachtte dat de doorlichting van 1250 urgentieaanvragen die in het verleden zijn gedaan in maart 2022 gereed zou zijn, waardoor er tegen die tijd conclusies en aanbevelingen konden worden opgesteld. Daarnaast zou de raad in maart 2022 een voorstel krijgen voor een aanpassing van de verordening en de beleidsregels voor urgentieaanvragen. Deze informatie heeft de raad tot op heden niet ontvangen, waardoor zij ook nog geen debat heeft kunnen voeren over de toepassing van de menselijke maat bij urgenties en de gezette stappen sinds enkele schrijnende verhalen in de media zijn gekomen.
22. Kan het college aangeven waarom de raad deze informatie tot op heden niet ontvangen heeft? 23. Kan het college aangeven wanneer de raad de conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de doorlichting, alsmede het voorstel voor een nieuwe verordening en beleidsregels voor urgentieverklaringen alsnog tegemoet kan zien?
Nur Icar
Fatima Faïd
Lesley Arp
DENK
HSP
SP
¹ https://www.ad.nl/gezin/zwaar-gehandicapte-muhammed-10-moet-dagelijks-twee-hoognaar-boven-wordengesjouwd~afdc4834/?cb=01604395c76a9a88813b08bcf8e57867&auth_rd=1 ² https://www.gelderlander.nl/binnenland/toch-eigen-parkeerplek-voor-gehandicapteabdullah-22-familie-wordtbegeleid~ae0c2d99/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&cb=aed5b3fb9c44a73 e5121429227ae1b70&auth_rd=1